basalk.punt.nl
Abonneren

Abonneer je nu voor nieuwe artikelen op deze website!

Laatste artikelen

Exodus 24:1-11

1 ¶  Mozes kreeg van de HEER deze opdracht: ‘Kom naar mij toe, de berg op, samen met Aäron, Nadab en Abihu en zeventig van Israëls oudsten, en kniel op eerbiedige afstand  2  Alleen jij, Mozes, mag in de nabijheid van de HEER komen, de anderen niet. Het volk mag jou niet volgen als je de berg op gaat.’ 3  Mozes maakte het volk bekend met alle geboden en regels die de HEER had gegeven, en het volk verklaarde eenstemmig dat het zich zou houden aan alles wat de HEER geboden had. 4  Hierna schreef Mozes alles op wat de HEER had gezegd. De volgende morgen bouwde hij aan de voet van de berg een altaar en richtte hij twaalf gedenkstenen op, voor elk van de twaalf stammen van Israël één. 5  Hij droeg een aantal jonge Israëlieten op om de HEER brandoffers te brengen en stieren te slachten voor een vredeoffer. 6  Mozes nam de helft van het bloed en deed dat in schalen, de andere helft goot hij tegen het altaar. 7  Vervolgens nam hij het boek van het verbond en las dit aan het volk voor, en zij zeiden: ‘Alles wat de HEER gezegd heeft zullen we ter harte nemen.’ 8  Toen nam Mozes het bloed en besprenkelde daarmee het volk. ‘Met dit bloed, ‘zei hij, ‘wordt het verbond bekrachtigd dat de HEER met u heeft gesloten door u al deze geboden te geven.’ 9 ¶  Hierna ging Mozes de berg op, samen met Aäron, Nadab, Abihu en zeventig oudsten van het volk, 10  en zij zagen de God van Israël. Onder zijn voeten was er iets als een plaveisel van saffier, helder stralend als de hemel zelf. 11  Deze vooraanstaande Israëlieten werden niet door God gedood: zij zagen hem, en zij aten en dronken. (NBV)

En toch, niemand kan God zien. Mozes straalde zo toen hij bij God vandaan kwam dat hij zijn gezicht moest bedekken. Elia zag God voorbijgaan in het ruisen van de wind. Alleen Aäron, Nadab, Abihu en de zeventig oudsten van het volk zagen God en werden niet gedood, zij zagen hem en zij aten en dronken. Dat plaveisel van saffier, stralend als de hemel zelf werd ook gezien door Ezechiël toen hij een wagen zag gemaakt van de goden van Babel en daarboven de God van Israël, als een mens staat er daar. Er zijn mensen die denken dat God misschien de hemel en aarde heeft geschapen maar zich daarna met de ontwikkeling van de mensheid verder niet heeft bemoeid. De leer van Mozes zoals die in de eerste vijf boeken van de Bijbel wordt gepresenteerd is voor hen echt de leer van Mozes, die heeft het volk naar de Horeb in de Sinaï gebracht en heeft daar  de inrichting  van de toekomstige samenleving opgeschreven in het boek van het verbond. Maar in het verhaal staat Mozes niet alleen, er zijn priesters en volksvertegenwoordigers, die zeventig waren gekozen door het volk. God breekt volgens dat verhaal echt in in de historie en schrijft geschiedenis voor mensen.

Stieren zijn er geslacht als vredesoffer. Voor elke stam van Israël een stier. Stieren waren een symbool van kracht en vruchtbaarheid. Ze waren de sterksten van de huisdieren en er waren maar weinig stieren nodig om een kudden koeien te krijgen. Bovendien waren gecastreerde stieren, de ossen, nog heel goed om de ploeg door vette aarde te trekken zodat de bodem vruchtbaar  werd en vruchtbaar genoeg om graan te zaaien en overvloedig te oogsten. Die kracht en die vruchtbaarheid delen met de God van Israël moest wel wat opleveren. En wat dat maakte Mozes ook duidelijk. De kracht en het leven van mens en dier zat in het bloed zo geloofde men. Dat de helft van het bloed van de offerdieren gebruikt werd om het volk te besprenkelen deed die kracht en die vruchtbaarheid als het ware neerdalen op het volk. Een volk dat nog niet zo lang daarvoor de deurposten had ingesmeerd met bloed om de dood buiten te houden. Als Jezus van Nazareth ooit de maaltijd met zijn leerlingen zou houden die de uittocht uit Egypte herdacht spreekt hij ook over zijn bloed. Hij is het lam die de dood zal overwinnen, zoals eens in Egypte, maar hij is ook de stier wiens bloed zoveel kracht en vruchtbaarheid zal geven dat de hele aarde er door vernieuwd zal worden. Geen dood meer, geen oorlog, geen geweld. Een nieuw verbond noemde Paulus dat, niet alleen voor Israël maar ook voor ons.

Een verbond had het volk dus gesloten met de God van Israël. Zo'n verbond was niet uniek. Archeologen hebben vele voorbeelden gevonden van verbondssluitingen in dezelfde vorm en met woorden die sterk lijken op het verbond dat hier beschreven wordt. Het gaat dan altijd om een verbond dat gesloten werd door een koning met zijn onderdanen. Als de  Bijbel dus spreekt over een verbond dan erkent zij daarmee dat de God van Israël hun koning is. Het volk zal zich daaraan moeten onderwerpen. Het volk spreekt uit dat te zullen doen en voortaan naar de God, hun Koning te zullen horen. Niet voor niets verzet Samuël zich veel later tegen de wens van het volk een koning te hebben als de andere volken ook hebben. Dat zou het verbreken van het verbond zijn. Het was God zelf die toen bepaalde dat een Koning ook in zijn naam zou kunnen regeren "bij de gratie Gods" heet dat ook in ons Koninkrijk der Nederlanden. Ook Jezus sluit een verbond met zijn volgelingen. Ook zij erkennen hem dus als Koning en in het Nieuwe Testament wordt hij aangesproken met dezelfde titel als de Keizer van Rome. De keus om mee te doen in dat verbond van vrede, tegen de dood, is dus ook een politieke keus, het gaat uitdrukkelijk om de inrichting van onze hele samenleving. Daar horen geen armen te zijn, daar hoort niemand dood te worden gemaakt, daar  is dus geen oorlog. Met die samenleving mogen we elke dag opnieuw beginnen, ook vandaag weer.

Reacties

Exodus 23:20-33

20 ¶  Ik stuur een engel voor jullie uit om je op je tocht te beschermen en je naar de plaats te brengen die ik voor jullie bestemd heb. 21  Neem je voor hem in acht, gehoorzaam hem zonder tegenspreken, want hij handelt in mijn naam en zou jullie je opstandigheid niet vergeven. 22  Als je hem gehoorzaamt en alles doet wat ik zeg, zal ik de vijand van jullie vijanden zijn en jullie onderdrukkers onderdrukken. 23  Mijn engel zal voor jullie uit gaan naar het gebied van de Amorieten, de Hethieten, Perizzieten, Kanaänieten, Chiwwieten en Jebusieten, en ik zal die volken uitroeien. 24  Neem hun gebruiken niet over, kniel niet neer voor hun goden en vereer ze niet; haal hun godenbeelden omver en verbrijzel hun gewijde stenen. 25  Vereer de HEER, jullie God, dan zal hij je voedsel en je water zegenen en jullie vrijwaren voor ziekten. 26  Geen enkele vrouw in jullie land zal dan een miskraam krijgen of onvruchtbaar zijn, en ik zal je een lang leven schenken. 27  De schrik voor mij stuur ik voor jullie uit, ik zal paniek zaaien onder elk volk waarmee jullie in aanraking komen, zodat al je vijanden op de vlucht slaan. 28  Ook stuur ik een zwerm horzels voor jullie uit, die de Chiwwieten, de Kanaänieten en Hethieten zullen verjagen. 29  Maar ik verdrijf hen niet allemaal in één jaar, anders zou het land verwilderen en zouden er te veel wilde dieren komen; 30  ik zal het geleidelijk doen, totdat jullie met zo velen zijn dat je hun land in bezit kunt nemen. 31  Ik zal jullie een gebied geven dat zich uitstrekt van de Rode Zee tot aan de zee waaraan de Filistijnen wonen, en van de woestijn tot aan de Eufraat. De bewoners van dat hele gebied geef ik in jullie macht, en jullie zullen hen verdrijven. 32  Sluit geen verbond met hen of met hun goden. 33  Zij mogen niet in jullie land blijven, anders zouden ze jullie ertoe verleiden hun goden te vereren en tegen mij te zondigen. Dat zou jullie ondergang zijn.’ (NBV)

Een engel is niet een meneer in een witte jurk met vleugels. Als hier over engel gesproken wordt dan wordt gesproken over een boodschapper van de God van Israël. In het verhaal van Exodus wordt verteld dat voor het volk overdag een wolkkolom ging en in de nacht achter het volk een vuurkolom. Uit het verhaal kun je ook opmaken dat God zelf het volk voorgaat en in de nacht beschermd tegen laffe aanvallen van achteren. Het komt in deze boeken vaker voor dat de engel samenvalt met de God van Israël. Het drukt ook uit dat de God van Israël samenvalt met de boodschap die hij het volk zend, wat hij zegt doet hij ook en in zijn zeggen en doen herkennen we de God die de mensen liefheeft. Zeggen, doen en zijn vallen bij God samen. We schrikken overigens vaak van dat uitroeien van vele volken waar hier over gesproken wordt. Het is maar goed dat we schrikken en het niet maar gewoon vinden dat volken uitgeroeid worden.

Maar als we nauwkeurig lezen dan is dat uitroeien kennelijk iets anders dan in de Holocaust werd geprobeerd. Het gaat er om dat het volk Israël gevrijwaard bleef van elk contact met deze volken. De reden daarvan staat er hier bij. Deze volken hadden kennelijk een godsdienst die voor mensen zeer aantrekkelijk was, voor je het weet dan loop je ook hun goden na. En dat is nu net in strijd met wat de God van Israël wil en alle volken wil laten zien. De verering van de God van Israël heeft tot gevolg dat er geen ziekten zijn, dat vrouwen geen miskramen krijgen, dat er voldoende voedsel en water is voor iedereen en dat iedereen lang zal leven. Geloven wij dan te weinig? Bij ons zijn ziekten toch aan de orde van de dag, miskramen teisteren te veel vrouwen en hoewel we langzaamaan allemaal ouder worden zijn er toch nog altijd te veel mensen die voor hun tijd sterven. We weten natuurlijk best dat veel ziekten en sterfgevallen komen door onze leefstijl, te veel en te vet eten, roken en alcohol drinken helpen ook al niet. En ook de overheid stelt de veiligheid en gezondheid van mensen niet voorop blijkt vaak achteraf en zelfs als het een minister spijt dan nog veranderd het beleid niet.

De regels voor de inrichting van de samenleving zijn gegeven aan een volk dat zich geheiligd had. Ze hadden zichzelf en hun kleren gereinigd en waren rond de berg gaan staan op de plaats waar dat nog mocht. Het volk moest rein zijn en rein blijven. De God van Israël is volmaakt en zo moet ook zijn volk zijn. De bepalingen voor het omgaan met andere volken zijn er ook voor om te zorgen dat het volk rein blijft. Contact met andere godsdiensten betekende dat men onrein zou worden en als je door elkaar heen woont dan is contact met een andere godsdienst zo gebeurd. In onze dagen wil men nog wel eens deze bepalingen misbruiken om een scheiding tussen Christenen, Joden en Moslims te veroorzaken. Dat is onjuist alle drie bidden we dezelfde God van Israël, alledrie op een andere manier, maar er is geen sprake van afgodendienst. Die is er pas als bijvoorbeeld de Sabbat wordt afgeschaft. De  aantasting van de arbeidsvrije zondag is zo'n afgodendienst, het is een ultieme poging van de heidenen om het volk van God, iedereen dus, weer in slavernij te brengen. Gelukkig dat we ons elke dag opnieuw bewust mogen maken van de afgodendienst die ons in verleiding brengt en ons daarvan af mogen wenden. Ook vandaag weer.

 

 

Reacties

Exodus 23:10-19

10 ¶  Zes jaar achtereen mag je je land inzaaien en de oogst binnenhalen. 11  Maar het zevende jaar moet je het land braak laten liggen en het met rust laten, dan kunnen de armen onder jullie ervan eten; wat zij nog overlaten is voor de dieren van het veld. Met je wijngaard en je olijfgaard moet je hetzelfde doen. 12  Zes dagen lang mag je werken, maar op de zevende dag moet je rust houden; dan kunnen ook je rund en je ezel uitrusten en kunnen je slaven en de vreemdelingen die voor je werken op adem komen. 13  Houd je verre van alles waarvoor ik jullie heb gewaarschuwd. Roep geen andere goden aan, laat hun naam niet over je lippen komen. 14  Driemaal per jaar moeten jullie ter ere van mij feestvieren. 15  In de maand abib, de maand waarin jullie uit Egypte weggetrokken zijn, moet je op de daarvoor vastgestelde dagen het feest van het Ongedesemde brood vieren. Eet dan zeven dagen lang ongedesemd brood, zoals ik je heb opgedragen. Niemand mag dan met lege handen voor mij verschijnen. 16  Verder moeten jullie het Oogstfeest vieren, het feest van de eerste opbrengst van wat je op de akker gezaaid hebt, en tot slot, wanneer aan het eind van het jaar de hele oogst is binnengehaald, het Inzamelingsfeest. 17  Driemaal per jaar dus moeten alle mannen voor de Machtige, de HEER, verschijnen. 18  Als je een offerdier voor mij slacht, mag het bloed van het dier alleen vloeien wanneer er niets aanwezig is dat zuurdesem bevat, en het vet van mijn feestoffer mag niet tot de volgende morgen bewaard worden. 19  De allereerste opbrengst van je akker moet je naar het heiligdom van de HEER, je God, brengen. Je mag een geitenbokje niet koken in de melk van zijn moeder. (NBV)

Ze zeggen wel eens dat die gelovigen van die saaie serieuze mensen zijn. Hoe meer ze in de Bijbel lezen hoe ernstiger ze worden en hoe somberder ze gaan kijken. Nu is dat tegenwoordig een vooroordeel dat zeker voor Protestantse mensen niet meer opgaat maar er is ook wel een verklaring voor. In de Bijbel staan uitgebreide verhalen over feesten. Feesten die wij niet meer kennen maar die we maar al te graag zouden hebben. Lees het stukje van vandaag nog maar eens goed. Dat begint met een feest van een jaar lang. Een kaar lang niet zaaien, niet oogsten, het land braak laten liggen. Een jaar lang vakantie, eens in de zeven jaar. Veel mensen zouden dat graag willen. In banen waar men zich dat kan veroorloven hoor je dat ook nog wel eens, we nemen een Sabbatsjaar heet dat dan, een jaar om wat anders te gaan doen, een jaar om je te bezinnen op de manier waarop je je leven hebt ingericht. De armen onder ons kunnen zich dat niet veroorloven. Ook daar houdt de Bijbel rekening mee, alles wat groeit op de akker is voor de armen. De Bijbel gaat er van uit dat er zelfs meer zal groeien dan de armen nodig hebben, de rest is voor de wilde dieren.

Maar ook als je je het niet kunt permiteren hoef je niet onafgebroken je hele leven dag in dag uit te werken. Zes dagen, dan is het weer hoog tijd om te gaan rusten, feest maken dus. In de Joodse traditie werd dat de dag die wij kennen als de zaterdag. Joden en Heidenen die samen een Christelijke gemeente vormden kwamen dan de dag erop, de eerste dag van een nieuwe week, bij elkaar om te vieren dat hun Heiland, die hun leven weer tot een geheel had genezen, was opgestaan uit de dood. De dood speelde voor hen geen rol meer in het leven. De dood was niet het einde van het verhaal, het einde van het verhaal was het leven, een leven waar alle tranen gedroogd zullen zijn. Die eerste dag van de week werd onze zondag. Een dag die in onze traditie alle kenmerken van de Sabbat kreeg. Op die dag hoort er niet gewerkt te worden. Wij zijn evenmin als het volk Israël slaven van ons werk. Een individuele vrije dag is mooi, maar als alle anderen werken dan ben je dus vrij op een werkdag en ben je niet vrij van je werk. De vrije zondag zou dus een vrije zondag moeten blijven, niet om religieuze redenen, die lezen we niet in het gedeelte van vandaag, maar omdat we geen slaven willen worden van welk werk dan ook, daar zijn we van bevrijd, of  we geloven of niet.

Er staan in de Bijbel natuurlijk ook religieuze feesten. Het kerstfeest staat niet in de Bijbel, dat is de Christelijke kerk pas eeuwen later gaan vieren, maar Pasen en Pinksteren staan er wel in. En nog een extra feest dat in de Christelijke traditie verdwenen is, het Loofhuttenfeest. Alledrie zijn oogstfeesten. Het eerste feest, Pasen, staat in het teken van de bevrijding uit de slavernij. Toen werd er brood gegeten dat je meeneemt op een lange reis, brood zonder zuurdesem of gist, dat bederft niet. Om je bewust te maken van die bevrijding moet je dat dus opnieuw eten en zo eten veel mensen rond de Pasen de Matzes, brood uit de Joodse traditie van bevrijding. Ook als de eerste oogst wordt binnengehaald vier je feest. Die oogst zal niet alleen voor jezelf zijn, de oogst is er om te delen. De oogst heb je gekregen van God, de God die immers alles gemaakt heeft zo dat mensen op aarde kunnen leven. Daarom gaat het eerste van de oogst naar de Tempel, daarom wordt van het geheel van de oogst gedeeld met de armen. Ook als alles is ingezameld, de oogst, het fruit van de bomen, de dieren zijn geslacht voor de winter, wordt er gefeest. Dan woont het volk Israël in hutten gemaakt van boomtakken om zich te herinneren dat ze het zo goed hebben omdat God hen bevrijd heeft en door de woestijn heeft geleid. Dat slachten van dieren en het eten van het vlees van dieren is niet zomaar, je beneemt een dier een leven en dat moet je zorgvuldig doen, met eerbied voor het leven van het dier. Daarom weet je dat een moeder rouwt om de dood van haar kind, daarom kook je het vlees van een geitenbokje ook niet in de melk van zijn moeder. Die aandacht voor wat groeit, voor wat voor ons het leven laat, mogen we best weer terug laten komen in ons leven. De kerk kent daarvoor ook de bid en de dankdagen in voor en in najaar. Maar elke dag zijn onze maaltijden een mogelijkheid om stil te staan bij de vraag wat wij delen met de armen, van wie wij dat eten hebben gekregen.

 

 

Reacties

Exodus 23:1-9

1 ¶  Onthoud je van lasterlijke aantijgingen. Maak geen gemene zaak met een misdadiger door iemand vals te beschuldigen. 2  Laat je er niet door de meerderheid toe overhalen iets onrechtvaardigs te doen, en als je in een rechtszaak getuigt, verdraai het recht dan niet door je naar de meerderheid te richten. 3  Iemand die arm is, mag je in een rechtszaak niet bevoordelen. 4  Wanneer je een verdwaald rund of een verdwaalde ezel van een vijand van je aantreft, moet je hem het dier zonder uitstel terugbrengen. 5  Wanneer je ziet dat de ezel van iemand met wie je in onmin leeft onder zijn last bezwijkt, mag je niet werkeloos toezien maar moet je hem meteen de helpende hand bieden. 6  Bij een rechtszaak moet je de rechten van de armen eerbiedigen. 7  Laat je niet beïnvloeden door valse aantijgingen en breng een onschuldige die in zijn recht staat niet ter dood; wie zich daaraan schuldig maakt, laat ik niet vrijuit gaan. 8  Neem geen steekpenningen aan, want steekpenningen maken zienden blind en maken eerlijke mensen tot leugenaars. 9  Vreemdelingen mag je niet uitbuiten. Jullie weten immers hoe het voelt om vreemdeling te zijn, omdat jullie zelf vreemdelingen zijn geweest in Egypte.(NBV)

Mensen tot hun recht laten komen. Daar gaat het in de Bijbel heel vaak over. Je laat mensen tot hun recht komen door ze lief te hebben. Maar het liefhebben van je naaste ontslaat je niet van verantwoordelijkheid. Je bent zelf verantwoordelijk voor de dingen die je zegt of doet. In het gedeelte van vandaag ligt daar de nadruk op. Je mag je best aan iemand ergeren, je hoeft niet met iedereen bevriend te zijn, maar daarom hoef je over een ander geen laster te verspreiden. Laster is in dit geval het negatieve over een ander uiten als vaststaand dat je misschien aanvoelt maar niet echt kunt bewijzen. Eerlijkheid en rechtvaardigheid zijn eigenschappen die in de Bijbel zeer worden aanbevolen. Zo mag je best een misdadiger liefhebben en die op het rechte pad proberen te krijgen maar om die vriendschap te behouden gaat het toch echt te ver een ander vals te beschuldigen.

De stelling dat je een meerderheid in het kwaad niet moet volgen is populair onder minderheden. Zij hoeven dan niet goed te vinden wat iedereen goed vindt. En daarin hebben ze volgens de Bijbel gelijk. Maar de vrijheid die de Bijbel schenkt aan iedereen geldt dus ook voor iedereen. Van deze stelling is onze norm voor de vrijheid van meninsuiting afgeleid. En die norm is best heel moeilijk vol te houden. Als iedereen de vrijheid heeft een eigen mening te uiten zonder zich iets aan te trekken van een meerderheid zou dus ook de mening dat een beweging als IS een goede beweging is in vrijheid verkondigd moeten kunnen worden. Dan zou dus ook de mening dat onze westerse samenleving met haar sexualisering van het uiterlijk vertoon in de maatschappij verdorven is en bestreden moet worden geuit moeten kunnen worden. Helaas gaat bijna een meerderheid in ons land daarin niet mee. Als die meningen gegrond zijn in de Koran, als men vindt dat die mening bij de Islam hoort dan wil men het uiten van die meningen verbieden. Onrechtvaardig dus en we zouden hierin de meerderheid niet moeten volgen.

Er staan in het stuk van vandaag ook zaken die je niet zou verwachten. Je mag bijvoorbeeld een arme en zijn zaal in een rechtsgeding niet voortrekken. Je moet wel de rechten van de armen eerbiedigen. Hoe zit dat? Nu in een samenleving die de Bijbel ons voor houdt zijn geen armen. Dan wordt er zo voor mensen gezorgd dat ieder tot zijn of haar recht komt en niemand gebrek lijdt. Iemand bevoordelen omdat die arm is laat die iemand niet tot zijn of haar recht komen, arm zijn is immers onrecht. Behandel de ander dus zoals je zelf behandeld zou willen worden. In onze discussie over de integriteit van bestuurders is het verbod op het aannemen van steekpenningen op zijn plaats. Maar steekpenningen zijn vaak meer dan geld bedragen met een voor wat hoort wat karakter. Ook vriendschap met haar voordelen kan een steekpenning zijn. Wie bij jouw partij hoort heeft immers de goede kant gekozen? De Bijbel roept hier op daar los van te staan, je bent zelf verantwoordelijk voor eerlijkheid en rechtvaardigheid, zonder aanziens des persoons, zonder te letten op wat anderen er van vinden, hoe bevriend ze ook met je zijn. Een manier van leven dat we dus ook anderen mogen voorhouden om onze samenleving te verbeteren. Gelukkig dat we dat elke dag opnieuw mogen doen, ook vandaag weer.

 

Reacties

Exodus 22:20-30

20 Vreemdelingen mag je niet uitbuiten of onderdrukken, want jullie zijn zelf vreemdelingen geweest in Egypte. 21 Weduwen en wezen mag je evenmin uitbuiten. 22 Doe je dat toch en smeken zij mij om hulp, dan zal ik zeker naar hen luisteren: 23 ik zal in woede ontsteken en ieder van jullie doden, en dan zullen jullie eigen vrouwen weduwe worden en jullie kinderen wees. 24 Als je geld leent aan iemand van mijn volk die armoede lijdt, gedraag je dan niet als een geldschieter en vraag geen rente van hem. 25 Als je iemands mantel als onderpand neemt, moet je die voor zonsondergang aan hem teruggeven, 26 want hij heeft niets anders om zich mee toe te dekken. Waarmee moet hij zijn lichaam anders beschermen als hij gaat slapen? Als hij mij om hulp smeekt, zal ik naar hem luisteren, want ik ben een genadige God. 27 Je mag God niet lasteren en je mag de leiders van je volk niet vervloeken. 28 Sta de eerste opbrengst van de druivenoogst zonder uitstel aan mij af, en geef mij ook je eerstgeboren zoon. 29 Hetzelfde geldt voor de eerste jongen van je runderen en van je schapen en geiten; zeven dagen mogen ze bij hun moeder blijven, op de achtste dag moet je ze aan mij afstaan. 30 Leef als mensen die aan mij gewijd zijn. Eet geen vlees van een dier dat door een roofdier is gedood; dat moet je aan de honden geven. (NBV)

Mensen die bang zijn dat je de Bijbel niet alleen letterlijk wil nemen maar ook doen wat de bedoeling van de Bijbel is, je naaste echt liefhebben als jezelf, wijzen er graag op dat er in de Bijbel op verschillende wijze over vreemdelingen gesproken wordt. Er zijn vreemdelingen die bij je werken, er zijn vreemdelingen die gasten zijn, die met je handelen bijvoorbeeld en er zijn vreemdelingen waar je bang voor zou moeten zijn, zwervers die zomaar en ineens opduiken. Als je een tekst leest zoals die hierboven staat moet je je dus afvragen welke  soort vreemdelingen hier bedoeld worden. In Deuteronomium staat het gebod om bij de Tempel een maaltijd te houden met je familie, de armen en de vreemdelingen die bij je in dienst zijn. Maar Joodse vertalers wijzen er op dat het hier in het boek Exodus gaat over zwervers. De oudste belijdenis van het volk Israël ging immers ook over zwervers: "Mijn vader was een zwervende Arameeër". Daarmee wordt Abraham bedoeld en de God van Abraham, Izaak een Jacob werd de God van Israël en door hongersnood gedreven kwamen ze in Egypte terecht waar ze uiteindelijk in slavernij werden gehouden.

Zwervende vreemdelingen die uit honger op de vlucht slaan genieten hier dus een bijzondere bescherming. De God van Israël zelf neemt ze onder zijn hoede en mensen die in ellende direct een straf van God zien zouden gemakkelijk met een beroep op dit gedeelte uit de Bijbel kunnen zeggen dat de financiële en economische crisis van onze dagen te wijten is aan de manier waarop wij economische vluchtelingen behandelen. Die crisis hebben we te danken aan Bankdirecteuren die in de geest van onze tijd hebzuchtig en zelfzuchtig waren en daarbij het belang van de mensen terzijde schoven. Wij helpen die bankdirecteuren liever dan dat we de tijdgeest weer in overeenstemming brengen met het Bijbelse gebod allereerst voor de armen te zorgen. Economische vluchtelingen laten wij liever verdrinken in de Middellandse Zee dan ze in de wereld een plek te geven waar ze zonder honger zouden kunnen leven en kunnen werken aan een vruchtbare toekomst. Zelfs mensen die vervolgd worden en vluchten voor oorlog, onderdrukking en geweld kunnen niet op ons medeleven rekenen. Desnoods nemen we ze op als zwervers en als het over de Bijbel gaat dan roepen we dat we niet voor iedereen kunnen zorgen.

Dat je een volk moet vormen waarin voor de zwaksten gezorgd wordt dringt nog steeds niet door bij de meerderheid. Het idee dat aan de mensen met de laagste inkomens geen rente op leningen gevraagd zou mogen worden is zelfs de volkskredietbanken met hun afdelingen schuldhulpverlening vreemd. Een volk moet ook oefenen in delen. Daarom werd aan het volk Israël gevraagd om het eerste van de oogst op te dragen aan de God van Israël, daar moesten de Priesters van de Tempel en de Levieten die recht spraken van leven. Daarom moest ook de eerstgeborene opgedragen worden aan de God van Israël. Die eerstgeborene zou uiteindelijk ook als eerste opgeroepen worden voor de krijgsdienst als het volk werd bedreigd door een ander volk. Zijn leven hoorde daarom van begin af te liggen in de hand van de God van Israël, de God die de armen beschermde en zich druk maakte over zwervers die bescherming bij zijn volk voor bescherming hadden aangeklopt. Wij kunnen in onze dagen nog veel leren van de regels waarmee het volk van Israël haar samenleving in het beloofde land zou kunnen inrichten. Wij zouden verlost zijn van vluchtkerken en vluchtgarages, van beelden van hongerende vluchtelingen die verdrinken aan onze grenzen. We zouden de voedselbanken niet meer nodig hebben, hoe goed het ook is ze te blijven bevoorraden. Elke dag kunnen we opnieuw werken aan de noodzakelijke hervormingen in onze samenleving, ook vandaag weer.

 

Reacties

Exodus 22:9-19

9 Wanneer iemand een ezel, rund, schaap of geit of welk dier dan ook aan een ander toevertrouwt, en het gaat dood of raakt gewond of wordt geroofd zonder dat er getuigen zijn, 10 en die ander zweert bij de HEER dat hij zich niet aan het bezit van de eigenaar vergrepen heeft, dan moet deze daar genoegen mee nemen en hoeft hem niets vergoed te worden. 11 Als vaststaat dat het dier gestolen is van de ander, moet deze het aan de eigenaar vergoeden. 12 Als het door een roofdier gedood is, moet hij dat bewijzen door hem het dode dier te brengen; hij hoeft het verscheurde dier niet te vergoeden. 13 Wanneer iemand een dier van een ander in bruikleen heeft en het raakt gewond of sterft terwijl de eigenaar er niet bij is, moet hij het dier volledig vergoeden. 14 Is de eigenaar er wel bij, dan is hij geen vergoeding verschuldigd. Was het dier gehuurd, dan is de schade bij de huurprijs inbegrepen. 15 Wanneer iemand een meisje dat nog niet uitgehuwelijkt is verleidt, moet hij de volle bruidsprijs betalen en met haar trouwen. 16 Mocht haar vader weigeren haar aan hem uit te huwelijken, dan moet hij een bedrag betalen dat overeenkomt met de bruidsprijs voor een maagd. 17 Een tovenares mag niet in leven blijven. 18 Wie gemeenschap heeft met een dier, moet ter dood gebracht worden. 19 Wie aan andere goden offers brengt, en niet uitsluitend aan de HEER, moet onder de ban worden geplaatst en gedood worden. (NBV)

Nog meer casuïstiek vandaag. Van allerlei op het oog heel verschillende zaken wordt verteld hoe daarbij te handelen. Wat moeten we er vandaag de dag mee zullen velen zicht afvragen. Eeuwen lang zijn de regels die we vandaag lezen gelezen alsof het wetten waren zoals we tegenwoordig ook wetten en regels hebben. We zijn vergeten dat we in het boek Exodus lezen. In dat boek wordt de weg beschreven die het volk Israël moest gaan van de slavernij in Egypte naar het land Kanaän dat hen gegeven zou worden als een land dat overvloeit van melk en honing. De regels die in het boek Exodus staan, dus ook de regels die we vandaag lezen, horen bij die weg. Elke dag moeten we allemaal een heleboel beslissingen nemen en welke beslissingen zijn nu de goede. We zouden zo graag beschikken over de kennis van goed en kwaad, maar we beseffen dat we daar eigenlijk maar weinig greep op hebben. Het verkrijgen van die kennis, het verkrijgen van de macht over goed en kwaad zou mensen goddelijk maken en het verhaal van de Bijbel leert ons dat het onze verhouding met de God van Israël stuk maakt en dat is toch zonde want die God schenkt ons een weg waar we zomaar gebruik van mogen maken en die ons draagt uit al die vele beslissingen in ons leven.

We zijn geen goden en als we zelf beslissingen nemen dan merken we dat we die soms ten goede nemen en soms heel erg fout kunnen doen. Niemand wil beslissingen nemen die andere mensen schade toebrengen. Maar vaak genoeg merken we achteraf dat we uit onwetendheid of onverschilligheid beslissingen hebben genomen die een ander toch schade hebben toegebracht. Als we dat toch geweten hadden, als we er toch bij stil hadden kunnen staan dan hadden we het vast wel anders gedaan. Maar ons eigen belang, of de situatie, of de druk die anderen op ons legden maakten dat we de beslissing namen die we genomen hadden. Wat is nu de weg van de God van Israël? Dat we de ander moeten liefhebben als onszelf. In het gedeelte dat we vandaag gelezen hebben gaat het om zorg en verantwoordelijkheid. Als een ander ons iets heeft toevertrouwd dan hebben we daar zorg voor te hebben en verantwoordelijkheid voor te nemen. Dat gaat heel ver. In onze dagen gaat het ook over de stad waar je te gast bent, het huis dat voor jou is opengesteld, het moois van een ander dat je mag bekijken. Daar heb je dus zorg voor en verantwoordelijkheid.

Maar dan duiken er vrouwen op waar je iets voor moet doen. Het zijn regels die voor mannen bestemd zijn, zo lijkt het. Sommige regels zijn cultuurbepaald. Een meisje trouwt in bij haar schoonfamilie. Het werk dat ze deed en dat wegvalt moet vergoed worden. In onze westerse cultuur kennen we dat niet meer. Maar als een meisje een vrouw geworden was dan bleef ze tot last van haar eigen familie en kon ze niet meer trouwen. Als haar ouders gestorven waren dan verviel ze tot armoede en tot prostitutie. Als ze trouwde en haar man zou overlijden dat was het de verantwoordelijkheid van de broers of neven van haar man haar tot vrouw te nemen en haar te behoeden voor armoede. Als je een meisje verleidt moet je er dus verantwoordelijkheid voor nemen. Mannen horen dus in onze dagen tegen abortus te zijn. Niet om het aan vrouwen te verbieden, maar om er voor te zorgen dat vrouwen niet in een situatie komen dat ze het zouden moeten overwegen. Wij spreken graag over de verantwoordelijkheid van vrouwen, maar de Bijbel spreekt over verantwoordelijkheid van mannen, misschien dat wij dat ook wat vaker moeten doen. Bedriegers en bedriegsters horen niet bij het volk, mensen die zich als dieren gedragen ook niet. Gelukkig dat we elke dag opnieuw onze verantwoordelijkheid en onze zorg voor de ander opnieuw op ons mogen nemen, ook vandaag dus weer.

Reacties

Exodus 21:37–22:8

37  Wanneer iemand een rund steelt of een schaap of geit en hij slacht of verkoopt het dier, dan moet hij het vergoeden: een rund met vijf runderen, en een schaap of geit met vier schapen of geiten. 1 Betrapt iemand de dief op heterdaad en slaat hij hem dood, dan laadt hij daarmee geen bloedschuld op zich. 2 Gebeurt dit echter na zonsopgang, dan laadt hij wel bloedschuld op zich. De dief moet alles vergoeden; bezit hij niets, dan moet men hem verkopen voor een bedrag ter waarde van het gestolene. 3 Als het gestolen dier nog levend bij hem wordt aangetroffen, moet hij het dubbel vergoeden, of het nu een rund betreft, een ezel, schaap of geit. 4 Wanneer iemand zijn vee loslaat om een stuk land of een wijngaard te begrazen, en zijn dieren grazen de akker van een ander af, dan moet hij de schade met de beste opbrengst van zijn land of wijngaard vergoeden. 5 Wanneer iemand iets verbrandt en het vuur overslaat op doornstruiken, waardoor korenschoven of een akker met het staande koren in vlammen opgaan, moet de veroorzaker van de brand de schade vergoeden. 6 Wanneer iemand geld of sieraden aan een ander in bewaring geeft en dit wordt uit het huis van die ander gestolen, moet de dief, als hij gepakt wordt, een dubbele vergoeding geven. 7 Als de dief niet gevonden wordt, moet de eigenaar van het huis in het heiligdom zweren dat hij zich niet aan de bezittingen van de ander heeft vergrepen. 8 Bij elk vermoeden van verduistering-of het nu een rund betreft, een ezel, een schaap of geit, een kledingstuk, of welk zoekgeraakt voorwerp ook waarvan iemand beweert dat het zijn eigendom is-moeten beide partijen hun zaak aan God voorleggen. Degene die door God schuldig verklaard wordt, moet de ander een dubbele vergoeding geven. (NBV)

Nog meer casuïstiek uit het boek Exodus vandaag. Hoe richt je een samenleving nu zo in dat aan iedereen recht wordt gedaan? Die vraag wordt ook aan ons gesteld. Een samenleving is immers steeds aan verandering onderhevig en altijd is de vraaag welke spelregels nu de beste zijn. Gelovigen zullen zeggen dat de spelregels van de God van Israël de bovenste beste zijn. Maar in de dagen dat het boek Exodus haar definitieve vorm en inhoud kreeg had men van de hedendaagse technologie en haar mogelijkheden nog geen benul. Toch zijn de vragen die het boek Exodus aan ons stelt van groot belang. De eerste vraag bijvoorbeeld gaat over het recht je te verdedigen tegen inbrekers en roofovervallers. Mag je zover gaan dat ze het leven verliezen? Het leven is immers het allerbelangrijkste en het kostbaarste dat een mens bezit. Elk belang van bezit aan voorwerpen en geld valt in het niet bij mensenlevens. Als het duister is en iemand breekt in of overvalt je dan is het te rechtvaardigen dat je je zelf ook zo bedreigd voelt dat je je zo verdedigt dat daar iemand aan kan dood gaan. Als het licht is en je kunt de bedoelingen inschatten en men bedreigt je niet met de dood, dan mag je niet doden, dat laatste is dus altijd het uitgangspunt.

 

Een dief die betrapt wordt moet alles vergoeden, heeft hij niks dan moet hij als slaaf verkocht worden voor het bedrag dat hij gestolen heeft. Dat klinkt heel wreed maar de Tora kent ook uitzonderingen. Als iemand een brood steelt om zijn gezin te voeden dan is hij onschuldig. De samenleving had er maar voor moeten zorgen dat het niet zo ver zou komen.  Wij kennen geen slavernij mee maar wel werkstraffen. Er heerst terecht onvrede over die dieven die wel veroordeeld worden voor het misdrijf dat ze hebben begaan maar nooit de schade zullen kunnen vergoeden die ze hebben veroorzaakt. Misschien roept deze tekst uit Exodus ons op bij het inrichten van mogelijke werkstraffen ook eens wat vaker te denken aan de mogelijkheid iemand te laten werken voor het slachtoffer, of het slachtoffer mee te laten bepalen met wat voor werk de schade vergoed zou kunnen worden. Ook slachtoffers zal recht gedaan moeten worden blijkt uit de Bijbelse bepalingen en richtlijnen. Niet voor niets wordt in sommige gevallen zelfs een Godsoordeel gevraagd.

Dat Godsoordeel kennen we niet meer. De manieren die mensen hadden om een Godsoordeel te vragen hadden in het verleden te vaak het karakter van een loterij en loterijen zijn door mensen te manipuleren. Door de rijken meestal nogal gemakkelijker dan door de armen. Wij moeten het dus hebben over zorgvuldige rechtspraak. Juist waar het gaat om materiele schade ontbreekt het daar nog wel eens aan. Als twee mensen een geschil hebben over iets als verduistering wordt al snel geoordeeld dat het gaat om een geschil tussen twee mensen en niet om een strafbaar feit. Zorgvuldig onderzoek naar de zaak wordt dan zeer beperkt en eigenlijk aan beide partijen overgelaten. Aangezien de armen ook in onze samenleving nauwelijks toegang hebben tot ons rechtssysteem, advocaten en onderzoekers niet kunnen betalen, geeft ons huidige rechtssysteem mensen met een laag inkomen en zonder vermogen niet de kans zich tot hun recht te laten komen. Die oude bepalingen  over runderen en geiten zullen ons op het spoor moeten brengen van gerechtigheid en rechtvaardigheid. Het tot hun recht komen van de armsten en de zwaksten in de samenleving zal daarbij voorop moeten staan, ook vandaag de dag.

Reacties

Exodus 21:26-36

26  Wanneer iemand zijn slaaf of slavin zodanig in het oog treft dat dit verloren gaat, moet hij hem of haar als vergoeding voor dat oog vrijlaten. 27  En als hij zijn slaaf of slavin een tand uitslaat, moet hij hem of haar als vergoeding voor die tand vrijlaten. 28  Wanneer een stier een man of vrouw zodanig stoot dat deze sterft, moet die stier gestenigd worden en mag het vlees ervan niet gegeten worden. De eigenaar gaat echter vrijuit. 29  Maar als die stier een man of vrouw doodt terwijl hij voor die tijd al stotig was, en de eigenaar was gewaarschuwd maar had hem niet vastgezet, dan moet niet alleen de stier gestenigd worden maar moet ook de eigenaar ter dood gebracht worden. 30  Legt men hem een afkoopsom op, dan moet hij als losprijs voor zijn leven de volle som die hem wordt opgelegd betalen. 31  Deze regels gelden ook als de stier een jongen of meisje stoot. 32  Als hij een slaaf of slavin stoot, moet aan zijn of haar meester dertig sjekel zilver worden betaald en moet de stier gestenigd worden. 33  Wanneer iemand een put graaft of openlegt en hem daarna niet afdekt, en er valt een rund of een ezel in, 34  moet de eigenaar van de put de schade vergoeden: hij betaalt de eigenaar van het dier een bepaald bedrag en mag het dode dier houden. 35  Wanneer iemands stier de stier van een ander zodanig stoot dat die sterft, moet de levende stier verkocht worden en de opbrengst ervan gedeeld. Ook het dode dier moet verdeeld worden. 36  Maar als bekend was dat de stier voor die tijd al stotig was en de eigenaar had hem niet vastgezet, dan moet hij de dode stier met een levende vergoeden; het dode dier mag hij houden.(NBV)

Nog meer casuïstiek vandaag. De tora wordt wel eens vergeleken met een weg die je uit het woud van beslissingen draagt dat je elke dag moet nemen. Wij hebben geen slaven meer zul je denken, maar dat is te gemakkelijk gedacht. Uit het geheel van deze voorbeelden van wat recht is komt een patroon tevoorschijn waar wij ook vandaag de dag nog ons voordeel mee kunnen doen. Allereerst dat de zwakke beschermd moet worden. Als je een onderliggende partij verwond dan kan dat niet zomaar, dan kom je er niet zonder kleerscheuren van af. We hebben gelezen van oog om oog en tand om tand, maar als het gaat om slaven en slavinnen dan is hun vrijheid veel belangrijker dan het verwonden van een dader als vergoeding voor het aangedane leed. Dus als je een slaaf een tand of een oog laat verliezen dan is die slaaf onmiddellijk vrij. Richtlijn is dus niet een strakke definitie als oog om oog of tand om tand maar richtlijn is de schade die je toebrengt, die moet hersteld worden en armen hebben daarbij andere belangen dan rijken.

Een ander patroon dat hier tevoorschijn komt is dat van de verantwoordelijkheid. Stieren zijn onvoorspelbare beesten en als je als boer een stier bezit kun je er alles aan doen om die gevaarloos te vervoeren. Je blijft echter het risico lopen dat er toch onverwacht iets met de stier gebeurd. Ook kunnen mensen onbedoeld terecht komen in het weiland waar de stier loopt te grazen. Als er dan gewonden vallen dan ben je zelf niet verantwoordelijk voor de schade. Het vlees van de stier kan gedeeld worden en dat is dan dat. Maar als je weet hebt van gevaarlijk gedrag van de stier in jouw bezit dan moet je zorgen dat de stier bij andere mensen wegblijft. Desnoods zet je waarschuwingsborden bij het weiland of je houdt de stier afgezonderd in de stal. In de Bijbel staat dat voor een stier, maar het geldt natuurlijk voor alles wat in jouw bezit is. Zelfs voor je auto's. De wetgevers hebben daarvoor in onze dagen een periodieke keuring ingevoerd. Als jij je onttrekt aan die keuring en komen ongelukken, of als je de bevindingen van die keuring negeert en er komen ongelukken van dan ben je rechtstreeks verantwoordelijk voor de gevolgen. Als er iemand aan sterft kun je berecht worden voor doodslag.

Het recht van de zwakste in een conflict is lange tijd uit onze rechtspraak verdwenen. Slachtoffers en nabestaanden waren volstrekt buiten beeld. Heel langzaam dringt het besef door in de rechtspraak dat het niet alleen om de persoon van de dader gaat maar ook op de ernst van de gevolgen van een misdrijf. Die ernst is niet in alle gevallen gelijk. Hetzelfde misdrijf kan voor de ene benadeelde, voor de ene nabestaande of slachtoffer, veel zwaarder wegen dan voor de andere. De genoegdoening zal daarop moeten zijn afgestemd. Soms in de vorm van een hogere straf, soms in de vorm van een lagere straf om de dader in de gelegenheid te geven de schade materieel te vergoeden en het slachtoffer of de nabestaande de zekerheid te geven dat de materiele vergoeding ook binnen afzienbare tijd ook verkregen kan worden. Er wordt zelfs over gesproken dat we als samenleving, via de overheid, voorschotten op die materiele vergoeding zullen kunnen betalen. Daarmee zal het recht van de armsten in ons rechtssysteem pas verankerd kunnen worden. Zo kunnen we leren dat ook die casuïstiek uit de Tora ons kan helpen recht te doen. De Bergrede uit het Evangelie van Matteüs wordt beschouwd als een hervertelling van de Tora voor de mensen die leden onder de Romeinse bezetting. Wij lijden onder het Romeinse Recht waar de regels recht worden gedaan. Door te blijven vertellen over dat Koninkrijk van God kunnen we beetje bij beetje er voor zorgen dat aan mensen recht wordt gedaan, elke dag opnieuw, ook vandaag weer.

 

Reacties

Exodus 21:12-25

12 ¶  Wie een ander zodanig slaat dat deze sterft, moet ter dood gebracht worden. 13  Maar in het geval dat hij het niet met opzet deed en God zijn hand bestuurde, kan hij vluchten naar een plaats die ik jullie zal aanwijzen. 14  Wanneer iemand een ander echter verraderlijk vermoordt, met voorbedachten rade, mag je hem zelfs van mijn altaar weghalen om hem ter dood te brengen. 15  Wie zijn vader of moeder mishandelt, moet ter dood gebracht worden. 16  Wie iemand ontvoert, moet ter dood gebracht worden, of hij de ander nu als slaaf verkocht heeft of hem nog in zijn bezit heeft. 17  Wie zijn vader of moeder vervloekt, moet ter dood gebracht worden. 18  Wanneer twee mannen ruziemaken en de een de ander zodanig met een steen of met zijn vuist slaat dat hij niet sterft maar wel het bed moet houden, 19  en hij weer op de been komt en met behulp van een kruk weer buiten kan lopen, dan gaat degene die hem geslagen heeft vrijuit. Wel moet deze hem de gedwongen rusttijd en de kosten van zijn herstel vergoeden. 20  Wanneer iemand zijn slaaf of slavin met een stok slaat en hij of zij sterft ter plekke, dan moet er vergelding plaatsvinden.21  Als de slaaf of slavin nog enkele dagen in leven blijft, gaat de eigenaar vrijuit; door het verlies van zijn eigendom is hij genoeg gestraft. 22 ¶  Wanneer twee mannen aan het vechten zijn en een van hen een zwangere vrouw raakt met als gevolg dat zij een miskraam krijgt, maar ze heeft verder geen letsel opgelopen, dan moet een boete worden geëist waarvan de hoogte door haar echtgenoot wordt vastgesteld; de rechters moeten op de betaling toezien.(NBV)

Casuïstiek, daar lezen we vandaag over. Elke dag moet iedereen talloze beslissingen nemen. Heel vaak ook beslissingen die anderen raken. Sommige beslissingen lijken je opgedrongen te worden, door de samenleving, door je werk, door de buurt waarin je woont, door je gezin. Moet je je tegen die opgedrongen beslissingen verzetten of niet? Als er iemand dood aan gaat moet je je er zeker tegen verzetten. In deze dagen wordt herdacht dat in februari 1942 heel veel mensen in ons land staakten omdat de Duitse bezetter hun collega's en buren bij elkaar had gedreven om hen weg te voeren. Dat die collega's en buren de dood zouden vinden, vermoord zouden worden, dat wist men niet. Maar dat onschuldige mensen met wie men soms al generaties om ging zo maar zonder reden konden worden opgepakt en weggevoerd ging heel veel mensen te ver. De mensen die opgepakt werden hoorden volgens de Duitse bezetter bij het volk Israël, een volk zonder staat, een volk dat ooit had geleerd niet te doden en dat daar naar ook wilde leven. Tenminste de mensen die ook zelf bij dat volk gerekend wilden worden.

We denken gemakkelijk dat het gedeelte dat we vandaag lezen de invoering van de doodstraf legitimeert. Maar dan hebben we het toch niet helemaal goed begrepen. De regel die het volk gegeven is: "Gij zult niet doden" blijft als opschrift boven dit gedeelte uit de Bijbel staan en is gegeven aan het volk Israël op hetzelfde moment dat de uitwerking die we vandaag gelezen hebben is gegeven. Dat vertelt ons het verhaal van de Bijbel. Geleerden kunnen wel zeggen dat de tien woorden en de andere regels op hele verschillene tijden zijn ontstaan en opgeschreven dat neemt niet weg dat ze nu in één verhaal staan en dat het feit dat het een doorlopend verhaal is ook aan ons een boodschap inhoudt.  De vraag die hier wordt gesteld is hoe je als volk van de God van Israël met elkaar om gaat.  Doden van elkaar is dus absoluut verboden. Ook het per ongeluk doden van mensen, geboren of niet, heeft gevolgen die recht gezet moeten worden. Zelfs het je ouders dood verklaren, vervloeken heet dat hier, heeft gevolgen voor een samenleving zoals de God van Israël die wil zien.

De regels die we hier lezen zijn dus niet een toestemming om anderen te doden, ook niet een toestemming aan een staat of een rechtssysteem, de regels zijn heel eenvoudig: doden mag niet, nooit niet, er is geen enkel excuus voor. Alleen wie nooit, helemaal nooit iets gedaan heeft dat eigenlijk in strijd is met de regels van de God van Israël zou misschien mogen beginnen met het voltrekken van een dodende straf. Toen Jezus van Nazareth dat eens voorlegde aan de religieuze leiders van zijn tijd, mensen die op alle manieren bezig waren de spelregels te verkennen en toe te passen, was er niemand die zich geroepen  voelde ook werkelijk te gaan stenigen. Jezus van Nazareth heeft de betekenis van de regels die we vandaag hebben gelezen duidelijk gemaakt door ze te radicaliseren. Al scheld je iemand uit dan moet je je al verantwoorden, als je "dwaas" of "nietsnut" roept pleeg je eigenlijk al een misdrijf. Omdat heel veel mensen bewust of onbewust al volgens deze regels leven en leefden is het te begrijpen dat er in 1942 gestaakt werd, en begrijpen we dat we dat nog steeds herdenken. We moeten ons blijven verzetten tegen een samenleving waarin het gewoon is elkaar met woorden te vernederen of af te maken. We moeten naar een samenleving waar we mensen tot hun recht laten komen. Dat was in de woestijn onder Mozes zo, dat was in de dagen van Jezus onder de Romeinse bezetting zo, dat was in de Tweede Wereldoorlog zo, dat is vandaag in onze dagen nog helemaal niks anders, elke dag weer.

Reacties

Exodus 21:1-11

 

1 ¶  ‘Houd hun ook deze regels voor: 2  Wanneer je een Hebreeuwse slaaf koopt, moet hij je zes jaar lang dienen; in het zevende jaar mag hij als vrij man vertrekken, zonder iets te hoeven betalen. 3  Als hij alleen is gekomen, moet hij ook alleen weggaan; was hij getrouwd, dan mag zijn vrouw met hem meegaan. 4  Als zijn meester hem een vrouw heeft gegeven en zij heeft hem zonen of dochters gebaard, blijven de vrouw en haar kinderen eigendom van de meester en moet de slaaf alleen weggaan. 5  Mocht hij echter te kennen geven dat hij zo aan zijn meester en aan zijn vrouw en kinderen gehecht is dat hij niet als vrij man wil vertrekken, 6  dan moet zijn meester hem naar het heiligdom brengen, hem tegen de deur of de deurpost zetten, en zijn oor met een priem doorboren. Hij blijft dan voorgoed zijn slaaf. 7  Wanneer iemand zijn dochter als slavin verkoopt, kan zij niet vrijkomen zoals de mannelijke slaven. 8  Als haar meester haar voor zichzelf bestemd had en zij hem niet meer aanstaat, moet hij haar laten terugkopen; hij heeft niet het recht haar aan derden te verkopen, omdat hij zijn verplichtingen tegenover haar niet is nagekomen. 9  Bestemt hij haar voor zijn zoon, dan moet hij haar als een dochter behandelen. 10  Neemt hij naast haar een andere vrouw, dan mag hij de slavin niet minder voedsel of kleding geven en niet minder vaak gemeenschap met haar hebben; 11  doet hij haar op een van deze drie punten tekort, dan mag ze weggaan zonder ook maar iets te hoeven betalen.(NBV)

Als je je samenleving hebt ingericht volgens de tien regels die God zelf vanuit een donkere wolk had gesproken dan volgen er de consequenties. Je kunt niet vrijblijvend een verbond met de God van Israël sluiten. Dat heeft vergaande gevolgen voor je dagelijks leven, voor je economie en de manier waarop binnen jouw huis met mensen wordt  omgegaan. De eerste spelregel die komt na de tien woorden en na het bouwen van een offerplaats uit aarde volgen spelregels voor Hebreeuwse slaven. Die slaven zijn je broeders en zusters. Ze zijn geen eigendom. Het kan zijn dat ze een schuld aan je hebben, of uit armoede niet anders konden dan zichzelf verkopen maar het blijven je broeders en zusters. De God van Israël is in de eerste plaats een God van een slavenvolk. Die slaven worden van machines weer mensen gemaakt. Dat volk van slaven wordt een vrij volk, met een rustdag om die vrijheid te vieren, die vrijheid van slaven staat in de regels voor alledag voorop.

Een hebreeuwse slaaf komt na zeven jaar vrij. Hij en zijn gezin als hij al een gezin had toen hij slaaf werd. Als de slavenhouder hem een gezin heeft bezorgd blijft dat gezin eigendom van die slavenhouder maar de vrij te laten slaaf krijgt een keus. Of hij vertrekt als vrij man, of hij gaat tot het huishouden van de slavenhouder horen en blijft bij zijn gezin. Dat is dus uitdrukkelijk niet de keus van de slavenhouder. Dat staat vooraf vast. Zo zijn de regels en die zijn niet naar willekeur aan te passen of te veranderen. Het zijn regels voor het omgaan met je broeder, met je naaste. Ook hier zal duidelijk moeten zijn dat je je naaste liefhebt als jezelf. Daarom moet je naar het Heiligdom als de slaaf niet weg wil. Daar nagel je hem symbolisch aan je deur. Dan weet iedereen dat je je aan de Heilige regels houdt, dan wordt openbaar dat het de eigen keus van de vrij te laten slaaf is. Overigens ook wordt duidelijk dat de vrij te laten slaaf kennelijk een zo goed gezinsleven kan lijden bij de slavenhouder dat daarvoor in vrijheid gekozen kan worden.

Een man neemt niet voor niks een slavin. Daar ga je een relatie mee aan. Een vrouw had geen zelfstandige economische positie in de samenleving. Daarom moesten weduwen en wezen extra beschermd worden. En vrouwelijke slaven dus ook. Die neem je voor jezelf of voor je zoon. Als je een slavin koopt voor je zoon dan wordt dat niet je slavin maar je schoondochter. Je koopt haar als het ware vrij van de armoede die je vader dwong jou te verkopen. Als de slavenhouder je heeft gekocht voor zichzelf dan ben je vanaf dat moment niet minder als zijn vrouw. Als hij naast jou nog een vrouw neemt dan deel je met haar de huwelijkse staat, niet meer en niet minder. Als ze niet bevalt dan ga je een scheiding aan zoals je van je eigen vrouw zou scheiden. Als je je niet aan de regels houdt dan mag zij gaan scheiden en is ze vrij door jouw ontrouw aan de regels van de God van Israël. Wij kennen die slavernij niet meer. Wij kennen nog loonslaven en in een veranderende economische samenleving mogen de moderne slavenhouders, werkgevers, wel eens vaker beseffen dat volgens de Bijbelse richtlijnen werknemers en werkneemsters tot je familie behoren en als broeders en zusters behandeld moeten worden. Elke dag is er om zo opnieuw de samenleving in te richten, ook vandaag weer.

Reacties
Domeinregistratie en hosting via mijndomein.nl