basalk.punt.nl
Abonneren

Abonneer je nu voor nieuwe artikelen op deze website!

Laatste artikelen

Genesis 5:25–6:4

25 Toen Metuselach 187 jaar was, verwekte hij Lamech. 26  Na de geboorte van Lamech leefde Metuselach nog 782 jaar. Hij verwekte zonen en dochters. 27  In totaal leefde hij 969 jaar. Daarna stierf hij. 28 Toen Lamech 182 jaar was, verwekte hij een zoon 29  die hij Noach noemde. ‘Deze zoon, ‘zei hij, ‘zal ons troost geven voor het werken en zwoegen dat ons deel is omdat de HEER het akkerland heeft vervloekt.’ 30  Na de geboorte van Noach leefde Lamech nog 595 jaar. Hij verwekte zonen en dochters. 31  In totaal leefde hij 777 jaar. Daarna stierf hij. 32  Toen Noach 500 jaar oud was, verwekte hij Sem, Cham en Jafet. 1  Zo kwamen er steeds meer mensen op aarde, en zij kregen dochters. 2  De zonen van de goden zagen hoe mooi de dochters van de mensen waren, en ze kozen uit hen de vrouwen die ze maar wilden. 3 ¶  Toen dacht de HEER: Mijn levensgeest mag niet voor altijd in de mens blijven, hij is immers niets dan vlees; hij mag niet langer dan honderdtwintig jaar leven. 4 ¶  In die tijd en ook daarna nog, zolang de zonen van de goden gemeenschap hadden met de dochters van de mensen en kinderen bij hen kregen, leefden de giganten op aarde. Dat zijn de befaamde helden uit het verre verleden. (NBV)

Je kunt nu wel verklaard hebben waar al die verschillende mensen op aarde vandaan kwamen en hoe de verschillende volken zijn ontstaan maar dat geeft geen antwoord op de vragen die de Heidense volken om Israël heen gesteld hadden. Die hadden het over vele goden. En sommige van die goden hadden gemeenschap met de kinderen van de mensen gehad, daar waren halfgoden uit geboren. Er waren oude verhalen over reuzen, verhalen die we overigens bij alle volken op aarde in de een of andere vorm terugvinden. En waar kwamen dan die reuzen vandaan als er maar één God was? En waarom leefden de mensen eigenlijk maar een beperkte tijd? Er waren toch mensen geweest die sinds mensenheugenis hadden geleefd? Voor ons zijn dat geen vragen meer, wij kijken tegenwoordig heel anders tegen de wereld aan. Noach vormt de sleutel in dit verhaal. Zijn naam betekent rust. Maar de betekenis van zijn naam is volgens het volk ook troost. En troost hadden de mensen nodig want het was zwaar werken op de akkers van de aarde. En van zwaar werken krijg je maar vreemde dromen.

Zo komen de zonen van de goden waarover die Heidenen het altijd maar hadden om dochters van de mensen tot vrouw te nemen. Daar komen in de verhalen van de Heidenen halfgoden van, voor het verhaal van de God van Israël zijn er geen halfgoden, maar zet het de God van Israël aan om van de chaos die dreigt te ontstaan weer een ordelijke samenleving te maken. Tijdelijk zijn er wel giganten of reuzen maar aan de leeftijd van de mensen wordt een grens gesteld. Honderdentwintig jaar is de maximale leeftijd die werd gesteld. En dat was al een leeftijd die mensen deed denken dat wie dat haalde al leefde sinds mensenheugenis. Van de verbinding tussen goden en mensen komen alleen mensen, per slot waren die goden ook geen echte goden. Zo wordt de legende van de reuzen uit het verleden tenminste ook ingepast in het verhaal van de wording van het volk van Israël en wordt antwoord gegeven op de vragen die de mythische verhalen van de Heidense volken stelde aan het verhaal.

Kunnen wij hier nog wat van leren? Wij leven in een tijd waarin vragen worden gesteld als "Waren de goden kosmonauten?" en waar stellingen geponeerd worden als "Jezus leeft op Venus" . We leren er van dat telkens in de geschiedenis mensen hun eigen mythen scheppen, behoefte als ze hebben aan een macht van boven die een verklaring is voor de chaos waarin ze leven. De Bijbel heeft als antwoord dat mensen hard werken en kunnen kiezen tussen delen en alles voor zichzelf houden. Wie deelt helpt mee aan het creëren van mensenland uit aarde en wie niet deelt zorgt voor voortbestaan van chaos. De God van Israël brengt steeds een scheiding tussen die chaos en dat mensenland. En mensen mogen steeds weer opnieuw hun positie bepalen. Ook wij dus, elke dag opnieuw, ook vandaag nog.

 

Reacties

Genesis 5:1-24

1 Dit is de lijst van Adams nakomelingen.  Toen God Adam schiep, de mens, maakte hij hem zo dat hij leek op God. 2  Mannelijk en vrouwelijk schiep hij de mensen. Hij zegende hen en noemde hen mens toen zij werden geschapen. 3  Toen Adam 130 jaar was, verwekte hij een zoon die op hem leek, die zijn evenbeeld was. Hij noemde hem Set. 4  Na de geboorte van Set duurde Adams leven nog 800 jaar. Hij verwekte zonen en dochters. 5  In totaal leefde hij 930 jaar. Daarna stierf hij. 6 Toen Set 105 jaar was, verwekte hij Enos. 7  Na de geboorte van Enos leefde Set nog 807 jaar. Hij verwekte zonen en dochters. 8  In totaal leefde hij 912 jaar. Daarna stierf hij. 9  Toen Enos 90 jaar was, verwekte hij Kenan. 10  Na de geboorte van Kenan leefde Enos nog 815 jaar. Hij verwekte zonen en dochters. 11  In totaal leefde hij 905 jaar. Daarna stierf hij. 12  Toen Kenan 70 jaar was, verwekte hij Mahalalel. 13  Na de geboorte van Mahalalel leefde Kenan nog 840 jaar. Hij verwekte zonen en dochters. 14  In totaal leefde hij 910 jaar. Daarna stierf hij. 15  Toen Mahalalel 65 jaar was, verwekte hij Jered. 16  Na de geboorte van Jered leefde Mahalalel nog 830 jaar. Hij verwekte zonen en dochters. 17 In totaal leefde hij 895 jaar. Daarna stierf hij. 18  Toen Jered 162 jaar was, verwekte hij Henoch. 19  Na de geboorte van Henoch leefde Jered nog 800 jaar. Hij verwekte zonen en dochters. 20  In totaal leefde hij 962 jaar. Daarna stierf hij. 21 Toen Henoch 65 jaar was, verwekte hij Metuselach. 22  Na de geboorte van Metuselach leefde Henoch nog 300 jaar, in nauwe verbondenheid met God. Hij verwekte zonen en dochters. 23  In totaal leefde hij 365 jaar. 24  Henoch leefde in nauwe verbondenheid met God; aan zijn leven kwam een einde doordat God hem wegnam. (NBV)

We lezen zo graag wat we willen horen en al denken te weten. We zien om ons heen mannen en vrouwen en als we dan lezen dat God de mens mannelijk en vrouwelijk schiep dan denken we dat dat dus slaat op het scheppen van mannen en vrouwen. Maar dat staat er dus niet. Er staat dat elk mens mannelijk en vrouwelijk geschapen is. Opnieuw een scheppingsverhaal. Want Adam betekent ook mens. Maar waarom die lange lijst met namen en leeftijden. De mens heeft over het algemeen het gevoel eeuwig te leven en natuurlijk ga je op een dag dood maar dat is als je oud bent en als je de dagen die zich voortslepen zat bent. Er staat dat dit de lijst met nakomelingen van Adam is. Maar dat staat er niet in het Hebreeuws. In het Hebreeuws staat iets wat we nog vreemder vinden en dus denken we dat we het verkeerd begrijpen en wordt het anders vertaald. Er staat dat dit de lijst is van de wording van Adam, de wording van de mens.   Christelijke theologen hebben lang volgehouden dat het begrip wording hier wijst op Jezus van Nazareth die de ware mens, de ware Adam zou worden.

Maar we lezen de Joodse Bijbel en daar staat Adam voor ons allemaal, voor alle mensen. Het gedeelte dat we vandaag lezen eindigt bij Henoch, die wandelde met God vertaalden we vroeger. Moderne vertalers vinden dat we dat niet zo letterlijk moeten nemen, ze deden samen in elk geval niet mee aan de vierdaagse. Henoch begon al aardig echt op God te lijken zoals dat in het begin bedoeld was en daarom nam God hem weg. Daarmee kwam aan zijn leven in elk geval een einde zegt de Bijbel, maar of hij nou dood ging blijft een beetje in het midden. Uit hem werden zonen en dochters zodat in elk geval het verhaal van de wording van de mens niet ophoud bij Henoch. Want wat in die hele lijst met moeilijke namen en lange leeftijden nog het meest opvalt is dat het leven telkens uit twee gedeelten bestaat. Een tijd voor je kinderen krijgt en een tijd nadat je kinderen hebt gekregen. Bij elke naam staat vermeld hoe veel jaar het voor de eerstgeborene is en hoeveel jaar daarna nog komt.

Alleen van Henoch staat dat hij daarna nog meer kinderen deed geworden. Om die kinderen draait het dus kennelijk. Wat we ook doen we worden pas mens als we de aarde achterlaten voor het volgende geslacht. Op dat doorgeven van de aarde moet kennelijk ons leven gericht zijn. Als dat vandaag ook nog een opdracht is mogen we wel stoppen met oorlog en geweld, dat willen we toch niet doorgeven? Dan mogen we wel ophouden met kernenergie, we willen toch geen gifbelten doorgeven die nog eeuwen bewaakt moeten worden? Dan mogen we wel ophouden met de energiebronnen droog te pompen, we hebben toch wel wat over voor onze kinderen? En de rest kunt U zelf wel invullen, onze naasten zijn ook onze kinderen en kleinkinderen staat hier in dit Bijbelgedeelte en ook aan hen moeten we doen wat we willen dat aan ons wordt gedaan. Gelukkig maar dat we een lang leven hebben om er elke dag opnieuw weer mee te beginnen, ook vandaag weer.

Reacties

Psalm 10

1 Waarom, HEER, bent u zo ver en verbergt u zich in tijden van nood? 2  In hun hoogmoed vervolgen zondaars de zwakken-maak hen gevangenen van hun eigen plannen! 3  De mens zonder God prijst wat hij najaagt, en als hij rijk is, vervloekt en veracht hij de HEER. 4  Hij denkt in zijn waan: Niemand vraagt mij rekenschap. Er is geen God, maakt hij zich wijs. 5  Het gaat hem goed, wat hij ook onderneemt, maar uw verheven oordelen raken hem niet. Zijn tegenstanders beticht hij van leugens.6  Hij denkt bij zichzelf: Ik kom niet ten val, nooit kan het kwaad mij deren. 7  Zijn mond vloekt en liegt, dreigt met geweld, zijn tong brengt misdaad en onrecht voort. 8  Op stille plaatsen ligt hij in hinderlaag, op verborgen plekken doodt hij onschuldigen, zijn ogen spieden naar weerloze mensen. 9  Hij loert, verborgen als een leeuw in het struikgewas, hij loert naar een prooi en tracht hem te vangen, hij vangt zijn prooi in een net en sleurt hem mee-10  die buigt, krimpt ineen, en valt in zijn klauwen, weerloos. 11  Hij denkt bij zichzelf: God vergeet het, wendt zijn blik af, ziet het niet. 12 Sta op, HEER, hef uw hand, God, vergeet de armen niet. 13  Hoe kan de zondaar u verachten en denken: God vraagt geen rekenschap. 14  Toch ziet u de pijn en het verdriet, u merkt het op en weegt het in uw hand. Op u vertrouwen weerloze mensen, de wezen, u komt hun te hulp. 15  Breek de macht van de goddelozen, eis rekenschap en ban het kwade uit. 16  De HEER is koning voor eeuwig en altijd: vijandige volken verdwijnen uit zijn land. 17  U, HEER, verhoort de wens van de nederigen, u bemoedigt hen en luistert met aandacht, 18  u doet recht aan wezen en verdrukten. Geen mens kan hen nog uit het land verjagen. (NBV)

Vandaag zingen we het tweede deel van Psalm 9. Ooit hoorden die twee psalmen bij elkaar maar omdat Psalm 9 optimistisch is en Psalm 10 pessimistisch is er een splitsing ontstaan. Die splitsing geeft ons de kans om eens stil te staan bij het beeld dat we eigenlijk van God hebben. We zingen graag van de Heer die dan je herder is en alles geeft wat je nodig hebt. Maar de mens heeft ook te lijden. Ziekte, verbroken relaties, overlijden van geliefden, de trein die niet gaat, steeds meer dingen lijken de mensen zo te beroeren dat ze boos worden en zich in de steek gelaten voelen. En God? Die verbergt zich kennelijk, die slaapt of is ergens anders mee bezit. Ooit schreef een Griekse filosoof, Aristoteles, dat God een onbewogen beweger was. Hij had alles, hij steeg boven alles uit, groter als God was er niet en die God had dus niks nodig. Maar omdat hij het grootste was streefde alles in de richting van die God. En streven gaat met pijn gepaard.

De Bijbel heeft een heel ander beeld van God. Die God gaat een verbond aan met mensen. En dat is omdat die God liefde is en zich kan uitdrukken in relatie met mensen. Die God is aan te roepen, die God is te vertrouwen. De Psalm van vandaag roept dat zo hard als de dichter kan. De God van Aristoteles heeft niemand nodig, zo'n God maakt dat ook mensen gaan denken niemand nodig te hebben, ze kunnen het zelf wel. Desnoods met leugens of geweld handhaven ze zich in een wereld die ze als vijandig ervaren. En vijanden mag je aanvallen niet waar? Op vijanden mag je bommen gooien. Vijanden mag je in kampen opgesloten laten houden, zelf als ze  nog heel kleine kinderen zijn. Van de God van Israël mag je wat anders verwachten. Hij vergeet de wezen niet, hij komt op voor de armen, hij ziet de pijn en het verdriet.

En komt die God nu zelf aanrijden met een bus naar de kampen van de Koerden om daar de Nederlandse kinderen te halen? Natuurlijk niet. Maar als wij die God van de liefde willen volgen, de Joods-Christelijke-Humanistische traditie weet u nog, dan doen wij waarvan wij weten dat God het zou doen. Dan staat de bussen van de Nederlandse staat in de rij om al die kinderen op te halen. In ons eigen land delen we zo met de armen dat de voedselbanken gesloten worden. Dan richten we ons leenstelsel zo in dat geen mens meer zijn financiën door de rechtbank verplicht onder beheer hoeft te stellen, schuldhulpverlening doen we alleen nog aan arme landen die we op weg hebben geholpen om uit de armoede te komen. Is dat zwak? De Psalm die we vandaag zingen beweert dat op die manier vijanden uit ons land verdwijnen. Als we weten te luisteren naar de nederigen, recht doen aan de armen dan kan geen mens ons meer iets aandoen.

 

Reacties

Spreuken 24:23-34

23 Ook deze spreuken zijn afkomstig van de wijzen. Een partijdig oordeel in een rechtszaak is verkeerd. 24  Wie tegen een schuldige zegt: ‘Je bent onschuldig, ‘ wordt door alle volken verwenst, wordt door alle naties vervloekt. 25  Wie de schuldigen veroordeelt, zal het goed gaan, hij wordt gezegend met voorspoed. 26  Wie een eerlijk antwoord geeft, is als iemand die een kus op je lippen drukt. 27 Doe eerst je werk op het land, maak eerst je akker gereed, bouw daarna pas je huis. 28 Leg over een ander geen vals getuigenis af, waarom zou je liegen? 29  Zeg niet: ‘Wat hij mij heeft aangedaan, doe ik hem aan. Ik betaal hem met gelijke munt.’30 Ik liep over het veld van een luiaard, door de wijngaard van een dwaas. 31  Alles was overwoekerd door onkruid, zijn hele terrein was met distels bedekt, de muur lag in puin. 32  Ik zag het, en nam het ter harte, ik nam het in mij op, en trok er lering uit. 33  Nog even dan? Nog even slapen, nog een beetje rusten, een ogenblik nog blijven liggen? 34  Armoede overvalt je als een struikrover, als een bandiet slaat gebrek je neer. (NBV)

De spreuken die we vandaag lezen lijken weer eens als los zand aan elkaar te hangen. Zelfs onze discussie over de woningmarkt lijkt ter sprake te komen. Maar er zou een opschrift boven dit Bijbelgedeelte kunnen staan dat ze allemaal onder één noemer stelt. Dat opschrift zou kunnen zijn: "Doe wat recht is". Uit de Bijbelverhalen kennen we wel de uitdrukking dat mensen en vooral Koningen niet doen "wat recht is in de ogen des Heren". En dat wordt daar dan veroordeeld en er worden verhalen verteld over hoe slecht het kan aflopen met mensen en vooral Koningen die niet doen wat recht is in de ogen des Heren. Maar in het gedeelte van vandaag gaat het niet over die anderen, niet over hen die ons ten voorbeeld worden gesteld, maar over onszelf. Wij zelf moeten doen wat recht is. Daartoe worden we opgeroepen door de mensen die het leven volgens de richtlijnen van de God van Israël voorop hebben gesteld, de wijzen.

Soms lijkt het of er open deuren worden ingetrapt, natuurlijk zijn partijdige oordelen verkeerd, zeker in een rechtszaak. Maar we beseffen vaak niet dat fouten in het rechtssysteem gevolgen kunnen hebben voor mensen tot in alle uithoeken van de wereld. Misdrijven komen overal voor en als je te gemakkelijk veroordeeld of vrijgesproken kan worden dan verziekt het rechtsklimaat in de hele wereld, verdachten kunnen jouw rechtspraak dan overal als voorbeeld ter hun verdediging aanvoeren. Nee, schuldig is schuldig en dat zou het voorbeeld moeten zijn voor iedereen die rechtspreekt. Uit een eerlijk antwoord op de schuldvraag spreekt liefde voor de mensen, zoals uit een kus op je lippen de liefde spreekt. Zo past ook die oproep om eerst je werk op het land te doen en dan pas een huis te bouwen in dit rijtje. Iedereen moet werken voor brood en huisvesting, daar moet je dus eerst voor zorgen. Ons systeem van tophypotheken die ook nog aflossingsvrij zijn wordt veroordeeld. Zorg eerst maar voor de basis in je bestaan, een inkomen, je akker.

Het boek Spreuken kent ook humor. Je snapt natuurlijk dat de dwaas het slecht zal vergaan als die zich als luiaard gedraagt, ook hier gaat er om het rechte te doen. Onkruid en distels, een muur van puin wijzen nu niet direct op een overvloedige oogst voor de wijngaard. Een mentaliteit van nog even slapen, rusten en blijven liggen helpt ook al niet om op tijd de oogst binnen te halen en te zorgen dat alles voor een goede oogst in orde is. Die struikrover zie je dus al van verre aankomen, die bandiet heb je zelfs vrolijk begroet voor die je kon neerslaan. Er is wat dat betreft geen verrassing voor mensen die door luiheid en dwaasheid zelf in de problemen komen. Maar in plaats van ze te veroordelen worden ze gebruikt om er van te leren zegt de Spreuken. Daarom moet je ook geen valse getuigenis uitspreken, wat slecht is moet als slecht benoemd worden en wat goed is als goed. Het gaat er om het rechte te doen. Zorgen voor jezelf en te delen met de naaste die het delen zo nodig heeft. Gelukkig mogen we daar elke dag opnieuw mee beginnen, ook vandaag weer.

Reacties

Spreuken 24:10-22

10 Ben je moedeloos wanneer je in het nauw zit, dan schiet je kracht tekort. 11 Bevrijd hen die ter dood veroordeeld zijn, doe alles om hun leven te redden. 12  Zeg niet: ‘Ik wist het niet, ‘want hij die de harten doorgrondt, het innerlijk doorziet, weet of je de waarheid spreekt. Hij vergeldt elk mens naar zijn daden. 13 Mijn zoon, eet honing, dat is goed voor je, zoete honing streelt de tong. 14  Zie wijsheid als de honing voor je leven. Als je wijsheid vindt, heb je een toekomst, je hoop gaat niet verloren. 15 Jij, goddeloze, belaag niet het huis van een rechtvaardige, verwoest zijn woning niet. 16  Een rechtvaardige komt zevenmaal ten val, maar telkens staat hij op. Een goddeloze struikelt door zijn slechte daden, en komt voorgoed ten val. 17 Verheug je niet over de val van je vijand, juich niet als hij ten onder gaat. 18  Want de HEER ziet het en keurt het af, en laat zijn woede op je vijand varen. 19 Wind je niet op over kwaadaardige mensen, wees niet jaloers op goddelozen. 20  Want wie kwaad doet, heeft geen toekomst, het licht van goddelozen wordt gedoofd. 21 Mijn zoon, heb ontzag voor de HEER en de koning, ga niet om met wie zich tegen hen verzetten. 22  Ze gaan plotseling ten onder, en wie weet hoe zwaar de ramp is die hen treft?  (NBV)

Het boek Spreuken kent bij uitstek een aantal treffende uitspraken die je bij blijven. Een groot aantal er van zijn dan ook als spreekwoorden in onze taal terechtgekomen en zo vaak gebruikt dat ze versleten zijn en niemand meer de echte betekenis er van kent. Dat is ook zo met de uitspraken over zoete honing. De Planteneters onder ons zullen direct de uitspraak beamen maar het gaat er hier niet om dat de Bijbel het vegetarisme of het veganisme bevorderen wil maar het boek Spreuken wil graag wijzen op het paradijselijke van het land dat overvloeit van melk en honing. Die honing is dan de wijsheid van de inwoners van dat land, een wijsheid die begint met het volgen van de richtlijnen van de God van Israël. Richtlijnen die zich laten samenvatten in het heb uw naaste lief als uzelf. En het gedeelte van vandaag begint met de opdracht hen die ter dood veroordeeld zijn te bevrijden. Dat kan bij uitstek in onze dagen. We vieren dat Amnesty International 50 jaar bestaat. En het wordt tijd dat het opgeheven wordt. Dat kan als  overal de doodstraf is afgeschaft en er voor iedereen vrijheid van opvatting en meningsuiting is. We kunnen er samen aan werken.

Het volgen van ook die richtlijn betekent dat je rechtvaardig wordt. Je laat iedereen tot zijn of haar recht komen. Je verkracht het recht niet om je eigen principes, opvattingen of belangen te rechtvaardigen. Verkrachting is een groot onrecht en tegen dat onrecht komt de Bijbel op. Het spreukenboek wemelt dan ook van de waarschuwingen aan de goddelozen. Die zullen de woningen van de rechtvaardigen wel even verwoesten, maar rechtvaardigen veren weer op, zij hebben immers de hoop die de wijsheid geeft, aan de goddeloosheid zal eens een einde komen. Goddelozen hebben die hoop niet, voor hen is en blijft de wereld een slagveld en wie verliest blijft een verliezer. Zo ligt het niet voor de rechtvaardige, als je mensen tot hun recht laat komen kunnen ze met opgeheven hoofd weer verder. De wereld is voor hen geen slagveld maar een plaats van liefde en gerechtigheid, een land dat overvloeit van melk en honing.

Daarom verheugen we ons ook niet over de val van een vijand, het is en blijft een mens, een broeder of zuster van ons allen en als het met broeders en zusters niet goed afloopt is dat altijd te betreuren. Er is een Joods verhaal dat vertelt dat God in de hemel het gejubel van engelen onderbrak toen het leger van de Farao verdronk in de Schelfzee. Het leger had beter moeten weten en hun dood was te betreuren. Kwaadaardige mensen en goddelozen zijn dan ook niet te benijden. Ze moeten dag en nacht bewaakt worden tegen het kwaad dat ze zelf oproepen. Een toekomst hebben ze niet want uiteindelijk zal iedereen zich van hen afwenden. Daarom klinkt de oproep om ontzag te hebben voor de God van Israël, feitelijk de enige koning die erkenning verdient, want de God van Israël blijft rechtvaardig en trouw aan zijn liefde. De oproep de naaste lief te hebben en mensen tot hun recht te laten komen komt van die God. Wij mogen dankbaar zijn iedere morgen weer aan die roep gevolg te kunnen geven, ook vandaag weer.

Reacties

Spreuken 24:1-9

1 Wees niet jaloers op kwaadaardige mensen, zoek hun gezelschap niet, 2  want ze hebben kwaad in de zin en spreken onheilspellende woorden. 3 Door wijsheid wordt een huis gebouwd, door inzicht houdt het stand, 4  door kennis worden de kamers gevuld met rijke en kostbare pracht. 5  Alleen een wijze heeft kracht, inzicht maakt hem sterker. 6  Voer een oorlog met beleid, je zegeviert dankzij een keur van raadgevers. 7 Voor een dwaas is wijsheid onbereikbaar, als de oudsten in de poort bijeen zijn, weet hij niets te zeggen. 8  Wie altijd kwaad in de zin heeft, wordt een boosdoener genoemd. 9  Het wangedrag van een dwaas is zondig, een spotter wordt door iedereen verafschuwd. (NBV)

Je zou bijna zeggen dat het eerste vers uit het gedeelte van het boek Spreuken dat we vandaag lezen bestemd is voor onze politici, je moet niet jaloers worden op slechte mensen en met hen gaan samenspannen. Politieke partijen waar je echt afstand van wil nemen, waarvan je het optreden en de voornaamste voorstellen echt slecht vindt die moet je dus mijden, daar moet je je zelfs niet door laten gedogen. Je wordt er op één hoop mee gegooid. Je moet er dus ook niet op stemmen omdat je boos bent op de gevestigde andere partijen hoewel je het eigenlijk met die kwade partij niet helemaal eens bent, je maakt het kwade tot een fatsoenlijk gebeuren en helpt dus het kwade tot stand te brengen. Die partijen hebben kwaad in de zin en spreken onheilspellende woorden. Het staat er gewoon zo dat je kunt zeggen dat wie de schoen past deze schoen dan ook maar moet aantrekken.

De wijsheid waar het boek Spreuken over spreekt is iets anders dan wij er doorgaans onder verstaan. Bij ons is wijsheid goed doordacht en weloverwogen beslissingen nemen, liefst op basis van rationele argumenten en vooraf onderzochte en vastgestelde feiten. Dat soort wijsheid wordt door de Bijbel niet verworpen, integendeel. Ook in het gedeelte dat we vandaag lezen worden kennis en beleid bij het nemen van beslissingen van harte aanbevolen. Maar toch blijft het daar niet bij. Bij het lezen van het boek Spreuken mo et je steeds het begin van het boek in gedachten nemen. Het begin van alle wijsheid is de vreze des Heren stond er in de Statenvertaling. Dat betekent dat de manier waarop de God van Israël naar de mensen kijkt en wil dat mensen met elkaar omgaan het eerste uitgangspunt moet zijn bij je beslissingen.

Als je dat niet doet dan ben je een dwaas. Waar gaat het dan om? Dat je van alle mensen houdt. Dat je je beslissingen afstemt op wat er gebeurd met de minsten. Het gaat er dan ook niet om je daden mooi te verwoorden, of keurig in te kleden, of vroom Christelijk te noemen of de naam van de God van Israël er bij aan te roepen. Het gaat er om wat er met anderen gebeurd. Een dwaas die roept maar wat. Wijsheid, je woorden afstemmen op het Woord van God is er niet bij. Daar waar het recht wordt gesproken, aan mensen recht wordt gedaan, bij de oudsten in de poort, zwijgt de dwaas. Zijn gedrag maakt dat hij zelf veroordeeld dreigt te worden, door hem als dwaas te behandelen wordt ook hem recht gedaan. En een spotter met God en gebod wordt door iedereen verafschuwt, liefde brengt nu eenmaal meer op dan zelfzucht, ook vandaag.

Reacties

Genesis 4:17-26

17  Kaïn had gemeenschap met zijn vrouw, en zij werd zwanger en bracht Henoch ter wereld. Kaïn was toen een stad aan het bouwen en hij noemde die Henoch, naar zijn zoon. 18  Henoch kreeg een zoon, Irad. Irad was de vader van Mechujaël, Mechujaël was de vader van Metusaël en Metusaël was de vader van Lamech. 19 Lamech nam twee vrouwen; de ene heette Ada, de andere Silla. 20  Ada bracht Jabal ter wereld; hij werd de stamvader van hen die in tenten leven en vee houden. 21  Zijn broer heette Jubal; hij werd de stamvader van allen die op de lier of de fluit spelen. 22  Ook Silla bracht een zoon ter wereld, Tubal-Kaïn; hij was smid en werd de stamvader van allen die brons en ijzer bewerken. De zuster van Tubal-Kaïn heette Naäma. 23 ¶  Lamech zei tegen zijn vrouwen: ‘Ada en Silla, hoor wat ik zeg! Vrouwen van Lamech, luister naar mij! Wie mij verwondt, die sla ik dood, zelfs wie mij maar een striem toebrengt. 24  Kaïn wordt zevenmaal gewroken, Lamech zevenenzeventigmaal.’25 Opnieuw had Adam gemeenschap met zijn vrouw, en zij bracht een zoon ter wereld. Ze noemde hem Set, ‘want, ‘zei ze, ‘God heeft mij in de plaats van Abel, die door Kaïn is gedood, een ander kind gegeven.’ 26  Ook Set kreeg een zoon, die hij Enos noemde. In die tijd begon men de naam van de HEER aan te roepen. (NBV)

Als je je afvraagt hoe het zo geworden is dat de aarde vol mensen is dan moet je je realiseren dat alle mensen van andere mensen afstammen. Nu Kaïn niet het prototype is van de mensen op aarde, wat Adam en Eva nog wel waren, is Kaïn ook niet meer de enige mens op aarde. De Bijbel is namelijk nog steeds geen geschiedenis boek, of een wetenschappelijke verhandeling, of een journalistiek verslag maar een boek over de God van Israël en hoe een volk daarin kan geloven. Nu geloven kun je in die God van Israël want zelfs als je je broer de hersens ingeslagen hebt dan nog kun je een lange lijn van belangrijke nakomelingen krijgen. En heeft je familie weet van een oud geslacht, laat je er niet op voorstaan want de stamvader kan net zo goed een broedermoordenaar zijn.Je moet zoiets snappen zegt de Bijbel. Daarom heet de eerste zoon van Kaïn Henoch, dat ingewijde betekent, en bouwde Kaïn daar een stad voor die hij de stad van ingewijden noemde. De zoon van Henoch heet dan ook stad, de betekenis van Irad.

Denk nu ook niet dat uit zo'n broedermoordenaar geen cultuur kan voortkomen. Jubal de vader van de muzikanten kwam er uit voort, al menen commentatoren dat we eerder aan musici als die uit Roemenië op de hoeken van onze straten moeten denken dan aan de leden van het Concertgebouworkest. Maar ja, Kaïn hield nu eenmaal ondanks de bescherming van God een slechte naam in de wereld. In de namen die genoemd worden in het gedeelte dat we vandaag lezen horen taalgeleerden vaak namen van stammen die in Kanaaän gewoond hebben in de tijd dat daar het volk Israël ontstond, de tijd na de intocht in het beloofde land zeg maar. Die stammen, die niet wilden delen met hun broeders die ontsnapt waren uit Egypte waren dus afstammelingen van Kaïn. Dat verhaal loopt dan ook niet voor niets uit op Lamech die zich niet zevenmaal maar zevenenzeventig maal gewroken wil zien. En wie de Heidense poëzie kent uit de tijd dat Israël in ballingschap ging herkent direct de poëzie van een van de buurvolken van Israël dat een voorkeur had voor het getal zevenenzeventig.

Maar de Bijbel vertelt ook dat het verhaal niet eindigt bij Kaïn de broedermoordenaar. Eva krijgt nog een zoon, een die in de plaats komt van Abel. En met die zoon begint een nieuw verhaal, een verhaal van de mensen met de God van Israël. Want in de dagen van de zoon van Set, Enos, begon de geschiedenis van het volk met de God van Israël, toen begon men de naam van de Heer aan te roepen. In die geschiedenis mogen wij meedoen, want van wie wij afstammen is niet belangrijk. Lang niet alle mensen stammen volgens de Bijbel van Adam en Eva af, dat zouden de mensen wel willen. Er komt ook nog het verhaal van Noach. Maar meedoen in het verhaal van de God van Israël met de mensen kunnen we wel allemaal, door af te zien van geweld en recht en gerechtigheid te betrachten, dat kan best, ook vandaag, ook in gewelddadige omstandigheden, door iedereen.

Reacties

Genesis 4:1-16

1 De mens, Adam, had gemeenschap met Eva, zijn vrouw, en zij werd zwanger en bracht Kaïn ter wereld. ‘Met de hulp van de HEER, ‘zei ze, ‘heb ik het leven geschonken aan een man!’ 2  Later bracht ze zijn broer ter wereld, Abel. Abel werd herder, Kaïn werd landbouwer. 3 Op een keer bracht Kaïn de HEER een offer van wat hij had geoogst. 4  Ook Abel bracht een offer; van de eerstgeboren dieren van zijn kudde koos hij de mooiste uit. De HEER merkte Abel en zijn offer op, 5  maar voor Kaïn en zijn offer had hij geen oog. Dat maakte Kaïn woedend, zijn blik werd donker. 6 De HEER vroeg hem: ‘Waarom ben je zo kwaad, waarom kijk je zo donker? 7  Handel je goed, dan kun je toch iedereen recht in de ogen kijken? Handel je slecht, dan ligt de zonde op de loer, begerig om jou in haar greep te krijgen; maar jij moet sterker zijn dan zij.’ 8 Kaïn zei tegen zijn broer Abel: ‘Laten we het veld in gaan.’ Toen ze daar waren, viel hij zijn broer aan en sloeg hem dood. 9 Toen vroeg de HEER: ‘Waar is Abel, je broer?’ ‘Dat weet ik niet, ‘antwoordde Kaïn. ‘Moet ik soms waken over mijn broer?’ 10  ‘Wat heb je gedaan?’ zei de HEER. ‘Hoor toch hoe het bloed van je broer uit de aarde naar mij schreeuwt. 11  Daarom: vervloekt ben jij! Ga weg van deze plek, waar de aarde haar mond heeft opengesperd om het bloed van je broer te ontvangen, het bloed dat jij vergoten hebt. 12  Ook al bewerk je het land, het zal je niets meer opbrengen. Dolend en dwalend zul je over de aarde gaan.’ 13 Kaïn zei tegen de HEER: ‘Die straf is te zwaar. 14  U verjaagt mij nu van deze plek en ik mag u niet meer onder ogen komen, en als ik dan dolend en dwalend over de aarde moet gaan, kan iedereen die mij tegenkomt mij doden.’ 15  Maar de HEER beloofde hem: ‘Als iemand jou doodt, zal dat zevenmaal aan hem worden gewroken.’ En hij merkte Kaïn met een teken, opdat niemand die hem tegenkwam hem zou doodslaan. 16 Toen ging Kaïn bij de HEER vandaan en hij vestigde zich in Nod, een land ten oosten van Eden. (NBV)

Er moest om de vruchtbaarheid kinderen verwekt worden. Zo kreeg ook de man een naam, hier voor het eerst als eigennaam, de mens heette Adam en verwekte nageslacht. Het werd een zoon, Kaïn, niet dat Eva gedacht had een man te baren, uitdrukkelijk stelt ze dat het gebeurde met behulp van God. Ook een broer kreeg hij, een tweelingbroer nemen we aan. De jongens groeiden op kregen een baan en offerden van de resultaten van hun werk aan God. Een offer van Abel dat opgemerkt wordt maar een offer van Kaïn dat niet opgemerkt wordt. Er staat niet in de Bijbel waarom dat offer van Kaïn niet wordt opgemerkt. Veel later in de brief aan de Hebreeën wordt aangenomen dat het offer van Abel meer waardevol zou zijn geweest. Dat zou kunnen, Abel was veeteler en voor dat offer was bloed gevloeid, was leven genomen. Het offer van Abel was onverdoofd ritueel geslacht. Dat van Kaïn was graan, misschien tot brood verwerkt maar toch. Het is een mooie gedachte uit de brief aan de Hebreeën maar het staat niet in het verhaal in Genesis.

Wij weten dus niet altijd of de offers die we brengen wel opgemerkt worden. Je ziet dat elk jaar rond de lintjesregen. De meeste mensen die zo'n koninklijke onderscheiding krijgen hebben die wel verdiend. Maar iedereen kent vast mensen die zich hun hele leven inzetten voor hun medemens maar die nooit een lintje zullen krijgen. Ze zijn altijd behulpzaam, je kunt altijd een beroep op ze doen, maar ze komen niet in besturen of commissies, ze worden niet opgemerkt, alleen mensen die ze heel goed kennen weten wat ze waard zijn en ze moeten maar geloven dat ook de God van Israël ze opmerkt. Kaïn werd jaloers en sloeg zijn broer dood. God waarschuwde hem nog. Het offer dat je brengt is niet om goed gevonden te worden, is niet om opgemerkt te worden, is niet om een beloning te krijgen. Dat is het hart van onze godsdienst.

Offers brengen we niet om God gunstig te stemmen. Wat we van God krijgen hebben we niet eerst verdiend. Maar omdat we alles van God gekregen hebben weten we dat het niet voor onszelf is en delen we het. De vraag die Kaïn stelt als antwoord op de vraag waar zijn broer is is dan ook het teken van het ergste kwaad dat we kunnen doen "ben ik mijn broeders hoeder?". Ja dus, altijd, want wat we gekregen hebben kregen we omdat we de hoeder van al onze broeders en zusters zijn. God liet dat aan Kaïn zien door hem wel te straffen maar tegelijk te beschermen door hem te beloven hem zevenmaal te zullen wreken als hem wat zou worden aangedaan. Zelfs Kaïn werd niet in de steek gelaten. Ook wij dus niet als onze offers niet opgemerkt worden. Daarom mogen we elke dag opnieuw weer voor onze naaste zorgen als voor onszelf. Ook vandaag weer.

Reacties

Psalm 4

1 Voor de koorleider. Bij snarenspel. Een psalm van David. 2 Antwoord mij als ik roep, God die mij recht doet. Geef mij ruimte als ik belaagd word, wees genadig, hoor mijn gebed. 3 Machtigen, hoe lang nog maakt u mij te schande, is de schijn u lief, de leugen uw leidraad? sela 4 De HEER schenkt zijn gunst aan wie hem trouw is, de HEER luistert als ik tot hem roep. 5 Beef voor hem en zondig niet, bezin u in de nacht en zwijg. sela 6 Breng de juiste offers, heb vertrouwen in de HEER. 7 Velen zeggen: ‘Wie maakt ons gelukkig?’ HEER, laat het licht van uw gelaat over ons schijnen. 8 In u vindt mijn hart meer vreugde dan zij in hun koren en wijn. 9 In vrede leg ik mij neer en meteen slaap ik in, want u, HEER, laat mij wonen in een vertrouwd en veilig huis. (NBV)

 We kennen ze nog steeds, de singer-songwriters, zangers en zangeressen die met begeleiding van gitaar hun eigengemaakte liederen zingen over wat ze meegemaakt hebben of over wat om hen heen gebeurt. Ook het boek van de Psalmen kent een aantal voorbeelden van zulke liederen. Deze vierde psalm is er zo een. De melodie kennen we niet meer. Er is alleen nog een muzikale term over. Tenminste de meeste geleerden nemen aan dat het woord sela een muziekterm is. Maar of het nou rust of tussenspel betekent is niet voor iedereen even duidelijk. Dat is op zich ook niet zo erg. Het gaat om de boodschap van de Psalm. En de boodschap voor vandaag is dezelfde als de boodschap voor alle andere dagen, het is beter je naaste lief te hebben als jezelf dan alleen maar jezelf lief te hebben. Geluk zit echt niet in lekker eten en drinken, in koren en wijn. Echte vreugde is er pas als de richtlijnen van de Woestijn, de richtlijnen van God gevolgd worden. Er zijn vele zogenaamde gelukbrengers. De machtigen en de rijken beweren dat zij het gevonden hebben.

Maar let eens goed op hoe krampachtig het bezit beschermd moet worden. Hoeveel geld ze uitgeven aan beveiliging. Hoe ze zich moeten laten martelen in schoonheidsklinieken om aan de uiterlijke idealen te voldoen. Hoe zelfs hun winkelen en consumeren gezien moet worden om in de wereld mee te tellen. Pas als je bezit niet meer belangrijk is kun je je veilig ter ruste leggen. En als je weet dat je liefhebt en geliefd wordt is het leven zoet. Toen in 1517 Maarten Luther stelling nam tegen de verloedering in de Rooms Katholieke kerk kwam er een proces van kerkhervorming op gang dat tot vandaag door gaat. Nog in de tijd van Maarten Luther trad in Geneve de kerkhervormer Johannes Calvijn op. Onder zijn invloed zijn alle psalmen op muziek gezet zodat iedereen de psalmen ook mee kon zingen. In de tweede helft van de vorige eeuw zijn op die melodieën nieuwe Nederlandse teksten gemaakt die een berijming vormen van de Bijbeltekst. We kunnen dus nog steeds de gitaar, de citer of de harp pakken en psalm 4 meezingen.

De dichter K.Heeroma heeft de tekst van deze psalm berijmd. Over God zegt hij: “die mij, als ik ben ingesloten, ruim baan maakt en mij weer bevrijdt” Aangezien we toch echt maar één God hebben zijn al die machtigen en rijken die het geluk beloven maar schijnheiligen en leugenaars. Over een paar weken wordt er weer op alle mogelijke manieren teruggekeken naar de Tweede Wereldoorlog. Terecht we moeten nooit meer toestaan dat volken en mensen op de weg van dat onnoemelijk leed worden verleid. Dat geldt ook voor onszelf. Voor de Tweede Wereldoorlog werd al gesproken over de zoete vogelaars die arme mensen verleiden op de weg van geweld en eigenwaan. Ook nu nog komt dat voor. Het maken van onderscheid tussen mensen van verschillend geloof, van verschillende afkomst, van verschillende nationaliteit doet sterk denken aan dat wat we nu verkeerd vinden aan de vijanden uit de Tweede Wereldoorlog. Die weg moeten we dus ook nu niet op met onze samenleving. De richtlijnen van God nodigen ons uit de vreemdelingen in ons midden actief bij onze samenleving te betrekken. Dat doen maakt dus dat we mogen wonen in een veilig huis. Wat houdt ons nog tegen.  

Reacties

Spreuken 23:26-35

26  Mijn zoon, geef me je vertrouwen, vind vreugde in de weg die ik je wijs. 27   Want een hoer is een valkuil, een lichtzinnige vrouw een nauwe put. 28  Ze legt hinderlagen als een rover, door haar neemt ontrouw toe. 29 Wie roept altijd ach en wee, wie maakt altijd ruzie? Wie heeft altijd wat te klagen, wie raakt altijd nodeloos gewond? Wie heeft altijd troebele ogen? 30  Een dronkaard, die tot in de vroege morgen drinkt, die blijft proeven van de wijn. 31  Laat je niet verleiden door de glans van wijn, wanneer hij fonkelt in de beker. Hij glijdt zo makkelijk over de tong, 32  maar later bijt hij als een slang, spuit hij gif als een adder. 33  Dan zie je vreemde dingen en begin je wartaal uit te slaan. 34  Je voelt je heen en weer geslingerd door de golven, alsof je vastzit boven in het want. 35  ‘Ik ben geslagen, maar heb niets gevoeld, ik ben afgerost, maar heb niets gemerkt. Laat ik maar eens opstaan, eerst een beker wijn.’ (NBV)

Er wordt nog wel eens gezegd dat de Bijbel van alles verbiedt dat mensen gewoon een aangenaam leven kan bezorgen. Dat is dus niet waar. Natuurlijk waarschuwt de Bijbel voor van alles dat mensen schade kan berokkenen. Als de Bijbel vandaag geschreven zou worden dan zou je er een waarschuwing tegen het roken in vinden, dat brengt nu eenmaal de kans op hartziekten en longkanker. Zo staan er ook de nodige waarschuwingen in de Bijbel tegen het overmatig gebruik van alcoholhoudende dranken. Vandaag lezen we daar weer een aantal van. Maar het begint met een waarschuwing tegen het gebruik van een hoer. Let op, prostitutie wordt hier niet veroordeeld. Maar prostitutie past niet in de manier waarop de Bijbel wil dat we met mensen omgaan. Samen een partnerschap vormen dat stormen kan weerstaan is er met een hoer niet bij. In zo'n relatie beschouwen mensen elkaar als object waar je van kan profiteren. En Spreuken waarschuwt dat er dus ook van de gebruiker geprofiteerd kan worden en dat die alleen van nut is zolang er geprofiteerd kan worden.

Ook het overmatig gebruik van alcohol houdende drank, wijn in Bijbelse taal, maakt dat de mens geen mens meer is, maar een zielig hoopje wanhoop. Snel boos, altijd aan het klagen, snel gewond en met rood omrande troebele ogen. Dat is iemand die van de vroege morgen tot de late avond alcoholhoudende drank nuttigt. In onze dagen noemen we niet alleen de wijn maar ook sterke drank en bier. Eigenlijk verzet het boek Spreuken zich al tegen het comazuipen. Het ontmenselijkt je. Als je in coma ligt of overmatig dronken bent kan niemand je meer een plezier doen, kan ook niemand meer van jou genieten. Je doet een ander en jezelf dus zeer tekort. En bovendien geniet je eigenlijk helemaal niet meer van de drank die je zoveel onheil brengt. Je wordt er zeeziek van, iedereen die wel eens dronken is geweest zal dit herkennen.

Maar ook een pak slaag voel je niet meer omdat alcohol verdoofd en dat kan zeker niet ongevaarlijk zijn en om te herstellen van de kater heb je eigenlijk weer een nieuw glas alcohol nodig. Nu kun je elk individu veroordelen die te veel drank gebruikt maar onze samenleving maakt het gebruik van drank nu eenmaal tot een gewoonte die de illusie van rijkdom en vrolijkheid geeft. Bij elk staatsdiner hoort immers een forse hoeveelheid wijn, elke feestelijke gelegenheid van de rijken wordt opgeluisterd door het nuttigen van de nodige hoeveelheid drank. Elke feestelijke gelegenheid van de overheid ook wordt rijkelijk besprenkeld met alcohol. Misschien dat we onze overheid eens kunnen vragen het gebruik van alcohol te matigen zodat minder mensen in verleiding worden gebracht. Elke dag kunnen we ondertussen ons opnieuw inspannen om jonge mensen op de goede weg te brengen, ook vandaag weer.

Reacties
Domeinregistratie en hosting via mijndomein.nl