basalk.punt.nl
Abonneren

Abonneer je nu voor nieuwe artikelen op deze website!

Laatste artikelen

Galaten 3:1-14

Het is misschien een voor de hand liggende vraag. Leef je fatsoenlijk en houd je je aan de regels en omgangsvormen of laat je je leiden door de Geest van de Liefde en doe je daarbij wel eens iets dat eigenlijk niet hoort of zelfs niet mag maar doe je dat uit Liefde voor je naaste en omdat je uit Liefde voor die naaste eigenlijk niet anders kan? Het zijn de vragen die Paulus stelt, het zijn de vragen die binnen het Gereformeerde verzet in de Tweede Wereldoorlog leefden. Mag je verzet plegen tegen een misdadige overheid? Natuurlijk is een ordelijke samenleving te verkiezen boven een samenleving waarin ieder maar doet wat goed is in eigen ogen. In het verkeer weten we dat het beste, we rijden allemaal rechts want als de een rechts en de ander links gaat rijden komen er grote ongelukken. Die ongelukken komen er dan soms ook als mensen zich vergissen en we vertrouwen er zo sterk op dat de regels worden nageleefd dat we die mensen spookrijders zijn gaan noemen. Toch reden er mensen aan de verkeerde kant van de weg omdat er in een sneeuwstorm een file was ontstaan en mensen van warme drank en wat eten moesten worden voorzien. De regels voor de menselijke samenleving beginnen in de woestijn, bij de afstammelingen van Abraham.

Abraham wordt gezien als de vader van alle gelovigen. Joden en Islamieten geloven dat ze rechtstreeks van Abraham afstammen. Hun besnijdenis is daarvan het bewijs. Maar Christenen wijzen op Paulus die in deze brief aan de Turken in Galatië schreef dat niet de besnijdenis de verdienste van Abraham was maar zijn geloof. Iedereen die gelooft dat de armen werkelijk bevrijd worden, dat de Liefde van God door de dood heen is gedragen door Jezus van Nazareth en dat wij met hem uit de dood van deze wereld mogen opstaan en gaan werken aan zijn Koninkrijk hoort bij Abraham. Als je je door wetten en regeltjes laat leiden en niet door de Liefde dan loop je een groot risico. Die liefde maakt dat je er desnoods duizend keer per dag opnieuw mee mag beginnen, maar die wetten en regeltjes zijn zomaar overtreden en dat valt niet meer goed te maken. Het is juist de Liefde van God waar je altijd een beroep op mag doen door je naaste lief te hebben als jezelf. Het gaat dus aan te blijven werken aan het voeden van de hongrigen, het kleden van de naakten en het bezoeken van de gevangenen.

Je kunt niet alles, je kunt zeker niet de hele wereld op je nek nemen dus moet het samen. Dus moet het ook komen van ons volk, moeten we ons samen in de wereld sterk gaan maken voor de zwaksten in de wereld. Onze welvaart is voor een gedeelte gebaseerd op oneerlijke handelsverhoudingen. Die handelsverhoudingen zijn zo oneerlijk dat ze miljoenen in Afrika, Azië en Latijns Amerika tot bittere armoede dwingen. Ook daar zijn rijken die dat in stand willen houden, net als hier de VVD die bittere tranen huilt bij elke geringe matiging die de rijksten in ons land wordt opgelegd. Dat sommige jongeren verleid worden tegen die rijken in arme landen in het geweer te komen is jammer. Wij willen immers dat de wereld er op een andere manier gaat uitzien. Niet macht en geweld en het recht van de sterkste moeten gelden maar het recht van elk mens op een menswaardig leven. Dat is de rechtvaardigheid die Abraham deed kiezen voor bondgenootschappen met zijn buren en een leven in de bergen, de vruchtbare vlakten aan de anderen overlatend. Als volgelingen van Abraham zullen we hem moeten volgen in rechtvaardige bondgenootschappen met de andere volken in de wereld, daar worden we allemaal beter van.

Reacties

Galaten 2:11-21

Soms snap je niet waarom de Nieuwe Bijbelvertaling niet gewoon vetaald wat we gewend zijn. Ook de bijbelvertaling uit 1951, die we zo gewoon zijn, had ons hier in verwarring gebracht overigens. De naam Kefas is grieks voor het latijnse Petra, of rots. De man die hier dus aangesproken wordt is Petrus. Wie het vijftiende hoofdstuk uit Handelingen heeft nagelezen weet dat de toespraak van Petrus, waarin hij uitlegt dat Joden Joden moeten blijven en Heidenen Heidenen, maar dat ze samen Christenen moeten zijn, doorslaggevend was bij de besluitvorming over het conflict. Maar daar is kennelijk een daverende ruzie tussen Paulus en Petrus aan voorafgegaan. Huichelarij was iets wat Paulus kennelijk absoluut niet kon verdragen en diplomatie trouwens ook niet. Jakobus was de broer van Jezus en het hoofd van de gemeente in Jeruzalem. Dat iemand rekening hield met de gevoeligheden van zijn Joodse afgezanten lijkt voor de hand te liggen.

Niks, zegt Paulus, je zegt wat je denkt en je doet wat je zegt. Zoals Jezus van Nazareth zelf eens had gezegd: Uw ja moet ja zijn en Uw nee moet nee zijn. Het is mooie beeldspraak die Paulus gebruikt, ik ben gestorven maar Christus leeft in mij. Elders zegt hij dat hij elke dag wel duizend keer sterft om ook duizend keer met Christus op te staan. Die beeldspraak is niet onbelangrijk. Voortdurend dien je er kennelijk op uit te zijn je naaste lief te hebben als jezelf. Dat is niet gemakkelijk want uiteindelijk hoor je ook jezelf lief te hebben. Jezus van Nazareth is daarbij de grote voorganger. Hij hield die liefde vol door de dood heen. In zijn geest, de geest van God, moet je dus alles doen. Dat moeten is overigens geen opgelegde dwang, maar als je eenmaal die liefde hebt leren kennen dan kun je niet anders. Dat hier het moeten geen dwang is probeert Paulus ons ook duidelijk te maken. Het gaat hier niet om regeltjes uit een wetboek waarin staat wat je allemaal niet mag en wel moet. Dat soort wetten doet voor Christenen niet ter zake. En nu niet denken dat de oude Joodse Wet was afgeschaft en vervangen was door een nieuwe Christelijke Wet, die wet bestaat niet. Er bestaat maar één wet, de Wet van de Woestijn. Die Wet geldt voor Joden en Heidenen en in die Wet kunnen ze samen Christen zijn.

Die Wet is dat God liefhebben boven alles, je naaste liefhebben als jezelf is. Daar komt alles vandaan en daar gaat alles op terug. Dat je dus als Christen veel dingen niet zou mogen is onzin. Mensen die je dat willen wijsmaken willen macht over je uitoefenen. Wie voor jou uitmaakt wat goed en wat slecht is heeft macht over je. En dat is in strijd met wat de Bijbel zegt over macht. Daarin is er slechts één Heer en dat is God, er is één die bepaald wat je wel en niet wilt doen en dat is de geest van Jezus van Nazareth. Er is één maatstaf om uit te maken wat wel of niet goed is en dat is het effect dat het heeft op de armen, de zieken, de gehandicapten, de mensen die geen plek hebben in de samenleving. Rechtvaardig is in de Bijbel de mensen recht doen, de mensen die krom moeten liggen, om een deel van leven te hebben, mogen opstaan en weer recht door het leven gaan. Jezus van Nazareth ging ons daarbij voor door de dood heen. Dat we daarin mee mogen doen heet in de woorden van Paulus genade. Geen straf voor al die keren dat we eerder aan onszelf dachten dan aan onze naaste, maar de mogelijkheid duizend keer op een dag opnieuw te mogen beginnen. Zo zwak en eenzaam als we zijn hebben we kennelijk een God aan onze zijde die ons telkens weer laat werken aan zijn Koninkrijk, die wereld waar geen tranen meer zijn, waar alle mensen een plaats hebben. Als je dat tot je door laat dringen wil je geen moment meer wachten er mee aan de slag te gaan.

Reacties

Galaten 2:1-10

De brief aan de Galaten moet ergens geschreven zijn tussen het jaar 45 en 50. Aan het begin van onze jaartelling dus en de brief wordt beschouwd als de oudst bekende brief van Paulus. In het begin van hoofdstuk 2 valt Paulus met de deur in huis als het over het conflict gaat. Hij heeft het over een besnijdenis en over schijnbroeders die als spionnen waren binnengedrongen in de gemeenten van de Galaten. Een bezoek van Paulus en Barnabas met hun gezelschap aan de gemeente in Jeruzalem lost intern het conflict kennelijk op. Met een handdruk wordt de zaak bezegeld. Wie het verhaal over dat bezoek en de overeenkomst nog eens wil doorlezen moet naast de passage van vandaag het boek Handelingen openslaan, in het vijftiende hoofdstuk vindt U de geschiedenis terug.

Maar dat het conflict zich ook tot het hart van Turkije had uitgebreid en Paulus zelfs genoopt had tot het schrijven van een brief maakt het conflict ook voor ons belangrijk. De datering van de brief is daarbij niet onbelangrijk. In het jaar 70, niet zo lang na het schrijven van de brief dus, werd de Tempel in Jeruzalem verwoest na een bittere oorlog tussen opstandige Joden en Romeinen. De Joden werden uit Israel verdreven en het duurde eigenlijk tot 1948 voor er weer een Joodse Staat zou ontstaan. Die opstand heeft dus diepe sporen in de geschiedenis getrokken. De onrust en de groeiende bereidheid tot gewapend verzet was ook al in de dagen van Jezus van Nazareth aanwezig. Jezus zelf wees deze weg van bevrijding voor zijn volk van de hand. Maar het nationalisme bleef broeien. Ook in de nieuwe beweging van de Weg. Want, zeiden sommigen, als die Heidenen het hart van de wet van Israel wilden volgen, hun naasten liefhebben als zichzelf, dan konden ze toch net zo goed Jood worden.

Je kunt je voorstellen wat dat had betekent. De Islam probeert geen Nederlanders te werven maar elke vorm van discussie, elke vorm van recht in de leer binnen de Moskee roept in onze samenleving al geschreeuw en gekerm op. Hoeveel te meer een beweging van mensen die van Heidenen Joden wilde maken en dan ook nog de slaven als gelijken ging beschouwen? Jood werd je door besnijdenis, Christen door samen te gaan leven met de mensen om je heen en het leven gewicht te geven. In Jeruzalem werden ze het eens, Joden bleven Joden en Heidenen bleven Heidenen samen konden ze Christen worden. Het enige dat nog te doen stond was zorgen voor de armen. Ook de gemeenten in Turkije, Galatië in die tijd genoemd, konden gerust zijn, voor hen veranderde er niets, gevaarlijke politieke avonturen hoefden niet, Chisten zijn was al gevaarlijk en avontuurlijk genoeg. Dat is het dan ook vandaag de dag voor mensen die genuanceerd met hun Islamitische buren willen samen leven.

Reacties

Psalm 52

Vandaag een lied over een belangrijke gebeurtenis in de verhalen over het leven van koning David. Op de vlucht voor Koning Saul, die jaloers was geworden op David door de militaire sucessen van David, ging David naar de tent van de samenkomst. Daar was de priester Abimelech de baas. In de Tent van de Samenkomst stond een tafel met brood, aan de God van Israël werd zo getoond dat het volk bereid was haar brood te delen, eigenlijk met de armsten, met de weduwe en de wees. Maar David en zijn mannen hadden op dat moment nog maar één ding, dat was honger. David vroeg daarom om het brood van de tafel met toonbroden. Na enige aandringen geeft Abimelech die. Dat wordt gezien door de Edomiet Doëg die het prompt aan Saul ging vertellen. Het kostte de priesters van de Tent van de Samenkomst het leven.

In de Bijbel staat heel vaak het individu voor het algemene. Zo is het ook Doëg vergaan. In de verhalen die de ronde doen over David en Saul, over goed en kwaad, is Doëg de Edomiet het symbool geworden voor verraders en leugenaars, moordenaars ook die ondanks dat ze zich bewust zijn van hun kwaad doorgaan met moorden. Wat dat was volgens de Bijbel het handelen van Doëg. Hij kreeg de opdracht de helpers van David bij de Tent van de Samenkomst te doden maar de soldaten die hij daarvoor meekreeg weigerden dat te doen. Toen deed hij het zelf maar, hij roeide ze allemaal uit en de bewoners van de stad Nob, waar de Tent stond, er bij. Alleen de Priester Abjatar ontkwam aan de moordpartij en sloot zich bij David aan.

Doëg betekent "bezorgd" en Edom was het volk dat afstamde van Esau, de broer van Jacob die Israël zou worden. Het was dus een broedervolk en Doëg zou zijn broeders van Israël dus moeten hoeden in plaats van uitmoorden, hij valt samen met Kaïn die zijn broer doodsloeg. Volgens de buitenbijbelse verhalen namen twee Engelen hem zijn verstand af toen hij 34 was geworden , werd zijn ziel verbrand en de as verstrooid. Hij was dus een verrader, een koelbloedig moordenaar en door de Psalmist beantwoord met een ronduit cynisme, een "held" die zijn toevlucht niet bij God had gezocht. Gelovigen worden nog al eens gemaand om netjes te blijven tegen spotters, het lezen van deze Psalm helpt daartegen, je mag gerust terugspotten, de afgodendienaars van het vergoddelijkte menselijk verstand bespotten zoals die de vereerders van het hogere bespotten. Soms is dat nodig om het goede te kunnen blijven doen, want elke dag gaat het toch eigenlijk om het goede te doen en niet dan het goede, ook vandaag weer.  

Reacties

Lucas 8:16-21

Ook in onze dagen gaan er elke zondag mensen naar de Kerk. Waarom eigenlijk? De kerken lopen leeg en na al die eeuwen kerkgang lijkt de wereld er nog steeds niet veel beter op geworden. Nog veel erger is dat er zo veel kerken zijn. Was er nu maar één kerk voor elk dorp en elke wijk in elke stad, maar zelfs kleine dorpen kennen meer kerkgebouwen waar groepen gelovigen heen gaan die vooral niet samen naar de kerk willen. Allemaal hebben ze iets gemeen, ze luisteren naar een voorganger die vindt dat ze goed moeten luisteren. Daarin proberen die voorgangers te lijken op Jezus van Nazareth. Die riep dat immers ook, en hij dreigde zelfs de mensen af te nemen wat ze hadden als ze niet goed luisterden. Of lezen we het dan verkeerd.

Het gevaar is altijd dat als je dat soort zinnetjes gaat gebruiken je het verhaal uit z’n verband trekt. Jezus van Nazareth had het over de goede boodschap, Evangelie genoemd, dat de armen en onderdrukten bevrijdt zouden worden, dat door een volledig andere manier van leven het leed geleden zou zijn, dat je daar zelfs tegen op zou mogen staan. De kunst was het brengen en het leven van die boodschap en door die boodschap het vol te houden tegen alles in. Dan zou dat nieuwe leven tot bloei komen, dat kon je immers niet verborgen houden. Als je het licht opsteekt verdwijnt het donker, zo zit dat in elkaar. Kunst was dus ook goed naar die boodschap te luisteren, die boodschap uitdragen is het mooiste wat er is, maar volhouden het moeilijkste.

Ook voor Jezus van Nazareth overigens. Het Evangelie van Lucas vertelt het er maar even bij. Voor Jezus van Nazareth even geen tijd voor de famillie. Sommige voorgangers schilderen hem graag af als enig kind en gaan dan ook op de traditioneel heidense manier zijn moeder aanbidden. Maar Jezus van Nazareth had geen tijd voor famillie, zijn moeder en broers moesten maar buiten blijven. Enig kind was hij ook al niet dus. Hij voelde zich verwant aan de mensen die net als hij hun leven in dienst van het goede hadden gesteld. Familliebanden waren geen reden om voorrang te krijgen. Nu kwam het daarmee wel goed. Zijn moeder bleef hem achtervolgen tot bij het kruis toe en zijn broer Jacobus zou het hoofd van de gemeente in Jeruzalem worden. Maar vandaag moeten ook wij luisteren, en horen dat de eerste onder ons de minste tot dienaar wil zijn, dat voortrekken van je famillie er niet bij is maar dat al die gelovigen famillie zijn, naar welke kerk ze ook gaan, als ze aan het werk gaan om de armen te bevrijden, het evangelie te brengen dus.

Reacties

Lucas 8:1-15

In tal van verhalen over Jezus van Nazareth wordt gedaan of hij rondtrok door het land Israel vergezeld door de twaalf mannen die hij had uitgekozen. Nog afgezien van het feit dat Jezus ook af en toe de grens over ging naar het buitenland vertelt het Evangelie van Lucas ons heel uitdrukkelijk dat niet alleen die 12 mannen meegingen maar ook een aantal zeer vooraanstaande bij name genoemde vrouwen. Maria, uit het vissersplaatsje Magdala, Johanna de vrouw van een vooraanstaande hoveling en Susanna en nog anderen die zorgden dat het hele gezelschap in leven bleef. Dat waren geen armen want er staat uitdrukkelijk bij dat ze van hun eigen geld zorgden voor het gezelschap van Jezus. Het verhaal staat er niet voor niets en niet voor niets op deze manier.

Het is niet altijd eenvoudig te snappen wat nu het Koninkrijk van God is. We worden dezer dagen overstelpt met nieuws over de Europeese Unie. Daar snappen we wat van. Daar gaat het over de vraag wie de macht heeft. Hebben de Polen wat meer macht, of de grote landen zoals Engeland en Frankrijk, of de parlementen zodat ook de Partij voor de Vrijheid zonder democratie er over mee kan praten, of het Europeese Parlement of de ambtenaren. Het zijn de vragen die in elke staat, elke natie en elke samenleving worden gesteld. Maar het zijn de vragen die in het Koninkrijk van God, waar Jezus van Nazareth ons voor oproept, totaal niet aan de orde zijn. Daar gaat het om wat je doet, wat je te betekenen hebt voor de armen, de zwakken en de zieken, de hongerigen, de naakten en de gevangenen, de kinderen met hiv, de ouders met aids. Groot in het Koninkrijk van God is wie groot is voor de kinderen van God, niet wie macht heeft en wetten kan uitvaardigen of oorlogen kan voeren.

Natuurlijk zijn er mensen die best mee willen doen met dat Koninkrijk van God. Die gegrepen worden door een TV uitzending over kinderen met hiv, die dan een bedrag over maken, allemaal goed. Maar dan is dat bedrag overgemaakt dan vergeten ze het weer. Dan vergeten ze dat de armoede steeds weer kinderen in Afrika in gevaar brengt, dat de manier waarop medicijnen gemaakt worden en wie er aan verdient steeds weer geld nodig maakt om zieke kinderen midicijnen te geven, dat oneerlijke handelsverhoudingen de armoede in stand houdt en dat we dus de handelsverhoudingen eerder moeten veranderen dan geld moeten geven.  Het medelijden  verdwijnt weer als zaad door vogels van de weg gepikt. En ook als we vaker geven, misschien een automatische machtiging afgeven, dan komt de zomervakantie en de wintermode en dan verstikken onze goede voornemens als graan dat opgroeit tussen distels en dorens. Alleen wie dag in dag uit zonder ophouden jaren achtereen blijft vragen om een anders ingerichte wereld, anders globalist wil zijn, waar recht en rechtvaardigheid heerst en oneerlijke handelsverhoudingen zijn uitgebannen, heeft iets geproefd van het Koninkrijk van God waar die Jezus van Nazareth zo meeslepend over kon vertellen. Die vraagt ook om een ander Europa, een Europa waar ook Afrika en de armen van de wereld bij mogen horen.

Reacties

Lucas 7:36-50

Er wordt van Jezus van Nazareth wel verteld dat hij omging met hoeren en tollenaars maar in het verhaal van vandaag lezen we hoe het hem vergaat als hij bij keurige mensen op visite gaat. Hij gaat bij een Farizeër op bezoek. Nou klinkt de titel Farizeër bij ons inmiddels een beetje hetzelfde als huichelaar, iemand die zich keurig voordoet maar het niet is. Dat is bij de Bijbelse Farizeërs niet terecht. Op heel veel punten kwamen de opvattingen van Jezus van Nazareth en de Farizeën overeen. De beweging van de Farizeën had ook de synagoge uitgevonden. In elke plaats, in elk dorp en elke stad, stond een gebouw waar de rollen met de boeken uit de Bijbel werden gelezen en bewaard en waar men samenkwam om te leren over het verhaal van Israel en wat daarvan in het leven van alle dag toe te passen.

De Tempel in Jeruzalem was vanouds ver weg en wekelijks, of soms dagelijks, bij elkaar komen rond het oude verhaal in plaats van een paar keer per jaar leverde meer op. Jezus van Nazareth sprak vaak in de synagogen en later ging ook Paulus van Tarzus naar de synagogen die hij tegen kwam. Het grote verschil was dat bij de Farizeën alleen de keurige burgers mee mochten doen terwijl Jezus van Nazareth er de nadruk op legde dat iedereen de weg van Liefde voor de naaste, het leven van delen, moest volgen en daarmee een plaats kreeg in de samenleving. Ook in het verhaal van vandaag wordt dat duidelijk. Een vrouw die kennelijk uitgestoten is uit de samenleving herkent in Jezus van Nazareth de mogelijkheid om weer een gerespecteerd en gewaardeerd lid van de samenleving te worden. Voor iemand die altijd met de nek wordt aangekeken en naar de rand van de samenleving wordt gedwongen een geweldige ervaring.

Deze vrouw brengt dat tot uitdrukking door Jezus van Nazareth zijn voeten te wassen en vervolgens te zalven. Daarmee wordt die Jezus van Nazareth de Christus, de gezalfde. Overigens niet als een koning die op het hoofd gezalfd wordt maar als een geliefde die de voeten wordt gezalfd. Die zalfjes van Christenen, zoals de volgelingen van Jezus later genoemd zullen worden, stellen zich dus kennelijk niet als koningen op, maar als mensen van de Liefde. Het geloof dat dat voor je mogelijk is, wat je ook hebt gedaan je kunt altijd anders, maakt dat het goed kan komen. Ondanks de wrede bezetting, ondanks het geweld in de samenleving mag je in dat geloof in het goede in vrede je weg vervolgen. Ook vandaag nog.

Reacties

Lucas 7:18-35

Het publieke optreden van Jezus van Nazareth was begonnen toen hij zich liet dopen door Johannes in het water van de Jordaan. Een volkomen ander leven zou beginnen. Een leven zoals het bedoeld was volgens het verhaal van de uittocht uit Egypte, de tocht door de woestijn en de ontdekking van de Wet midden in die woestijn. Daarom sprak Johannes aan de rand bij de rivier die liep tussen de woestijn en het beloofde land. Maar was die Jezus van Nazareth, die Jezus van de Bergrede nu de bevrijder die opnieuw de mensen naar een land overvloeiende van melk en honing zou brengen? Ooit had een profeet in het boek van de profeet Jesaja geschreven wat je dan te zien zou krijgen.  En daar staat precies hetzelfde als in het verhaal dat Lucas vandaag vertelt. Met die boodschap mogen de leerlingen van Johannes terug. Vertel hem wat je ziet. Als ze hem dat vertellen zal hij denken dat je uit het boek van de profeet Jesaja voorleest. daardoor zal hij weten dat de bevrijder gekomen is, dat je inderdaad mensen kunt oproepen een volkomen ander leven te gaan lijden.

Een leven dat vol staat van liefde, dat alle mensen weer mee laat doen en een plek in de samenleving geeft. Dan zorg je dat blinden kunnen zien, verlamden weer kunnen lopen, dat melaatsen niet langer worden gemeden maar worden genezen, dat de doven weer kunnen horen, dat de armen hun plek aan tafel krijgen en geen honger meer hoeven lijden, dat mensen die voor dood zijn achtergelaten weer opstaan en mee mogen gaan in het leven. Waarom staan die tollenaars er eigenlijk ook bij? Ze staan er om ons duidelijk te maken waarover dit Bijbelgedeelte gaat. Die tollenaars zijn een soort douaniers. Ze stonden niet alleen aan de grenzen van het land maar overal waar goederen in en uitgevoerd werden. Langs alle wegen en bij de toegangen van steden en dorpen. Ze werkten niet zoals de douniers van vandaag volgens de regels van de staat maar hadden het heffen van tol gepacht. En dan is de regel dat hoe meer je heft hoe meer je verdient. De armsten worden daarvan het eerst slachtoffer.  Die tollenaars uit het verhaal van vandaag hadden zich laten dopen door Johannes. Zij hadden hun leven veranderd en waren weer gaan leven vanuit de regel dat je je naaste moet liefhebben als jezelf.

Maar het is niet goed of het deugt niet. Jezus van Nazareth wordt er kennelijk wanhopig van. Als je beantwoordt aan de ouderwetse opvatting van Profeet, de man uit de woestijn, die roept aan de rand van de rivier dat alles anders moet en zich voedt met wat hij onderweg vindt, dan spoor je niet. Als je gewoon met iedereen om wil gaan en iedereen bij de samenleving wil betrekken, dan ben je een veelvraat en ga je met de verkeerde mensen om. Er is wat dat betreft nog niet veel veranderd. Als je probeert wat goeds voor de mensen te bereiken dan zijn er snel allerlei redenen waarom dat niet deugt. Of je maakt mensen afhankelijk door ze een goede uitkering te geven, of je buit ze uit door ze voor een veel te laag loon alvast werkervaring op te laten doen zodat ze beter kunnen doorstromen zonder in een armoedeval te hoeven trappen. Volgens Jezus van Nazareth was de Wijsheid in het gelijk gesteld. Een op het oog merkwaardig zinnetje na zijn verzuchtingen. Maar het begin van de Wijsheid is het ontzag voor God, is het je laten leiden door de Liefde. En dat gebeurt op de manier van Johannes de Doper en ook op de manier van Jezus van Nazareth. Hoe je het doet maakt dus kennelijk niet veel uit als je het maar doet. Elke dag mag je er opnieuw mee beginnen, ook vandaag weer.

Reacties

Lucas 7:11-17

We lezen weer  in het hoofdstuk waarin de schrijver van het Evangelie van Lucas wil duidelijk maken aan de Heidenen, die meelezen met de Romein Theofilus, wat nu de uitwerking van de Bergrede is. Voor de joden was dit een glashelder verhaal. De uitroep dat God zich om zijn volk heeft bekommerd maakt dat wel duidelijk, maar voor de Heidenen was die opwekking uit de dood natuurlijk veel indrukwekkender. En dat is jammer want het gaat hier niet om de wonderen maar om de mensen. Weduwen nemen in het verhaal van Israel een bijzondere positie in. Vrouwen horen er in de samenleving van Israel gewoon bij. Er wordt nauwelijks onderscheid gemaakt tussen mannen en vrouwen. Alleen bij weduwen wordt een uitzondering gemaakt. Een weduwe zit immers zonder familie, en dus zonder land, en dus zonder inkomen.

Ze trouwde ooit in in de familie van haar man en leefde mee van de akker die bij de verdeling door Jozua toebedeeld was aan die familie. Als dan haar man sterft dan vervalt dat recht. De wet van Israel schrijft dan voor dat iemand anders uit de familie van haar man haar trouwt, die wordt de losser genoemd. Die verlost haar uit haar armoede en lost de trouwbelofte in dat ze tot haar dood mee mag eten van de akker uit de familie van haar man. Hier in Naïn is kennelijk geen losser geweest. Ook de zoon van de weduwe, die de akker van zijn vader zou hebben geërfd, is dood, zorgt niet meer voor zijn moeder. En zijn moeder staat huilend, en denk maar hongerend, aan de kant van de weg. Daartegen mag je opstaan en Jezus roept daar dan ook toe op. Daardoor lost hij de belofte in dat de weduwe gevrijwaard is voor armoede. Dat is dus het gevolg van de Bergrede.

Niet de hulp uit eigenbelang zoals tegenwoordig wel bepleit wordt, van hulp aan de armen moet dan het Nederlandse bedrijfsleven profiteren.  Miljarden uittrekken voor dure medicijnen die niet in Afrika worden gemaakt maar in het rijke westen. Zodat de zieken in Afrika misschien genezen worden maar de aandeelhouders in de rijke landen de extra winst opstrijken van de farmaceutische industrie. Niet verplicht stellen dat de medicijnen ook in Afrika worden gemaakt, en niet de oneerlijke handelsbarrieres opheffen zodat de genezen zieken ook in hun levensonderhoud kunnen voorzien, dat is schijn hulpverlening. Echte hulpverlening is op staan tegen de armoede en zorgen dat de armen zelf weer in hun levensonderhoud kunnen voorzien. Het verhaal zoals Lucas dat vertelt leert ons hoe dat te doen.

Reacties

Psalm 26

Vandaag zingen we een bijzondere klaagpsalm mee. De dichter is bang veroordeeld te worden maar vindt zichzelf onschuldig en doet een beroep op de God van Israël om dat te erkennen. Voor veel protestantse christenen is de opstelling van de psalmdichter onbestaanbaar. De mens is immers in zonde ontvangen en geboren, niet bekwaam tot enig goed en slechts geneigd tot alle kwaad? Hoe kan iemand dan een beroep doen op God om hem niet te veroordelen zoals de zondaars veroordeeld worden? Heel veel mensen zullen zich echter ook in de Psalmdichter kunnen herkennen. Ze leven netjes, zijn best bereid een ander te helpen, houden zich niet bezig met liegen, stelen, moorden of andere vredelijke misdaden, ze voeden hun kinderen ook netjes op, maar als ze in een kerk komen dan worden ze al bij binnenkomst veroordeeld als de meest ergerlijke misdadigers.

Dat klopt natuurlijk niet en het verzet tegen die houding van je bent en blijft een zondaar die niet anders dan de dood verdient is terecht. Het oordeel komt namelijk helemaal niet aan mensen toe, maar het oordeel komt aan God toe. Het is dan ook zeer terecht dat de psalmdichter aan God vraagt om een vonnis te vellen, om de dichter recht te doen. Een dichter die zowel een man als een vrouw kan zijn overigens. Mensen worden zo gemakkelijk in hokjes geplaatst. En het hokje waarin ze door anderen geplaatst zijn bepaald hoe ze zijn, hoe ze denken en hoe ze doen. Flauwekul natuurlijk, volgens de Bijbel is elk individueel mens een uniek schepsel, met unieke eigenschappen, met de adem van God zelf. Mensen hebben slechts één ding gemeen, ze zijn allemaal door God geroepen het goede te doen en niet dan het goede. En als je dat doet? Dan mag je er op vertrouwen dat de God van Israël een barmhartig God is, genadig en lankmoedig. Zo heeft Mozes die God ervaren toen hij op de Berg de richtlijnen voor de menselijke samenleving ontving.

Huub Oosterhuis voegt er in zijn vrije weergave van deze Psalm nog een element aan toe. Want wat nu als je onbewust meewerkt aan misdaden. Als je telefoon gemaakt is van grondstoffen die door slaven gewonnen worden, als de kleding die je draagt door kinderen gemaakt is die aan de machines geketend waren. Als je door je voedsel de onrechtvaardige handelsverhoudingen in stand houdt en boeren in arme landen verhindert voldoende te produceren. Je kunt toch niet alles weten? Je leeft in een land dat mensen opsluit in gevangenissen vanwege hun herkomst en niet omdat ze een misdrijf hebben begaan, een land waar hele gezinnen op straat rondzwerven omdat ze niet in staat zijn ons land te verlaten. Of je nu wil of niet, soms doe je mee aan verschrikkelijke dingen zonder er aan te kunnen ontkomen, zonder het te willen. Maar iedere keer als het tot je doordringt kun je je stem verheffen, kun je laten weten dat de Weg van de God van Israël een andere weg is, de weg van de Liefde. En gelukkig mogen we er elke dag opnieuw mee beginnen en geeft deze psalm ons aanleiding om ons steeds weer te bezinnen op de vraag hoe het vonnis voor ons zou uitvallen.

Reacties