basalk.punt.nl
Abonneren

Abonneer je nu voor nieuwe artikelen op deze website!

Laatste artikelen

Spreuken 4:20-27

Het God lief met heel je hart en met heel je verstand staat ergens anders in de Bijbel geschreven en Jezus van Nazareth voegt er de tekst uit Leviticus aan toe over het heb je naaste lief als jezelf waardoor dat de manier wordt waarop je van de God van Israël kan houden. Geen wonder dus dat de Spreukendichter ons vandaag oproept om vooral over je hart te waken. Er staat niet voor niets geschreven dat waar je hart is ook je schat zal zijn. En het symbool dat wij bij uitstek hanteren voor de liefde tussen mensen is het hart. Al dat leren, dat lernen, van het onderricht dat wijsheid brengt, het onderricht van de Thora, de eerste vijf boeken van de Bijbel, de leer van Mozes, zou er op kunnen wijzen dat het in de Bijbel gaat om het gebruiken van je verstand. Het lijkt er op alsof je hart er niet meer aan te pas komt, maar niets is minder waar. Het leren van de Thora is het leren de Thora te beoefenen, uiteindelijk de Thora te vervullen. Het gaat dus om te leren hoe te handelen in het leven, hoe merk je de zwaksten op, hoe steek je een hand uit, wat is hulp eigenlijk?

Het gaat bij het leren handelen juist niet om het gebruiken van het verstand. Paulus gebruikt hier vergelijkingen uit de sport en sportlieden oefenen net zo lang tot hun handelen van nature gaat. Ze focussen en dat betekent dat ze alle verwerking van indrukken stopzetten en alleen nog voelen hoe ze in hun sport moeten handelen. De spreuken van vandaag zijn daar eigenlijk op gericht. Het vermijden van het kwaad en het doen van het goede en niets dan het goede moet vanzelf gaan. Dat is niet een van boven opgelegde houding maar komt van binnenuit. Naar de liefde is het hart immers ook de zetel van het leven en de tekst zou ook vertaald kunnen worden als hoe lang je leeft hangt af van hoe goed je voor je hart weet te zorgen. Nu is de Bijbel toch al geneigd om liefhebben van de naaste te verbinden met een lang leven, met het weer gaan leven ja zelfs met het uit de dood opstaan, uit een doods bestaan weer tot leven komen. Allemaal begrippen die in dit korte stukje uit Spreuken mee mogen gaan klinken.

In het begin van het gedeelte dat we vandaag lezen wordt er de nadruk op gelegd dat de leer van Mozes van vader op zoon wordt doorgegeven. Rabbijnen hadden hier uit afgeleid dat vrouwen die manier van handelen al van nature hadden. Te meer ook omdat de wijsheid die hier onderwezen wordt zelf als vrouw wordt afgebeeld. De zorg van de moeder is natuurlijk ook een goed voorbeeld van natuurlijke zorg, een moeder voelt aan hoeveel zorg en hulp haar kinderen nodig hebben. De vader moet dat zelf leren en weer aanleren aan zijn zonen. Van een meer vooraanstaande positie van mannen is hier dus geen sprake, integendeel, de domme mannen hebben altijd weer nog veel te leren over liefde voor de naaste en over de zorg voor de minsten. Maar is schemert nog een ander gevolg door. Het onderwijs van vader op zoon zoals hier beschreven wordt is het onderwijs van elke vader aan elke zoon, van generatie op generatie. Het is dus het onderwijs voor een heel volk. Het  navolgen van de leer van de Thora, het beoefenen van de liefde voor God, het  vervullen van de Thora is dus niet alleen een  individueel gebeuren het is iets wat de hele samenleving raakt, het zal overal in het volk te merken zijn. De Thora was dan ook niet aan één mens  gegeven maar aan een volk dat een voorbeeld mocht zijn. Als wij in onze samenleving oplossingen zoeken voor problemen, wetten willen maken die problemen oplossen mogen we dus best naar die Thora kijken, wetten maken die gebaseerd zijn op liefde voor mensen.

Reacties

Spreuken 4:10-19

We lezen nog steeds in de lessen van de wijsheid. We weten inmiddels dat met het onderricht de leer van de Thora wordt bedoeld. Met als hart van de Thora het heb uw naaste lief als uzelf. Het aardige is dat het ook letterlijk het hart van de eerste vijf boeken van de Bijbel is. Het middelste boek van de eerste vijf is het boek Leviticus en midden in Leviticus staat de samenvatting van alle leer Heb uw naaste lief als uzelf. Wij vatten die Thora vaak op als het burgerlijk wetboek, of als de verkeersregels, ze gelden voor iedereen altijd hetzelfde onder alle omstandigheden. Maar zo is de Thora niet bedoeld. Leren uit de Thora is niet zozeer uit het hoofd leren maar vooral de toepassing er van oefenen. Dat kan door je voor te stellen wat de teksten van de Thora te betekenen zouden kunnen hebben onder allerlei omstandigheden. In de Joodse manier van leren van de Thora heeft men die manier van lezen uitgebreid beoefend en een heleboel daarvan kun je terugvinden in de Talmoed.

In de Christelijke manier ging het meer om het oefenen. Oorspronkelijk waren Joden en Christenen samen maar toen Christenen zich op last van de Keizer van Rome losmaakten van de Joden en een eigen godsdienst gingen vormen kwam de Heidense manier van godsdienst vaak op de voorgrond. In de Heidense manier van denken staat het offer centraal, daarmee moet de God worden gevoed of gunstig gestemd. Elke dag moet de gelovige daarom deel hebben aan dat offer, moet dat offer herhaald worden. Er is echter maar op een plaats sprake van een offer in Christelijke zin en dat is het offer van Christus die weigerde een opstand uit te lokken en die zette die weigering zo ver door dat hij uiteindelijk een kruisdood stierf. De dood die opstanden en oorlogen met zich meebrengen werd door hem op die manier voor eeuwig overwonnen. Hij stond op uit de dood, stortte zijn Geest uit en daardoor was er echt leven mogelijk, zonder angst voor de dood.

Het heeft een paar eeuwen geduurd voordat gelovigen er achter kwamen dat dat offer niet elke dag te herhalen is. Dat komt ook omdat die God van Israël niet gunstig gestemd hoeft te worden, die heeft de mensen al lief en nu wij nog. Daarom staat die liefde voor de naaste als voor jezelf centraal in de leer van de God van Israël, de Thora. Als je daarin gaat geloven dan wordt het liefhebben van mensen een vreugde die je elk moment kunt beleven. Het gedeelte van het boek Spreuken dat we vandaag lezen beschouwd het bijna als een sport. Als je de sport van liefhebben van je naaste beoefend kun je niet struikelen. Al je handelen stem je af op de liefde voor de minste, op elke situatie laat je het licht schijnen van de Thora, hoe kan ik hier de minste liefhebben als mijzelf. Doe je dat niet dan struikel je, soms zelfs zonder te weten hoe en waarom. Je moet je dus niet begeven bij de goddelozen, de mensen die menen dat eigenliefde wel genoeg is, die vinden dat iedereen zelf moet zorgen voor zijn eigen geluk en als je pech hebt of ongeluk je treft dan ben je daar ook zelf verantwoordelijk voor. Wie echter gelooft dat er een wereld mogelijk is zonder tranen, zonder oorlog en geweld, zoekt het bij de Liefde, de Liefde overwint alles en de Liefde is de grootste.

Reacties

Spreuken 4:1-9

Nu de scholen weer beginnen en volgende week zelfs de universiteiten hun academisch jaar openen lezen we vandaag een gedeelte uit de Nieuwe Bijbelvertaling over leren. Dat leren van de wijsheid van God staat centraal in het geloof van Joden en Christenen. In de praktijk van Christelijke kerken is het begrip leren een beetje ondergesneeuwd. Dat komt door de vertaling van het begrip Thora. Dat wordt meestal vertaald met Wet, soms ook met geboden en hier in dit gedeelte vertaalt de Nieuwe Bijbelvertaling net als de Naardense Bijbel met richtlijnen. In Hebreeuwse commentaren wordt Thora ook vertaald  met lering, leer, of onderwijs en een zin als "handel naar mijn richtlijnen" of "onderhoud mijn geboden" zou ook vertaald kunnen worden met "blijf oefenen in mijn onderricht". Het begin van de Wijsheid die je moet leren is immers het inzicht. Inzicht in hoe de wereld in elkaar zit en waar je op moet letten. In de Bijbel is dat dus niet het nadoen van anderen, of het voldoen aan verwachtingen, zelfs niet de verwachtingen die een God zou kunnen hebben van jou als gelovige.

Het inzicht dat de eerste vijf boeken van de Bijbel, de boeken die de leer van Mozes in zich dragen, is dat de wereld bestaat uit heersers en slaven en dat de slaven bevrijdt moeten worden. Dat wat men heeft is niet door eigen verdienste verworven maar is altijd een geschenk van God. God geeft aan de goeden en aan de slechten en het leren is bedoeld om aan de kant van de goeden komen te staan. Leren hoe je rijk moet worden, hoe je lang zou kunnen leven, hoe je gelukkig zou kunnen worden heeft dus geen zin. Het gaat er om te leren te delen van wat je hebt met hen die het nodig hebben. Het gaat er om te leren mensen te bevrijden van de slavernij waarin zij verstrikt zijn  geraakt. Slavernij van een godsdienst of ideologie die hen dwingt dingen te doen of te laten of in het ergste geval zelfs anderen te doden of te verwonden. Slavernij van werken en consumeren zodat er geen tijd meer overblijft om te delen, om anderen te laten genieten van jouw talenten, om samen een samenleving op te bouwen waar plaats is voor iedereen.

Dat wat je in de Bijbel te leren krijgt is niks nieuws. Het wordt van vader op zoon en van moeder op dochter doorgegeven. In dit gedeelte zijn vaders en grootvaders aan het woord. God mag als Vader worden aangesproken, Onze Vader en iedereen leert dat Ons staat voor alle mensen in de wereld met wie je samen mag bidden. Maar juist in dit gedeelte uit het boek Spreuken leren we dat God ook als een moeder voor ons zorgt. De wijsheid is onze moeder leren we, die we lief moeten hebben ons hele leven lang. Een moeder weet wat haar kinderen nodig heeft. Joodse Rabbijnen hebben wel eens opgemerkt dat moeders eigenlijk helemaal niet steeds hoeven te leren, te lernen noemen ze dat als het gaat om het je eigen maken van de leer van Mozes, want moeders kennen en kunnen die leer al van nature, ze nemen hun kinderen niet alles uit handen, ze proberen de zorg voor anderen voor te leven, ze straffen en berispen als kinderen afwijken van hetgeen ze geleerd hebben en ondanks dat alles voor zichzelf willen houden. Zo leert God ons ook en dat leren, of lernen, moeten we ons hele leven blijven doen. Ons eigen maken dat we mogen delen. Daarom zijn er in veel kerken ook leerhuizen, om samen te leren van de leer van Mozes.

Reacties

 Matteüs 16:13-28  

Simon de zoon van Jonas had een bijnaam. Jona betekende duif en boodschapper, maar was de zoon van de duif ook zo zachtmoedig?. Simon was visser dus sterk, hij was rechtlijnig, zoals vissers ook vandaag de dag nog rechtlijnig kunnen zijn. Zijn bijnaam was dan ook rots, Petrus. Maar de combinatie van rechtlijnig en godsdienst brengt splitsingen en wonderlijke ideeën. Die hoeven overigens niet altijd verkeerd te zijn maar je moet wel oppassen. In het stuk hierboven heeft onze Simon Petrus het ineens door. Die Jezus van Nazareth met zijn onvoorwaardelijke liefde voor de mensen en zijn boodschap van heb je naaste lief als jezelf die kan de hele wereld bevrijden. Zo zal de God van de Wet van de woestijn zijn zoon gezien willen hebben. Die zoon lijkt het meest van ons allemaal op God, die God immers zag dat het goed was. Als je op die manier met elkaar omgaat heeft ook de dood geen invloed meer op je beslissingen en kan die de gemeenschap die je vormt niet meer omverwerpen. Dat is nauwelijks te geloven en Simon, bijgenaamd Petrus, zal dat geloof ook niet lang volhouden, ook daar gaan we nog van kunnen leren.

Iemand die er van geleerd had was Roger Schutz, de abt van Taizé. Een Protestantse abt, en beetje raar voor Hollandse Calvinisten en Nederlandse Protestanten. Maar broeder Roger had al vroeg geleerd dat je de liefde voor mensen voorop moest zetten. Niet de liefde voor bezit of aanzien maar echte liefde voor mensen. En dat je pas echt voor mensen kunt zorgen als je ook voor jezelf zorgt. Daarom was hij naar dat kleine dorpje in Frankrijk gekomen, om in stilte voor zichzelf te zorgen, en voor de mensen. Samen met zijn broeders die hetzelfde ideaal hadden, als een soort oefening in het leven in het nieuwe Koninkrijk van God. In de Tweede Wereldoorlog werd het een vluchthaven voor velen die met de dood werden bedreigd. Na de jaren 60 van de vorige eeuw werd het een inspiratiebron voor heel veel jonge Europeanen die moesten leren in een nieuwe wereld te leven. In dat nieuwe Europa waren de zuilen van geloven, de zuilen van landen, de zuilen van mensen die zich verheven hadden, omvergehaald. Verzoening en onvoorwaardelijke liefde voor mensen kwamen er voor in de plaats als het aan de gemeenschap van Taizé lag. Zo werd ook broeder Roger een rots waar velen naar opkeken. De gewelddadige dood van broeder Roger maakt dat niet stuk, dat gaat verder, want daar zien we nog steeds een heel klein stukje van het Koninkrijk van God.

Leuke meester was die Jezus van Nazareth overigens. De ene dag prees hij de arme Simon, zoon van Jona,  als de rots op wie het nieuwe rijk gebouwd zou worden en de volgende dag werd dezelfde Simon uitgescholden voor Satan. En dat alleen omdat Simon Petrus het lijden, dat Jezus voorzag, wilde voorkomen. Er is toch niks beters dan het lijden, van iemand van wie je houdt, te voorkomen zou je denken. Nou niet helemaal. Als het gaat  omdat je nu eenmaal dingen moet zeggen en doen ter wille van de liefde voor de mensen, dan moet gedaan worden wat moet worden gedaan. Als je daarbij het lijden dat het mee kan brengen niet uit de weg wil gaan is tegenhouden van dat lijden zelfs verkeerd. Zwijgen en het lijden ontlopen omdat de mensen dat nu eenmaal meer op prijs stellen is dan niet aan de orde. En daarmee komen we in een knoop terecht in onze dagen. Bij ons is namelijk een stevig beleid uitgezet tegen radicalisering. Problemen moet je bij de wortel aanpakken en degenen die problemen veroorzaken bij de naam noemen. Jezus noemde Simon dus Satan. Dat mag dus niet meer. Niet zo vreemd trouwens. Zo kun je je vrienden nog wel eens toespreken maar als je je vijanden zo gaat uitschelden dan zaai je meer oorlog en haat dan je lief is. Wij leven in een democratie, een manier van samen leven waar je met elkaar in gesprek moet blijven.  Die democratie hebben we dus niet voor niks. Die is er niet voor om deftige dames en heren te verheffen, maar om respect te krijgen voor ook de minsten in de samenleving en er voor te zorgen dat iedereen, maar dan ook werkelijk iedereen, daar aan mee mag doen..

Reacties

Matteüs 16:1-12  

Prachtig al die wonderen die zo maar in de Bijbel voorbij lijken te komen. Als je wilt weten wat van God is, nou let dan op de wonderen, dat denken veel mensen wel, maar zo zit het niet.  Jezus lijkt in dit verhaal niks van wonderen te willen weten. Als de religieuze leiders van zijn tijd vragen om een teken uit de hemel wijst hij op alle schijnzekerheden die ze steeds weer te berde brengen. Als weersvoorspellers naar de natuur gaan ze tekeer. Als het regent komt er water in de sloot en als de zon schijnt is het droog. Verder komen ze eigenlijk niet. Dat soort zekerheden kennen we nog steeds. Er komt een terroristische aanslag, zeker weten, alleen wanneer weten we nog niet, dus wees waakzaam. De vrijheden van burgers worden ingeperkt, grote massa's politieagenten ingezet om iedereen te controleren. En uiteindelijk werd een arme Braziliaan in Londen doodgeschoten omdat hij hardlopend de metro wilde halen. En wie heeft zich niet eens gehaast om de trein of de bus te halen? Is dat voortaan gevaarlijk? En hoeveel wordt er gedaan om de oorzaken van het terrorisme weg te nemen?

De oorlogen in Irak en Afghanistan werden er mee gerechtvaardigd, maar daar zaten toen de terroristen niet. Die zitten inmiddels wel in Irak als een eigen Islamitische Staat, in de aanhangers van de vroegere dictatuur vinden ze warme bondgenoten. De tekenen van de tijd noemt men dan, nooit wordt het meer hetzelfde, we moeten ons wapenen. Dat ondertussen de rijken steeds rijker worden en de armen steeds armer, dat de honger in de wereld toeneemt in plaats van afneemt, dat de grenzen van de rijke landen meer gesloten worden in plaats van open dat zijn tekenen van deze tijd die niet genoemd en dus niet gezien worden. Wij zijn ondertussen druk bezig met discussies over de benzineprijs. Autorijden is belangrijker op dit moment dan de toekomst van onze kleinkinderen. We gaan te gronde als we niets aan de overmatige prijzen doen, roepen politici in koor. Alsof er niet genoeg op de hele wereld is om iedereen te eten te geven.

Alleen als we door blijven gaan om kostbare grondstoffen in een hoog tempo op te maken, scheppen we problemen voor hen die na ons komen. Echte liefde voor mensen zou ons daarvoor moeten behoeden. Dat we wat minder auto rijden is niet zo erg, er is ook openbaar vervoer en dat kan ook nog beter, met meer werk voor werklozen. Jezus waarschuwde voor de propaganda van het eigen belang. Pas als er wonderen worden verricht is het waar zo wil men ons doen geloven. Niks er van zei hij: pas als er gedeeld wordt is het waar. Op dus naar een duurzame samenleving, waar plaats is voor iedereen en niemand wordt uitgesloten van zorg en voedsel. Een samenleving waar tranen worden gedroogd, waar niemand bang hoeft te zijn niet meer te mogen geloven wat men gelooft, waar een kind speelt in het hol van een slang en niemand voor zijn tijd hoeft te sterven.  In de Bijbel noemden ze dat het Koninkrijk van God.

Reacties

Psalm 119:65-72

“Het was goed dat ik vernederd werd” zegt de Nieuwe Bijbelvertaling in haar vertaling van het gedeelte dat we vandaag lezen van Psalm 119. Nou dat staat er niet echt in het Hebreeuws. De Naardense Bijbel zegt hier “‘t Is goed voor mij geweest dat ik moest bukken” en dat komt er al veel dichterbij. Vertalen is een kunst en de opvattingen over wat de beste vertaling is kunnen soms hinderlijk uiteenlopen. We zijn immers niet bezig met vertalen maar met het proberen de boodschap van de Bijbel te verstaan. En een goed verstaander heeft wellicht maar een half woord nodig maar het moet dan wel het kernwoord zijn. Dat bukken staat hier in tegenstelling tot de hoogmoedigen. Als je iemand op wil richten die op de grond ligt dan moet je je wel bukken. Als je iemand wil helpen die het een stuk minder heeft dan jij dan krijg je het gevoel dat je van je toppen van geluk moet afdalen tot de diepten van een andermans ellende. Ook dat is bukken.

De Psalm zegt dat je juist in dat bukken de Wet van de Liefde, de Thora, leert kennen. De Wet leer je niet kennen als je jezelf voorhoudt dat God met je is omdat je het goed hebt en dat de mensen die het slecht hebben van God verlaten zijn. Dat kan mensen nog wel eens kwaad maken. Als je blijft zeggen dat de psychisch gestoorde zwervers in de stad hulp nodig hebben en geen straf. Dat we onze hand moeten uitsteken al komen we niet verder dan soep uitdelen met het Leger des Heils, maar eens zal een opmerking over een ander leven iemand doen luisteren, zal een uitgestoken hand worden aangenomen. Als we tenminste onze hooghartigheid weten te verlaten en werkelijk weten te bukken. Voor veel mensen betekent dat een vernedering. Afstappen van alle voorrechten die je hebt en meegaan met hen die huis en haard verlaten en verloren hebben. Voor de dichter van deze Psalm is het het tegendeel van een vernedering. Het is een verkwikking waaraan je met heel je hart kunt vasthouden.

Zo blijft verbondenheid met de armsten in de wereld je het gevoel van gemeenschap geven waar geen trots op welk land dan ook tegenop kan. Want juist in de verbondenheid met de armsten ligt de bron van een betere wereld, de wereld waar de Wet van eerlijk delen regeert, waar de Thora wordt vervuld, waar geen honger en geweld meer voorkomt. Daarom is onze betrokkenheid met al die slachtoffers van oorlog en geweld goed, maar zullen we meer moeten doen dan soldaten sturen. We weten dat we zullen moeten bukken, dat we zullen moeten delen, dat is meer dan wederopbouw, dat is ook de Palestijnen in de Gazastrook een eigen land gunnen binnen veilige grenzen, net als Israël. Want ook Palestina hoort bij het land van Jezus van Nazareth, net als al de landen waar nog honger en oorlog is. Het zal nog goddelozen kwaad maken als je gaat pleiten voor meer hulp aan Palestina, voor meer zorg voor de slachtoffers van oorlog en geweld, maar het is de Thora die ons dat ingeeft en met vreugde de hand doet grijpen van de armsten in de wereld.

Reacties

Nehemia 13:23-31

Vandaag een lezing uit het boek Nehemia met een verhaal dat vaak wordt overgeslagen omdat we het eigenlijk onfatsoenlijk vinden. In onze dagen lijken de grenzen tussen mensen afkomstig uit verschillende volken vervaagd. Het is niet raar als je met een zogenaamde buitenlander of buitenlandse trouwt. Dat is trouwens nog niet zo lang want nog maar een paar decennia geleden werd door veel mensen gevonden dat het eigenlijk niet hoorde, trouwen met een vreemdeling of vreemdelinge. Wie de verhalen van Indische Nederlanders kent bijvoorbeeld hoort vertellen over zogenaamde gemengde huwelijken, verbintenissen die vaak verborgen moesten blijven en waarvoor de blanke Nederlandse helft zich schaamde. Ook in Suriname was het lang de gewoonte om niet buiten de eigen etnische groep te trouwen. En bij de Joden geld nog vandaag de dag dat alleen het kind van een Joodse moeder als Jood geldt, het kind van een Joodse vader en een niet Joodse moeder moet zich eerst tot het Jodendom bekeren en de daarbij horende procedure volgen voordat het als Jood kan worden geaccepteerd. Die Joodse vader telt daarbij niet mee. Het gaat terug op Nehemia en het verhaal dat we vandaag lezen.

Dat we er verlegen mee zijn geraakt komt door de Tweede Wereldoorlog. De nadruk die toen werd gelegd op de etnische afstamming, de biologische afstamming had in de dagen van de nazi's tot uiterst ongewenste en onmenselijke toestanden geleid. Niet alleen met Joden, maar ook met Zigeuners en mensen uit Oost-Europa, die als minderwaardig werden beschouwd. Elk mens is evenveel waard is de geldende opvatting, overigens ook de opvatting die je overal in de Bijbel tegenkomt. Maar de waarde van een mens is niet het probleem waar Nehemia tegen aan loopt. Het is een probleem waar we ook in onze samenleving tegen aan lopen en waar we een indringende discussie en splitsing van opvattingen aan te danken heeft. Nehemia ontdekt namelijk dat er Joodse mannen zijn die met vrouwen van de buurvolken zijn getrouwd. Vrouwen uit Asdod, Moabitische vrouwen en Ammonietische vrouwen. Dat zou op zich niet zo erg zijn maar hun kinderen spraken geen Hebreeuws meer. Het voorlezen van de Thora, waar Nehemia met de Levieten zich voor had ingespannen had geen effect meer. Van een integratie in het volk Israël was geen sprake en daar marcheerden de vreemde goden het land Israël binnen en dat accepteren van vreemde goden, ja zelfs het aanbidden van die vreemde goden was de oorzaak geweest van de ballingschap.

In de negentiende eeuw dichtte de Nederlandse Hofdichter Tollens nog in het volks lied dat bij Nederland horen "Wien Neerlands bloed door d'aderen vloeit, van vreemde smetten vrij. Pas in de jaren 30 van de vorige eeuw werd dat volkslied vervangen door het Wilhelmus, waar Duitsland, Frankrijk en Spanje naast het geloof in Christus in rondspoken. De discussie over integratie is door de nazi's een moeilijke geworden. We geven wel taallessen aan ouders van allochtone kinderen, we geven die kinderen extra onderwijs als ze taalachterstanden hebben maar velen zouden willen doen wat Nehemia deed, ze terugsturen naar het land van herkomst van hun ouders. Nu in de eenentwintigste eeuw weten we dat we ook gewoon twee generaties kunnen wachten voor men zich is gaan aanpassen en als we mensen blijven aanspreken op hun afkomst we ze meer bevestigen in hun vreemd zijn dan in hun integratie in onze eigen cultuur. Nehemia had voor het vormen van een volk dat terugkeerde uit de ballingschap in vreemde landen het nodig om duidelijk de eigenheid van dat volk te benadrukken. Anders zouden anderen, Tobia bijvoorbeeld, het door de ballingen opgebouwde wel eens snel kunnen overnemen. Wij mogen van de Bijbel bij de opbouw van de samenleving ook best op de verschillen letten, als we mensen maar de kans geven om zich zo aan te passen aan onze samenleving dat ze er met hun eigen cultuur bij gaan horen, integratie heet dat. Er is ook versmelting, assimilatie, dat wordt nergens gevraagd en de verschillen blijven benadrukken leidt tot toestanden als die van de nazi's. Maar ook moeten we beseffen dat we mensen kansen moeten geven en niet onthouden.

Reacties

Nehemia 13:15-22

Het is nu eenmaal niet gewoon, één  dag van de week waarop er niet gewerkt mag worden, niet door de gelovigen, maar ook niet door de ongelovigen. Niet door de dienstmeiden en dienstknechten maar ook niet door de slaven, zelfs niet door de vreemdelingen. Het gebod van het niet werken op de Sabbat strekt zich zelfs uit tot de dieren. Het is wel een heel raar gebod dat de gelovigen in de God van Abraham gekregen hebben. Op vrijdag houden de  Moslims dit gebod, op zaterdag de Joden en op de zondag  de Christenen. De  Heidenen proberen overal juist dit gebod af te schaffen. Nehemia moet bijna geweld gebruiken om naleving van het gebod van de Sabbatsrust af te dwingen. De poorten moeten gesloten worden, de kooplieden die buiten de muren overnachten worden weggejaagd, ze blijven immers ook daar kooplieden en het zijn de levieten die belast worden met de bewaking van de poorten. Geen handel in Jeruzalem op de Sabbat.

Maar waarom altijd dat fanatisme rond het houden van de Sabbat. In de Bijbel worden twee elementen genoemd die geleid hebben tot het instellen van de Sabbat. De eerste is de belijdenis dat God de schepper is van hemel en aarde. God zag dat de aarde goed was en gaf de mens de aarde om te bewerken en er van te leven. Maar op de zevende dag rustte God uit van het scheppen, er moet ook genoten kunnen worden. Al dat werk en al die handel, de wijn die wordt geperst, de vis die wordt gevangen zijn dus niet het gevolg van de inspanning van mensen maar valt de mens uiteindelijk toe van God. Al moet de mens dat alles natuurlijk wel met de nodige inspanning weten te verwerven. De Sabbat is er dus ook om jezelf niet op de borst te kloppen voor alles wat je weer bij elkaar hebt weten te werken maar om God te danken voor alles wat je is toegevallen.

Het tweede element dat in de Bijbel wordt genoemd als reden voor de instelling van de Sabbat is de slavernij in Egypte. Daar moest het volk werken, vrijwel dag en nacht en toen vertegenwoordigers van het volk vroegen om tijd om de God van Israël te aanbidden werd het werk nog verzwaard en kwamen er extra taken. De mens is echter geen slaaf van productie en consumptie. De mens is bevrijd door de God van Israël juist om in vrede en samen van het goede van die aarde te genieten. Daarom is het gebod van de Sabbat ook bestemd voor de ongelovigen, zelfs voor de dieren, alles wat leeft, alles wat adem heeft mag de God van Israël loven en prijzen om de bevrijding van de slavernij, de bevrijding van de dood. In elk geval mag iedereen er van genieten. Daarom wordt ook in onze dagen soms te fanatiek gestreden tegen koopzondagen en de 24uurs economie. Ook nu zijn mensen geen slaven van werken en consumeren, niet alleen als individuen maar ook als volk. Samen zijn we op de zondag, onze traditie nu eenmaal, bevrijd van de slavernij, zodat we beseffen dat alles ons toe valt uit Gods hand en we God kunnen danken.

Reacties

Nehemia 13:4-14

De armen zijn niet heilig. Dat wordt nog wel eens vergeten als er in noodsituaties hulp moet worden verleend. We zien dan hongerende kindertjes en huilende moeders op de Televisie, storten geld, om na een jaar tot de ontdekking te komen dat de helft van het geld is opgegaan aan corruptie en diefstal. Zo gaat dat nu eenmaal, het zou geen reden moeten zijn om niet meer te geven maar om je gift te verdubbelen. Het ging namelijk ook al zo in de dagen van Nehemia. Dat was een hoge ambtenaar van het Perzische rijk waarheen de Judeeërs in ballingschap waren gevoerd. Koning Cyrus had bedacht dat hij de volken die in ballingschap waren gevoerd door zijn voorgangers beter tot vrienden kon maken door ze terug laten gaan met de opdracht om hun steden en Tempels weer op te bouwen. Hij had Nehemia belast met de taak om Jeruzalem te herbouwen en de Tempel van de God van Israël weer in ere te herstellen. Dat was gelukt. Er was wel oppositie geweest, lasterpraat en smerige geruchten verspreid door mensen van onduidelijke afkomst, Tobia bijvoorbeeld, maar de Tempel en de muren rond Jeruzalem waren met feestgedruis en groot vertoon in gebruik genomen. Nehemia vertrok toen weer naar de hoofdstad.

Als je in de Tempel woont dan ben je dicht bij de God die in de Tempel wordt vereerd. Dat is het Heidense denken dat je ook tegenwoordig nog wel tegenkomt. De Tempel in Jeruzalem was niet zo'n Tempel, God woonde daar niet maar gebruikte de Tempel hooguit als zijn voetenbank. Die Tempel was het centrum van de vervulling van de Thora. Daar werden de richtlijnen voor de menselijke samenleving bewaard. Daar zongen de Levieten ter ere van de God van Israël. Daar kon het volk delen van wat hen was toegevallen met de Priesters, de Levieten, de armen en de vreemdelingen die bij hen woonden. Er was daarvoor een voortdurende stroom voedsel dat naar de Tempel stroomde. Op den duur zou er zelfs een levendige handel ontstaan die elke gedachte aan delen met elkaar zou verdringen. Jezus van Nazareth zou al die handelaars nog eens de Tempel uit slaan. Toen Nehemia weer terug kwam zag hij een vergelijkbare situatie. Die opposant Tobia had van de Priesters een woonvertrek gekregen op de plaats die bestemd was om het voedsel voor de Levieten op te slaan. Die Levieten kregen niks en de koren van de Levieten dreigden weer terug te gaan naar huis om zelf maar voedsel te gaan verbouwen.

Die Tobia handelde dus net als de Ammonieten. Toen die in de woestijn het volk Israël tegenkwamen hadden ze geweigerd om brood en water met  de woestijnzwervers te delen. Oorlog was het gevolg. Nu zorgde weer een Ammoniet dat er niet gedeeld werd in de Tempel in Jeruzalem. Die Tobia was dus een Ammoniet en ze hadden net in de Thora gelezen dat je nooit een Ammoniet of Moabiet tot je volk moest toelaten want dat was volk dat weigerde te delen. Nehemia gooide het huisraad van Tobia de Tempel uit, herstelde het delen met de Levieten en sprak de Priesters aan op het doel van de Tempel, daar was letterlijk de praktische godsdienstoefening, niks was alleen voor jezelf, alles was om te delen. Wie dat verhinderde moest er worden uitgegooid. We kunnen er nog wat van leren. Controle op de internationale hulpverlening is dus hard nodig. Als zelfs in de dagen van Nehemia dit soort fraude voorkwam dan zijn wij er echt niet vrij van. Maar het mag nooit het delen met de hongerigen in de weg staan, het mag nooit verhinderen dat de dorstigen gelaafd en de naakten gekleed worden. Desnoods moeten we onze giften verhogen om ook de controle te betalen. Pas als we alleen de God van Israël als heilig ervaren en weten dat mensen nu eenmaal ook fout kunnen handelen kunnen we blijven bouwen aan dat Koninkrijk van recht en vrede waar Nehemia en zijn ballingen al aan begonnen waren.

Reacties

Nehemia 12:44-13:3

Mooi is dat, heilige gaven schenken. Je ziet het voor je, boeren in hun mooiste kleren die eerbiedig de Levieten benaderen om hen plechtig de belasting te overhandigen. Ze schepten er nog een eer in ook lees je. Maar dan lees  je het verhaal toch met Heidense ogen. In Heidense godsdiensten speelt het uiterlijk vertoon een grote rol, zo niet in de Godsdienst van Israël en tussen de regels door kun je de godsdienstige betekenis van dit verhaal lezen. Allereerst natuurlijk de positie van die Levieten. Dat zijn niet de Priesters van de Tempel. Die Priesters worden in dit verhaal aangeduid als de kinderen van Aaron. Nee de Levieten zijn de afstammelingen van de stam Levi. Toen bij het ontvangen van de Thora het volk Israël zichzelf een God hadden gemaakt in de vorm van een gouden kalf keerden de Levieten zich daarvan af en kozen ze de kant van Mozes. Van de God van Israël maak je geen beeld, die openbaart zichzelf en zoals die God dat wil, soms in de storm, soms in het vuur en soms in het zacht suizen van de wind. Als beloning kregen de Levieten tot taak de Priesters te helpen, daar kwamen die koren vandaan die de Levieten hadden gevormd, en ze moesten recht spreken, de Thora uitleggen. In het verhaal van Nehemia doen ze dat ook voortdurend. Daarom kregen ze die geheiligde gaven van het volk.

Nu is "heilig" in de loop van de eeuwen een woord geworden waar wij hele andere betekenissen zijn  gaan toekennen dan oorspronkelijk werd bedoeld. Wij denken dat iets heilig is als het volmaakt is. Als er niets op aan te merken valt. Een mens kan daarom niet heilig zijn volgens de Protestantse traditie. De offers waar hier over wordt gesproken zijn ook geheiligd. Nu staat er in de Bijbel wel dat je het beste van het beste moet bestemmen voor de offers maar in het verhaal dat we vandaag lezen staat nog eens heel uitdrukkelijk dat de offers niet bedoeld zijn om de God van Israël te eten te geven maar om de Levieten in leven te houden. Omdat hun taak in verzorgen van de Tempel en de uitleg van de Thora lag hadden ze geen land gekregen om te bewerken. Ze waren vrijgestelden om orde en vrede te brengen en te zorgen voor de zwaksten in de samenleving. Het volk leren te delen was hun voornaamste taak. Zelf deelden ze met de Priesters. Drie maal per jaar trok het volk op naar de Tempel om daar te delen met de Levieten, de Priesters, de familie, de meiden en de knechten van het volk, de armen en de vreemdelingen die in hun midden waren.

Om ons duidelijk te maken waarover dit verhaal nu eigenlijk gaat staat er iets bijzonders over vreemdelingen in het verhaal. Niet alle vreemdelingen mochten meedelen. Ze mochten zelfs niet meehelpen onder het volk. De kans dat die vreemdelingen bij de rituele maaltijd aan zouden zitten was dus eigenlijk klein maar in de dagen van Nehemia moest alles opnieuw geleerd worden en de Thora opnieuw in de praktijk worden gebracht.  In de Thora stond dat de Ammonieten en de Moabieten niet opgenomen mochten worden in het volk omdat ze geweigerd hadden te delen. In de woestijn hadden ze geprobeerd het volk om te laten komen van honger en dorst. Zulke vreemdelingen kennen wij in onze dagen ook nog en als we niet uitkijken horen we bij vreemdelingen die weigeren mensen te eten en drinken te geven die dreigen om te komen van honger en dorst. Theedrinken is immers te slap en als mensen als bedreigend overkomen moet je met hen in oorlog gaan, zo deden de Moabieten en de Ammonieten. Dat de Bijbel hier niet een wet van Meden en Perzen van heeft gemaakt blijkt ook uit het verhaal. De grootmoeder van Koning David was immers een Moabitische, Ruth wordt in de Bijbel steeds als Moabitische aangeduid. Dit verhaal gaat dus over een volk dat helemaal gericht is op het delen van de opbrengst van het werk dat verricht wordt. Delen met de Levieten, delen met de Priesters, delen met de armen en delen met de vreemdelingen die zelf ook willen delen. En het verhaal stelt ons voor de vraag of wij ook een volk zijn dat bereid is om te delen, te delen met de armen en de vreemdelingen onder ons. Of gaan we roepen dat die vreemdelingen bedreigend zijn en weggejaagd zouden moeten worden. Wie wil weten wat Christelijk is moet dit verhaal uit het boek Nehemia nog maar eens nalezen.

Reacties
Domeinregistratie en hosting via mijndomein.nl