basalk.punt.nl
Abonneren

Abonneer je nu voor nieuwe artikelen op deze website!

Laatste artikelen

Efeziërs 5:3-20

3 Laat er bij u geen sprake zijn van ontucht of zedeloosheid, of van hebzucht-deze dingen horen niet bij heiligen. 4  Ook dubbelzinnige, oppervlakkige en platvloerse taal is ongepast-spreek liever woorden van dank. 5  Want u moet goed weten dat iemand die in ontucht leeft, zedeloos of hebzuchtig is-dat is allemaal afgoderij-geen deel kan hebben aan het koninkrijk van Christus en van God. 6  Laat u door niemand met loze woorden misleiden, want wie God ongehoorzaam is, wordt getroffen door zijn toorn. 7  Gedraag u dus niet zoals zij, 8  want eens was u duisternis maar nu bent u licht, door uw bestaan in de Heer. Ga de weg van de kinderen van het licht. 9  Het licht brengt goedheid voort en gerechtigheid en waarheid. 10  Onderzoek wat de wil van de Heer is. 11  Neem geen deel aan de vruchteloze praktijken van de duisternis maar ontmasker die juist, 12  want wat daar in het verborgene gebeurt, is te schandelijk voor woorden. 13  Maar alles wat door het licht ontmaskerd wordt, wordt openbaar, 14  en alles wat openbaar wordt, is zelf licht. Daarom staat er: ‘Ontwaak uit uw slaap, sta op uit de dood, en Christus zal over u stralen.’ 15  Let dus goed op welke weg u bewandelt, gedraag u niet als dwazen maar als verstandige mensen. 16  Gebruik uw dagen goed, want we leven in een slechte tijd. 17  Wees niet onverstandig, maar probeer te begrijpen wat de Heer wil. 18  Bedrink u niet, want dat leidt tot uitspattingen, maar laat de Geest u vervullen 19  en zing met elkaar psalmen, hymnen en liederen die de Geest u ingeeft. Zing en jubel met heel uw hart voor de Heer 20  en dank God, die uw Vader is, altijd voor alles in de naam van onze Heer Jezus Christus. (NBV)

Als je zomaar dit gedeelte uit de brief van Paulus leest dan zul je ongemerkt wensen dat het eens waar zou kunnen zijn. Natuurlijk, oppervlakkige en platvoerse taal kan onder omstandigheden leuk lijken maar wie van andere mensen houdt weet dat het eigenlijk alleen vervelend is. Echte humor is opbouwend, kan een spiegel voorhouden en brengt de waarheid aan het licht. En over het licht gaat het ook in dit stuk. Het licht brengt goedheid voort en gerechtigheid en waarheid zegt Paulus. En dan gaat het om wat wij tegenwoordig transparantie noemen. Doorzichtigheid. Waarom neemt men die beslissing over jou die zo onrechtvaardig aanvoelt? Waarom is de situatie van die vreemdeling geen schrijnend geval? Waarom is het ene kind van vreemde afkomst wel ingeburgerd en het andere hier geboren kind niet? Onze Raad van State heeft bijvoorbeeld over de toepassing van het criterium schrijnend vastgesteld dat dat nagemeten moet kunnen worden.

Het moet duidelijk zijn voor iedereen wanneer iets wel of iets niet schrijnend is en dat een minister of staatssecretaris niet naar willekeur of eigen smaak moet kunnen handelen maar op grond van objectieve rechtsregels moet handelen. Die transparantie, dat in het licht houden van beslissingen is dus wat Paulus hier bedoeld. Meewerken aan onrechtvaardige praktijken noemt Paulus in één adem goddeloos. Paulus roept ons ook op  klokkenluiders te zijn. Mensen die kennis hebben van onrechtvaardige praktijken en die naar buiten brengen, aan het licht brengen, ontmaskeren dus, zijn mensen die hun zogenaamde Christenplicht vervullen. In onze samenleving moeten we ook zo veel jaar na de brief van Paulus nog leren om klokkenluiders serieus te nemen en te beschermen tegen de gevolgen.

Dus als we zelf geen onrechtvaardige situaties kennen die aan het licht moeten worden gebracht kunnen we in elk geval bondgenoten worden van klokkenluiders. Als iemand iets aan het licht brengt de samenleving vragen om die persoon te belonen en in bescherming te nemen, via ingezonden brieven in kranten en druk op het parlement. Daarom is ook de onafhankelijke pers die bronnen kan beschermen zo belangrijk. Die pers is een instrument dat wij hebben om antwoord te geven op de oproep van Paulus de vruchteloze praktijken van de duisternis aan het licht te brengen. Troost moet het ons wel geven te weten dat we nog steeds in een slechte tijd leven en dat drank geen oplossing biedt. Niet in de tijd van Paulus en niet vandaag de dag. Genoeg om weer aan te kunnen werken vandaag. En zing gerust onder het werk.

Reacties

Efeziërs 4:25–5:2

25  Leg daarom de leugen af en spreek de waarheid tegen elkaar, want wij zijn elkaars ledematen. 26  Als u boos wordt, zondig dan niet: laat de zon niet ondergaan over uw boosheid, 27  geef de duivel geen kans. 28  Laat wie steelt niet meer stelen, maar eerlijk de kost verdienen door zelf hard te werken om iets weg te kunnen geven aan wie het nodig heeft. 29  Laat geen vuile taal over uw lippen komen, maar alleen goede en waar nodig opbouwende woorden, die goed doen aan wie ze hoort. 30  Maak Gods heilige Geest niet bedroefd, want hij is het stempel waarmee u gemerkt bent voor de dag van de verlossing. 31  Laat alle wrok en drift en boosheid varen, alle geschreeuw en gevloek, en alle kwaadaardigheid. 32  Wees goed voor elkaar en vol medeleven; vergeef elkaar zoals God u in Christus vergeven heeft. 1 Volg dus het voorbeeld van God, als kinderen die hij liefheeft, 2  en ga de weg van de liefde, zoals Christus, die ons heeft liefgehad en zich voor ons gegeven heeft als offer, als een geurige gave voor God. (NBV)

Was het maar zo eenvoudig, niet meer liegen, niet meer stelen, niet meer boos worden, maar goed zijn voor elkaar en vol medeleven. Paulus roept op om het voortaan anders te gaan doen, maar velen zullen zeggen dat Paulus wel erg kort door de bocht is. Let op, Paulus schrijft aan de gemeente in Efeze, nu ja aan elke gemeente van Christenen. Die zijn dus al een nieuwe weg in hun leven ingeslagen, de weg van de liefde. En dan gaat het er alleen nog om op te bouwen en niet af te breken en te veroordelen. Dan gaat het om vergeven. Niet dat vergeven van zand er over en we vergeten het maar het vergeven van samen gaan we er voor zorgen dat het niet meer kan gebeuren. Zo schreef de Protestantse Kerk in Nederland al een paar keer brieven aan de regering en met name aan staatssecretaris Harbers over onze broeders en zusters die naar ons land zijn gevlucht. In plaats van hen te straffen, in de gevangenis te stoppen of de straat op te sturen zou je ze beter aan een goede toekomst kunnen helpen, misschien niet in Nederland, maar als je ze helpt scheelt het hen en ons een heleboel ellende.

Zo is Kerk-in-actie, de sociale organisatie van de PKN, alvast begonnen de kerkleden op te roepen groene stroom te gaan gebruiken. Want het opmaken van fossiele brandstoffen zonder voor vervanging te zorgen zal de kloof tussen arm en rijk alleen maar vergroten, wij helpen nu al de armen in de wereld door ons eigen leven en onze eigen energieconsumptie ander in te richten. Maar er is meer nodig. Economische rechtvaardigheid ook op internationaal niveau om maar eens wat te noemen. Er is nu eenmaal een verband tussen onze rijkdom en overconsumptie en de armoede en het lijden in de zuidelijke landen. Europese exportsubsidies en importtarieven moeten daarom zo snel mogelijk worden afgeschaft. Mensen die de grondstoffen produceren waar wij van genieten verdienen een even goed loon als wij krijgen. Om het milieu te sparen zijn ook maatregelen nodig die de rijken treffen, Opbouwende woorden zijn het, in de geest van Paulus en de Messiaanse beweging waar hij mensen warm voor liet lopen. Oproepen tot vrede en gerechtigheid, overal in de wereld.

In die beweging mogen we meedoen, omdat we vinden dat iedereen aan die beweging zou moeten kunnen meedoen. Samen bouwen we een nieuwe samenleving op omdat we vinden dat iedereen daaraan mee zou moeten kunnen doen. Een samenleving moet een plek zijn waar mensen samen moeten kunnen leven. En samen leven vraagt wat van mensen. Dan ben je betrokken op elkaar. Dan zijn vermaningen geen uitingen van boosheid maar pogingen om vrede te bewaren. In onze dagen wantrouwen we het als mensen op elkaar betrokken raken. De ander heeft toch niks met mij te maken? De ander hoeft mij toch niet de weg te wijzen en zich te bemoeien met mijn beslissingen? In de hulpverlening is daardoor de term bemoeizorg ontstaan. Als iemand dreigt te vereenzamen, te verwaarlozen, te vervreemden van het leven, dan zullen er mensen moeten zijn die dat opmerken en daar wat aan doen. Hulpverleners inschakelen, de overheid attenderen of de ander aanspreken en duidelijk maken dat er grenzen zijn in het afsluiten van elkaar. Dat is geen bemoeien om normen en waarden op te leggen, om gedrag voor te schrijven, maar het een bemoeien om mensen weer de vrijheid te geven zichzelf te zijn ook in contacten met anderen. Paulus ziet een samenleving als een lichaam, daar is een hoofd dat denkt, een mond die voet en handen en voeten om voor het lichaam te zorgen. Zo mogen wij met onze naaste omgaan, elke dag opnieuw.

 

Reacties

Efeziërs 4:17-24

17 Op gezag van de Heer zeg ik u dus met klem: ga niet langer de weg van de heidenen met hun loze denkbeelden. 18  In hun geest heerst duisternis en ze zijn vervreemd van het leven met God, omdat ze hem niet kennen en hun hart voor hem gesloten hebben. 19  Afgestompt als ze zijn, geven ze zich over aan losbandigheid en storten ze zich in allerlei zedeloze praktijken. 20  Maar zo hebt u Christus niet leren kennen! 21  U hebt toch over hem gehoord, u hebt toch onderricht over hem gekregen? Door Jezus wordt duidelijk 22  dat u uw vroegere levenswandel moet opgeven en de oude mens, die te gronde gaat aan bedrieglijke begeerten, moet afleggen, 23  dat uw geest en uw denken voortdurend vernieuwd moeten worden 24  en dat u de nieuwe mens moet aantrekken, die naar Gods wil geschapen is in waarachtige rechtvaardigheid en heiligheid. (NBV)

Die keurige Paulus is natuurlijk wel erg saai. Zo te keer te gaan tegen losbandigheid. De boog kan toch niet altijd gespannen blijven? En dat nieuwe Koninkrijk van Jezus van Nazareth waar hij zo bevlogen over kan schrijven was toch een koninkrijk van louter vreugde en niet van bekrompenheid? Maar waar heeft Paulus het hier over. Over de losbandigheid van de wereld. We kennen dat toch. Daar zijn andere mensen net voorwerpen. Die neem je in je hand en die gebruik je zoals het jou goed dunkt. Of het nu een auto, een fiets, een glas bier of een partner is. Zelfs kinderen en dieren worden op die manier gebruikt. In de tijd van Paulus was dat niet anders dan in onze tijd. Natuurlijk, het is altijd een minderheid die zich overgeeft aan de uitwassen van een losbandige samenleving. Maar ook de meerderheid is niet actief bezig met het tegendeel van die losbandigheid. Dat is aan de leiband lopen van de absolute onvoorwaardelijke liefde.

In die nieuwe samenleving kan geen ander mens een object, een voorwerp van plezier, zijn. Daar is een ander mens om van te houden als van jezelf. Daar is het hoogste plezier die ander het hoogste plezier te bezorgen. Dan hoeft de boog inderdaad niet altijd gespannen te blijven. Dan gaat het er niet om wat er allemaal wel niet mag en hoe je de grenzen daarvan opzoekt maar dan gaat het er om wat je samen allemaal wel niet aan goeds kunt bereiken en beleven hoe je het goede vermeerderd en nog eens vermeerderd tot er niets dan goeds overblijft. Daar is dus niets saai aan. Dat is een avontuur waar je elk moment mee kunt beginnen maar waar je de loop en de afloop nooit van kunt voorspellen.

Het is dan ook een avontuur waarvoor je jezelf voortdurend zult moeten vernieuwen, voortdurend weer opnieuw in dienst moeten stellen van de liefde voor de ander. Ook als het lijkt of je zelf er niks voor terug krijgt. Natuurlijk kan dat alleen als je werkelijk gelooft dat plezier, dat het goede, ook voor jou is weggelegd. Je kunt immers alleen veel van een ander houden als je ook veel van jezelf houdt. De ander heeft pas veel waarde als je je zelf ook veel waarde weet toe te dichten. Maar het verlost je niet van problemen, de ander heeft die ook, iedereen kan een geliefde verliezen, iedereen kan werk verliezen. In zijn grote lied over de Liefde zingt Paulus dat de liefde zichzelf niet zoekt. Het gaat altijd om de ander die het nog minder heeft dan jij. Paulus stelt de losbandigheid gelijk aan de liefdeloosheid. De Liefde immers is het cement dat mensen samenbindt. Met die Liefde kun je en moet je zelf beginnen, vandaag en elke dag opnieuw.

Reacties

Efeziërs 4:1-16

1  Ik, die gevangen zit omwille van de Heer, vraag u dan ook dringend de weg te gaan die past bij de roeping die u hebt ontvangen: 2 wees steeds bescheiden, zachtmoedig en geduldig, en verdraag elkaar uit liefde. 3  Span u in om door de samenbindende kracht van de vrede de eenheid te bewaren die de Geest u geeft: 4  één lichaam en één geest, zoals u één hoop hebt op grond van uw roeping, 5  één Heer, één geloof, één doop, 6  één God en Vader van allen, die boven allen, door allen en in allen is. 7  Aan ieder van ons is genade geschonken naar de maat waarmee Christus geeft. 8  Daarom staat er: ‘Toen hij opsteeg naar omhoog, voerde hij gevangenen mee en schonk hij gaven aan de mensen.’ 9  ‘Hij steeg op’ wat betekent dat anders dan dat hij ook is afgedaald naar wat lager ligt, naar de aarde? 10  Hij die is afgedaald is dezelfde als hij die opsteeg, tot boven de hemelsferen, om alles met zijn aanwezigheid te vullen. 11  En hij is het die apostelen heeft aangesteld, en profeten, evangelieverkondigers, herders en leraren, 12  om de heiligen toe te rusten voor het werk in zijn dienst. Zo wordt het lichaam van Christus opgebouwd, 13  totdat wij allen samen door ons geloof en door onze kennis van de Zoon van God een eenheid vormen, de eenheid van de volmaakte mens, van de tot volle wasdom gekomen volheid van Christus. 14  Dan zijn we geen onmondige kinderen meer die stuurloos ronddobberen en met elke wind meewaaien, met wat er maar verkondigd wordt door mensen die tot alles in staat zijn wanneer ze anderen listig en doortrapt op een dwaalspoor willen brengen. 15  Dan zullen we, door ons aan de waarheid te houden en elkaar lief te hebben, samen volledig toe groeien naar hem die het hoofd is: Christus. 16  Vanuit dat hoofd krijgt het lichaam samenhang, en wordt het ondersteund en bijeengehouden door alle gewrichtsbanden. Ieder deel draagt naar vermogen bij tot de groei van het lichaam, dat zo zichzelf opbouwt door de liefde. (NBV)

In de Grieks-Romeinse wereld, waar Paulus rondreisde, gingen de meest fantastische theorieën rond over de aard van de geestelijke en materiële wereld. Te veel theorieën vaak om te weerleggen en te weerspreken. Ook in de Joodse wereld waar Paulus toe behoorde waren sporen van die speculaties terug te vinden. Ook in onze dagen horen we over persoonlijke verhoudingen tot Jezus, over kosmisch evenwicht, over energiebanen en innerlijke evenwichtspunten en momenten van persoonlijke groei. Paulus schuift al die mooie begrippen hier met een ferme beweging aan de kant. Het gaat om de Liefde, en in de Liefde vormen we een hechte gemeenschap die die Liefde ook uitstraalt naar de samenleving. Dat is de reden dat kerkelijke vrijwilligers vele jaren hun werk voor de voedselbanken, de asielzoekers, de uitkeringsgerechtigden, de gevangenen, de zieken en invaliden en de derde wereld volhouden. Onophoudelijk leven ze in de Liefde zoals ze die van Jezus van Nazareth hebben geleerd.

Die Protestantse vrijwilligers vormen in hun, vaak kleine, kerkelijke gemeenschappen hechte groepen en horen er zondag in zondag uit over spreken en zingen. Stap gerust eens zo'n Protestantse Kerk binnen en vraag wat ze doen voor de armen en verdrukten in eigen stad, land en in de wereld. Je zult verstelt staan. De collecte voor de diaconie is daarin alleen een liturgische, dus symbolische, handeling om aan te geven waar het op aan komt. Paulus beschrijft die gemeenschap als een lichaam. Wij zeggen dan graag dat we handen en voeten willen geven aan die prachtige woorden. Het moet immers niet bij woorden alleen blijven maar vooral blijken uit de daden, uit de vruchten die het voortbrengt. Een kerkelijke gemeente waar het alleen gaat om een persoonlijke band met Christus of met God, waar dan ook vaak en lang en hardop in het openbaar wordt gebeden, belijdt niet de Messias waar Paulus aan de gemeente in Efeze over heeft geschreven.

Paulus schrijft over een gemeente waarin ieder naar vermogen, en dan niet alleen geldelijk vermogen, een plaats heeft en waar de Liefde het samenbindend element vormt. Juist in die gemeenschap krijgt de Bevrijder gestalte en wordt de bevrijding mogelijk. Zoals het volk Israel ooit in de woestijn ontdekte dat je alleen kunt overleven als je werkelijk alles voor elkaar over hebt, zo kent de Christelijke gemeente de gemeenschap met elkaar door de Liefde. In de loop van de geschiedenis is dat geloof in het bouwen van een nieuwe samenleving, een nieuw soort samenleving ook, verworden tot een voor wat hoort wat geloof. Als ik nu goed doe dan wordt er voor mij ook goed gedaan. Ik krijg leven na de dood, ik krijg gezondheid of maatschappelijke voorspoed. Maar dat is niet de bedoeling. Het geloof in de komst van die nieuwe samenleving door Jezus, door de God van Israël is genoeg. Dat geloof zet je in beweging, niet om er zelf beter van te worden maar om de Naam van God groot te maken. Het is geweldig die samenleving die alle mensen te wachten staat. Daarvoor ga je door het vuur. En iedereen mag daarin meedoen, zonder inburgeringscursus of toelatingsexamen.

Reacties

Rechters 5:23-31

23  Vervloekt zij Meroz, dat de HEER geen hulp bood, vervloekt! zo spreekt de engel van de HEER -, vervloekt zijn inwoners, zij sloten zich niet bij de helden aan. 24 Geloofd zij Jaël, de beste aller vrouwen, Jaël, de vrouw van Cheber, de Keniet. Was ooit een tent gezegend met een vrouw als zij? 25  Sisera vroeg om water en zij gaf hem melk te drinken, room bracht ze hem te drinken, in een rijk versierde schaal. 26  Met één hand vatte ze een tentpin, met de andere een hamer. Ze dreef de tentpin door zijn slaap, spleet met een hamerslag zijn hoofd. 27  Aan haar voeten viel hij neer, bezweek hij en bleef liggen. Aan haar voeten bezweek hij, daar viel hij neer. Waar hij bezweek, daar bleef hij liggen, verpletterend verslagen. 28  Aan haar venster stond zijn moeder, ze tuurde en ze klaagde: “Waar blijft zijn wagen toch? Klinkt het geratel van de wielen al?” 29  De wijste van haar vrouwen gaf haar antwoord en zei haar wat zij zelf reeds had bedacht: 30  “Wellicht zijn ze nog bezig om hun schatten te verdelen: elke man een meisje, of misschien wel twee. En voor Sisera gekleurde stoffen met borduursel, stoffen met borduursel waarmee hij zijn schatjes tooit.” 31  HEER, laat zo al uw vijanden ten onder gaan, en maak wie u liefhebben onstuitbaar als de opgaande zon.’ Veertig jaar had het land rust. (NBV)

Het overwinningslied van Deborah en Barak is onverwacht hard voor de mensen die het volk Israel niet te hulp kwamen toen ze bedreigd werden door Sisera en zijn leger. Het is of je de vluchtelingen uit Afrika hoort uitvaren tegen de Europese commissie die de landen van Europa niet weet te bewegen echte vluchtelingen op te nemen. Het gevolg is dat ze aangewezen zijn op mensensmokkelaars en verdronken vaders, moeders en kinderen in de Middellandse Zee. Of ze moeten zich gedwongen aansluiten bij een van de vele oorlogen in Afrika waar de rijke landen van de wereld de wapens voor leveren. Zij zijn de armen, de zwakken, de zieken en de ouderen. Zij worden als mensen compleet vergeten.

Ze hebben geen naam en als het even kan worden ze met negatief geladen begrippen aangeduid. Asielzoekers bijvoorbeeld. Een woord uit een verdrag dat op initiatief van Eleanor Rooseveld in een verdrag terechtkwam dat door de meeste landen in de wereld werd ondertekend. Dat verdrag kwam omdat Europa overspoeld werd door zogenaamde displaced persons, mensen die door de Tweede Wereld niet alleen huis en haard maar ook hun nationaliteit. Wij mogen Amerikanen wel als bevrijders herdenken maar de hulp die zij boden aan ons nu niet meer navolgen bij anderen. Voor ons is Samen Leven tegenwoordig hetzelfde als "ieder voor zich", in het boek Rechters staat dan de zin: "en ieder deed wat goed was in zijn ogen".

De mensen met geld en macht gaan voor. De President van Amerika kan dan wel vroom en vaderlandslievend doen. hebben gedaan over het gebod van Jezus van Nazareth, maar hij  moet dan toch wat vaker uitleggen dat alles wat hij doet gemeten moet worden naar het effect dat het op de armen heeft. Anders kan het vervloekt toch ook klinken tegen de inwoners van het Witte Huis. Wij kennen de uitdrukking van "ieder voor zich" ook en voegen daar vaak aan toe " en God voor ons allen", maar telkens weer moeten we leren uit het verhaal van Israel, en hier uit het boek Rechters, dat God onze handen en voeten nodig heeft om voor Gods kinderen te zorgen. Als onze handen en voeten het laten afweten loopt het slecht af met Gods kinderen. Vervloekt zijn allen die het laten afweten, ook nu nog.

 

Reacties

Rechters 5:12-22

12 Ga voorop, Debora, vuur ons aan en zing een lied! Barak, val aan! Grijp de vijand, jij zoon van Abinoam!13  Daar trokken toen de ware aanvoerders ten strijde, het volk van de HEER trok met zijn helden op. 14  Uit Efraïm kwamen zij die in Amalek wonen en voegden zich bij jou en je verwanten, Benjamin. Uit Machir kwamen aanvoerders, uit Zebulon de leiders van het leger. 15  Uit Issachar sloten de vorsten zich bij Debora aan. Na Issachar kwam Barak; hij ging het volk voor in de vlakte. Maar de stam Ruben bleef steeds maar overleggen. 16  Wat hield je bij je schaapskooi en het fluitspel van je herders? Ruben bleef maar overleggen, 17  Gilead kwam de Jordaan niet over, Dan bleef bij zijn schepen, Aser bleef aan zee en verliet zijn havens niet, 18  maar Zebulon en Naftali waagden hun leven op de heuvels. 19  Daar kwamen de koningen, de stadsvorsten van Kanaän. Zij streden bij Taänach, bij Megiddo, aan de oever van de stroom, maar er viel voor hen geen zilver buit te maken. 20  De sterren aan de hemel streden mee tegen de vijand, zij hadden in hun baan zich tegen Sisera gekeerd. 21  Vorsten werden meegesleurd door het water van de Kison, de Kison, die aloude en snelstromende rivier. Ga voort, mijn ziel, ga voort! 22  Dreunend klonk de hoefslag van zijn wegstormende paarden, van zijn schitterende paarden, in onstuimige galop. (NBV)

Met het lied voor Debora wordt dit verhaal een verhaal van bevrijding. Bevrijding van onderdrukking en slavernij en zonder de persoon van Debora had dat niet gekund zegt het lied. Wie goed leest ziet dat Debora een eigen loflied krijgt waarin de strijd getekend wordt, een strijd waartoe zij had opgeroepen. Ook nu nog klinken er liederen van bevrijding. Huub Oosterhuis heeft er honderden geschreven, maar ook vrouwen mengen zich in het koor. Liederen van vrouwen kent de kerkgeschiedenis maar weinig. In de vorige eeuw zijn er een aantal vrouwen geweest die liederen hebben geschreven en gecomponeerd. Je vindt ze in de bundel Eva's lied. Het blijft jammer dat daar  van maar  een heel enkele terecht is gekomen in het Nieuwe Liedboek van de kerken. 

Maar al zingende leren we in elk geval goed naar vrouwen te luisteren en hen niet zoals in veel kerken de mond te snoeren. Er zijn in de Protestantse Kerk Nederland al gemeenten die in elke viering op zondag tenminste één lied van vrouwen laten zingen. Als dat veel gebeurd kan de kerk niet meer om de vrouwen heen. Zij vormen toch de helft van de kerkleden en Debora leerde ons dat we vrouwen niet mogen negeren, we lijken soms wel te veel op de stam Ruben. Vrouwen horen in de kerk net zo vooraan te staan als al die mannen die dat al eeuwen doen. Barak en Deborah leerden ons dat vrouwen ons ook in de strijd kunnen voorgaan  en zonder Deborah was het waarachtig niet gegaan. Van alle liederen en verhalen die in de vroegste tijden zijn ontstaan hield haar lied het, als getuigenis van geloof, het langste vol. Soms vraagt een volk leiderschap.

In het couplet van het lied van Deborah hierboven wordt het leiderschap gevraagd van Deborah, de rechter. Haar kenden ze want zij sprak recht als mensen haar rechtsgeschillen voorlegde. Eerlijkheid en onafhankelijkheid waren kennelijk de eigenschappen die men zocht in een leider. En onafhankelijkheid betekent een garantie voor de armen, ook zij zullen tot hun recht komen. Net als de vreemdelingen, ook al lijken die het tegendeel te doen. Dat leren we uit het verhaal van Jaël, die gaf de tegenstander geen water maar melk, die zette haar vrouwelijke eigenschappen in, maar bleek uiteindelijk de meest betrouwbare bondgenoot. Zulke bondgenoten kun je krijgen als je bereid bent je land met vreemdelingen te delen. Daar kunnen wij ook nog wel wat van leren, en vandaag nog in de praktijk brengen.

Reacties

Rechters 5:1-11

1 Die dag zongen Debora en Barak, de zoon van Abinoam, dit lied: 2  ‘Loof de HEER, omdat Israël zijn haren dreigend loswierp, loof de HEER, omdat Israël zich meldde voor de strijd. 3  Koningen en vorsten, luister en hoor toe hoe ik de HEER bezing,  een lied zing voor de HEER, de God van Israël. 4  HEER, de aarde beefde toen u voortschreed vanuit Seïr;  toen u optrok vanuit Edom stortte water uit de hemel en de wolken neer. 5 Voor de heerser van de Sinai wankelden de bergen, voor u, HEER, u, de God van Israël. 6  Onder Samgar, de zoon van Anat, in de tijd van Jaël, begaf geen karavaan zich nog op weg. Wie toch op reis moest, nam de kronkelpaden. 7  Aanvoerders ontbraken, het land kende geen leiding totdat jij, Debora, kwam en Israël tot leidsvrouw werd. 8  Verkoos men andere goden, dan stond de vijand voor de poorten; ons leger telde veertigduizend man, maar van schild of speer geen spoor. 9  Loof de HEER ! Ik dank hen die niet aarzelden de strijders aan te voeren. 10  Reizigers, gezeten op gezadelde ezelinnen, en ook jullie die te voet moeten gaan, 11  overstem met je verhalen het geklets bij de bronnen en laat ieder bij het drenken zingen van de HEER die overwon, van de overwinning door zijn aanvoerders voor Israël behaald. Daar trok het volk van de HEER ten strijde, voorwaarts vanuit de steden. (NBV)

De strijd van Debora en Barak en het optreden van Jaël lopen uit op een lied. Er zijn geleerden die zeggen dat het lied van Deborah en Barak het oudste stuk uit de Bijbel is. Al het andere is later opgeschreven, maar dit lied was zo populair dat het de eeuwen heeft doorstaan. In de Islam gelooft men dat de Koran is  gedicteerd aan de profeet Mohamed. De Bijbel niet, die is in een eeuwenlang proces ontstaan. Bijbel betekent dan ook bibliotheek en zoals een verzamelaar gedurende lange tijd zijn meest kostbare boeken bijeen zoekt, zo hebben ook de gelovigen van Israel en later van de kerk hun boeken bijeengezocht en daar een aantal eeuwen over gedaan. Dat alles begon met dit lied van Deborah. Dat lied mogen we vandaag de dag nog meezingen, want bevrijding blijft altijd nodig.

Het lied  van Debora  gaat over de richtlijnen die in de woestijn aan het volk gegeven werden. Iedere keer als het volk er vanaf week kregen de vijanden voet aan de grond, maar iedere keer als de Wet werd gevolgd, van "heb je naaste lief als jezelf" nietwaar, werd het volk onverslaanbaar. De laatste generaal die het probeerde was Sisera met zijn strijdwagens. Die strijdwagens liepen vast in de regen en de modder net als ooit de strijdwagens van de Farao, toen het volk door de Rode Zee trok. Ook toen klonk aan het eind van de strijd een vrouwenlied ter overwinning, het lied van Mirjam de zuster van Mozes. Met het lied van Deborah wordt ook dit verhaal een verhaal van bevrijding. Bevrijding van onderdrukking en slavernij en zonder de persoon van Deborah had dat niet gekund zegt het lied.

Barak en Deborah leerden ons dat vrouwen ons ook in de strijd kunnen voorgaan  en zonder Deborah was het waarachtig niet gegaan. Van alle liederen en verhalen die in de vroegste tijden zijn ontstaan hield haar lied het, als getuigenis van geloof, het langste vol. Soms vraagt een volk leiderschap. In het couplet van het lied van Deborah hierboven wordt het leiderschap gevraagd van Deborah, de rechter. Haar kenden ze want zij sprak recht als mensen haar rechtsgeschillen voorlegde. Eerlijkheid en onafhankelijkheid waren kennelijk de eigenschappen die men zocht in een leider. En onafhankelijkheid betekent een garantie voor de armen, ook zij zullen tot hun recht komen. Net als de vreemdelingen, ook al lijken die het tegendeel te doen. Dat leren we uit het verhaal van Jaël, die gaf de tegenstander geen water maar melk, die zette haar vrouwelijke eigenschappen in, maar bleek uiteindelijk de meest betrouwbare bondgenoot. Zulke bondgenoten kun je krijgen als je bereid bent je land met vreemdelingen te delen. Daar kunnen wij ook nog wel wat van leren, en vandaag nog in de praktijk brengen.

Reacties

Rechters 4:17-24

17 Sisera vluchtte te voet naar de tent van Jaël, de vrouw van de Keniet Cheber, want hij wist dat er een bondgenootschap bestond tussen de familie van Cheber en koning Jabin van Hasor. 18  Jaël kwam hem tegemoet en zei: ‘Kom binnen, heer, kom binnen. Wees niet bevreesd.’ Hij ging bij haar de tent binnen en zij verborg hem onder een deken. 19  ‘Geef me wat water te drinken, ‘vroeg hij, ‘ik heb zo’n dorst.’ Jaël opende een melkzak, gaf hem te drinken en dekte hem weer toe. 20  Toen zei hij: ‘Ga in de tentopening staan. Als er dan iemand komt vragen of er een man bij u is, moet u zeggen: “Nee, er is hier niemand.”’ 21  Jaël nam een tentpin en een hamer en sloop de tent binnen. Ze sloeg, terwijl hij daar uitgeput in slaap lag, de tentpin dwars door zijn hoofd de grond in, zodat hij stierf. 22  Op dat moment kwam Barak eraan, op jacht naar Sisera. Jaël ging hem tegemoet en zei: ‘Kom, ik zal u de man laten zien die u zoekt.’ Barak ging met haar naar binnen-en daar lag Sisera, dood, met de tentpin door zijn hoofd.23  Zo bracht God koning Jabin van Kanaän in zijn strijd met de Israëlieten een zware nederlaag toe. 24  Daarna wist Israël koning Jabin steeds verder terug te dringen, totdat ze hem hadden vernietigd.

Tienduizenden Nederlanders hebben het wel eens in een zomer gedaan. Tentharingen de grond ingeslagen, op campings, overal in Europa. En straks wordt het 1 september en is de “grote vakantie” weer voorbij. Rond die datum gaan de laatste kinderen weer naar school en neemt het gewone leven weer de overhand. Maar hier lezen we in de Bijbel nog een keer over tentharingen. Over de tentharing van Jaël. Dat was nog familie van de vrouw van Mozes. Die was immers getrouwd met de dochter van de priester van Midian, toen hij uit Egypte was gevlucht, nadat hij een Egyptenaar had doodgeslagen. De schoonfamilie van Mozes, dat waren dus eigenlijk vreemdelingen,  Maar ze hadden zich gevoegd bij het volk Israel toen dat het beloofde land was binnengetrokken en hadden een verbond met Jabin gesloten, de koning waar Barak en Deborah tegen ten strijde waren getrokken. Aan welke kant zou de familie staan?  Aan welke kant staan de vreemdelingen die met je meegegaan zijn?

Aan de goede kant dus want de zorg van een vrouw zegt niet alles. Die Jaël mag water schenken en op de uitkijk staan, maar aan haar wordt niet gevraagd welke kant ze kiest. Mannen vergeten vrouwen naar waarde te schatten, je naaste liefhebben als jezelf betekent voor mannen dat vrouwen als gelijkwaardig dienen te worden behandeld. Jaël laat dat zien want vroeger zouden ze zeggen dat ze haar mannetje staat, tegenwoordig hebben we de Bijbel toch wat nauwkeurige leren lezen en weten we dat ze gewoon aan de goede kant is gaan staan. Want die “tentpin” is in de oorspronkelijke tekst vrouwelijk en betekent iets als “doorboorde” het wordt ook wel voor “vrouw” zelf gebruikt. Die Jaël gooit haar vrouwelijke wapens in de strijd en niet tevergeefs. Jaël wordt daarmee het scharnierpunt in de strijd tegen koning Jabin en uiteindelijk weet Israel deze koning te verslaan.

En Israel heeft nog steeds geen koning en geen regering. Barak is er met een leger op uit, gestuurd door Deborah, die rechter was en gewoon spreekuur hield waar de mensen haar rechtsgeschillen kwamen voorleggen. Geen glazen plafond dat de beide vrouwen weerhield van het spelen van een hoofdrol in de geschiedenis. Vrouwen hebben tegenwoordig nog wel eens het gevoel tegen een glazen plafond aan te lopen. Dat is dus niet nodig, een tentharing en een hamer zijn voldoende om dat glazen plafond te doorbreken. En dat wantrouwen in vreemdelingen? Als ze met je meetrekken, als ze zich als medeburger gedragen dan is dat wantrouwen beschamend. Nog steeds wordt het opsluiten van Amerikaanse burgers van Japanse afkomst na de aanval op Pearl Harbour als een schandaal beschouwd. We moeten ons dus hoeden voor het oordelen en veroordelen alleen op grond van afkomst, een goede bondgenote zou gemakkelijk verspeeld kunnen worden.

Reacties

Rechters 4:1-16

1 Na de dood van Ehud deden de Israëlieten weer wat slecht is in de ogen van de HEER. 2  Daarom leverde de HEER hen uit aan koning Jabin van Kanaän, die regeerde in Hasor. Diens legeraanvoerder heette Sisera; hij had zijn legerkamp in Charoset-Haggojim. 3  Jabin beschikte over negenhonderd ijzeren strijdwagens en heerste met harde hand over Israël, wel twintig jaar lang. Daarom riepen de Israëlieten de HEER te hulp. 4 In die tijd was een zekere Debora rechter over Israël. Deze Debora, de vrouw van Lappidot, was profetes. 5  Ze hield zitting onder de Deborapalm tussen Rama en Betel, in het bergland van Efraïm, en daar kwamen de Israëlieten haar hun rechtsgeschillen voorleggen. 6  Debora liet Barak, de zoon van Abinoam, afkomstig uit Kedes in Naftali, bij zich komen en zei tegen hem: ‘De HEER, de God van Israël, gebiedt u: “Trek met tienduizend man uit de stammen Naftali en Zebulon op naar de Tabor. 7  Dan zal ik Jabins legeraanvoerder Sisera met al zijn strijdwagens en soldaten laten optrekken tot in het dal van de Kison en hem aan je uitleveren.”’ 8  ‘Als u meegaat, zal ik gaan, ‘antwoordde Barak, ‘maar als u niet meegaat, ga ik niet.’ 9  ‘Goed, ‘zei Debora, ‘ik zal met u meegaan. Maar let wel, u zult geen eer behalen aan deze veldtocht, want de HEER zal Sisera uitleveren aan een vrouw.’ Zo besloot Debora met Barak mee te gaan op zijn veldtocht naar Kedes. 10 Barak riep de mannen van Zebulon en Naftali onder de wapenen en trok aan het hoofd van tienduizend man naar Kedes op. Debora ging met hem mee. 11  In de buurt van Kedes had een zekere Cheber zijn tenten opgeslagen bij de eik in Saänannim. Deze Cheber was een Keniet die zich had afgescheiden van zijn stamgenoten, nakomelingen van Mozes’ schoonvader Chobab. 12  Sisera kreeg bericht dat Barak de Tabor was opgegaan. 13  Daarom riep hij zijn soldaten onder de wapenen en trok met al zijn negenhonderd ijzeren strijdwagens en zijn hele leger vanuit Charoset-Haggojim op naar het dal van de Kison. 14  Debora spoorde Barak aan: ‘Vooruit! Vandaag levert de HEER Sisera aan u uit. Hij zal voor u uit gaan.’ Toen kwam Barak de Tabor af met tienduizend man achter zich aan. 15  Op het moment dat de manschappen van Sisera Barak zagen verschijnen, zaaide de HEER paniek onder hen en ontstond er grote verwarring. Sisera sprong van zijn wagen en maakte zich uit de voeten. 16  Barak achtervolgde de strijdwagens en de soldaten tot in Charoset-Haggojim. Alle soldaten van Sisera sneuvelden; niet een bleef er in leven. (NBV)

Na de dood van Ehud was Deborah de volgende rechter zegt hoofdstuk vier van het boek Rechters. Echte Bijbelkenners weten dat we nu een Rechter vergeten. Samgar, die sloeg zeshonderd Filistijnen dood met een osseprik. Een boer die aan het ploegen was en de ossen aanspoorde met een puntige stok. Met diezelfde puntige stok bevrijdde hij het volk van een machtige roversbende. Een verhaal dat maar één vers in de Bijbel kreeg, Rechters 3:31, want de Bijbel houdt nu eenmaal niet van mannetjesputters. Wel van vrouwen in dit soort verhalen. Lang is er beweerd dat de Bijbelse orde zou zijn dat mannen werken en regeren en de macht hebben en dat vrouwen thuis zitten en voor man en kinderen zorgen. Niets is minder waar. Die orde is uitermate on-Bijbels. Bijbels is Deborah de zingende vrouw die Rechter was toen Jabin met zijn 900 strijdwagens het volk onderdrukte.

Barak mocht met een leger uit de stammen van Naftali en Zebulon er tegen ten strijde trekken, maar Barak kenden de Bijbelse orde en keek wel uit, zonder Deborah ging hij niet op pad. Zij wees de richting aan en hij en zijn mannen hadden maar te volgen. En jawel het hele leger van krijgsoverste Sisera werd verslagen. Waarom tot op vandaag de dag mannen doen alsof vrouwen niet als zij aan de samenleving zouden kunnen deelnemen is een raadsel. Er zijn kerken, protestantse en natuurlijk ook de Rooms Katholieke zogenaamde kerk, die vrouwen zeker niet als moderne rechters, of richters, als dominees of pastoors zouden toelaten. Bij hen geen Paus, Bisschop, ouderling of Predikant die tegen een door God gezonden Deborah zouden zeggen, we gaan niet zonder U. Het is tegen de natuurlijke orde zou een kardinaal zeggen. Natuurlijk is dat tegen de natuurlijke orde, het is volgens Gods orde, die is uiteindelijk niet van deze wereld maar van een andere wereld, een heel andere orde dus.

Die bevrijdende orde, die mensen bevrijd van onderdrukking moet nog steeds bevochten worden. Zeker zolang vrouwen worden buitengesloten, onderdrukt, thuis opgesloten, met eerwraak bedreigd en niet mee mogen doen aan de samenleving en de democratie. Zich zelfs niet mogen kleden zoals ze willen, als ze tenminste hun gezicht willen bedekken. Denk niet dat alleen binnen de Islam minderheden vrouwen onderdrukken en als voorwerp beschouwen. Dat komt binnen de Rooms Katholieke en Gereformeerde traditie net zo goed voor. Ook in de economie staan vrouwen nog te veel en te vaak op het tweede plan, kunnen ze de echte top niet bereiken. De twee stammen van Zebulon en Naftali waren niet genoeg voor een blijvende bevrijding. Maar er zijn door de hele geschiedenis, tot op de dag van vandaag, meer vrouwen als Deborah, Goddank.

Reacties

Efeziërs 3:14-21

14 Daarom buig ik mijn knieën voor de Vader, 15  die de vader is van elke gemeenschap in de hemelsferen en op aarde. 16  Moge hij vanuit zijn rijke luister uw innerlijke wezen kracht en sterkte schenken door zijn Geest, 17  zodat door uw geloof Christus kan gaan wonen in uw hart, en u geworteld en gegrondvest blijft in de liefde. 18  Dan zult u met alle heiligen de lengte en de breedte, de hoogte en de diepte kunnen begrijpen, 19  ja de liefde van Christus kennen die alle kennis te boven gaat, opdat u zult volstromen met Gods volkomenheid. 20  Aan hem die door de kracht die in ons werkt bij machte is oneindig veel meer te doen dan wij vragen of denken, 21  aan hem komt de eer toe, in de kerk en in Christus Jezus, tot in alle generaties, tot in alle eeuwigheid. Amen. (NBV)

Alles wat je doet laten bepalen door de liefde. Dat is het centrale thema in de boodschap van Paulus. Niet door angst, niet door hebzucht, niet door een zucht naar macht, maar alleen door liefde moet je je laten regeren. Dat is moeilijker dan het lijkt. Wij laten ons nog wel eens leiden door wat anderen van ons zeggen. Wij houden meestal ook niet zoveel van onszelf zodat we ook niet veel van anderen kunnen houden. En dan zijn er nog gewoonten die ons gedrag bepalen, cultuur ook. Ook regels en wetjes van een overheid kunnen ons sturen. En het gevoel van onmacht, wie pakt grote instellingen en bedrijven aan, laat staan regeringen. Maar Paulus zegt ons in dit gedeelte dat de macht van de liefde in staat is oneindig meer te doen dan wij vragen of denken. Bij alles wat de liefde van ons vraagt en wat we niet doen moeten we ons dus afvragen wat ons in vredesnaam tegenhoud.

Om regeringen aan te pakken zijn er toch organisaties als politieke partijen en Amnesty International. Om handelsverhoudingen te veranderen zijn er toch organisaties als Fair Trade, Max Havelaar en wereldwinkels. Om respect en liefde voor dieren te bevorderen zijn er toch organisaties als Wakker Dier en de dierenbescherming. Zo zijn er organisaties die kinderarbeid aan de kaak stellen en bestrijden, die onrechtvaardige huisvestingssituaties in Nederland aan de kaak stellen, die zelfs huizen bouwen in arme landen, die artsen sturen daar waar niemand meer durft te gaan, die voor onderwijs aan kinderen zorgen waar iedereen het af laat weten. Al die zaken van armen en verdrukten die we eigenlijk zouden willen veranderen kennen organisaties en bewegingen van mensen die er tegen te hoop lopen en de bevrijding brengen die het Evangelie ons belooft. We moeten ons alleen bij die messiaanse bewegingen durven aansluiten.

We moeten ons ook niet laten afschrikken door tegenslagen en tegenkrachten. Gegrondvest blijven in de liefde noemt Paulus dat. Paulus beroept zich op de opgestane Heer. Het geloof dat Jezus van Nazareth na zijn kruisdood opstond uit het graf is voor Paulus de grootste drijfveer om de Liefde vast te houden. Je moet het geloven. Maar kijk eens om je heen, als je die opstanding gelooft dan kun eigenlijk gemakkelijk geloven dat die aarde waar alle tranen verdwenen zijn er ook komt. Dat ooit al het leed dat je raakt verdwenen zal zijn en dat iedereen mag meedoen. Het mooiste is dat we er elke dag en elk moment weer opnieuw mee aan mogen beginnen te bouwen. Aan het begin van elke nieuwe dag kunnen we alles weer eens op een rijtje te zetten en kiezen bij welk stroompje van de brede messiaanse beweging we ons opnieuw zullen aansluiten. Maak een keuze en ga aan de slag.

 

Reacties
Domeinregistratie en hosting via mijndomein.nl