basalk.punt.nl
Abonneren

Abonneer je nu voor nieuwe artikelen op deze website!

Laatste artikelen

Deuteronomium 8:1-6

 1 ¶  Leef alle geboden die ik u vandaag voorhoud strikt na. Dan zult u in leven blijven, in aantal toenemen en het land dat de HEER uw voorouders onder ede heeft beloofd, binnengaan en het in bezit nemen. 2  Denk aan de tocht die de HEER, uw God, u door de woestijn heeft laten maken, veertig jaar lang. Hij wilde u zijn macht laten voelen en u op de proef stellen, om te ontdekken wat er in uw hart leefde: gehoorzaamheid aan zijn geboden of niet. 3  U hébt zijn macht leren kennen: hij liet u honger lijden en gaf u toen manna te eten, voedsel dat u nooit eerder had gezien en uw voorouders evenmin. Zo maakte hij u duidelijk dat een mens niet leeft van brood alleen, maar van alles wat de mond van de HEER voortbrengt. 4  Veertig jaar lang raakten uw kleren niet versleten en zwollen uw voeten niet op. 5  Laat ieder van u dan beseffen dat de HEER, uw God, u opvoedt zoals een vader zijn kind opvoedt. 6  Leef daarom zijn geboden na door de weg te volgen die hij u wijst en door ontzag voor hem te tonen.(NBV)

 "Een mens leeft niet van brood alleen maar van alles wat de mond van de Heer voortbrengt", staat er in het stuk dat we vandaag lezen. Maar wat brengt de mond van de Heer dan wel voort? Heel vaak wordt er dan gezegd dat het iets geestelijks is. Iets dat je nauwelijks onder woorden kan brengen en dat je zeker niet kunt vastpakken. Zoiets als de wind, of het vuur dat geen vorm heeft. Maar als je kijkt waar dit gedeelte over gaat dan wordt het toch een heel stuk tastbaarder. Dit gedeelte gaat over de richting die God heeft aangegeven. Die richting laat zich onder woorden brengen in het "heb Uw naaste Lief als Uzelf", die kant moet het op met onze samenleving. Pas als je onvoorwaardelijk op elkaar weet te bouwen dan kun je de woestijn overleven. Dat bleek al bij het manna dat het volk in de woestijn vond. Als Mozes niet geweten had wat het was en dat je het zou kunnen eten dan zou het volk verhongerd zijn.

 Maar vertrouwen op iemand als Mozes lag niet voor de hand. Telkens was het volk tegen zijn leiding in opstand gekomen. Telkens ook was het voortbestaan van het volk in gevaar gebracht. Vaak waren er doden bij gevallen. Toch, na 40 jaar, op de grens van het beloofde land zijn de lessen van de woestijn duidelijk geworden. Pas als je als volk onvoorwaardelijk op elkaar kunt bouwen, alles voor elkaar over hebt en de kennis en vaardigheden van elk lid van het volk respecteert, waardeert en benut dan kun je zo’n tijd in de woestijn overleven. Dan raken je kleren niet versleten omdat er mensen zijn die weten hoe je kleren kunt maken van wol en andere dierenhuiden, dan zwellen je voeten niet op omdat er nooit verder gelopen wordt dan de zwakste leden van het volk aankunnen. Dat is de geest van de God van Israël waarin alles gedaan wordt. Laat elk mens tot zijn en haar recht komen, zorg voor de zwaksten en de minsten, de weduwe en de wees. Dat maakt het volk Israël tot een voorbeeld, tot een licht voor alle volken. Maar nu staat het volk op de drempel van het beloofde land, het land waarheen ze 40 jaar lang op weg waren geweest. Dat land was het land overvloeiende van melk en honing. In dat land zou je verwachten dat iedereen zichzelf wel zou kunnen redden. In zo’n land is er altijd voor iedereen werk en hoeft niemand armoede te lijden. Dat hoor je ook zo vaak over ons land vertellen. Al die zorg door de samenleving maakt mensen maar afhankelijk, net zo afhankelijk als het volk Israël in de woestijn van het manna was geworden. Maar juist op de drempel van het beloofde land wordt het volk Israël nog eens de Weg van de God van Israël ingescherpt. Juist in een land dat overvloeit van melk en honing heb je de kracht nodig die er uit gaat van de Weg van de God van Israël.

 Als iedereen mee mag doen, als er voor iedereen gezorgd wordt, als niemand bang hoeft te zijn voor de toekomst van zichzelf of het gezin waarvoor gezorgd moet worden, dan durft iedereen ook alles op te offeren, inclusief zichzelf, als dat nodig is om het land te verdedigen. Angst zal de samenleving in het beloofde land aantasten. De neiging om alles zelf te gaan doen, om op je eentje oplossingen te vinden voor problemen wakkert de angst alleen nog maar aan. Samen leven, samen werken en samen delen is moeilijk. Bij ons is dan ook het samen delen maar achterwege gelaten want ieder voor zich geeft de sterksten de beste kansen en daar zou iedereen beter van moeten worden. Het boek Deuteronomium bestrijdt dat. Niet de sterksten bepalen de kracht van het volk maar de zwaksten. Pas als iedereen tot zijn of haar recht is gekomen is er gerechtigheid geschied. De waarschuwing van Mozes mogen wij ons daarom ook aantrekken. Zeker nu we nadenken over delen in de toekomst. Ook bij ons zijn de zwaksten de maat voor goed of slecht. Blijf dus kijken naar hen, blijf geloven in de Weg van de God van Israël en blijf op weg naar de samenleving die ons door die God in het vooruitzicht is gesteld.

 

Reacties

Deuteronomium 7:12-26

 12 ¶  Wanneer u zich gehoorzaam houdt aan deze voorschriften zal de HEER, uw God, zich van zijn kant houden aan wat hij uw voorouders in zijn goedheid heeft beloofd. 13  Hij zal u zijn liefde betonen, u zegenen en u talrijk maken. Zijn zegen zal rusten op de vrucht van uw schoot en de vrucht van het land-koren, wijn en olie-, op de dracht van uw runderen, schapen en geiten, in het land dat hij u zal geven, zoals hij uw voorouders onder ede heeft beloofd.14  Meer dan alle andere volken zult u gezegend worden. Onvruchtbaarheid zal bij u niet voorkomen, niet onder mannen en niet onder vrouwen, en evenmin bij uw dieren.15  De HEER zal u vrijwaren voor elke ziekte, hij zal u alle kwalen die u zich uit Egypte herinnert besparen en ze voor uw vijanden bestemmen.16  Daarom moet u alle volken die hij aan u uitlevert vernietigen, zonder medelijden te tonen. Dien hun goden niet, want dat zou uw ondergang betekenen.17  Misschien denkt u bij uzelf: Die volken zijn groter dan wij, hoe zouden wij ze kunnen verslaan?18  Wees niet bang voor hen; bedenk wat de HEER, uw God, de farao en heel Egypte heeft aangedaan.19  Herinner u de grootse daden die u met eigen ogen hebt gezien, de tekenen en wonderen en uw bevrijding met sterke hand en opgeheven arm! Zo zal de HEER ook optreden tegen alle volken die u angst aanjagen.20  Daarna zal hij horzels op hen afsturen, tot iedereen die er nog over is of zich voor u schuilhoudt, zal zijn omgekomen.21  Wees dus niet bang voor hen, want de HEER, uw God, een machtige en ontzagwekkende God, is in uw midden.22  Wanneer hij die volken voor u op de vlucht drijft zal hij dat geleidelijk doen. U moet hen niet in één keer uitroeien, anders krijgt u te maken met grote aantallen roofdieren.23  De HEER zal u de overwinning schenken en paniek onder hen zaaien, tot ze zijn uitgeroeid. 24  Hij zal hun koningen aan u uitleveren en u zult het land zuiveren van alles wat aan hen herinnert; steeds verder zullen ze teruggedrongen worden, tot u ze allemaal uitgeroeid hebt.25  Hun godenbeelden moet u verbranden, zonder u het zilver en goud ervan toe te eigenen, want dat zou uw ondergang worden omdat de HEER, uw God, ze verafschuwt.26  Geef die gruwelijke beelden geen plaats in uw huizen, anders wordt u net als zij aan de vernietiging prijsgegeven. U moet er een diepe afschuw, een hartgrondige afkeer van hebben; de ban van de HEER rust erop.(NBV)

 Het verhaal zoals dat in het boek Deuteronomium wordt verteld is gehoord en gelezen, misschien zelfs ook pas opgeschreven, in de eeuwen nadat het volk het beloofde land was binnengetrokken. Van begin af aan was het niet mogelijk gebleken om de Tora van de God van Israël helemaal te volgen. Bij de verovering van Jericho was het nog wel gegaan maar toen Ai veroverd werd had de eerste roof al plaatsgevonden. Daarom was het niet gegaan met het volk zoals de bedoeling was geweest. Uiteindelijk was het zelfs uitgelopen op een ballingschap in Babel en de verwoesting van de Tempel in Jeruzalem. Toch had het volk keer op keer dit verhaal weer opnieuw gehoord, verteld, gelezen. Het zou toch kunnen dat ze door weer opnieuw te beginnen toch de belofte zouden vervullen die ze God hadden gedaan en dat die God ze vergeven zou voor alles wat ze kwaad hadden gedaan. Maar moeilijk is het. Ze werden omringt door talrijke machtige volken. Die volken hadden goede oogsten en bescherming van, zoals werd gezegd, machtige goden. In Israël moesten ze maar afwachten of ze een goede oogst zouden krijgen. Als ze een goede oogst hadden gekregen dan moesten ze maar afwachten of roversbenden niet die oogst zouden komen stelen.

 Toch beseften ze dat die goden waarvan de beelden rond de akkers waren opgericht, waarvan de altaren op de dorsvloeren werden ingericht niet de vruchtbaarheid en de bescherming konden brengen die een mens nodig heeft. Zelfgemaakte goden stelden immers niks voor. En die roversbenden konden het ene jaar wel met succes een oogst roven, het andere jaar werden ze verslagen door een machtiger leger of door een handje vol Israëlieten. Uiteindelijk had je toch altijd het meest aan goede vrienden en die krijg je door te delen, door alles te delen wat je hebt en daarbij zeker niet de minsten, de zwaksten te vergeten. Als een heel volk het eerst let op de zwaksten dan wordt er zeker op jou gelet als het je een keer niet mee zit. Je moet daarom de tegenstanders geleidelijk verdrijven. Langzaam maar zeker moet die verkeerde godsdienst verdwijnen en moeten de mensen tot de overtuiging komen dat de Weg van de God van Israël veel meer voordeel brengt, de enige godsdienst is die eigenlijk pas echt voordeel brengt. Voordeel, niet in de vorm van individuele rijkdom of macht maar voordeel omdat niemand uit de samenleving wordt uitgesloten, voordeel omdat iedereen mag meedelen en meedoen. Daarom hoef je voor die machtige volken eigenlijk ook niet bang te zijn.

 Ook in onze tijd geld dat. De ongelovigen lijken de overhand te hebben. Eigenbelang staat voorop. Dienstverleners in de samenleving worden maar al te vaak als slaven behandeld, vernielingen en geweld zijn aan de orde van de dag en in sommige kringen lijken alle andere mensen wel beschouwd te worden als voorwerpen om je eigen lusten aan te kunnen bevredigen. Mensen die het opnemen voor de zwakken in de wereld, voor de hongerigen en gevangenen worden uitgelachen. Hulpverleners die bij ongevallen te hulp schieten worden bedreigd en mishandeld. Wie een rechtvaardige behandeling van vreemdelingen vraagt loopt de kans zelf uitgestoten te worden. Maar voor gelovigen is er maar één keus, je zult je naaste liefhebben als jezelf of je zult God verlaten en voor wie kennis heeft gemaakt met de God van Israël, wie door die God is gegrepen,  is het verlaten zijn van God hetzelfde als dood gaan. We moeten dus de zaak omdraaien, we zullen mensen moeten afbrengen van het geloof in eigen kracht en ze moeten brengen tot het geloof in God, in het geloof in de naaste liefhebben als zichzelf, ook vandaag weer.

 

Reacties

Deuteronomium 7:1-11

1 ¶  Straks zal de HEER, uw God, u naar het land brengen dat u in bezit zult nemen en veel volken voor u op de vlucht jagen: de Hethieten, de Girgasieten, de Amorieten, de Kanaänieten, de Perizzieten, de Chiwwieten en de Jebusieten-zeven volken die groter en machtiger zijn dan u.2  Wanneer de HEER, uw God, u de overwinning op hen schenkt, moet u hen doden. U mag geen vredesverdrag met hen sluiten en hen niet sparen.3  Sta ook geen huwelijksverbintenissen met hen toe; sta uw dochter niet af aan een van hun zonen en zoek bij hen geen vrouw voor uw eigen zoon. 4  Want zij zouden uw kinderen ertoe verleiden de HEER ontrouw te worden en andere goden te dienen. Daarmee zou u zijn toorn over u afroepen en dat zou u meteen met de dood moeten bekopen.  5  Nee, dít staat u te doen: u moet hun altaren slopen en hun gewijde stenen verbrijzelen, hun Asjerapalen omhakken en hun godenbeelden verbranden. 6  Want u bent een volk dat aan de HEER, uw God, is gewijd. U bent door hem uitgekozen om, anders dan alle andere volken op aarde, zijn kostbaar bezit te zijn. 7  Het is niet omdat u talrijker was dan de andere volken dat hij u lief kreeg en uitkoos-u was het kleinste van allemaal! 8  Maar omdat hij u liefhad en zich wilde houden aan wat hij uw voorouders onder ede had beloofd, heeft de HEER u met sterke hand bevrijd uit de slavernij, uit de macht van de farao, de koning van Egypte.9  Besef dus goed: alleen de HEER, uw God, is God en hij houdt woord; hij komt zijn beloften na en is trouw aan ieder die hem liefheeft en die doet wat hij gebiedt, tot in het duizendste geslacht. 10  Maar ieder die hem haat zal daarvoor boeten met zijn leven; de HEER zal hem niet laten begaan, hij laat hem persoonlijk boeten.11  Neem daarom de geboden, wetten en regels die ik u vandaag voorhoud zorgvuldig in acht.(NBV)

Een harde tekst, zeker in de vertaling die we hier lezen, de Nieuwe Bijbelvertaling. In de oudere vertalingen, maar ook in de Naardense Bijbel, wordt gesproken over het verbannen van de overwonnen volken, niet over het doden. In een aantekening bij de nieuwste Willibrordusvertaling vinden we dat er eigenlijk staat dat die volken aan de “vernietiging gewijd” moeten worden en dat dat betekent dat ze aan het gewone gebruik moeten worden onttrokken. Als we ons dat bedenken bij het lezen van deze passage wordt ook de nadruk op het vernietigen van de godsdienst en het benadrukken van de eigen godsdienst van Israël duidelijk. Volken werden en worden immers gekend naar hun godsdienst. Er zijn christelijke, joodse, moslim staten en staten die nog andere godsdiensten aanhangen. Wij leven in een staat die het zonder God doet als staat, scheiding van kerk en samenleving heet dat.

 Het voordeel bij ons is dat gelovigen in de God van Israël en in Jezus van Nazareth onafhankelijk van wie dan ook kunnen blijven wijzen op het falen van de staat als het gaat om de zorg voor de minsten en de armsten in de wereld. Maar het volk Israël staat in dit gedeelte van de Bijbel op de drempel van een nieuw land, een land waar voor iedereen genoeg is en waar de richtlijnen van de God van Israël, de Tora, de samenleving zouden moeten gaan bepalen. Vruchtbaarheid komt daarbij van de natuur en niet van de een of andere god. Welvaart is in die richtlijnen hetzelfde als welzijn van iedereen die in dat land leeft en dat kan alleen als er ook met iedereen gedeeld wordt. Daarvoor is nodig dat ook de laatste spoortjes van de heidense culturen worden verwijderd uit het land. Je kunt nu eenmaal niet net doen of jij een vruchtbaarheidsgod beter dient en beter offert dan je buurman en tegelijk alles over hebben voor je naaste die juist een misoogst of een ramp is overkomen. In de zorg voor de minsten en de armen, voor de weduwen en de wees, botsen de godsdiensten, is er eigenlijk een voortdurende oorlog met andere godsdiensten. De God van Israël bevoordeeld niet de rijken boven de armen. Wie beter geloofd dan een ander krijgt niet meer maar kan meer delen.

 De God van Israël is altijd met de armen en zolang er armen zijn in de samenleving behoren er geen rijken te zijn die alles voor zichzelf houden. In die strijd tussen godsdiensten klinken de harde woorden uit het Bijbelgedeelte van vandaag. En dan is het even schrikken. Want in een samenleving waarin het eigendom heilig wordt verklaard en mensen met hun eigendom kunnen doen wat ze willen zonder dat eigendom in dienst van die samenleving te hoeven stellen zien we ineens een andere godsdienst opdoemen dan de godsdienst die in de Bijbel wordt voorgeschreven. Gelovigen in de Bijbel stellen immers alles wat ze hebben bijna per definitie in dienst van de ander en willen elkaar daar ook op aanspreken. Ze doen dit niet omdat het hen beter maakt, of omdat ze er zich op voor kunnen laten staan, maar omdat het nodig is in een samenleving waarin bezit ongelijk is verdeeld. Bezit hebben we om daarmee de naam van God groot te maken heette het vroeger wel. Daarmee werd bedoeld dat hoe meer mensen mee konden delen van dat bezit hoe groter de naam van God werd geprezen. Juist in de Heidense godsdiensten van Asjeerapalen en bijbehorende altaren ging het er om meer te bezitten en meer te krijgen dan de ander. Het geloof in de God van Israël staat daar diametraal tegenover, daar gaat het er om de ander recht te doen. Ook vandaag, ook in onze samenleving.

Reacties

Deuteronomium 6:4-25

 4 ¶  Luister, Israël: de HEER, onze God, de HEER is de enige! 5  Heb daarom de HEER, uw God, lief met hart en ziel en met inzet van al uw krachten. 6  Houd de geboden die ik u vandaag opleg steeds in gedachten. 7  Prent ze uw kinderen in en spreek er steeds over, thuis en onderweg, als u naar bed gaat en als u opstaat. 8  Draag ze als een teken om uw arm en als een band op uw voorhoofd. 9  Schrijf ze op de deurposten van uw huis en op de poorten van de stad. 10  Straks brengt de HEER, uw God, u naar het land dat hij u zal geven, zoals hij uw voorouders Abraham, Isaak en Jakob onder ede heeft beloofd. U krijgt daar grote, mooie steden, die u niet zelf hebt gebouwd, 11  huizen vol voorraden, die u niet hebt aangelegd, regenputten, die u niet hebt uitgehouwen, en wijnstokken en olijfbomen, die u niet hebt geplant. Als u daar in overvloed leeft, 12  zorg er dan voor dat u de HEER niet vergeet, die u uit de slavernij in Egypte heeft bevrijd. 13  Heb alleen ontzag voor de HEER, uw God, dien hem en zweer alleen bij zijn naam. 14  Laat u niet in met de goden van de omringende volken; 15  u zou daarmee de toorn van de HEER over u afroepen en hij zou u van de aardbodem wegvagen. Want de HEER, uw God, die in uw midden is, duldt geen andere goden naast zich.16  Stel hem niet op de proef, zoals u bij Massa deed.17 ¶  Leef de geboden, de bepalingen en de wetten die de HEER, uw God, u heeft voorgehouden, zorgvuldig na 18  en doe wat goed is in zijn ogen. Dan zal het u goed gaan en kunt u het goede land in bezit nemen dat hij uw voorouders onder ede heeft toegezegd. 19  Al uw vijanden zal hij voor u op de vlucht drijven, zoals hij heeft beloofd. 20  Wanneer uw kinderen u later vragen: ‘Wat betekenen al die bepalingen en wetten en regels die de HEER, onze God, u heeft voorgehouden?’21  geef dan dit antwoord: ‘Wij waren in Egypte slaven van de farao, maar met sterke hand heeft de HEER ons uit Egypte bevrijd. 22  Wij zagen met eigen ogen hoe hij tekenen en indrukwekkende wonderen deed, die groot onheil brachten over de Egyptenaren, de farao en zijn hof. 23  Maar ons leidde hij weg uit Egypte, om ons hierheen te brengen en ons het land te geven dat hij onze voorouders onder ede had beloofd. 24  Daarom gebood de HEER, onze God, ons al deze wetten na te komen en ontzag voor hem te tonen. Dan zou het ons goed gaan en zou hij ons leven sparen, zoals hij tot nu toe heeft gedaan. 25  Als wij voor het oog van de HEER, onze God, deze geboden altijd naleven, zoals hij ons heeft opgedragen, zal het ons ten goede worden aangerekend.’(NBV)

Heel het boek Deuteronomium is gecomponeerd als een toespraak van Mozes vlak voor het volk het beloofde land binnentrekt. Mozes zelf zal daar niet bij zijn maar geeft een nog een aantal laatste raadgevingen mee voor het leven in het nieuwe land. In dit gedeelte wordt nog het meest uitdrukkelijk naar voren gewezen. De overvloed waarin het volk zal gaan leven heeft het niet aan zichzelf te danken. Het was een volk van slaven, gevlucht uit Egypte en in het land gekomen na een lange, zeer lange, tocht door de woestijn. Het is een waarschuwing die wij ons ook wel eens ter harte mogen nemen. Nu de welvaart en de rijkdom vernieuwd moet worden, nu het delen met anderen zo hier en daar in de wereld ook vrucht afwerpt, nu lijken we te vergeten dat we die rijkdom niet aan onszelf te danken hebben maar dat we die hebben gekregen van de generaties voor ons, generaties die met vallen en opstaan, met strijd soms, de Weg probeerden te volgen van Jezus van Nazareth en zich zijn oproep om de naaste lief te hebben als zichzelf eigen probeerden te maken.

Het verhaal van de geschiedenis van onze rijkdom laat zich vertellen zoals Mozes hier het verhaal van het bereiken van het beloofde land vertelt. Centraal staat de oproep van Mozes om in dat nieuwe land niet de goden van omringende volken na te lopen. Bij ons heten het geen goden van omringende volken maar economische theorieën van de geleerden van de rijken. De goden van markteconomie, de goden van winst en profijt, de goden van goud en beloften. Waarom mogen banken en financiële instellingen niet van ons allemaal zijn? Dat we de rijkdom ook nog zouden moeten willen delen met de armsten in de wereld raakt bijna geheel achter de horizon van het hedendaagse herstelbeleid. We horen nog wel over de klimaatcrisis omdat we daar direct zelf last van hebben, maar de voedselcrisis in de wereld is geen letter in een krant of een minuut op tv meer waard. Juist in een land vol rijkdom en welvaart zou de God van Israël extra centraal moeten staan, daar waar gedeeld wordt met de armsten worden ook de vijanden verjaagd, ook in onze dagen. Daarom zullen we ook vandaag de waarschuwingen van Mozes ter harte moeten nemen.

 Het gedeelte dat we vandaag lezen zou gemakkelijk tot misverstanden kunnen leiden. Zoals de Nieuwe Bijbelvertaling het stuk vertaalt zou je de indruk kunnen krijgen dat er sprake is van een soort van voor wat hoort wat. Als wij nu maar die wetten houden dan krijgen we daarvoor in ruil dat het goed gaat. Maar het sleutelwoord in dit Bijbelgedeelte is het leven. In de Nieuwe Bijbelvertaling staat “zou hij ons het leven sparen”, vanaf de Statenvertaling werd vertaald: “om ons in het leven te behouden”. Ook in die vertaalkeuzes wordt de indruk van een voor wat hoort wat gewekt. Als wij die geboden niet houden dan zal God ons doden. De Naardense Bijbel vertaalt het Hebreeuws wat nauwkeuriger en daar staat: “om ons te doen leven” en dat geeft de bedoeling van dit Bijbelstuk beter weer. Als onze kinderen vragen waarom we niet in de eerste plaats voor onszelf zouden moeten zorgen maar onze naaste lief moeten hebben als onszelf dan is het antwoord dat we daardoor meer gaan leven. Niet God brengt, als een soort wraak, de dood als we de geboden niet houden, maar het niet houden van de geboden is in zichzelf een dodelijke en dodende zaak. We lezen niet voor niets over de uittocht uit de slavernij en de tocht door de woestijn. Beide situaties waren levensbedreigend. Zonder de bevrijding en zonder de Tora die daar werd ontdekt zou het volk zijn uitgestorven. Pas als de mensen onvoorwaardelijk op elkaar kunnen rekenen en bereid zijn alles wat ze hebben met elkaar te delen dan pas is overleven en is echt leven mogelijk. Daarom is onze keuze elke dag opnieuw voor het leven, ook vandaag weer.

Reacties

Deuteronomium 5:22-6:3

 22  De HEER heeft deze woorden-deze, en niet meer-tot u gesproken toen u daar bijeen was. Met een geweldig stemgeluid kondigde hij op de berg zijn geboden af, vanuit vuur en dreigende, donkere wolken, en hij schreef ze op twee stenen platen en gaf die aan mij. 23 ¶  Toen u die stem had gehoord vanuit de duisternis, terwijl de berg in vuur en vlam stond, zijn uw stamhoofden en oudsten bij mij gekomen 24  met de woorden: ‘Zojuist heeft de HEER, onze God, ons zijn luister en zijn grootheid laten zien en hebben we zijn stem uit het vuur gehoord. We hebben vandaag ondervonden dat God met mensen spreekt zonder dat het hun het leven hoeft te kosten. 25  Maar moeten we ons leven nu opnieuw op het spel zetten? Dit enorme vuur zal ons levend verbranden! Als we de stem van de HEER, onze God, nogmaals horen, zullen we zeker sterven. 26  Want er is toch geen mens die net als wij de stem van de levende God vanuit het vuur heeft horen spreken en het heeft kunnen navertellen? 27  Kunt u niet gaan om te horen wat de HEER zeggen wil? Als u zijn woorden dan aan ons overbrengt, zullen wij luisteren en ernaar handelen.’ 28  Toen de HEER hoorde wat u me vroeg, zei hij tegen mij: ‘Ik heb gehoord wat het volk tegen je zei; ze hebben goed gesproken. 29  Hadden ze altijd maar zo’n verlangen om mij te vereren en mijn geboden na te leven; voor eeuwig zou het hun en hun kinderen goed gaan.’ 30  En hij vervolgde: ‘Stuur hen nu maar terug naar hun tenten. 31  Maar jij moet hier blijven, bij mij, dan zal ik jou alle geboden, wetten en regels bekendmaken die je hun moet leren en die zij moeten naleven in het land dat ik hun in bezit zal geven.’ 32  Het is nu aan u om ze in acht te nemen, zoals de HEER, uw God, u heeft opgedragen; wijk er op geen enkele manier van af.33  Volg steeds de weg die hij u heeft gewezen, dan zult u in leven blijven en er wél bij varen en lang mogen wonen in het land dat u in bezit krijgt. 1 ¶  Dit zijn de geboden, wetten en regels die ik u in opdracht van de HEER, uw God, moet leren en die u moet naleven in het land aan de overkant, dat u in bezit zult nemen. 2  U moet voor de HEER, uw God, ontzag tonen door u te houden aan zijn wetten en geboden, zoals ik die nu aan u geef; dat geldt voor u, zolang u leeft, en voor uw kinderen en uw kleinkinderen. Dan zult u met een lang leven gezegend worden. 3  Luister dus, Israël, en neem ze nauwlettend in acht. Dan zal het u goed gaan in het land dat overvloeit van melk en honing, en zult u sterk in aantal toenemen, zoals de HEER, de God van uw voorouders, u heeft toegezegd.(NBV)

Waarom staan die tien geboden eigenlijk op stenen tafelen? Zijn ze zo hard en onveranderlijk? Of is er een andere reden? Die stenen tafelen hebben altijd een diepe indruk gemaakt. De tien geboden zijn daardoor in de geschiedenis apart komen te staan van de overige geboden. Dat is niet helemaal terecht. Ze zijn een zekere samenvatting en uitwerking van de hoofdregel dat je je naaste lief moet hebben als jezelf. Waarom ze op stenen tafelen terecht zijn gekomen wordt in dit Bijbelgedeelte nog eens uitgelegd.
God had ze in de woestijn immers zelf aan het volk meegedeeld. In onweer, vuur en storm hadden die geboden geklonken. Maar het volk was er bang door geworden, bang dat het iets verkeerd zou kunnen hebben begrepen. Dit klonk allemaal zo eenvoudig, terwijl het toch zo goddelijk was dat er meer nodig was dan een stem van de berg. De oudsten zijn daarop bij Mozes gekomen en hebben gevraagd of hij de tolk van God wilde zijn.

 De God van Israël kan dan wel direct spreken tot mensen zonder dat mensen hoeven sterven maar angstig blijft het. De Godsdienst van Israël heeft in zijn meest eenvoudige vorm dan ook geen Priesters nodig, ook een Tabernakel was in het begin niet nodig. Het bijzondere begint met een verzoek van het volk zelf aan Mozes om God afstand te laten maken en hem als tolk te laten optreden. En daar komen de stenen platen vandaan. Niemand kan meer om die eenvoudige regels van niet moorden, niet stelen en mensen niet als object beschouwen heen. Er is één God, daar maak je geen beeld van en die gebruik je niet om je eigen zaken te rechtvaardigen. Die God heeft het volk uit de slavernij gered en die afkomst mogen ze nooit vergeten. Ze mogen het mee sjouwen door de woestijn. Bij elke stap die ze zetten gaan die regels met ze mee. Na de tijd van Jezus van Nazareth zal Paulus schrijven aan zijn gemeente dat hij hoopt dat de Wet niet meer op stenen platen in de Tempel in Jeruzalem geschreven zal staan maar in de harten van de gelovigen.

 De spelregels die het volk in de Woestijn had gehoord, had ontdekt en had meegekregen, waren dan ook  een bevrijding. Veel later in Babel zouden ze ook stenen ontdekken met Wetten er op voor het volk van Babel. Dat waren hoge zuilen die dicht beschreven waren met voorschriften. Israël had het daar iets gemakkelijker mee. Zij hadden een eenvoudige stel regels die op stenen stonden. Die stenen hoefden ze niet meer te zien omdat hun priesters ze de regels wel konden vertellen. Want dan kon gelijk verteld worden hoe in de actuele situatie de samenleving zou moeten worden ingericht. Die Wet is niet als een grenspaal die langs de weg de grens van het gedrag markeerd, maar die Wet wordt ook hier omschreven als een Weg die God heeft gewezen. Toen voor de geboorte van Jezus van Nazareth de Hebreeuwse Bijbel werd vertaald in het Grieks maakte men de vergissing om het begrip Tora niet met onderwijzing maar met Weg te vertalen. Die onderwijzing leert je de juiste weg te gaan. Een Weg die leidt naar een ideale samenleving, het land overvloeiende van melk en honing, het land dat je in bezit krijgt. Daarom markeert die Tora uit de Woestijn ook eeuwen later de Weg die we moeten gaan, omdat nog steeds niet voor iedereen op de wereld die samenleving, dat land van belofte, is bereikt. Ook vandaag dus op Weg.

 

Reacties

Deuteronomium 5:5b-21

Dit zei de HEER: 6 ¶  ‘Ik ben de HEER, uw God, die u uit Egypte, uit de slavernij, heeft bevrijd. 7  Vereer naast mij geen andere goden. 8  Maak geen godenbeelden, geen enkele afbeelding van iets dat in de hemel hier boven is of van iets beneden op de aarde of in het water onder de aarde. 9  Kniel voor zulke beelden niet neer, vereer ze niet, want ik, de HEER, uw God, duld geen andere goden naast mij. Voor de schuld van de ouders laat ik de kinderen boeten, en ook het derde geslacht en het vierde, wanneer ze mij haten; 10  maar als ze mij liefhebben en doen wat ik gebied, bewijs ik hun mijn liefde tot in het duizendste geslacht. 11  Misbruik de naam van de HEER, uw God, niet, want wie zijn naam misbruikt laat hij niet vrijuit gaan. 12  Neem de sabbat in acht, zoals de HEER, uw God, u heeft geboden; het is een heilige dag. 13  Zes dagen lang kunt u werken en al uw arbeid verrichten, 14  maar de zevende dag is een rustdag, die gewijd is aan de HEER, uw God; dan mag u niet werken. Dat geldt voor u, voor uw zonen en dochters, voor uw slaven en slavinnen, voor uw runderen, uw ezels en al uw andere dieren, en ook voor vreemdelingen die bij u in de stad wonen; want uw slaaf en slavin moeten evengoed rusten als u. 15  Bedenk dat u zelf slaaf was in Egypte totdat de HEER, uw God, u met sterke hand en opgeheven arm bevrijdde. Daarom heeft hij u opgedragen de sabbat te houden. 16  Toon eerbied voor uw vader en uw moeder, zoals de HEER, uw God, u heeft geboden. Dan wordt u gezegend met een lang leven en met voorspoed in het land dat de HEER, uw God, u geven zal. 17  Pleeg geen moord. 18  Pleeg geen overspel. 19  Steel niet. 20  Leg over een ander geen vals getuigenis af.21  Zet uw zinnen niet op de vrouw van een ander, en laat evenmin uw oog vallen op zijn huis, of op zijn akker, zijn slaaf, zijn slavin, zijn rund of zijn ezel, of wat hem ook maar toebehoort.’ (NBV)

Wetten beperken mensen. Veel mensen in ons land zijn tegen de regels die in onze overheid democratisch zijn afgesproken om onze ingewikkelde samenleving zo eerlijk en rechtvaardig mogelijk in stand te houden. Die regels knellen vaak. Nu knellen ze vaak ook meer voor mensen die alles wel voor zichtzelf willen hebben en alleen voor zichzelf lijken te leven dan voor mensen die bereid zijn alles te delen wat ze bezitten. Maar als je het over wetten en regels hebt dan praat je bijna direct mee over knellen en inperken van menselijke vrijheid. In de Bijbel gaat het ergens anders om. Vlak voor het volk Israël het beloofde land, het land overvloeiende van melk en honing, binnentrekt, herinnert Mozes het volk nog eens aan de regels die ze met hun God hebben afgesproken toen ze in het hart van de woestijn waren. Een deel van het land hadden ze nu veroverd op de Amorieten. Tijd om de laatste stap te zetten, de woestijn uit het vruchtbare land in.

Tijd om je de spelregels, de richtlijnen,  voor een goed leven nog eens in herinnering te brengen. Ze staan ook in het boek Exodus maar hier staan ze nog eens op een iets andere manier geformuleerd. Het gaat dus niet om het soort juridisch zorgvuldig bij elkaar gezochte formuleringen waaraan elk gedrag op dezelfde manier getoetst kan worden. Het gaat dus niet om het soort wetten die in dikke wetboeken zijn gevat en waarmee onze rechters zich mee bezig houden. Het gaat om de spelregels voor een goed leven. Het gaat dus om spelregels van bevrijding. Het volk wordt bevrijdt van de last te overleven in de woestijn, het volk werd bevrijdt van de slavernij om met en door deze wetten te kunnen genieten van de vrijheid in het beloofde land. Het begint dan ook met de bevrijding van het volk uit de slavernij in Egypte. En aan die bevrijding zijn geen andere goden te pas gekomen. Alleen de God van Israël trok met de slaven mee door de woestijn nadat hij ze had bevrijdt uit de slavernij.

Alleen de God van Israël zorgde voor de levensleer waarmee het volk de vrijheid kon genieten in het beloofde land. Als je je heil zoekt bij andere goden en goden met je eigen handen denkt te kunnen maken dan oogst je onheil, dan vergaat het je slecht. De gevolgen daarvan zullen ook je kinderen, je kleinkinderen en je achterkleinkinderen ondervinden. De hoofdregels waarmee hier begonnen zijn kun je ook niet lezen los van de rest van de geschiedenis. Want als je het land verliest dat voor jouw familie is bestemd en waardoor je onafhankelijk bent krijgen je nazaten dat land pas na vijftig jaar weer terug zodat de familie weer opnieuw kan beginnen met het land dat God heeft gegeven en dat je bevrijd heeft van de slavernij. Wie in onze dagen het leven heeft ingericht op het houden van je naaste als van jezelf herkent die bevrijding, daarin verdwijnt zelfs de angst voor de dood en wordt je bevrijdt van het slavenbestaan van altijd maar meer en beter. Daarin begint het leven pas, ook vandaag weer.

 

Reacties

Deuteronomium 4:44-5:5a

44  Dit is het onderricht dat Mozes de Israëlieten heeft gegeven. 45  Hier volgen de bepalingen, wetten en regels die Mozes ten overstaan van de Israëlieten heeft afgekondigd nadat ze uit Egypte weggetrokken waren. 46  Dat gebeurde aan de overkant van de Jordaan, in het dal tegenover Bet-Peor, in het land dat had toebehoord aan Sichon, de koning van de Amorieten, die in Chesbon zetelde en die evenals koning Og van Basan door Mozes en de Israëlieten op hun tocht uit Egypte verslagen werd, 47  waarbij het hele gebied van deze twee Amoritische koningen ten oosten van de Jordaan door hen in bezit werd genomen, 48  vanaf Aroër op de rand van het Arnondal tot aan de Sionberg, ofwel de Hermon, 49  met de hele vallei aan de oostkant van de Jordaan tot waar de rotskloven van de Pisga in de Dode Zee afdalen. 1 ¶  Mozes riep het hele volk van Israël bijeen en sprak het als volgt toe: Luister, Israël, naar de wetten en de regels die ik u vandaag bekendmaak. Maak ze u eigen en leef ze strikt na.2  De HEER, onze God, heeft bij de Horeb een verbond met ons gesloten. 3  Niet met onze voorouders heeft hij dit verbond gesloten, maar met ons, zoals wij hier nu levend en wel bij elkaar zijn. 4  De HEER heeft zich daar vanuit het vuur rechtstreeks tot u gericht. 5  Ik stond toen tussen hem en u in om zijn woorden aan u door te geven, want u was bang voor het vuur en durfde de berg niet op. (NBV)

 We spreken in de Kerk graag over de Wetten van Mozes. Als we de wetten kennen dan weten we wat we verkeerd hebben gedaan. Maar de eerste boeken van de Bijbel zijn geen wetten. Hier, al vrij in het begin van het boek Deuteronomium staat het al duidelijk. Het gaat om een onderricht. Er wordt het volk iets aangeleerd en sinds Jezus van Nazareth mogen wij mee studeren in het onderricht dat de God van Israël heeft gegeven en dat door Mozes een samenhang en een praktische betekenis heeft gekregen. Het is namelijk een onderricht hoe je een menselijke samenleving kunt inrichten. En als we om ons heen kijken dan moeten we daarn nog heel erg veel over leren. Wij zetten gezinnen op straat die hierheen gevlucht zijn voor armoede, geweld, onderdrukking, vervolging soms zelfs om hun etnische afkomst of levensovertuiging. Wij nemen deel aan oorlogen waar mensen ook aan sterven door de bommen die we gooien.

Mozes en zijn volk hadden ook moeten vechten om bij dat beloofde land te komen. Ze hadden moeten vechten tegen volken die hen niet wilden laten passeren, zoals de Amorieten en het volk van Basan onder koning Og. Ze waren het volk Israël in de rug aangevallen en hadden het voorzien op de rijkdom die het volk bij de bevrijding uit Egypte had meegenomen. Maar het meest hadden ze nog moeten vechten tegen zichzelf. Het volk dat aan de oever van de Jordaan stond te wachten om het beloofde land binnen te gaan was de tweede  generatie. Geen van hen had het meegemaakt dat Mozes het volk uit de slavernij in Egypte had geleid. Als kinderen en jonge mensen hadden ze wel de ontdekking bij de Horeb meegemaakt. Daar was in donder en bliksem, in vuur op de berg, de God verschenen die Mozes naar Egypte had gestuurd om zijn volk te bevrijden. Ze hadden die God als soeverein over hun volk erkent en een bijbehorend verdrag gesloten. De regels van dat verdrag, vroeger noemden we dat een verbond, die moesten nog eens in herinnering gebracht worden, moesten nog eens onderwezen worden voor het beloofde land binnengegaan kon worden.

 Dat het opnieuw beleven nodig is komt omdat niemand de slavernij had meegemaakt. Ook Mozes zal het beloofde land niet binnengaan. Ook hij was er niet in geslaagd om in vrede het volk te leiden zoals God hem had opgedragen. In woede had hij op de rotsen geslagen toen het volk weer eens klaagde over een gebrek aan water. Het water hoorde niet te komen door de woede van Mozes maar door de goedgunstigheid van de God van Israël. Het eerste dat we dus leren van zelfs dit gedeelte dat alles wat we hebben, alles wat we kregen, alles wat we nog zullen verdienen, ons is toegevallen uit de hand van een God die ons liefheeft. Als we wat verliezen, zelfs als we geliefden verliezen, dan is het die God die het teruggenomen heeft. Dat verbond heeft die God dan ook niet alleen gesloten met een volk dat heel lang geleden door een verre en dorre woestijn sjouwde maar volgens de Christelijke Bijbel, heeft die God dat verbond gesloten met iedereen op de wereld die wil geloven dat er een einde kan komen aan dood en ellende. Jezus van Nazareth heeft ons dat geleerd. Daarom heet die Christelijke Bijbel het nieuwe Testament. Ten onrechte noemen we die Hebreeuwse Bijbel waar het verhaal van Mozes in staat het Oude Testament, beter was om te spreken van het oorspronkelijke Testament. Daar moeten we ons richten, daar staan ook nu de spelregels in waarmee ook wij een menselijke samenleving kunnen inrichten. Elke dag opnieuw kunnen we daarmee beginnen, ook vandaag weer.

Reacties

Efeziërs 5:3-20

 3 ¶  Laat er bij u geen sprake zijn van ontucht of zedeloosheid, of van hebzucht-deze dingen horen niet bij heiligen. 4  Ook dubbelzinnige, oppervlakkige en platvloerse taal is ongepast-spreek liever woorden van dank. 5  Want u moet goed weten dat iemand die in ontucht leeft, zedeloos of hebzuchtig is-dat is allemaal afgoderij-geen deel kan hebben aan het koninkrijk van Christus en van God. 6  Laat u door niemand met loze woorden misleiden, want wie God ongehoorzaam is, wordt getroffen door zijn toorn. 7  Gedraag u dus niet zoals zij, 8  want eens was u duisternis maar nu bent u licht, door uw bestaan in de Heer. Ga de weg van de kinderen van het licht. 9  Het licht brengt goedheid voort en gerechtigheid en waarheid. 10  Onderzoek wat de wil van de Heer is. 11  Neem geen deel aan de vruchteloze praktijken van de duisternis maar ontmasker die juist, 12  want wat daar in het verborgene gebeurt, is te schandelijk voor woorden. 13  Maar alles wat door het licht ontmaskerd wordt, wordt openbaar, 14  en alles wat openbaar wordt, is zelf licht. Daarom staat er: ‘Ontwaak uit uw slaap, sta op uit de dood, en Christus zal over u stralen.’ 15  Let dus goed op welke weg u bewandelt, gedraag u niet als dwazen maar als verstandige mensen. 16  Gebruik uw dagen goed, want we leven in een slechte tijd. 17  Wees niet onverstandig, maar probeer te begrijpen wat de Heer wil. 18  Bedrink u niet, want dat leidt tot uitspattingen, maar laat de Geest u vervullen 19  en zing met elkaar psalmen, hymnen en liederen die de Geest u ingeeft. Zing en jubel met heel uw hart voor de Heer 20  en dank God, die uw Vader is, altijd voor alles in de naam van onze Heer Jezus Christus. (NBV)

Als je zomaar dit gedeelte uit de brief van Paulus leest dan zul je ongemerkt wensen dat het eens waar zou kunnen zijn. Natuurlijk, oppervlakkige en platvoerse taal kan onder omstandigheden leuk lijken maar wie van andere mensen houdt weet dat het eigenlijk alleen vervelend is. Echte humor is opbouwend, kan een spiegel voorhouden en brengt de waarheid aan het licht. En over het licht gaat het ook in dit stuk. Het licht brengt goedheid voort en gerechtigheid en waarheid zegt Paulus. En dan gaat het om wat wij tegenwoordig transparantie noemen. Doorzichtigheid. Waarom neemt men die beslissing over jou die zo onrechtvaardig aanvoelt? Waarom is de situatie van die vreemdeling geen schrijnend geval? Waarom is het ene kind van vreemde afkomst wel ingeburgerd en het andere hier geboren kind niet? Onze Raad van State heeft bijvoorbeeld over de toepassing van het criterium schrijnend vastgesteld dat dat nagemeten moet kunnen worden.

Het moet duidelijk zijn voor iedereen wanneer iets wel of iets niet schrijnend is en dat een minister of staatssecretaris niet naar willekeur of eigen smaak moet kunnen handelen maar op grond van objectieve rechtsregels moet handelen. Die transparantie, dat in het licht houden van beslissingen is dus wat Paulus hier bedoeld. Meewerken aan onrechtvaardige praktijken noemt Paulus in één adem goddeloos. Paulus roept ons ook op  klokkenluiders te zijn. Mensen die kennis hebben van onrechtvaardige praktijken en die naar buiten brengen, aan het licht brengen, ontmaskeren dus, zijn mensen die hun zogenaamde Christenplicht vervullen. In onze samenleving moeten we ook zo veel jaar na de brief van Paulus nog leren om klokkenluiders serieus te nemen en te beschermen tegen de gevolgen.

 Dus als we zelf geen onrechtvaardige situaties kennen die aan het licht moeten worden gebracht kunnen we in elk geval bondgenoten worden van klokkenluiders. Als iemand iets aan het licht brengt de samenleving vragen om die persoon te belonen en in bescherming te nemen, via ingezonden brieven in kranten en druk op het parlement. Daarom is ook de onafhankelijke pers die bronnen kan beschermen zo belangrijk. Die pers is een instrument dat wij hebben om antwoord te geven op de oproep van Paulus de vruchteloze praktijken van de duisternis aan het licht te brengen. Troost moet het ons wel geven te weten dat we nog steeds in een slechte tijd leven en dat drank geen oplossing biedt. Niet in de tijd van Paulus en niet vandaag de dag. Genoeg om weer aan te kunnen werken vandaag. En zing gerust onder het werk.

Reacties

Efeziërs 4:25-5:2

25  Leg daarom de leugen af en spreek de waarheid tegen elkaar, want wij zijn elkaars ledematen. 26  Als u boos wordt, zondig dan niet: laat de zon niet ondergaan over uw boosheid, 27  geef de duivel geen kans.28  Laat wie steelt niet meer stelen, maar eerlijk de kost verdienen door zelf hard te werken om iets weg te kunnen geven aan wie het nodig heeft. 29  Laat geen vuile taal over uw lippen komen, maar alleen goede en waar nodig opbouwende woorden, die goed doen aan wie ze hoort. 30  Maak Gods heilige Geest niet bedroefd, want hij is het stempel waarmee u gemerkt bent voor de dag van de verlossing.31  Laat alle wrok en drift en boosheid varen, alle geschreeuw en gevloek, en alle kwaadaardigheid. 32  Wees goed voor elkaar en vol medeleven; vergeef elkaar zoals God u in Christus vergeven heeft. 1 ¶  Volg dus het voorbeeld van God, als kinderen die hij liefheeft , 2  en ga de weg van de liefde, zoals Christus, die ons heeft liefgehad en zich voor ons gegeven heeft als offer, als een geurige gave voor God. (NBV)

 Was het maar zo eenvoudig, niet meer liegen, niet meer stelen, niet meer boos worden, maar goed zijn voor elkaar en vol medeleven. Paulus roept op om het voortaan anders te gaan doen, maar velen zullen zeggen dat Paulus wel erg kort door de bocht is. Let op, Paulus schrijft aan de gemeente in Efeze, nu ja aan elke gemeente van Christenen. Die zijn dus al een nieuwe weg in hun leven ingeslagen, de weg van de liefde. En dan gaat het er alleen nog om op te bouwen en niet af te breken en te veroordelen. Dan gaat het om vergeven. Niet dat vergeven van zand er over en we vergeten het maar het vergeven van samen gaan we er voorzorgen dat het niet meer kan gebeuren. Zo schreef de Protestantse Kerk in Nederland al een paar keer brieven aan de regering en met name aan staatssecretaris Teeven over onze broeders en zusters die naar ons land zijn gevlucht. In plaats van hen te straffen, in de gevangenis te stoppen of de straat op te sturen zou je ze beter aan een goede toekomst kunnen helpen, misschien niet in Nederland, maar als je ze helpt scheelt het hen en ons een heleboel ellende.

 Zo is Kerk-in-actie, de sociale organisatie van de PKN, alvast begonnen de kerkleden op te roepen groene stroom te gaan gebruiken. Want het opmaken van fossiele brandstoffen zonder voor vervanging te zorgen zal de kloof tussen arm en rijk alleen maar vergroten, wij helpen nu al de armen in de wereld door ons eigen leven en onze eigen energieconsumptie ander in te richten.  Maar er is meer nodig. Economische rechtvaardigheid ook op internationaal nivo om maar eens wat te noemen. Er is nu eenmaal een verband tussen onze rijkdom en overconsumptie en de armoede en het lijden in de zuidelijke landen. Europeese exportsubsidies en importtarieven moeten daarom zo snel mogelijk worden afgeschaft. Mensen die de grondstoffen produceren waar wij van genieten verdienen een even goed loon als wij krijgen. Om het milieu te sparen zijn ook maatregelen nodig die de rijken treffen, Opbouwende woorden zijn het, in de geest van Paulus en de Messiaanse beweging waar hij mensen warm voor liet lopen. Oproepen tot vrede en gerechtigheid, overal in de wereld.

 In die beweging mogen we meedoen, omdat we vinden dat iedereen aan die beweging zou moeten kunnen meedoen. Samen bouwen we een nieuwe samenleving op omdat we vinden dat iedereen daaraan mee zou moeten kunnen doen. Een samenleving moet een plek zijn waar mensen samen moeten kunnen leven. En samen leven vraagt wat van mensen. Dan ben je betrokken op elkaar. Dan zijn vermaningen geen uitingen van boosheid maar pogingen om vrede te bewaren. In onze dagen wantrouwen we het als mensen op elkaar betrokken raken. De ander heeft toch niks met mij te maken? De ander hoeft mij toch niet de weg te wijzen en zich te bemoeien met mijn beslissingen? In de hulpverlening is daardoor de term bemoeizorg ontstaan. Als iemand dreigt te vereenzamen, te verwaarlozen, te vervreemden van het leven, dan zullen er mensen moeten zijn die dat opmerken en daar wat aan doen. Hulpverleners inschakelen, de overheid attenderen of de ander aanspreken en duidelijk maken dat er grenzen zijn in het afsluiten van elkaar. Dat is geen bemoeien om normen en waarden op te leggen, om gedrag voor te schrijven, maar het een bemoeien om mensen weer de vrijheid te geven zichzelf te zijn ook in contacten met anderen. Paulus ziet een samenleving als een lichaam, daar is een hoofd dat denkt, een mond die voet en handen en voeten om voor het lichaam te zorgen. Zo mogen wij met onze naaste omgaan, elke dag opnieuw.

Reacties

Efeziërs 4:17-24

 17  Op gezag van de Heer zeg ik u dus met klem: ga niet langer de weg van de heidenen met hun loze denkbeelden. 18  In hun geest heerst duisternis en ze zijn vervreemd van het leven met God, omdat ze hem niet kennen en hun hart voor hem .hebben 19  Afgestompt als ze zijn, geven ze zich over aan losbandigheid en storten ze zich in allerlei zedeloze praktijken. 20  Maar zo hebt u Christus niet leren kennen! 21  U hebt toch over hem gehoord, u hebt toch onderricht over hem gekregen? Door Jezus wordt duidelijk 22  dat u uw vroegere levenswandel moet opgeven en de oude mens, die te gronde gaat aan bedrieglijke begeerten, moet afleggen, 23  dat uw geest en uw denken voortdurend vernieuwd moeten worden 24  en dat u de nieuwe mens moet aantrekken, die naar Gods wil geschapen is in waarachtige rechtvaardigheid en heiligheid. (NBV)

 Die keurige Paulus is natuurlijk wel erg saai. Zo te keer te gaan tegen losbandigheid. De boog kan toch niet altijd gespannen blijven? En dat nieuwe Koninkrijk van Jezus van Nazareth waar hij zo bevlogen over kan schrijven was toch een koninkrijk van louter vreugde en niet van bekrompenheid? Maar waar heeft Paulus het hier over. Over de losbandigheid van de wereld. We kennen dat toch. Daar zijn andere mensen net voorwerpen. Die neem je in je hand en die gebruik je zoals het jou goed dunkt. Of het nu een auto, een fiets, een glas bier of een partner is. Zelfs kinderen en dieren worden op die manier gebruikt. In de tijd van Paulus was dat niet anders dan in onze tijd. Natuurlijk, het is altijd een minderheid die zich overgeeft aan de uitwassen van een losbandige samenleving. Maar ook de meerderheid is niet actief bezig met het tegendeel van die losbandigheid. Dat is aan de leiband lopen van de absolute onvoorwaardelijke liefde.

 In die nieuwe samenleving kan geen ander mens een object, een voorwerp van plezier, zijn. Daar is een ander mens om van te houden als van jezelf. Daar is het hoogste plezier die ander het hoogste plezier te bezorgen. Dan hoeft de boog inderdaad niet altijd gespannen te blijven. Dan gaat het er niet om wat er allemaal wel niet mag en hoe je de grenzen daarvan opzoekt maar dan gaat het er om wat je samen allemaal wel niet aan goeds kunt bereiken en beleven hoe je het goede vermeerderd en nog eens vermeerderd tot er niets dan goeds overblijft. Daar is dus niets saai aan. Dat is een avontuur waar je elk moment mee kunt beginnen maar waar je de loop en de afloop nooit van kunt voorspellen.

 Het is dan ook een avontuur waarvoor je jezelf voortdurend zult moeten vernieuwen, voortdurend weer opnieuw in dienst moeten stellen van de liefde voor de ander. Ook als het lijkt of je zelf er niks voor terug krijgt. Natuurlijk kan dat alleen als je werkelijk gelooft dat plezier, dat het goede, ook voor jou is weggelegd. Je kunt immers alleen veel van een ander houden als je ook veel van jezelf houdt. De ander heeft pas veel waarde als je je zelf ook veel waarde weet toe te dichten. Maar het verlost je niet van problemen, de ander heeft die ook, iedereen kan een geliefde verliezen, iedereen kan werk verliezen. In zijn grote lied over de Liefde zingt Paulus dat de liefde zichzelf niet zoekt. Het gaat altijd om de ander die het nog minder heeft dan jij. Paulus stelt de losbandigheid gelijk aan de liefdeloosheid. De Liefde immers is het cement dat mensen samenbindt. Met die Liefde kun je en moet je zelf beginnen, vandaag en elke dag opnieuw.

Reacties
Domeinregistratie en hosting via mijndomein.nl