basalk.punt.nl
Abonneren

Abonneer je nu voor nieuwe artikelen op deze website!

Laatste artikelen

Lucas 6:1-11

1 ¶  Toen Jezus op sabbat eens door de korenvelden liep, begonnen zijn leerlingen aren te plukken. Ze wreven die stuk tussen hun handen en aten ervan. 2  Enkele Farizeeën zeiden echter: ‘Waarom doet u iets dat op sabbat niet mag?’ 3  Jezus antwoordde: ‘Hebt u dan niet gelezen wat David deed toen hij en zijn metgezellen honger hadden, 4  hoe hij het huis van God binnenging, de toonbroden nam, ervan at en ze uitdeelde aan zijn mannen, ook al mogen alleen de priesters van die broden eten?’ 5  En hij voegde eraan toe: ‘De Mensenzoon is heer en meester over de sabbat.’ 6  Op een andere sabbat ging hij naar de synagoge, waar hij onderricht gaf. Daar was ook iemand met een verschrompelde rechterhand. 7  De schriftgeleerden en de Farizeeën letten op hem om te zien of hij op sabbat iemand zou genezen, want dan zouden ze hem op grond daarvan kunnen aanklagen. 8  Maar hij wist wat ze van plan waren en zei tegen de man met de verschrompelde hand: ‘Sta op en kom in het midden staan.’ Dat deed de man. 9  Jezus zei tegen de Farizeeën en schriftgeleerden: ‘Ik vraag u of men op sabbat goed mag doen of kwaad, of men een leven mag redden of verloren laten gaan.’ 10  Nadat hij hen een voor een had aangekeken, zei hij tegen de man: ‘Strek uw hand uit.’ Dat deed hij en er kwam weer leven in zijn hand. 11  De schriftgeleerden en de Farizeeën raakten bijna buiten zinnen en begonnen onderling te overleggen wat ze met Jezus zouden doen. (NBV)

Het antwoord op de vraag die hier boven staat is dat je zelf de baas bent over wat mag en niet mag op de Sabbath. Dat vertelt ons de schrijver van het Lucas Evangelie ons tenminste. Wij hebben de Sabbath vervangen door de zondag omdat we op de eerste dag van de week de bevrijding van de dood gingen vieren. En vieren maakt vrij. Toch hebben christenen heel lang hun vinger opgestoken als er iets werd gedaan waarvan ze dachten dat het niet mocht. Dat eten van die zendelingen in opleiding die achter Jezus aanliepen, en dat genezen door Jezus waren uitzonderingen. Dat er in een ziekenhuis moet worden gewerkt op Zondag dat is ook nog te begrijpen al moet er dan wel zondagsdienst gedraaid worden. Het hoogst nodige moet worden gedaan en verder niet.

Jezus zet op een aantal plekken in de Bijbel de liefde voor de mens tegenover dit strafrechtelijk denken. Wat wel of niet mag hangt niet af van de regeltjes maar van de mens die schade lijdt of het nodig heeft. Dat betekent niet dat er geen waarde moet worden gehecht aan een vrije dag in de week. Juist die dag waarop we allemaal vrij zijn en alleen de hoogst nodige arbeid wordt verricht is van belang voor mensen. Wanneer anders kunnen we allemaal samen komen en maaltijd houden. Als we allemaal op een andere dag in de week vrij zijn komt daar nooit meer wat van terecht. Als er dan ook nog veel mensen zijn die ‘s avonds moeten werken, of ‘s nachts, dan zien we elkaar in de samenleving eigenlijk nooit meer. Samen Werken en Samen Leven kan dan misschien nog wel, we komen elkaar immers in de file nog wel tegen, maar Samen Delen is er helemaal niet meer bij.

Samen Delen van plezier, van een maaltijd, van een goede sportwedstrijd, van de schoonheid van de natuur, van kennis, inkomen en macht het is allemaal onmogelijk geworden als we op zeven dagen in de week en op alle 24 uren van de dag ergens aan het werk zijn en die zeven dagen en die 24 uren onder elkaar verdelen zonder een dag te reserveren voor allemaal samen. Van de regering mag verwacht worden dat de liefde voor mensen weer boven regels van winst en profijt gaan en dat aan koopzondagen en eindeloos werken grenzen worden gesteld. Maar vrijheid wordt verward met kerkdwang. Christenen die roepen dat verstoring van de vrijheid op zondag hun geloof aantast zijn daar mede schuldig aan. Het gaat niet om geloof maar om bevrijding van de verslaving, aan werken en consumeren, daar zijn we dus geen slaven van. Wordt daar niet naar geluisterd dan moeten we via koopstakingen op zondag en onze vakbonden maar in aktie komen voor die vrijheid. Zodat we ook op de zondag het goede kunnen doen, in alle vrijheid.

 

Reacties

Lucas 5:27-39

27 ¶  Daarna ging hij naar buiten en zag hij bij het tolhuis een tollenaar zitten die Levi heette. Hij zei tegen hem: ‘Volg mij!’28  Levi stond op, liet alles achter en volgde hem. 29  Hij richtte in zijn huis een groot feestmaal voor hem aan, waarop een groot aantal tollenaars en anderen samen met Jezus aanwezig waren. 30  De Farizeeën en hun schriftgeleerden zeiden morrend tegen zijn leerlingen: ‘Waarom eet en drinkt u met tollenaars en zondaars?’ 31  Maar Jezus antwoordde: ‘Gezonde mensen hebben geen dokter nodig, maar wie ziek is wel; 32  ik ben niet gekomen om rechtvaardigen te roepen, maar om zondaars aan te sporen een nieuw leven te beginnen.’ 33  Ze zeiden tegen hem: ‘De leerlingen van  Johannes vasten dikwijls en zeggen hun gebeden, zoals ook de leerlingen van de Farizeeën doen, maar die van u eten en drinken maar.’ 34  Jezus zei: ‘U kunt toch niet verlangen dat de bruiloftsgasten vasten zolang de bruidegom bij hen is? 35  Maar er komt een dag dat de bruidegom bij hen wordt weggehaald, en dan is het hun tijd om te vasten.’ 36  Hij vertelde hun ook een gelijkenis: ‘Niemand scheurt een lap van een nieuwe mantel om daarmee een oude mantel te verstellen, want dan scheurt hij de nieuwe, terwijl de lap niet bij de oude past. 37  En niemand giet jonge wijn in oude leren zakken, want dan scheuren de zakken door de jonge wijn en wordt de wijn verspild, terwijl de zakken verloren gaan. 38  Jonge wijn moet in nieuwe zakken worden gedaan. 39  Maar niemand die oude wijn gedronken heeft, wil jonge; hij zegt immers: “De oude wijn is goed!”’ (NBV)

We vallen vandaag met onze neus in de boter want het gaat vandaag in onze dagelijkse lezing uit de Bijbel om een feestmaal. Of daar in elke gemeente in ons land evenveel aanleiding voor is blijft natuurlijk een vraag. Maar maaltijden zijn voor Joden en Christenen de belangrijkste religieuze gebeurtenissen. En omdat het belangrijke godsdienstige handelingen zijn moet je er voorzichtig mee omgaan. Je kunt dat wat je eet en drinkt vergoddelijken en dus dat wat je eet en drinkt gaan aanbidden. Dat is afgoderij en dat verwijt klinkt dan soms ook tussen kerken vandaag de dag vooral als kerken willen gaan uitmaken wie wel en wie niet aan de maaltijd in de kerk kan deelnemen op andere gronden dan dat men wel of niet lid is van de betreffende kerk. In de tijd van Jezus van Nazareth klonk de waarschuwing dat je moet uitkijken met wie je de maaltijd nuttigt. Dat kan niet met iedereen. Vandaag klinkt die waarschuwing ook aan advocaten bijvoorbeeld. Ze kunnen niet voor hun plezier gaan eten met zware criminelen die van ernstige misdrijven worden verdacht en voor wie ze in processen als verdediger moeten optreden. Ze krijgen dan het etiket maffiamaatje opgeplakt en dat schaadt hun optreden en geloofwaardigheid als advocaat.

We moeten dus voorzichtig zijn. Jezus van Nazareth at met Jan en alleman. In dit verhaal wordt de maaltijd hem aangeboden door een belastinginner. Langs de kant van de weg stonden tolhuisjes en iedereen die daar langs kwam moest belasting betalen. Tollenaars betaalden aan de Romeinse bezetter een pachtsom voor het mogen heffen van de tol en moesten om te leven winst maken op het heffen van die belasting. Ze werden er meestal niet arm van en waren daarom ook niet geliefd. Zo’n belasting, die voor iedereen gelijk was, drukte bovendien het zwaarst op de armsten.  Bovendien werkten ze voor de bezetter en dat maakte hen nog minder geliefd. Jezus van Nazareth ging echter niet voor niks bij hen eten. Hij had al eens zo’n tollenaar zover gekregen de helft van diens bezit onder de armen te laten verdelen en terug te geven aan hen van wie te veel was afgeperst. Liefde voor mensen betekent dus mensen die niet geliefd zijn weer op het rechte pad te krijgen en te zorgen dat ze in plaats van een gehaat medemens weer een geliefd medemens worden. Als dat lukt is het feest, pas als je verdriet hebt ga je vasten.

Niet eten en drinken, of heel sober eten en drinken. Bij de volgende feestmaaltijd waardeer je die maaltijd des te meer en kan je er dubbel van genieten. Ter voorbereiding op het grootste feest van de Christelijke Kerk, Pasen, zijn mensen in de veertig dagen voor Pasen daarom ook gaan vasten, alleen de zondagen slaan ze over, dan wordt al vast een beetje Pasen gevierd. Maar op de andere dagen even terug in overvloed en wat je bespaart opzij leggen voor de armen in de wereld, om er met Pasen en na Pasen weer tegenaan te kunnen en weten welke rijkdom je eigenlijk hebt. Volgende week woensdag begint die periode van onthouding. Ondanks alle feestgedruis dezer dagen weten we heel goed dat er in de wereld nog lang niet genoeg wordt gedeeld, weten we dat er in de wereld nog lang geen vrede is. Maar als je weet met minder toe te kunnen wordt het ook wat makkelijker om te delen en als je weet hoe vervelend het is helemaal niets te hebben gun je dat een ander ook helemaal niet en deel je vanzelf met die ander. Dan heb je samen feest. En vandaag kunnen we dus een feest bouwen, zorgen dat er voor anderen genoeg is.

Reacties

Lucas 5:17-26

17 ¶  Toen hij op een dag onderricht gaf, bevonden zich onder zijn gehoor ook Farizeeën en wetgeleerden die uit allerlei plaatsen in Galilea en Judea en uit Jeruzalem waren gekomen. De kracht van de Heer was werkzaam in hem, opdat hij zieken zou genezen. 18  Er kwamen een paar mannen met een verlamde op een draagbed, die ze naar binnen wilden brengen om hem voor Jezus neer te leggen. 19  Maar ze zagen geen kans om door de mensenmassa heen te komen, en dus gingen ze het dak op en lieten hem op het bed door een opening in het tegeldak naar beneden zakken tot vlak voor Jezus. 20  Toen hij hun geloof zag, zei hij tegen hem: ‘Uw zonden zijn u vergeven.’ 21  De schriftgeleerden en de Farizeeën begonnen zich af te vragen: Wie is die man dat hij deze godslasterlijke taal spreekt? Wie kan zonden vergeven dan God alleen? 22  Maar Jezus begreep wat ze dachten en zei tegen hen: ‘Vanwaar toch al die bedenkingen? 23  Wat is gemakkelijker, te zeggen: “Uw zonden zijn u vergeven” of: “Sta op en loop”? 24  Ik zal u laten zien dat de Mensenzoon volmacht heeft om op aarde zonden te vergeven.’ En hij zei tegen de verlamde: ‘Ik zeg u, sta op, pak uw bed en ga naar huis.’ 25  En onmiddellijk stond hij voor de ogen van alle aanwezigen op, pakte het bed waarop hij altijd had gelegen en vertrok naar huis, terwijl hij God loofde. 26  Allen stonden versteld en ze loofden God, en zeiden, vervuld van ontzag: ‘Vandaag hebben we iets ongelooflijks gezien!’ (NBV)

Een les om nooit te vergeten krijgen we vandaag te lezen. Als je echte vrienden hebt die ook wat voor je over hebben dan kun je in je leven ook echt opnieuw beginnen. Bijna zou je in dit verhaal lezen dat opstaan uit een verlammende situatie alleen kan als je echte vrienden hebt. De zonden worden namelijk niet vergeven aan de verlamde man die ze door het dak hadden laten heen zakken maar aan de vrienden die met hem op sjouw waren gegaan. Die staan in het eerste deel van het verhaal centraal. De les wordt uitgedeeld aan de schriftgeleerden en Farizeeën. Meestal kijken we heel negatief tegen hen aan. Dat waren mensen die het onze Jezus van Nazareth moeilijk wilden maken zo leerden we. Maar zo is het niet. De beweging van de Farizeeën was ook de uitvinder van de Synagogen. Het bestuderen van de leer van Mozes en het naleven van die leer was niet langer alleen in Jeruzalem mogelijk. In elk dorp en in elke stad werd een synagoge gesticht waar de leer kon worden bestudeerd.

Jezus van Nazareth leerde, onderwees, vaak in de Synagogen, hij las daar uit de Tora of de Profeten, de oude Hebreeuwse Bijbel. In de verhalen hiervoor benadrukt de schrijver van het Lucasevangelie dat optreden van Jezus van Nazareth in vele synagogen. De discussie die Jezus van Nazareth voert is er één binnen de synagogen en niet één van voor en tegenstanders van een bepaalde leer. Natuurlijk hebben de schriftgeleerden en Farizeeën gelijk als ze zeggen dat we niet op de stoel van God moeten gaan zitten. Alsof wij het voor het zeggen hebben als het gaat om goed en kwaad, juist het streven naar die kennis, het eten van de boom van kennis van goed en kwaad, was de wortel van de zonde. Maar Jezus van Nazareth gaat een stap verder. Bij hem gaat het altijd om de mensen zelf. De Liefde voor de mensen bepaalt zijn leer. En dan is vergeven een werkwoord. Voor vergeven moet het een en ander gebeuren. Er is iets gebeurd waardoor mensen buiten de samenleving zijn komen te staan. De vrienden konden er immers niet meer bij.

Pas als mensen weer volwaardig mee kunnen en mogen doen is er sprake van vergeving. Dus toen die vrienden zich via het dak naar binnen vochten werd hun uitsluiting opgeheven. Dat mag je best vaststellen zegt Jezus. Dat heft zelfs de meest verlammende situatie op. Sta op en loop is dan ook het bevel. Juist in het verhaal van Jezus van Nazareth moet je je altijd afvragen wie je als jouw vriend zou willen hebben als je gedwongen bent langs de kant te  liggen en de mens die je als jouw vriend zou willen hebben moet je dan zelf worden voor de ander. Dat deden die vrienden hier toen ze hun verlamde vriend koste wat kost bij Jezus van Nazareth wilde brengen. Tijd dus om vrienden de worden van hen die worden buitengesloten, van mensen die geen stap meer kunnen zetten in onze samenleving. Tijd om ons naar binnen in de samenleving te vechten, desnoods via het dak. Want de mensen die ons als vrienden nodig hebben horen niet in de rand van de samenleving, die horen niet aan de kant te blijven staan of rond te zwerven in de onbruikbare delen van de samenleving, maar die horen in het hart van de samenleving geplaatst te worden. Tijd om op te staan voor de verdrukten zodat ze weer volwaardig mee kunnen doen in de samenleving. Dat is vergeving. Dat kan met name vandaag.

 

Reacties

Lucas 5:12-16

12 ¶  In een van de steden waar hij kwam, stond er plotseling een man voor hem die door huidvraat getekend was. Toen hij Jezus zag, liet hij zich languit op de grond vallen en smeekte hem om hulp met de woorden: ‘Heer, als u wilt, kunt u mij rein maken.’ 13  Jezus stak zijn hand uit, raakte hem aan en zei: ‘Ik wil het, word rein!’ En meteen verdween zijn huidvraat. 14  Hij beval hem er met niemand over te spreken, maar zei: ‘Ga u aan de priester laten zien en breng een offer voor uw reiniging, zoals Mozes heeft voorgeschreven, als getuigenis voor de mensen.’ 15  Maar het nieuws over hem verspreidde zich juist verder, en grote mensenmassa’s verzamelden zich om naar hem te luisteren en zich van hun ziekten te laten genezen. 16  Hijzelf trok zich geregeld terug op eenzame plaatsen om er te bidden. (NBV)

Het hielp niet, dat vragen om genezingen niet door te vertellen aan anderen. Zelfs als Jezus van Nazareth mensen vriendelijk vraagt hun mond te houden over hun genezing en gewoon weer mee te gaan doen volgens de regels zoals ook Mozes die heeft opgeschreven dan nog spreekt het zich rond en zit hij weer aan die massa’s vast. Dat offer brengen en dat laten zien door de priester staat namelijk gewoon in de wet. De leprastichting vindt het vast jammer dat de Nieuwe Bijbelvertaling ineens over huidvraat spreekt want Lepra vreet wel heel wat meer weg als het niet op tijd behandeld wordt. En met een voor ons klein bedrag kunnen heel veel mensen die besmet zijn met lepra tegenwoordig gered worden en weer gewoon mee doen in hun samenleving. Voor mensen voor wie die redding aan de late kant komt is er dan altijd nog revalidatie en aangepaste arbeid mogelijk. Alleen echter als wij ook bereid zijn via instellingen als de leprastichting een klein beetje te delen van onze rijkdom.

Of de huidvraat, waar in de Bijbel sprak van is, ook nog Lepra genoemd kan worden wordt tegenwoordig betwijfeld, het zou ook een andere huidziekte kunnen zijn.  Maar hoe die genezing door Jezus van Nazareth zich ook rondsprak en een menigte mensen op de been bracht, de goedkope medicijnen van tegenwoordig brengen heel wat minder mensen in beweging en de Leprastichting moet nog dagelijks bedelen om al die mensen in arme landen te helpen, terwijl er toch heel wat meer mensen genezen kunnen worden dan in de dagen van Jezus van Nazareth door hem van huidvraat werden genezen. Want Lepra is een ziekte van armen. Ooit liepen ook in de straten van onze steden de melaatsen te bedelen. Ze droegen een ratel om medeburgers op afstand te houden en besmetting te voorkomen. Die afstand en dat buiten de gemeenschap staan speelt ook in het verhaal van Jezus van Nazareth een grote rol. Pas als Jezus van Nazareth die afstand opheft door zijn hand uit te steken kan er genezing volgen.

Zo kan dat ook bij ons, als wij onze hand uitsteken naar de armen kan genezing volgen. Voor ons breekt ook weer de tijd aan om eerlijk na te denken wat we kunnen doen voor armen in de arme landen. Zullen  wij in elk geval een beroep doen op partijen in ons parlement zich extra in te spannen voor een eerlijke ontwikkelingssamenwerking, geen aalmoezen maar gerechtigheid. Ideën als die om extra geld voor ontwikkelingssamenwerking te delen met defensie zijn niet vruchtbaar. Integendeel, dat extra voor ontwikkelingssamenwerking moet gelijk opgaan met het afschaffen van oneerlijke importbeperkingen op producten uit ontwikkelingslanden. Zij willen wel, wij moeten onze hand willen uitsteken en dan gaat de leer van Mozes, de richtlijnen van de God van Israël, de Wet van eerlijk delen ook werkelijk voor ons werken. Dan kleeft er geen bloed aan onze handen omdat we de armen uitpersen maar dan zijn we pas echt rein. Dan steken we net als Jezus van Nazareth echt een hand uit om mensen bij de samenleving van de wereld te betrekken. Dan kunnen ook zij delen van wat ze hebben, offeren dus en dat stellen in het teken van die wet van samen delen. Wij kunnen er vandaag mee beginnen.

Reacties

Lucas 5:1-11

1 ¶  Toen hij eens aan de oever van het Meer van Gennesaret stond en het volk zich om hem verdrong om naar het woord van God te luisteren, 2  zag hij twee boten aan de oever van het meer liggen; de vissers waren eruit gestapt, ze waren bezig de netten te spoelen.3  Hij stapte in een van de boten, die van Simon was, en vroeg hem een eindje van het land weg te varen; hij ging zitten en gaf de menigte onderricht vanuit de boot. 4  Toen hij was opgehouden met spreken, zei hij tegen Simon: ‘Vaar naar diep water en gooi jullie netten uit om vis te vangen.’ 5  Simon antwoordde: ‘Meester, de hele nacht hebben we ons ingespannen en niets gevangen. Maar als u het zegt, zal ik de netten uitwerpen.’ 6  En toen ze dat gedaan hadden, zwom er zo’n enorme school vissen in de netten dat die dreigden te scheuren. 7  Ze gebaarden naar de mannen in de andere boot dat die hen moesten komen helpen; nadat dezen bij hen waren gekomen, vulden ze de beide boten met zo veel vis dat ze bijna zonken. 8  Toen Simon Petrus dat zag, viel hij op zijn knieën voor Jezus neer en zei: ‘Ga weg van mij, Heer, want ik ben een zondig mens.’ 9  Hij was verbijsterd, net als allen die bij hem waren, over de enorme hoeveelheid vis die ze gevangen hadden; 10  zo verging het ook Jakobus en Johannes, de zonen van Zebedeüs, die met Simon samenwerkten. Jezus zei tegen Simon: ‘Wees niet bang, voortaan zul je mensen vangen.’ 11  En nadat ze de boten aan land hadden gebracht, lieten ze alles achter en volgden hem.(NBV)

 We zijn in het begin van deze nieuwe maand opnieuw begonnen met het lezen in het Evangelie van Lucas. We lazen al eerder in dit Evangelie en lazen toen het verhaal over Johannes de Doper die de mensen opriep een ander leven te gaan leiden, de mensen die dat wilden doopte in de Jordaan, en die vanwege zijn kritiek op Koning Herodes in de gevangenis belandde. Ook Jezus van Nazareth had zich laten dopen en met hem zou er een nieuwe wereld opengaan. Thuis in zijn eigen stad was er geen gehoor en in Kafarnaüm waar hij heengetrokken was stroomden de mensen in zulke grote getale toe dat hij het er af en toe benauwd van kreeg. Er moest dus wat anders gebeuren. Het verhaal dat we vandaag lezen vertelt welke nieuwe wending de beweging van Johannes de Doper en Jezus van Nazareth kreeg. Opnieuw werd Jezus van Nazareth in de knel gebracht door het grote aantal mensen dat op hem af kwam. Om de ruimte te krijgen, om in elk geval te kunnen spreken, charterde hij de boot van Simon die net terug was van een nacht tevergeefs vissen. Die Simon kende hij al want hij had er voor gezorgd dat de schoonmoeder van Simon weer mee kon gaan doen nadat ze een zware koortsaanval had gehad.

Simon raakte ook nu danig onder de indruk van deze vreemde leraar. Maar toen die over het vissen begon trok er een glimlach over zijn gezicht. Wij kunnen het niet meer nalezen want de vertalingen vertalen keurig met “meester”, maar de schrijver van het Lucasevangelie gebruikt hier een zeer algemeen woord voor “heer”. Een dominee uit de stad vertaalde voor zichzelf dan ook met “chef”, in een vissersdorp zou men wellicht “jawel schipper” hebben gezegd. Simon deed wat hem werd gevraagd en ving meer dan hij ooit had gedaan, niet één maar twee schepen vol. En zo goed was Simon nu ook weer niet dus vroeg hij Jezus maar om te gaan. Dat was het keerpunt, als je gelooft in jezelf, zoals Simon geloofde dat hij tenminste een goede visser was, en er niet op uit bent van een ander te profiteren maar het zelf wil redden in het leven, dan kun je andere mensen overtuigen mee te doen in het Rijk van recht en vrede.

Daarmee staat Jezus van Nazareth niet meer alleen als leraar, maar begint de opleiding van zendelingen die de wereld rondtrekken om iedereen er bij te betrekken. Vandaag worden ook wij daartoe geroepen, doe het goede en overtuig de mensen om je heen ook om het goede te doen. In onze samenleving laten mensen zich nogal eens leiden door angst, vooral door angst voor mensen die anders doen en anders geloven. Voor angst was in de dagen van Jezus van Nazareth ook genoeg reden. Het zou uiteindelijk Johannes de Doper zijn leven kosten. Maar Jezus van Nazareth trekt zich kennelijk niks aan van mensen die angst zaaien en ook zijn nieuwe volgelingen zoals Simon laten zich niet leiden door de angst voor de gevolgen. Waarom laten wij ons dan wel leiden door angst? Zijn we niet meer in staat om over het goede te praten? Of geloven we niet meer in het goede, in de mogelijkheid met andere mensen samen te leven en samen een samenleving op te bouwen waar iedereen mee kan doen. Deze week is de week van het overtuigen van mensen juist daarvoor te kiezen.  Elke nieuwe dag kan het begin van een heel nieuw leven zijn, elke nieuwe dag is immers net zo nieuw als eens de eerste.

 

Reacties

Lucas 4:31-44

31 ¶  Hij ging naar Kafarnaüm, een stad in Galilea, waar hij de inwoners steeds op sabbat onderwees. 32  Ze waren diep onder de indruk van zijn onderricht, want hij sprak met gezag.  33  Er was in de synagoge iemand die bezeten was door een geest, een onreine demon, en deze schreeuwde luidkeels: 34  ‘Aaah! Wat hebben wij met jou te maken, Jezus van Nazaret? Ben je gekomen om ons te vernietigen? Ik weet wel wie je bent, de heilige van God.’ 35  Maar Jezus sprak hem streng toe en zei: ‘Zwijg en ga uit hem weg!’ De demon smeet de man op de grond en ging uit hem weg zonder hem te verwonden. 36  Allen waren verbijsterd. Ze bespraken het voorval met elkaar en zeiden: ‘Wat zijn dat voor dingen die hij zegt? Hoe komt het dat hij het gezag en de macht heeft om onreine geesten zijn bevelen te geven zodat zij de mensen verlaten?’ 37  Het nieuws over hem verspreidde zich overal in de streek.38  Na het verlaten van de synagoge ging hij naar het huis van Simon. Simons schoonmoeder had hoge koorts, en ze vroegen Jezus om haar te helpen. 39  Hij boog zich over haar heen en sprak de koorts bestraffend toe. Die verliet haar, en meteen stond ze op en begon voor hen te zorgen. 40  Toen de zon was ondergegaan, brachten de mensen al hun zieken naar hem toe, aan welke kwaal ze ook leden. Hij legde hun een voor een de hand op en genas hen. 41  Hij dreef ook veel demonen uit, die schreeuwden: ‘Jij bent de Zoon van God!’ Hij sprak hen bestraffend toe en verbood hun iets te zeggen; ze wisten immers dat hij de messias was. 42  Bij het aanbreken van de dag vertrok hij en ging naar een eenzame plaats. De mensen gingen hem zoeken, en toen ze hem gevonden hadden probeerden ze hem ervan te weerhouden bij hen weg te gaan. 43  Maar hij zei tegen hen: ‘Ook in de andere steden moet ik het goede nieuws over het koninkrijk van God brengen, want daarvoor ben ik gezonden.’ 44  En hij maakte dat goede nieuws bekend in de synagogen van Judea. (NBV)

Het dorp waar Jezus van Nazareth zich terugtrekt heet eigenlijk “het dorp van rust”. Maar rustig was het allerminst. Zelfs op de rustdag wordt er nog een beroep op hem gedaan. Als hij werkt als leraar valt dat niemand op, maar als hij iets doet voor een lijdende medemens maakt dat de tongen los. Het is nu eenmaal gemakkelijker te praten over dat wat anderen raakt dan over dat wat je zelf eigenlijk los moet laten. De manier waarop je de wereld om je heen benaderd, waarop je met mensen omgaat is vaak verkeerd. Je weet het dan wel maar een heilig boontje zoals Jezus van Nazareth dat van de mensen verlangt wil je nu ook weer niet zijn. Jezus van Nazareth zorgde er voor dat mensen weer mee kunnen doen in de samenleving als gewaardeerde mensen. En je hoeft niet bang te zijn dat mensen je daarvoor uitlachen of bespotten. En een heilig boontje hoef je al helemaal niet te zijn.

In dit gedeelte gaat het over de vele genezingen die Jezus van Nazareth verrichte in zijn dorp. Ze hebben de schrijver van dit evangelie dan ook wel arts of medicijnmeester genoemd. Geleerden strijden er soms nog over. Eigenlijk weten we niet precies wie het evangelie geschreven heeft omdat er geen eigen naam van de schrijver in voorkomt en de brief waarin Lucas als arts genoemd wordt is ook al niet van Paulus al doet de schrijver van wel, maar dat je goed doet door mensen weer in de samenleving mee te laten doen is een heldere boodschap. Rust is er dan niet meer bij, overal blijken ineens mensen buiten de boot te vallen. Zelfs als Jezus van Nazareth zich terugtrekt op een eenzame plaats weten mensen hem te vinden. Maar het gaat Jezus van Nazareth niet om de wonderen, maar om de mensen. De bevrijding van de armen is immers aangebroken. Door mensen ertoe te brengen te delen, zoals Johannes de Doper al had gezegd, verdwijnt de armoede en worden mensen bevrijd van hun ellende. Dat goede nieuws wordt op alle plaatsen verkondigd waar nog uit de Hebreeuwse Bijbel werd gelezen. Op al die plaatsen waar nog de verhalen klonken over de richtlijnen van God en de profeten die de ellende van het volk opmerkten en de weg wezen om die ellende op te heffen, de Weg van de God van Israël.

Die bevrijding was het goede nieuws dat verkondigd moet worden. Ja moet worden, want ook vandaag kunnen we beginnen door eerlijk te delen de armoede in de wereld op te heffen. Onze leiders in de wereld hebben we niet gehoord over eerlijke handelsverhoudingen met de arme landen in de wereld dus moeten we er zelf maar aan beginnen. Natuurlijk kunnen we een deel van onze boodschappen doen in de Fair Trade winkels. Maar veel gemeenten willen gelukkig ook een Fair Trade gemeente zijn waar het inkoopbeleid rekening houd met eerlijke beloning voor producenten, boeren, en een duurzame productie. En natuurlijk snappen we best dat als we zorgen voor eerlijke handelsverhoudingen, als mensen in eigen omgeving een toekomst voor hun kinderen, zorg voor hun gezondheid, goede huisvesting en elke dag te eten vinden ze niet hoeven te vluchten. Als we dan ook nog in plaats van bommen vrede weten te brengen onder de volken dan begint de wereld een beetje te lijken op de wereld die in de synagogen door Jezus van Nazareth werd verkondigd.

Reacties

Lucas 4:14-30

14 ¶  Jezus keerde, gesterkt door de Geest, terug naar Galilea. Het nieuws over hem verspreidde zich in de hele streek. 15  Hij gaf onderricht in de synagogen en werd door allen geprezen. 16  Hij kwam ook in Nazaret, waar hij was opgegroeid, en volgens zijn gewoonte ging hij op sabbat naar de synagoge. Toen hij opstond om voor te lezen, 17  werd hem de boekrol van de profeet Jesaja overhandigd, en hij rolde hem af tot de plaats waar geschreven staat: 18  ‘De Geest van de Heer rust op mij, want hij heeft mij gezalfd. Om aan armen het goede nieuws te brengen heeft hij mij gezonden, om aan gevangenen hun vrijlating bekend te maken en aan blinden het herstel van hun zicht, om onderdrukten hun vrijheid te geven, 19  om een genadejaar van de Heer uit te roepen.’ 20  Hij rolde de boekrol op, gaf hem terug aan de dienaar en ging weer zitten; de ogen van alle aanwezigen in de synagoge waren op hem gericht. 21  Hij zei tegen hen: ‘Vandaag hebben jullie deze schrifttekst in vervulling horen gaan.’ 22  Allen betuigden hem hun bijval en verwonderden zich over de genaderijke woorden die uit zijn mond vloeiden, en ze zeiden: ‘Dat is toch de zoon van Jozef?’ 23  En hij zei tegen hen: ‘Ongetwijfeld zullen jullie me dit gezegde voorhouden: Geneesheer, genees uzelf. Doe alles waarvan wij gehoord hebben dat het in Kafarnaüm gebeurd is, ook hier in uw vaderstad.’ 24  Hij vervolgde: ‘Luister, ik zeg jullie dat geen enkele profeet welkom is in zijn vaderstad. 25  Maar ik zeg het jullie zoals het is: in de tijd van Elia, toen de hemel drie jaar en zes maanden lang gesloten bleef en er in het land een grote hongersnood uitbrak, waren er veel weduwen in Israël. 26  Toch werd Elia niet naar een van hen gezonden, maar naar een weduwe in Sarepta bij Sidon. 27  En in de tijd van de profeet Elisa waren er veel mensen in Israël die leden aan huidvraat, maar niemand van hen werd gereinigd, behalve de Syriër Naäman.’ 28  Toen de aanwezigen in de synagoge dit hoorden, ontstaken ze in grote woede. 29  Ze sprongen op en dreven hem de stad uit, naar de rand van de berg waarop hun stad gebouwd was, om hem in de afgrond te storten. 30  Maar hij liep midden tussen hen door en vertrok. (NBV)

Toen Nelson Mandela werd vrijgelaten waren er veel mensen bang dat het geweld in Zuid-Afrika tegen de blanken een ongekende omvang zou aannemen. Niets was minder waar.Het was juist aan Nelson Mandela te danken dat er geen burgeroorlog in Zuid Afrika uitbrak. Men begon, met alle problemen van dien, te proberen samen een nieuwe samenleving op te bouwen waar geen onderscheid meer wordt gemaakt tussen mensen op grond van hun afkomst en waarin iedereen kan meedoen. Het grote van Nelson Mandela is niet zozeer dat hij 30 jaar in gevangenschap heeft gezeten zonder zijn opvattingen te hebben opgegeven, maar dat hij daarna verzoening wist te krijgen met zijn onderdrukkers. We moeten de Bijbel wel heel goed kennen om te begrijpen dat er in dit verhaal met Jezus van Nazareth net zo iets gebeurt. Jezus van Nazareth onderwijst in de synagogen, leren noemt men dat. Synagogen zijn plaatsen van bijeenkomst in de dorpen en steden buiten Jeruzalem opgezet door de Farizeërs om er voor te zorgen dat de kennis van de Joodse Bijbel niet verloren zou gaan door alle Romeinse en andere heidense invloeden in het land. Ze bestaan tot op de dag van vandaag en je vindt ze overal in de wereld.

 Jezus van Nazareth leest in de synagoge van de stad van zijn jeugd uit het boek Jesaja. Maar hij stopt waar iedereen nog een halve zin zou doorlezen. Na “het genadejaar zou uitroepen” staat namelijk “en de dag der wrake”. In plaats van de opstand uit te roepen tegen de Romeinen wijst Jezus van Nazareth er op dat er in de geschiedenis van het volk Israel ook momenten waren dat het nodig was om je aan de rand van de samenleving op te houden zoals Elia had gedaan, of zelfs je bezig te houden met bezettende buitenlanders zoals bij Naäman, de Syrische generaal,  was gebeurt. Dan is het mooi dat je aandacht en begrip voor de armen vraagt en hen bevrijding belooft maar gewone dorps en stadsbewoners zijn over het algemeen niet arm maar ze zijn wel slachtoffer van een wrede bezetting. Jezus van Nazareth sluit aan bij opvattingen van profeten als Jeremia die betoogde dat het niet zoveel zin had tegen machten te vechten waar je het niet van kon winnen maar dat het goede doen en de Liefde betonen, die de Wet van de Liefde vraagt, altijd tot overwinning leidt.

We hebben het in onze dagen waar zien worden in Zuid-Afrika al hebben de mensen daar ons medeleven en onze hulp soms dubbel hard nodig. Niet alleen in geld, of kennis over medicijnen en huisvesting maar ook in voorbeeld van vreedzaam samenleven. Aan dat laatste wil het hier nog wel eens ontbreken, en aan dat laatste kunnen we allemaal zelf iets doen door vandaag te beginnen naar vrede met elkaar te streven. Dat is het echte goede nieuws voor de armen. Zo kunnen we ook onze zorg voor de vele vluchtelingen op een goede manier vormgeven. We lijken overspoeld te worden door mensen op de vlucht niet alleen voor geweld maar ook voor armoede en uitzichtloosheid. Dat onze rijkdom voor een deel rust op de armoede van anderen hoor je maar weinig. Opvang in eigen regio, terugsturen naar land van herkomst heeft alleen zin als er daar ook een toekomst voor mensen wordt geboden. Dat zou opnieuw het goede nieuws voor de armen betekenen. Daar zouden we in de eerste plaats aan moeten werken, maar ondanks de vluchtelingen blijven we bezuinigen op ontwikkelingssamenwerking en de vraag is wie dat ter discussie zou willen stellen. Volgens Jezus van Nazareth kunnen we met die toekomst vandaag nog beginnen.

 

Reacties

Psalm 71: 14-24

14 ¶  Ik blijf naar u uitzien, altijd, u lof brengen, meer en meer.  15  Mijn mond verhaalt van uw gerechtigheid, van uw reddende daden, dag aan dag, hun aantal kan ik niet tellen. 16  Spreken zal ik over uw macht, HEER, mijn God, de rechtvaardigheid roemen van u alleen. 17  God, u onderwees mij van jongs af aan, en steeds nog vertel ik uw wonderen. 18  Nu ik oud en grijs ben, verlaat mij niet, o God, zodat ik het nageslacht, elk nieuw kind, kan verhalen van de macht van uw arm. 19  Uw gerechtigheid rijst hoog op, o God, u hebt grootse daden verricht. God, wie is aan u gelijk? 20  U hebt mij doen zien veel ellende en nood-laat mij nu herleven, laat mij herrijzen uit de diepten van de aarde. 21  Verhoog mij in aanzien, omgeef mij met uw troost. 22  Dan zal ik u loven bij het spel op de harp, u en uw trouw, mijn God. Ik zal voor u zingen bij de lier, Heilige van Israël. 23  Mijn lippen zullen juichen wanneer ik voor u zing, ik zal jubelen omdat u mij hebt verlost. 24  Mijn tong zal heel de dag van uw gerechtigheid spreken: wie mijn ongeluk zoekt, zal te schande staan.

Vandaag het tweede deel van deze bijzondere psalm. Omdat het om vervolging gaat in deze Psalm werd de Psalm bij de eerste Griekse vertaling in het bijzonder bestemd voor de eerste ballingen die weggevoerd werden naar Babel, de Rechabieten. De oorspronkelijke psalm noemt dat niet. Maar die Rechabieten waren een bijzonder volk. Ze bleven weigeren om in huizen te gaan wonen en wilden vasthouden aan het leven zoals het in de woestijn werd beleefd. Men neemt aan dat ze nog zeer lang in Israël hebben voortbestaan. Dat vasthouden aan het leven in de woestijn betekende ook het vasthouden aan het geloof in de God van Israël zoals het volk die in de woestijn had leren kennen. De Profeet Jeremia gebruikte ze daarom als voorbeeld voor het volk, zo kan het ook.

In de Psalm die we vandaag lezen beschrijft de dichter hoe hij ondanks vervolging en tegenslagen toch altijd maar vasthoud aan de God van Israël. Ja hij hoopt dat zelfs vol te houden tot hij oud is, al is daar zwakte en gebrek te verwachten. God zal hem er wel doorheen helpen. Dat is een ander soort prediking als je tegenwoordig nog wel eens hoort. Niks geen genezing, niks geen succes in het leven door God. Verdriet en tegenslag worden niet gespaard. Toch durft de dichter te zingen van de rechtvaardigheid van God. Het wonder is namelijk niet dat God jou als gelovige beloont, het wonder is dat God jou de zwakke, de zieke, de ontrechte, de hongerige, de lamme, de blinde laat zien en dat jij het instrument mag zijn in de handen van die God die opkomt voor de minsten op aarde. Daarom kan de dichter God bidden hem te laten herrijzen als hij moe en stram van ouderdom neerzijgt.

De vervolgers van de Weg van de God van Israël zijn er nog steeds. Altijd zijn er mensen die de rijken beschermen, die opkomen voor de machtigen op aarde, die zorgen dat dictators kunnen onderdrukken, dat corruptie kan blijven bestaan en dat eenvoudige mensen bestolen worden met mooie praatjes. We kennen tot in onze dagen talloze voorbeelden, zelfs van mensen die zich als christelijk voordoen maar weigeren maxima te stellen aan inkomens waardoor exorbitante zelfverrijkers hun gang kunnen blijven gaan, ze weigeren een grens te stellen aan woonsubsidie zodat nog steeds de meeste woonsubsidie naar de rijksten in ons land gaan, ze weigeren handelsakkoorden te sluiten die een eerlijke positie op de wereldmarkt garanderen aan de armste boeren in de armste landen. Wij mogen daartegen blijven opstaan, jong en oud, van jongsafaan tot we oud geworden zijn. Van de dienst in het Koninkrijk van God hoeven we niet met pensioen, we kunnen blijven zorgen voor de ouderen en we mogen herrijzen als opnieuw de positie van de zwakken verder wordt bedreigd. Vandaag ook weer dus.

Reacties

Psalm 71:1-13

1 ¶  Bij u, HEER, schuil ik, maak mij nooit te schande, 2  red en bevrijd mij, doe mij recht, hoor mij en kom mij te hulp. 3  Wees de rots waarop ik kan wonen, waar ik altijd heen kan gaan.  U hebt mijn redding bevolen, mijn rots en mijn burcht, dat bent u. 4  Mijn God, bevrijd mij uit de hand van schurken, uit de greep van wrede onderdrukkers. 5  U bent mijn enige hoop, HEER, mijn God, van jongs af vertrouw ik op u. 6  Al vanaf mijn geboorte steun ik op u, al in de moederschoot was u het die mij droeg, u wil ik altijd loven. 7  Voor velen ben ik een teken, u bent mijn veilige schuilplaats. 8  Heel de dag is mijn mond vervuld van uw lof en uw luister. 9  Verstoot mij niet nu ik oud word, verlaat mij niet nu mijn kracht bezwijkt. 10  Mijn vijanden spreken over mij, ze loeren op mij en spannen samen, 11  ze zeggen: ‘God heeft hem verlaten, jaag hem op, grijp hem, niemand die hem redt.’ 12  God, blijf niet ver van mij, mijn God, kom mij haastig te hulp, 13  laat mijn tegenstanders van schaamte bezwijken, wie mijn ongeluk zoeken, met schande worden bedekt. (NBV)

Vandaag zingen we een Psalm zonder opschrift. Bij de meeste Psalmen staat er iets boven, “Een Psalm van David” bijvoorbeeld. Maar hier niet. Er zijn maar een paar psalmen zonder opschrift, verweesde Psalmen worden die ook wel genoemd. Toen de Hebreeuwse Bijbel in het Grieks werd vertaald, omdat veel Joden die buiten Israël woonden het Hebreeuws niet meer kenden, is er aan deze Psalm toch een opschrift meegegeven. Daar staat dan ineens "Voor de zonen van Jonadab  en de eerste ballingen" Die eerste ballingen waren de Rechabieten. Maar het opschrift was niet te vinden in de Hebreeuwse Bijbel die opgeschreven werd nadat de vertaling in het Grieks ruim was verspreid. Sinds de Statenvertaling verscheen is het opschrift dan ook verdwenen. Maar de gedachte die er achter zit is niet zo vreemd. God wordt om recht gevraagd voor mensen die onrecht is aangedaan.

Er wordt in kerkelijke kringen nog al eens geroepen dat de mens gered moet worden. En de roep om gered te worden staat ook in deze psalm. Maar gered worden waarvan? De meeste mensen voelen zich tot helemaal niet gevangen of zijn bang te verdrinken. In de kerk wordt dan gezegd dat mensen gered moeten worden van  de zonden. Hun eigen zonden om het helemaal duidelijk te maken. En daar vraagt deze Psalm helemaal niet om. Er is geen sprake van zonden van de psalmdichter. Integendeel de psalmdichter beschrijft zichzelf als een trouw volgeling van de weg van de God van Israël. Heel de dag is zijn mond vervuld van de lof en de luister van zijn God. Waarvan moet men dan gered worden? Van het onrecht dat wordt aangedaan. Van vijanden die tegen je samenspannen. Wat nu God roepen die uit, die God bestaat niet en wij kunnen ook wel zonder. Dat doet onrecht aan alle mensen die de weg van de liefde volgen, die zich inzetten voor anderen, die luisteren naar de roep van de God van Israël om hun naaste lief te hebben als zichzelf.

Je mag overigens best bang zijn van Bijbel dat de veranderingen in de wereld je zullen overweldigen. De veranderingen die je worden opgedrongen worden dan beschouwd als veranderingen die je worden opgedrongen door vijandige machthebbers. Mensen die bang zijn komen daarbij niet tot hun recht, zij worden niet gehoord. En je zal maar net een baan hebben die op de tocht staat omdat jij behoorlijk verdiend, meer als een goedkope arbeidskracht die in het buitenland kan worden gehuurd. Je zal maar net een huis hebben gekocht waarvoor een hypotheek werd afgesloten die je nog maar net kunt aflossen, bij werkloosheid sta je bijna ook direct op straat met je gezin. Je zult ook maar in een buurt wonen waar mensen elkaar niet echt kennen en zeker niet op elkaar letten, in tal van volkswijken was dat toch de kracht van de wijk. De oplossing voor die angst is volgens de Bijbel niet het zich met geweld verzetten tegen die veranderingen maar zelf mee vorm geven aan de noodzaak dat die veranderingen met liefde voor de minsten gepaard moeten gaan. Dan ontmoet je nieuwe mensen, dan kunnen er vriendschappen ontstaan, dan groeit de economie waardoor je baan zekerder wordt. Dan zijn er ineens meer mensen die je kent en die op jou en je gezin willen letten. De kracht van samen komt weer terug en jij komt zeker tot je recht.

Reacties

1 Korintiërs 13:1-13

1 ¶  Al sprak ik de talen van alle mensen en die van de engelen-had ik de liefde niet, ik zou niet meer zijn dan een dreunende gong of een schelle cimbaal. 2  Al had ik de gave om te profeteren en doorgrondde ik alle geheimen, al bezat ik alle kennis en had ik het geloof dat bergen kan verplaatsen-had ik de liefde niet, ik zou niets zijn. 3  Al verkocht ik mijn bezittingen omdat ik voedsel aan de armen wilde geven, al gaf ik mijn lichaam prijs en kon ik daar trots op zijn-had ik de liefde niet, het zou mij niet baten. 4 ¶  De liefde is geduldig en vol goedheid. De liefde kent geen afgunst, geen ijdel vertoon en geen zelfgenoegzaamheid. 5  Ze is niet grof en niet zelfzuchtig, ze laat zich niet boos maken en rekent het kwaad niet aan, 6  ze verheugt zich niet over het onrecht maar vindt vreugde in de waarheid. 7  Alles verdraagt ze, alles gelooft ze, alles hoopt ze, in alles volhardt ze. 8 ¶  De liefde zal nooit vergaan. Profetieën zullen verdwijnen, klanktaal zal verstommen, kennis verloren gaan 9  want ons kennen schiet tekort en ons profeteren is beperkt. 10  Wanneer het volmaakte komt zal wat beperkt is verdwijnen. 11  Toen ik nog een kind was sprak ik als een kind, dacht ik als een kind, redeneerde ik als een kind. Nu ik volwassen ben heb ik al het kinderlijke achter me gelaten. 12  Nu kijken we nog in een wazige spiegel, maar straks staan we oog in oog. Nu is mijn kennen nog beperkt, maar straks zal ik volledig kennen, zoals ik zelf gekend ben. 13  Ons resten geloof, hoop en liefde, deze drie, maar de grootste daarvan is de liefde. (NBV)

Vandaag zingen we met de Kerk van alle tijden het beroemde lied van de liefde mee  uit de eerste brief van Paulus aan de mensen in Korinthe. Dat zelfzuchtig uit de titel die we voor vandaag boven dit stukje hebben gezet heette in de Statenvertaling nog “Zij zoekt zich zelfve niet” Ofwel 4 x z n. Dat was de titel van een van de eerste omroepacties in Nederland om geld in te zamelen voor de armen. Het was nog een radioactie, van de NCRV die werd geleid door Johan Bodegraven. Die actie zette de toon voor latere televisie acties, van Open het Dorp tot de Tsunami actie. Nederlanders staan op en komen in beweging om mensen in nood te helpen waar ook ter wereld. Dat in beweging komen voor anderen die zonder die beweging van mensen niet kunnen voortleven is de liefde die hier bezongen wordt. We kunnen de waarheid vertellen wat we willen. We kunnen de beste pr methoden hanteren, boekjes maken zo mooi als het kan, tv programma’s, liederen shows, documentaires noem maar op zegt het door Paulus aangehaalde lied hier, maar als we de liefde niet hebben die mensen in beweging brengt dan wordt het allemaal niks.

De Liefde steekt overal boven uit. Als alle hoop vervlogen is lijkt het leven zinloos, dan lijkt er niets meer over, dus ook hoop is belangrijk. En als je nergens meer in kunt geloven, er geen idealen meer zijn, het leven leeg en plat is geworden, als je zelfs niet meer in jezelf of in je helden kunt geloven is het leven ook niks meer, dus ook het geloof is belangrijk. Maar boven geloof en hoop stijgt de liefde uit. Zonder de liefde zijn ook het geloof en de hoop niks meer. In kerken wordt vandaag veel over het geloof gesproken, mensen wordt weer op het hart gebonden te gaan geloven en te blijven geloven. Mooie woorden worden er gesproken en fraaie muziek ten gehore gebracht. Op de TV vertellen mensen waarom ze van hun geloof zijn gevallen of wat geloof voor hen betekent.  Mensen moeten van alles van hun geloof of mogen juist van alles niet van hun geloof en vinden dat anderen iets moeten of juist niet mogen van hun geloof. De meeste mensen geloven het wel als ze al die stelligheden over geloof horen.

Maar al die woorden over het geloof zijn niets waard als gemeenschappen van gelovigen niet de liefde hebben voor de verworpenen van deze aarde. Als mensen niet in beweging komen voor de kinderen die ook vandaag opgesloten zitten in onze gevangenissen. Als we geen hoop weten te geven aan gevangenen in de wereld die ten onrechte zitten opgesloten, als we niet het voedsel weten te brengen aan de hongerigen in Afrika, kleding aan de armen, troost aan de nabestaanden van oorlogsslachtoffers en slachtoffers van natuurrampen. Zonder liefde slapen de papierlozen in onze straten en niet in niet meer gebruikte kerken. Zonder liefde vergaan ouderen van eenzaamheid. Zonder liefde is er van een samenleving geen sprake meer. Daarom kan dit lied besluiten met het erkennen van het bestaan van geloof, hoop en liefde maar bezingt het als de grootste van deze drie de liefde, niet het geloof dus, niet de hoop, maar de liefde, vraag daarnaar als men spreekt over wat er allemaal van geloof moet of juist niet mag. En verspreidt de Liefde voortdurend om je heen, ook vandaag weer.

Reacties
Domeinregistratie en hosting via mijndomein.nl