basalk.punt.nl
Abonneren

Abonneer je nu voor nieuwe artikelen op deze website!

Laatste artikelen

Psalm 22

Waarom laat een God eigenlijk al dat leed op de wereld toe? Een vraag die zeker op deze vrijdag, Goede Vrijdag genoemd, op zijn plaats is. Zelfs vanaf het kruis lijkt Jezus van Nazareth die vraag te gaan zingen. "Mijn God, Mijn God, waartoe hebt Gij mij verlaten?" Daar begint deze Psalm mee. Nu zijn de geleerden het er over eens dat de vraag eigenlijk verkeerd vertaald is, het is niet "Waarom..." maar "Waartoe.." Dat lijden is dus niet zinloos. Het lijden van mensen is nooit zinloos, niet alleen het lijden van Jezus van Nazareth was niet zinloos maar al in oude Bijbelse Tijden drong zich het besef op dat het lijden van geen enkel mens zinloos hoeft te zijn. Het lijden van mensen, het lijden van elk mens is altijd ongewenst, het hoort niet, het moet niet, het doet niet alleen de lijdende pijn maar allen die van die lijdende houden. Lijden van mensen, trouwens tegenwoordig ook van dieren, past niet in een wereld die we "goed" noemen. Toch lijden mensen, toch worden we steeds weer geconfronteerd met eigen lijden, met lijden van hen die ons het meest naast staan en lijden van mensen die we niet kennen maar waarvan het lijden toch op z'n minst het bestrijden waard is. We willen niet leven in een wereld waar welk mens dan ook onder wat en wie dan ook te lijden heeft. Daarom roepen we de God ter verantwoording die onze aarde geschapen heeft, die alle macht gegeven is, van wie alles is, de aarde en al wat daar op is.

Dat we die God in het lijden en over het lijden aanroepen is niet zo vreemd. Die God zou immers met de mensen meetrekken. Een gedachte die zo indrukwekkend was dat de Naam van die God, een naam die de aanwezigheid van die God tot uitdrukking bracht, niet werd uitgesproken. We kunnen wel zeggen dat God met ons zal zijn maar we kunnen het die God niet afdwingen. En honderd jaar na het begin van de eerste wereldoorlog zal ons duidelijk moeten zijn dat "God met ons" niet in de overwinning is en ook niet met de hoeveelheid geld die we hebben en waar dat "God met ons" op de rand staat. De God van Israël is met slachtoffers van oorlog en geweld, de God van Israël is met mensen zonder geld, de armen, de minsten in deze wereld. Jezus van Nazareth is aan het kruis ook niet van God verlaten, juist aan het kruis gaat de aanwezigheid van God in vervulling, Jezus valt op dat moment juist met God samen. Door die kruisdood op zich te nemen, door zelfs in het bitterste uur van zijn lijden te blijven weigeren een opstand uit te lokken, redt Jezus de levens van ontelbaren. Dat wil niet zeggen dat wij dat lijden nu maar voor lief moeten nemen, maar zoals hij zijn leven gaf om lijden van anderen te voorkomen zullen wij ons leven in dienst moeten stellen van het bestrijden, het opheffen, het voorkomen van lijden. De bevrijdende God van Israël, tegen wie alle machten en krachten op deze wereld het moeten afleggen, wordt dan zichtbaar in het leven dat mensen zonder lijden mogen leven.

Want de Psalm die we vandaag aarzelend meezingen roept nog een vraag op. Hoe kan iemand die smeekt hem te redden van de leeuwen, wiens kracht zwak is geworden als een potscherf, die kennelijk de ene ellende na de andere overkomt, roepen dat hij iedereen oproept de God van Israël te loven, hoe kan die roepen dat de zwakke niet wordt veracht door die God, niet verafschuwt wordt door die God wie wordt vernederd, dat die God het hulpgeroep van de zwakken, van hen die moeten lijden wel hoort? Aan het eind van de Psalm barst de dichter uit in een lofzang op die wereld, op die samenleving zonder het lijden. Daar staan de minsten centraal, daar wordt gezorgd, daar wordt gedeeld. En het sluit met de regel dat de God van Israël niet een God is van mooie liedjes en grote massa's mensen die zich laten amuseren door fraai vormgegeven verhalen over lijden, maar dat de God van Israël een God is van daden. Daden van bevrijding, daden van heling, daden van zorg voor elkaar. In de samenleving van de God van Israël lopen die massa's rond het detentiecentrum op Schiphol zodat de muren daar instorten en geen kinderen meer opgesloten worden en geen mensen die geen misdrijf hebben bedreven. In de samenleving van de God van Israël wordt er voor gezorgd dat niemand op de aarde meer hoeft dood te gaan van honger of van dorst, God heeft ons genoeg eten gegeven om iedereen in leven te houden. In de samenleving van de God van Israël staat bij alles wat wij met elkaar doen de veiligheid en de zorg voor elkaar voorop. Die wereld, die aarde is er nog steeds niet. De Psalm roept ons daarom ook op om aan de slag te gaan, het werk aan die wereld zonder aarzelen aan te vatten. En als we dat doen wordt elke dag een Goede Vrijdag, net als vandaag.

Reacties

Matteüs 27:45-56

Vandaag lezen we het stervensverhaal van Jezus van Nazareth zoals het ons wordt verteld door Matteüs. Eerst dooft het licht, het wordt duister. Genesis 1 komt weer tot leven. De aarde nu was woest en ledig en de Geest van God zweefde over de wateren. Er heerste duisternis en het eerste woord van de God van Israël was "er zij licht" Dat licht was verdwenen, de chaos was teruggekeerd. Wij mensen laten voortdurend de chaos op aarde terugkeren. In geweld, in onderdrukking, in onrecht, in het opzetten van de ene mens tegen de andere, in het lijden dat genegeerd wordt. Het licht van de God van Israël moet weer terugkeren om ons te laten zien waar het leven is. In het verhaal van Matteüs roept Jezus dan ook uit dat God hem verlaten heeft. Hij lijkt te gaan zingen terwijl hij aan het kruis hangt, hij zingt Psalm 22 en hij zingt niet in het keurige Hebreeuws van de Hebreeuwse Bijbel maar hij zingt in de taal van de straat, het Aramees, want juist op de straat verdwijnt het licht van God en wordt het lijden van mensen zichtbaar, daar leven de bedelaars, daar lopen de armen, daar ligt het stof dat je van je voeten moet schudden. De mensen zijn niet gewend om te luisteren naar hun keurige Psalmen in de taal van de straat, zij denken dat Jezus roept om de profeet Elia die  de bevrijder van Israël zou aankondigen, Johannes de Doper was reeds lang vergeten. Matteüs vertelt met Psalm 22 nog een verhaal, dat van Izaak, in de Tempeldiensten wordt Psalm 22 verbonden met het verhaal over het offer van Abraham, Izaak laat zich offeren door zijn vader, maar net als bij de uittocht uit Egypte wordt deze eerstgeborene gered door een lam. Jezus is hier zelf het Lam die het volk redt van een slachtpartij door de bezetters.

Nog een Psalm komt tot leven in dit stervensverhaal. Psalm 69, daar staat in de Griekse vertaling "voor mijn dorst gaven ze mij een bittere drank te drinken" Er komt iemand aan met een spons gedrenkt in zure wijn aan een stok om de stervende  lippen van de gekruisigde te bevochtigen, het lijden wordt iets dragelijker maar zal wel langer duren. Maar de poging het lijden te verzachten lokt een nieuwe bespotting uit, wellicht dat die Elia waar zo om geroepen leek te worden hem komt redden. Elia was een van de belangrijkste profeten voor het volk. Hij had weliswaar geen eigen boek achter gelaten maar de verhalen over de verdrijving van afgoderij, zijn strijd met koning Achab en koningin Izebel en de vele wonderen die Elia had gedaan waren zeer populair. Dat is tot in onze dagen zo, tijdens de Pesachmaaltijd waar het verhaal over de Uittocht wordt verteld staat een lege stoel voor de profeet Elia. Pas als hij aan onze tafel zit kunnen we er zeker van zijn dat alle afgoderij is verdreven. Psalm 69 wordt gezongen rond het verhaal over het Gouden Kalf, de eerste afgod die het volk zich schiep toen ze in de Woestijn waren. Ons doet dat denken aan het plastic kruis dat verlicht met led lampjes door de straten wordt gedragen om de kruisdood van de onschuldige Jezus van Nazareth weer populair te maken, het populisme van Pilatus naar onze dagen vertaald. De Bijbel wijst op ons verlangen naar materiële voorspoed, niet de lijdenden in de wereld staan centraal maar de winst die we maken, de voorspoed die we hebben, de populariteit die we genieten. Hoe meer mensen achter dat plastic kruis aan lopen hoe meer succes het lijden heeft. Jezus ging het om het leven van mensen, hoe minder mensen hoeven te lijden en hoe meer mensen in vrede kunnen leven hoe meer succes zijn lijden heeft, het is voor ons allemaal dus.

Nog eenmaal schreeuwde Jezus, een schreeuw naar omhoog, en toen stierf hij. Dat sterven bleef niet onopgemerkt. De voorhang in de Tempel scheurde, waardoor het Heilige der Heiligen open ligt voor alle gelovigen. Hier was ooit de Wet neergezet die het volk in de Woestijn had gekregen. Nu lag die Wet open voor de hele wereld, heb God lief boven alles en uw naaste als uzelf. De aarde beefde, de rotsen scheurden open. Het openscheuren van de rotsen doet denken aan Mozes die de rotsen brak zodat het water er uit kon stromen en de dorstigen gelaafd werden. Ook de profeet Zacharia had gesproken over het splijten van de Olijfberg als de Heer verschijnt. Ezechiël had gezien dat als de rotsen zouden scheuren de doden zouden opstaan. Zij zouden volgens de profeten getuigenis afleggen tegen de inwoners van Jeruzalem, Matteüs vertelt ons dat het ook gebeurde. Nu was de dood overwonnen, nu keerde het licht terug, Mattheüs roffelt het ene  teken na het andere er uit. Het sterven van de onschuldige die de dood op zich had genomen om het volk het leven te schenken gaf het volk ook het leven, de Koning der Joden werd de Koning van heel de wereld. De centurio en de soldaten waren de eersten die zich er van bewust waren. En de vele vrouwen die op de eerste Paasdag de eerste verkondigers van de opstanding waren waren nu de laatsten die bij het kruis waakten. Voor ons hoeft door dit sterven van Jezus de angst voor de dood ons niet langer te weerhouden recht en gerechtigheid te doen. Ook onze dood zal de zorg voor de minsten niet doen ophouden, hoe meer wij volgelingen weten te worden van Jezus van Nazareth hoe meer de aarde een oord zal worden waar het goed wonen is voor alle mensen, waar geen honger meer zal zijn en geen dorst, waar niemand sterft voordat men oud is, een aarde die zo goed is dat God zelf er zal willen wonen. Daar moet nog veel werk voor verzet worden, wij mogen er elke  dag weer mee beginnen, door dat kruis op Golgotha.

Reacties

Matteüs 27:27-44

De enige reden die Pilatus had om Jezus ter dood te veroordelen was de zogenaamde pretentie van Jezus de Koning  der Joden te zijn. De hoogste Heer van de Joden was de Keizer en dat de Keizer van Rome alle macht gegeven was moest nu duidelijk worden. Jezus wordt het voorwerp van spot. In het gedeelte van vandaag horen we Jezus niet meer spreken. Hij wordt gemarteld en geslagen. De hele cohort, het hele persoonlijke legertje van Pilatus, komt hem bespotten. Zij staan voor alle volken die de macht van de sterkste volgen en de zwaksten en minsten in de samenleving bespotten en nog verder kunnen vernederen. Maar ook in dit gedeelte laat Matteüs de beelden uit de Hebreeuwse Bijbel doorklinken. De beelden uit het boek van de profeet Jesaja over de lijdende knecht van de God van Israël, een lijdende knecht die al het lijden van de wereld op zich nam. Het verhaal van Matteüs laat zich dan ook lezen als een schilderij. De lijst wordt gevormd door de kruisiging. Er is sprake van bespotting en van marteling, maar de twee zijn duidelijk onderschijden. Jezus wordt eerst uitgekleed en dan weer aangekleed. Ze trokken zijn eigen kleren uit, en een soldatenkleed aan. Een kroon van doorntakken en een rietstengel als scepter volmaken de bespotting. Maar Jezus zegt geen woord, een teken van volharding en de soldatenmantel gaat weer uit, het geknakte riet wordt niet gebroken schreef Jesaja, nu wordt dit zichtbaar in Jezus van Nazareth.

De geselingen en de verwondingen van de doornenkroon blijven niet zonder gevolgen. Jezus raakte te zeer verzwakt om zelf de dwarsbalk van het kruis te dragen. Het lijkt er op dat hij ook niet te snel moet sterven. Simon uit Cyrene mag het kruis dragen. Maar als Jezus zelf een versterkende en licht verdovende drank krijgt aangeboden dan weigert hij die. Hij neemt het lijden ten volle op zich. De bespotting gaat ondertussen door, er wordt gedobbeld om zijn kleed. Een bijzonder kleed, geweven uit één stuk staat er. Als dat zo is dan is het het kleed van de hogepriester want die moet een dergelijk kleed, geweven uit één draad, dragen. Boven zijn hoofd hangt het opschrift "Koning der Joden" Soldaten en Romeinen liegen hier de waarheid. Dit is een koning die zijn volk in leven houdt, geen ander wordt vanwege de beweging van Jezus van Nazareth gestraft, gemarteld, geslagen, vervolgd of gedood. Ook al had het hele volk achter hem aangelopen. Het volk, de priesters en de Schriftgeleerden, komen hem nu bespotten, zij mengen zich onder de soldaten die al met de bespotting bezig waren. Maar ook hier klinkt de erkenning van Jezus van Nazareth sterker door dan de afwijzing: "Anderen heeft hij gered..." Een belijdenis die gemakkelijk over het hoofd wordt gezien. Als wij in de lijdenden in de wereld ook Jezus van Nazareth zien klinkt ook in onze dagen de verwijtende en spottende vraag waarom Jezus of zijn God die lijdenden niet redt. En ook vandaag lijkt het of wij, net als de priesters en de soldaten, buiten dat lijden van mensen staan, er geen deel aan hebben, en ook vandaag moeten wij beseffen dat we er niet buiten staan maar er deel van uitmaken.

Naast Jezus werden twee misdadigers gekruisigd. Wat hun misdaden geweest zijn weten we niet. Ze illustreren in het verhaal de uiterste vernedering die Jezus moest ondergaan. Als onschuldige gestraft worden als een misdadiger, erger kan het niet. Wij hebben in onze dagen de verhalen van mensen die jaren in de gevangenis zaten voor misdaden die ze niet hadden begaan. Ze krijgen een schadevergoeding van de overheid die tot in hoogste instantie bleef vasthouden aan dwalingen, maar de schade die ze hebben opgelopen heelt nooit. Jezus van Nazareth had volgens de omstanders bij het kruis op God gebouwd. Hij had mensen weer een plaats in de samenleving gegeven. Hij had geweigerd zijn volgelingen hun zwaarden te laten trekken. Hij had zich voor zijn beweging geen enkele keer op zijn leerlingen en volgelingen beroepen. Eigenlijk had hij zich helemaal niet verdedigd tegen alles wat tegen hem was ingebracht. Voor ons die niet lijden stelt Jezus ons de vraag waarom wij geen hand uitsteken om het lijden van mensen ongedaan te maken en te voorkomen. Voor mensen die te lijden hebben onder de wreedheid van anderen, onder onderdrukking door overheden, onder de weigering van mensen zich in een ander te verplaatsen, is het verhaal van de kruisiging van Jezus van Nazareth een troost. Het kan altijd erger. Het kruis van Jezus was dan ook niet van plastic, verlicht met led lampjes, gedragen door een menigte. Hij zong geen popliedjes en ook zijn bespotters zongen die niet. We kunnen op die manier spotten met het lijden van onze Heer en er een amusementsspektakel van maken maar we zijn geroepen het lijden van mensen in deze wereld mee te voelen en er iets aan te doen. Wij zijn geroepen om te kiezen voor het leven, zeker van hen die met de dood worden bedreigd, elke dag weer, ook vandaag.

Reacties

Matteüs 27:15-26

Wij kennen dat niet meer, maar in heel veel landen is het nog gebruikelijk, als er een nationale feestdag is dan worden er gevangenen vrijgelaten, dan verleent de machthebber genade, gratie. Die machthebber bouwt zich daarmee een goede naam op. Als het feest is dan klinkt zijn naam als weldoener. In een tijd dat er elk moment opnieuw een opstand tegen de Romeinse bezetter kon oplaaien kon ook de Romeinse prefect Pilatus een dergelijke goede naam wel gebruiken. Tegen die Jezus van Nazareth had hij geen bewijzen van misdaden tegen het Romeinse recht kunnen ontdekken. Hij kreeg de gevangene terug van de Koning van Galilea, Herodes, nog een afstammeling van Esau, een Edomiet. Een afstammeling die onder bescherming van de Romeinen toch de baas was geworden over Jacob. Je kunt nagaan hoe de kinderen van Jacob over deze Herodes dachten. Als nu de meest populaire gevangene vrijgelaten wordt? Dat zou de populariteit van Pilatus verhogen en de kans op een opstand doen afnemen. Dus krijgt het volk de keus tussen Jezus Vaderszoon en Jezus Bevrijder. Let op,  de Jezus die wij kennen als Jezus van Nazareth had zich ook "zoon van de vader" genoemd, Jezus Barabbas, en dat betekent "zoon van de vader" stond bekend als een verzetsstrijder, een bevrijder van de Romeinse bezetter dus. De een werkte met geweld, de ander werkte zonder geweld of verzet. Wie zou ons volk kiezen als bevrijder van een bezetter? Hoe lang is ons de bevrijding van de Duitsers door Amerikaanse soldaten nagedragen als we weer eens kritiek hadden op het militaire optreden van de Verenigde Staten? Het volk koos dus voor Jezus Barabbas.

En de Romeinen? Die kozen ook voor Jezus Barabbas. Niet uit onwetendheid maar uit populisme, wat het volk wil horen krijgt het te horen. Er is een verhaal in de oud joodse literatuur dat vertelt dat de vrouw van Potifar, bron van de ondergang van Jozef, protesteert als Jozef gegeseld wordt en in de gevangenis wordt gestopt. Nu wordt verteld dat de vrouw van Pilatus protesteert als Jezus van Nazareth de volksgunst lijkt te verliezen. Hij zou toch een rechtvaardige zijn. "Dat rechtvaardige" is een Joodse uitdrukking die wil zeggen dat iemand het gebod van de God van Israël te zorgen voor de minsten, voor de zwaksten, voor de weduwe en de wees naleeft. Van deze vrouw zegt de buiten Bijbelse overlevering dat ze uiteindelijk ook Christen is geworden. Misschien bedoelt men wel te zeggen dat ze Christen werd toen ze haar stem verhief tegen haar man en in de bres sprong voor een onschuldig man die dreigde omgebracht te worden. Nogmaals vraagt Pilatus wie er moet worden vrijgelaten, nogmaals kiest het volk voor de opstand tegen de Romeinen. Maar wat moet dan het vonnis zijn over Jezus van Nazareth, die ze de bevrijder hadden genoemd? Die moet als opstandeling, als slaaf gedood worden, gedood met de kruisdood. Het proces over leven en dood is een komedie geworden over rechtspraak. De opstandeling die de dood verdiende krijgt de vrijheid, de onschuldige die de vrede zocht wordt ter dood gebracht.

Pilatus probeert afstand te nemen van deze gang van zaken. Een onmiddellijke opstand zal hij af weten te wenden. Maar de beschuldiging een onschuldige te hebben laten doden kan ook later nog een opstand uitlokken. Het moet duidelijk zijn dat hij de wil van het volk heeft gevolgd. Er is een oud ritueel dat hier gebruikt wordt. In de Wetten van Mozes krijgen de plaatselijke autoriteiten de opdracht hun handen boven een offerdier te wassen, als er een lijk gevonden is in het veld waarvan de doodsoorzaak niet duidelijk is en uit te spreken dat zij en hun gemeenschap niet verantwoordelijk zijn voor deze dode. Pilatus doet bijna hetzelfde, alleen brengt hij geen offer. Het volk lijkt de verantwoordelijkheid op zich te nemen voor het doodvonnis. Het zijn in elk geval de Hogepriesters en hun aanhang die zich hier laten horen. Wij moeten er in de eerste plaats van leren dat de hardste schreeuwers in een volk lang niet altijd het hele volk vertegenwoordigen. We moeten er zeker van leren dat een volksgericht nooit op haar plaats is, ook al zijn de misdrijven die je bestraft wil hebben nog zo ernstig. Afzien van een zorgvuldige en humane rechtspraak betekent altijd dat we de kans lopen een onschuldige als Jezus van Nazareth te veroordelen voor het voorkomen van een bloedbad, want dat is wat hier gebeurd. En dat gebeurt in onze dagen misschien maar al te vaak. We zullen er waakzaam tegen moeten zijn en blijven.

Reacties

Matteüs 27:1-14

We beginnen deze week, die we de goede week noemen, met het lezen over een zelfmoord, de zelfdoding van Judas de volgeling van Jezus van Nazareth die in overleg met Jezus hem had overgeleverd aan de Priesters en Schriftgeleerden, de religieuze autoriteiten van zijn tijd. Nu is een zelfdoding een van de meest afschuwelijke manieren waarop je een geliefde kunt  verliezen. Vooral omdat je blijft zitten met de vraag of die geliefde eigenlijk wel genoeg gemerkt heeft hoeveel je die lief hebt gehad. Veel slachtoffers van zelfdoding laten een brief achter en veel nabestaanden van zelfdoders hadden gewild dat er in plaats van een brief een goed gesprek was geweest, een gesprek waar met volle overtuiging nog eens de liefde voor het slachtoffer had kunnen woren uitgesproken. Maar er is ook een vorm van zelfdoding die een protest is tegen het onrecht dat heerst in de samenleving. In Tjechië herinnert men zich Jan Palach die openlijk een einde aan zijn leven maakte omdat hij niet langer onder een dictatuur wilde leven, ook in Birma, Tailand en Tibet zijn er met enige regelmaat mensen die zichzelf in brand steken om een vuur te ontsteken tegen de duisternis waarin de heersende machten het volk houden. Ook Judas was een dergelijke protest moordenaar, hij protesteerde tegen het besluit een onschuldige in naam van de godsdienst van Israël ter dood te brengen.

De manier waarop Matteüs ons dit verhaal vertelt onderstreept nog eens de trouw van Judas aan Jezus. Judas een verrader noemen doet onrecht aan het verhaal zoals de Bijbel ons dat vertelt. Het wemelt hier van verwijzingen naar de boeken van de profeten. Zacharia had het al over de dertig zilverlingen, in zijn tijd de prijs voor een slaaf en hij had zich beklaagd dat de prijs voor de herder van Israël niet hoger zou zijn. De akker van de Pottenbakker wordt in het boek van de profeet Jeremia genoemd. De aankoop van die akker geeft hoop aan de armen dat er weer een tijd in Israël zal aanbreken dat men het aandurft akkers te kopen. Israël wordt in de boeken van profeten een lemen pot in de handen van God genoemd, God is dan de pottenbakker die moet beoordelen of de pot van nut is of als onnuttig stuk gegooid moet worden. De bestemming die de priesters aan de akker geven die met de dertig zilverlingen is gekocht, een begraafplaats voor dode vreemdelingen, doet de hoop opleven dat de priesters toch weer zich gaan houden aan de Wet van Mozes uit liefde voor mensen, want de zorg voor vreemdelingen staat voortdurend en zeer uitdrukkelijk in de wetten die gaan over de zorg voor de minsten en de armen. Van Judas wordt zelf ook aangenomen dat hij Priester was, hij had anders zijn dertig zilverlingen niet kunnen werpen in het huis van de Tempel, gewone gelovigen kwamen niet verder dan de voorhof.

Ondertussen begint het proces voor de stadhouder van de Romeinse Keizer. Het begint met het horen van de beschuldigingen en de getuigen die moeten dienen als bewijs voor de aanklachten. Prefect Pilatus begint met een eigen vraag: "Bent u de Koning der Joden"? Bij een volmondig ja was het proces klaar geweest, een bekentenis van een poging tot opstand want alleen de Keizer in Rome had de koninklijke waardigheid in Juda. Maar Jezus wijst er op dat het de prefect zelf is die alle gebeurtenissen en aanklachten op die manier vertaalt. Op de beschuldigingen die van alle kanten kennelijk worden aangedragen gaat Jezus niet in. Het is de prefect zelf die uiteindelijk zijn oordeel moet vellen over de waarde van de aanklachten. Maar hij is en blijft zelf verantwoordelijk voor het oordeel dat hij velt, voor het etiket dat hij er op plakt. Het is een les die ook wij ons ter harte kunnen nemen. Ook wij oordelen zo gemakkelijk. Petrus is een afvallige want die verloochend zijn band met de Heer, Judas is een verrader want die levert hem over. De hogepriesters en schriftgeleerden zijn alleen uit op macht. We hadden al kunnen lezen dat het Jezus was die Petrus in de positie bracht dat hij niet anders kon. We weten inmiddels ook dat Judas zijn nek uitstak om Jezus aan de macht te brengen in plaats van hem te laten doden. Ook de Hogepriesters en schriftgeleerden waren op niet anders uit dan het volk te behoeden voor een moordpartij door de Romeinse bezetter en tegelijkertijd het mogelijk te maken dat de Tempeldienst ongestoord voortgang kon vinden. Het oordeel over menselijk gedrag is niet aan ons maar aan God. De eerste zonde was juist dat mensen, Adam en Eva, zich de kennis over goed en kwaad eigen wilden maken. Voor Jezus van Nazareth zijn steeds de vruchten van het handelen bepalend. Worden mensen bevrijd, worden hongerigen gevoed en dorstigen gelaafd, gaan blinden zien en lammen lopen? Ook wij mogen op die vruchten letten, we zullen ze zelf moeten voortbrengen en dat is het enige dat telt, het kwade verdrijven met het goede, ook vandaag mag dat weer, daarom is de Goede week een goede week.

Reacties

Matteüs 26:57-75  

De processen die na de arrestatie van Jezus worden gevoerd zijn zeer interresant voor juristen. Uit die hoek komt vaak de opmerking dat geen van de processen een schijn van legitimiteit hebben. Alle regels die in de dagen van Jezus van Nazareth golden voor een eerlijk proces werden geschonden. Maar ons gaat het om de inhoud. Wat gebeurd er en wat zegt ons dat vandaag de dag. Het begint in het paleis van de Hogepriester. Die wordt met name genoemd omdat er een familie was waar de Hogepriesters uit voort kwamen. De vraag was wel of dat nu afstammelingen waren van Aäron. Er waren volgens het verhaal van Matteüs geen getuigen te vinden van overtredingen van de wetten van Mozes en dat Sanhedrin was er juist voor om die overtredingen vast te stellen en de daarbij horende straf te bepalen. Zou Jezus bijvoorbeeld de Sabbat hebben geschonden of daartoe hebben opgeroepen dan zou hij volgens de Wet uit het boek Exodus zeker ter dood gebracht zijn, daar zouden geen valse getuigen voor nodig geweest zijn. Maar Jezus van Nazareth was een vrome Jood die de Wetten getrouw onderhield en volgens Matteüs zelfs had gezegd dat je nog geen punt en geen komma van de Wet zou mogen afdoen. Je moet de Wet in vervulling brengen. Als niemand meer iemand dood dan is het gebod van Gij zult niet doden in vervulling gegaan, zo ver is het zelfs in onze dagen nog niet.

De beschuldiging waarmee getuigen kwamen was uiteindelijk een onzin verhaal. Niemand kan het tempelcomplex afbreken en in drie dagen weer opbouwen. Dat moet een overdrachtelijke betekenis hebben gehad. Na de verwoesting van de Tempel in het jaar 70 en de oproep om de Wet van Mozes in je hart te laten schrijven werd dat dan ook duidelijk. Paulus schrijft  dat je lichaam een Tempel is waar de Wet van God tot leven komt. Jezus wijst nu op de profetie van Daniël. Die had zich er niet bij kunnen neerleggen dat onschuldigen werden gemarteld en gedood en de schuldigen schijnbaar vrijuit gingen. Zo werkt de God van Israël niet. Die bevrijding uit het land van de dood, Egypte, waar de God van Israël mee begonnen was houd niet ineens op. Die bevrijding zal ook de terugkeer uit de ballingschap met zich meebrengen. Er komt een oordeel over de schuldigen en de slachtoffers. Daniël schetst dan het visioen van de Mensenzoon die aan de rechterhand van God plaatsneemt en de macht krijgt het oordeel over de schuldigen uit te spreken. Jezus zegt, nu hier is die Mensenzoon, als jullie in het geheim een onschuldige met valse getuigenissen veroordelen dan is duidelijk wie de schuldigen en wie de slachtoffers zijn. Godslastering wordt dat genoemd, kritiek op machthebbers ligt altijd gevoelig, maar ze kunnen twitter en facebook afsluiten de waarheid komt altijd door mensen weer boven tafel.

Dat we weet hebben van het verloop van het proces tegen Jezus van Nazareth hebben we te danken aan Petrus. Hij was zijn leraar gevolgd tot in de paleistuin toe. De Evangelist Johannes beschrijft hoe hij daarbij geholpen werd door een lid van het Sanhedrin. Maar voor Matteüs is het verloop van dit valse proces genoeg. Jezus betrekt alle beschuldigingen op zichzelf, hij weigert om ook maar een kleine verwijzing te maken naar zijn leerlingen en de grote groepen mensen die hem gevolgd zijn. Dat betekent de redding van al die mensen maar ook maakt het duidelijk hoeveel gevaar die leerlingen en volgelingen wel niet liepen. Ze zouden het bewijs kunnen vormen dat Jezus een opstand aan het voorbereiden was. Petrus wordt daardoor wel gedwongen te ontkennen dat hij een volgeling was  van de gevangene. Hij zou Jezus zelf in gevaar in hebben gebracht en niet alleen zichzelf. Petrus blijft hier niet onverschillig bij. Hoezeer hij Jezus ook lief heeft, de keus die deze Jezus heeft gemaakt en onderweg naar de Olijfberg nog eens duidelijk had gemaakt slaat diepe wonden. Als de haan kraait, het ochtend wordt, en Petrus inderdaad volledig afstand heeft moeten nemen van Jezus, drie maal had hij hem verloochend, dan weent hij zeer. Ook wij moeten er dus op bedacht zijn niet onze eigen eer altijd te laten gelden, onze trots op de keuzes die we gemaakt hebben. Het gaat altijd om de gevolgen voor de ander. Waar wij voor staan is de Liefde voor de ander, een liefde die zichzelf niet zoekt zou Paulus in het lied van de liefde ons voorzingen. Daar mogen we elke dag weer op bedacht zijn, ook vandaag.

Reacties

Matteüs 26:47-56  

In het jaar 70 barste er een opstand van Joden tegen de Romeinse bezetting uit. Duizenden kwamen om en uiteindelijk werd ook de Tempel in Jeruzalem verwoest. Alleen een muur bleef bestaan. Tot vandaag de dag heet die muur de Klaagmuur. De inwoners van Israel werden over het hele Romeinse Rijk verspreid en er was een einde gekomen aan het land Israel, zelfs als onderhorige Romeinse Provincie. Na deze opstand schreef Matteüs zijn verhaal over het leven van Jezus van Nazareth. Ook die had een opstand kunnen beginnen. Duizenden liepen hem achterna schreef Matteüs. De autoriteiten waren zelfs bang voor een opstand klinkt het herhaaldelijk in het verhaal. En ook Jezus van Nazareth zelf bevestigt dat hij over ontelbare hulptroepen zou kunnen beschikken. Maar zijn weg begint met het zwaard in de schede te steken en de wonden bij zijn tegenstanders te helen. Waarom dat? Omdat de Profeten het gezegd zouden hebben? Jeremia en Jesaja hadden opgeroepen zich aan de grote internationale machten van Babel en Perzië over te geven.

Aan ballingschap zou ooit een einde komen maar aan de dood valt niet te ontkomen. In het verhaal van Jezus van Nazareth moest de Liefde uiteindelijk overwinnen. Matteüs kon toen hij het verhaal opschreef nog niet weten dat zijn godsdienst uiteindelijk staatsgodsdienst in het Romeinse Rijk zou worden. Maar dat de weg van Jezus van Nazareth de enige weg tot leven is stond voor hem vast. Is Jezus dan niet de bevrijder, de Messias? Hij zwijgt er over, hij spreekt over zichzelf slechts als de Mensenzoon. Heel zijn optreden had hij besteed aan het verkondigen van de vrede, aan de bevrijding van de armen door hen een volwaardige plaats in de samenleving terug te geven. Militair leiderschap zoals in de Messiaanse verwachting van zijn tijd op de voorgrond stond wees hij ten enen male af. En als je zo consequent elk geweld opgeeft dan sta je alleen, als je geen beroep doet op je vrienden dan lijkt het of ze je in de steek laten. Ook Judas ziet nu pas in dat het forceren van een opstand door Jezus gevangen te laten nemen niet gewerkt heeft. Het leidt onherroepelijk tot de dood. Met het geld van het verraad werd de akker van Jeremia gekocht als begraafplaats voor vreemdelingen, een erebegraafplaats.

Nog een keer wijst Jezus op de profetie van Zacharia als hij gevangen wordt genomen, de Herder wordt gedood en de schapen raken in verwarring. Dat is waar het geweld van de autoriteiten op uitloopt. Zo vult Jezus van Nazareth ook het visioen van de Mensenzoon in. Daniël had de komst van de Mensenzoon in een visioen gezien. Die zou komen en duidelijk maken welke mensen het kwaad vertegenwoordigden en welke mensen de slachtoffers van het kwaad waren. Het optreden van Jezus van Nazareth maakt duidelijk wie er uit zijn op het kwaad. Niet een openlijke arrestatie omdat iemand het volk zou staan opruien tot anarchie en opstand, daar zou het volk tegen in opstand zijn gekomen, maar een stiekume arrestatie in het holst van de nacht. Maar zelfs dan heeft Jezus een legertje bij zich en zou hij grote aantallen hulptroepen kunnen inschakelen. Hij beveelt de vrede. Die vrede schrikt niemand af, die vrede zet de autoriteiten niet aan het denken en doet hen afzien van geweld en onrecht. Het gaat hen er dus uiteindelijk niet om om het volk vrede te schenken maar om hun eigen macht te behouden. Dat zou ook ons aan het denken moeten zetten als er gevraagd wordt om geweld in te zetten om mensen en bezit te beschermen. Waarom worden die bedreigd? En zijn er ook vreedzame middelen om je doel te bereiken? Vragen die door Jezus optreden elke dag opnieuw op ons af komen, ook vandaag zullen we daar antwoorden op moeten zoeken.

Reacties

 Matteüs 26:17-30

Vandaag lezen we verhaal dat in de kerken op Witte Donderdag wordt gelezen. In kerkelijke taal spreken ze dan over de instelling van het Avondmaal of de Eucharistie maar helemaal juist is dat niet. In het verhaal van Matteüs lezen we eerst over het feest van het Ongedesemde brood. En dat is een bijzonder en belangrijk feest in de Joodse religie. Dat feest herinnert aan de uittocht uit het dodenland Egypte. Daar had het volk in slavernij gewoond. De religie van Egypte draaide om de dood. De pyramides zijn er nu, eeuwen na hun bouw, nog de getuigen van, net als de mummies van mensen en dieren. Die doodsreligie had voor het volk Israel wrede slavernij betekent. In het verhaal van de bevrijding klonk het dat op een avond er een lam geslacht moest worden. Het bloed van het Lam moest aan de deurposten gesmeerd worden en ze moesten ongedesemd brood eten, matzes noemen we die tegenwoordig, waar dus geen gist in zit.

Dat brood blijft lang goed en kan bijna niet bederven. De maaltijd op die avond moest staande worden genuttigd terwijl alles wat ze mee konden en wilden nemen moest zijn ingepakt. Een laatste beker wijn kon bij dat brood worden gedronken, zodat je verkwikt en warm in de koude nacht aan de reis zou kunnen beginnen. In die nacht stierf in elk huis in Egypte de eerstgeboren zoon. Behalve in die huizen waar het bloed van het lam aan de deurposten was gesmeerd. Dat bloed van dat Lam redde dus de levens van de Israëlieten, goed om in de gaten te houden want dat bloed en dat lam hadden dus niets te maken met zonden, maar alles te maken met de slavernij waarin het volk gevangen zat. Die maaltijd wordt nog altijd gevierd ter herinnering aan de bevrijding uit het dodenland van Egypte. Maar die bevrijding komt nu volgens Jezus van Nazareth uit zijn eigen handelen.

Zoals dat brood wordt gebroken en gedeeld met iedereen aan tafel, en zoals de beker wijn rondgaat langs iedereen aan tafel zo zet hij zichzelf in, ja zo deelde hij zichzelf voor iedereen in de wereld, zo werd zijn lichaam gebroken en zijn bloed vergoten. Zover kun je gaan als je je naaste liefhebt als jezelf. Dat kan je je leven kosten. Maar juist als je niet meer met de dood te maken wilt hebben, als je onvoorwaardelijk kiest voor het leven kun je dat opbrengen. In het vervolg over het verhaal over lijden en sterven zal het duidelijk worden. Jezus geeft zichzelf over en voorkomt een gewapende opstand door zijn leerlingen. Judas had kennelijk die opstand willen uitlokken, van verraad door Judas en dan ook geen sprake, Paulus zal de Romeinen zelfs voorhouden dat God zelf Jezus heeft overgeleverd, het is in de Geest van God dat Jezus de rol van het lam bij de uittocht op zich nam, hij redt zijn volgelingen van de dood. Voor ons het signaal ook onze problemen in die Geest van geweldloosheid op te lossen, liefde is de sleutel en elke dag mogen we daar weer naar op zoek, met brood en wijn als sterkste wapens.

Reacties

 Matteüs 26:1-16  

Het dilemma van alle machthebbers. Hoe houd je de mensen onder de duim en hoe bescherm je je eigen macht tegen mensen die niet ophouden je de waarheid voor te houden. In Birma wisten ze van wanten. Daar sloten ze de door het volk gekozen leidster al jaren lang op in haar huis. In China dachten ze van het probleem af te zijn door de geestelijk leider van de Tibetanen, de Dalai Lama, het land uit te sturen. Maar in beide gevallen bleek het niet te helpen. De waarheid laat zich niet onderdrukken en steekt voortdurend weer de kop op net zo lang tot de waarheid heeft gewonnen. In de dagen van Jezus van Nazareth wisten de autoriteiten dat je een populair leider in elk geval niet lastig moet vallen als er een feest is, als alle mensen bij elkaar zijn. In China weten ze dat nu ook. Daar had men enthousiast het grote feest van de Olympische Spelen binnengehaald. Iedereen op de wereld keek naar China maar daardoor vielen de wrede onderdrukkende maatregelen daar op.

Het gevaar van een opstand maakt machthebbers misschien voorzichtig, het zal ze niet afbrengen van maatregelen om de macht te behouden. Dat is in het verhaal van Jezus van Nazareth ook gebleken. Die Jezus van Nazareth liet zich zalven met kostbare olie. Daar kreeg hij de bijnaam "Gezalfde". Een bijnaam met een bijzondere bijklank. In de loop van de geschiedenis had het Hebreeuwse woord voor gezalfde, Messias, ook de betekenis van bevrijder gekregen. Wij kennen de Griekse vertaling beter, Christus, daar zijn de gelovigen in Jezus van Nazareth naar genoemd, de Christenen, de zalfjes. Die Messias moest de bevrijder van de armen worden en zo moeten ook vandaag de dag de Christenen nog de bevrijders van de armen zijn. Zoals Jezus van Nazareth al opmerkte in dit verhaal, het kan dan zo hard nodig zijn een bevrijder van de armen te hebben, we hebben de armen altijd bij ons en bevrijders van de armen zijn dus altijd nodig. Die bevrijding is niet alleen een kwestie van af en toe wat overtollig geld geven.

Dat flesje olie verkopen en de opbrengst verdelen onder wat armen zou de armoede niet opheffen. Daarvoor is een ander soort samenleving nodig, een samenleving die structureel met iedereen deelt en waar iedereen aan mee kan doen. Jezus van Nazareth was niet voor niets thuis bij Simon de Melaatse, de man met huidvraat wordt tegenwoordig vertaald. Maar een man met huidvraat was ook een uitgestotene, daar bleef je ver vandaan. In die nieuwe samenleving hoort iedereen er bij, ook de mensen met enge ziekten, rare geloven, vreemde gewoonten, of vervelende kinderen, juist bij die mensen gaan we eten, met die mensen zorgen we in gesprek te komen, dat is het begin van de bevrijding van de armen, het brengen van het goede nieuws. Dan wordt onrein weer rein, dan kunnen mensen die zich nu denken te moeten verbergen zich weer laten zien, dan wordt de wereld een beetje lichter. Dat kan ook weer vandaag, ga er maar aan staan.

Reacties

 Matteüs 25:31-46  

De vertalers van de Nieuwe Bijbelvertaling hebben de beroemde zin over de minste van mijn broeders vertaald met de onaanzienlijksten. Het is even wennen maar niet minder juist. Want het gaat niet alleen over de broeders maar zeker en vooreerst ook over de zusters en het gaat niet over meer of minder maar over wie wel en niet gezien worden. In de Grote kerk van Alkmaar hangt een reproduktie van een schilderij waarop de werken uit dit Bijbelverhaal staan afgebeeld. Het oorspronkelijke schilderij is uit de Kerk gestolen en hangt nu in het Rijksmuseum in Amsterdam. Het schilderij dateert uit de Middeleeuwen en het aardige ervan is dat het lijkt of die werken ook gewoon moesten worden uitgevoerd toen het schilderij werd geschilderd. En zo is het natuurlijk ook. Het verhaal gaat wel over de eindafrekening, maar het werk waarop dit verhaal doelt dient gewoon elke dag te gebeuren. Het aardige is dat je er kennelijk ook niet zo je best voor hoeft te doen. Het hoeft er niet dik op te liggen en je hoeft je er zeker niet op te beroemen.

Er wordt nog wel eens gesproken over de "Geest van God" en dit verhaal leert ons wat dat betekent. Als er honger is dan geef je eten, als er dorst is dan geef je te drinken, als er kou is geef je een tent en een warme deken, als er ziekte is dan zorg je, als er gevangenen zijn dan zoek je die op. En je weet ook dat het beter is iemand te leren vissen dan een vis te geven. Het effect van ontwikkelingssamenwerking staat al een tijd ter discussie. Vaak ten onrechte want veel van de projecten die in sedert de jaren 60 van de vorige eeuw zijn uitgevoerd hebben mensen een beter leven bezorgd. Maar soms is de kritiek ook terecht. Soms denken we dat we beter zijn dan de mensen die we willen helpen. Dat speelt niet alleen bij ontwikkelingssamenwerking, dat speelt ook gewoon in ons eigen land tussen mensen die hulp vragen en hulp geven. Mensen die hulp nodig hebben worden niet gezien als zelfstandig denkende mensen en zeker ook niet gehoord als verstandige mensen die het ook niet kunnen helpen. Zolang dat zo is mislukken projecten.

Mislukken projecten in de derde wereld, maar mislukken ook projecten om mensen aan het werk te helpen, om jongeren te scholen tot gediplomeerde ambachtslieden of om vrouwen te leren voor zichzelf op te komen. Als in al die projecten de mensen die zo nodig geholpen moeten worden niet gezien en gehoord worden zullen die projecten op de duur geen effect hebben. In het verhaal dat Jezus van Nazareth vandaag vertelt zijn er mensen die de nood van mensen herkennen en zijn er mensen die alleen de nood van Jezus van Nazareth willen zien. Ook wij vergeten soms dat alle mensen geschapen zijn naar Gods beeld en gelijkenis, dat alle mensen daarom onze zusters en broeders zijn, dat in ieder mens, waar ook ter wereld, welk geloof of welke kleur die mens ook heeft, Jezus van Nazareth zelf te herkennen is. Laten we dus vandaag horen en zien, en helpen waar nodig is.

Reacties
Domeinregistratie en hosting via mijndomein.nl