basalk.punt.nl
Abonneren

Abonneer je nu voor nieuwe artikelen op deze website!

Laatste artikelen

Efeziërs 4:7-16

7  Aan ieder van ons is genade geschonken naar de maat waarmee Christus geeft. 8  Daarom staat er: ‘Toen hij opsteeg naar omhoog, voerde hij gevangenen mee en schonk hij gaven aan de mensen.’ 9  ‘Hij steeg op’ wat betekent dat anders dan dat hij ook is afgedaald naar wat lager ligt, naar de aarde? 10  Hij die is afgedaald is dezelfde als hij die opsteeg, tot boven de hemelsferen, om alles met zijn aanwezigheid te vullen. 11  En hij is het die apostelen heeft aangesteld, en profeten, evangelieverkondigers, herders en leraren, 12  om de heiligen toe te rusten voor het werk in zijn dienst. Zo wordt het lichaam van Christus opgebouwd, 13  totdat wij allen samen door ons geloof en door onze kennis van de Zoon van God een eenheid vormen, de eenheid van de volmaakte mens, van de tot volle wasdom gekomen volheid van Christus. 14  Dan zijn we geen onmondige kinderen meer die stuurloos ronddobberen en met elke wind meewaaien, met wat er maar verkondigd wordt door mensen die tot alles in staat zijn wanneer ze anderen listig en doortrapt op een dwaalspoor willen brengen. 15  Dan zullen we, door ons aan de waarheid te houden en elkaar lief te hebben, samen volledig toe groeien naar hem die het hoofd is: Christus. 16  Vanuit dat hoofd krijgt het lichaam samenhang, en wordt het ondersteund en bijeengehouden door alle gewrichtsbanden. Ieder deel draagt naar vermogen bij tot de groei van het lichaam, dat zo zichzelf opbouwt door de liefde.(NBV)

In de Grieks-Romeinse wereld, waar Paulus rondreisde, gingen de meest fantastische theorieën rond over de aard van de geestelijke en materiële wereld. Te veel theorieën vaak om te weerleggen en te weerspreken. Ook in de Joodse wereld waar Paulus toe behoorde waren sporen van die speculaties terug te vinden. Ook in onze dagen horen we over persoonlijke verhoudingen tot Jezus, over kosmisch evenwicht, over energiebanen en innerlijke evenwichtspunten en momenten van persoonlijke groei. Paulus schuift al die mooie begrippen hier met een ferme beweging aan de kant. Het gaat om de Liefde, en in de Liefde vormen we een hechte gemeenschap die die liefde ook uitstraalt naar de samenleving. Dat is de reden dat kerkelijke vrijwilligers vele jaren hun werk voor de voedselbanken, de asielzoekers, de uitkeringsgerechtigden, de gevangenen, de zieken en invaliden en de derde wereld volhouden. Onophoudelijk leven ze in de Liefde zoals ze die van Jezus van Nazareth hebben geleerd.

Ze vormen in hun, vaak kleine, kerkelijke gemeenschappen hechte groepen en horen er zondag in zondag uit over spreken en zingen. Stap gerust eens zo’n Protestantse Kerk binnen en vraag wat ze doen voor de armen en verdrukten in eigen stad, land en in de wereld. Je zult verstelt staan. De collecte voor de diaconie is daarin alleen een liturgische, dus symbolische, handeling om aan te geven waar het op aan komt. Paulus beschrijft die gemeenschap als een lichaam. Wij zeggen dan graag dat we handen en voeten willen geven aan die prachtige woorden. Het moet immers niet bij woorden alleen blijven maar vooral blijken uit de daden, uit de vruchten die het voortbrengt. Een kerkelijke gemeente waar het alleen gaat om een persoonlijke band met Christus of met God, waar dan ook vaak en lang en hardop in het openbaar wordt gebeden, belijdt niet de Messias waar Paulus aan de gemeente in Efeze over heeft geschreven.

Paulus schrijft over een gemeente waarin ieder naar vermogen, en dan niet alleen geldelijk vermogen, een plaats heeft en waar de Liefde het samenbindend element vormt. Juist in die gemeenschap krijgt de Bevrijder gestalte en wordt de bevrijding mogelijk. Zoals het volk Israel ooit in de woestijn ontdekte dat je alleen kunt overleven als je werkelijk alles voor elkaar over hebt, zo kent de Christelijke gemeente de gemeenschap met elkaar door de Liefde. In de loop van de geschiedenis is dat geloof in het bouwen van een nieuwe samenleving, een nieuw soort samenleving ook, verworden tot een voor wat hoort wat geloof. Als ik nu goed doe dan wordt er voor mij ook goed gedaan. Ik krijg leven na de dood, ik krijg gezondheid of maatschappelijke voorspoed. Maar dat is niet de bedoeling. Het geloof in de komst van die nieuwe samenleving door Jezus, door de God van Israël is genoeg. Dat geloof zet je in beweging, niet om er zelf beter van te worden maar om de Naam van God groot te maken. Het is geweldig die samenleving die alle mensen te wachten staat. Daarvoor ga je door het vuur. En iedereen mag daarin meedoen, zonder inburgeringscursus of toelatingsexamen.

Reacties

Psalm 17  

Vandaag worden we uitgenodigd een lied mee te bidden uit het boek der Psalmen. Niet zo lang geleden trokken er door een middelgrote stad ergens in Nederland honderden mensen met fakkels die op hun manier ons deze psalm voordeden. Zij hebben een asielzoekerscentrum in hun stad. In de loop van de jaren zijn er al enkele duizenden inwoners van die stad vrijwilligers geweest in dat centrum. Nadat vrijwilligers kinderen gingen les geven heeft de gemeente er een speciale school voor opgericht waar kinderen voorbereid kunnen worden op het Nederlandse basisonderwijs. Hun ouders krijgen op het centrum les. Toen het centrum pas was geopend in 1988 was het geven van Nederlands verboden. Vrijwilligers die dat toch probeerden werden weggestuurd. Onder druk van winkeliers en buschauffeurs is dat geven van Nederlandse les toch toegestaan, er waren iets teveel vreemdelingen die probeerden af te dingen, dat waren ze in hun land van herkomst zo gewend, het niet doen, dat afdingen, zou betekenen dat ze de ander zouden beledigen. inburgering les was dus hard nodig.

Nu staat de zoveelste reorganisatie voor de deur. De huidige bewoners van het centrum worden willekeurig over Nederland verspreid en er komen nieuwe. Maar aan de belangen van de huidige bewoners wordt niet gedacht. Kinderen mogen hun school niet afmaken, tieners hun diploma niet halen. Veel van die bewoners wonen er inmiddels al een aantal jaren, maar omdat nog steeds niet beslist is of ze in Nederland mogen blijven is alles wat ze hier bereiken en leren van geen waarde. Er zijn tegenwoordig zelfs politici die net doen of dit hardvochtige beleid past in de Joods Christelijke traditie waarop de onafhankelijkheid van ons land is gebaseerd. Psalm 17 is één van de vele Bijbelgedeelten die laat horen dat het tegendeel waar is. De schrijver van de Psalm heeft de hoop gevestigd op de Wet van de liefde, van eerlijk delen, de Wet waarin iedereen mee mag doen met het Koninkrijk van God. De hoop is gevestigd op de Tora die veel meer is dan een Wet maar een richtlijn voor het inrichten van een menselijke samenleving.

Die honderden mensen in die middelgrote stad hebben daarvoor het licht ontstoken, opdat het zichtbaar wordt. Eén van de kinderen uit die stad gaf het centrum ooit de naam “Vluchthoef”, een veilige plek in Nederlandse traditie, laten we die traditie in Godsnaam weer herstellen. De Psalm roept ons op ons tegen de goddelozen te verzetten die de vreemdelingen schofferen en een wig drijven tussen hen en ons. Dat soort kwaad gedrag sterft namelijk niet uit met de daders maar werpt een smet ook op hun kinderen en zelfs op hun kleinkinderen. Dat hoeft niet, tijdig terugkeren van dat kwade gedrag kan altijd, ook nu nog. De oorlogen in de wereld nemen op dit moment weer toe. Het aantal vluchtelingen ook. Altijd zoeken mensen plekken van vrede en rust, plekken waar hun kinderen kunnen opgroeien. De meesten gaan terug als het vrede is geworden. Aan ons om in te schikken en hen te helpen, hen te helpen vrede te maken en hen te helpen te overleven en hun kinderen te laten opgroeien. Daar hebben we alle mensen van ons land nodig, laten wij die vandaag oproepen mee te doen door het zingen van deze Psalm.

Reacties

Ezechiël 24:15-27

Als een man zijn vrouw verliest aan de dood dan is dat een harde slag. Daar ben je niet zomaar overheen. Het overkomt Ezechiël, hij had al gehoord dat de Koning van Babel opnieuw het beleg voor Jeruzalem had geslagen. Hij had beseft dat het zo uitlopen op de verwoesting van Jeruzalem en de verwoesting van de Tempel. Nu beseft hij dat ook zijn vrouw die hij had moeten achterlaten gedood zal zijn. Zijn geliefde, naar wie hij ooit had willen terugkeren is dood. En rouwen is er niet bij. Uit de woorden die in het Hebreeuws worden gebruikt bij de aankondiging van de dood van de vrouw van Ezechiël mogen we opmaken dat die dood als een daad van God zelf wordt opgevat. Dat maakt het  voor de profeet nog schrijnender. Hij had zijn leven immers gewijd aan de dienst van  de God van Israël, hij was opgeleid tot priester, hij was in ballingschap gegaan maar had zich verzet tegen aanpassing aan de vreemde Heidense cultuur maar opgeroepen om terug te keren naar de dienst aan de God van Israël. Nu was zijn geliefde dood en hij mocht niet rouwen.

Als dan de mensen vragen waarom Ezechiël zo doet legt hij het hen uit. De Tempel zal worden verwoest. De burgers van Jeruzalem hadden hun kinderen en hun geliefden ondergebracht in de Tempel, in handen gesteld van de God van Israël. Daar zouden de soldaten van Babel toch niet durven komen. Die kinderen en geliefden zouden toch wel beschermd worden door de God van Israël. Maar de God van Israël had zijn handen van het volk afgetrokken. Die God herkende zijn eigen Tempel niet meer, met afgodsbeelden en de afgodendiensten. Inwoners van Jeruzalem hadden kinderen geofferd in het vuur van de Moloch en nu moest de God van Israël de overlevenden beschermen? Het zou er niet meer van komen. En net als er niets te merken valt van de rouw en het verdriet dat God moet hebben gehad van het verlies van zijn volk, van de ontrouw van zijn volk, zo mag het volk van de God van Israël niets laten blijken van de gevolgen van het eigen verlies.

Ezechiël wordt er sprakeloos van. Pas als een bode uit Jeruzalem de vreselijke berichten kan bevestigen valt er  weer wat te zeggen. Het volk van Israël kan alleen klagen. De ballingen hangen hun lieren in de wilgen als ze denken aan Jeruzalem staat er in Psalm 137. Jullie  schuld wordt jullie ondergang had de God van Israël gezegd volgens Ezechiël. Was ieder individueel schuldig? Uit het verhaal blijkt van niet. Je kunt het de profeet niet kwalijk nemen dat de anderen niet naar God hadden geluisterd. En hij zal ongetwijfeld ook wel aanhangers hebben gehad. Er waren meer profeten die hetzelfde hadden gezegd. In de boeken van Jesaja en Jeremia en in het Twaalfprofetenboek kunnen we de waarschuwingen nog nalezen. Zo zijn wij ook gewaarschuwd voor de hebzucht van banken, voor de onmogelijkheid van tophypotheken. Het bestaan alleen al van  de Wet op arbeidsongeschiktheid die maar een deel van het inkomen verzekerde was een waarschuwing geen overmatige leningen aan te gaan. De crisis waar we nog steeds last van hebben is ons voorspeld. En we weten best dat als we geen grenzen stellen aan de hebzucht, geen grens aan de hoogte van inkomens en als we niet delen met de armsten in de wereld ons die ellende van crisis en geweld weer kan overkomen. Het verhaal van Ezechiël moet ons in beweging brengen op weg naar een samenleving gebaseerd op liefde, op zorg voor de zwaksten. We kunnen er vandaag al heen op weg.

Reacties

Ezechiël 24:1-14

Ze hadden gedacht dat het er wel bij zou blijven. Dat als zij zich maar zouden weten te gedragen de ellende aan de anderen voorbij zou gaan. Ezechiël  zal hebben gedacht dat als ze nu maar terug zouden keren naar de dienst van de God van Israël en het nalopen van de andere goden zouden nalaten het wel goed zou komen met Jeruzalem. Het blijkt niet zo te zijn. Het kan altijd erger. Niet altijd maar de dag dat het erger werd is voor Ezechiël aangebroken. De Koning van Babylonië heeft opnieuw het beleg voor Jeruzalem geslagen. Dat had hij al eerder gedaan en toen was Ezechiël, een jonge priester kandidaat, met een deel van de elite van Jeruzalem weggevoerd naar Babel. Zij hadden zich opgeofferd. Maar het nieuwe beleg wijst er voor Ezechiël op dat het niet heeft geholpen. Weer heeft het volk van Juda, onder nieuwe leiding nog wel, de Koning van Babylonië tegen zich in het harnas gejaagd. Die heeft het harnas aangetrokken en is met zijn zwaar geharnaste leger naar Jeruzalem getrokken om daar de opstand te bestrijden. Iedereen kent wel zulke data, dagen die je bij blijven, 10 mei 1940 bijvoorbeeld en dezer dagen in Europa de dagen in oktober 1914 waarop het begin van de Grote Oorlog, voor ons de eerste wereldoorlog, zich ontwikkelde. En wie weet nog van 15 augustus 1945 toen Japan zich overgaf omdat atoombommen een te groot offer vroegen voor een niet te winnen oorlog.

Wat kan Ezechiël nog doen? Wat doen we in het donker? We kunnen fluiten of zingen, of hard roepen. Ezechiël troost zich met een bestaand keukenliedje, zo'n liedje dat het recept in herinnering brengt van dat feestgerecht dat je al zo lang voor je vrienden en bekenden wil klaarmaken. Maar de tekst van het liedje wordt bij Ezechiël een andere  tekst, een verhaal op zich. Het begin lijkt zo onschuldig, zet de kookpot op en doe er water in. Dan het vlees er bij, de mooiste stukken en de stukken met de botten. Het mooiste dier moet er voor geslacht worden en het vuur moet hoog opgestookt worden zodat het water gaat koken en zieden. Als je zo het vlees met de botten laat koken ontstaat er een schuimlaag, alle ongerechtigheden uit het vlees, het bloed, de zemen, komen naar boven. Dat is de stad Jeruzalem geworden, die smerige oneetbare laag, die de kok er subiet afschept en nog een keer afschept en weggooit om nog een keer zorgvuldig de bovenste laag van het water met de schuimspaan door te lopen om ook de laatste resten vuil er af te scheppen. Niet in de grond zakt het in het lied van Ezechiël maar als belangrijkste resultaat valt het voor iedereen zichtbaar op de rotsen.

God zelf zal het nog eens  proberen. Hout, hoog opgestapeld, met een vlammend en heet vuur. Dat moet het vuil toch weg kunnen branden. Nee dus, dat wat het volk na de eerste les heeft gedaan is zo vreselijk schandalig dat de onreinheid niet weg te branden is. Die misdadige daden, die misdaden, zijn zo schandelijk geweest dat de Koning van Babylonië Jeruzalem zal innemen en ook het laatste restje van de bevolking naar Babel zal verbannen of over de andere volken zal verspreiden. Naar je daden wordt je geoordeeld. Dat geld voor het volk van Juda. En wij mogen ons afvragen of het ook voor ons zou kunnen gelden. Voelen wij mee met hen die zich onder ons gediscrimineerd en vernederd voelen? Luisteren wij genoeg naar de hulpkreten van kinderen en jongeren die al jarenlang gepest worden? Respecteren wij anderen genoeg die misschien op een andere manier als wij gewend zijn geloven en beschermen wij uit respect voor hen die anders gelovigen tegen grootsprekers die hen beschimpen en beledigen, hun godsdienst verwensend. Nemen wij als land het gebod van de God van Israël "Gij zult niet doden" wel serieus en proberen wij wegen te vinden om zij die hun manier van geloven met geweld aan anderen proberen op te leggen  op een vreedzame manier op andere gedachten te brengen? De dag dat wij onze samenleving anders gaan inrichten mogen we groot en onderstreept noteren, misschien is het de datum van vandaag wel.

Reacties

Ezechiël 23:36-49

Het wordt de mannen maar weer makkelijk gemaakt in het verhaal dat we vandaag lezen. Die slechte vrouwen ook, branden zullen ze, stenigen moeten we ze. Het loopt uiteraard slecht af met Ohola en Oholiba. De profeet Ezechiël mag recht spreken en als een onafhankelijke rechter benoemt hij nog eens de misdaden van de beide zusters. Het prostitueren, een bacchanaal aanrichten met vreemdelingen en daarbij het tempelgerei gebruiken, het offers brengen aan vreemde goden en het offeren van kinderen en dan ook nog te Tempel van de God van Israël durven te bezoeken. Een deel van die misdaden moet wel gepleegd zijn in de Tempel van de God van Israël zelf. Als je die opsomming voorlegt aan rechtvaardige mannen dan kunnen ze toch niet anders dan vonnissen volgens het recht dat geldt voor echtbreeksters en vrouwen die bloed vergieten. Het wordt de mannen maar gemakkelijk gemaakt. De vrouwen zijn gewaarschuwd nooit meer te doen zoals Ohola en Oholiba want er zijn mannen te vinden die hen zullen vonnissen.

Wij worden door ons gebrek aan kennis gemakkelijk op een verkeerd been gezet. Dat was al begonnen in het begin van dit hoofdstuk toen over de jeugd van beide zusters in Egypte werd gesproken. Zij lieten de tepels op hun borsten verdraaien staat er dan, alsof vrouwen uiteraard zelf schuldig zijn aan seksueel misbruik in hun jeugd. Het tegendeel is het geval, net als in het oordeel over Oholiba en Ohola mannen niet aan het oordeel ontkomen. Want mannen hebben het land dat hen door de God van Israël geschonken was verkwanselt aan de godin Asjeera en ze hadden Baäl vereerd omdat Baäl de aarde zou moeten bevruchten met zijn regen en zijn vruchtbaarheid. Dat belang van de goden van seizoenen hadden ze ook in Egypte geleerd en dat die godendienst tot de dood zou leiden waren ze vergeten. Het waren de mannen die tot in de Tempel van Jeruzalem de beelden hadden neergezet van de Baäl. Het waren de mannen die toen het Noordrijk en het Zuidrijk werden bedreigd bondgenootschappen gesloten hadden met vreemde volken, tot in Egypte toe, die schatting hadden betaald aan vreemde heersers. Bescherming door de God van Israël, vertrouwen op het verbond dat ze hadden gesloten,  was er niet meer bij, was niet meer nodig.

Zo worden de mannen van Israël en Juda afgeschilderd als juffershondjes die blaffend elke worst achterna gelopen waren die hen was voorgehouden. Het zwakke geslacht bestaat niet uit vrouwen volgens Ezechiël het bestaat uit mannen die graag hun eigen zwakke eigenschappen toedichten aan vrouwen, het was de vrouw die hen immers verleid had tot verkeerde daden. Daar was het al mee begonnen toen God de mens nog maar net had geschapen hadden ze elkaar wijs gemaakt. Dat de God van Israël daar een ander commentaar op had gegeven waren ze maar vergeten. Vrouwen immers brachten het leven op aarde, van geslacht op geslacht, mannen moesten zich in het zweet werken, van de vroege morgen tot de late avond. En telkens als het leven met de God van Israël dreigde op te houden waren er weer vrouwen die zorgden dat het door kon gaan, Mirjam de zuster van Mozes, Zippora de vrouw van Mozes, Deborah de richteres, Hanna de moeder van Samuël en noem maar op tot Batseba toe die zorgde dat Salomo de troon kon bestijgen. God vraagt nu eenmaal een omgekeerde wereld waar niet gelet wordt op rijkdom en macht, met man en macht verworven, maar op armoede en zwakheid. Daar mogen wij ook vandaag weer aan werken, van de vroege morgen tot de late avond.

Reacties

Ezechiël 23:21-35

De volken van de wereld voeren  oorlog en proberen te groeien ten koste van andere volken of tenminste andere volken hun overtuigingen op te leggen. Dat was zo in de dagen van Ezechiël, dat is in onze dagen niet anders. Zelfs ons onafhankelijke volkje ontkomt er niet aan lid te blijven van de NATO waar grote landen militaire politiek bepalen en van de Europese Unie waar sterke landen de economische spelregels bepalen. Als je een eigen weg gaat loop je gevaar. Dan kan er geweld tegen je worden gebruikt, dan kun je vervallen tot armoede. In de Bijbel wordt dat beeld omgedraaid. Als je net doet als andere volken, als je regels van andere volken volgt en hun goden dient dan loop je het gevaar dat er geweld tegen je wordt gebruikt en dat anderen de spelregels bepalen waarmee jouw rijkdom wordt verdeeld. Een volk dat de samenleving inricht volgens de Tora, de richtlijnen die het volk Israël kreeg in de woestijn, wordt onoverwinnelijk. Dat volk heeft zelfs zijn vijanden lief maar zet in de eigen samenleving de minsten voorop.

Daar passen geen andere spelregels op, daar helpt geen geweld tegen. Liefde is niet te verbieden. Liefde is niet te controleren, als je liefde ontdekt is het al te laat om in te grijpen. Wie met wie deelt en waarom is vooraf niet te voorspellen. Ohola en Oholiba, Samaria en Jeruzalem worden gewaarschuwd dat zij die andere goden nalopen het lot zullen ondergaan dat daar bij hoort. Samaria viel door de hand van Assyrië, de mooie stad werd verwoest en een groot gedeelte van het volk werd in ballingschap weggevoerd. Het eens zo trotse Noordrijk zou nooit meer herstellen. Jeruzalem werd eerst belegerd door Egypte, door farao Sisak, de rijkdommen van Juda werden weggevoerd naar Egypte. Maar Juda kreeg de kans zich te herstellen en alsnog de samenleving in de richten volgens de Tora. Ze greep die kans niet en uiteindelijk viel Jeruzalem door de hand van Babel en werden de stad en de Tempel verwoest en een groot deel van de bevolking in ballingschap weggevoerd.

Het verhaal dat Ezechiël over de twee zusters verteld is dan ook geen voorspelling, maar een analyse van de gebeurtenissen en een waarschuwing. Als het volk wil terugkeren uit de ballingschap, als recht en gerechtigheid weer moeten worden hersteld, als de psalmen weer moeten klinken rond een nieuwe Tempel in Jeruzalem dan zal het volk er van doordrongen moeten zijn dat de fouten van Ohola en Oholiba niet opnieuw gemaakt worden. Het zal nooit meer hetzelfde worden in Juda is de boodschap van Ezechiël. Het is ook een boodschap aan ons. Als wij van al dat geweld in onze samenleving en onze wereld af willen dan zullen ook wij moeten veranderen. Dan zullen op scholen de slachtoffers van pesten meer serieus genomen moeten worden, dan zullen scholen plekken moeten worden waar alle kinderen tot hun recht kunnen komen. Dan zullen ook wij onze samenleving moeten inrichten volgens de regels van het delen met elkaar, zorgen voor de minsten. Dan zullen wij in de verhouding met andere volken ook duidelijk moeten maken dat wij zelfs onze vijanden lief hebben. Het zal dan heel erg anders moeten worden in onze samenleving. We kunnen er in het klein gelukkig elke dag opnieuw mee beginnen, ook vandaag.

Reacties

Ezechiël 23:11-20

Ohola is Samaria en Oholiba is Jeruzalem. Je moet het bij het lezen van dit verhaal uit het boek van Ezechiël blijven herhalen. Het gaat niet over zusters maar over steden, eigenlijk dus over landjes, het Noordelijk Koninkrijk Israël en het Zuidelijk Koninkrijk Juda. Je moet het niet lezen alsof het over anderen gaat. Ezechiël vertelt het verhaal aan de ballingen uit Juda en Israël in hun ballingsoord. Zij moeten er van schrikken en zijn moeten zich er voor gaan schamen. En wat moeten wij dan moet zulke verhalen? Verhalen over sterk overtrokken seksualiteit. Daar heb je dus die Christenen weer die de mensen wijs willen maken dat lichamelijk genot iets smerigs zou zijn. Dat mensen die samen willen zijn en samen willen smelten, één vlees worden, het licht uit moeten doen en er samen niet van mogen genieten. Dat is de Heidense manier van reageren op dit verhaal. De seksualiteit stellen in dienst van de godsdienst. De luisteraars naar Ezechiël zullen dat direct hebben begrepen. De afgodendienst van Kanaän, de religies van Babel, Assyrië en de Chaldeeën, gingen over die seksualiteit. Die religies waren mode geworden in Samaria en Jeruzalem. Tot in de Tempel van de God van Israël waren die godsdiensten te vinden geweest en het plaatsen van seksualiteit in dienst van de religie was de God van Israël een gruwel geweest.

De samenstellers van de Bijbel hebben dat goed begrepen. Er zijn strenge regels voor scheiding van een huwelijk. Die regels hebben te  maken met de zwakke economische positie waarin alleen gaande vrouwen in de samenleving van Israël verkeerden. De regels voor delen en zorgen plaatsen ook steeds de weduwen voorop en er waren zelfs regels waardoor de weduwe in de familie van haar overleden echtgenoot kon blijven en zelfs kinderen krijgen kon die haar op haar oude dag zouden kunnen verzorgen. Maar een huwelijk was een zaak tussen twee mensen die gelijkwaardig waren, die samen vorm moesten geven aan de samenleving volgens de Tora. In het boek Hooglied staat nauwkeurig beschreven hoe twee geliefden van elkaar kunnen genieten en dezelfde lichamelijke sensaties die hier door Ezechiël worden verteld worden daar beschreven. Maar in het boek Hooglied komt God niet voor. Schijnbaar dan want de gelovige weet dat er nergens echte liefde te vinden is zonder de God van Israël. Liefde staat nu eenmaal centraal in de dienst aan de God van Israël. Maar liefde gaat verder en is duurzamer dan alleen de seksualiteit.

De seksualiteit die Ezechiël beschrijft over de beide zusters staat direct in verband met oorlog en dood. Die Chaldeese soldaten  met hun rode gordels en hun tulbanden die op een muur getekend staan zijn krijgers van formaat, beelden van mannelijke kracht in seksuele kracht gelijk aan muilezels en vurige hengsten, termen die ook vandaag in pornografisch taalgebruik niet onbekend zijn. De seksualiteit van prostitutie is leeg, is zonder betekenis, mensen worden daarin tot voorwerpen, voorwerpen die bestemd zijn om lust te bevredigen maar geen mensen met een geschiedenis, met een toekomst, met talenten, met een innerlijk dat zo mooi kan zijn dat het het uiterlijk van de mens verre te boven gaat. Alleen de bevrediging telt uiteindelijk. De luisteraars naar Ezechiël begrijpen dat. Ze begrijpen dat de bondgenootschappen van geweld en genot uiteindelijk hebben geleid tot de dood van talloze landgenoten, tot hun eigen ballingschap ook. Gelovigen kunnen zich hier tegen wapenen door het tonen van echte liefde. Liefde die zichzelf niet zoekt, die uitgaat boven ieder eigenbelang, die geen regels aan anderen oplegt maar vrijheid brengt. Die liefde kunnen we elke dag opnieuw verspreiden, ook vandaag weer.

Reacties

Ezechiël 23:1-10

Verboden vruchten smaken het lekkerst. In onze dagen zijn we wat meer open over seksualiteit, er waren dagen waarop het leek alsof seksualiteit bij mensen niet voorkwam. Dat heeft in die dagen nogal wat leed en ellende veroorzaakt. Mensen trouwden met elkaar niet wetend dat er meer contact mogelijk is dan alleen zoenen. Verhalen in de Bijbel die gaan over seksueel verkeer werden dan ook overgeslagen. Het verhaal van de zusters Ohola en Oholiba vindt je echt niet terug in kinderbijbels, helaas ook tegenwoordig niet in jeugdbijbels. Nu gaat het verhaal over deze twee zusters dan ook niet over twee vrouwen maar over twee steden, eigenlijk over twee landen, Juda, met als hoofdstad Jeruzalem en Israël met als hoofdstad Samaria. De regering van David en Salomo was al lang verleden. Eén rijk waar de God van Israël centraal stond was er niet meer. In Kanaän speelde seksualiteit in de religie een grote rol. Je moest maar afwachten of er vruchtbare regens kwamen die het land bevloeiden en een goede oogst mogelijk maakten.

Voor die vruchtbaarheid had men goden die tevreden moesten worden gesteld. In Tempels werkten vrouwelijke en mannelijke prostituees waar zaad moest worden gestort om de god Baäl over te halen zijn zaad in de aarde te laten vallen, het zaad van Baäl was de vruchtbare regen. De aarde was vrouwelijk, of als de god dat als afwisseling wilde, mannelijk. In de aarde waren palen gestoken, de Asjeera palen om de god te laten weten waar hij zijn genot kon halen. Het was de God van Israël een gruwel. Maar in Juda en Israël was het Kanaänitische bijgeloof niet genoeg. Er was meer te halen in de wereld. In Egypte was men afhankelijk van de jaarlijkse overstroming door de Nijl. Daar was een heel stelsel van irrigatie gemaakt en er waren goden die voor de bevloeiing van het land moesten zorgen. Ook daar speelde seksualiteit een grote rol in de godsdienst. Israël had ook nauwe banden met Assyrië. De Koningen van Israël, en later die van Juda ook, betaalden belasting aan de koningen van Assyrië. In Assyrië zag men die lui van Israël dus graag komen. Zij waren een beloning van de goden van Assyrië.

Mensen lopen vanouds de hypes na die nieuw zijn, die voorspoed en jeugd suggereren, die een lang leven lijken te beloven. De rijkdom van de elite in een samenleving lijkt je te beloven dat werken en zwoegen eigenlijk helemaal niet hoeven. Daarom willen veel mensen altijd weer de levensstijl van de elite nadoen. Op dezelfde plaatsen met vakantie, hetzelfde aan kleding, hetzelfde aan vervoer, hetzelfde aan voedsel. Het is meestal valse namaak. In onze dagen kunnen mensen die niet bij de elite horen dat zich alleen veroorloven als anderen er armoede aan beleven. Zo wordt onze goedkope kleding gemaakt door kinderen die aan de naaimachines geketend zijn en in slavernij werken. Veel goederen die we hier voordelig kunnen kopen en die lijken op de goederen van de elite worden gemaakt door mensen die er nauwelijks voor worden betaald in fabrieken die zeer onveilig zijn, waar je ziek wordt en ongevallen aan de orde van de dag zijn. Dat wat Ezechiël verteld over Ohola en Oholiba zou ons wakker moeten schudden en ons doen afvragen waar wij ons prostitueren voor de rijken, voor de afgoden uit onze dagen. Denk zelf na, ga op onderzoek uit en leef het houden van je naaste als van jezelf ook in de aankoop van kleding en goederen.

Reacties

Psalm 102:13-29

De Psalm waarin we gisteren zijn gaan lezen heeft een gevaarlijk vervolg. We lazen gisteren dat deze Psalm een klaagpsalm is van een individuele gelovige. Er is iemand die in grote nood is komen te verkeren en zich tot God wendt met een vraag om hulp en bijstand. Wij kunnen dat ook in onze dagen goed voorstellen. Mensen worden ziek, niet voor elke ziekte is er een genezing mogelijk, mensen krijgen ongevallen en gaan dood, relaties worden verbroken, ruzies kunnen uitbreken in de beste families, je kunt werk verliezen, invalide worden en noem maar op. Er is veel rampspoed en ellende die je ongevraagd en onverwacht kan overkomen en je mag God op je blote knieën danken als dat jou tot nu toe bespaard is gebleven. Maar als het je overkomt hoedt je dan voor de goedkope clichés:  achter de wolken schijnt de zon, na regen komt zonneschijn, iedere wolk heeft een zilveren rand. Ook godsdienst kan dan zo'n goedkoop cliché worden. Geef je hart  maar aan de Here Jezus en alles zal goed komen. Laat God toe in je hart en je problemen gaan voorbij. De mensen die je dat soort clichés toeroepen maken zich er maar gemakkelijk mee af. Ze doen niks voor je, ze laten het over aan onzichtbare machten om je te troosten en te steunen.

Verdriet mag. Onmacht is menselijk. Het leven is niet altijd eerlijk. Ook het tweede gedeelte van de Psalm die we in deze dagen lezen geeft je geen garantie op geluk en genezing. Het enige dat de dichter van deze Psalm doet is om zich heen kijken. Die God tot wie hij zich heeft gewend was een steun als je door een donker dal gaat, dat donkere dal verdwijnt niet maar je eigen onmacht wordt er een beetje minder van. Genade is dus kracht die je krijgt om het leed te dragen. De dichter ziet de tegenstelling tussen de menselijke zwakheid en de Goddelijke grootheid. Als je een geliefde hebt verloren mag je dus zeer erg verdrietig zijn, God is dat ook, die roept alle mensen op om te troosten, echt te troosten, om te zorgen voor mensen die een geliefde heeft verloren, om hen te steunen en kracht te geven. "Dit is het uur" vertaalt de Nieuwe Bijbelvertaling en vroeger stond er dan "dit is het bepaalde/bestemde uur" Er hoort dus wat voor. De Naardense Bijbel vertaalt die vreemde Hebreeuwse term als "samenkomstuur". Dat klinkt als mensen die bij de bedroefden en onderdrukten zijn. Dat klinkt als een samenkomst met God. En mensen die er voor jou zijn, met jou mee gaan, zijn een troost, net als het gevoel dat er een God is die je vasthoudt een troost kan zijn.

Iedereen weet dat na verloop van tijd  alle onheil wel een keer minder wordt of soms zelfs overgaat. De tijd heelt alle wonden is het cliché dat er bij hoort. Maar die wonden kunnen lelijke littekens achterlaten. Littekens die je leven verder zullen bepalen, die handelen hinderen, die je voorzichtiger en angstiger maken in het contact met anderen. Ouders die een kind verliezen blijven soms hun hele leven huilen ergens in een hoekje van hun hart, je ziet er niks meer van maar het verdriet zit er altijd en gaat nooit meer over. De Psalmdichter heeft er weet van. Ooit was er Jeruzalem met de Tempel van de God van Israël. Daar stond niet een beeld van die God waarvoor je moest buigen. Die God trekt met je mee wie je ook bent en hoe je pad in het leven ook gaat. Maar daar werd de richtlijn bewaard waarmee iedereen op de wereld een echte samenleving in kan richten, heb je naaste lief als jezelf. Als je de warmte weet te ervaren die er van die richtlijn uit gaat weet je ook dat het niet anders kan dat ooit alle volken op de wereld hun samenleving volgens die richtlijn gaan inrichten. Dan is gedeelde smart werkelijk halve smart, breekt eindelijk de vrede aan en zullen alle tranen langzaam opdrogen. We kunnen er elke dag alvast mee beginnen, de bedroefden troosten, de hongerigen voeden, vrede stichten, ook vandaag al.

Reacties

Psalm 102:1-12

Vandaag zingen we met de kerk een klacht van een verdrukte mee. Een noodkreet als gebed tot de Allerhoogste.  Deze psalm is een van de zeven zogenaamde boetepsalmen die gezongen worden op de hoogtijdagen van het volk Israel, voor je kunt feesten moet je eerst boete weten te doen. En feest is het want het Joods nieuwjaar is rond deze tijd gevierd. Ongelukkigen die dreigen te bezwijken zijn er nog genoeg. Hun familie en hun landgenoten drongen onlangs nog het Kamergebouw binnen om hun ellende te laten horen over hun volk dat wordt afgeslacht in Syrië door mensen die alleen op deze wereld willen leven met hen die op precies dezelfde manier hun geloof onder woorden brengen. Alle anderen worden beschimpt en belasterd en uiteindelijk vermoord.

Dat het beschimpen en belasteren van mensen die anders geloven zelfs in ons parlement voorkomt moet ons niet weerhouden het gekerm van de onschuldigen tot ons door te laten dringen. Ze hebben geen ander dan God om hun noodkreten heen te richten en God heeft zijn kinderen op aarde om te laten zien wat voor God dat eigenlijk is. Maar deze psalm is een gebed van een individu, niet een psalm die door een koor wordt gezongen als vertegenwoordiger van een volk dat onder verdrukking lijdt. Dat ook het persoonlijke politiek kan zijn staat buiten discussie. Zeker in onze dagen kan elk christenmens rustig zingen dat de vijanden dan  mens weg honen, dat ze heel de dag bespot en verwenst worden. Want wie heeft nu de vijanden lief? Wie wil vrede tot elke prijs? Wie wil buurten en wijken zo ingericht zien dat mensen voor elkaar zorgen en dat vreemdelingen op dezelfde manier behandeld worden als zijzelf? Als het goed is zijn het in elk geval de Christenen die dat willen.

In de Joodse traditie wordt deze Psalm gezongen op de vastendagen. De belangrijkste daarvan is Jom Kippoer, de grote verzoendag, als de gelovige beleid dat zonder de God van Israël alleen de dood op de mens wacht en dat verzoening met God  de enige kans op leven geeft. Die verzoening is weer gerechtigheid doen, de mensen tot hun recht laten komen, weer de naaste lief hebben als  jezelf, weer de Tora uitvoeren, de samenleving inrichten zoals de Tora dat gevraagd heeft. Op zulke dagen past het niet de schuld bij een ander te leggen, dat past natuurlijk nooit want over een ander oordelen is op zich al een fout. Op zulke dagen past het nog eens extra nauwkeurig naar je eigen handelen te kijken. Wat is jouw aandeel in het lijden dat je overal om je heen ziet. Hoe komt het dat de aarde voor zoveel mensen op de wereld een onleefbaar oord is, een oord van chaos, onderdrukking en geweld. Soms moet je tot het oordeel komen dat het oordelen dat je doet over anderen die anderen uitlokt dan maar geweld te gaan gebruiken tegen jou en de groep waartoe je behoort, wie haat zaait zal haat oogsten. Soms zul je je pogingen te komen tot een wereld van eerlijk delen, van vrede en vrijheid, moeten verdubbelen en soms moet je het gewoon maar aan God overlaten. Bij die God kun je gerust komen klagen, dat helpt je soms ook.  

Reacties
Domeinregistratie en hosting via mijndomein.nl