basalk.punt.nl
Abonneren

Abonneer je nu voor nieuwe artikelen op deze website!

Laatste artikelen

Deuteronomium 5:5b-21

Dit zei de HEER: 6 ¶  ‘Ik ben de HEER, uw God, die u uit Egypte, uit de slavernij, heeft bevrijd. 7  Vereer naast mij geen andere goden. 8  Maak geen godenbeelden, geen enkele afbeelding van iets dat in de hemel hier boven is of van iets beneden op de aarde of in het water onder de aarde. 9  Kniel voor zulke beelden niet neer, vereer ze niet, want ik, de HEER, uw God, duld geen andere goden naast mij. Voor de schuld van de ouders laat ik de kinderen boeten, en ook het derde geslacht en het vierde, wanneer ze mij haten; 10  maar als ze mij liefhebben en doen wat ik gebied, bewijs ik hun mijn liefde tot in het duizendste geslacht. 11  Misbruik de naam van de HEER, uw God, niet, want wie zijn naam misbruikt laat hij niet vrijuit gaan. 12  Neem de sabbat in acht, zoals de HEER, uw God, u heeft geboden; het is een heilige dag. 13  Zes dagen lang kunt u werken en al uw arbeid verrichten, 14  maar de zevende dag is een rustdag, die gewijd is aan de HEER, uw God; dan mag u niet werken. Dat geldt voor u, voor uw zonen en dochters, voor uw slaven en slavinnen, voor uw runderen, uw ezels en al uw andere dieren, en ook voor vreemdelingen die bij u in de stad wonen; want uw slaaf en slavin moeten evengoed rusten als u. 15  Bedenk dat u zelf slaaf was in Egypte totdat de HEER, uw God, u met sterke hand en opgeheven arm bevrijdde. Daarom heeft hij u opgedragen de sabbat te houden. 16  Toon eerbied voor uw vader en uw moeder, zoals de HEER, uw God, u heeft geboden. Dan wordt u gezegend met een lang leven en met voorspoed in het land dat de HEER, uw God, u geven zal. 17  Pleeg geen moord. 18  Pleeg geen overspel. 19  Steel niet. 20  Leg over een ander geen vals getuigenis af.21  Zet uw zinnen niet op de vrouw van een ander, en laat evenmin uw oog vallen op zijn huis, of op zijn akker, zijn slaaf, zijn slavin, zijn rund of zijn ezel, of wat hem ook maar toebehoort.’ (NBV)

Wetten beperken mensen. Veel mensen in ons land zijn tegen de regels die in onze overheid democratisch zijn afgesproken om onze ingewikkelde samenleving zo eerlijk en rechtvaardig mogelijk in stand te houden. Die regels knellen vaak. Nu knellen ze vaak ook meer voor mensen die alles wel voor zichtzelf willen hebben en alleen voor zichzelf lijken te leven dan voor mensen die bereid zijn alles te delen wat ze bezitten. Maar als je het over wetten en regels hebt dan praat je bijna direct mee over knellen en inperken van menselijke vrijheid. In de Bijbel gaat het ergens anders om. Vlak voor het volk Israël het beloofde land, het land overvloeiende van melk en honing, binnentrekt, herinnert Mozes het volk nog eens aan de regels die ze met hun God hebben afgesproken toen ze in het hart van de woestijn waren. Een deel van het land hadden ze nu veroverd op de Amorieten. Tijd om de laatste stap te zetten, de woestijn uit het vruchtbare land in.

Tijd om je de spelregels, de richtlijnen,  voor een goed leven nog eens in herinnering te brengen. Ze staan ook in het boek Exodus maar hier staan ze nog eens op een iets andere manier geformuleerd. Het gaat dus niet om het soort juridisch zorgvuldig bij elkaar gezochte formuleringen waaraan elk gedrag op dezelfde manier getoetst kan worden. Het gaat dus niet om het soort wetten die in dikke wetboeken zijn gevat en waarmee onze rechters zich mee bezig houden. Het gaat om de spelregels voor een goed leven. Het gaat dus om spelregels van bevrijding. Het volk wordt bevrijdt van de last te overleven in de woestijn, het volk werd bevrijdt van de slavernij om met en door deze wetten te kunnen genieten van de vrijheid in het beloofde land. Het begint dan ook met de bevrijding van het volk uit de slavernij in Egypte. En aan die bevrijding zijn geen andere goden te pas gekomen. Alleen de God van Israël trok met de slaven mee door de woestijn nadat hij ze had bevrijdt uit de slavernij.

Alleen de God van Israël zorgde voor de levensleer waarmee het volk de vrijheid kon genieten in het beloofde land. Als je je heil zoekt bij andere goden en goden met je eigen handen denkt te kunnen maken dan oogst je onheil, dan vergaat het je slecht. De gevolgen daarvan zullen ook je kinderen, je kleinkinderen en je achterkleinkinderen ondervinden. De hoofdregels waarmee hier begonnen zijn kun je ook niet lezen los van de rest van de geschiedenis. Want als je het land verliest dat voor jouw familie is bestemd en waardoor je onafhankelijk bent krijgen je nazaten dat land pas na vijftig jaar weer terug zodat de familie weer opnieuw kan beginnen met het land dat God heeft gegeven en dat je bevrijd heeft van de slavernij. Wie in onze dagen het leven heeft ingericht op het houden van je naaste als van jezelf herkent die bevrijding, daarin verdwijnt zelfs de angst voor de dood en wordt je bevrijdt van het slavenbestaan van altijd maar meer en beter. Daarin begint het leven pas, ook vandaag weer.

 

Reacties

Deuteronomium 4:44-5:5a

44  Dit is het onderricht dat Mozes de Israëlieten heeft gegeven. 45  Hier volgen de bepalingen, wetten en regels die Mozes ten overstaan van de Israëlieten heeft afgekondigd nadat ze uit Egypte weggetrokken waren. 46  Dat gebeurde aan de overkant van de Jordaan, in het dal tegenover Bet-Peor, in het land dat had toebehoord aan Sichon, de koning van de Amorieten, die in Chesbon zetelde en die evenals koning Og van Basan door Mozes en de Israëlieten op hun tocht uit Egypte verslagen werd, 47  waarbij het hele gebied van deze twee Amoritische koningen ten oosten van de Jordaan door hen in bezit werd genomen, 48  vanaf Aroër op de rand van het Arnondal tot aan de Sionberg, ofwel de Hermon, 49  met de hele vallei aan de oostkant van de Jordaan tot waar de rotskloven van de Pisga in de Dode Zee afdalen. 1 ¶  Mozes riep het hele volk van Israël bijeen en sprak het als volgt toe: Luister, Israël, naar de wetten en de regels die ik u vandaag bekendmaak. Maak ze u eigen en leef ze strikt na.2  De HEER, onze God, heeft bij de Horeb een verbond met ons gesloten. 3  Niet met onze voorouders heeft hij dit verbond gesloten, maar met ons, zoals wij hier nu levend en wel bij elkaar zijn. 4  De HEER heeft zich daar vanuit het vuur rechtstreeks tot u gericht. 5  Ik stond toen tussen hem en u in om zijn woorden aan u door te geven, want u was bang voor het vuur en durfde de berg niet op. (NBV)

 We spreken in de Kerk graag over de Wetten van Mozes. Als we de wetten kennen dan weten we wat we verkeerd hebben gedaan. Maar de eerste boeken van de Bijbel zijn geen wetten. Hier, al vrij in het begin van het boek Deuteronomium staat het al duidelijk. Het gaat om een onderricht. Er wordt het volk iets aangeleerd en sinds Jezus van Nazareth mogen wij mee studeren in het onderricht dat de God van Israël heeft gegeven en dat door Mozes een samenhang en een praktische betekenis heeft gekregen. Het is namelijk een onderricht hoe je een menselijke samenleving kunt inrichten. En als we om ons heen kijken dan moeten we daarn nog heel erg veel over leren. Wij zetten gezinnen op straat die hierheen gevlucht zijn voor armoede, geweld, onderdrukking, vervolging soms zelfs om hun etnische afkomst of levensovertuiging. Wij nemen deel aan oorlogen waar mensen ook aan sterven door de bommen die we gooien.

Mozes en zijn volk hadden ook moeten vechten om bij dat beloofde land te komen. Ze hadden moeten vechten tegen volken die hen niet wilden laten passeren, zoals de Amorieten en het volk van Basan onder koning Og. Ze waren het volk Israël in de rug aangevallen en hadden het voorzien op de rijkdom die het volk bij de bevrijding uit Egypte had meegenomen. Maar het meest hadden ze nog moeten vechten tegen zichzelf. Het volk dat aan de oever van de Jordaan stond te wachten om het beloofde land binnen te gaan was de tweede  generatie. Geen van hen had het meegemaakt dat Mozes het volk uit de slavernij in Egypte had geleid. Als kinderen en jonge mensen hadden ze wel de ontdekking bij de Horeb meegemaakt. Daar was in donder en bliksem, in vuur op de berg, de God verschenen die Mozes naar Egypte had gestuurd om zijn volk te bevrijden. Ze hadden die God als soeverein over hun volk erkent en een bijbehorend verdrag gesloten. De regels van dat verdrag, vroeger noemden we dat een verbond, die moesten nog eens in herinnering gebracht worden, moesten nog eens onderwezen worden voor het beloofde land binnengegaan kon worden.

 Dat het opnieuw beleven nodig is komt omdat niemand de slavernij had meegemaakt. Ook Mozes zal het beloofde land niet binnengaan. Ook hij was er niet in geslaagd om in vrede het volk te leiden zoals God hem had opgedragen. In woede had hij op de rotsen geslagen toen het volk weer eens klaagde over een gebrek aan water. Het water hoorde niet te komen door de woede van Mozes maar door de goedgunstigheid van de God van Israël. Het eerste dat we dus leren van zelfs dit gedeelte dat alles wat we hebben, alles wat we kregen, alles wat we nog zullen verdienen, ons is toegevallen uit de hand van een God die ons liefheeft. Als we wat verliezen, zelfs als we geliefden verliezen, dan is het die God die het teruggenomen heeft. Dat verbond heeft die God dan ook niet alleen gesloten met een volk dat heel lang geleden door een verre en dorre woestijn sjouwde maar volgens de Christelijke Bijbel, heeft die God dat verbond gesloten met iedereen op de wereld die wil geloven dat er een einde kan komen aan dood en ellende. Jezus van Nazareth heeft ons dat geleerd. Daarom heet die Christelijke Bijbel het nieuwe Testament. Ten onrechte noemen we die Hebreeuwse Bijbel waar het verhaal van Mozes in staat het Oude Testament, beter was om te spreken van het oorspronkelijke Testament. Daar moeten we ons richten, daar staan ook nu de spelregels in waarmee ook wij een menselijke samenleving kunnen inrichten. Elke dag opnieuw kunnen we daarmee beginnen, ook vandaag weer.

Reacties

Efeziërs 5:3-20

 3 ¶  Laat er bij u geen sprake zijn van ontucht of zedeloosheid, of van hebzucht-deze dingen horen niet bij heiligen. 4  Ook dubbelzinnige, oppervlakkige en platvloerse taal is ongepast-spreek liever woorden van dank. 5  Want u moet goed weten dat iemand die in ontucht leeft, zedeloos of hebzuchtig is-dat is allemaal afgoderij-geen deel kan hebben aan het koninkrijk van Christus en van God. 6  Laat u door niemand met loze woorden misleiden, want wie God ongehoorzaam is, wordt getroffen door zijn toorn. 7  Gedraag u dus niet zoals zij, 8  want eens was u duisternis maar nu bent u licht, door uw bestaan in de Heer. Ga de weg van de kinderen van het licht. 9  Het licht brengt goedheid voort en gerechtigheid en waarheid. 10  Onderzoek wat de wil van de Heer is. 11  Neem geen deel aan de vruchteloze praktijken van de duisternis maar ontmasker die juist, 12  want wat daar in het verborgene gebeurt, is te schandelijk voor woorden. 13  Maar alles wat door het licht ontmaskerd wordt, wordt openbaar, 14  en alles wat openbaar wordt, is zelf licht. Daarom staat er: ‘Ontwaak uit uw slaap, sta op uit de dood, en Christus zal over u stralen.’ 15  Let dus goed op welke weg u bewandelt, gedraag u niet als dwazen maar als verstandige mensen. 16  Gebruik uw dagen goed, want we leven in een slechte tijd. 17  Wees niet onverstandig, maar probeer te begrijpen wat de Heer wil. 18  Bedrink u niet, want dat leidt tot uitspattingen, maar laat de Geest u vervullen 19  en zing met elkaar psalmen, hymnen en liederen die de Geest u ingeeft. Zing en jubel met heel uw hart voor de Heer 20  en dank God, die uw Vader is, altijd voor alles in de naam van onze Heer Jezus Christus. (NBV)

Als je zomaar dit gedeelte uit de brief van Paulus leest dan zul je ongemerkt wensen dat het eens waar zou kunnen zijn. Natuurlijk, oppervlakkige en platvoerse taal kan onder omstandigheden leuk lijken maar wie van andere mensen houdt weet dat het eigenlijk alleen vervelend is. Echte humor is opbouwend, kan een spiegel voorhouden en brengt de waarheid aan het licht. En over het licht gaat het ook in dit stuk. Het licht brengt goedheid voort en gerechtigheid en waarheid zegt Paulus. En dan gaat het om wat wij tegenwoordig transparantie noemen. Doorzichtigheid. Waarom neemt men die beslissing over jou die zo onrechtvaardig aanvoelt? Waarom is de situatie van die vreemdeling geen schrijnend geval? Waarom is het ene kind van vreemde afkomst wel ingeburgerd en het andere hier geboren kind niet? Onze Raad van State heeft bijvoorbeeld over de toepassing van het criterium schrijnend vastgesteld dat dat nagemeten moet kunnen worden.

Het moet duidelijk zijn voor iedereen wanneer iets wel of iets niet schrijnend is en dat een minister of staatssecretaris niet naar willekeur of eigen smaak moet kunnen handelen maar op grond van objectieve rechtsregels moet handelen. Die transparantie, dat in het licht houden van beslissingen is dus wat Paulus hier bedoeld. Meewerken aan onrechtvaardige praktijken noemt Paulus in één adem goddeloos. Paulus roept ons ook op  klokkenluiders te zijn. Mensen die kennis hebben van onrechtvaardige praktijken en die naar buiten brengen, aan het licht brengen, ontmaskeren dus, zijn mensen die hun zogenaamde Christenplicht vervullen. In onze samenleving moeten we ook zo veel jaar na de brief van Paulus nog leren om klokkenluiders serieus te nemen en te beschermen tegen de gevolgen.

 Dus als we zelf geen onrechtvaardige situaties kennen die aan het licht moeten worden gebracht kunnen we in elk geval bondgenoten worden van klokkenluiders. Als iemand iets aan het licht brengt de samenleving vragen om die persoon te belonen en in bescherming te nemen, via ingezonden brieven in kranten en druk op het parlement. Daarom is ook de onafhankelijke pers die bronnen kan beschermen zo belangrijk. Die pers is een instrument dat wij hebben om antwoord te geven op de oproep van Paulus de vruchteloze praktijken van de duisternis aan het licht te brengen. Troost moet het ons wel geven te weten dat we nog steeds in een slechte tijd leven en dat drank geen oplossing biedt. Niet in de tijd van Paulus en niet vandaag de dag. Genoeg om weer aan te kunnen werken vandaag. En zing gerust onder het werk.

Reacties

Efeziërs 4:25-5:2

25  Leg daarom de leugen af en spreek de waarheid tegen elkaar, want wij zijn elkaars ledematen. 26  Als u boos wordt, zondig dan niet: laat de zon niet ondergaan over uw boosheid, 27  geef de duivel geen kans.28  Laat wie steelt niet meer stelen, maar eerlijk de kost verdienen door zelf hard te werken om iets weg te kunnen geven aan wie het nodig heeft. 29  Laat geen vuile taal over uw lippen komen, maar alleen goede en waar nodig opbouwende woorden, die goed doen aan wie ze hoort. 30  Maak Gods heilige Geest niet bedroefd, want hij is het stempel waarmee u gemerkt bent voor de dag van de verlossing.31  Laat alle wrok en drift en boosheid varen, alle geschreeuw en gevloek, en alle kwaadaardigheid. 32  Wees goed voor elkaar en vol medeleven; vergeef elkaar zoals God u in Christus vergeven heeft. 1 ¶  Volg dus het voorbeeld van God, als kinderen die hij liefheeft , 2  en ga de weg van de liefde, zoals Christus, die ons heeft liefgehad en zich voor ons gegeven heeft als offer, als een geurige gave voor God. (NBV)

 Was het maar zo eenvoudig, niet meer liegen, niet meer stelen, niet meer boos worden, maar goed zijn voor elkaar en vol medeleven. Paulus roept op om het voortaan anders te gaan doen, maar velen zullen zeggen dat Paulus wel erg kort door de bocht is. Let op, Paulus schrijft aan de gemeente in Efeze, nu ja aan elke gemeente van Christenen. Die zijn dus al een nieuwe weg in hun leven ingeslagen, de weg van de liefde. En dan gaat het er alleen nog om op te bouwen en niet af te breken en te veroordelen. Dan gaat het om vergeven. Niet dat vergeven van zand er over en we vergeten het maar het vergeven van samen gaan we er voorzorgen dat het niet meer kan gebeuren. Zo schreef de Protestantse Kerk in Nederland al een paar keer brieven aan de regering en met name aan staatssecretaris Teeven over onze broeders en zusters die naar ons land zijn gevlucht. In plaats van hen te straffen, in de gevangenis te stoppen of de straat op te sturen zou je ze beter aan een goede toekomst kunnen helpen, misschien niet in Nederland, maar als je ze helpt scheelt het hen en ons een heleboel ellende.

 Zo is Kerk-in-actie, de sociale organisatie van de PKN, alvast begonnen de kerkleden op te roepen groene stroom te gaan gebruiken. Want het opmaken van fossiele brandstoffen zonder voor vervanging te zorgen zal de kloof tussen arm en rijk alleen maar vergroten, wij helpen nu al de armen in de wereld door ons eigen leven en onze eigen energieconsumptie ander in te richten.  Maar er is meer nodig. Economische rechtvaardigheid ook op internationaal nivo om maar eens wat te noemen. Er is nu eenmaal een verband tussen onze rijkdom en overconsumptie en de armoede en het lijden in de zuidelijke landen. Europeese exportsubsidies en importtarieven moeten daarom zo snel mogelijk worden afgeschaft. Mensen die de grondstoffen produceren waar wij van genieten verdienen een even goed loon als wij krijgen. Om het milieu te sparen zijn ook maatregelen nodig die de rijken treffen, Opbouwende woorden zijn het, in de geest van Paulus en de Messiaanse beweging waar hij mensen warm voor liet lopen. Oproepen tot vrede en gerechtigheid, overal in de wereld.

 In die beweging mogen we meedoen, omdat we vinden dat iedereen aan die beweging zou moeten kunnen meedoen. Samen bouwen we een nieuwe samenleving op omdat we vinden dat iedereen daaraan mee zou moeten kunnen doen. Een samenleving moet een plek zijn waar mensen samen moeten kunnen leven. En samen leven vraagt wat van mensen. Dan ben je betrokken op elkaar. Dan zijn vermaningen geen uitingen van boosheid maar pogingen om vrede te bewaren. In onze dagen wantrouwen we het als mensen op elkaar betrokken raken. De ander heeft toch niks met mij te maken? De ander hoeft mij toch niet de weg te wijzen en zich te bemoeien met mijn beslissingen? In de hulpverlening is daardoor de term bemoeizorg ontstaan. Als iemand dreigt te vereenzamen, te verwaarlozen, te vervreemden van het leven, dan zullen er mensen moeten zijn die dat opmerken en daar wat aan doen. Hulpverleners inschakelen, de overheid attenderen of de ander aanspreken en duidelijk maken dat er grenzen zijn in het afsluiten van elkaar. Dat is geen bemoeien om normen en waarden op te leggen, om gedrag voor te schrijven, maar het een bemoeien om mensen weer de vrijheid te geven zichzelf te zijn ook in contacten met anderen. Paulus ziet een samenleving als een lichaam, daar is een hoofd dat denkt, een mond die voet en handen en voeten om voor het lichaam te zorgen. Zo mogen wij met onze naaste omgaan, elke dag opnieuw.

Reacties

Efeziërs 4:17-24

 17  Op gezag van de Heer zeg ik u dus met klem: ga niet langer de weg van de heidenen met hun loze denkbeelden. 18  In hun geest heerst duisternis en ze zijn vervreemd van het leven met God, omdat ze hem niet kennen en hun hart voor hem .hebben 19  Afgestompt als ze zijn, geven ze zich over aan losbandigheid en storten ze zich in allerlei zedeloze praktijken. 20  Maar zo hebt u Christus niet leren kennen! 21  U hebt toch over hem gehoord, u hebt toch onderricht over hem gekregen? Door Jezus wordt duidelijk 22  dat u uw vroegere levenswandel moet opgeven en de oude mens, die te gronde gaat aan bedrieglijke begeerten, moet afleggen, 23  dat uw geest en uw denken voortdurend vernieuwd moeten worden 24  en dat u de nieuwe mens moet aantrekken, die naar Gods wil geschapen is in waarachtige rechtvaardigheid en heiligheid. (NBV)

 Die keurige Paulus is natuurlijk wel erg saai. Zo te keer te gaan tegen losbandigheid. De boog kan toch niet altijd gespannen blijven? En dat nieuwe Koninkrijk van Jezus van Nazareth waar hij zo bevlogen over kan schrijven was toch een koninkrijk van louter vreugde en niet van bekrompenheid? Maar waar heeft Paulus het hier over. Over de losbandigheid van de wereld. We kennen dat toch. Daar zijn andere mensen net voorwerpen. Die neem je in je hand en die gebruik je zoals het jou goed dunkt. Of het nu een auto, een fiets, een glas bier of een partner is. Zelfs kinderen en dieren worden op die manier gebruikt. In de tijd van Paulus was dat niet anders dan in onze tijd. Natuurlijk, het is altijd een minderheid die zich overgeeft aan de uitwassen van een losbandige samenleving. Maar ook de meerderheid is niet actief bezig met het tegendeel van die losbandigheid. Dat is aan de leiband lopen van de absolute onvoorwaardelijke liefde.

 In die nieuwe samenleving kan geen ander mens een object, een voorwerp van plezier, zijn. Daar is een ander mens om van te houden als van jezelf. Daar is het hoogste plezier die ander het hoogste plezier te bezorgen. Dan hoeft de boog inderdaad niet altijd gespannen te blijven. Dan gaat het er niet om wat er allemaal wel niet mag en hoe je de grenzen daarvan opzoekt maar dan gaat het er om wat je samen allemaal wel niet aan goeds kunt bereiken en beleven hoe je het goede vermeerderd en nog eens vermeerderd tot er niets dan goeds overblijft. Daar is dus niets saai aan. Dat is een avontuur waar je elk moment mee kunt beginnen maar waar je de loop en de afloop nooit van kunt voorspellen.

 Het is dan ook een avontuur waarvoor je jezelf voortdurend zult moeten vernieuwen, voortdurend weer opnieuw in dienst moeten stellen van de liefde voor de ander. Ook als het lijkt of je zelf er niks voor terug krijgt. Natuurlijk kan dat alleen als je werkelijk gelooft dat plezier, dat het goede, ook voor jou is weggelegd. Je kunt immers alleen veel van een ander houden als je ook veel van jezelf houdt. De ander heeft pas veel waarde als je je zelf ook veel waarde weet toe te dichten. Maar het verlost je niet van problemen, de ander heeft die ook, iedereen kan een geliefde verliezen, iedereen kan werk verliezen. In zijn grote lied over de Liefde zingt Paulus dat de liefde zichzelf niet zoekt. Het gaat altijd om de ander die het nog minder heeft dan jij. Paulus stelt de losbandigheid gelijk aan de liefdeloosheid. De Liefde immers is het cement dat mensen samenbindt. Met die Liefde kun je en moet je zelf beginnen, vandaag en elke dag opnieuw.

Reacties

Efeziërs 4:7-16

7  Aan ieder van ons is genade geschonken naar de maat waarmee Christus geeft. 8  Daarom staat er: ‘Toen hij opsteeg naar omhoog, voerde hij gevangenen mee en schonk hij gaven aan de mensen.’ 9  ‘Hij steeg op’ wat betekent dat anders dan dat hij ook is afgedaald naar wat lager ligt, naar de aarde? 10  Hij die is afgedaald is dezelfde als hij die opsteeg, tot boven de hemelsferen, om alles met zijn aanwezigheid te vullen. 11  En hij is het die apostelen heeft aangesteld, en profeten, evangelieverkondigers, herders en leraren, 12  om de heiligen toe te rusten voor het werk in zijn dienst. Zo wordt het lichaam van Christus opgebouwd, 13  totdat wij allen samen door ons geloof en door onze kennis van de Zoon van God een eenheid vormen, de eenheid van de volmaakte mens, van de tot volle wasdom gekomen volheid van Christus. 14  Dan zijn we geen onmondige kinderen meer die stuurloos ronddobberen en met elke wind meewaaien, met wat er maar verkondigd wordt door mensen die tot alles in staat zijn wanneer ze anderen listig en doortrapt op een dwaalspoor willen brengen. 15  Dan zullen we, door ons aan de waarheid te houden en elkaar lief te hebben, samen volledig toe groeien naar hem die het hoofd is: Christus. 16  Vanuit dat hoofd krijgt het lichaam samenhang, en wordt het ondersteund en bijeengehouden door alle gewrichtsbanden. Ieder deel draagt naar vermogen bij tot de groei van het lichaam, dat zo zichzelf opbouwt door de liefde.(NBV)

In de Grieks-Romeinse wereld, waar Paulus rondreisde, gingen de meest fantastische theorieën rond over de aard van de geestelijke en materiële wereld. Te veel theorieën vaak om te weerleggen en te weerspreken. Ook in de Joodse wereld waar Paulus toe behoorde waren sporen van die speculaties terug te vinden. Ook in onze dagen horen we over persoonlijke verhoudingen tot Jezus, over kosmisch evenwicht, over energiebanen en innerlijke evenwichtspunten en momenten van persoonlijke groei. Paulus schuift al die mooie begrippen hier met een ferme beweging aan de kant. Het gaat om de Liefde, en in de Liefde vormen we een hechte gemeenschap die die liefde ook uitstraalt naar de samenleving. Dat is de reden dat kerkelijke vrijwilligers vele jaren hun werk voor de voedselbanken, de asielzoekers, de uitkeringsgerechtigden, de gevangenen, de zieken en invaliden en de derde wereld volhouden. Onophoudelijk leven ze in de Liefde zoals ze die van Jezus van Nazareth hebben geleerd.

Ze vormen in hun, vaak kleine, kerkelijke gemeenschappen hechte groepen en horen er zondag in zondag uit over spreken en zingen. Stap gerust eens zo’n Protestantse Kerk binnen en vraag wat ze doen voor de armen en verdrukten in eigen stad, land en in de wereld. Je zult verstelt staan. De collecte voor de diaconie is daarin alleen een liturgische, dus symbolische, handeling om aan te geven waar het op aan komt. Paulus beschrijft die gemeenschap als een lichaam. Wij zeggen dan graag dat we handen en voeten willen geven aan die prachtige woorden. Het moet immers niet bij woorden alleen blijven maar vooral blijken uit de daden, uit de vruchten die het voortbrengt. Een kerkelijke gemeente waar het alleen gaat om een persoonlijke band met Christus of met God, waar dan ook vaak en lang en hardop in het openbaar wordt gebeden, belijdt niet de Messias waar Paulus aan de gemeente in Efeze over heeft geschreven.

Paulus schrijft over een gemeente waarin ieder naar vermogen, en dan niet alleen geldelijk vermogen, een plaats heeft en waar de Liefde het samenbindend element vormt. Juist in die gemeenschap krijgt de Bevrijder gestalte en wordt de bevrijding mogelijk. Zoals het volk Israel ooit in de woestijn ontdekte dat je alleen kunt overleven als je werkelijk alles voor elkaar over hebt, zo kent de Christelijke gemeente de gemeenschap met elkaar door de Liefde. In de loop van de geschiedenis is dat geloof in het bouwen van een nieuwe samenleving, een nieuw soort samenleving ook, verworden tot een voor wat hoort wat geloof. Als ik nu goed doe dan wordt er voor mij ook goed gedaan. Ik krijg leven na de dood, ik krijg gezondheid of maatschappelijke voorspoed. Maar dat is niet de bedoeling. Het geloof in de komst van die nieuwe samenleving door Jezus, door de God van Israël is genoeg. Dat geloof zet je in beweging, niet om er zelf beter van te worden maar om de Naam van God groot te maken. Het is geweldig die samenleving die alle mensen te wachten staat. Daarvoor ga je door het vuur. En iedereen mag daarin meedoen, zonder inburgeringscursus of toelatingsexamen.

Reacties

Psalm 17  

Vandaag worden we uitgenodigd een lied mee te bidden uit het boek der Psalmen. Niet zo lang geleden trokken er door een middelgrote stad ergens in Nederland honderden mensen met fakkels die op hun manier ons deze psalm voordeden. Zij hebben een asielzoekerscentrum in hun stad. In de loop van de jaren zijn er al enkele duizenden inwoners van die stad vrijwilligers geweest in dat centrum. Nadat vrijwilligers kinderen gingen les geven heeft de gemeente er een speciale school voor opgericht waar kinderen voorbereid kunnen worden op het Nederlandse basisonderwijs. Hun ouders krijgen op het centrum les. Toen het centrum pas was geopend in 1988 was het geven van Nederlands verboden. Vrijwilligers die dat toch probeerden werden weggestuurd. Onder druk van winkeliers en buschauffeurs is dat geven van Nederlandse les toch toegestaan, er waren iets teveel vreemdelingen die probeerden af te dingen, dat waren ze in hun land van herkomst zo gewend, het niet doen, dat afdingen, zou betekenen dat ze de ander zouden beledigen. inburgering les was dus hard nodig.

Nu staat de zoveelste reorganisatie voor de deur. De huidige bewoners van het centrum worden willekeurig over Nederland verspreid en er komen nieuwe. Maar aan de belangen van de huidige bewoners wordt niet gedacht. Kinderen mogen hun school niet afmaken, tieners hun diploma niet halen. Veel van die bewoners wonen er inmiddels al een aantal jaren, maar omdat nog steeds niet beslist is of ze in Nederland mogen blijven is alles wat ze hier bereiken en leren van geen waarde. Er zijn tegenwoordig zelfs politici die net doen of dit hardvochtige beleid past in de Joods Christelijke traditie waarop de onafhankelijkheid van ons land is gebaseerd. Psalm 17 is één van de vele Bijbelgedeelten die laat horen dat het tegendeel waar is. De schrijver van de Psalm heeft de hoop gevestigd op de Wet van de liefde, van eerlijk delen, de Wet waarin iedereen mee mag doen met het Koninkrijk van God. De hoop is gevestigd op de Tora die veel meer is dan een Wet maar een richtlijn voor het inrichten van een menselijke samenleving.

Die honderden mensen in die middelgrote stad hebben daarvoor het licht ontstoken, opdat het zichtbaar wordt. Eén van de kinderen uit die stad gaf het centrum ooit de naam “Vluchthoef”, een veilige plek in Nederlandse traditie, laten we die traditie in Godsnaam weer herstellen. De Psalm roept ons op ons tegen de goddelozen te verzetten die de vreemdelingen schofferen en een wig drijven tussen hen en ons. Dat soort kwaad gedrag sterft namelijk niet uit met de daders maar werpt een smet ook op hun kinderen en zelfs op hun kleinkinderen. Dat hoeft niet, tijdig terugkeren van dat kwade gedrag kan altijd, ook nu nog. De oorlogen in de wereld nemen op dit moment weer toe. Het aantal vluchtelingen ook. Altijd zoeken mensen plekken van vrede en rust, plekken waar hun kinderen kunnen opgroeien. De meesten gaan terug als het vrede is geworden. Aan ons om in te schikken en hen te helpen, hen te helpen vrede te maken en hen te helpen te overleven en hun kinderen te laten opgroeien. Daar hebben we alle mensen van ons land nodig, laten wij die vandaag oproepen mee te doen door het zingen van deze Psalm.

Reacties

Ezechiël 24:15-27

Als een man zijn vrouw verliest aan de dood dan is dat een harde slag. Daar ben je niet zomaar overheen. Het overkomt Ezechiël, hij had al gehoord dat de Koning van Babel opnieuw het beleg voor Jeruzalem had geslagen. Hij had beseft dat het zo uitlopen op de verwoesting van Jeruzalem en de verwoesting van de Tempel. Nu beseft hij dat ook zijn vrouw die hij had moeten achterlaten gedood zal zijn. Zijn geliefde, naar wie hij ooit had willen terugkeren is dood. En rouwen is er niet bij. Uit de woorden die in het Hebreeuws worden gebruikt bij de aankondiging van de dood van de vrouw van Ezechiël mogen we opmaken dat die dood als een daad van God zelf wordt opgevat. Dat maakt het  voor de profeet nog schrijnender. Hij had zijn leven immers gewijd aan de dienst van  de God van Israël, hij was opgeleid tot priester, hij was in ballingschap gegaan maar had zich verzet tegen aanpassing aan de vreemde Heidense cultuur maar opgeroepen om terug te keren naar de dienst aan de God van Israël. Nu was zijn geliefde dood en hij mocht niet rouwen.

Als dan de mensen vragen waarom Ezechiël zo doet legt hij het hen uit. De Tempel zal worden verwoest. De burgers van Jeruzalem hadden hun kinderen en hun geliefden ondergebracht in de Tempel, in handen gesteld van de God van Israël. Daar zouden de soldaten van Babel toch niet durven komen. Die kinderen en geliefden zouden toch wel beschermd worden door de God van Israël. Maar de God van Israël had zijn handen van het volk afgetrokken. Die God herkende zijn eigen Tempel niet meer, met afgodsbeelden en de afgodendiensten. Inwoners van Jeruzalem hadden kinderen geofferd in het vuur van de Moloch en nu moest de God van Israël de overlevenden beschermen? Het zou er niet meer van komen. En net als er niets te merken valt van de rouw en het verdriet dat God moet hebben gehad van het verlies van zijn volk, van de ontrouw van zijn volk, zo mag het volk van de God van Israël niets laten blijken van de gevolgen van het eigen verlies.

Ezechiël wordt er sprakeloos van. Pas als een bode uit Jeruzalem de vreselijke berichten kan bevestigen valt er  weer wat te zeggen. Het volk van Israël kan alleen klagen. De ballingen hangen hun lieren in de wilgen als ze denken aan Jeruzalem staat er in Psalm 137. Jullie  schuld wordt jullie ondergang had de God van Israël gezegd volgens Ezechiël. Was ieder individueel schuldig? Uit het verhaal blijkt van niet. Je kunt het de profeet niet kwalijk nemen dat de anderen niet naar God hadden geluisterd. En hij zal ongetwijfeld ook wel aanhangers hebben gehad. Er waren meer profeten die hetzelfde hadden gezegd. In de boeken van Jesaja en Jeremia en in het Twaalfprofetenboek kunnen we de waarschuwingen nog nalezen. Zo zijn wij ook gewaarschuwd voor de hebzucht van banken, voor de onmogelijkheid van tophypotheken. Het bestaan alleen al van  de Wet op arbeidsongeschiktheid die maar een deel van het inkomen verzekerde was een waarschuwing geen overmatige leningen aan te gaan. De crisis waar we nog steeds last van hebben is ons voorspeld. En we weten best dat als we geen grenzen stellen aan de hebzucht, geen grens aan de hoogte van inkomens en als we niet delen met de armsten in de wereld ons die ellende van crisis en geweld weer kan overkomen. Het verhaal van Ezechiël moet ons in beweging brengen op weg naar een samenleving gebaseerd op liefde, op zorg voor de zwaksten. We kunnen er vandaag al heen op weg.

Reacties

Ezechiël 24:1-14

Ze hadden gedacht dat het er wel bij zou blijven. Dat als zij zich maar zouden weten te gedragen de ellende aan de anderen voorbij zou gaan. Ezechiël  zal hebben gedacht dat als ze nu maar terug zouden keren naar de dienst van de God van Israël en het nalopen van de andere goden zouden nalaten het wel goed zou komen met Jeruzalem. Het blijkt niet zo te zijn. Het kan altijd erger. Niet altijd maar de dag dat het erger werd is voor Ezechiël aangebroken. De Koning van Babylonië heeft opnieuw het beleg voor Jeruzalem geslagen. Dat had hij al eerder gedaan en toen was Ezechiël, een jonge priester kandidaat, met een deel van de elite van Jeruzalem weggevoerd naar Babel. Zij hadden zich opgeofferd. Maar het nieuwe beleg wijst er voor Ezechiël op dat het niet heeft geholpen. Weer heeft het volk van Juda, onder nieuwe leiding nog wel, de Koning van Babylonië tegen zich in het harnas gejaagd. Die heeft het harnas aangetrokken en is met zijn zwaar geharnaste leger naar Jeruzalem getrokken om daar de opstand te bestrijden. Iedereen kent wel zulke data, dagen die je bij blijven, 10 mei 1940 bijvoorbeeld en dezer dagen in Europa de dagen in oktober 1914 waarop het begin van de Grote Oorlog, voor ons de eerste wereldoorlog, zich ontwikkelde. En wie weet nog van 15 augustus 1945 toen Japan zich overgaf omdat atoombommen een te groot offer vroegen voor een niet te winnen oorlog.

Wat kan Ezechiël nog doen? Wat doen we in het donker? We kunnen fluiten of zingen, of hard roepen. Ezechiël troost zich met een bestaand keukenliedje, zo'n liedje dat het recept in herinnering brengt van dat feestgerecht dat je al zo lang voor je vrienden en bekenden wil klaarmaken. Maar de tekst van het liedje wordt bij Ezechiël een andere  tekst, een verhaal op zich. Het begin lijkt zo onschuldig, zet de kookpot op en doe er water in. Dan het vlees er bij, de mooiste stukken en de stukken met de botten. Het mooiste dier moet er voor geslacht worden en het vuur moet hoog opgestookt worden zodat het water gaat koken en zieden. Als je zo het vlees met de botten laat koken ontstaat er een schuimlaag, alle ongerechtigheden uit het vlees, het bloed, de zemen, komen naar boven. Dat is de stad Jeruzalem geworden, die smerige oneetbare laag, die de kok er subiet afschept en nog een keer afschept en weggooit om nog een keer zorgvuldig de bovenste laag van het water met de schuimspaan door te lopen om ook de laatste resten vuil er af te scheppen. Niet in de grond zakt het in het lied van Ezechiël maar als belangrijkste resultaat valt het voor iedereen zichtbaar op de rotsen.

God zelf zal het nog eens  proberen. Hout, hoog opgestapeld, met een vlammend en heet vuur. Dat moet het vuil toch weg kunnen branden. Nee dus, dat wat het volk na de eerste les heeft gedaan is zo vreselijk schandalig dat de onreinheid niet weg te branden is. Die misdadige daden, die misdaden, zijn zo schandelijk geweest dat de Koning van Babylonië Jeruzalem zal innemen en ook het laatste restje van de bevolking naar Babel zal verbannen of over de andere volken zal verspreiden. Naar je daden wordt je geoordeeld. Dat geld voor het volk van Juda. En wij mogen ons afvragen of het ook voor ons zou kunnen gelden. Voelen wij mee met hen die zich onder ons gediscrimineerd en vernederd voelen? Luisteren wij genoeg naar de hulpkreten van kinderen en jongeren die al jarenlang gepest worden? Respecteren wij anderen genoeg die misschien op een andere manier als wij gewend zijn geloven en beschermen wij uit respect voor hen die anders gelovigen tegen grootsprekers die hen beschimpen en beledigen, hun godsdienst verwensend. Nemen wij als land het gebod van de God van Israël "Gij zult niet doden" wel serieus en proberen wij wegen te vinden om zij die hun manier van geloven met geweld aan anderen proberen op te leggen  op een vreedzame manier op andere gedachten te brengen? De dag dat wij onze samenleving anders gaan inrichten mogen we groot en onderstreept noteren, misschien is het de datum van vandaag wel.

Reacties

Ezechiël 23:36-49

Het wordt de mannen maar weer makkelijk gemaakt in het verhaal dat we vandaag lezen. Die slechte vrouwen ook, branden zullen ze, stenigen moeten we ze. Het loopt uiteraard slecht af met Ohola en Oholiba. De profeet Ezechiël mag recht spreken en als een onafhankelijke rechter benoemt hij nog eens de misdaden van de beide zusters. Het prostitueren, een bacchanaal aanrichten met vreemdelingen en daarbij het tempelgerei gebruiken, het offers brengen aan vreemde goden en het offeren van kinderen en dan ook nog te Tempel van de God van Israël durven te bezoeken. Een deel van die misdaden moet wel gepleegd zijn in de Tempel van de God van Israël zelf. Als je die opsomming voorlegt aan rechtvaardige mannen dan kunnen ze toch niet anders dan vonnissen volgens het recht dat geldt voor echtbreeksters en vrouwen die bloed vergieten. Het wordt de mannen maar gemakkelijk gemaakt. De vrouwen zijn gewaarschuwd nooit meer te doen zoals Ohola en Oholiba want er zijn mannen te vinden die hen zullen vonnissen.

Wij worden door ons gebrek aan kennis gemakkelijk op een verkeerd been gezet. Dat was al begonnen in het begin van dit hoofdstuk toen over de jeugd van beide zusters in Egypte werd gesproken. Zij lieten de tepels op hun borsten verdraaien staat er dan, alsof vrouwen uiteraard zelf schuldig zijn aan seksueel misbruik in hun jeugd. Het tegendeel is het geval, net als in het oordeel over Oholiba en Ohola mannen niet aan het oordeel ontkomen. Want mannen hebben het land dat hen door de God van Israël geschonken was verkwanselt aan de godin Asjeera en ze hadden Baäl vereerd omdat Baäl de aarde zou moeten bevruchten met zijn regen en zijn vruchtbaarheid. Dat belang van de goden van seizoenen hadden ze ook in Egypte geleerd en dat die godendienst tot de dood zou leiden waren ze vergeten. Het waren de mannen die tot in de Tempel van Jeruzalem de beelden hadden neergezet van de Baäl. Het waren de mannen die toen het Noordrijk en het Zuidrijk werden bedreigd bondgenootschappen gesloten hadden met vreemde volken, tot in Egypte toe, die schatting hadden betaald aan vreemde heersers. Bescherming door de God van Israël, vertrouwen op het verbond dat ze hadden gesloten,  was er niet meer bij, was niet meer nodig.

Zo worden de mannen van Israël en Juda afgeschilderd als juffershondjes die blaffend elke worst achterna gelopen waren die hen was voorgehouden. Het zwakke geslacht bestaat niet uit vrouwen volgens Ezechiël het bestaat uit mannen die graag hun eigen zwakke eigenschappen toedichten aan vrouwen, het was de vrouw die hen immers verleid had tot verkeerde daden. Daar was het al mee begonnen toen God de mens nog maar net had geschapen hadden ze elkaar wijs gemaakt. Dat de God van Israël daar een ander commentaar op had gegeven waren ze maar vergeten. Vrouwen immers brachten het leven op aarde, van geslacht op geslacht, mannen moesten zich in het zweet werken, van de vroege morgen tot de late avond. En telkens als het leven met de God van Israël dreigde op te houden waren er weer vrouwen die zorgden dat het door kon gaan, Mirjam de zuster van Mozes, Zippora de vrouw van Mozes, Deborah de richteres, Hanna de moeder van Samuël en noem maar op tot Batseba toe die zorgde dat Salomo de troon kon bestijgen. God vraagt nu eenmaal een omgekeerde wereld waar niet gelet wordt op rijkdom en macht, met man en macht verworven, maar op armoede en zwakheid. Daar mogen wij ook vandaag weer aan werken, van de vroege morgen tot de late avond.

Reacties
Domeinregistratie en hosting via mijndomein.nl