basalk.punt.nl
Abonneren

Abonneer je nu voor nieuwe artikelen op deze website!

Laatste artikelen

Deuteronomium 12:29–13:6

29  Straks zal de HEER, uw God, voor u de volken uitroeien die nu nog het land bewonen dat voor u bestemd is. Als u het eenmaal in bezit hebt gekregen en er bent gaan wonen, 30  zorg er dan voor dat die volken, die voor u zijn uitgeroeid, niet alsnog uw ondergang worden. Wees niet nieuwsgierig naar hun goden en vraag u niet af: Hoe hebben die volken hun goden vereerd? Zo willen wij het ook doen! 31  Nee, de HEER, uw God, verbiedt u dat. Want zij hebben voor hun goden alles gedaan wat de HEER verafschuwt; ze hebben zelfs hun zonen en dochters als offer voor hen verbrand. 1 U daarentegen moet alles wat ik u gebied strikt naleven; voeg er niets aan toe en doe er ook niets van af. 2 Wanneer een profeet of een droomuitlegger uit uw midden een teken of een wonder voorspelt, 3 dat vervolgens uitkomt, en hij verbindt daaraan een oproep om andere, u onbekende goden te volgen en te dienen 4 luister dan niet naar wat hij zegt. Want de HEER, uw God, wil u daarmee op de proef stellen, om te ontdekken of u hem wel met hart en ziel liefhebt. 5 Blijf de HEER, uw God, volgen en heb alleen voor hem ontzag. Leef zijn geboden na en luister naar hem; dien alleen hem en blijf hem toegedaan. 6 En die profeet of droomuitlegger moet ter dood gebracht worden omdat hij u wilde opzetten tegen de HEER, uw God, die u uit Egypte heeft weggehaald en u uit de slavernij heeft bevrijd. Die man heeft immers geprobeerd u af te brengen van de weg die de HEER, uw God, u had gewezen. Zo moet u het kwaad dat zich bij u aandient in de kiem smoren. (NBV)

Waarom zou je toch die God van Israël blijven volgen? Er zijn toch ook andere manieren om vruchtbaarheid te krijgen. Er zijn toch ook andere waarzeggers die de waarheid kunnen brengen? In onze dagen hebben we fluisteraars van allerlei soort en instraalsters en astrologen die allemaal ons kunnen vertellen wat overledenen van ons willen, wat onze toekomst zal zijn en welke beslissingen we het beste kunnen nemen. Het volgen van de God van Israël is maar één van de vele mogelijkheden. Mozes waarschuwt zijn volk daar voor. Voor gelovigen in de God van Israël is er maar één weg en dat is de Weg die de God van Israël in zijn woord heeft gewezen. In onze dagen kunnen we zeggen dat je niet Christelijk kan zijn en met fluisteraars, instralers, astrologen of andere etherische voorspellers in zee gaan, die twee sluiten elkaar uit en zijn elkaars tegenpolen.

Levert het volgen van de God van Israël dan wat op? Is het zo dat beter volgen en meer gehoorzamen je beschermt tegen ziekte, werkloosheid, armoede, ongeluk, oorlog en onderdrukking? Wie het gedeelte van vandaag goed leest heeft begrepen dat ook dat niet het geval is. Je volgt de God van Israël omdat die je heeft liefgehad, omdat die de regen laat neerdalen op gelovigen en ongelovigen, omdat de God van Israël heeft laten zien wat recht en gerechtigheid is, omdat zijn zoon heeft voorgeleefd dat liefde zelfs door de dood heen houdbaar is en leven geeft. Er is met de God van Israël geen handeltje te drijven zoals met andere goden het geval is. Als je je persoonlijkheid opoffert dan belonen de goden van winst en profijt je. Als je je vrijheid van arbeid opoffert en op zeven dagen van de week wil werken dan belonen de goden van winst en profijt je. Dat wordt ons voorgehouden en wie de ene dag in de week voor iedereen vrij wil hebben als teken dat iedereen bevrijd is van de slavernij van de arbeid, dan wordt je voor ouderwets versleten en ben je een bedreiging voor de welvaart van het land.

In het gedeelte van vandaag wordt de ondergang van de volken van Kanaän aangekondigd. Die ondergang heeft te maken met hun godsdienst. Hoe dat precies zit is volgens het verhaal van Mozes niet interessant, dat moeten we ons niet afvragen. Er wordt één zaak genoemd die tot de gruweldaden hoort die de ondergang van volken teweeg brengt. Dat is het offeren van kinderen, zonen en dochters. Vlak voor het volk veel later in ballingschap zal worden gevoerd protesteren profeten als Jeremia ook tegen de kinderoffers die door het volk Israël gebracht werden. We weten dat ook in de Duitse concentratiekampen kinderen levend in het vuur werden geworpen. Wij doden geen kinderen meer uit religieuze overwegingen. Maar letten we genoeg op de kinderen in onze omgeving? Er sterven kinderen aan mishandeling omdat hun omgeving uit privacy overwegingen onverschillig blijft. Maken we "Privacy" tot een god aan wie offers moeten worden gebracht? We rukken gezinnen uiteen en sturen kinderen die hier groot geworden zijn naar een land waar ze geboren zijn maar nooit opgegroeid zijn, omdat we ons land voor onszelf willen houden. Hebben we ons grondgebied tot een god gemaakt waaraan offers moeten worden gebracht? Het zijn vragen die Deuteronomium ons stelt en waarop we een antwoord moeten geven, elke dag weer, ook vandaag.

Reacties

Deuteronomium 12:13-28

13  Denk erom dat u geen brandoffers brengt op een willekeurige plaats. 14  Alleen op de plaats die de HEER in een van uw stamgebieden kiest mag u offers brengen en aan uw andere verplichtingen voldoen. 15  Maar verder mag u, naar de mate waarin de HEER, uw God, u zal zegenen, dieren slachten en vlees eten wanneer u maar wilt, overal waar u woont. Iedereen mag dat, rein of onrein, zoals dat ook geldt voor het eten van gazellen of herten. 16  Onthoud u alleen wel van het bloed; laat dat als water op de grond weglopen. 17  Het is niet toegestaan om in uw eigen woonplaats een feestmaal aan te richten van de tienden van uw koren, wijn en olie, of van uw eerstgeboren runderen, schapen en geiten, van uw gelofteoffers, uw vrijwillige gaven en de andere heffingen.  18  Want dat mag alleen gebeuren ten overstaan van de HEER, uw God, op de plaats die hij uitkiest. Dat geldt voor ieder van u, voor uw zonen en dochters, uw slaven, uw slavinnen, en voor de Levieten die bij u in de stad wonen. In tegenwoordigheid van de HEER, uw God, zult u genieten van de vrucht van uw arbeid. 19  Maar vergeet, zolang u in dat land woont, de Levieten niet. 20-21 Wanneer de HEER, uw God, u de beschikking heeft gegeven over het hele gebied dat hij u beloofd heeft, ligt de plaats die hij zal kiezen om er zijn naam te laten wonen misschien te ver weg. In dat geval kunt u, als u zomaar eens vlees wilt eten, dat toch met een gerust hart doen. U mag runderen, schapen of geiten die u van de HEER hebt gekregen, slachten zoals ik u heb voorgeschreven, en het vlees eten wanneer u wilt, overal waar u woont. 22  Net zoals u gazellen of herten vrijuit mag eten, mag dat ook met zulk vlees, en dat geldt voor iedereen, rein of onrein. 23  Maar wees er wel op bedacht dat u zich van het bloed onthoudt, want bloed is leven; vlees met leven erin mag u niet eten. 24  Nogmaals, onthoud u van bloed, laat het als water op de grond weglopen. 25  Als u dit ter harte neemt, zal het u en uw nageslacht goed gaan, want dan doet u wat goed is in de ogen van de HEER. 26  Maar alle gaven die de HEER toekomen en alles wat u hem hebt toegezegd, moet u meenemen naar de plaats die hij zal uitkiezen. 27  Van de brandoffers moet u zowel het vlees als het bloed offeren op het altaar van de HEER, uw God. Bij uw vredeoffers moet alleen het bloed tegen het altaar worden gegoten, en mag het vlees gegeten worden. 28  Ga zorgvuldig te werk in alles wat ik u vandaag heb voorgehouden. Daar zullen u en uw nageslacht tot in lengte van dagen wél bij varen, omdat u dan doet wat goed is in de ogen van de HEER, uw God. (NBV)

De discussie over het eten van vlees, ook offervlees, komen we vele eeuwen later weer tegen in de brieven van Paulus. Wie goed dit gedeelte uit het boek Deuteronomium leest zal zien dat het eten van vlees, gewoon vlees of offervlees, nooit een probleem kan zijn voor het volk Israël. Eten en drinken is een gewone menselijke bezigheid. Die heeft God al lang geschonken en die hoef je met offers dan ook niet voortdurend opnieuw bij God te verdienen. Dat was voor andere godsdiensten dus heel anders. Je moet in veel godsdiensten zorgen dat je de verbinding tussen wat je geschonken is en de godheid tot uiting brengt, als het ware een handeltje voeren met de god die je wil aanbidden. De God van Israël verwerpt dat verre van zich.  Er zijn maar twee beperkingen die in dit gedeelte worden gegeven. De eerste is dat je geen bloed mag eten. Daar moet je goed op letten bij het slachten en het bereiden van vlees.  Wij, eters van bloedworst, staan daar nog even raar van te kijken maar het heeft te maken met de opvattingen die mensen hadden in de tijd dat de Bijbel is ontstaan over de manier waarop het leven in elkaar zat.

Ze hadden namelijk heel goed gezien dat een levend wezen zonder bloed niet kon leven. Als een mens of een dier gewond raakte en daardoor een overmatig bloedverlies leed dan stierf die mens of dat dier. Daar is ook vandaag de dag nog helemaal niks in veranderd. Daarom was men er van overtuigd dat het leven gedragen werd door het bloed. En als je het leven van een dier neemt dan moet je daar eerbiedig mee om gaan. Eigenlijk moet je dat leven weer teruggeven aan de God die het leven aan dat dier had gegeven. Daarom het voorschrift het bloed van een geslacht offerdier over het altaar te gieten. Is er geen altaar in de buurt dan moet je het bloed over de grond laten lopen. Daarmee geef je het leven terug aan God. Die eerbied voor het leven zit ook in andere gedeelten uit de Bijbel daar waar het gaat over de manier van slachten, ritueel slachten noemen we dat tegenwoordig. Ook daar gaat het over de eerbied voor het leven dat je neemt. Eigenlijk zou al ons vlees zo geslacht moeten worden om ons die eerbied weer bij te brengen.

De tweede beperking is in het vieren van feestmaaltijden. De opdracht om feestmaaltijden te houden in de centrale plaats waar God wordt aanbeden wordt hier herhaald. Nu is niet direct sprake van de Tempel in Jeruzalem maar is ook plaats voor heiligdommen per stam. Er zouden er in Israël lange tijd een aantal naast elkaar bestaan. Pas laat groeide het besef dat er voor Israël maar één heiligdom kon zijn, de Tempel in Jeruzalem. Hier gaat het om de aard en het doel van de feestmaaltijd. Het is de belijdenis van het geloof van Israël in de God van Israël en de trouw aan zijn verbond. Dat geloof ging immers om te delen van wat je hebt met hen die niets hebben. Met de armen, de slaven, de vreemdelingen die je helpen, de levieten die zorgen voor de rechtspraak, met hen deel je wat je ook met je familie deelt. Dat is het hart van het geloof in de God van Israël, heb God lief boven alles en dat doe je door je naaste lief te hebben als jezelf. Ook daarin is tot op vandaag geen verandering gekomen. Delen mag niet alleen, voor gelovigen geldt dat delen moet, elke dag opnieuw.

 

Reacties

Deuteronomium 12:1-12

1 Dit zijn de wetten en regels waaraan u zich moet houden zolang u leeft in het land dat de HEER, de God van uw voorouders, u in bezit geeft. 2  De volken die u zult verdrijven, vereren hun goden op heuveltoppen en hoge bergen en onder bladerrijke bomen. U moet hun gewijde plaatsen met de grond gelijk maken, 3  hun altaren slopen en hun gewijde stenen verbrijzelen; hun Asjerapalen moet u verbranden en hun godenbeelden in stukken hakken. Er mag niets overblijven dat aan die goden herinnert. 4  Het is u verboden om de HEER, uw God, op allerlei plaatsen te vereren. 5 ¶  U mag u daarvoor alleen naar de plaats begeven die hij in een van uw stamgebieden zal kiezen om er zijn naam te laten wonen. Ga dus naar de plaats waar hij woont 6  en neem de dieren mee die u voor de brandoffers en vredeoffers hebt bestemd, en ook uw tienden en andere heffingen, de offers die u brengt ter nakoming van een gelofte en uw vrijwillige gaven, en uw eerstgeboren runderen, schapen en geiten. 7  Richt daar ten overstaan van de HEER, uw God, een feestmaal aan en geniet met uw familie van de zegeningen waarmee hij uw inspanningen heeft beloond.  8  Wij zijn hier nu gewend dat iedereen offert naar het hem goeddunkt, maar dat mag niet zo blijven. 9  Weliswaar bent u nu nog niet binnen de veilige grenzen van het gebied dat de HEER, uw God, u zal geven, 10  maar straks steekt u de Jordaan over om u in het land dat de HEER u in eigendom geeft, te vestigen. Als hij u eenmaal vrede heeft gegeven door u te verlossen van de vijanden die u omringen, en u leeft er ongestoord, 11  dan mag u zich alleen maar naar de ene plaats begeven die de HEER, uw God, zal uitkiezen om er zijn naam te laten wonen. Ga daar met alles wat u moet afdragen heen: de dieren voor uw brandoffers en vredeoffers, uw tienden en andere heffingen, en de bijzondere offers die u ter nakoming van een gelofte aan de HEER brengt. 12  En vier dan feest ten overstaan van de HEER, samen met uw zonen en dochters, uw slaven, uw slavinnen, en de Levieten bij u in de stad, die immers geen grondgebied hebben zoals u. (NBV)

Het boek Deuteronomium heeft de vorm van een lange toespraak. De boeken Genesis, Exodus, Numeri en Leviticus zijn afgesloten en het volk Israël staat op het punt het beloofde land binnen te trekken. Mozes, hun leider bij de bevrijding uit Egypte en bij de tocht door de woestijn, neemt afscheid. Hij haalt nog eenmaal herinneringen op aan alles wat er is gebeurd en hij vertelt wat er straks nodig zal zijn in het land dat overvloeit van melk en honing. Het volk, dat zich pas in die woestijn heeft gevormd als volk, zal een heel ander volk moeten zijn dan de volken die nu al vruchtbare landen bewonen. Dat verschil is het beste te zien aan de manier waarop het volk Israël haar godsdienst belijdt. Geleerden wijzen er op dat Israël heel lang verschillende plaatsen heeft gehad om de God van Israël te dienen. Pas heel laat in haar geschiedenis is de Tempel in Jeruzalem aangewezen als de enige plek waar de God van Israël gediend moest worden. Op deze plek in de Bijbel is er voor gezorgd dat er ook een Bijbelse grond voor te vinden was. Maar hoe het ook zij, hier lezen we waarom die godsdienst van Israël zo vreemd en anders was en dat is voor ons het belangrijkste.

De godsdienst van de volken van Kanaän was een vruchtbaarheidsgodsdienst. De goden woonden boven in de hemel en als je dus wat gedaan wilde hebben dan moest je op een hoge berg zijn dan was je dichter bij de goden en zouden ze eerder naar je luisteren. De goden zorgden voor vruchtbaarheid en dus zou je die goden ook kunnen vinden bij de meest vruchtbare bomen, weelderige bomen staat er in het Hebreeuws, daar werden de goden van Kanaän aanbeden. Hoe de goden hun vruchtbaarheid konden schenken werd in de godsdienst van Kanaän ook duidelijk gemaakt. De aarde was een vrouw die Asjeera heette, en natuurlijk ook werd aanbeden. Die vrouw moest door de goden bevrucht worden zoals een man een vrouw bevruchtte. Om de goden te laten zien hoe dat moest sloegen ze op de hoeken van de akkers Asjeera palen in de grond waar offers werden gebracht, als je hier je vruchtbaarheid zou schenken dan staat je een grote beloning te wachten werd aan de goden gezegd.

De God van Israël was niet in de hemel. In de woestijn ging hij voor het volk uit en beschermde hij de achterhoede van het volk. De vruchtbaarheid van het land was niet afhankelijk van de God van Israël. De regen die de vruchtbaarheid bracht viel voor goeden en kwaden. Een volk was pas vruchtbaar als het wist te zorgen voor de zwakken en de minsten in de samenleving. Daarom moest men weten te delen, dat waren de ware offers. Dat delen was een feest op zich, daarom moest je met de offers een feestmaaltijd houden. Niet op je akkers, zelfs niet op je dorp, maar daar waar de richtlijn van heb uw naaste lief als jezelf werd bewaard. Daar moest die maaltijd ook uitlopen op een feest voor je familie, de armen, de vreemdelingen in je midden, je slaven en de Levieten, die de godsdienst vorm gaven en zorgden voor de rechtspraak, het handhaven van recht en gerechtigheid vooral voor de zwaksten. Tot vandaag de dag mogen we op die manier onze godsdienst vormgeven, delend en zorgend met en voor de minsten in onze samenleving. Dat is pas een feest.

Reacties

Rechters 8:22-32

22 De Israëlieten zeiden tegen Gideon: ‘U hebt ons bevrijd uit de greep van Midjan. Wees daarom onze heerser, en na u uw zoon, en de zoon van uw zoon.’ 23  Maar Gideon antwoordde: ‘Ik zal uw heerser niet zijn, en mijn zoon zal uw heerser niet zijn, want de HEER is uw heerser. 24  Maar ik wil u iets anders vragen: laat ieder mij een ring geven uit de buit die hij op de Midjanieten heeft behaald.’ (Deze afstammelingen van Ismaël droegen hun rijkdommen immers in de vorm van gouden sieraden bij zich.) 25  ‘Maar natuurlijk!’ antwoordden ze, en er werd een mantel uitgespreid waarin iedereen een ring wierp. 26  De gouden ringen die hij van de Israëlieten ontving wogen samen wel zeventienhonderd sjekel. Daar kwamen dan nog bij de gouden maantjes en oorringen en de purperen mantels van de Midjanitische koningen, en de halssieraden van hun kamelen. 27  Gideon liet van dit alles een priestergewaad maken. Hij gaf het een plaats in Ofra, waar heel Israël het als een afgod kwam vereren. Dit zou uiteindelijk leiden tot de ondergang van Gideon en zijn familie. 28  Midjan kwam de nederlaag niet meer te boven en moest het hoofd buigen voor Israël. Onder Gideon had het land veertig jaar rust. 29 Gideon zelf, de zoon van Joas, die ook wel Jerubbaäl wordt genoemd, ging weer in Ofra wonen. 30  Hij verwekte zeventig zonen, want hij had vele vrouwen. 31  Een van zijn bijvrouwen woonde in Sichem. Ook zij schonk hem een zoon, en die gaf hij de naam Abimelech. 32  Gideon, de zoon van Joas, stierf op hoge leeftijd. Hij werd bijgezet in het graf van zijn vader Joas in Ofra, waar de afstammelingen van Abiëzer wonen. (NBV)

Natuurlijk keek iedereen tegen Gideon op. Je zult maar een leger hebben verslagen dat ongeveer 100 keer groter was. Een leger van een vijand die jaar op jaar de oogst kwam roven. Een leger zo sterk en machtig dat het volk trucs ging verzinnen om toch wat te eten over te houden. Rotsspleten en spelonken werden geliefde plaatsen om voedsel te verbergen. Gideon zelf stond het graan te dorsen in een wijnpers. En pas midden in de nacht durfde hij het altaar van Baäl te slopen en de paal van Asjeera om te hakken. Zelfs toen de vijand op de vlucht was geslagen durfden de stedelingen hem niet te eten te geven. Toch wil Gideon geen koning worden. Er is immers maar één machthebber en dat is God zelf, zoals er maar één regel is: heb God lief boven alles en het tweede daaraan gelijk is heb je naaste lief als jezelf.

Het kan niet vaak genoeg worden herhaald want macht is zo verleidelijk. Of het nu in het groot is of in het klein, een monumentje wil iedereen wel voor zichzelf opgericht zien. Ook Gideon ontkomt niet helemaal aan de verleiding als hij een deel van de oorlogsbuit vraagt om er een standbeeld van de laten maken waar het volk eer aan kan gaan bewijzen. Maar het volk had veertig jaar rust. Gideon nam het er overigens wel van alsof hij een koning was. Hij had kennelijk een grote harem met zeventig zonen want hij had vele vrouwen staat er. Niet zo heel vreemd na een oorlog trouwens want dan plegen er nogal wat mannen te sneuvelen. En er was de plicht om voor je familie te zorgen, om te zorgen ook dat weduwen weer nageslacht kregen die voor hen konden zorgen. We komen ooit nog wel eens het boek Ruth te lezen dat daarover gaat.

Het is dan ook geen wonder dat één van die vrouwen haar zoon de naam Abimelech gaf. Dat betekent "Mijn vader is koning". Een dubbelzinnige naam want dat kan natuurlijk net zo goed op Gideon als op God slaan. Abimelech werd dan ook koning, maar ja dat was niet bedoeling en het volk begon weer achter afgoden aan te lopen. We leren het ook nooit lijkt het. Rijkdom en aanzien blijven de overhand houden. Het shownieuws is belangrijker dan de faillissementen. De vuurpijl van André Hazes belangrijker dan in Nederland geboren en getogen  kinderen die door Mark Harbert dreigen te worden uitgewezen ondanks de gevaren in een voor hen onbekend land. Ook wij hebben de Rechters die ons de juiste richting wijzen hard nodig.

 

Reacties

Rechters 8:4-21

4 Ook Gideon was dus met zijn driehonderd manschappen de Jordaan overgestoken om de Midjanieten te achtervolgen, hoewel ze de uitputting nabij waren. 5  Daarom vroeg hij aan de burgers van Sukkot: ‘Ik zit Zebach en Salmunna achterna, de koningen van Midjan. Geef mijn soldaten wat te eten, want ze zijn uitgeput.’ 6  Maar het stadsbestuur van Sukkot zei: ‘Waarom zouden wij uw leger te eten geven? Hebt u Zebach en Salmunna soms al in handen gekregen?’ 7  ‘Nee, dat niet, ‘antwoordde Gideon. ‘Maar zodra de HEER Zebach en Salmunna aan mij uitlevert, zal ik u komen afranselen met doorntakken en distels uit de woestijn, daar kunt u van op aan!’ 8  Van Sukkot ging hij verder naar Penuël. Hij deed de burgers van Penuël hetzelfde verzoek als hij de burgers van Sukkot had gedaan, en kreeg van hen hetzelfde antwoord. 9  Daarop bedreigde hij ook de burgers van Penuël, met de woorden: ‘Zodra ik ongedeerd terugkeer, zal ik uw toren met de grond gelijk maken.’ 10  Zebach en Salmunna hadden intussen hun kamp opgeslagen in Karkor. Ze waren met ongeveer vijftienduizend man, meer was er van het leger van de woestijnvolken niet over. Honderdtwintigduizend geoefende krijgslieden waren al gesneuveld. 11  Gideon volgde de nomadenroute ten oosten van Nobach en Jogbeha en slaagde erin het kamp van de Midjanieten, die zich veilig waanden, te overrompelen. 12  De beide koningen Zebach en Salmunna probeerden in de algemene verwarring te ontkomen, maar hij haalde ze in en nam ze gevangen. 13  Gideon, de zoon van Joas, keerde via de Cherespas uit de strijd terug. 14  Onderweg kreeg hij een jongen uit Sukkot te pakken. Hij hoorde hem uit en liet hem de namen opschrijven van de oudsten en de leden van het stadsbestuur; het waren er zevenenzeventig. 15  Toen ging hij naar Sukkot en zei: ‘Kijk, hier heb ik Zebach en Salmunna, met wie u mij hebt gehoond door te zeggen: “Waarom zouden wij uw leger te eten geven? Hebt u Zebach en Salmunna soms al in handen gekregen?”’16  Hij nam de oudsten gevangen en liet doorntakken en distels uit de woestijn halen. En de burgers van Sukkot hebben het geweten! 17  Ook haalde hij de toren van Penuël omver en doodde hij de inwoners van die stad.18 Gideon vroeg aan Zebach en Salmunna: ‘Wat waren dat voor mannen die u bij de Tabor hebt gedood?’ ‘Ze zagen er net zo uit als u, ‘antwoordden ze. ‘Het leken stuk voor stuk wel koningszonen.’ 19  Toen zei Gideon: ‘Dat waren mijn volle broers, de zonen van mijn eigen moeder. Zo waar de HEER leeft, als u hen toen in leven had gelaten, zou ik u nu niet doden.’ 20  En hij droeg zijn oudste zoon Jeter op: ‘Vooruit, dood ze!’ Maar de jongen trok zijn zwaard niet; hij durfde niet, omdat hij nog zo jong was. 21  Zebach en Salmunna zeiden: ‘Doet u het dan zelf. U bent mans genoeg.’ Toen doodde Gideon hen zelf. De gouden maantjes die de nek van hun kamelen sierden nam hij mee. 22 De Israëlieten zeiden tegen Gideon: ‘U hebt ons bevrijd uit de greep van Midjan. Wees daarom onze heerser, en na u uw zoon, en de zoon van uw zoon.’ 23  Maar Gideon antwoordde: ‘Ik zal uw heerser niet zijn, en mijn zoon zal uw heerser niet zijn, want de HEER is uw heerser. 24  Maar ik wil u iets anders vragen: laat ieder mij een ring geven uit de buit die hij op de Midjanieten heeft behaald.’ (Deze afstammelingen van Ismaël droegen hun rijkdommen immers in de vorm van gouden sieraden bij zich.) (NBV)

Een Franse Koning heeft ooit eens gezegd dat de geschiedenis zich steeds herhaalt en als je zo van dag tot dag in de Bijbel leest lijkt dat een waar woord te zijn. Gideon had met slechts 300 mensen de vijand op de vlucht geslagen maar als je nu denkt dat men de soldaten te eten zou willen geven vergeet het maar. Veilig verschanst achter hun muren dachten de machtigen uit de dagen van Gideon dat ze de soldaten wel in hun sop gaar konden laten koken. Nou dat hebben ze geweten, de heersers van de ene stad werden met doornstruiken uit de woestijn afgeranseld, en die doen heel wat meer pijn dan de duindoorns die wij kennen, en van de andere stad werden burgers gedood en de trotse toren omvergehaald. We zullen de komende tijd gelijksoortige taferelen kunnen verwachten.

Jarenlang hebben Nederlandse werknemers hun inkomenseisen gematigd omdat hen werd voorgehouden dat dat nodig was voor het herstel van economie. Nu herstelt de economie zich fors en wie krijgen nu de voordelen, dat zijn de rijken. Dezelfde rijken waarvan werd gesproken als over exorbitante zelfverrijking, nog niet zolang geleden. De armsten in ons land gaan er op achteruit, voor hen komt de stijging van de energieprijzen het hardst aan, zij zijn het meest afhankelijk van de verlaagde huursubsidie. Zij moeten trouwens maar afwachten of de bureaucratie bij de belastingen de extra 6 miljoen te ontvangen aanvragen wel aankan. Zullen we dan na de statenverkiezingen kunnen zeggen over CDA, VVD en D'66 "Ze hebben het geweten?, We laten de armen, de kinderen, de ouderen, de zieken en gehandicapten en onze gemeentebesturen niet langer over aan de mensen die alleen voor de rijken zorgen"?

Die exorbitante zelfverrijking, zoals de Midianieten dat in de tijd van Gidon ook deden,  niet afstraffen maar belonen met extra belastingvoordelen. Het is hoog tijd de doornstruiken op te gaan halen. Politieagenten, leraren, zorgpersoneel gaat ons voor. Ondanks de verschillende akties van elk van die groepen apart blijft onze overheid er bij dat ze beter cadeautjes kan uitdelen aan voornamelijk Engelse aandeelhouders dan aan dienaren van de Nederlandse bevolking. De agenten willen immers graag zorgen voor onze veiligheid, de leraren voor de toekomst van onze kinderen en het zorgpersoneel wil zorgen voor de zieken en gehandicapten en onze ouderen een welverdiende oude dag bezorgen. Wij doen als de oudsten van de steden in Israël en roepen met onze regering dat ze het kunnen schudden. Wie het er niet mee eens is moet maar zorgen dat heel het  land gaat schudden.

 

Reacties

Rechters 7:13–8:3

13  Toen Gideon aankwam, was er juist iemand aan het vertellen wat hij had gedroomd. ‘Wat ik nu toch gedroomd heb!’ zei hij. ‘Een gerstebrood rolde razendsnel rond door het kamp, botste tegen een tent aan en kegelde die omver, zodat hij in elkaar zakte.’ 14  ‘Dat kan niets anders zijn dan het zwaard van de Israëliet Gideon, de zoon van Joas, ‘verklaarde zijn kameraad. ‘Dat betekent dat God hem ons met ons hele kamp in handen heeft gegeven.’ 15  Zodra Gideon de droom en de uitleg ervan had gehoord, boog hij zich dankbaar neer. Terug in het kamp spoorde hij de Israëlieten aan: ‘Het is zover! De HEER geeft jullie het kamp van Midjan in handen!’ 16 Hij verdeelde de driehonderd man in drie groepen en gaf ieder van hen een ramshoorn en een lege waterkruik met een brandende fakkel erin. 17  Toen zei hij: ‘Let goed op wat ik doe. Wanneer ik de voorposten van het kamp ben genaderd, moeten jullie precies hetzelfde doen als ik. 18  Blazen wij, ik en mijn groep, op de ramshoorn, dan moeten jullie ook op je ramshoorn blazen, rond heel het kamp, en schreeuwen: “Voor de HEER en Gideon!”’ 19  Aan het begin van de middelste nachtwake, vlak na de wisseling van de wacht, kwam Gideon met zijn groep van honderd man bij de voorposten van het kamp. Ze bliezen op hun ramshoorns en sloegen de kruiken die ze bij zich hadden aan stukken. 20  Alle drie de groepen bliezen nu op hun ramshoorns en sloegen hun kruiken kapot. Ze hielden hun fakkels in de linkerhand en hun ramshoorns in de rechter en schreeuwden: ‘Te wapen voor de HEER en Gideon!’ 21  Ze bleven rond het kamp staan en brachten de Midjanieten in rep en roer. 22  Terwijl de driehonderd Israëlieten op hun ramshoorns bliezen, liet de HEER de Midjanieten in heel het kamp het zwaard tegen elkaar opnemen, tot ze uiteindelijk op de vlucht sloegen in de richting van Serera, naar Bet-Hassitta, tot aan de rivieroever bij Abel-Mechola, boven Tabbat. 23 Gideon liet de weerbare Israëlieten uit Naftali, Aser en Manasse terugroepen om de Midjanieten te achtervolgen. 24  Ook stuurde hij een afvaardiging naar het bergland van Efraïm, met de boodschap: ‘Ga de Midjanieten tegemoet en snijd hun de pas af door de Jordaanoever te bezetten tot aan Bet-Bara.’ Na deze oproep bezetten de mannen van Efraïm de Jordaanoever tot aan Bet-Bara. 25  Ze overmeesterden Oreb en Zeëb, de beide legeraanvoerders van de Midjanieten. Oreb werd gedood bij de Rots van Oreb en Zeëb bij de Perskuip van Zeëb. Ze zetten de achtervolging op de Midjanieten in en brachten de hoofden van Oreb en Zeëb naar Gideon, die inmiddels de Jordaan was overgestoken. 1 Daarbij zeiden ze: ‘Waarom hebt u ons er niet bij betrokken toen u tegen Midjan ten strijde trok? Dat is toch geen manier van doen!’ Ze maakten hem de heftigste verwijten, 2  maar Gideon antwoordde: ‘Wat ik deed, is toch niets vergeleken bij wat u gedaan hebt? Efraïm heeft de kroon gezet op het werk van Abiëzer. 3  God heeft de beide legeraanvoerders van Midjan, Oreb en Zeëb, aan u uitgeleverd. Daarbij valt alles wat ik heb kunnen doen toch in het niet?’ Toen Gideon de zaak zo voorstelde, bedaarde de woede van de mannen van Efraïm. (NBV)

Zo jaag je een vijand zoveel schrik aan dat die op de vlucht slaat. Een heleboel lawaai maken. Zo af en toe kan dat op het Binnenhof of op het Malieveld in Den Haag. Twee honderd en vijftig organisaties hebben opgeroepen om het Binnenhof te omsingelen in protest tegen het regeringsbeleid. Tegenwoordig komt dat lawaai ook via de zogenaamde sociale media. Soms worden die verguisd vanwege de toon en de woordkeus, soms geprezen om de solidariteit en barmhartigheid met armen die er uit blijkt. We kunnen een onderscheid maken, een Bijbels onderscheid zelfs. Wie zich op de sociale media laat horen om anderen kapot te maken en zichzelf beter vindt hoort niet bij betrokken mensen.

Wie echter aandacht en solidariteit vraagt voor mensen die in het nauw dreigen te komen, of al in het nauw zijn gekomen, verdienen aandacht en soms ook ondersteuning. Vaak is het indrukken van één knop  voldoende om een noodkreet te laten uitgroeien tot een massale roep op recht en gerechtigheid. Wie het niet kan verdragen dat kinderen die in Nederland zijn geboren, hier opgegroeid zijn en op het punt staan naar het voortgezet onderwijs te gaan of daar al school gaan worden gedeporteerd naar landen waar we ook soldaten heen sturen en ze geen enkele band mee hebben, heeft op de sociale media middelen genoeg om zich aan te sluiten bij de groeiende  beweging voor het  recht van kinderen op te groeien op een veilige en zorgzame plek.

Gideon laat zien hoe het werkt. Zijn kleine groep mensen maakt zoveel lawaai dat de machtige soldaten in de war raken en elkaar te lijf gaan. Uiteindelijk slaat dat hele sterke leger op de vlucht. De stammen die eerst niet met Gideon meededen zijn nu kwaad dat ze niet mee kunnen delen in de eer die Gideon heeft behaald. Het ging Gideon echter niet om zijn eigen eer maar om het volk te beschermen tegen de zoveelste plundering van de oogst en de rijkdom van het volk. Uiteindelijk was de straf voor de leiders van de plunderaars en het definitief verslaan van hun leger voldoende om Israël weer een lange tijd te verzekeren van vrede  en daarmee van een welvaart die gedeeld kon worden met de armsten. Zo kunnen ook wij vandaag onze fakkels heffen en lawaai maken op de sociale media om gerechtigheid te krijgen voor de armsten en die mensen die onrecht wordt aangedaan.  

Reacties

Rechters 7:1-12

1 De volgende morgen vroeg sloeg Jerubbaäl, Gideon dus, met zijn troepen zijn kamp op bij de Charodbron. De Midjanieten lagen iets noordelijker, in de vallei aan de voet van de More. 2  Toen zei de HEER tegen Gideon: ‘Het leger dat je bij je hebt is te groot. Ik lever de Midjanieten niet aan jullie uit, want ik wil niet dat Israël zich erop beroemt dat het zich op eigen kracht heeft bevrijd. 3  Maak daarom bekend dat iedereen die bang is, kan vertrekken en via het bergland van Gilead terug naar huis kan gaan.’ Daarop vertrokken tweeëntwintigduizend man; tienduizend bleven er over. 4  Maar de HEER zei tegen Gideon: ‘Het leger is nog steeds te groot. Laat je manschappen naar het water gaan, daar zal ik voor jou een keus uit hen maken. Ik zal je zeggen wie er met je mee moeten gaan en wie niet.’ 5  Gideon liet de mannen naar het water gaan, en de HEER zei tegen hem: ‘Degenen die het water met hun tong oplikken, zoals honden doen, die moet je apart zetten van degenen die knielen om te drinken.’ 6  Driehonderd man likten het water op met hun tong, de overigen knielden om te drinken. 7  ‘Met die driehonderd man die het water met hun tong oplikten, zal ik jullie bevrijden, ‘zei de HEER tegen Gideon. ‘Door hun toedoen zal ik Midjan aan je uitleveren. De rest van het leger kan naar huis terugkeren.’ 8  Gideon hield dus alleen die driehonderd man bij zich en stuurde de rest van de Israëlieten weg, elk naar zijn eigen woonplaats. Maar eerst had hij hun proviand overgenomen, en al hun ramshoorns. Het kamp van de Midjanieten lag beneden hem, in de vallei. 9 Die nacht zei de HEER tegen Gideon: ‘Het is zover! Doe een aanval op hun kamp; ik geef het je in handen. 10  En als je geen aanval durft te wagen, sluip dan met je knecht Pura naar beneden 11  om te horen waar ze het over hebben. Dat zal je moed geven voor de aanval.’ Samen met zijn knecht Pura sloop Gideon tot vlak bij de voorposten van de vijand. 12  De Midjanieten waren met de Amalekieten en nog andere woestijnvolken als sprinkhanen over de vlakte uitgezwermd. Hun kamelen waren ontelbaar als zandkorrels aan de zee. (NBV)

Wie dinsdag die hele stoet vrome en keurige politici hoort uitleggen dat het volgend jaar met de rijken beter gaat en met de armen niet slechter, zinkt de moed in de schoenen als je er aan denkt hoe je van dit land werkelijk een rechtvaardige samenleving kan maken. Ramspoed bedreigt ons, Engeland verlaat de Europese Unie en Amerika beperkt de import van goederen en diensten en wil de export opdrijven. Als we nu eerlijk delen lopen we de kans straks niet meer tot de allerrijkste landen op de wereld te horen. Die boodschap klinkt boven alles uit, zeker boven de zelfgenoegzaamheid van de politici. De armen in het land gaan er volgend jaar dus echt op achteruit. De maatregelen die het kabinet neemt zijn toch al alleen voor de rijken fors beter.

Zelfs de rijken in het buitenland die in Nederland een deel van hun vermogen hebben belegd. Een rechtvaardige verdeling noemen ze dat. Net als de ziektekosten. Mensen moeten volgens jaar fors meer betalen, allemaal hetzelfde meer en dat is voor de mensen met de laagste inkomens een grotere hap uit hun inkomen dan voor de mensen met de hogere inkomens. Om de gezondheidszorg voor de rijken betaalbaar te houden moeten de armen dus bijpassen. Van een systeem van betalen naar draagkracht kan voor deze regering geen sprake zijn. Gelukkig hebben we vandaag het verhaal van Gideon die ook een vijand moest bestrijden. Een vijand die als een sprinkhanenzwerm het volk kwam beroven.

Gideon mocht er op vertrouwen dat slechts een handvol toegewijde mensen genoeg was om de bedreiging af te wenden. Volgend jaar zijn er verkiezingen voor de Provinciale Staten en daarmee ook voor de Eerste Kamer. We weten nu al welke staten, welke gedeputeerden, goed weten te zorgen voor de armen in de provincie. Die zorgen dat jongeren niet in koude buurten hoeven rond te hangen, dat de uitkeringen op peil zijn en de scholen in aantrekkelijke gebouwen zijn gehuisvest. En als maar een handvol mensen blijven vragen wat de partijen van plan zijn met de armsten in de provincie, met de zieken en gehandicapten, met de ouderen, dan veranderd het vanzelf. Als door een gerstebrood rollend van de berg zal dan ook dit kabinet weggevaagd worden.

 

Reacties

Marcus 9:14-29

14 Toen ze terugkwamen bij de andere leerlingen, zagen ze een grote menigte om hen heen staan. Er waren ook schriftgeleerden bij, die met hen aan het discussiëren waren. 15  De mensen waren verbaasd toen ze hem zagen, en liepen meteen naar hem toe om hem te begroeten. 16  Hij vroeg hun: ‘Waarover zijn jullie met hen aan het discussiëren?’ 17  Iemand uit de menigte antwoordde: ‘Meester, ik heb mijn zoon naar u gebracht omdat hij door een geest bezeten is en niet kan praten; 18  steeds wanneer de geest hem overweldigt, gooit die hem op de grond, en dan komt het schuim hem op de mond te staan, hij knarst met zijn tanden en wordt helemaal stijf. Ik zei tegen uw leerlingen dat ze hem moesten uitdrijven, maar dat konden ze niet.’ 19  Hij zei tegen hen: ‘Wat zijn jullie toch een ongelovig volk, hoe lang moet ik nog bij jullie blijven? Hoe lang moet ik jullie verdragen? Breng hem bij me.’ 20  Ze brachten de jongen bij hem. Toen de geest hem zag, deed hij de jongen meteen stuiptrekken, en met het schuim op de lippen viel hij op de grond en rolde heen en weer. 21  Jezus vroeg aan zijn vader: ‘Hoe lang heeft hij hier al last van?’ Hij antwoordde: ‘Al vanaf zijn vroegste jeugd, 22  en hij heeft hem zelfs vaak in het vuur gegooid en in het water met de bedoeling hem te doden; maar als u iets kunt doen, heb dan medelijden met ons en help ons.’ 23  Toen zei Jezus tegen hem: ‘Of ik iets kan doen? Alles is mogelijk voor wie gelooft.’ 24  Meteen riep de vader van het kind uit: ‘Ik geloof! Kom mijn ongeloof te hulp.’ 25  Toen Jezus zag dat er een grote groep mensen toestroomde, sprak hij de onreine geest op strenge toon toe en zei: ‘Geest die doof en stom maakt, ik gebied je: ga uit hem weg en keer niet meer in hem terug.’ 26  Onder geschreeuw en met hevige stuiptrekkingen ging hij uit hem weg; de jongen bleef voor dood achter, zodat de mensen zeiden dat hij was gestorven. 27  Maar Jezus pakte hem bij de hand om hem overeind te helpen en hij stond op.28  Hij ging een huis in, en toen ze weer alleen waren, vroegen zijn leerlingen hem: ‘Waarom konden wij die geest niet uitdrijven?’ 29  Hij antwoordde: ‘Dit soort kan alleen door gebed worden uitgedreven.’ (NBV)

Geloven dat het Goede je de weg wijst in alle situaties is natuurlijk mooi. Maar weet je dan ook overal raad op? “Gods plan leren kennen” wordt vaak als heel belangrijk afgeschilderd. “Als Jezus maar in je hart woont dan weet je overal raad op” wordt vaak beweerd. Dat het dus niet zo is blijkt hier in dit verhaal maar weer. Het antwoord op een epileptische jongen moeten de volgelingen van Jezus van Nazareth schuldig blijven. Daar is kennelijk het bovenstaande gebed van de vader voor nodig. Zo lang met een ziek kind rondzeulen maakt soms dat genezing onbestaanbaar wordt. Nog steeds zijn er ouders die de neiging hebben alle behandelingen van artsen maar te staken als er steeds weer nieuwe therapieën worden geprobeerd en hun ernstig zieke kinderen nieuwe martelingen moeten doormaken in de hoop op genezing van een ernstige ziekte. Hulp bij de twijfel in de mogelijkheden op genezing en begrip voor de twijfel is dan geboden.

Een luisterend oor en een hand op de schouder zijn in een modern ziekenhuis echter soms ver te zoeken ook bij op zich goedwillende artsen. We hebben van de gezondheidszorg een markt gemaakt. Artsen en verpleegkundigen moeten daardoor genezing produceren, zorg voor mensen hoort daar meestal niet bij, daar staat geen vergoeding tegenover en dus is er ook geen tijd voor. Gelukkig zijn er vrijwilligers die in vrijwilligersorganisaties steun en toeverlaat voor patiënten en verwanten willen zijn. Volgelingen van Jezus van Nazareth kunnen hier hun geloof in het onmogelijke laten zien. Steun lijkt onmogelijk maar dat is het juist niet. Gebedsgenezing, daar moet je voorzichtig mee zijn. Te gemakkelijk wordt een niet genezen aan ongeloof, of een te weinig geloof toegeschreven. Spontane genezingen op gebed, als een soort wonderen, zijn niet de genezingen waarvoor Jezus van Nazareth reclame heeft gemaakt. Integendeel hij verbood steeds de mensen er over te praten.

Waar hij voor zorgde was voor begrip voor mensen, voor nieuwe kracht waardoor mensen met hun leven verder konden, voor de steun en het begrip dat ieder van ons aan een ander kan schenken. De geest, die doof en stom maakt, moet vaker bij de omstanders worden uitgedreven dan bij de patiënten zelf. En daar kunnen we zelf een heleboel aan doen. Uiteindelijk sprak die vader in zijn gebed misschien zijn ongeloof in een God uit die zijn kind zo liet lijden maar hij bleef geloof houden in het kind zelf. Geloof vrijwaart ons niet van ziekte en ellende, geloof is geen levensverzekering waarmee de dood is uitgesloten. Maar het geloof in de mensen om ons heen kan hen op de been houden en dokters en verpleegkundigen de gelegenheid geven hun moeilijke werk te doen. Het kan mensen ook helpen afscheid te nemen van elkaar en toch te weten dat het goed is. Aan ieder van ons om ook in de gezondheidszorg de mensen voorop te blijven plaatsen. Ook daar is het lot van de zwaksten de maat voor de kwaliteit, ook daar is nog veel werk te doen dus.

Reacties

Marcus 9:2-13

2  Zes dagen later nam Jezus Petrus, Jakobus en Johannes met zich mee een hoge berg op, waar ze helemaal alleen waren. Voor hun ogen veranderde hij van gedaante, 3  zijn kleren gingen helder wit glanzen, zo wit als geen enkele wolwasser op aarde voor elkaar zou kunnen krijgen. 4  Toen verscheen Elia aan hen, samen met Mozes, en ze spraken met Jezus. 5  Petrus nam het woord en zei tegen Jezus: ‘Rabbi, het is goed dat wij hier zijn; laten we drie tenten opslaan, een voor u, een voor Mozes en een voor Elia.’ 6  Hij wist niet goed wat hij moest zeggen, want ze waren door schrik overweldigd. 7  Toen viel de schaduw van een wolk over hen, en uit de wolk klonk een stem: ‘Dit is mijn geliefde Zoon, luister naar hem!’ 8  Ze keken om zich heen en zagen opeens niemand meer, behalve Jezus, die nog bij hen stond. 9  Toen ze de berg afdaalden, zei hij tegen hen dat ze aan niemand mochten vertellen wat ze hadden gezien voordat de Mensenzoon uit de dood zou zijn opgestaan. 10  Ze namen zijn woorden ter harte, maar vroegen zich onder elkaar wel af wat hij bedoelde met deze opstanding uit de dood. 11  Ze vroegen hem: ‘Waarom zeggen de schriftgeleerden dat Elia eerst moet komen?’ 12  Hij antwoordde: ‘Elia komt inderdaad eerst en herstelt alles, maar over de Mensenzoon staat toch geschreven dat hij veel moet lijden en met verachting behandeld zal worden? 13  Ik zeg jullie: Elia is al gekomen, en ze hebben met hem gedaan wat ze wilden, zoals over hem geschreven staat.’(NBV)

We willen graag alles begrijpen, alles vasthouden en alles voorzien. Dat zit nu eenmaal in onze aard. En als het gaat om aardse zaken is het ook zo gek nog niet. Ruimteschepen vliegen af en aan naar het ruimtelaboratorium ISS. Een prestatie van formaat. Er zijn medicijnen die zorgen dat mensen die besmet zijn met HIV geen AIDS meer kunnen krijgen. Een groot deel van de kankerpatiënten geneest tegenwoordig en ook behandelingen tegen Alzheimer komen langzaam in zicht. De studie over menselijk samenleven en de vrede bewaren mag nog wel wat geïntensiveerd worden maar het is eigenlijk meer jammer dat bestuurders en machthebbers zo weinig kennis nemen van de wetenschappelijke resultaten op dit gebied. Als het gaat om de Bijbel is dat willen weten, meten, verklaren en voorzien wat minder vruchtbaar.

We weten dat aan alles een eind komt. Sterren storten in tot zwarte gaten, ooit was er een grote knal waarmee alles begon en ooit zal alles ineenstorten tot een groot zwart gat. We geloven dat God er dan iets mee te maken heeft, dat er een nieuwe hemel en een nieuwe aarde zal komen waar geen pijn en geen verdriet meer is. Dat geloof zet ons in beweging om pijn en lijden te bestrijden. Zoals Mozes niet ging wachten op de nieuwe aarde maar zijn volk uit Egypte leidde en Elia zijn mond niet hield maar de misstanden in de samenleving luidkeels aan de kaak stelde wachtte ook Jezus niet tot God ingreep maar begon hij brood te breken en mensen weer bij de samenleving te betrekken. Dat is mooi en dat willen we vastleggen. Zo zijn er veel zogenaamde Christenen die zich voortdurend bezig houden met de eindtijd en de tekenen die daar op zouden kunnen wijzen.

Maar juist vastleggen en nameten is niet aan de orde. Het verhaal van Jezus is een verhaal van beginnen en opnieuw beginnen, telkens weer. In de ogen van de wetenschap een bespottelijk verhaal, maar voor wie er in mee wil doen een glanzende werkelijkheid van bevrijding uit de slavernij van alle dag en het aan de kaak stellen van het kwade in de wereld. Ondanks de voortdurende nieuwe inzichten van de wetenschap gelooft men toch dat alles in de wetenschap vast ligt. Jezus neemt in het verhaal van vandaag de leer van Mozes en het verhaal van de profeten met zich mee. Dat geeft hem glans. Een glans waarvan de betekenis pas duidelijk wordt na de opstanding. Maar die glans kunnen we vandaag ook weerspiegelen daar kun je mee rekenen, en als er een morgen is dan begint het gewoon weer als nieuw.

Reacties

Marcus 8:27–9:1

27 Jezus vertrok met zijn leerlingen naar de dorpen in de buurt van Caesarea Filippi. Onderweg vroeg hij aan zijn leerlingen: ‘Wie zeggen de mensen dat ik ben?’ 28  Ze antwoordden: ‘Johannes de Doper, en anderen zeggen Elia, en weer anderen zeggen dat u een van de profeten bent.’ 29  Toen vroeg hij hun: ‘En wie ben ik volgens jullie?’ Petrus antwoordde: ‘U bent de messias.’ 30  Hij verbood hun op strenge toon om met iemand hierover te spreken. 31  Hij begon hun te leren dat de Mensenzoon veel zou moeten lijden en door de oudsten van het volk, de hogepriesters en de schriftgeleerden verworpen zou worden, en dat hij gedood zou worden, maar drie dagen later zou opstaan; 32  hij sprak hierover in alle openheid. Toen nam Petrus hem apart en begon hem fel terecht te wijzen. 33  Maar hij draaide zich om, keek zijn leerlingen aan en wees Petrus streng terecht met de woorden: ‘Ga terug, achter mij, Satan! Je denkt niet aan wat God wil, maar alleen aan wat de mensen willen.’ 34  Hij riep de menigte samen met de leerlingen bij zich en zei: ‘Wie mijn volgeling wil zijn, moet zichzelf verloochenen, zijn kruis op zich nemen en zo achter mij aan komen. 35  Want ieder die zijn leven wil behouden, zal het verliezen, maar wie zijn leven verliest omwille van mij en het evangelie, zal het behouden. 36  Wat heeft een mens eraan als hij de hele wereld wint, maar er het leven bij inschiet? 37  Wat zou een mens niet overhebben voor zijn leven? 38  Wie zich tegenover de trouweloze en zondige mensen van deze tijd schaamt voor mij en mijn woorden, zal merken dat de Mensenzoon zich ook voor hem schaamt, wanneer hij komt in het gezelschap van de heilige engelen en bekleed met de stralende luister van zijn Vader.’ 1 Verder zei hij ook nog: ‘Ik verzeker jullie: sommigen die hier aanwezig zijn zullen niet sterven voordat ze de komst van het koninkrijk van God in al zijn kracht hebben meegemaakt.’(NBV)

Christendom is soms net Haarlemmer Olie. In vroeger dagen geloofden mensen dat Haarlemmer Olie je kon genezen van alle soorten kwalen. Was je ziek dan had je maar een paar eetlepels Haarlemmer Olie te nemen en je werd er beter van. Dat werkte natuurlijk niet echt maar als je er in gelooft kan het helpen. Veel huis tuin en keuken kwaaltjes verdwijnen vanzelf na een paar dagen en als je dan die paar dagen Haarlemmer Olie hebt geslikt dan schrijf je de genezing gemakkelijk toe aan dat medicijn. Zo is het ook als je tijdens zo'n lichte ongesteldheid hebt gebeden om genezing. Ja het helpt, je geneest. Maar ook dat gebed heeft net zomin geholpen als de Haarlemmer Olie. Toch hoor je sommige voorgangers en evangelisten nog wel eens verkondigen dat je geneest van je ziekten, dat je problemen worden opgelost, dat zelfs je schulden verdwijnen als je maar gaat geloven in Jezus van Nazareth als je Messias, je bevrijder van alle aardse ellende. Want Messias, in het Grieks Christos, betekent toch "bevrijder" en de discipelen hadden het toch bij het rechte eind toen ze Jezus van Nazareth aanwezen als hun Messias?

Natuurlijk, maar dat wilde toen niet zeggen dat alle ellende voorbij was en dat wil het nog steeds niet zeggen. Jezus van Nazareth zelf zou de eerste zijn die de dood onder ogen moest zien omdat hij zijn liefde voor mensen door de dood heen wilde volhouden. Maar ook daarmee zou het lijden voor zijn leerlingen niet de wereld uit zijn. Integendeel, ook zij moesten bereid zijn hun kruis op zich te nemen. Zo moeten ook wij bereid zijn het lijden van onszelf te dragen en het lijden van de wereld onder ogen te zien. Het Christen zijn voorkomt niet dat je kinderen kunnen omkomen bij brand of ongeval of sterven door ziekte. Het Christen zijn betekent niet dat je gevrijwaard bent voor seksueel, zinloos of huiselijk geweld. Christen zijn voorkomt niet dat je ziek wordt en arbeidsongeschikt, of gehandicapt raakt. Christen zijn betekent wel dat je een open oog hebt voor anderen die dat overkomt en die jouw hulp en steun nodig hebben. Christen zijn betekent dat je een open oor hebt voor die mensen die om hulp roepen.

Christen zijn betekent dus niet dat je minder met lijden te maken hebt maar het betekent dat je ook nog te maken wil hebben met het lijden van anderen. Want alleen als we bereid zijn te maken willen hebben met het lijden van de minsten in de wereld dan kunnen we een weg vinden om alle lijden de wereld uit te helpen. Daarvoor moeten we bereid zijn om het lijden desnoods door de dood heen te dragen. Die weg is een onvoorwaardelijke liefde voor mensen, onvoorwaardelijk afzien van geweld maar blijven kijken en luisteren naar de zwaksten. Niet om er zelf iets voor terug te krijgen, want liefde zoekt zichzelf niet heeft Paulus ons geleerd maar om onze samenleving er rijker door te maken. Het meest merkwaardige is dat die last niet een zware last is, als we werkelijk willen werken aan een wereld zonder lijden dan zal die last licht blijken te zijn. We kunnen dat kruis vandaag nog op ons nemen zoals elke dag opnieuw.

 

Reacties
Domeinregistratie en hosting via mijndomein.nl