basalk.punt.nl
Abonneren

Abonneer je nu voor nieuwe artikelen op deze website!

Laatste artikelen

Romeinen 12:1-8

1 Broeders en zusters, met een beroep op Gods barmhartigheid vraag ik u om uzelf als een levend, heilig en God welgevallig offer in zijn dienst te stellen, want dat is de ware eredienst voor u. 2  U moet uzelf niet aanpassen aan deze wereld, maar veranderen door uw gezindheid te vernieuwen, om zo te ontdekken wat God van u wil en wat goed, volmaakt en hem welgevallig is. 3  Met een beroep op de genade die mij geschonken is, zeg ik u allen dat u zichzelf niet hoger moet aanslaan dan u kunt verantwoorden, maar verstandig over uzelf moet denken. Denk overeenkomstig het geloof, dat is de maatstaf die God u heeft gegeven. 4  Zoals ons ene lichaam vele delen heeft en die delen niet allemaal dezelfde functie hebben, 5  zo zijn we samen één lichaam in Christus en zijn we, ieder apart, elkaars lichaamsdelen. 6  We hebben verschillende gaven, onderscheiden naar de genade die ons geschonken is. Wie de gave heeft te profeteren, moet die in overeenstemming met het geloof gebruiken. 7  Wie de gave heeft bijstand te verlenen, moet bijstand verlenen. Wie de gave heeft te onderwijzen, moet onderwijzen. 8  Wie de gave heeft te troosten, moet troosten. Wie iets weggeeft, moet dat zonder bijbedoeling doen. Wie leiding geeft, moet dat doen met volle inzet. Wie barmhartig voor een ander is, moet daarin blijmoedig zijn. (NBV)

Vandaag vallen we de brief van Paulus aan de Romeinen binnen. Een belangrijke brief, zeker in de tijd van de hervorming. Vorig jaar was het 500 jaar geleden dat de Hervorming van de Rooms Katholieke kerk begon met de stellingen van Maarten Luther. Hij was daartoe gekomen door het bestuderen van deze brief aan de Romeinen. Paulus heeft het in het gedeelte van vandaag over de vorming van de gemeente. Dat een Christen zichzelf door gebed en studie moest veranderen maar buiten de Christelijke gemeenschap, in de wereld, dezelfde kon blijven is een oud misverstand, we leven niet in twee werelden maar in één wereld, Gods wereld, goed of kwaad. Daarom benadrukt Paulus dat we samen één lichaam zijn, niemand is beter of slechter dan een ander, ieder moet zich bewust zijn wat hij of zij kan en er op uit zijn het beste uit de ander naar boven te halen. Daarom moet je leren denken vanuit het geloof.

De theoloog Karl Barth schreef bij dit vers in het begin van de vorige eeuw dat je daarvoor zeker de krant moet lezen. Daar kun je leren hoe er in de wereld gedacht wordt. In onze dagen lees je daar over kinderen die in ons land geboren zijn, hier zijn opgegroeid, op school zitten en op een sportvereniging of zelfs op de muziekschool, zich dus gedragen als alle Nederlandse kinderen. Alleen hun ouders zijn ooit uit een ver arm land naar Nederland gekomen om hier te werken en daarvoor een redelijk loon te krijgen zodat ze hun kinderen een goede toekomst willen geven. Onze regering is zo dapper die kinderen naar landen te sturen waar ze nooit eerder geweest zijn en waarvan ze zelfs de taal niet spreken. Omdat hun ouders al lang uit hun land weg zijn is er geen onderdak, is er geen inkomen en gaan ze een toekomst tegemoet van diepe, bittere armoede met om hen veel geweld en soms zelfs onderdrukking en uitbuiting. Let wel: die kinderen worden niet teruggestuurd, ze zijn er nooit geweest.

Wij richten ons kennelijk liever op ons eigen welzijn, de hypotheekrenteaftrek voor de rijksten, de prijs van het kaartje voor het concert van het Concertgebouworkest. En denk nu niet dat we samen niet in staat zijn de problemen in de wereld aan te pakken. Kijk eens wat er voor een gaven zijn in een samenleving. De Christelijke gemeente mag daarbij het voorbeeld zijn en Paulus schetst haar ook als zodanig, maar in onze samenleving mogen wij oproepen dat voorbeeld te volgen. Wie de nood van de armsten en de minsten onder woorden kan brengen en Gods stem daarbij kan laten horen, profeteren noemt Paulus dat, moet dat doen in overeenstemming met het geloof dat God heerst op aarde. Wie kan uitleggen moet uitleggen, wie kan troosten moet troosten. Weggeven doe we zonder iets terug te willen krijgen en leiding geven we om een betere samenleving te krijgen. Wie barmhartig voor een ander is mag daarin blijmoedig zijn. Ik schrijf "mag", in onze vertaling staat "moet" maar als je barmhartig bent, je hand over je hart weet te strijken, weet dat er geen tegenzin meer over kan blijven alleen maar vreugde over het goede dat je samen met anderen kunt veroorzaken. Samen mogen we er elke dag opnieuw weer aan werken, laten we het ook vandaag weer doen.

Reacties

Jozua 24:29-33

29 Korte tijd later stierf Jozua, de zoon van Nun, de dienaar van de HEER, op de leeftijd van honderdtien jaar. 30  Hij werd begraven in het gebied dat hem was toegewezen: in Timnat-Serach in het bergland van Efraïm, ten noorden van de Gaäs. 31  Zolang Jozua leefde diende het volk de HEER. Ook na zijn dood bleven ze de HEER dienen zolang de stammen werden aangevoerd door Jozua’s leeftijdsgenoten, die getuige waren geweest van de grootse daden die de HEER voor Israël had verricht. 32  De beenderen van Jozef, die het volk van Israël uit Egypte had meegevoerd, werden begraven in Sichem, op het stuk land dat Jakob voor honderd qesita had gekocht van de zonen van Chamor, onder wie Sichem. De nakomelingen van Jozef kregen dit stuk land in bezit. 33  Ook Eleazar, de zoon van Aäron, stierf. Hij werd begraven in het bergland van Efraïm op de heuvel die zijn zoon Pinechas was toegewezen. (NBV)

Vandaag het slot van het boek Jozua.  Israël was de baas geworden in Kanaän, al zou er nog veel strijd moeten worden gevoerd met volken die het vruchtbare land niet wilden delen. Jozua was een eerbiedwaardige oude man geworden. Niet zo oud als Mozes maar toch hoorde hij onmiskenbaar bij de oudsten van Israël. Hij kreeg ook een eretitel "dienaar van de Heer" Dat was de titel waar  in de woestijn Mozes mee was aangeduid, Jozua de zoon van Nun was daar de dienaar, de knecht van Mozes, geweest. Nu was hij tot Mozaïsche hoogte gestegen. Hij had ook een wezenlijk element aan de Tora toegevoegd. In de Tora stond dat elke 50 jaar het volk opnieuw moest beginnen op het land dat God gegeven had. Elke familie die in die 50 jaar het aan haar toegewezen land was kwijtgeraakt zou het dan weer moeten terugkrijgen.

Jozua nu had de leiding genomen bij de verdeling van het land over de families. Nu kon de Tora worden toegepast en kon de samenleving een menselijke samenleving worden. Nooit hoefden generaties lang mensen in armoede te blijven. Altijd weer kregen de armen de kans opnieuw te beginnen. altijd weer werd het volk bevrijd van hebzucht en armoede. De begrafenis van Jozua was dan ook in het stuk land dat aan zijn familie was toegewezen. Je zou verwachten dat het hoorde bij het meest vruchtbare deel van Israël, het liefst nog dicht bij het Heiligdom ook. Niks van waar. De familie van Jozua had een stuk land gekregen in de bergen van Efraïm, het land dat veel later het Noordrijk zou vormen. Ook de hogepriester, Eleazar de zoon van Aäron, die bij de intocht in Israël de zorg had gehad voor de Tabernakel en dus ook voor het doorgeven van het woord van de God van Israël stierf en kreeg een graf in het land van zijn familie, ook hij dus in het bergland. Geen van de notabelen kreeg een plaats die beter was dan die van de anderen.

Maar de belangrijkste begrafenis was wellicht die van Jozef. De zoon van Jacob die met zijn zonen voor een hongersnood naar Egypte was gevlucht. Daar had Jozef het tot onderkoning geschopt en die Jozef had het opzicht gekregen over de voorraden graan die waren aangelegd om in tijden van slechte oogst en dreigende hongersnood het volk van een blijvende welvaart te verzekeren. Het nageslacht van Jacob was uitgegroeid tot een groot en machtig volk. Jozef had bij zijn sterven vele honderden jaren daarvoor bepaald dat zijn gebeente bij het volk zou moeten blijven en ooit begraven zou moeten worden in de grond van zijn vader. Het enige stukje grond dat in het boek Jozua word genoemd dat niet veroverd was maar al eigendom van een familie was is het stuk grond waar het gebeente van Jozef werd begraven. Het was gekocht door Jacob. Gekocht van de zonen van Chamor onder wie Sichem. En bij Sichem was het volk bijeen gekomen en was de Tabernakel opgericht. Alles in dit verhaal herinnert dus aan de beloften van de God van Israël. Die brengt uiteindelijk een samenleving tot stand waarin mensen in vrede en welzijn kunnen leven. Die belofte geldt de hele wereld, ook onze samenleving dus. Wij zullen er aan moeten werken, elke dag opnieuw, maar het zal komen en wij mogen daar aan werken, ook vandaag weer.

Reacties

Jozua 24:14-28

14  Nu dan, ‘vervolgde Jozua, ‘eerbiedig de HEER, dien hem met onvoorwaardelijke trouw en doe de goden weg die uw voorouders ten oosten van de Eufraat en in Egypte hebben gediend. Dien alleen de HEER. 15 Wanneer u daar niet toe bereid bent, kies dan nu wie u wel wilt dienen: de goden van uw voorouders ten oosten van de Eufraat of de goden van de Amorieten, van wie u nu het land bewoont. In ieder geval zullen ik en mijn familie de HEER dienen.’ 16  Hierop antwoordde het volk: ‘Het is verre van ons de HEER te verlaten om andere goden te dienen. 17  Hij is het, de HEER, onze God, die ons en onze voorouders uit de slavernij in Egypte heeft bevrijd. Hij heeft grote wonderen voor ons verricht; dat hebben we met eigen ogen gezien. Hij heeft ons op onze hele tocht beschermd tegen alle volken waarvan we het gebied doortrokken. 18  De HEER heeft ze allemaal voor ons verdreven, en ook de Amorieten, die vroeger in dit land woonden. Natuurlijk zullen wij de HEER dienen, want hij is onze God.’ 19  Jozua antwoordde het volk echter: ‘U zult niet in staat zijn de HEER te dienen, want hij is een heilige God, hij duldt niemand naast zich, hij zal u uw overtredingen en zonden niet vergeven. 20  Wanneer u de HEER verlaat en andere goden gaat dienen, zal hij zich tegen u keren. Dan zal hij u niet langer weldaden bewijzen, maar u kwaad doen en u vernietigen.’ 21  Maar het volk zei opnieuw: ‘Wees ervan verzekerd dat we de HEER zullen dienen.’ 22  ‘In dat geval, ‘antwoordde Jozua, ‘bent u zelf de getuigen van uw keuze om hem, de HEER, te dienen.’ ‘Ja, dat zijn wij, ‘bevestigde het volk, 23  waarop Jozua zei: ‘Doe dan die vreemde goden weg en richt u volledig op de HEER, de God van Israël.’ 24  En het volk beloofde: ‘We zullen de HEER, onze God, dienen en gehoorzamen.’ 25  Zo legde Jozua het volk die dag in Sichem deze verplichting op en hij gaf het wetten en regels, 26  die hij in het wetboek van God opschreef. Ook richtte hij een grote steen op onder de terebint bij het heiligdom van de HEER. 27  ‘Deze steen, ‘zei hij tegen het volk, ‘is getuige, want hij heeft alles gehoord wat de HEER tegen ons heeft gezegd. Hij is dus getuige opdat u uw God niet afvallig wordt.’ 28  Daarna liet Jozua het volk vertrekken, iedereen ging naar zijn eigen grondgebied. (NBV)

Vandaag lezen we hoe het volk Israël door Jozua voor de keus wordt gesteld: De God van Israël dienen of achter andere goden aan lopen. Dat is een keus die ook ons wordt voorgelegd. Let wel, het gaat niet om nieuwe regels, we weten best waar de vrede in de wereld vandaan moet komen, elkaar liefhebben zoals we ons zelf liefhebben. Israël heeft schijnbaar een gemakkelijke keuze. Ze kwamen uit de woestijn en hebben de verovering van een land dat overvloeide van melk en honing meegemaakt. Een uiterst vruchtbaar land aan de oevers van de Jordaan, van de woestijn in het Noorden, waar Dan ging wonen tot aan de woestijn in het zuiden waar de stad Berseba lag. Roept Jozua nu van hiep hiep hoera u heeft de goede God gekozen? Niks is minder waar : Jozua waarschuwt het volk dat het niet in staat zal zijn de God van Israël te dienen. Het is die God of de god verlatenheid, het is liefhebben en dus zorgen voor de minsten, zelfs de vreemdelingen, uiteindelijk zelfs je vijanden. In onze dagen moeten we ons dus afvragen hoe we de Jihadisten en de strijders van IS lief kunnen hebben. Daar is geen eenvoudig antwoord op te geven. Dat ze van hun gewelddadige ideologie af moeten is duidelijk. En over hoe we dat zouden kunnen doen is nog door bijna niemand nagedacht.

Maar als we de God van Israël willen dienen, als we er van overtuigd zijn dat geweld niet het laatste woord in deze wereld kan zijn, als we een wereld willen zonder honger, zonder oorlog, zonder armoede, zonder discriminatie dan zullen we aan die wereld moeten werken. Wij geloven immers dat de belofte van de God van Israël werkelijkheid kan worden. Het hele boek Jozua gaat over een volk dat er van getuige is dat de God van Israël zijn beloften nakomt. Niet door op de knieën te gaan liggen en halleluja te roepen. Maar door strijd te leveren voor die betere wereld. Zoals God had bevolen strijd te leveren bij de verovering van Jericho. De bewoners van Jericho hielden zo lang de poorten gesloten en bewapende wachten op de muren dat uiteindelijk de muren en de poorten ineen storten en het volk Israël hun zwijgen kon omzetten in gejuich. Ze moesten daarvoor wel dagenlang om die stad heentrekken, met het risico op uitvallen door de vijand, met het risico dat het volk meer zou verliezen dan winnen. En dat verliezen was ook mogelijkheid. Hebzucht veroorzaakte het eerste verlies. En hebzucht is ook voor ons een grote bedreiging.

Het is Quatar, een oliestaat, die de oorlog van IS tegen Moslims, Christenen, anders gelovigen en ongelovigen financieel steunt. Ze sponsort IS net zo hard als de Fifa met wie ze een wereldkampioenschap voetbal wil organiseren. Wij hebben nauwe banden met de sponsors van IS. De miljoenen die IS verdient aan de olie komt voor een deel ook uit ons land. Om de keus van Israël te onderstrepen en ze ook in de toekomst er aan te kunnen herinneren richt Jozua een steen op bij de Tabernakel die ze in de woestijn hadden gebouwd om de richtlijnen voor de menselijke samenleving te bewaren. De steen vertelt ze dat ze die richtlijnen nu tot uitvoering moeten brengen. Wij leggen soms ook van die bijzondere stenen in onze straten. Soms staan ze rechtop en herinneren ons aan verschrikkingen uit het verleden, soms roepen ze op niet voor tirannen te zwichten. Soms liggen ze zo in de straat dat je er bijna over struikelt, ze herinneren ons aan de slachtoffers van tirannie. Soms vragen wij zingend onze God de tirannie te verdrijven die onze harten doorwond. Zo lang wij weet blijven houden van de verschrikkingen die mensen elkaar kunnen aan doen zullen we de liefde, zoals we de liefde van God hebben geleerd, er tegenover moeten stellen. Ook tegen IS. Misschien dat een verbond met anders gelovigen, de hand uitsteken naar de minsten, ons kan helpen. Kijk maar om je heen en begin er mee.

Reacties

Jozua 23:1-16

1-2 De HEER had Israël aan alle grenzen rust gegeven door het volledig van zijn vijanden te verlossen. Vele jaren later riep Jozua, die toen op hoge leeftijd was gekomen, heel Israël, de oudsten, stamhoofden, rechters en griffiers bijeen. Hij zei tegen hen: ‘Ik heb niet lang meer te leven. 3  U hebt zelf kunnen zien wat de HEER, uw God, met al die volken heeft gedaan. Hij was het immers die voor u streed. 4  Ik heb voor uw stammen door loting het land verdeeld van de volken die ik heb uitgeroeid, van de Jordaan tot aan de Grote Zee in het westen; en eveneens het land van de volken die nog zijn overgebleven. 5  Die zal de HEER, uw God, zelf voor u verdrijven en uitroeien. Dan kunt u hun land in bezit nemen, zoals hij heeft beloofd. 6  Wees daarom zeer standvastig met betrekking tot de voorschriften van Mozes. Wijk daar op geen enkele manier van af. 7  Vermeng u niet met die vreemde volken die nog bij u overgebleven zijn. Neem de naam van hun goden niet in de mond en zweer er nooit bij, dien die niet en buig u nooit voor ze neer. 8  U moet alleen de HEER, uw God, zijn toegedaan, zoals u dat tot nu toe bent geweest. 9  De HEER roeide grote en machtige volken voor u uit, niemand kon tegen u standhouden, tot op de dag van vandaag. 10  Hoe vaak kwam het niet voor dat slechts een van u wel duizend man achtervolgde? Dat kwam doordat het de HEER was, uw God, die voor u streed, zoals hij had beloofd. 11 Daarom is het voor u van levensbelang hem lief te hebben. 12-13 Weet dat wanneer u zich van hem afwendt en bevriend raakt met die volken die nog bij u overgebleven zijn, wanneer u zich daarmee vermengt door huwelijken met ze aan te gaan, dan zal de HEER, uw God, die volken niet meer voor u uitroeien. Dan worden ze voor u een klapnet en een valstrik, een zweep die u geselt en een doorntak die u de ogen uitsteekt, net zolang tot u allemaal bent weggevaagd uit dit goede land dat de HEER, uw God, u gegeven heeft. 14  Luister. Nu ik de weg moet gaan die ieder mens wacht, moet u goed beseffen dat de HEER, uw God, geen van de beloften heeft gebroken die hij u heeft gedaan. Hij heeft ze alle gestand gedaan, hij heeft er niet één gebroken. 15-16 Maar zoals hij u de voorspoed heeft geschonken die hij had beloofd, zo zal hij elk mogelijk onheil over u brengen wanneer u de regels van het verbond overtreedt die hij u heeft opgelegd. Wanneer u andere goden gaat dienen en u voor ze neerbuigt, zal hij u wegvagen uit dit goede land dat hij u gegeven heeft. Dan zal zijn woede tegen u losbarsten en zult u heel snel worden weggevaagd uit dit goede land, dat u van hem gekregen hebt.’(NBV)

Als we het over de Bijbel hebben denken mensen vaak over preken. Nu wordt er wat afgepreekt in kerken maar in de Bijbel staan overwegend verhalen. Preken kom je in de Bijbel niet zo veel tegen. Vandaag lezen we een uitzondering. Een preek van Jozua. Een preek die nodig was. Toen Mozes afscheid had genomen van het volk had hij een heel boek voorgelezen, het boek Deuteronomium, dat om het volk nog eens op het hart te drukken zich aan de richtlijnen van de God van Israël te houden. Later was daar nog het verhaal over de dood van Mozes aan toegevoegd, voor zover het volk dat had begrepen. Daarmee werd de leer van Mozes afgesloten. Van de schepping van de wereld tot aan de intocht in het land dat overvloeit van melk en honing. Dat was een verhaal waaruit geleerd moest worden. Het is de God van Israël die de aarde had geschapen om aan de mensen te geven, het was die God die richtlijnen had gegeven om de aarde voor mensen bewoonbaar te maken. Het was die God die een volk had gekozen om te laten zien wat die richtlijnen voor vrede, recht en welzijn voor alle volken zouden kunnen betekenen. Maar dat volk had de neiging voortdurend van die richtlijnen af te wijken.

Ook Jozua werd met die neiging tot afwijken geconfronteerd. De verovering van het land Israël had veel strijd gekost. De volken die het vruchtbare land niet hadden willen delen met de arme woestijnzwervers moesten worden verslagen. Ze hadden zich achter hoge muren verscholen om de vreemdelingen buiten te houden. Ze hadden bondgenootschappen gesloten om de vreemdelingen buiten de deur te houden. Vergeefs. Het volk Israël had wel willen delen. Het volk Israël was niet hebzuchtig geweest. Niet de beste soldaten kregen de buit die was veroverd, maar het werd eerlijk verdeeld over het volk. Nu Jozua oud geworden was liep de strijd nog lang niet ten einde. Er waren nog volken die tot delen bewogen moesten worden. Jozua was er vast van overtuigd dat het zou lukken, God had het land beloofd en zou zijn belofte waarmaken. Maar dan zou het volk zich aan de richtlijnen moeten houden zoals die door Mozes waren doorgegeven. Dat was niet gemakkelijk. Israël kende geen beeld van hun God. Volgend die leer van Mozes konden ze het beeld van hun God zien in hun medemens, de mens was immers geschapen naar Gods beeld en gelijkenis. Die vreemde volken hadden prachtige beelden van hun goden. Mooie rituelen ook voor de vruchtbaarheid van hun land. Die weduwen en de wezen waar die richtlijnen van Mozes over gingen waren lang zo mooi niet.

Toen veel en veel later door mensen die de leer van Mozes hadden bestudeerd aan Jezus van Nazareth werd gevraagd wat hij beschouwde als het hart van de leer van Mozes, hoe je die leer in een zin zou kunnen samenvatten citeerde Jezus twee regels uit die leer, heb God lief boven alles en heb uw naaste lief als uzelf. Daar gaat de preek van Jozua dus ook over. In het Hebreeuws hebben Jezus en Jozua overigens dezelfde naam. Christenen geloven dat zoals Jozua de verovering van het land van melk en honing had geleid om te laten zien wat de God van Israël wel allemaal niet voor elkaar  kon krijgen, Jezus van Nazareth de leer van Mozes zo heeft vertaald dat iedereen op de hele wereld er aan mee kan doen en de hele wereld dus een mensenland wordt dat overvloeit van melk en honing. Die leer van Mozes is niet eenvoudig, gij zult niet doden staat er in die regels en onze legers en bommenwerpers vechten voortdurend tegen die regel. Heb de vreemdeling lief staat er in die regels en angstige schreeuwers proberen de vreemdelingen weg te zetten als misdadigers. Wanhopige jongeren zien geen andere uitweg dan met geweld zich een plaats in de wereld te verschaffen. Dat is vergeefs. Jozua bleef aandringen om als uitgangspunt voor de samenleving in Israël vast te houden aan de leer van Mozes. Jezus van Nazareth zou oproepen om zelfs je vijanden lief te hebben. Vandaag hebben we het meer dan nodig om die oproep tot ons door te laten dringen.

Reacties

Spreuken 31:10-31

10 Een sterke vrouw, wie zal haar vinden? Zij is meer waard dan edelstenen. 11  Haar man vertrouwt op haar en zal daar rijkelijk bij winnen. 12  Ze brengt hem voorspoed, geen ellende, alle dagen van haar leven. 13  Ze zoekt wol en linnen uit,  en spint en weeft met vreugde. 14  Zoals een koopmansschip naar verre streken vaart, zo haalt zij van verre wat ze nodig heeft. 15  Ze staat al op als het nog donker is, regelt het werk in huis, draagt haar slavinnen taken op. 16  Als zij haar zinnen op een akker zet, koopt ze hem, van wat ze heeft verdiend, plant ze een wijngaard. 17  Zij is vol daadkracht, onvermoeibaar is ze in de weer. 18  Handeldrijven gaat haar heel goed af, ‘s nachts gaat haar lamp niet uit. 19  Haar handen zijn voortdurend aan het spinrok, ze houdt altijd de weefspoel vast. 20  Haar handen strekt zij uit naar de behoeftigen, ze geeft de armen hulp. 21  Niemand in haar huis hoeft sneeuw te vrezen,  zij heeft hen allen warm gekleed. 22  Ze maakt de mooiste dekens, ze gaat gekleed in linnen en purperen wol. 23  Haar man geniet bekendheid in de stad, hij vergadert met de oudsten in de poort. 24  Zij vervaardigt kleding en gordels, en levert die aan kooplui. 25  Uit haar verschijning spreken kracht en waardigheid, de dag van morgen ziet ze lachend tegemoet. 26  Ze spreekt wijze woorden, wat ze zegt, zijn liefdevolle lessen. 27  Ze waakt over haar huishouding, nietsdoen is haar onbekend. 28  Haar kinderen prijzen haar, haar man bejubelt haar: 29  ‘Er zijn veel sterke vrouwen, maar jij overtreft ze allemaal.’ 30  Charme is bedrieglijk en schoonheid vergaat, maar een vrouw met ontzag voor de HEER moet worden geprezen. 31  Moge zij de vruchten plukken van haar werk, mogen haar daden worden geprezen in de poorten. (NBV)

De moeder van Koning Lemuël heeft hem nog een liedje geleerd waarmee het boek Spreuken besluit. Dat liedje heeft hij zorgvuldig opgeschreven al was het in een vorm die het onthouden gemakkelijk maakt. Elk couplet uit het liedje , wij lezen dat als elke spreuk, begint met een letter uit het Hebreeuwse Alfabeth. Het is een ABC'tje dus om de teksten uit dit deel van de Bijbel te volgen. Commentatoren op de Bijbel, dat zijn bijna altijd mannen, hebben dit liedje dan ook losgekoppeld van de moeder van Koning Lemuël. Er wordt wel gezongen dat vrouwen wijze woorden spreken maar dat moet je in de Kerk dan niet direct aan vrouwen toedichten. Een verkeerde uitleg van een woord van Paulus maakt immers dat velen vinden dat de vrouw moet zwijgen in de Kerk. Paulus had het over de orakels van zijn tijd die alleen vrouwelijk waren maar ook onder de hoede van een man stonden. Tegen betaling voorspelden zij de toekomst zoals goden die in petto zouden hebben. Die vrouwen horen niet in een kerk thuis. Maar de vrouw die doet wat God heeft opgedragen als uitvoering van zijn verbond hoort ook in de Kerk door te klinken en dat Woord te verkondigen.

Het gedeelte van vandaag wordt nog wel eens gelezen op begrafenissen van ondernemende vrouwen, als lof op de verstandige huisvrouw. Maar dat is jammer, want dan is het eigenlijk te laat. Het zou beter in het begin van de puberteit gelezen kunnen worden, als een meisje tot vrouw wordt. Ze heeft dan een eigen kompas of richtlijn voor de rest van haar leven. En als ook jongens het lied leren weten ze wat ze kunnen hebben aan een partner die ze als gelijke mogen ontvangen, hoewel menige jongen geen fractie kan wat aan de verstandige en ondernemende vrouw in dit Bijbelgedeelte wordt toegedicht. Maar ja, die jongen hoeft zich dan ook alleen met recht en rechtvaardigheid bezig te houden. Dat is tenminste wat er in de poort gebeurd, daar horen de armen en de minsten tot hun recht te komen. Daar wordt de weduwe en de wees beschermd. Daar wordt uitgemaakt wie de weduwe in zijn huishouden moet opnemen om haar een deel van leven en van een toekomst te verzekeren. Een vrouw vinden die voor de rest zorgt is een kostbaar geluk, die vrouw is meer waard dan edelstenen.

Een vrouw die aan de beschrijving uit dit slot van het boek Spreuken beantwoord zou ook met gemak een minister van economische zaken kunnen zijn, ze zoekt wol en linnen uit, zorgt voor de textielproductie, handelt met verre landen en haalt wat voor ons land nuttig is. Ze werkt van vroeg tot laat voor de samenleving. Ze handelt en zorgt voor de voedselproductie, zelfs in de nacht gaat ze er mee door als het nodig is. Maar niet alleen voor zichzelf, ze heeft weet van delen met de armen en de behoeftigen. Het gaat haar ook niet om schoonheid voor zichzelf, want schoonheid vergaat, het is de lelijkheid die blijft nietwaar. Haar man staat als rechtvaardige bekend en zij spreekt liefdevolle lessen, ziedaar het Christelijk gezin als middelpunt van het goede, niets dan het goede. Niks de vrouw thuis en de man icn de samenleving, ze zijn samen en elk apart voorbeelden in de samenleving en elk voor zich zorgen ze dat daar het goede gebeurt, elke dag weer. Daar mogen wij ons dag in dag uit bij aansluiten en door inspireren laten, of we mannelijk of vrouwelijk zijn, in de Christelijke gemeente vervalt het onderscheid en eigenlijk hebben we dat vandaag ook uit het boek Spreuken gelezen.

 

Reacties

Genesis 11:1-9

1 Ooit werd er op de hele aarde één enkele taal gesproken. 2  Toen de mensen in oostelijke richting trokken, kwamen ze in Sinear bij een vlakte, en daar vestigden ze zich. 3  Ze zeiden tegen elkaar: ‘Laten we van klei blokken vormen en die goed bakken in het vuur.’ De kleiblokken gebruikten ze als stenen, en aardpek als specie. 4  Ze zeiden: ‘Laten we een stad bouwen met een toren die tot in de hemel reikt. Dat zal ons beroemd maken, en dan zullen we niet over de hele aarde verspreid raken.’ 5 Maar toen daalde de HEER af om te kijken naar de stad en de toren die de mensen aan het bouwen waren. 6  Dit is één volk en ze spreken allemaal een en dezelfde taal, dacht de HEER, en wat ze nu doen is nog maar het begin. Alles wat ze verder nog van plan zijn, ligt nu binnen hun bereik. 7  Laten wij naar hen toe gaan en spraakverwarring onder hen teweegbrengen, zodat ze elkaar niet meer verstaan. 8  De HEER verspreidde hen van daar over de hele aarde, en de bouw van de stad werd gestaakt. 9  Zo komt het dat die stad Babel heet, want daar bracht de HEER verwarring in de taal die op de hele aarde gesproken werd, en van daar verspreidde hij de mensen over de hele aarde. (NBV)

Trouwe Bijbellezers zien het al aankomen. Vandaag is het Pinksteren en dan zal het wel gaan over de boodschap die op eerste Pinksterdag plotseling door iedereen verstaan werd. Maar wil je daar iets van begrijpen dan moet je iets weten van het verhaal over hoe het kwam dat mensen elkaar niet meer konden verstaan. Over de toren van Babel zijn vele verhalen verteld. Want een toren bouwen tot aan de hemel zodat iedereen in de gaten gehouden kon worden en de machtigen steeds machtiger werden is een heel herkenbaar verhaal. Wat meestal in het vertellen van het verhaal niet doorklinkt is  het antwoord op de vraag waarom die toren nu juist in Babel moest staan.

Want die toren stond daar niet zomaar. In Babel waren immers de ballingen uit Israel die opnieuw de verhalen van het avontuur met de God van Israel gingen opschrijven en samenstellen. Daar kwamen ze er achter dat zelfs die machtige heersers in Babel heel veel moeite hadden iedereen te begrijpen. Ze hadden toch hangende tuinen en wonderbaarlijke bouwwerken daar in Babel, maar met de onderlinge verhoudingen ging het uiteindelijk verkeerd. Dat verhaal over de toren tot in de hemel en de verwarring die dat teweegbracht kon dus op geen enkele andere plaats spelen dan in Babel. Bovendien is er een aardige woordspeling in het Hebreeuws tussen het woord balal, dat verwarring betekent, en Babel.

 Als we dat verhaal op ons in laten werken dan is het toch wel even schrikken. Onder aanvoering van Amerika, het machtigste land op aarde, proberen regeringen alles van iedere burger te weten te komen. Alle telefoongesprekken moeten kunnen worden afgeluisterd. Door mobiele telefoons kan de verblijfplaats van iedere burger vastgelegd worden en ook het internetverkeer moet worden vastgelegd. Er zijn al systemen om alle emails en alle uitingen op het internet te controleren. Volgens het verhaal van Babel zou dat betekenen dat steeds meer groepen mensen zich gaan afsluiten voor die controle. Ze gaan een eigen geheimtaal ontwikkelen of gaan het contact met andere mensen vermijden. Daar waar we groeien naar één open wereld waar mensen met elkaar praten in plaats van vechten gaan we naar een wereld van wantrouwen en verdeeldheid. Tijd dus om er tegen in opstand te komen en een weg te zoeken waarlangs mensen elkaar beter gaan verstaan. Tijd dus voor een frisse wind door de wereld, maar dat is pas echt Pinksteren vieren.

Reacties

Genesis 10:1-32

1 Dit zijn de nakomelingen van Sem, Cham en Jafet, de zonen van Noach; na de zondvloed kregen zij zonen.2  Zonen van Jafet: Gomer, Magog, Madai, Jawan, Tubal, Mesech en Tiras. 3  Zonen van Gomer: Askenaz, Rifat en Togarma. 4  Zonen van Jawan: Elisa en Tarsis; andere nakomelingen van Jawan: Kittiërs en Dodanieten. 5  Van hen stammen de mensen af die verspreid over de kustgebieden leven, elke familie en elk volk in zijn eigen land en met zijn eigen taal. 6 Zonen van Cham: Kus, Misraïm, Put en Kanaän. 7  Zonen van Kus: Saba, Chawila, Sabta, Rama en Sabtecha. Zonen van Rama: Seba en Dedan. 8  Kus was ook de vader van Nimrod, die de eerste machthebber op aarde was. 9  Hij was een geweldig jager, door niemand overtroffen. Vandaar het gezegde: Een jager zonder weerga, een tweede Nimrod. 10  De kern van zijn rijk werd gevormd door Babel, Uruk, Akkad en Kalne, in Sinear. 11  Vanuit dat land trok hij naar Assyrië, waar hij Nineve, Rechobot-Ir en Kalach bouwde, 12  en ook de grote stad Resen, tussen Nineve en Kalach. 13  Misraïm was de stamvader van de Ludieten, de Anamieten, de Lehabieten, de Naftuchieten, 14  de Patrusieten, de Kasluchieten-uit wie de Filistijnen zijn voortgekomen-en de Kretenzers. 15 Kanaän was de vader van Sidon, die de oudste was, en van Chet, 16  en de stamvader van de Jebusieten, Amorieten, Girgasieten, 17  Chiwwieten, Arkieten, Sinieten, 18  Arwadieten, Semarieten en Hamatieten. Later verspreidden de families van de Kanaänieten zich, 19  zodat hun gebied zich van Sidon in de richting van Gerar uitstrekte tot aan Gaza, en in de richting van Sodom, Gomorra, Adma en Seboïm tot aan Lesa. 20  Dit waren de nakomelingen van Cham, ingedeeld naar families, talen, landen en volken. 21 Ook Sem kreeg zonen. Hij, Jafets oudste broer, is de stamvader van alle nakomelingen van Eber. 22  Zonen van Sem: Elam, Assur, Arpachsad, Lud en Aram. 23  Zonen van Aram: Us, Chul, Geter en Mas.24  Arpachsad was de vader van Selach, en Selach de vader van Eber. 25  Eber kreeg twee zonen. De ene heette Peleg; in zijn tijd werd de aarde verdeeld. De andere heette Joktan. 26  Joktan was de vader van Almodad, Selef, Chasarmawet, Jerach, 27  Hadoram, Uzal, Dikla, 28  Obal, Abimaël, Seba, 29  Ofir, Chawila en Jobab. Zij allen waren zonen van Joktan. 30  Hun woongebied strekte zich uit van Mesa tot aan de Sefar, het gebergte in het oosten. 31  Dit waren de nakomelingen van Sem, ingedeeld naar families, talen, landen en volken. 32  Dit waren de families die afstamden van de zonen van Noach, ingedeeld naar afkomst en volken. Van hen stammen de verschillende volken af die zich na de zondvloed over de aarde hebben verspreid. (NBV)

Genesis is het boek van de wording van de mensen, mensen die de aarde bewonen en die voor elkaar zouden moeten zorgen maar steeds het tegendeel daarvan doen. De geschiedenis van de wording kennen betekent dat je zicht krijgt op de toekomst. Je geschiedenis moet je dus in ere houden, daarom staat er geschreven "Eer je vader en je moeder, opdat je dagen verlengd worden". Eer je vader en je moeder wil niet zozeer zeggen dat je ze altijd gehoorzaam moet zijn, misschien wel het tegendeel, maar dat je nooit moet vergeten wie je voorouders waren. Daar hoef je je niet voor te schamen. Vandaag lezen we weer zo'n waarschuwing. Alle volken en stammen die je tegenkomt zijn uiteindelijk familie van elkaar, broeders en zusters, ze komen immers van dezelfde voorouders. Niemand hoeft zich dus beter te vinden dan een ander en niemand hoeft een ander uit te sluiten.

Als je beweert dat dit land jouw land is dan is het dus net zo goed van die ander die jouw land is binnengetrokken, die ander behoort immers tot jouw familie. Vreemdelingen zijn dan alleen die mensen die jouw God nog niet kennen, die God zonder beelden, die niet bij de grond hoort maar met je rondtrekt, niet voor de vruchtbaarheid zorgt maar voor de liefde, voor eerlijk delen en rechtvaardig handelen. Juist door die liefde en door dat rechtvaardig handelen hoor je de vreemdelingen er bij te betrekken. Kernwoord voor het verhaal met al die vreemde namen en vreemde landstreken is het verspreiden. Van oost tot west van noord tot zuid de mensen hebben zich verspreid over de hele aarde en dat begon ooit met het gezin van Noach.  Nu is verspreiden een angstige zaak. Als wij ons zo zouden verspreiden dan zouden we bang zijn elkaar kwijt te raken.

Je merkt dat al bij de huidige verspreiding. Er komen ongeveer net zoveel mensen uit den vreemde ons land binnen als er uit ons land mensen naar den vreemde vertrekken. Toch hoor je steeds vaker dat we bang moeten zijn onze eigen identiteit te verliezen. Steeds meer mensen in ons land spreken met zo'n harde g klank, een mooie zachte g klank hoor je bijna niet meer. De sprekers daarvan moeten hard schreeuwen om gehoord te worden. De Bijbel troost ons. De mensen die ons land binnenkomen zijn onze broers en zusters, neven en nichten en de mensen die vertrekken gaan wonen bij onze familieleden, mensen die ook op ons lijken en dezelfde voorouders hebben als wij. Aan ons, die dit land bewonen, is de opdracht om er een land van vrede en gerechtigheid van te maken. Dat gaat niet vanzelf, daar moeten we elke dag weer aan werken, maar dat mag elke dag opnieuw, ook vandaag.

 

Reacties

Joël 4:9-21

9 Roep de volken op: Bereid je voor op de strijd, laat je helden aantreden, laat al je strijders nu ten strijde trekken! 10 Smeed je ploegijzers maar om tot zwaarden en je snoeimessen tot speren, en laat de zwakke zich een held betonen. 11 Haast je, volken rondom, verzamel je. -O HEER, zend dan uw legermacht daarheen! -12 Laat de volken aantreden, laat ze optrekken naar de vallei van Josafat; daar zal ik mijn oordeel over hen vellen. 13 Sla de sikkel erin, het is tijd om te oogsten. Kom de wijnpers treden, de persbak is vol, de kuipen lopen over, zó talrijk zijn hun misdaden. 14 Dichte drommen bijeen in de vallei van het oordeel! Nabij is de dag van de HEER. Daar zal hij oordelen! 15 Zon en maan worden verduisterd, sterren doven hun glans. 16 De HEER brult vanaf de Sion, hij gromt vanuit Jeruzalem, zodat hemel en aarde beven. Maar voor zijn volk is de HEER een toevlucht, Israël biedt hij bescherming. 17 Dan zullen jullie inzien dat ik, de HEER, jullie God, woon op de Sion, mijn heilige berg. Jeruzalem zal een heilige stad zijn; vreemden zullen er niet meer binnengaan. 18 Dan, in die tijd, zal de wijn van de bergen druipen en de melk van de heuvels vloeien; alle waterstromen van Juda zullen bruisen, en in het huis van de HEER ontspringt een bron die zelfs het droogste woestijndal bevloeit. 19 Maar Egypte wordt een woestenij en Edom een kale woestijn, om hun misdaden tegen Juda, om het onschuldig bloed dat ze daar hebben vergoten. 20 Nooit gaat Juda ten onder en Jeruzalem blijft altijd bewoond. 21 Zou ik die bloedschuld niet wreken? O zeker zal ik die wreken! Want de HEER woont op de Sion. (NBV)

Zwaarden tot ploegijzers was een actiegroep tegen de atoombewapening en de overmatige bewapening van de Navo. In Nederland deed de groep van zich spreken door op de treden als defencers. Dat laatste woord is een Engelse woordspeling. Deze woordspeling verbindt de "defence" dat is: verdediging, samen met "fence", wat hek betekent. tot iets als "onthekken". De groep knipte dan ook de hekken rond vliegbases door en klom op vliegtuigen die atoomwapens konden vervoeren. Soms werden die vliegtuigen ook opzettelijk beschadigd zodat ze niet meer konden vliegen. De oproep om zwaarden tot ploegijzers om te smeden komt van de profeet Jesaja, Joël citeert hier zijn voorganger. Atoomwapens zijn een bedreiging die door iedereen gevoeld wordt. Als een atoombom is geworpen kan het land lang, zeer lang, niet meer worden gebruikt. Slachtoffers blijven ook lang, zeer lang na het bombardement, nog vallen. Atoomwapens zijn dan ook wapens waar je je als het nodig is met geweld tegen moet verzetten vond de actiegroep.

De bedreiging kwam van de wapens die waren opgeslagen op onze eigen vliegvelden. Joël roept op tot het omgekeerde. Als de sprinkhanen al het eten hebben opgegeten en de buurlanden komen om je vrouwen en kinderen tot slaaf te maken en te verkopen dan wordt het tijd de nutteloze ploegen om te smeden tot nuttige wapens die je vrouwen en kinderen en je land beschermen tegen de rovers. Gisteren al schreven we dat er in het IS gebied zo'n situatie is waar wapens nodig zijn om de rovers van vrouwen, kinderen en land te verdrijven en de mensen die er horen te ploegen, te zaaien en hun vee te verzorgen weer laten leven in vrede. De volkeren van de wereld lijken te aarzelen om krachtig in te grijpen. De macht van machthebbers, net als de eigendommen van de rijken, zijn bijna onaantastbaar.

Hoeveel armen er ook aan kapot gaan, ingrijpen is er bijna niet bij. Of het nu speculanten zijn in onze grote steden die kantoren en woningen laten verloederen om er belastingvoordeel uit te halen en ter bescherming waarvan alleen het kraken strafbaar wordt gesteld, of dictators die kinderen en huurlingen gebruiken om arme boeren te onderdrukken en uit te buiten, ingrijpen op grond van de goddelijke richtlijnen, die op Sion werden gegeven en in Jeruzalem bewaard, blijft uit. Geen wonder dat Joël roept dat het begint te donderen op de Sion, dat deed het ook toen de leer van Mozes, de leer van recht en rechtvaardigheid, de richtlijn van de liefde, werd gegeven. Bij elke ramp zijn er TV marathons met amusement en informatie om ons te doordringen van de noodzaak samen te delen. Voor de armen in Syrië moet die nog komen. Stuur dus eens een mailtje aan Uw favoriete omroep en vraag om aandacht.

 

Reacties

Joël 4:1-8

1 In dezelfde tijd dat ik het lot van Juda en Jeruzalem ten goede keer, 2 zal ik alle volken bijeenbrengen en wegvoeren naar de vallei van Josafat om daar een oordeel over hen te vellen. Want zij hebben mijn volk Israël, mijn eigendom, onder vreemde volken verstrooid, ze hebben mijn land verdeeld 3 en om mijn volk het lot geworpen; ze hebben jongens geruild tegen hoeren en meisjes verkocht voor wijn, om zich te bedrinken. 4 Jullie, inwoners van Tyrus en Sidon, en jullie, Filistijnen, wat denken jullie wel? Wilden jullie je op mij wreken? Wilden jullie iets tegen mij ondernemen? Onmiddellijk laat ik jullie daden op je eigen hoofd neerkomen. 5 Jullie hebben mijn goud en zilver weggenomen en al mijn kostbaarheden naar jullie paleizen gebracht. 6 Jullie hebben de inwoners van Juda en Jeruzalem aan de Grieken verkocht en hen zo van hun eigen grond weggerukt. 7 Maar ik haal hen terug van de plaats waarheen jullie hen verkocht hebben. Jullie daden zullen op je eigen hoofd neerkomen: 8 ik laat jullie zonen en dochters door de inwoners van Juda verkopen aan de Sabeeërs, ver hiervandaan-de HEER heeft gesproken. (NBV)

Bij de kruisiging van Jezus roepen de Joden tegen Pilatus volgens het verhaal van Mattheüs iets vergelijkbaars : "Laat zijn bloed dan maar over ons komen". Maar wat hier boven staat wordt tegen de heidenen gezegd die de Joden hebben vervolgd, vernederd, onderdrukt en verkocht. Een volk wegvoeren van de eigen grond is voor een landbouwgemeenschap ongeveer het ergste wat er kan gebeuren. Het is de ramp die vandaag de dag de veel slachtoffers van oorlog treft en die heel veel Palestijnen getroffen heeft toen de staat Israël werd uitgeroepen. Joël neemt het op voor deze verjaagde landbouwers. Ook al hebben de sprinkhanen alles opgegeten wat het land kon voortbrengen nog dien je de bewoners te respecteren en hen de kans te geven de grond weer te bewerken en een nieuwe oogst binnen te halen.

Dat die oogst zal komen staat voor Joël vast. Daarvoor moeten ze alleen terugkeren naar de bron van hun bestaan. Dat was immers de richtlijn die hen ook door de woestijn uit de slavernij naar het land overvloeiende van melk en honing had gevoerd. De vraag die aan het begin van dit stuk wordt gesteld is of wij het voorbeeld van eerlijk delen en recht en rechtvaardigheid voor onze naasten willen volgen. Alle volken zullen gewogen worden staat er. Palestina is daarvoor een test case en de vraag is of de volkeren der aarde er goed vanaf komen. Natuurlijk zijn er velen binnen de Verenigde Naties die geweldig hun best doen. Maar doortastend optreden tegen gewapende benden die het volk van hun akkers en grond verdrijven is er nog niet bij. Dat misdadige milities gesteund worden door hun regering mag toch niet afdoen aan de bescherming die de zwaksten nodig hebben.

Vrouwen en kinderen zijn altijd de eerste slachtoffers van oorlog en geweld. Kinderen worden zelfs misbruikt als wapens, geef ze een geweer en voedsel en ze vechten en schieten voor je. Kun je het een kind kwalijk nemen of moeten de daders er van hard worden aangepakt en door de wereldgemeenschap met alle kracht worden bestreden? Joël pleit zeker niet voor een zachte geweldloze aanpak. Wel voor een onbaatzuchtige aanpak, het lot van de armen, van het geknechte volk staat voorop. In de test case Syrië is hun lot nog lang niet dat wat Joël zou wensen, onze broeders en zusters daar zijn niet veilig en leven niet in vrede. Tijd om er wat meer aan te gaan doen. Dat zal niet gemakkelijk zijn. Maar laten we de vredesbewegingen steunen. Tussen Israël en Palestina staat de Palestijnse Christelijke Vredesbeweging Sabeel, kijk maar eens op de site van Kerk in Actie.

Reacties

Joël 3:1-5  

1 Daarna zal zich dit voltrekken: Ik zal mijn geest uitgieten over al wat leeft. Jullie zonen en dochters zullen profeteren, oude mensen zullen dromen dromen, en jongeren zullen visioenen zien; 2 zelfs over slaven en slavinnen zal ik in die tijd mijn geest uitgieten. 3 Dan zal ik tekenen geven aan de hemel en op aarde: bloed en vuur en zuilen van rook, 3 de zon verandert in duisternis en de maan in bloed. Dan komt de dag van de HEER, groot en ontzagwekkend. 5 Dan zal ieder die de naam van de HEER aanroept ontkomen: op de Sion, in Jeruzalem, is een toevlucht te vinden, zoals de HEER heeft beloofd; ieder die hij roept zal worden gered. (NBV)

Als je werkelijk samen iets tot stand weet te brengen, iets goeds, dat telt voor de samenleving, dan heb je het gevoel dat je de hele wereld aan kan en voor de hele wereld iets goeds tot stand zult brengen. Jongeren zowel als ouderen. We doen nog wel eens of de vernieuwende ideeën bij jongeren vandaan moeten komen maar ouderen kunnen net zo goed dromen van een betere wereld waarin de fouten die hun generatie maakte vermeden worden of gerepareerd zijn. Elke generatie wordt verleid door de machtigen en de rijken om niet hetgeen te doen dat gevraagd wordt door de armen en de zwakken in de samenleving, elke generatie opnieuw is er daarom onvrede en opstand. Tot het moment dat je allemaal samen iets doet dat werkelijk in het teken staat van de liefde dan wordt dat als maat voor alle dingen aangelegd.

Dat is de dag van de Heer, dan heeft de God van de Woestijn het voor het zeggen, allemaal weten dat alleen een onbaatzuchtige liefde een samenleving door het donkerste leed heen kan trekken. De toevlucht is dan ook volgens Joël alleen op de Sion, de berg waar die leer van Mozes werd ontdekt, of in Jeruzalem waar die leer werd bewaard. Maar let eens op, als we samen optrekken dan klinkt gelijk de kritiek dat het toch niet zal werken. Hoewel de Samenwerkende Hulp Organisaties nauwkeurig steeds verslag deden van de besteding van de gelden voor de slachtoffers van de Tsunami worden we telkens weer verleid om te denken dat die gelden verkeerd besteed zijn, dat de hulp niet blijvend is, dat die mensen er niet beter op geworden zijn, dat een handjevol slechts zich heeft verrijkt.

Niets is minder waar. De vissers op Sri Lanka vissen met betere boten dan ooit. Hele dorpen op Atjeh zijn weer opgebouwd. In alle landen die getroffen waren is onderwijs op gang gekomen voor de kinderen. Het toerisme in Thailand bloeit weer. Het enige dat nog ontbreekt zijn eerlijke kansen voor mensen. De thee uit Sri Lanka moet hier worden bewerkt en in theezakjes gedaan, daar kunnen ze dat wel maar dan moeten ze heel hoge invoerrechten betalen. Wij steunen onze suikerindustrie nog zo sterk dat arme boeren in de derde wereld geen schijn van kans hebben. Dat het niet lukt ligt dus niet aan de slachtoffers maar aan de rijken en machtigen in onze eigen wereld. En die kunnen we ook zonder onze dromen aanpakken, ouderen en jongeren samen.

  

Reacties
Domeinregistratie en hosting via mijndomein.nl