basalk.punt.nl
Abonneren

Abonneer je nu voor nieuwe artikelen op deze website!

Laatste artikelen

Romeinen 8:1-11

Paulus maakt nog al eens tegenstellingen die wij zo niet kennen. Hier maken we kennis met de tegenstelling tussen wat wij willen en wat de Geest wil. Als we doen wat wij willen dan gaat het verkeerd en als we doen wat de Geest van God, of de Geest van Jezus van Nazareth ons ingeeft dan gaat het goed. Je zou toch zeggen dat gewone, eenvoudige mensen altijd het goede willen. Want wie wil er nou ruzie met de buurman, wie wil er nu stelen of de boel oplichten, of roven en moorden. Natuurlijk zijn er boeven en die moeten gevangen gezet worden en gestraft voor hun daden, maar het aantal boeven onder ons is altijd maar een kleine minderheid. De meesten van ons willen het goede, willen zelfs best helpen als het er op aan komt. Maar gaan we voor het goede ook door het vuur? Toen het Pinksterfeest werd toen kwam de Geest over de volgelingen van Jezus van Nazareth die bij elkaar zaten in Jeruzalem en toen zagen de mensen tongen als van vuur. Sinds die tijd gingen ze door het vuur voor het goede. Nu, wij meestal niet. Ze mogen schelden wat ze willen op onze allochtone buurvrouw, bij ons mag ze rustig op de koffie komen, maar ons te weer stellen tegen die grootsprekers die zo bang zijn voor een vreemd geloof en een vreemdeling doen we niet.

En we laten al die mensen die onze allochtone buurvrouw niet kennen dus rustig op die laffe angsthazen stemmen. We gaan niet door het vuur voor een samenleving waar ook de vreemdelingen aan tafel mogen plaatsnemen, zonder op te houden vreemdeling te zijn. We kennen ook de verhalen van mensen die op een donkere koude winteravond in het water vielen en waar  tientallen mensen bij stonden te kijken en te wachten tot de brandweer te laat zou komen om ze uit het water te halen. Samen door het vuur gaan voor het goede is er dan ineens niet bij. En natuurlijk willen we promotie en meer verdienen, dat er dan collega’s moeten worden ontslagen is jammer maar onvermijdelijk. En natuurlijk willen we goedkope kleding, dat die door jonge kinderen in barre omstandigheden is gemaakt weten we niet en willen we eigenlijk ook niet weten. Ook willen we goedkoop en gemakkelijk te maken voedsel, dat er geen enkele eerbied meer is voor het leven van dieren en de grondstoffen die we kregen snel worden opgemaakt kunnen wij ook niet helpen.

We zijn God niet en doen niet alles goed is ons excuus en sommigen van ons hebben vroeger nog op de catechisatie geleerd dat de mens niet bekwaam is tot enig goed en slechts geneigd tot alle kwaad. Een mooi excuus dat volledig uit haar verband gehaald prima kan dienen om onze onverschilligheid tegenover het kwade ook nog een vroom tintje te geven. We zijn inderdaad God zelf niet en daarom wijst Paulus maar weer eens op Jezus van Nazareth, dat was ook een mens, die wel deed wat God vroeg, houden van je naaste als van jezelf. Die zag de lijdende mens langs de kant van de weg en hield de liefde vol zelfs door de dood heen. Loop nu niet weg met de overtuiging dat Jezus zo goed kon zijn omdat hij God was, nee God heeft zijn zoon gezonden om ons te laten zien dat het ook voor ons is weggelegd, leven in het goede, niet dan het goede nastreven.  In zijn geest mogen wij ook leven. Alleen moeten we wat wij gewoon vinden vervangen door wat we leren van Jezus van Nazareth. Gelukkig dat we daar elk moment weer opnieuw mee mogen beginnen.

Reacties

Matteüs 13:47-58

We spotten wel eens met de betekenis van Jezus. Als iemand doet of hij de wijsheid in pacht heeft, eigenwijs blijft doordrammen, dan zeggen we dat hij denkt dat hij Jezus is maar hij is slechts de zoon van een timmerman. Zo ging het met Jezus zelf ook toen hij op rondreis door het land in zijn eigen stad kwam. Waar haalt hij de wijsheid vandaan vroegen de mensen zich af, het is toch maar de zoon van Jozef en Maria. Er is echter een spreekwoord uit die tijd dat zegt dat niemand de schriften kent zoals een timmerman. Dat waren kennelijk slimme mensen die de Thora en de Profeten, wij noemen dat nu het Oude Testament, goed hadden bestudeerd. Jezus zette zichzelf in die traditie. Daar hoorden overigens ook de zogenaamde Farizeeën bij, ook zij bestudeerden de wet en de profeten, met dit verschil dat bij Jezus de wet er voor de mensen was en bij de Farizeeën soms de schijn werd gewekt dat de mensen er voor de wet zijn.

Nu is die houding een stuk gemakkelijker en voor machthebbers ook een stuk aantrekkelijker. Machthebbers bepalen hoe de wet moet worden toegepast en dus moet dat altijd zo dat hun macht er groter door wordt. Machthebbers die rechters kunnen benoemen zijn dan ook gevaarlijk. In de ontwikkeling van de democratie, trouwens lang voor de democratie bestond zoals wij die kennen, was er al de leer van de scheiding van de machten. Wie de wetten maakten moesten anderen zijn dan die de wetten uitvoerden en beiden behoorden niet tot de rechters die het nakomen van de wetten beoordeelden. Maar in de discussie tussen Jezus van Nazareth en de Farizeeën speelde een ander conflict een rol. Wij hebben wetten waar we ons allemaal onder alle omstandigheden altijd op dezelfde manier aan moeten houden. De Thora, de richtlijnen die het volk Israël had ontvangen voor de menselijke samenleving kan ook anders gelezen worden. Die Thora zet mensen in beweging om die ideale samenleving ook voor elkaar te krijgen en het oordeel is niet over mensen, maar over de samenleving, pas als mensen een samenleving vol onrecht en onderdrukking beter gaan vinden dan volgt een oordeel over die mensen.

 Voor leerlingen van Jezus is daarom het voorgaan in de synagoge wat moeilijker, dan put je wel uit de oude geschriften maar laat je er een nieuw licht over schijnen, want voor dat koninkrijk heb je alles over. Voor dat Koninkrijk moeten mensen in beweging komen. Als een pot met goudstukken die je in een stuk grond vindt, eerst de grond kopen en dan de schat opgraven, of als de handelaar die eindelijk de langgezochte waardevolle parel vindt, alles wegdoen en zorg dat je die parel krijgt, of als de vissers die hun net vol hebben, ze zoeken echt de goede en de slechte vissen uit en nemen daar dan de tijd voor. Het gaat er dus om voortdurend bezig te zijn met de vraag of het gaat om anderen lief te hebben als jezelf of alleen om er zelf beter van te worden. En haal je mensen dan naar beneden, het is maar.... zeg maar de zoon van de timmerman, dat wordt het niks, dan wordt de wereld er niet beter van. Daar wist zelfs Jezus maar weinig wonderen te verrichten.

Reacties

Matteüs 13:34-43  

Je hebt de keus of je onkruid of graan wil zijn. Uiteindelijk krijgen beiden de kans op te groeien. maar als de dag van de oogst komt dan wordt het onkruid bijeen gebonden en in het vuur gegooid, verbrand. Jezus legt in het bovenstaande uit dat het met name geldt voor hen die de Thora hebben verkracht, mensen uitgebuit en vermoord en misdrijven tegen de menselijkheid hebben gepleegd. Sommige van die misdadigers weten dat ook zelf wel. Van de Nazi's kon uiteindelijk maar een handjevol leiders worden berecht, de rest had er zelf een einde aan gemaakt en maar een enkeling wist te ontkomen. Tot op de dag van vandaag wordt op de ergste van die misdadigers jacht gemaakt tot in de verste hoeken van de aarde. Ook in Japan heeft zo'n berechting plaatsgevonden. Er waren bijzondere rechtbanken voor Rwanda en voor voormalig Joegoeslavië zijn tribunalen nog aan het werk. En inmiddels hebben we een internationaal strafhof waar zelfs zittende machthebbers worden aangeklaagd.

Die berechtingen zelf zijn niet zonder betekenis. Lange tijd is er gedacht dat de berechtingen in Duitsland en Japan uitzonderingen zouden zijn. De vonnissen en de rechtszaken van vlak na de Tweede Wereldoorlog hebben de normen gezet voor wat wel en niet kan op het gebied van mensenrechten. De Verenigde Naties als organisatie is er een gevolg van maar ook de Veiligheidsraad, met de regel dat geen land een gewapend conflict mag beginnen zonder toestemming van de VN. Die toestemming is verleend om Korea te beschermen, die toestemming is verleend om Koeweit te bevrijden maar die toestemming werd niet gevraagd, dus ook niet verleend om Irak binnen te vallen. Nu is er ook wel een regel dat je je eigen land gewapenderhand mag verdedigen en daar beroepen Amerika en Engeland zich op maar dat is dubieus. Die bijzondere tribunalen, die inmiddels zijn opgericht, hebben ook geleid tot het inzicht dat berechting van internationale misdadigers, tegen criminelen die het ontstaan van een meer ideale wereldsamenleving in de weg staan, een meer permanent karakter moet hebben.

 Daarom is er dus in Den Haag het internationale strafhof. Nog niet alle landen doen daar aan mee, Amerika houd zich er angstig buiten. Dat Amerikaanse beslissingen om oorlog te voeren of mensen zonder vorm van proces jarenlang gevangen te houden en te verhoren buiten de regels van internationale verdragen om, daardoor niet door een onafhankelijke rechtbank beoordeeld kunnen worden is duidelijk, maar dat die beslissingen en die acties ook niet goedgekeurd kunnen worden zou ten nadele van de Amerikanen kunnen zijn. Juist daar waar rechtvaardigheid wordt gedaan gaan rechtvaardigen stralen als de zon. We maken dus stappen vooruit naar een samenleving waarin uiteindelijk het onkruid wordt vernietigd. De keus tussen graan zijn of onkruid ligt daarom voor de hand, al is het niet eenvoudig niet te laten verstikken.  

Reacties

Matteüs 13:24-33

De gelijkenissen tuimelen over elkaar heen in dit Bijbelgedeelte. Zo graag wilde Jezus van Nazareth duidelijk maken hoe het zit met de komst en de groei van dat Koninkrijk waar hij het steeds over heeft. Je denkt dat je het goede woord hebt verkondigd en dan zie je in een kerk de prachtige gewaden, de machthebbers, de show en  je hoort dat de armen en hun bevrijding verdwijnen achter eigenbelang en eerzucht. Hoe kan dat toch? Dat is het kwade dat altijd het goede zal vergezellen, pas als het Koninkrijk er echt is zal het kwade ten onder gaan. Moet je dan wanhopen en maar ophouden met de vertellen over dat Koninkrijk van eerlijk delen waar de minsten de belangrijksten zijn en er voor iedereen een plaats is? Welnee. Het groeit vanzelf uit tot het mooiste en het grootste dat we ooit hebben gezien. Zoals dus die mosterdboom die wij niet meer in die vorm kennen maar die we ons best kunnen voorstellen.

Die gelijkenis met dat zuurdesem kunnen we ons misschien nog het beste voorstellen. Want wie wel eens brood bakt weet dat je van de gist maar een heel klein beetje nodig hebt om een heleboel lekker brood te kunnen bakken. Zuurdesem is net als gist en daar heb je eigenlijk nog minder van nodig. Zo kun je dus ook een ideale samenleving maken. Je hebt naar verhouding maar een paar mensen nodig die er echt in geloven, die het tot het bittere einde ook weten vol te houden. Deze vergelijking is van Jezus van Nazareth zelf.  De vergelijking die er aan vooraf gaat is op dit moment eigenlijk nog veel actueler. Die van het zaad en het onkruid. Biologen zeggen dan direct dat onkruid niet bestaat. Alle planten hebben hun doel en bestemming. maar de boer zal zeggen dat dat mooi is, maar als je graan hebt gezaaid dan wil je ook dat er graan groeit en geen distels of papavers of andere struiken. Van graan moet die boer z'n huishouding draaiende houden. Jezus wijst er op dat het voor de boer geen zin heeft om het onkruid er uit te gaan trekken.

Lang hebben we gedacht dat we het onkruid wel konden vergiftigen maar daar komen we ook van terug. Uiteindelijk vergiftigen we onszelf daarmee. Laat het onkruid dus maar staan en verwijder het na het maaien. Het verwijderen van onkruid uit de samenleving nu heeft dus geen zin, en straffen moeten we maar aan de rechters overlaten, want dat wat verkeerd is moet benoemd worden en wie verkeerd doet verdient straf. Het enige wat we kunnen doen is bezig blijven voor een betere samenleving, dus moeten we steeds opnieuw mensen de kans geven opnieuw te beginnen maar dan op de goede weg. Jezus wijst daarbij op het mosterdzaadje, ongeveer het kleinste zaadje dat er is, maar het groeit uit tot een geweldige struik. We hebben daarom ook zelf de keus of we een mosterdzaadje willen zijn, als zuurdesem werken in onze stad, ons land, onze eigen wereld, of dat we onkruid willen zijn dat snel groeit, het grootste en het mooiste wil zijn maar dat het goede verstikt.

Reacties

Matteüs 13:1-23

Hoe krijg je het in die stomme koppen dat je van anderen moet houden als van jezelf.  Dat het in het Koninkrijk met de wet van de woestijn niet gaat om wie de eerste, de beste, de knapste, de sterkste of de rijkste is. Je legt het geduldig uit. Jezus gebruikt hele knappe voorbeelden. Gelijkenissen zijn die gaan heten. Maar hoe komt het toch dat als je dag in dag uit, jaar in jaar uit het meest voor hand liggende vertelt het toch niet altijd over komt. Niet altijd want soms, heel soms, willen mensen het best geloven. Voor Jezus van Nazareth maakte het eigenlijk niet zoveel uit. Dat lees je tenminste in de gelijkenis over de zaaier. Wij herkennen dat niet meer zo. Voor ons is de zaaier uit de gelijkenis maar een verspiller van kostbaar zaaigoed. Maar bij ons is het land eerst mechanisch geploegd, met van die mooie rechte voren. En als het dan even wil dan wordt er ook nog mechanisch gezaaid, met een speciaal zaaiapparaat achter een tractor. Op die manier hoeft er maar weinig verloren te gaan en ontstaat er een grote opbrengst, dus een groot rendement. Maar in de dagen van Jezus van Nazareth hadden ze al die automatisering niet. Wie het land vrij van stenen wilde hebben brak de rug, van zichzelf of van de familie.

 Maar waarom sprak Jezus van Nazareth zo vaak in gelijkenissen. Waarom niet gewoon gezegd dat je goed moet luisteren en gaan doen wat gezegd wordt, werken aan de bevrijding van de armen, de komst van het Koninkrijk van God? Zo eenvoudig ligt het niet. Dat zorgen voor de minsten in de samenleving is niet vanzelfsprekend. Die zaaier kan er niets aan doen als het zaad op de weg valt en opgegeten wordt door de vogels, of als het op rotsige grond valt of verstikt wordt door de distels, maar wij kunnen dat wel. Willen wij vruchtbare grond worden voor de boodschap van Jezus van Nazareth dan moeten we ons afwenden van wat ons meestal als goed voorgehouden wordt. Winst maken, succes behalen, persoonlijke groei nastreven. In Bijbelse termen heet dat bekering, een totale ommekeer in je leven. Dat is niet gemakkelijk. De distels van je omgeving kunnen dat eenvoudig verstikken. Want wie wil er nu geen succes behalen, winst maken en als persoon groeien? Geld verdienen, carrière maken, een stabiel en gezond mens zijn, is toch goed of niet? We houden zo gemakkelijk de ogen gesloten voor de minsten in de samenleving. Juist het nastreven van al die door onze maatschappelijke omgeving opgelegde na te streven doelen houdt ons af van het voeden van de hongerigen, het kleden van de naakten, het troosten van de bedroefden, het bevrijden van de armen.  

Als horen en begrijpen nu eens voldoende was. Zo ingewikkeld was die gelijkenis van de zaaier toch niet.  Iedereen heeft toch wel eens gehoord dat je je naast moet liefhebben als jezelf, en iedereen snapt natuurlijk ook wel dat het leven een stuk prettiger wordt als we allemaal niet tegen een ander doen wat we niet willen dat tegen ons wordt gedaan. Je kunt het wel horen, en misschien ook wel begrijpen maar er zijn nu eenmaal machtigen en rijken die er belang bij hebben de boodschap te verdraaien en twijfel te zaaien. Als het leven zo eenvoudig was dan was het een wanorde zeggen ze, de wetten zijn te ingewikkeld voor gewone mensen zeggen ze, de verdeling tussen arm en rijk kan nu eenmaal niet anders, zeggen ze, vrede moet met geweld afgedwongen worden, zeggen ze, we moeten bang zijn voor elkaar, zeggen ze. En steeds weer zijn er mensen die er intrappen. Jezus van Nazareth noemt mensen die hier intrappen dom, het leven in het Koninkrijk laten ze zich ontstelen. Ook zijn er mensen die het horen, het snappen, er blij mee zijn, haleluja roepen, de handen omhoog, het swingt de pan uit, maar als het op doen aankomt dan kijken ze niet verder dan hun neus lang is. Een persoonlijke relatie met een God, met heel veel bidden, is hen voldoende, van een rechtvaardige samenleving, van eerlijk delen, van alle mensen moeten er bij horen, willen ze niet weten. Wat van ons gevraagd wordt is sporen van het Koninkrijk zichtbaar en hoorbaar maken. Zoals vrouwen eens deden bij de vliegbasis Volkel op hun kamp tegen kernwapens, zoals vrijwilligers in Amsterdam doen bij de gevangenissen voor asielzoekers om te laten zien dat er in ons land ook mensen wonen die een menswaardige behandeling voor vreemdelingen willen. Een honderd of zestig of dertig voudige oogst ligt op je wachten, kun je nagaan wat je kunt mislopen.

Reacties

Nehemia 4:9-17

Er wordt nog al eens schamper gedaan over de soldaten die namens ons land in Afghanistan bezig waren met de opbouw van een land dat al tientallen jaren verwoest wordt door oorlog en geweld. Ze vechten meer dan ze opbouwen werd er gezegd. Dat zeiden ze ook van Nehemia en zijn bouwers aan de stad van de vrede Jeruzalem. Moet je eens proberen. De zware keien waarmee ze vroeger muren bouwden rond een stad te sjouwen en op hun plaats te leggen terwijl je een zwaard aan je heup hebt hangen. En dan niet zo’n licht aluminium zwaard maar zo’n zwaar ouderwets bronzen zwaard. Juist het doorgaan met de opbouw ondanks de dreiging maakt dat het succes heeft. En laten de bouwers zich daarmee regeren door de vijand? Natuurlijk niet. Ze gebruiken hun verstand en voorkomen schade door geweld. Ze voorkomen dat ze door geweld van hun doel zouden worden afgebracht door zich te bewapenen en dag en nacht door te gaan. Mannen, vrouwen, jong en oud allemaal voegden ze zich in het leger van bouwers dat Jeruzalem weer de status gaf die het tijdens David en Salomo had gehad.

De status die het ontzegd werd door de bezetters, door de machtigen uit de omgeving. Wij doen dat anders. Wij laten ons het geweld overkomen doordat we vrijheid van meningsuiting verwarren met de vrijheid anderen te beledigen. Geen Islamiet heeft ooit ons volk aangevallen. Zelfs dat wij vierhonderd jaar geprobeerd hebben aanhangers van de Islam te bekeren tot het Christendom en in alle staatsuitingen in Indië de Christelijke godsdienst voorop hebben gezet is ons nimmer kwalijk genomen, heeft nooit in de geschiedenis op zich tot verzet of geweld geleid. Nu moeten we schijnbaar lijdzaam aanzien dat één parlementariër uit een onbegrepen angst voor het vreemde ons land schade aandoet door welbewust en vooropgezet de woede op te wekken met spot en hoon van het heiligste dat anderen hun leven bepaald.

Wij vervolgen alleen het handvol radicale Islamieten wegens haat zaaien en laten criminelen die precies hetzelfde doen tegen Islamieten ongemoeid. Slappe oproepen tot redelijkheid zijn het enige. Ondanks vele tientallen aangiften bij justitie wegens discriminatie, godslastering, haat zaaien en racisme volgt geen vervolging en zwijgt het parket van justitie en wordt geen klacht voorgelegd aan een onafhankelijke rechtbank. De Moslims in ons land wordt geen recht gedaan, daarmee worden alle gelovigen geen recht gedaan. De beledigingen die vandaag aan Moslims worden gedaan zullen morgen alle andere gelovigen treffen. In ons land worden jonge moslims door islamhaters opgeroepen te radicaliseren. Ook wij moeten dus kennelijk bouwen aan het rijk van God met het zwaard op de heup en dag en nacht waakzaam zijn. Onze regering laat immers de bedreigers van onze vrede hun gang gaan.

Reacties

Nehemia 3:33–4:8

Het eigen belang van machtige heren kan ze verleiden tot bittere commentaren. Het is of Samballat en Tobia staan bij de herbouw van de poorten en de muur rond Jeruzalem. Hun gelijk dat het een puinhoop in Jeruzalem is wordt door al die zielige Judeeërs ondergraven. Opzichters, bestuurders, priesters, ambachtslieden, boeren, mannen en vrouwen, ouden en jongen werken allemaal aan een deel van de muur en hebben een poort voor hun rekening genomen. Vaklieden, opperlieden en metselaars zijn er niet bij. Dat kan nooit een goede muur worden, als er een vos op klimt dan stort de muur in elkaar. Zo wordt ook de multiculti stad  weggezet. Volgens de profeet Jesaja waren de ballingen overal uit de toen bekende wereld bij elkaar gebracht. Samen bouwden ze hun heilige stad weer op. Waarom die stad heilig was? Juist omdat ze er samen aan bouwden, niet elk voor zich, niet op iedere straathoek een andere god. Maar echt samen en zorgend voor de minsten onder hen. Zodat zij een voorbeeld kunnen vormen voor andere volken. Wij mogen er vandaag ook nog een voorbeeld aan nemen.

Maar bij machtige heren is het de arrogantie ten top. Die machtige bestuurders Samballat en Tobia hadden hun tegenstanders zwaar onderschat. Ze hadden de Judeeërs "zielige Judeeërs" genoemd, maar daarmee werden die nog niet zielig. Natuurlijk de mannen van Juda waren moe van het sjouwen. Als je het niet gewend bent dan is het plaatsen van stenen in een dikke muur zeer zwaar werk. Dat is ook de reden dat we onze opperlieden en metselaars een  tijdig pensioen moeten blijven gunnen. Ook al willen we dat iedereen na het 65ste jaar door blijft werken voor onze bouwvakkers zal een uitzondering gemaakt moeten worden omdat ze echt eerder versleten zijn. De werkers die Nehemia hadden geholpen bij de bouw van de muren en de poorten rond Jeruzalem konden daarvan meepraten. En dan komt er bijna onverwacht ook nog een aanval op het werk. Maar, zoals gezegd, de mensen van Israel waren zwaar onderschat want vanuit de dorpen in de omgeving van Jeruzalem kwamen de bouwers in Jeruzalem waarschuwen voor de aanval die ophanden was. Ze boden ze zelfs onderdak aan tot de onrust voorbij zou zijn.

En dat werd de redding. Want het was duidelijk dat het volk samen pal ging staan voor de herbouw van de verwoeste stad. Dat gaf Nehemia moed om het volk te bewapenen en het volk familie  bij familie op te stellen achter de muur, vooral bij de zwakke plekken. Ook de vooraanstaande burgers en de bestuurders kregen een plaats. "Wees niet bang" klonk het, in oude termen: "Vrees niet!". Het is een bevel dat in de Bijbel telkens klinkt als er spannende gebeurtenissen zijn. Het zou ook klinken in de velden bij Bethlehem toen Jezus van Nazareth werd geboren, het zou ook klinken bij het geopende graf op Pasen. Het klinkt hier tot het volk dat door woedende tegenstanders wordt bedreigd. Het klinkt in onze dagen tot de mensen die ook de Moslims in ons midden recht willen doen. We hoeven immers niet bang te zijn om goed te doen. Samen hebben we één Heer. De helpers van Nehemia moesten in het geweer komen om hun volksgenoten, zonen, dochters, vrouwen en om hun bezit te beschermen. Wij moeten in het geweer komen om een volk te blijven en ons niet uit elkaar te laten spelen.  Daar kunnen alleen onschuldigen het slachtoffer van worden. Laten we daarom net zo waakzaam zijn als Nehemia. Ook bij ons zijn er genoeg gewone eenvoudige mensen die ons willen helpen.

Reacties

Nehemia 3:22-32

Met het noemen van de Schaapspoort zijn we weer aan het begin van de muur gekomen. Heel Jeruzalem rond werd er gewerkt. Iedereen nam een deel, goudsmeden, tempelknechten, handelaars, boeren uit de omgeving, inwoners van Jeruzalem, noem maar op. Er worden al heel veel poorten genoemd, Dalpoort, Mestpoort, Bronpoort, Schaapspoort, Vispoort, Oude Poort, Waterpoort, Paardenpoort, Oostpoort, Wachtpoort, en dan wordt later nog de Efraïmpoort genoemd. Uiteindelijk zullen er 12 poorten in de nieuwe muur van Jeruzalem komen, voor elke stam één, daar kan de hele wereld terecht. Voor iedereen zal er recht zijn in Jeruzalem. Dat is de betekenis van al die poorten. Daarom wordt er ook door iedereen aan die muur gewerkt. Het is dus heel uitdrukkelijk niet een muur van afsluiten en buitensluiten, niet de muur die wij rond Europa hebben gebouwd. Het is een muur van bescherming voor de zwakken en van recht doen aan iedereen. Alle volken moeten zich uiteindelijk tot die stad kunnen keren om Vrede te zoeken en recht voor de mensen op aarde.

Daar zal ook de bevrijding van de armen vandaan moeten komen. In het laatste boek van de Bijbel, de Openbaring van Johannes, wordt die stad met 12 poorten geschetst als hij eindelijk klaar zal zijn. Daar wordt dan gesproken over gouden straten en poorten met parels belegd. Zover is het in het boek Nehemia nog lang niet. Daar wordt de nieuwe muur gebouwd op de puinhopen van de geschiedenis. Maar omdat iedereen meedoet ontstaat er wel hoop op het ontstaan van de nieuwe samenleving waar mensen weer recht wordt gedaan. Nu werd Nehemia nog uitgelachen om zijn gewaagde onderneming, nu had hij nog officieren en soldaten nodig om zich te beschermen maar kennelijk waren er genoeg mensen die er op vertrouwden dat deze onderneming kans van slagen had. Dat moet ook ons moed geven te werken aan een nieuwe samenleving. Een land zonder onrechtvaardige tolmuren en een land waar aan iedereen recht wordt gedaan. Waar blank en zwart, moslim en christen, gelovige en ongelovige, man en vrouw, homo en hetero, gezonden en gehandicapten, jongeren en ouderen, samen mogen leven en waar ieder tot zijn recht mag komen.

Net als in de tijd van Nehemia vraagt dat nog wel een heleboel sjouwen en ploeteren en veel mensen die de handen uit de mouwen willen steken. De bovenzaal uit het verhaal van Nehemia zal niet de bovenzaal zijn uit het verhaal van Jezus van Nazareth waar hij de maaltijd hield met zijn volgelingen, die maaltijd waar hij brood deelde en de beker liet rondgaan als zijn lichaam en bloed. Maar het werk met elkaar nodigt wel uit om samen maaltijd te houden met iedereen die mee wil bouwen. En wat verdienden die arbeiders aan de muren van Jeruzalem? Er wordt niet over gesproken. Hier en daar schemert er een verhaal over gevaar door, dat ze de troffel in de ene en het zwaard in de andere hand hielden. Maar betere burgers of betere gelovigen werden ze niet. Er werden geen zonden door vergeven. Ze waren integendeel God dankbaar dat ze dit werk weer konden doen. Dankbaar dat iedereen door God was geroepen om er aan mee te doen. Zo mogen wij ook aan onze samenleving werken. Niet om er beter van te worden, niet om er door gered te worden. Wij zijn het niet zelf die dit verzinnen, wij zijn door God op weg gestuurd om God te eren door onze naaste lief te hebben als onszelf. Daarom ,het werk wacht, aarzel niet.

Reacties

Nehemia 3:11-21

Het blijft vreemd om te zien hoe sommige kerkleiders en zogenaamde christelijke gelovigen zich in allerlei bochten wringen om vrouwen buiten de leiding van kerk en samenleving te houden. Aan de Bijbel kunnen ze hun argumenten toch niet ontlenen. Zelfs aan de herbouw van Jeruzalem na de ballingschap werkten vrouwen mee. Het hoofd van een van de twee helften van het district Jeruzalem had zijn dochters meegenomen om mee te helpen aan de bouw van de muur. En als je dan de inwoners van Zanoach genoemd ziet dan denk je direct aan de mannen en vrouwen, aan de ouderen en de kinderen, die met elkaar in de vroege ochtend er op uitgetrokken waren om de Dalpoort te herbouwen, de deuren te plaatsen compleet met sluitbalken en grendels en de muur te repareren tot aan de Mestpoort. Die poorten hadden ze weer nodig om te kunnen leven met de Thora. De richtlijnen voor een menselijke samenleving die het volk eeuwen daarvoor had ontdekt na de bevrijding uit de slavernij in Egypte. Als je samen wil overleven dan moet je bereid zijn samen te delen, alles voor elkaar over te hebben en met elkaar in vrede te leven.

Dan valt het onderscheid tussen mannen en vrouwen, tussen jong en oud weg. Dat was toen in de woestijn, dat was in de dagen van Nehemia, dat was toen Jezus van Nazareth vrouwen en mannen genas zonder onderscheid en dat is ook in onze dagen nog niet anders geworden. Wie vrouwen probeert af te houden van leidende posities in Kerk en Samenleving volgt oude Heidense Wetten, de Wetten van voorspoed, vruchtbaarheid en profijt die beelden van de goden hadden gemaakt en waar de goden die met eigen handen gemaakt waren werden aanbeden. In dit verhaal van Nehemia is geen sprake van goden die met eigen handen gemaakt worden. Integendeel, hier is het de stadsmuur die van poort tot poort wordt herbouwd. En die stadsmuur wordt niet zomaar rond een stad gebouwd als teken van afzondering en uitsluiting voor vreemden. Nee die stadsmuur wordt gebouwd als bescherming rond de Wet van de Liefde die de kostbaarste plek van het koninkrijk Israël in neemt in de Tempel in de stad van de vrede Jeruzalem.

Door al die poorten die er gebouwd worden kunnen dan alle volken binnenstromen om zich tot het recht van de armen, tot die Wet van Liefde, te wenden. In Israël was de poort vanouds de plaats van het recht. Daar kwamen de oudsten, de familiehoofden, bijeen, daar kwamen de oude en wijze mensen van de stad of het dorp bijeen. Daar waren de troosters van de armen, daar werd aan mensen recht gedaan, daar mochten mensen tot hun recht komen. Dat is niet alleen een zaak van regels die los staan van mensen, maar dat is een zaak van Liefde voor mensen en voor de samenleving. Daar leeft het visioen van het volk Israël, dat is de droom van Nehemia. Daar werken bestuurders, ambtenaren, werklieden, dorpsbewoners, tempeldienaars, mannen en vrouwen aan de verwerkelijking van die droom. Op die manier kunnen ook wij allemaal bouwen aan de stad van die dromen, aan een samenleving waar ieder tot zijn recht komt, mannen en vrouwen, vreemdeling en ingezetene. Er is daarvoor nog zat werk te doen.

 

Reacties

Nehemia 3:1-10

Het boek Nehemia gaat over de herbouw van Jeruzalem volgens het bevel van Koning Cyrus nadat de ballingen waren teruggekeerd. Het herstel van de poorten begint met het herstel van de Schaapspoort door de hogepriester. Eigen belang zou je zo zeggen want schapen waren de voornaamste offerdieren en die zouden vast wel door de schaapspoort naar de Tempel gedreven zijn. Maar opvallend in dit gedeelte zijn toch al die namen en beroepen die genoemd worden. Goudsmeden, zalfbereiders, de inwoners van Tekoa en dan zeker niet de aanzienlijken. Gewone mensen die soms uit ballingschap waren teruggekeerd, soms achtergebleven waren en de verwoesting van muur en poorten hadden meegemaakt. Uit heel Israël waren er mensen gekomen om te helpen bij de wederopbouw van Jeruzalem. Van hoog tot laag van dichtbij en veraf, allen die hier worden genoemd worden genoemd omdat ze werkten aan het herstel van de stad van de vrede.

Wat dat betreft mogen we ons afvragen of we ook in het rijtje genoemd zouden zijn. Want ook in onze samenleving klinkt steeds luider de roep om te werken aan de stad van de vrede. Tegen het haat zaaien zijn wetten ingesteld die het haat zaaien strafbaar hebben gesteld maar er zijn nog steeds politici die zich daar niet van aantrekken. Toch klinkt ook in onze samenleving steeds vaker de oproep of we mee willen bouwen aan een stad van de vrede, aan een land met prachtwijken waar mensen in vrede samen kunnen wonen. Waar mensen die niet terug kunnen naar een land van herkomst niet in gevangenissen belanden zonder een misdrijf te hebben begaan maar gastvrij onderdak krijgen en een nieuwe toekomst. Of dat we ons blijven laten regeren door angsten. Angst voor een religie die nu uit vreemde landen komt bijvoorbeeld. Honderden jaren was Nederland het grootste Islamitische land op de wereld. Maar omdat die Islamieten bruin waren en ver weg woonden en omdat we er toch regelmatig van die aardige zendelingen heen stuurden konden ze ons niet bedreigen.

Maar nu ze naast ons wonen en die Islamitische medeburgers van vroeger een eigen land zijn begonnen worden ze ineens gevaarlijk. Islamisten als Hans Jansen stoken de angst nog eens verder op. Wat zou een Iraanse geleerde wel niet naar huis schrijven als hij het Christendom in Staphorst of op Urk zou bestuderen. Daar in Iran hebben ze al even vreemde voorstellingen van ons als wij vaak van hen hebben. En als we merken dat Nederlandse emigranten naar Canada of Australië denken dat wij nog steeds leven als in de jaren 50 toen zij emigreerden moeten we beseffen dat een Turks premier Erdogan gelijk heeft als hij zijn landgenoten maant op de hoogte te blijven van de ontwikkelingen in zijn land en niet ouderwetser te worden dan de rest van de voormalige landgenoten. De vraag of we ons door angst laten regeren of samen willen bouwen aan de stad van de vrede is dus niet onterecht. Ieder zal zelf de keuze kunnen maken: Nederland bekent kleur.

Reacties
Domeinregistratie en hosting via mijndomein.nl