basalk.punt.nl
Abonneren

Abonneer je nu voor nieuwe artikelen op deze website!

Laatste artikelen

Jesaja 44:9-17

9 ¶  Mensen die godenbeelden maken zijn niets, en van hun dierbare maaksels valt niets te verwachten. De mensen die van deze goden getuigen, zien niets en weten niets, zij zullen beschaamd staan. 10  Wie vormt er nu een god en giet zo’n nutteloos beeld? 11  Die ambachtslieden zijn maar mensen, en daarom zullen al hun bewonderaars bedrogen uitkomen. Laten ze bijeenkomen en zich opstellen; ze zullen sidderen en te schande staan, zonder uitzondering. 12  Een smid hanteert gereedschap om ijzer te smeden in een gloeiend vuur. Hij vormt het met een hamer en bewerkt het met krachtige hand. Maar als hij honger krijgt, verliest hij zijn kracht, en als hij geen water drinkt, raakt hij uitgeput. 13  Een beeldsnijder spant een meetlint en geeft de ruwe omtrek aan met een beitel. Dan snijdt hij een figuur uit met een fijn mes en tekent de precieze vorm af met een passer. Hij maakt er een menselijke figuur van, een prachtig beeld, om in een huis te zetten. 14  Iemand velt een paar ceders, of hij kiest een pijnboom en een eik, die hij in het bos met andere bomen heeft laten opgroeien; of een laurierboom die hij heeft geplant en die groeide door de regen. 15  Ze dienen hem tot brandhout: hij gebruikt het om zich te warmen, of om er brood op te bakken. Of hij bewerkt het tot een god, waarvoor hij knielt; hij maakt er een godenbeeld van, waarvoor hij zich neerbuigt. 16  Met de ene helft stookt hij een vuur, waarop hij vlees bereidt; hij roostert het vlees en doet er zich te goed aan. Hij wordt warm en zegt: ‘Ha, lekker warm! Ik zie de gloed van het vuur!’17  Van de rest maakt hij een god, een godenbeeld waarvoor hij knielt en zich neerbuigt in gebed: ‘Red mij, want u bent mijn god.’(NBV)

God bestaat niet, de Bijbel zegt het zelf. Natuurlijk kun je beweren de beelden niet te aanbidden maar alleen nodig te hebben om je aandacht te richten, maar het blijven beelden die ontsproten zijn aan de fantasie van de maker. De profeet behandeld niet voor niets het uitgebreide productieproces dat er nodig is om goden te maken. Goden die dus helemaal niet bestaan. Er bestaan beelden, van hout, van ijzer, van goud of zilver en van combinaties van al die grondstoffen, maar die goden bestaan niet. Met het hout waarvan je goden maakt kun je ook het vuur stoken waarop je het vlees roostert. Je god maakt het dan kennelijk zo warm dat je er uitstekend van kunt eten. De profeet Jesaja schroomt niet om te spotten met dat God zijn van beelden. De Bijbel, met name de profeten, verwerpen dat religieuze gedoe waarin priesters zogenaamde boodschappen van hun god doorgeven en de gelovigen er eerbiedig voor buigen.

 Mensen scheppen hun eigen onderdrukking. Dat klinkt merkwaardig want wie laat zich nu onderdrukken? Bijna iedereen. Onderdrukking komt van overtuigingen en het volgen van grootsprekers. Er zijn nu eenmaal een aantal zeer handige sprekers die hun ideeën zo weten te presenteren dat het net lijkt of je het wel moet volgen om in leven te blijven. Ze zijn binnen en buiten kerken en religies te vinden. Soms gebruiken ze beelden van een God, gesneden beelden of beelden in verhalen, daar mag je dan niet mee spotten en moet je eerbiedig voor blijven. Anderen gebruiken overtuigingen die als wetenschap worden gepresenteerd. Vooral in de economie kom je dat soort priesters van niet bestaande goden tegen. De Bijbel verwerpt elke vorm van religie. Het absoluut goede, het heilige, heeft daar een heel andere vorm. Er is ook sprake van een God. Maar die God heeft niemand gezien. Dat die God er op de een of andere manier er is hebben mensen gemerkt aan wat er gebeurd met mensen en de aanbidding van die God gaat ook gepaard met direct effect voor mensen, niet voor de gelovigen zelf, maar voor anderen.

Die God waarover in de Bijbel wordt gesproken bindt de gelovigen niet,  hoeft ook niet door gelovigen in leven te worden gehouden, maar die God bevrijdt. Die God bevrijdt van alle zelfgemaakte overtuigingen, wetenschappelijk of niet, als het overtuigingen zijn dan stelt die God ze ter discussie. Die God laat zich steeds op een andere manier kennen. Die God is dan ook niet te vangen in een religie, daar zijn geen beelden van te maken. Die God kun je rechtstreeks benaderen en zijn verhaal, opgetekend in de Bijbel, en zijn richtlijnen voor de menselijke samenleving laten zijn macht in hemel en op aarde zien. Het is voor mensen niet gemakkelijk om die God te volgen. Je moet nogal wat opvattingen afleggen, te beginnen met het recht van de sterkste. Dat moet vervangen worden door het recht van de zwakste, de armen recht doen, de weduwe en de wees. Je moet ook de opvatting afleggen dat religie, het volgen van een God, welzijn en geluk voor jezelf betekent. Dat betekent het volgen van die God van Israël helemaal niet. Die vraagt om het lijden van zijn zoon na te volgen, het kruis op te nemen waarmee mensen geïntimideerd worden, tot slaaf gemaakt worden. Elke dag mag je weer je eigengemaakte goden benoemen, en je van ze afkeren, ook vandaag weer.

 

Reacties

Jesaja 44:1-8

 1 ¶  Nu dan, luister, Jakob, mijn dienaar, Israël, dat ik heb uitgekozen: 2  Dit zegt de HEER, die jou gemaakt heeft en al in de moederschoot gevormd, en die je ter zijde staat: Wees niet bang, mijn dienaar Jakob, Jesurun, die ik heb uitgekozen. 3  Ik zal water uitgieten op dorstige grond, waterstromen over het droge land. Ik zal mijn geest uitgieten over je nazaten en mijn zegen over je telgen. 4  Zij zullen ontkiemen tussen het gras, uitbotten als wilgen langs het water. 5  De een zal zeggen: ‘Ik hoor bij de HEER, ‘ de ander zal Jakobs naam gebruiken, een derde schrijft op zijn hand: ‘Van de HEER’ en tooit zich met de naam Israël. 6  Dit zegt de HEER, Israëls koning en bevrijder, de HEER van de hemelse machten: Ik ben de eerste en de laatste, er is geen god buiten mij. 7  Wie is zoals ik? Laat hij het woord nemen. Laat hij vertellen en aan mij ontvouwen wat er te gebeuren stond vanaf de dag dat ik de mensheid schiep, en laat hij onthullen wat er gebeuren gaat. 8  Vrees niet, laat de angst je niet verlammen: heb ik het je niet vanaf het begin laten horen, heb ik het je niet aldoor verteld? Jullie zijn mijn getuigen: is er een god buiten mij, of een andere rots? Ik ken er geen. (NBV)

 We lezen vandaag een belangrijk stukje uit de Bijbel. Shakespeare laat in een van zijn toneelstukken de hoofdpersoon zeggen dat er meer is tussen hemel en aarde. Een uitspraak die vaak wordt geciteerd. Er is toch altijd wel iets dat boven ons uit gaat en dat invloed uitoefend op ons leven zonder dat wij dat door hebben. Sommigen noemen dat God, anderen komen niet verder dan "iets" De Bijbel leert ons iets anders. Er is niets tussen hemel en aarde. In alle Bijbelboeken die voor het gedeelte staan dat we vandaag lezen gaan de schrijvers er nog van uit dat er misschien wel andere goden zijn, maar dat de God van Israël de sterkste is en de baas is over alle goden. In de ballingschap zijn de Israëlieten er achter gekomen dat het anders zit. Er is maar één God, de God van Israël, alle andere goden, machten en krachten, zijn verzinsels. Die God van Israël oefent ook geen macht uit over mensen zonder dat ze het merken. Met die God van Israël zijn afspraken te maken, hij heeft richtlijnen gegeven voor een menselijke samenleving en je kunt afspreken je samenleving volgens die richtlijnen in te richten.

 Je hoeft dan ook niet duidelijk te maken dat je in tegenstelling tot de aanhangers van andere goden bij de God van Israël hoort. Dat is vanzelfsprekend, er is immers geen andere God. In die richtlijnen die het volk Israël gekregen heeft staat het advies aan het volk om de richtlijnen op te schrijven en aan de deurpost van je huis te timmeren, ja aan een band te bevestigen die je om je hoofd draagt  of in  de hoekdraden te verwerken van de mantel die je draagt. Tot op de dag van vandaag kun je de Joden tegenkomen die dat ook werkelijk doen. Het gaat dus om die richtlijnen, niet om bij welke godsdienst je hoort. Paulus zal later aan zijn gemeenten schrijven dat hij hoopt dat die richtlijnen in je hart worden opgeschreven. Heb uw naaste lief als uzelf is de samenvatting van de richtlijn waarmee je niet alleen de God van Israël eer bewijst maar ook de wereld een stukje beter maakt. Als iedereen op de wereld volgens die richtlijn zou leven dan wordt de wereld zo mooi dat God zelf op deze wereld zal willen gaan wonen.

 Dat er één God is en dat al die andere goden waar mensen over spreken niet bestaan is ook in onze dagen belangrijk. Wij mensen hebben immers allemaal een verschillend beeld van die ene God. Die God openbaart, doet zich kennen, zich aan mensen zoals mensen dat nodig hebben. Of men de God van Israël volgt of zelf een eigen god geschapen heeft is alleen aan de gevolgen voor de samenleving te merken. Aan de vruchten herkent men de boom. Als mensen anders praten over hun God dan dat je gewend bent wil dus nog lang niet zeggen dat ze niet in dezelfde God geloven. Dat oordeel kunnen wij mensen niet over een ander vellen. Alleen als de god van die ander zogenaamd alleen zijn aanhangers wil laten leven en iedereen die anders spreekt over zijn geloof dood wil laten maken kunnen we zeggen dat er sprake moet zijn van een niet bestaande afgod. De God van Israël is immers tegen het doden van mensen, het niet doden van mensen is één van zijn belangrijke richtlijnen. Verder mag iedereen mee doen aan het inrichten van de samenleving volgens zijn richtlijnen. Alleen al door elke dag opnieuw te beginnen met de naaste lief te hebben als jezelf. Ook vanmorgen weer.

Reacties

Jesaja 43:22-28

22 ¶  Maar jij hebt niet tot mij geroepen, Jakob, jij gaf je geen moeite voor mij, Israël. 23  Je hebt niet aan mij je schapen geofferd, mij met je offers geen eer bewezen. Ik heb je niet met graanoffers belast en je niet vermoeid met de plicht om wierook voor mij te branden. 24  Je hebt van je zilver geen kalmoes voor mij gekocht, mij niet verzadigd met het vet van je offers. Nee, je hebt mij met je zonden belast, mij vermoeid met al je schulden. 25  Ik, ík ben het, die omwille van zichzelf je misdaden tenietdoet en je zonden vergeet. 26  Breng mij mijn tekortkomingen in herinnering, laten we samen tot een uitspraak komen, en voer zelf het woord om je zaak te bepleiten. 27  Je eerste voorvader heeft al gezondigd en je woordvoerders zijn steeds tegen mij opgestaan. 28  Daarom heb ik de dienaren van het heiligdom ontwijd, Jakob aan de vernietiging prijsgegeven en Israël aan spot en hoon.(NBV)

De eerste vraag die mensen stellen is waarom die God van Israël eigenlijk dat volkje van slaven en zwervers had uitgekozen om voor hen juist God te zijn. Het antwoord van Leo Baeck, de rabbijn van Berlijn tijdens het bewind van de nazi's, was dat het volk Israël was uitgekozen om de lof aan die God gaande te houden. Die God had immers hemel en aarde geschapen en de chaos veranderd in mensenland, die God had de mensen menselijkheid geleerd en daar was het volk Israël het voorbeeld van. Die God had voor alle mensen in de wereld zijn Zoon gezonden opdat heel de aarde de lof van die God zou zingen. Leo Baeck schreef dan ook een prachtig boek dat in het Nederlands werd vertaald als "Het Evangelie is Joods" Zeker in de aanloop naar kerst een zeer lezenswaardig boek dat ook in een Nederlandse vertaling is verschenen. Het was in 1938 het laatste boek dat hij voor de tweede wereldoorlog kon publiceren.

 Die God van Israël is een merkwaardig God. De manier waarop die God in de geschiedenis ingrijpt gaat altijd via mensen. Als mensen doorkrijgen wat die God van mensen vraagt, hoe een menselijke samenleving ingericht kan worden, dat die richtlijnen voor de menselijke samenleving een geschenk van die God zijn waarvoor je dankbaar kunt zijn, dat al het goede in de wereld afkomstig is van die God dan groeit die God in macht en aanzien. Als mensen denken dat ze het zelf wel kunnen, dat ze meer zijn dan een ander, dat ze kunnen schelden en afgeven op anderen omdat die anders geloven of ergens anders vandaan komen dan trekt die God zich terug en wijst op de afloop. Er is een staat Israël en in onze staat hebben Joodse instellingen en Synagogen extra bescherming, Nazi's worden vervolgd en beschimpt en hun gedachtengoed is verboden. Maar waarom dan die offers? In een fatsoenlijke godsdienst hield men vroeger met offers de God in leven. Als je te weinig offers bracht dan stierf die God of dan verzwakte die God zo zeer dat je als volk kon worden overwonnen. Maar als al het goede van de God van Israël afkomstig is waarom die God dan offers brengen?

 Dat brengen van offers is in de Bijbel dan ook helemaal niet vanzelfsprekend. Er zijn profeten die roepen dat God geen offers wil maar gerechtigheid. Die gedachte vind je ook in het boek van de profeet Jesaja. Die offers zijn bedoeld om je te oefenen in delen. Dat je al dat goede van die God hebt gekregen was niet om jou te verzadigen maar om te zorgen dat de zwakste in de samenleving ook beschermd zou worden. In de Bijbel gaat het dan om de weduwe en de wees, de vreemdeling en de armen. Bij de Tempel moest je met hen en met de Tempeldienaren een maaltijd houden. Offers breng je dus als er geen armen meer zijn. Armen zijn er niet meer als jij en als jouw volk voldoende hebben gedeeld. Daar was in Israël vaak geen sprake van, net als dat er bij ons geen sprake van is. De zorg voor ouderen, zieken, gehandicapten is in onze dagen een last waarop bezuinigd moet worden. Voedselbanken die werken met voedseloverschotten moeten het tekort aan delen aanvullen. Als supermarkten en groothandels efficiënter gaan werken hebben ze minder overschot en komen de voedselbanken te kort. Geen wonder dat veel kerken inzamelcentra geworden zijn voor de voedselbanken. Dat is pas eer bewijzen aan de God van Israël, die wil niet in leven worden gehouden door offers maar vraagt een teken dat we willen delen. Daarmee kunnen we elke dag opnieuw beginnen. Ook vandaag weer.

Reacties

Jesaja 43:14-21

14 ¶  Dit zegt de HEER, jullie bevrijder, de Heilige van Israël: Omwille van jullie zend ik iemand naar Babel; ik maak alle Chaldeeën tot vluchteling en jaag hen jammerend hun schepen op. 15  Ik ben de HEER, jullie Heilige, de schepper van Israël, jullie koning. 16  Dit zegt de HEER, die een weg baande door de zee en een pad door machtige wateren, 17  die paarden en wagens liet uitrukken, een heel leger van geweldenaars- daar lagen ze, en ze stonden niet meer op, ze zijn vergaan, als een kwijnende vlam gedoofd. 18  Blijf niet staan bij wat eertijds is gebeurd, laat het verleden nu rusten. 19  Zie, ik ga iets nieuws verrichten, nu ontkiemt het-heb je het nog niet gemerkt? Ik baan een weg door de woestijn, maak rivieren in de wildernis. 20  De wilde dieren zullen mij eer bewijzen, de jakhalzen en de struisvogels, omdat ik water schep in de woestijn en rivieren in de wildernis; het volk dat ik heb uitgekozen, laat ik drinken. 21  Dit is het volk dat ik mij gevormd heb, het zal mijn lof verkondigen. (NBV)

De Heilige van Israël, wat zet je de God van Israël toch ver weg als je zo over die God spreekt. Jezus van Nazareth deed dat toch anders, die sprak over die God als Onze Vader, maar gelijk lied hij zijn volgelingen bidden dat de Naam van die God "geheiligd" moet worden. Dat Heilig is hier niet iets onaanraakbaars, of onveranderbaar, iets massiefs, maar dat Heilig betekent dat God één is, samenvalt met zijn daden en zijn woorden. En hier wordt van die God zeer uitdrukkelijk gezegd dat die God een bevrijder is. De inwoners van Babel, hier de Chaldeeën genoemd, worden verdreven. En dat gebeurde ook, Cyrus van Perzië nam Babel in en zal de belangrijkste groepen van de hofhouding inderdaad verbannen hebben. In het boek Daniël kunnen we lezen dat die Chaldeeën de belangrijkste adviseurs van de koning van Babel waren en dat ze pretendeerden de toekomst te kunnen voorspellen. Daniël pretendeerde dat niet, hij ging te rade bij zijn God.

Voor de profeet stellen al die hoge heren dus niks voor. Ook die nieuwe veroveraar Cyrus van Perzië niet. Die noemt zich wel koning maar dat is hij niet. Voor het volk Israël is er maar één echte Koning en dat is de God van Israël. Dat was ook al zo toen Israël zelf nog Koningen had. Saul viel omdat hij niet bij al zijn handelingen te rade ging bij de God van Israël. David en later Salomo deden dat wel, zij stelden zich op als dienaren van het volk van de God van Israël, zij kregen dan ook een ereplaats in de geschiedenis van Israël. Daarna waren er steeds meer koningen die ook andere goden achterna liepen of toestonden dat het volk andere goden achterna liepen. Alleen de Koningen die de God van Israël weer centraal probeerden te stellen, zoals Josia en Hizkia, worden positief beoordeeld. Maar de geschiedenis van Israël bleef een geschiedenis van de bevrijding van een slavenvolk uit Egypte, een bevrijding door de enige God die telt.

 Maar nu breekt een nieuwe tijd aan. Het voormalige slavenvolk dat werd bevrijd uit Egypte heeft haar belofte niet waargemaakt. Ze hadden een verbond gesloten en beloofd hun samenleving in te richten volgens de richtlijnen die ze in de woestijn van de God van Israël hadden gekregen. Van die richtlijnen waren ze afgeweken. Ze waren andere goden achterna gelopen en ze hadden de zorg voor de weduwe en de wees verwaarloosd. De armen werden armer, de rijken konden huis aan huis bouwen en akker aan akker rijgen. Van de belofte dat iedere familie die de akker was kwijtgeraakt die na vijftig jaar weer terug zou krijgen kwam niks meer terecht. Dit had geleid tot de ballingschap. In die ballingschap was het volk tot inkeer gekomen. De verhalen over de God van Israël en hoe het volk met die God was opgegaan werden opgeschreven en weer verteld. Nu was er een tijd dat die God liet zien wat hij waard was. De woestijn zou weer bloeien als een roos, het land weer overvloeien van melk en honing. De boodschap is natuurlijk dat ook wij verlost kunnen worden van oorlog en onderdrukking. Dat besmettelijke ziekten kunnen worden bestreden, dat honger niet meer nodig is. Als wij ook onze samenleving volgens de richtlijnen van die God inrichten, onze naaste liefhebben als onszelf en bereid zijn onvoorwaardelijk te delen van hetgeen ons is toegevallen. Elke dag opnieuw mogen we daarmee beginnen. Ook vandaag weer.

 

Reacties

Jesaja 43: 8-13

 8 ¶  Laat dit volk naar voren treden, een blind volk, ook al heeft het ogen, doof, ook al heeft het oren. 9  Alle volken zullen zich verzamelen, alle naties komen bijeen. Wie van hun goden heeft aangekondigd wat eertijds nog te gebeuren stond? Laten zij getuigen leveren om hun gelijk te bewijzen, opdat ieder die hen hoort zal zeggen: ‘Het is zo!’ 10  Mijn getuige zijn jullie-spreekt de HEER -, mijn dienaar, die ik uitgekozen heb opdat jullie mij zouden kennen en vertrouwen, en zouden inzien dat ik het ben. Vóór mij is er geen god gevormd, en na mij zal er geen zijn. 11  Ik, ík ben de HEER !  Buiten mij is er niemand die redt. 12  Ik heb redding aangekondigd en redding gebracht, jullie hoorden het van mij, niet van een vreemde. Jullie zijn mijn getuige-spreekt de HEER -, dat ik werkelijk God ben 13  en dat ik blijf wat ik ben. Niemand kan zich aan mijn macht onttrekken. Wat mijn hand doet, wie maakt het ongedaan? (NBV)

De geloofsbelijdenis van het volk Israël is "Hoor Israël, uw God is één" Eigenlijk is er maar één God, hoe de andere volken er ook over denken. Dat horen en dat inzien is de taak van dat volk. Dan krijgt het volgen van de Tora, de onderwijzing door Mozes en door God ook zin. Want die God van Israël is een God die slaven bevrijdt en de Tora leert hoe je een samenleving inricht waarin mensen bevrijdt zijn van onderdrukking en ellende. Christenen zullen dat uiteindelijk ervaren als zelfs een bevrijding van de dood. Maar die God kan pas een God voor de mensen zijn als die mensen in die God gaan geloven, dan gaan die mensen de Weg van die God. Zonder dat mensen geloven blijft die God natuurlijk wel een God maar dat God zijn heeft onder mensen geen betekenis meer. Andersom, als mensen de Weg van die God volgen, de Weg van de Tora, de inrichting van de menselijke samenleving dan krijgt dat God zijn van de God van Israël een echte betekenis, ook al zie en hoor je alleen de mensen die in hem geloven en zijn Weg gaan.

De profeet Jesaja gebruikt hier, als zo vaak, een beeld uit de rechtspraak. Het volk is getuige van de God van Israël. Is die God een bevrijder uit de slavernij? Heeft die God, als eerste en enige God beloofd het volk weer thuis te brengen uit de ballingschap? Het zijn vragen die een beschuldiging inhouden. Als je nee zegt op die beide vragen dan is die God van Israël geen God die anders is dan de andere Goden. En alleen het volk kan getuigen van het werkelijke antwoord. Zoals getuigen voor een rechtbank vertellen wie de verdachte is en kan zijn, omdat ze hem kennen of omdat ze hem wetenschappelijk hebben onderzocht. In dit geval gaat het om getuigen die het aan den lijve hebben ervaren. Ook al volgen ze de Tora niet, zijn ze dus doof en blind voor de God van Israël, toch mochten ze terugkeren naar Jeruzalem om daar de Stad en de Tempel weer op te bouwen. Die belofte hadden ze vanaf het begin van de ballingschap. Door die belofte konden ze vasthouden aan de leefregels die ze van de God van Israël hadden gekregen, de voedselvoorschriften, de besnijdenis van de jongetjes, het houden van de Sabbat.

 Eigenlijk is het volgen van de Tora de beste getuigenis van de macht en de grootheid van de God van Israël. Jezus van Nazareth zal daarom het volk houden dat het niet gaat om te roepen Here, Here, maar om het doen van de wil van de Vader. Ook Baäl betekent "Heer" in het Hebreeuws en dus alleen "Heer" roepen alsof je de God van Israël eert kan in werkelijkheid het nalopen van andere goden zijn. Pas in het liefhebben van de naaste als jezelf wordt duidelijk hoe sterk de God van Israël eigenlijk is. In dat liefhebben krijgt geen vijand, geen macht of kracht werkelijk greep op jou. Zelfs de dood is geen prikkel dat je gedrag zal kunnen bepalen. De God van Israël is en blijft jouw God. Jacobus zal aan de eerste Christelijke gemeenten schrijven dat geloof zonder lief te hebben, zonder de werken zal hij dat  noemen, een dood geloof is. Tegenwoordig zeggen we dan een God is dood geloof. Het is geen geloof waar je zelf beter van wordt. Gelovigen die zich inzetten voor de bevrijding van slaven in welke vorm dan ook lopen de kans gevangen te worden gezet, gemarteld te worden en zelfs gedood te worden. Maar ze weten eindelijk mens te zijn zoals God dat bedoeld heeft en niet de marionet die de machten en krachten in de wereld van mensen maken. Elke dag opnieuw kunnen we in deze bevrijding gaan delen, ook vandaag weer, door de Weg van het liefhebben van de zwakste te volgen.

 

Reacties

Jesaja 43:1-7

1 ¶  Welnu, dit zegt de HEER, die jou schiep, Jakob, die jou vormde, Israël: Wees niet bang, want ik zal je vrijkopen, ik heb je bij je naam geroepen, je bent van mij! 2  Moet je door het water gaan-ik ben bij je; of door rivieren-je wordt niet meegesleurd. Moet je door het vuur gaan-het zal je niet verteren, de vlammen zullen je niet verschroeien. 3  Want ik, de HEER, ben je God, de Heilige van Israël, je redder. Voor jou geef ik Egypte als losgeld, Nubië en Seba ruil ik in tegen jou. 4  Jij bent zo kostbaar in mijn ogen, zo waardevol, en ik houd zo veel van je dat ik de mensheid geef in ruil voor jou, ja alle volken om jou te behouden. 5  Wees niet bang, want ik ben bij je. Ik haal je nakomelingen uit het oosten terug, uit het westen breng ik jullie bijeen. 6  Tegen het noorden zeg ik: Geef hier! Het zuiden gebied ik: Laat los! Breng mijn zonen terug van verre, mijn dochters van de einden der aarde, 7  allen over wie mijn naam is uitgeroepen, en die ik omwille van mijn majesteit geschapen heb, gemaakt en gevormd.(NBV)

Wat is er toch zo bijzonder aan dat Bijbelse volk Israël, niet te verwarren met de inwoners van de huidige staat Israël. Dat Bijbelse volk Israël laat zich kennen als een slavenvolk, voortdurend wordt het onderdrukt, in slavernij en in ballingschap gehouden en bedreigd door grootmachten en buurvolken. Daarmee verschilt het eigenlijk niet met vele andere volken. Tot op vandaag de dag zijn er overal op de wereld volken aan te wijzen die wel zelfstandig een eigen land in vrede zouden willen besturen maar daar de kans niet voor krijgen. Een aantal van die volken zijn zelfs verenigd in een alternatieve Verenigde Naties, die bij de echte Verenigde Naties aandacht proberen te vragen voor hun recht op zelfbeschikking. Het unieke van het Bijbelse volk Israël is dus niet dat slavenbestaan, die bedreigingen door grootmachten en buurvolken. Het unieke van dat volk is dat het hoorde van een God heeft die zegt: "Ik heb je bij je naam geroepen, je bent van mij!"

Dat Bijbelse volk Israël was gekozen om te laten zien hoe machtig die bijzondere God van Israël eigenlijk was. Het was een bevrijdende God. De machtige volken en de buurvolken die het bedreigden vergingen, daar liep het slecht mee af maar dat Bijbelse volk Israël zou blijven en daarmee zou het goed gaan. Ook al was dat volk over de wereld verspreid geraakt die God zou er voor zorgen dat het volk weer bij elkaar zou kunnen wonen en een eenheid kunnen vormen. Als dat zou gebeuren dan zouden alle volken op de wereld daar geweldig van schrikken en zo'n bewondering voor krijgen dat ze net zo zouden gaan leven als dat Bijbelse volk zou doen. Iedereen zou dan de God van Israël eren als de God die echt vrede op de wereld had gebracht en die alle ellende die mensen elkaar kunnen aandoen tot een verleden had gebracht. Dat zou een heel mooie nieuwe wereld hebben voortgebracht.

 Er was echter wel een voorwaarde voor een dergelijke afloop van de geschiedenis. Dat was dat het Bijbelse volk Israël de samenleving zou inrichten volgens de richtlijnen die het volk bij de bevrijding uit de slavernij in Egypte midden in de woestijn had gekregen. Het verhaal over dat Bijbelse volk Israël vertelt dat het bijna nog helemaal geen volk was toen ze die richtlijnen in de woestijn kregen. Ze waren gewend aan goden waar je mooie beelden van maakt, maar daar had die God van Israël een geweldige hekel aan. Ze waren gewend dat er meesters en knechten waren, maar voor de God van Israël was iedereen gelijk. Ze waren gewend aan koningen die belastingen oplegden om mooi te kunnen leven en oorlogen te kunnen voeren, maar de God van Israël duldde alleen koningen die dienaren van hun volk waren en vrede brachten, uiteindelijk was David een dergelijke koning. Het is natuurlijk nooit gelukt ook dat volk te worden dat God voor ogen stond. Maar dat verhaal heeft de eeuwen overleefd. Het is de hoop geworden van alle mensen die naar bevrijding van dood en ellende snakken. Door Jezus van Nazareth werd duidelijk dat de dood niet het laatste woord heeft, maar het begin kan zijn van die bevrijding die de God van Israël had beloofd. Zijn volgelingen proberen nu elke samenleving zo in te richten als in die richtlijnen staat, samengevat als heb je naaste lief als jezelf. Iedereen mag daaraan meedoen, elke dag opnieuw, ook vandaag.

 

Reacties

Jesaja 42:14-25

 14  Al zo lang heb ik niets gezegd, ik heb gezwegen, me beheerst. Nu schreeuw ik het uit als een barende vrouw, ik zucht en ik zwoeg tegelijk. 15  Bergen en heuvels laat ik uitdrogen en alles wat er groeit verdorren, in rivieren laat ik eilanden ontstaan, meren vallen droog. 16  Blinden laat ik gaan over onbekende wegen, op paden die ze niet kennen voer ik hen. Duisternis verander ik in licht, ruig land maak ik vlak. Ja, deze dingen zal ik doen, niets daarvan zal ik nalaten. 17  Wie op afgodsbeelden vertrouwt, tegen een godenbeeld zegt: ‘U bent onze god, zal terugdeinzen en zich diep schamen. 18 ¶  Doven, luister! Blinden, open je ogen en zie! 19  Is er iemand zo blind als mijn dienaar, zo doof als de bode die ik zend? Is er iemand zo blind als dit gestrafte volk, blind als de dienaar van de HEER? 20  Het ziet veel, maar onthoudt niets, het heeft zijn oren open, maar hoort niets. 21  Eens schepte de HEER er behagen in om de kracht van zijn onderricht te tonen omwille van zijn rechtvaardigheid. 22  Maar nu is het volk beroofd en geplunderd, zijn jonge strijders zijn geketend en in de gevangenis gegooid. Een prooi zijn zij geworden, en niemand die hen redt; ze zijn buitgemaakt, en niemand die zegt: ‘Geef terug!’ 23  Is er iemand onder jullie die dit hoort, die aandachtig luistert en begrijpt wat er nu volgt? 24  Wie heeft Jakob tot buit gemaakt, Israël uitgeleverd aan plunderaars? Is het niet de HEER, hij tegen wie wij hebben gezondigd? Zij wilden niet de weg gaan die hij wees, niet luisteren naar zijn onderricht. 25  Hij stortte zijn brandende toorn over hen uit in allesverterend krijgsgeweld. Ze waren omringd door vlammen, maar zagen niet in waarom, ze stonden in brand, maar trokken er geen lering uit.(NBV)

Ze zeggen wel eens dat je de Bijbel niet letterlijk moet nemen maar geestelijk moet verstaan. Voor veel mensen is dat onbegrijpelijk, als je het letterlijk neemt dan ligt de tijd waarin de woorden van de Bijbel werden opgeschreven wel heel erg ver achter ons en wat is geestelijk dan. Is dat de Bijbel zo lezen dat je er zelf beter van wordt? De boodschap is toch vaak dat je er helemaal niet beter van wordt, dat je het lijden op je moet nemen en niet bang moet zijn voor de dood. Het antwoord is dat je de Bijbel serieus moet nemen. Natuurlijk is het opgeschreven in een tijd die ver achter ons ligt. Maar de achterliggende boodschap is nog steeds niet veranderd. Nog steeds zijn er oorlogen en is er onderdrukking, nog steeds zijn er rijken en armen, nog steeds wordt op de wereld honger geleden. We maken alleen geen goden meer van hout en steen die we versieren met goud en diamanten. In de 16de eeuw waren er in veel kerken nog van die beelden te vinden. Die moest je vragen om je te helpen in moeilijke tijden en aan hen moest je het dan maar overlaten. Toen de mensen zelf leerden lezen en de drukpers haar intrede had gedaan snapten ze dat je om de Geest van God moet vragen en zelf de ellende de wereld uit moest helpen in die Geest. We kregen dan ook een beeldenstorm.

Tegenwoordig hebben we dus geen beelden maar hebben we opvattingen. De vrije markt, alles moet in het kader van de vrije markt. De militaire paraatheid, ook zo'n begrip, als we militair verzwakken dan zullen we als land ook economisch verzwakken. De lasten die verminderd moeten worden. Als onze gezamenlijke zorg voor bejaarden, zieken en gehandicapten meer geld gaat kosten dan wordt de last te groot en moeten ze meer voor zichzelf gaan zorgen, of maar in een hoekje van een kamer langzaam doodgaan. Het zijn de afgoden van onze dagen, verpakt een fraaie toespraken, partijprogramma's van zogenaamde vrijheidslievende partijen en opgeluisterd met onleesbare maar mooi uitziende boeken. Het stukje dat we vandaag uit het boek van de profeet Jesaja lezen zou vandaag zo omgeschreven kunnen worden op onze vrije markteconomie. De vrije markteconomie is er overigens alleen voor de rijken. Gewone mensen hebben nog maar één brievenbus om de post te versturen, gewone mensen onderhandelen niet met zorgverleners en ziekenhuizen over de kwaliteit en de prijs van de zorg, gewone mensen hebben echt nog maar één firma die gas en elektriciteit in huis brengt. De vrije markteconomie is een afgod die niets doet voor de armen, de zieken, de gehandicapten, de mensen die buiten de maatschappij zijn komen te staan.

Die aanbidding van economie en vrije markt komt ook door ons verlangen de toekomst te beheersen. Alles willen we in onze dagen zelf in de hand houden. Voor een oproep als we vandaag in het eerste deel van de passage uit het boek van de profeet Jesaja lezen dat het volk Israël als een blinde door de woestijn zal worden geleid zijn wij doof. Wij kijken wel uit ons als een blinde te laten leiden. Wij vinden liever apparaten uit om blinden auto te laten rijden dan voor een goede scholing, begeleiding en medische behandeling van blinden te zorgen. Wij blijven blind voor de gevolgen van ons handelen. In het tweede deel van het Bijbelgedeelte van vandaag worden we dan ook opgeroepen onze eigen blindheid af te werpen en onze oren te openen voor de boodschap van de God van Israël. Alleen door de Liefde krijgen we een betere wereld. Alleen als we het kunnen opbrengen zelfs onze vijanden lief te hebben kunnen we de vrede bereiken die ons is beloofd. Alleen door de liefde voor de naaste als voor onszelf kunnen we de hongerigen voeden, wie wil nu honger hebben, kunnen we de bedroefden troosten, de blinden echt laten zien en de lammen laten huppelen. Dat kan niet af en toe als er weer eens een actie op de televisie is, hoe goed die actie ook is, maar het moet en het mag elke dag opnieuw, dag in dag uit, tot het eind van de geschiedenis, ook vandaag dus.

Reacties

Jesaja 41:21-29

21 ¶  Voer jullie rechtsgeding, zegt de HEER, lever overtuigende bewijzen, zegt Jakobs koning. 22  Kom ermee voor den dag en vertel ons wat er gebeuren zal. Vertel ons over wat vroeger is gebeurd, zodat wij de afloop nu al kennen. Licht ons in over wat komen gaat, 23  geef ons aanwijzingen over de toekomst, dan weten wij dat jullie goden zijn. Doe het, hetzij goed, hetzij slecht, zodat wij het met eigen ogen kunnen zien. 24  Maar nee, jullie zijn minder dan niets en jullie daden hebben geen enkele waarde; verafschuwd wordt ieder die voor jullie kiest. 25  In het noorden liet ik iemand opstaan, en hij kwam, in het oosten, waar de zon rijst, riep hij mijn naam. Hij vertrapt stadhouders als leem, zoals een pottenbakker de klei treedt. 26  Wie heeft hem vanaf het begin aangekondigd, lang tevoren, zodat wij het wisten en nu kunnen zeggen: ‘Het is waar!’? Geen van jullie kondigde iets aan, geen van jullie lichtte ons in, niemand heeft een woord van jullie vernomen.27  Ik was de eerste die Sion verkondigde: ‘Kijk, daar zijn ze!’ Ik stuurde Jeruzalem een vreugdebode. 28  Ik kijk om me heen, maar er is niemand, onder jullie zie ik geen enkele raadgever, niet één die op mijn vragen kan antwoorden. 29  Jullie zijn allemaal even armzalig en nietig en jullie daden betekenen niets; wind en leegte zijn jullie beelden. (NBV)

Als je ruzie met iemand hebt dan kun je beter een rechtsgeding aanspannen dan geweld gebruiken. Geweld kan zich immers altijd tegen je keren, bij een rechtsgeding raakt er niemand gewond, je raakt hooguit een hoop geld kwijt. Vandaag lezen we over een rechtsgeding dat gevoerd wordt door de God van Israël en de goden van de andere volken. Jesaja en de ballingen zaten nog met het probleem dat het algemene geloof van de volken was dat als een volk een oorlog wint de god van dat volk de god van de tegenstander heeft overwonnen. En Israël en Juda hadden wel dezelfde God maar die had toch mooi twee maal verloren. Nu hadden de goden van Assyrië en Babel ook verloren. De god van Babel had eerst gewonnen van de God van Assyrië maar nu had de god van Babel, Marduk, verloren van de god van Perzië en de maangodin Sin had al helemaal niets in te brengen gehad. Maar waar was die God van Israël gebleven in dit verhaal?

 De goden worden in het gedeelte dat we vandaag gelezen hebben opgeroepen om met bewijzen te komen voor hun overwinning op de God van Israël. En die bewijzen moeten dan in het verlengde liggen van het bewijs van de God van Israël dat die helemaal niet overwonnen was, maar juist de regisseur van alle gebeurtenissen die het volk Israël hadden getroffen. Het bewijs er van vinden we in het eerste deel van het boek van de Profeet Jesaja, trouwens ook in het boek Koningen en in het boek van de profeet Jeremia. Namens de God van Israël hadden profeten al van af het begin gewaarschuwd dat het nalopen van andere goden zou betekenen dat er van Israël en Juda weinig zou overblijven. De pracht en praal van die andere goden, de mooi beelden, de fraaie priestergewaden, de plechtigheid waarmee offers werden opgedragen, het was allemaal belachelijk gemaakt door de profeten van de God van Israël. Maar het volk had niet geluisterd en dus was het verkeerd gegaan.

 Maar vanaf het begin van de ballingschap hadden de profeten voorspeld  dat die ballingschap niet eeuwig zou duren. De God van Israël zou de volken laten zien dat hij uiteindelijk altijd de sterkste zou zijn. Nu kwam dat uit. De God van Israël had een eind willen maken aan de ballingschap en daarvoor Kores, eigenlijk Cyrus van Perzië, geroepen om met Babel af te rekenen en te zorgen dat de kinderen van Juda weer terug konden keren naar Jeruzalem om de stad te herbouwen en de Tempel in oude glorie te herstellen. De nederlaag die de God van Israël geleden zou hebben leidt niet tot het verdwijnen van de eredienst maar tot grotere luister en ontzag bij de mensen voor deze God. Die God helpt je bij het goede en laat je gaan bij het slechte. De beelden van die andere goden, waar dat volk zo graag achteraan had gelopen, waren lucht en leegte gebleken. De mode van pracht en praal, de mode van het klatergoud en de grootste en de beste willen zijn bleek  alleen maar schijn. Ook in onze dagen mogen we van dat verhaal leren. Ook wij lopen allerlei wedstrijdjes na om maar de mooiste, de beste, de knapste of de sterkste te zijn. Aan de minsten wordt schijnbaar niet meer gedacht. Elke dag roept de God van Israël ons op om van die weg terug te keren, om weer te gaan leven in liefde voor de naaste, elke dag mogen we dat, ook vandaag weer.

Reacties

Jesaja 41:14-20

14  Wees niet bang, kleine Jakob, arm volk van Israël, ik zal je helpen-spreekt de HEER -, de Heilige van Israël is je bevrijder. 15  Ik maak van jou een scherpe dorsslede, een nieuwe slede met dubbele sneden. Bergen zul je dorsen en vermalen, van heuvels laat je niets over dan kaf. 16  Je zult ze wannen, en de wind neemt ze op, de stormwind jaagt ze uiteen. Dan zul je juichen om de HEER, je om de Heilige van Israël gelukkig prijzen. 17  Armen en behoeftigen zoeken water-niets! Hun tong verdroogt van de dorst. Ik, de HEER, zal hun antwoord geven, ik, de God van Israël, zal hen niet verlaten. 18  Ik laat op kale heuvels rivieren ontspringen en bronnen in de valleien. In de woestijn laat ik meren ontstaan, uit dorre grond borrelt water op. 19  Ik plant in de woestijn ceder en acacia, mirte en olijf, en ik laat in de wildernis den, kamperfoelie en cipres opschieten. 20  Dan zullen zij zien en beseffen, begrijpen en erkennen dat de hand van de HEER dit heeft verricht, dat de Heilige van Israël dit alles schiep.(NBV)

Wij kunnen het ons eigenlijk niet meer goed voorstellen. Als wij het hebben over God dan spreken we vrijwel automatisch over de God van Israël. Maar in de dagen van Jesaja had elk volk, had elke stad zo haar eigen God en de ene God was sterker dan de andere. Als twee steden of twee volken ruzie met elkaar  kregen dan vochten ook de goden van die steden of van die volken met elkaar en wie er onder de mensen won had een god die onder de goden wist te winnen. De God van Israël was een heel ander soort God. De profeet Jesaja probeert dat te zeggen met de aanduiding "Heilige van Israël". Natuurlijk, die God was de God van Israël, maar niet zomaar. Eigenlijk was het de God van alle mensen op aarde en de minsten onder hen kwamen voor die God op de eerste plaats.

 Israël was uitgekozen door die God om als voorbeeld te dienen. Als je de God van Israël volgde dan gaat het goed, loop je andere goden achterna dan gaat het fout. Israël zelf was een onbeduidend volkje, uit zichzelf kon het niks. De Nieuwe Bijbelvertaling vertaalt hiet het Hebreeuws zoals het bedoeld is met "kleine Jacob" maar letterlijk staat er "wormpje Jacob" zo werd het vroeger dan ook vertaald. Dat Israël is niks, die God is alles. Ooit begonnen met de bevrijding van een groep slaven uit Egypte, rond de nakomelingen van die Jacob. Midden in de woestijn kreeg die groep slaven richtlijnen voor de inrichting van een menselijke samenleving en de belofte van een land dat zou overvloeien van melk en honing. Het enige dat ze hoefden te doen was die richtlijnen na te volgen.

 De richtlijnen houden in dat je alles wat je toevalt deelt met de minsten. In het gedeelte dat we vandaag lezen is het gevolg van het houden aan die richtlijnen dat de armen en behoeftigen te drinken krijgen. Wie in de wereld rond kijkt zal zien dat er nog heel erg veel armen zijn die niet de beschikking hebben over schoon en helder drinkwater. Daarvoor moeten bronnen geslagen worden en leidingen worden aangelegd. Daarvoor moeten mensen de gelegenheid krijgen hun drinkwater te onderzoeken op verontreiniging en ziektekiemen. In ons land is het wel geregeld, al moeten we uitkijken het drinkwater niet onbetaalbaar te maken voor de armsten, maar in Afrika zijn er miljoenen die verstoken zijn van schoon en helder drinkwater. Organisaties als Oxfam Novib en andere ontwikkelingsorganisaties proberen daar verandering in te brengen. Hoe rijker ons land is hoe minder we daaraan als land bijdragen. Het is daarom goed zelf bij te dragen aan die organisaties.  Dan borrelt dorre grond op en kunnen er gewassen groeien waar men zichzelf maar ook ons mee kan voeden. Dan gaat de wereld lijken op de wereld die de God van Israël heeft bedoeld. We kunnen er elke dag opnieuw aan werken, ook vandaag weer.

Reacties

Jesaja 41:8-13

8  Maar jou, Israël, mijn dienaar, Jakob, die ik uitgekozen heb, nakomeling van Abraham, mijn vriend, 9  jou die ik heb weggehaald van de einden der aarde, die ik van haar verste uithoeken terugriep- jou zeg ik: Jij bent mijn dienaar, jou heb ik gekozen, ik heb je niet afgewezen. 10 ¶  Wees niet bang, want ik ben bij je, vrees niet, want ik ben je God. Ik zal je sterken, ik zal je helpen, je steunen met mijn onoverwinnelijke rechterhand. 11  Allen die zich fel tegen je keerden zullen gehoond worden en te schande staan. Zij die jou bestreden worden minder dan niets en gaan te gronde. 12  Zij die jou onderdrukten zijn onvindbaar, je zoekt ze vergeefs. De vijanden die jou bevochten zullen verdwijnen in het niets. 13  Want ik ben de HEER, je God, ik neem je bij je rechterhand en zeg je: Wees niet bang, ik zal je helpen.(NBV)

God stelt zich voor. In deze korte passage uit het boek van de profeet Jesaja wordt duidelijk waar we bij de God van Israël als eerste aan moeten denken, aan mensen namelijk. Die God heeft niet vanuit een hoge ivoren toren allerlei spelletjes bedacht waardoor te merken was dat die God een almachtig God was, maar die God heeft vriendschap gesloten met een mens, met Abraham, de vader van vele volken. Die vriendschap bepaalde het handelen van die God. Denk nog maar eens terug aan de discussie die Abraham aanging met God over het aantal rechtvaardigen die nodig waren om Sodom en Gommorra te redden. De nakomelingen van Abraham vormen het volk van die God. Zij waren over de wereld verspreid maar bleven vasthouden aan het geloof in die God. Daardoor kon die God er ook weer een volk van maken, een volk met een eigen land.

De God van Israël heeft dus mensen nodig. Iedereen die zich afvraagt waarom die God rampen toelaat, zieken niet geneest, kinderen tot wees maakt moet zich afvragen wat wij mensen daartegen hebben gedaan. God heeft ons de wetenschap gegeven. God heeft ons rijken en armen gegeven met het doel te delen zoals Hij zich deelt. In zijn Zoon Jezus van Nazareth werd ons nog eens voorgedaan hoe wij dat zouden kunnen. Jezus was immers mens die onder de mensen heeft gewoond, maar samenviel met zijn God omdat hij die God onvoorwaardelijk liefhad en ongeacht de gevolgen de Weg van die God volgde. Wij laten het plaatsen van waarschuwingssystemen afhangen van hen die het kunnen betalen. Wij maken van medicijnen produkten met marktwerking waardoor ze eerder instrumenten worden van winstvorming dan van genezing. Ebola is al jaren bekend in de wereld maar alleen in het armste deel van Afrika. Nu het dichterbij komt zijn er ineens medicijnen en vaccins beschikbaar.

De aanhangers van de marktwerking zijn altijd bang dat er misbruik gemaakt wordt van het werk dat ze doen. Maar de Bijbel roept ons op niet bang te zijn. Als we het delen met elkaar voorop stellen, als we iedereen daarin meekrijgen, dan verdwijnen oorlog, onderdrukking en ellende vanzelf. Dat er een nieuwe aarde komt zonder tranen, zonder de dood die regeert is een belofte waarop we kunnen bouwen. De God van Israël heeft aan het voorbeeld van zijn volk en door zijn zoon duidelijk gemaakt dat Hij inderdaad niet laat varen het werk dat zijn hand begon. De belofte die hij gedaan heeft wordt waargemaakt. Als wij in die belofte willen delen en een wereld willen scheppen die zonder tranen is zullen we de uitgestoken hand van die God moeten grijpen en met hem meewerken. Die hand wordt ons elke dag weer aangereikt, ook vandaag weer.

Reacties
Domeinregistratie en hosting via mijndomein.nl