basalk.punt.nl
Abonneren

Abonneer je nu voor nieuwe artikelen op deze website!

Laatste artikelen

Lucas 14:15-24

15 ¶  Toen een van de anderen die aan tafel aanlagen dit hoorde, zei hij tegen hem: ‘Gelukkig al wie zal deelnemen aan de maaltijd in het koninkrijk van God!’ 16  Jezus vervolgde: ‘Iemand wilde een groot feestmaal geven en nodigde tal van gasten uit. 17  Toen het tijd was voor het feestmaal, stuurde hij zijn dienaar naar de genodigden om tegen hen te zeggen: “Kom, want alles is klaar.” 18  Maar een voor een begonnen ze zich te verontschuldigen. De eerste zei: “Ik heb net een akker gekocht, die ik beslist moet gaan bekijken. Tot mijn spijt kan ik de uitnodiging niet aannemen.” 19  En een ander zei: “Ik heb vijf span ossen gekocht en ik ga ze keuren; tot mijn spijt kan ik de uitnodiging niet aannemen.” 20  Weer een ander zei: “Ik ben pas getrouwd en daarom kan ik niet komen.” 21  Toen de dienaar teruggekomen was, bracht hij zijn heer verslag uit. De heer des huizes ontstak in woede en zei tegen zijn dienaar: “Ga vlug de stad in en breng uit de straten en stegen de armen en kreupelen en blinden en verlamden hierheen.” 22  Toen de dienaar hem kwam melden: “Heer, wat u hebt opgedragen is gebeurd, en nog is er plaats,” 23  zei de heer tegen hem: “Ga naar de wegen en de akkers buiten de stad en nodig iedereen met klem uit, want mijn huis moet vol zijn. 24  Ik zeg jullie: niemand van degenen die eerst uitgenodigd waren, zal van mijn feestmaal proeven.”’ (NBV)

We hebben zo allemaal wel onze beslommeringen. De hypotheek moet worden afgelost, er moet regelmatig worden overgewerkt, je moet toch ook eens naar het theater en de bioscoop. Dan zijn er nog sportwedstrijden waar je niet buiten kunt. Als je kinderen hebt moet je vrijwel elke dag de kinderen brengen naar en halen van clubs en activiteiten. Wie heeft er nog tijd om een aantal uren in een Wereldwinkel te staan, of kleding te sorteren voor Oost-Europa, of achter de telefoon te zitten bij de Telefonische Hulpdienst, Sensoor, of één van de vele vrijwilligersbaantjes te vervullen die er in onze samenleving voor dorp, stad, land en wereld nodig zijn. We hebben het bijna allemaal te druk om aan het feest van de betere wereld, het Koninkrijk van God, mee te doen. We zijn in de afgelopen tientallen jaren fors korter gaan werken. De 40-urige werkweek werd ingevoerd, maar ook die is langzaam ingekort tot 36 en 32 uur.

Daarnaast zijn er ook nog ADV dagen gekomen en zijn veel mensen in plaats van voltijd in deeltijd gaan werken. Toch is het aantal vrijwilligers in de samenleving hard achteruit gegaan. Die ouders die het zo druk hebben met hun kinderen naar sportverenigingen te brengen en ze weer te halen hebben het te druk om elftalbegeleider, of teambegeleider te zijn in het weekeinde als de wedstrijden gespeeld moeten worden. Mensen die mopperen op de kwaliteit van het gemeentebestuur en de wegen die voortdurend zijn opgebroken en de hoge belastingen die ze moeten betalen hebben geen tijd om met de plaatselijke politici van hun partijkleur mee te werken en mee te denken over een beter gemeentebestuur. Dat Koninkrijk van God komt er ondertussen wel. Dat is de blijde boodschap die uit dit gedeelte van het Evangelie van Lucas klinkt.

Wees dus niet verbaasd als je er buiten staat, als je er geen deel aan blijkt te hebben. Al zijn er tekort vrijwilligers, ze zijn er wel. Soms nemen ze gewoon hun partner en kinderen mee. Zo zijn er hele gezinnen die samen werken in de plaatselijke voedselbank en zelf de laatste voedselpakketten mee naar huis nemen omdat ze die ook zelf nodig hebben. Juist in die delen van de samenleving waar mensen het eerst arbeidsongeschikt zijn, het langst werkloos blijven, het laagste inkomen hebben, het kortst naar school zijn geweest is de bereidheid om te helpen en een betere wereld te maken het grootst. Soms lijkt het of ze een wereld maken voor zichzelf en dan worden de machtigen en rijken er bang van, maar weet goed dat iedereen mee kan doen. Je moet er alle dagen klaar voor zijn en wel voor willen samenwerken.

Reacties

Lucas 14:1-14

1 ¶  Toen hij op sabbat naar het huis van een vooraanstaande Farizeeër ging, waar hij voor een maaltijd was uitgenodigd, hielden ze hem in het oog. 2  Er was daar iemand met waterzucht. 3  Jezus vroeg aan de wetgeleerden en de Farizeeën: ‘Is het toegestaan hem op sabbat te genezen of niet?’ 4  Maar ze zwegen. Hij pakte de man bij de hand, genas hem en stuurde hem weg. 5  En tegen de Farizeeën en wetgeleerden zei hij: ‘Als uw zoon of uw os in een put valt, dan haalt u hem er toch meteen uit, ook al is het sabbat?’ 6  En daarop hadden ze geen antwoord. 7 ¶  Hij vertelde de genodigden een gelijkenis, want hij had gezien hoe ze de ereplaatsen voor zichzelf kozen. Hij zei tegen hen: 8  ‘Wanneer u door iemand wordt uitgenodigd voor een bruiloft, kies dan niet de ereplaats, want misschien is er wel iemand uitgenodigd die voornamer is dan u, 9  en dan moet uw gastheer tegen u zeggen: “Sta uw plaats aan hem af.” Dan zult u beschaamd de minste plaats moeten innemen. 10  Als u wordt uitgenodigd, kies dan de minste plaats, zodat uw gastheer tegen u zal zeggen: “Kom toch dichterbij!” Dan wordt u eer betoond ten overstaan van iedereen die samen met u aan tafel aanligt. 11  Want wie zichzelf verhoogt zal vernederd worden, en wie zichzelf vernedert zal verhoogd worden.’ 12  Hij zei ook tegen degene die hem had uitgenodigd: ‘Wanneer u een maaltijd aanbiedt of een feestmaal geeft, vraag dan niet uw vrienden, uw broers, uw verwanten of uw rijke buren, in de verwachting dat zij u op hun beurt zullen uitnodigen om iets terug te doen. 13  Wanneer u mensen ontvangt, nodig dan armen, kreupelen, verlamden en blinden uit. 14  Dan zult u gelukkig zijn, zij kunnen voor u dan wel niets terugdoen, maar u zult ervoor beloond worden bij de opstanding van de rechtvaardigen.’ (NBV)

Er is in de Kerkgeschiedenis nog wel eens gedaan of Jezus iets tegen de Joden zou hebben gehad. Nu komen we in het verhaal over Jezus van Nazareth weinig tegen over wat de Duitsers “zelfhaat” noemen. Jezus van Nazareth was voluit Jood en wilde dat ook voluit zijn. Hij deed mee in het verhaal van Israel, ja, erger nog, hij wilde niet dat het verhaal van Israel uiteindelijk zou stranden in een hoekje van de wereldgeschiedenis. Het land Israel was immers bezet door Perzen, Grieken, Syriërs en in zijn tijd door Romeinen. Jezus van Nazareth was waarschijnlijk het meest verwant aan de stroming van de Farizeeën. Die wilden de leer van Mozes weer midden in het volk plaatsen. Omdat onder al die bezettingen bezoeken aan Jeruzalem waar de leer werd bewaard vaak moeilijk was hadden ze de Synagoge uitgevonden, het leerhuis, waar uit de Tora, de Profeten en de Schriften werd gelezen. Wij kunnen die teruglezen in wat ook in de Nieuwe Bijbelvertaling ten onrechte “Het Oude Testament” wordt genoemd. Dat is de Nederlandse vertaling van de Hebreeuwse Bijbel.

Er was echter een groot verschil tussen Jezus van Nazareth en de meeste van de Farizeeën. Die laatste hielden rekening met de gevoeligheden van de bezetters. Ze hielden zich zo ver mogelijk van vreemdelingen vandaan en konden daardoor ook niet in conflict komen. Verder waren uiterlijk vertoon en een strikt ordelijk gedrag voor veel Farizeeërs kennelijk belangrijk. Jezus van Nazareth stelt de gevolgen voor mensen centraal. De leer is er immers om de mensen beter te laten leven, de mensen zijn er in elk geval niet om de leer te laten verheerlijken. De leer van Mozes kent maar één Heer en dat is de God van Israel, de God van Liefde. En daar laat Jezus van Nazareth ook zien waar de oplossing ligt voor conflicten in de richtlijnen uit de leer van Mozes. Het conflict bijvoorbeeld tussen de richtlijn dat je je naaste lief moet hebben als jezelf en de richtlijn dat je op de sabbat niet mag werken. Genezen mag dus wel, een mens of een dier uit een put halen ook. Maar altijd de mensen voorop stellen? Daar zwijgen de machthebbers, ook die uit onze dagen. Natuurlijk, zullen ze zeggen, bescherming van eigen bezit moet voorop staan. Maar hulp aan de armen? Dat zou ten koste kunnen gaan van dat eigen bezit.

Er is een soort diners waar zien en gezien worden, vooral het laatste, belangrijker is dan de inhoud. Kennelijk waren er in de dagen van Jezus van Nazareth ook al zulke diners. Jezus drijft de spot met de mores, de gewoonten, rond zulke bijeenkomsten. Ga maar eens op de minste plaats zitten, je dwingt dan de gastheer, of gastvrouw, om je naar voren, naar een betere plaats te roepen. Het gezien worden is dan gelijk gelukt. Als je jezelf de beste plaats toekent loop je de kans geen rekening te hebben gehouden met de eregast en te moeten opkrassen. Dat is een manier van gezien worden die je liever overslaat. Het zijn de grappen waarmee al in de Bijbel de rijken en machtigen worden bespot en te kijk worden gezet. Voor Jezus is een andere strategie belangrijk. Nodig de armen, de chronisch zieken, de gehandicapten uit. Die nodigen je weliswaar niet terug uit voor een diner en nemen ook niet veel geld voor een goed doel of status in de samenleving mee, maar op de lange duur geven ze meer plezier. Want er komt een dag dat ook deze medeburgers opstaan en zich niet langer laten knechten. De opstanding van de rechtvaardigen noemt de schrijver van dit Evangelie dat. En op dat moment ben jij geen vijand,  maar een vriend van de armen, een vriend van de mensen die geen plaats in de samenleving hebben. Jij hebt ze een plaats gegeven. Die armen strijden nergens voor,  ze leven om te overleven. Bij hen hoef je je nooit af te vragen wat jouw plaats is, als jij de maaltijd geeft is het de ereplaats.

Reacties

Prediker 8:16–9:12

16  Ik zocht met heel mijn hart naar wijsheid. Alles wat de mens op aarde onderneemt, wilde ik doorgronden. Nooit geeft hij zijn ogen rust, dag noch nacht, 17  maar bij alles wat God doet onder de zon, zo heb ik ingezien, doet hij wat hij doet. De mens is niet in staat de zin ervan te vinden. Hij tobt zich af en zoekt ernaar, maar hij vindt hem niet, en al zegt de wijze dat hij inzicht heeft, ook hij is niet in staat de zin ervan te vinden. 1 ¶  Ik vestigde mijn aandacht op het volgende en heb het onderzocht: Wat de wijzen en rechtvaardigen tot stand brengen, is in de hand van God. Ook hun liefde, ook hun haat. Geen mens kan in de toekomst zien. 2  Hij weet alleen dat ieder mens hetzelfde lot wacht. Ben je een rechtvaardige of zondaar, goed en rein of onrein, offer je wel of offer je niet, ben je goed of zondig, durf je makkelijk een eed te zweren of ben je bang een eed te zweren 3  alle mensen treft hetzelfde lot. Dat is zo triest bij alles wat de mensen doen onder de zon; en hoe triest ook dat hun hart hun leven lang vol kwaad en dwaasheid is, en dat hun leven eindigt bij de doden. 4 ¶  Voor wie nog leven mag, is er nog hoop; beter een levende hond dan een dode leeuw. 5  Wie nog in leven zijn, weten tenminste dat ze moeten sterven, maar de doden weten niets. Er is niets meer dat hun loont, want ze zijn vergeten. 6  Hun liefde en hun haat, alle hartstocht die ze ooit hebben gehad, ging allang verloren. Ze nemen nooit meer deel aan alles wat gebeurt onder de zon. 7  Dus eet je brood met vreugde, drink met een vrolijk hart je wijn. God ziet alles wat je doet allang met welbehagen aan. 8  Draag altijd vrolijke kleren, kies een feestelijke geur. 9  Geniet van het leven met de vrouw die je bemint. Geniet op alle dagen van je leven, die God je heeft gegeven. Het bestaan is leeg en vluchtig en je zwoegt en zwoegt onder de zon, dus geniet op elke dag. Het is het loon dat God je heeft gegeven. 10  Doe wat je hand te doen vindt. Doe het met volle inzet, want er zijn geen daden en gedachten, geen kennis en geen wijsheid in het dodenrijk. Daar ben je altijd naar op weg. 11 ¶  Ik heb onder de zon opnieuw gezien dat niet altijd een snelle hardloper de wedloop wint, een sterke held de oorlog, dat hij die wijs is niet altijd zijn brood heeft, en hij die inzicht heeft de rijkdom, hij die bekwaam is het respect. Zij allen zijn afhankelijk van tijd en toeval. 12  Nooit weet de mens wanneer zijn tijd gekomen is: zoals de vissen verraderlijk worden gevangen door de fuik en de vogels door de val, zo wordt de mens verrast door de verraderlijke tijd, wanneer die als een klapnet op hem valt. (NBV)

Toen de dichteres Jaqueline E. van der Waals net voor de Tweede Wereldoorlog hoorde dat ze kanker had maakte ze daar naar gewoonte een gedicht van. “Wat de toekomst brengen moge, mij geleid des Heren hand, moedig sla ik dus de ogen naar het onbekende land”. Het werd een populair gezang in de kerken en werd zelfs bij de begrafenis van Prinses Juliana gezongen. Het lied is echter geschreven bij deze passage van het boek Prediker. Wat ons zal overkomen weten we niet. Als we nog leven is er nog hoop ook als ons ellende overkomt want het is altijd beter een levende hond te zijn dan een dode leeuw. We zouden het mensen die met zelfmoordplannen rondlopen eens vaker moeten voorhouden. Maar dan zouden we onze samenleving toch wat anders moeten inrichten. Daar zou wat vaker plaats moeten zijn voor mensen die het wat minder in het leven hebben. We zouden mensen wat beter moeten beschermen tegen de dwang om te consumeren, om allemaal een auto te hebben en een verre vakantie, om allemaal de keuken ingericht te hebben met de nieuwste apparatuur en een plasmaTV om ’s avonds naar te kijken.

Voor Prediker zijn mensen die niks voorstellen ook goed, ze kunnen ook meedoen, ze leven immers en ieder die leeft telt mee en doet mee. We zijn allemaal onderweg naar dat onbekende land “de Toekomst” en niemand komt daar voor het er tijd voor is. Toch zijn er zaken die je aan kunt zien komen als je je ogen open doet. of ze komen hangt af van die open ogen en de stem die je er tegen durft op te zetten. Tegenslag kan iedereen treffen benadrukt de Prediker keer op keer. Het heeft geen zin te denken dat je een uitzondering bent. Dat je niet deugt omdat je ruzie hebt, ziek bent, gehandicapt bent, ontslagen bent, gescheiden bent of nageroepen wordt op straat. Het heeft ook geen zin te denken dat je te weinig geloof hebt. Tegenslag heeft iedereen in het leven wel eens. De enige raad die je mensen kunt geven is met vreugde het brood te eten dat hen gegeven is en met een goed gestemd hart hun wijn te drinken. Als je dan samen met je geliefde het leven kunt beschouwen dan ontbreekt er eigenlijk niets aan het bestaan. Als je wilt kun je leven als een koning, want dan kun je witte gewaden dragen en is je hoofd gezalfd met olie. Als je het goede doet en niets dan het goede dan kan immers geen mens je wat maken, dat heb je geen baas en geen heer, geen koning en geen regering die je af kan houden te doen wat rechtvaardig is.

Zonder die liefde is je leven al helemaal niets en alleen die liefde geeft er nog enige betekenis aan. Maar denken dat je meer bent is even dom als denken dat je minder bent. Alle mensen zijn gelijk want alle mensen gaan eens dood. Niemand neemt aanzien of rijkdom mee in de dood. Zelfs de bekendste namen uit de geschiedenis zijn alleen nog namen en plaatjes op schilderijen, als mens kennen we ze niet meer, zijn ze vergeten en niemand kan meer terughalen hoe ze als mens waren. Zo zijn we allemaal. Juist daarom moeten we ons niet druk maken om aanzien en rijkdom, juist daarom is het zo dom om je land te verheffen boven andere landen. Ooit maakten we deel uit van andere rijken, ooit behoorden verschillende delen van ons land zelfs tot verschillende andere landen en wellicht gaan we in de toekomst op in een nieuw Europa dat heel langzaam in onze dagen en in onze geschiedenis wordt gevormd. We mogen best trots zijn op een land dat haar best doet te delen met de armste landen in de wereld, dat de onrechtvaardige tolmuren aan de orde stelt, maar we zijn niet beter of slechter dan andere landen op de wereld waar armen worden geholpen en waar men probeert een plek voor iedereen in de samenleving te vinden. Alleen de liefde voor de minsten, de armen, de ontheemden en vervolgden blijft. Richt je daarom op die liefde.

Reacties

Prediker 8:1-15

1 ¶  Wie heeft wijsheid? Wie kent de verklaring van de dingen? De wijsheid straalt de mens van het gezicht en verandert strenge ogen in een milde blik. 2  Ik geef je deze raad: Volg de bevelen van de koning op, zoals je hebt gezworen tegenover God. 3  Onttrek je niet aan zijn gezag, voorkom problemen, want wanneer de koning iets beveelt gebeurt het ook. 4  Zijn woord is wet; is er iemand die hem rekenschap kan vragen van zijn daden? 5  Een wijs mens leeft zijn geboden na en heeft geen kwaad te duchten. Ook doet hij alles op de juiste tijd, want hij weet: 6 ¶  voor alles wat gebeurt is er een juiste tijd. Een zware last is dat, voor ieder mens. Het is een kwade zaak, 7  want niemand weet wat komen zal en hoe het later wordt. Wie kan daar iets over zeggen? 8  Niemand heeft macht over zijn adem, geen mens kan tegenhouden dat zijn adem vergaat. Niemand heeft macht over de dag waarop hij sterft, geen mens ontvlucht het slagveld van de dood. En ook het kwaad-het zal zijn dienaren niet redden. 9 ¶  Dit alles heb ik vastgesteld gedurende de tijd dat ik aandachtig keek naar alles wat gebeurt onder de zon, en zag dat een mens zijn macht misbruikt om een ander kwaad te doen. 10  Ik heb ook gezien hoe zondaars naar het graf werden gedragen. Op de heilige plaats werden ze in het graf gelegd en ze verlieten onder  eerbetoon het leven. Maar de rechtvaardigen werden vergeten in de stad. Ook dat is enkel leegte. 11  Omdat een slechte daad niet snel bestraft wordt, is een mensenhart maar al te snel tot het kwaad geneigd. 12  Een zondaar kan wel honderd maal kwaad doen en toch vele jaren leven. Natuurlijk weet ook ik: het zal een mens die ontzag voor God heeft goed vergaan-want hij heeft toch ontzag voor God? 13  Een zondaar daarentegen zal het slecht vergaan: de schaduw van zijn levensdagen zal niet lengen-want hij heeft toch geen ontzag voor God? 14 ¶  Maar is het hier op aarde niet een grote leegte dat rechtvaardigen ten deel valt wat zondaars verdienen, en zondaars wat rechtvaardigen verdienen? Ook dat-zeg ik-is leegte. 15  Daarom prijs ik de vreugde, want er is onder de zon niets beters voor de mens dan dat hij zich aan eten en drinken te goed doet en geniet. De vreugde is zijn metgezel wanneer hij zwoegt op elke levensdag onder de zon die God hem heeft gegeven. (NBV)

Sommige Bijbelgedeelten laten zich gemakkelijk misbruiken. Hier lezen we zo’n passage. Prediker waarschuwt er voor dat de hoge overheden, hij noemt hier naar de gewoonte in zijn tijd de Koning, niet voor niets hun macht hebben. Paulus zal later in een brief aan de Romeinen iets vergelijkbaars zeggen. Wil je tegen een overheid optreden dan moet je drie keer nadenken en vooral je eigen leven in de waagschaal willen stellen. In landen zijn er mensen die dit aan den lijve ondervinden als ze in verzet komen, iets zeggen, tegen het onrecht dat ze om zich heen zien. Maar Prediker besluit met een belangrijke opmerking. Mensen misbruiken hun macht om anderen kwaad te doen. Dat betekent dus niet dat we onze mond moeten houden. Het gaat er immers om het goede te doen en niets dan het goede. Het gaat er immers om de naaste lief te hebben als onszelf omdat dat het zelfde is als God lief te hebben boven alles, en God liefhebben was het begin van alle Wijsheid. De waarschuwing om de Koning te gehoorzamen is dus niet een opdracht om onrecht te bedrijven en de ogen te sluiten voor het misbruik dat wordt gemaakt. Het is geen Bijbels gebod om af te zien van verzet.

Maar onbezonnen acties, zinloos geweld en oorlog zonder te letten op de gevolgen voor de armen zijn in de ogen van de Bijbel evenzeer te veroordelen als onrecht en misbruik van macht. Iedereen snapt dat als je boos bent je niet zomaar iemand kan neersteken, dat als je werkgever je niet zint je niet zomaar het bijltje er bij neer kunt gooien en de gevolgen op de samenleving kan afwentelen, maar als het om oorlogen gaat waar we niet met de hele wereld toe hebben besloten dan snappen veel mensen ineens dat dat niet kan. Ook daar geldt hetzelfde. Kwaad is kwaad en goed is goed. Wat slecht is moet slecht genoemd blijven worden en wat goed is verdiend het om als goed te worden aangeprezen. Te vaak wordt macht misbruikt om er zelf beter van te worden. Veel van het vragen om aandacht voor onrecht en onderdrukking gebeurt door vrijwilligers. Zonder vrijwilligerswerk komt onze samenleving tot stilstand en ontstaan er grote gaten in de sociale samenhang. Het is dan soms ook wel wat raar de nadruk te horen die politici leggen op het vervullen van betaald werk. Het lijkt er op dat de winsten voor de rijken waaraan mensen kunnen bijdragen vele malen belangrijker zijn dan de zorg voor de armen en de sociale samenhang waar mensen aan kunnen bijdragen.

Voor het bijdragen aan de winst voor de rijken wordt betaald. Ook al werk je bij de overheid dan draag je daar nog aan bij. De orde in de samenleving is immers bepaald door de rijken en die orde in stand helpen houden draagt bij aan de winsten die zij in hun zak kunnen steken. Zorg voor de armen, de zieken, de gevangenen, de gehandicapten, de jongeren, de vluchtelingen, moet daarom onbetaald door vrijwilligers blijven gebeuren. Af en toe een prijs of een lintje moet ze zoet houden. Stel dat de nood in de samenleving de rijken dwingt tot delen. Het is daarom dat de Prediker er op wijst dat de rechtvaardigen in de stad vergeten worden, zij delen niet mee. Een slechte daad, het niet willen delen, wordt niet zo snel bestraft, integendeel het wordt nogal vaak als norm voorgehouden aan de samenleving, daarom denken veel mensen dat die slechte daden navolging verdienen. Daarom zijn er steeds minder vrijwilligers en wordt de nood in de samenleving soms schrijnend zichtbaar bij hangouderen en straatjeugd. Over de toename van onveiligheid door het gebrek aan zorg voor eenzame en verwarde mensen hoeven we het niet te hebben. Zorgen dat je samen leeft ook met je moeilijke buren is het eerste recept.

Reacties

Prediker 7:15-29

15  Dit heb ik in mijn leeg bestaan gezien: een rechtvaardig mens gaat aan zijn rechtvaardigheid ten onder, een onrechtvaardig mens leeft lang ondanks zijn slechte daden. 16  Wees daarom niet al te rechtvaardig en meet jezelf geen overdreven wijsheid aan. Waarom zou je jezelf te gronde richten?17  Maar gedraag je ook niet al te onrechtvaardig en wees niet overmatig dwaas. Waarom zou je sterven voor je tijd? 18  Houd het ene vast en laat het andere niet los. Dat is het beste, want wie ontzag voor God heeft, ontsnapt aan al te veel rechtvaardigheid en ook aan al te veel onrechtvaardigheid. 19  De wijze heeft met deze wijsheid veel meer macht dan tien stadsbestuurders samen. 20  Er is geen mens op aarde die nooit zondigt, die alleen maar goed is en altijd rechtvaardig. 21  Spits daarom je oren niet bij alles wat er om je heen gezegd wordt. Dan hoef je niet te horen hoe je dienaar je vervloekt. 22  Je weet maar al te goed hoe vaak ook jij een ander hebt vervloekt. 23 ¶  Dit alles heb ik met mijn wijsheid onderzocht. Ik zei tegen mezelf: Laat ik wijsheid zoeken, maar ze bleef ver weg. 24  Ver is alles wat er is geweest, dieper nog dan diep. Wie zal ooit inzicht vinden? 25  Ik heb met heel mijn hart kennis gezocht en alles wat er is heb ik proberen te doorgronden. Ik heb wijsheid gezocht en wilde tot een slotsom komen; van het kwaad heb ik de dwaasheid willen kennen, van de dwaasheden de waanzin. 26  En wat ik vind is altijd weer een vrouw die bitterder dan de dood is, die een valstrik is. Haar hart is een klapnet en haar handen zijn ketenen. Een mens die God behaagt zal aan haar ontsnappen, maar een zondaar laat zich door haar strikken. 27  Al met al, zegt Prediker, is dat de slotsom van mijn onderzoek. 28  Ik heb met hart en ziel gezocht, maar nog altijd niet gevonden. Onder duizend mensen vond ik er maar één die ook werkelijk een mens was, maar het was geen vrouw. 29  Alles wat ik vond is dit: de mens is een eenvoudig schepsel. Zo is hij door God gemaakt, maar hij heeft talloze gedachtespinsels. (NBV)

Voor Prediker is dit een grote troost. Niemand is volmaakt en alsmaar streven naar het volmaakte is op zich ook weer een inspanning die leidt tot lucht en leegte, het is ook najagen van wind. Voor Prediker moet je niet alleen letten op je rechtvaardigheid maar ook op je onrechtvaardigheid. Juist als weet en wil toegeven dat je ook wel eens onvolmaakt bent dan heb je meer macht dan tien stadsbestuurders samen. De politici uit de tijd van Prediker deden net als de politici van vandaag of ze alles weten en de wijsheid in pacht hebben. Wie al te veel naar de burgers luistert hoort misschien net iets te veel hoe ze je vervloeken. Politici die zich daardoor laten leiden kunnen ook al te gemakkelijk de verkeerde beslissingen nemen. Want waren al jouw vervloekingen achteraf altijd terecht? Niet alleen politici menen vaak de wijsheid in pacht te hebben. Ook gelovigen kunnen daaraan leiden. Ze weten zo goed hoe het zit en hoe het moet dat ze hun geloof aan anderen willen opleggen. De wereld zou immers beter worden als iedereen God zou volgen? Dan wordt de wereld wel beter maar als de mensen gedwongen worden God te volgen dan volgen ze God niet maar hen die ze daartoe dwingt. Fundamentalisten brengen de mensen dus eerder verder van God dan dichter bij God.

Prediker is duidelijk een man. Op zoek naar de Wijsheid vond hij een vrouw. Nu is de Wijsheid in de Bijbel een vrouwelijk element. Daar waar Wijsheid samenvalt met God is God ineens een vrouw en niet een man, lees het boek Spreuken er maar eens op na. Maar mannen denken niet aan God als ze een vrouw tegenkomen. Mannen willen dan man zijn, haantje de voorste. De man wil veroveren, bezitten, zijn lust bevredigen. Een vrouw als gelijke behandelen zoals in het boek Hooglied geschetst wordt is bijna onmogelijk. Dat je elkaar tot hulp moet zijn en dat man en vrouw volgens het lied van de Schepping uit Genesis samen zo geschapen zijn ontgaat de meeste mannen. Nee, de man is volgens de meeste mannen de beschermer van de vrouw, beschermer tegen andere mannen die hetzelfde willen als de man zelf.  Dat vrouwen zelf verlangens hebben, dat vrouwen gelijk zijn aan mannen komt bij die mannen niet op. Werkelijk een mens is de mens die aan de bedoeling van de schepping beantwoordt. Mensen zijn geschapen als man en vrouw, elkaar tot hulp, gelijk dus. Zelfs vrouwen willen dat dus niet altijd inzien zegt de Prediker en waarschuwt ons dus om maar al te gemakkelijk vrouwen te volgen en daarmee te denken dat je de gelijkheid dient. Die gelijkheid, dat beantwoorden aan de schepping, zal door beiden veroverd moeten worden. De Bijbel staat vol met voorbeelden hoe dat zou kunnen en hoe dat voortdurend mislukt en dreigt te mislukken.

Daarom is het zo triest dat die ongelijkheid nog het hardst wordt verdedigd door mannen die zich beroepen op de Bijbel. Mannen die dit gedeelte van Prediker niet uitleggen als een spiegel voor mannen en een waarschuwing voor vrouwen maar als het bewijs dat vrouwen en mannen door God niet geschapen zijn als mens, elkaar tot hulp, maar als het bewijs dat vrouwen de mindere zijn van mannen en dat mannen terecht over vrouwen willen heersten. Wie Prediker goed leest in deze passage zal snappen dat juist als de ongelijkheid hier in wordt gelezen de mens in de val trapt van "de vrouw zien als verleidster", als bezit van de man in plaats van als hulp en als mens van wie de man de hulp mag zijn. Prediker zegt dat een zondaar zich laat strikken en een zondaar is immers de mens die denkt het wel zonder dat verhaal van die God van Israel te kunnen. De gedachtenspinsels waar Prediker het over heeft maken een mens tot een god in het diepste van zijn gedachten. Mannen denken vrouwen te kunnen bezitten en daarmee over hen te kunnen heersen, vrouwen denken mannen te kunnen verleiden en daarmee mannen te kunnen manipuleren. Van menszijn, elkaar tot hulp om de naaste te kunnen liefhebben als zichzelf, blijven ze ver verwijderd.

Reacties

Prediker 7:1-14

1 ¶  Beter een goede naam dan een kostbare geur, de dag waarop je sterft is beter dan de dag waarop je wordt geboren. 2  Het is beter dat je naar een huis vol rouw gaat dan naar een huis vol feestrumoer, want in een huis vol rouw eindigt iedereen. Dat neme ieder mens zijn leven lang ter harte. 3  Je kunt beter droevig zijn dan vrolijk, want bij een droevig gezicht maakt het hart het goed. 4  De gedachten van de wijze zijn graag in een huis vol rouw, die van de dwaas in een huis vol plezier. 5  Je kunt beter luisteren naar de berisping van de wijzen dan naar de lofzang van de dwazen, 6  want zoals de dorens knetteren onder de pot, zo knettert het lachen van de dwaas. Ook dat is enkel leegte. 7 ¶  Afpersing maakt de wijze dwaas, steekpenningen richten het hart te gronde. 8  Beter de voltooiing van de dingen dan dat ze beginnen, beter geduld dan ongeduld. 9  Heb een lange adem en beheers je rusteloosheid, want rusteloosheid heerst in het hart van de dwazen. 10  En vraag jezelf niet af waarom het vroeger beter was dan nu. Het getuigt van weinig wijsheid als je daarnaar vraagt. 11 ¶  Bezit kan beter samengaan met wijsheid; dat is nuttiger onder de zon. 12  Ze bieden beide schaduw, maar het voordeel van de wijsheid is dat ze de mens meer schaduw in het leven biedt. 13  Bezie het werk van God: wie maakt recht wat hij krom heeft gemaakt? 14  Geniet dus op de goede dagen van het goede, maar zie op de slechte dagen in dat God naast de goede ook de slechte dagen heeft gemaakt. Geen mens kan in de toekomst zien. (NBV)

Soms is het moeilijk de Prediker serieus te blijven nemen. Het is beter dat je gaat naar een huis vol rouw dan naar een huis vol feestrumoer want in een huis vol rouw eindigen we allemaal. Het klinkt als een mop, net als de uitspraak dat je beter droevig kunt zijn dan vrolijk want bij een droevig gezicht maakt het hart het goed. We moeten bij deze passage niet vergeten dat Prediker ons een aantal malen op het hart heeft gedrukt dat iedereen dood gaat en dat je bezit, aanzien en rijkdom niet mee kan nemen als je dood gaat. Door aan dat dood gaan te denken wordt het makkelijk om je bezit te delen of weg te geven. Als je er niet van kunt genieten laat een ander er dan van genieten en geniet daar zelf ook nog van mee lijkt de Prediker te zeggen. Dit gedeelte begint met het noemen van de goede naam en een goede naam krijg je door veel te geven en over te hebben voor je naaste. Een slechte naam krijg je door je als vrek te gedragen en je te tooien met kostbare kleding en kostbare parfums. Daarom is het beter een goede naam te hebben dan een kostbare geur.

Dat denken aan de dood hoeft je dus niet te weerhouden te genieten van het leven. Met de oproep droevig te kijken vervalt niet de oproep te genieten van wat je hebt. Maar Prediker brengt je wel bij echt genieten. In de negentiende eeuw zei een dichtende dominee uit Heiloo eens dat Humor het lachen door tranen heen is. Prediker is hier een humorist bij uitstek. Juist door je te realiseren hoe betrekkelijk het leven is kun je de vreugde van het leven des te meer beleven, het kan immers elk moment afgelopen zijn en het zou toch jammer zijn als je er dan niet van hebt genoten omdat je nog zo ijverig bezig was om goederen en rijkdom te vergaren. Daarom is het ook zo onvoorstelbaar dat staten muren bouwen waardoor de invoer van producten die door de armen zijn gemaakt bijna onmogelijk wordt. Veel ouders vragen zich dezer dagen af waar de tijd gebleven is dat zij rustig en met een veilig gevoel naar school gingen. Het is dwaas daarnaar te vragen zegt de Prediker. En Prediker heeft gelijk.

Sinds de dagen van de oude Grieken, toen Plato klaagde over de houding van jongeren, wordt er in elke generatie geklaagd over de houding van de jeugd. De nozems uit de jaren 50 zijn nu, een paar jaar nadat ze met pensioen zijn gegaan, tot hangouderen uitgegroeid, maar iedereen lijkt de nozems met hun brutaliteit en geluidsoverlast te zijn vergeten. Er zijn daarna toch ook tijden geweest dat de politie elk weekeinde de binnenstad van Amsterdam met de wapenstok moest ontdoen van rel schoppende jeugd. Met die tijden vergeleken is het tegenwoordig rustig, ondanks het zinloze geweld dat van tijd tot tijd de rust verstoord. We moeten dus leren van de goede dagen waarop rust en wijsheid het leven lijken te besturen. Dat er slechte dagen zijn moeten we dan maar op de koop toe nemen. Het enige dat we kunnen doen is ons om elkaar bekommeren, luisteren naar jongeren die met hun woede en kwaadheid geen weg weten en proberen met hen verstandige wegen te vinden om hun kwaadheid te uiten en hun problemen op te lossen. Juist op de vele scholen voor voortgezet onderwijs zijn er veel leraren die dat dag in dag uit proberen. Niet altijd met succes, maar meestal wel. Ze verdienen de steun en de aandacht van volwassenen en leerlingen en de steun en waardering van de politiek, dat brengt wellicht nog meer rust.

Reacties

Hebreeën 13:1-25

1 ¶  Houd de onderlinge liefde in stand 2  en houd de gastvrijheid in ere, want zo hebben sommigen zonder het te weten engelen ontvangen. 3  Bekommer u om de gevangenen alsof u samen met hen gevangen zat, en om de mishandelden als om mensen die net zo’n lichaam hebben als u. 4  Houd het huwelijk in ere, in alle omstandigheden, en houd het echtelijk bed zuiver, want overspeligen en echtbrekers zal God veroordelen. 5  Laat uw leven niet beheersen door geldzucht, neem genoegen met wat u hebt. Hij heeft immers zelf gezegd: ‘Nooit zal ik u afvallen, nooit zal ik u verlaten,’ 6  zodat we vol vertrouwen kunnen zeggen: ‘De Heer is mijn helper, ik heb niets te vrezen. Wat zouden mensen mij kunnen doen?’ 7  Denk aan uw leiders, die het woord van God aan u hebben verkondigd, neem een voorbeeld aan hun geloof en kijk vooral goed hoe hun levenswandel eindigt. 8  Jezus Christus blijft dezelfde, gisteren, vandaag en tot in eeuwigheid! 9  Laat u niet misleiden door allerlei vreemdsoortige leerstellingen; we doen er goed aan ons te laten sterken door genade, niet door spijzen waar de aanhangers van die stellingen in het geheel geen baat bij hadden. 10  Wij hebben een altaar waarvan zij die in de tent dienst doen niet mogen eten. 11  Het bloed dat bestemd is voor het reinigingsoffer wordt door de hogepriester het heiligdom binnengedragen, de kadavers van de offerdieren worden buiten het kamp verbrand. 12  Daarom heeft ook Jezus, om met zijn eigen bloed het volk te heiligen, buiten de stadspoort geleden. 13  Laten we dus het kamp verlaten, ons bij hem voegen en delen in zijn vernedering. 14  Onze stad is immers niet blijvend, wij kijken juist verlangend uit naar de stad die komt. 15  Laten we met Jezus’ tussenkomst een dankoffer brengen aan God: het huldebetoon van lippen die zijn naam prijzen, ononderbroken. 16  En houd de liefdadigheid en de onderlinge solidariteit in ere, want dat zijn offers waarin God behagen schept. 17  Gehoorzaam uw leiders en schik u naar hen, want zij waken over uw leven en zullen daarvan ook rekenschap moeten afleggen. Zorg ervoor dat zij hun taak met vreugde kunnen vervullen, zodat ze geen reden tot klagen hebben: dat zou u zeker niet ten goede komen. 18 ¶  Bid voor ons. We zijn er weliswaar van overtuigd dat ons geweten zuiver is, omdat we er op elk terrein naar streven het goede te doen, 19  maar toch vraag ik dringender dan ooit om uw gebed, zodat ik des te eerder bij u zal worden teruggebracht. 20  Moge de God van de vrede, die onze Heer Jezus, de machtige herder van de schapen, door het bloed van het eeuwig verbond uit de wereld van de doden heeft weggeleid, 21  u toerusten met al het goede, zodat u zijn wil kunt doen. Moge hij in ons datgene tot stand brengen wat hem welgevallig is, door Jezus Christus, aan wie de eer toekomt, tot in alle eeuwigheid. Amen. 22  Ik vraag u dringend, broeders en zusters,  ontvankelijk te zijn voor deze woorden van bemoediging, ook al heb ik u maar beknopt geschreven. 23  Wist u dat onze broeder Timoteüs is vrijgelaten? Als hij snel genoeg komt, zullen wij u samen kunnen bezoeken. 24  Groet al uw leiders en alle heiligen. De gelovigen uit Italië laten u groeten. 25  Genade zij met u allen. (NBV)

Gastvrijheid is in de Bijbel een belangrijke eigenschap. We kennen natuurlijk het verhaal van Abraham die een aantal vreemdelingen die uit de woestijn op kwamen dagen te eten en te drinken gaf. Dat bleken niet alleen engelen te zijn, boodschappers van God die kwamen vertellen dat Sara zwanger zou worden, maar daar bleek de Heer zelf bij te zijn die beloofde Sodom niet te vernietigen als er nog vijf rechtvaardigen gevonden zouden worden. Maar als er bij ons vreemdelingen komen opdagen dan nemen we ze zeker niet op als boodschappers van onmenselijke situaties waarvoor iedereen op de vlucht zou slaan. De schrijnende armoede waaronder miljoenen op aarde moeten leven weten wij aardig buiten de deur te houden onder het motto dat zij die de schrijnende armoede weten te ontvluchten bij ons komen profiteren van onze welvaart. Het gemeste lam wordt bij ons niet geslacht voor vreemdelingen uit de woestijn.

Ook het huwelijk is bij ons niet heilig. We verzetten ons er tegen als mensen die van elkaar houden en de trouw en de zorg voor elkaar willen uitstralen in een echte formele ingezegende verbintenis dat ook vastgelegd willen hebben. En ons verzet is er alleen maar omdat die mensen toevallig van hetzelfde geslacht zijn. Liever sluiten we huwelijken die bestemd zijn voor wederzijdse lustbevrediging en als de lust bevredigd is weer net zo snel uit elkaar vallen als ze gesloten werden. We hebben daar zelfs speciale spoedprocedures voor. Lust en welvaart drijven ons handelen in dit leven. Geld is het allerbelangrijkste. Een dag in de week waarop we samen vrij zijn van de slavernij van produceren en consumeren is tot een vloek geworden. Zeven dagen per week zult ge vierentwintig uur per dag consumeren en produceren lijkt het eerste gebod te zijn geworden. Vertrouwen op een God die we niet zien maar toch voor ons zorgt is een geestelijke stoornis lijkt het wel. Alleen een handjevol gelovigen die het verhaal horen en hebben geloofd blijft aan die droom vasthouden. Elke dag mag dat weer opnieuw. Ook vandaag nog.

 Soms lijken die teksten uit zo’n brief aan de Hebreeën nogal taai en duister. Maar dat valt bij nader lezen toch we mee. De belofte die hier boven staat geeft hoop. De nieuwe stad, de hoofdstad van het Koninkrijk van God, die komt. We hoeven niet te blijven zitten met een samenleving waar de wet van rechtvaardigheid, liefde en vrede niet geldt. Eindelijk is iemand door de dood heengegaan en trouw gebleven aan het volgen van de richtlijnen van de God van Israël. Het kan, het gebeurt en Jezus is nog steeds dezelfde, hij leeft. Ook voor ons geeft dat hoop, ook in onze samenleving is eerlijk delen een reële mogelijkheid. We hoeven het niet te pikken dat de rijken rijker en de armen armer worden. De brief aan de Hebreeën beveelt ons aan te blijven luisteren naar wat er in de Bijbel wordt verteld. Dag in dag uit hebben we dat nodig. Deel het met anderen, vertel het door, en vooral: ga er naar leven. Dat dag in dag uit vertellen gebeurt natuurlijk ook door voorgangers van gemeenten. Veel mensen denken dat die alleen op Zondag vertellen over wat ze in de Bijbel lezen maar de kerkdienst is maar een deel van hun werk. De brief aan de Hebreeën vraagt aan de lezers om er voor te zorgen dat die voorgangers hun werk met vreugde kunnen vervullen.

 

Reacties

Hebreeën 12:14-29

14  Streef ernaar in vrede te leven met allen en leid een heilig leven; wie dat niet doet zal de Heer niet zien. 15  Zorg ervoor dat niemand zich de genade van God laat ontgaan, dat er geen giftige kiem opschiet die onrust veroorzaakt en met zijn bitterheid velen besmet, 16  en dat niemand overspel pleegt of het heilige zozeer minacht als Esau, die voor één enkel bord eten zijn  eerstgeboorterecht verkocht. 17  U weet immers dat hij daarna, toen hij alsnog de zegen wilde verkrijgen, afgewezen werd; hij kreeg geen kans meer om het goed te maken, ook al smeekte hij er in tranen om. 18 ¶  U hebt niet, zoals het volk destijds, voor een laaiend en alles verzengend vuur gestaan, of in dreigende duisternis en woeste wind, 19  noch te midden van bazuingeschal en stemgedonder. Het volk dat dit alles onderging smeekte dan ook dat er geen woord meer tot hen zou worden gesproken, 20  omdat wat hun werd opgedragen ondraaglijk was: ‘Zelfs een dier dat de berg aanraakt, moet gestenigd worden!’ 21  Zo schrikbarend was de verschijning dat Mozes uitriep: ‘Ik sidder van angst!’ 22  Nee, u staat voor de Sionsberg, voor de stad van de levende God, het hemelse Jeruzalem, en voor duizenden engelen die in vreugde bijeen zijn, 23  voor de gemeenschap van eerstgeborenen, die in de hemel ingeschreven zijn, voor God, de rechter van allen, en voor de geesten van de rechtvaardigen, die tot volmaaktheid gekomen zijn, 24  voor de bemiddelaar van een nieuw verbond, Jezus, en voor het gesprenkelde bloed dat krachtiger spreekt dan dat van Abel. 25  Let op dat u hem die spreekt niet afwijst. Want als zij al niet ontkomen zijn toen ze degene afwezen die hen op aarde onderrichtte, dan kunnen wij, wanneer we ons afkeren van degene die dat vanuit de hemel doet, helemaal niet ontkomen. 26  Destijds deed zijn stem de aarde beven, nu heeft hij deze belofte gedaan: ‘Nog eenmaal zal ik de aarde doen beven, en met de aarde ook de hemel.’ 27  Met dat ‘nog eenmaal’ wordt bedoeld dat wat geschapen is, wankelt en verdwijnt, zodat alleen blijft wat onwankelbaar is. 28  Laten we daarom het onwankelbare koninkrijk in dankbaarheid aanvaarden, om God zo te dienen dat hij er behagen in schept, met eerbied en ontzag. 29  Onze God is een verterend vuur! (NBV)   In 2004 verscheen de Nieuwe Bijbelvertaling die wij hier in onze dagelijkse column volgen. Die Nieuwe Bijbelvertaling heeft in 2005 de publieksprijs van het CPNB gewonnen. Elk jaar kiest een jury van boekverkopers een vijftal boeken en iedereen mag op het internet stemmen op een boek. Dat hoeft dan niet een door de jury gekozen boek te zijn. De NS sponsort de verkiezing en in de trein wordt er reclame voor gemaakt. In 2005 was het aantal stemmers meer dan twee maal zo groot dan in 2004. Dat was niet zo vreemd want op het internet was hard campagne gevoerd voor het stemmen op de Nieuwe Bijbelvertaling. De uitgave was een succes. Heel veel mensen hebben een exemplaar aangeschaft. De Bijbel blijft per slot van rekening een boeiend boek.

Maar de vraag is natuurlijk ook of veel mensen het verbond aan willen gaan waar het bovenstaande hoofdstuk uit de brief aan de Hebreeën over spreekt. Het aangaan van dat verbond gaat niet zomaar. Dat is een uiterst belangrijke gebeurtenis en het vraagt nogal wat. Centraal in dat verbond staan nog steeds die richtlijnen uit de woestijn. Heb je naaste lief als jezelf, de wet van eerlijk delen en rechtvaardigheid. Een richtlijn die vrede brengt. Een richtlijn ook die je niet even een beetje kunt nakomen maar die je moet volgen met heel je hart en heel je verstand. Voortdurend bij alles wat je doet moet je je bewust zijn die richtlijn te volgen. Dat lukt bijna niemand, dat lukt eigenlijk nooit iemand helemaal. Gelukkig niet anders zou het een verdrietige zaak worden. Stel immers dat het iemand lukt en jou niet, ga je mooi af, Nee omdat het niemand lukt mag je er elke dag, ja elk moment opnieuw mee beginnen. Als je dan echt die richtlijn wil volgen, je aan het verbond wilt houden, zul je merken dat het je niet onverschillig kan laten.

“Het komt nu even niet uit” is nooit een geldig excuus. Bezuinigen op de zorg voor armen, zieken, en gevangenen is voor een overheid dan ook een doodzonde. In de Nieuwe Bijbelvertaling hebben we de richtlijnen voor de menselijke samenleving weer in onze eigen taal, de taal van alledag. De schrijver van de Hebreeën brief wijst op de profeten die in het verleden zijn geweest en die de mensen in de actuele politieke situatie konden wijzen op wat God met de wereld wil. Zij werden vaak afgewezen, maar als de mensen die hen afwezen daarvan berouw kregen dan konden die mensen toch weer de Weg van de God van Israël gaan. Wij hebben die richtlijnen op schrift. Naast de vertaling zelf is er het dagelijks leesrooster dat we hier ook volgen. Elke dag een klein stukje lezen en er over nadenken maakt dat je op die Weg kan blijven, dat is nodig ook want afwijken van die weg betekent dat het zeer slecht zal gaan met het land. We zien dat om ons heen aan voedselbanken die nodige zijn geworden, aan vluchtkerken die nodig zijn geworden, aan mantelzorg dat nodig is geworden. Het bewegen van de rijken tot het gaan van de Weg van de God van Israël is telkens weer een bijna onmenselijke taak. Daar mogen we dus elke dag opnieuw aan beginnen, ook vandaag weer.

Reacties

Lucas 13:22-35

22  Op weg naar Jeruzalem trok hij verder langs steden en dorpen, terwijl hij onderricht gaf. 23 ¶  Iemand vroeg hem: ‘Heer, zijn er maar weinigen die worden gered?’ Hij antwoordde: 24  ‘Doe alle moeite om door de smalle deur naar binnen te gaan, want velen, zeg ik jullie, zullen proberen naar binnen te gaan maar er niet in slagen. 25  Als de heer des huizes eenmaal is opgestaan en de deur heeft gesloten, en jullie staan buiten op de deur te kloppen en roepen: “Heer, doe open voor ons!,” dan zal hij antwoorden: “Ik ken jullie niet, waar komen jullie vandaan?” 26  Jullie zullen zeggen: “We hebben in uw bijzijn gegeten en gedronken en u hebt in onze straten onderricht gegeven.” 27  Maar hij zal tegen jullie zeggen: “Ik ken jullie niet, waar komen jullie vandaan? Weg met jullie, rechtsverkrachters!” 28  Dan zullen jullie jammeren en knarsetanden wanneer je Abraham, Isaak en Jakob en al de profeten in het koninkrijk van God ziet, maar zelf buitengesloten wordt. 29  Uit het oosten en het westen en uit het noorden en het zuiden zullen ze komen, en ze zullen aan tafel genodigd worden in het koninkrijk van God. 30  En bedenk wel: er zijn laatsten die de eersten zullen zijn, en er zijn eersten die de laatsten zullen zijn.’ 31 ¶  Precies op dat ogenblik kwamen er enige Farizeeën die tegen hem zeiden: ‘Vertrek, ga weg van hier, want Herodes wil u doden!’ 32  Hij antwoordde: ‘Zeg tegen die vos: “Let op, ik drijf demonen uit en vandaag en morgen genees ik mensen, en op de derde dag bereik ik de voltooiing.” 33  Maar ik moet vandaag en morgen en de volgende dag op weg blijven, want het gaat niet aan dat een profeet omkomt buiten Jeruzalem 34  Jeruzalem, Jeruzalem, dat de profeten doodt, en stenigt wie naar haar toe zijn gestuurd! Hoe vaak heb ik je kinderen niet bijeen willen brengen zoals een hen haar kuikens onder haar vleugels hoedt, maar jullie hebben het niet gewild. 35  Jullie stad wordt aan haar lot overgelaten. Ik verzeker jullie: jullie zullen mij niet meer zien, tot de tijd komt dat je zult zeggen: “Gezegend hij die komt in de naam van de Heer!”’(NBV)

Denk nu niet dat er in de Bijbel alleen in vriendelijke voorkomende woorden tegen elkaar wordt gesproken. Niets is vaak minder waar. Vooral Jezus van Nazareth kon, zo vertellen de vier Evangelieverhalen, soms onbarmhartig uithalen. Vooral tegen mensen die voor een dubbeltje op de eerste rij willen zitten. We kennen dat nog steeds, als een club wint is het aantal supporters niet te tellen, als een club verliest blijft er maar een klein clubje over. In de verhalen van Jezus van Nazareth worden heel andere maatstaven aangelegd. Daar staan de armen voorop. Wie niets heeft mag meedoen aan het Koninkrijk van recht en vrede. Wie niets heeft mag aan tafel op een feest dat voortdurend met een bruiloftsfeest wordt vergeleken. Wie geen oog heeft gehad voor het delen met de armen, wie bezig is geweest met eigen gewin en eigen profijt wordt buitengesloten.

Natuurlijk, ook zij willen meedoen met het feest, ook zij zullen roepen dat ze zich netjes hebben gedragen, altijd oppassend zijn geweest, fatsoenlijk, ja zelfs op zondag naar de kerk zijn gegaan. Het helpt allemaal niet want niet wie vooraan staat en een grote borst weet op te zetten komt als eerste voor het feest in aanmerking, maar wie hoort bij de armen. In een ander verhaal wordt de vergelijking getrokken met hen die in het struikgewas moeten slapen, langs de kant van de weg. Wie daarbij hoort, of wie voor die mensen opkomt en hen een deel van leven geeft is het feest bedoeld. De anderen zijn de rechtsverkrachters, weg er mee. Wij hebben een heel weekeinde om na te denken waar wij bij horen. Is dat bruiloftsfeest ook voor ons weggelegd?

In het Evangelie van Lucas draait alles om Jeruzalem. Het verhaal begint daar in de Tempel met de priester Zacharias en het eindigt daar ook als de volgelingen van Jezus van Nazareth naar de Tempel gaan. Jeruzalem is het centrum van het verhaal en in het verhaal het centrum van de wereld. Daar wordt immers de Wet van de Woestijn bewaard. De wet die ooit werd ontdekt door het volk Israel en die de garantie zal vormen voor een ideale wereld. Een wereld waar, zoals later zal worden gezegd, de straten van goud zijn en alle tranen zijn gedroogd. Juist in Jeruzalem zul je kunnen horen en leren dat die wereld er komt als de mensen geleerd hebben hun naasten lief te hebben als zichzelf. Daarom kunnen de armen bevrijding worden aangezegd zoals in het Evangelie van Lucas wordt verteld. Maar Jezus van Nazareth beseft dat het niet eenvoudig zal zijn. Daar waar de wet het meest voor de hand ligt is het verzet het grootst en de mensen die willen dat het liefhebben van de naasten wordt omgezet in daden worden het hardst aangepakt. Maar laten wij ons niet laten ontmoedigen. Elke dag mogen we er weer opnieuw mee beginnen, totdat die nieuwe wereld komt, dus ook vandaag weer.

Reacties

Lucas 13:10-21

10 ¶  Hij gaf op sabbat onderricht in een synagoge. 11  Er was daar ook een vrouw die al achttien jaar bezeten was door een geest die haar ziek maakte. Ze was helemaal krom en kon met geen mogelijkheid rechtop staan. 12  Toen Jezus haar zag, riep hij haar bij zich en zei tegen haar: ‘U bent verlost van uw ziekte,‘ 13  en hij legde haar de handen op. Meteen ging ze rechtop staan en loofde God. 14  Maar de leider van de synagoge werd boos omdat Jezus op sabbat genas en zei tegen de menigte: ‘Er zijn zes dagen om te werken. Kom dus op die dagen om u te laten genezen en niet als het sabbat is!’ 15  Maar de Heer zei: ‘Huichelaars! Maakt niet ieder van jullie op sabbat zijn os of ezel los van de voederbak om hem te laten drinken? 16  Mocht deze vrouw, die een dochter is van Abraham en al achttien jaar door Satan geboeid werd gehouden, mocht zij op sabbat niet uit deze boeien worden losgemaakt?’ 17  Toen hij dat zei, stonden al zijn tegenstanders beschaamd, maar de hele menigte was verheugd over de machtige daden die door hem werden verricht. 18 ¶  Daarop zei hij: ‘Waarop lijkt het koninkrijk van God en waarmee zal ik het vergelijken? 19  Het lijkt op een zaadje van de mosterdplant dat iemand meenam en in zijn tuin zaaide, waarna het groeide en een grote struik werd, waar de vogels van de hemel in de takken kwamen nestelen.’ 20  En opnieuw zei hij: ‘Waarmee zal ik het koninkrijk van God vergelijken? 21  Het lijkt op zuurdesem die door een vrouw met drie zakken meel werd vermengd tot alle meel doordesemd was.’ (NBV)

Vandaag lezen we een paradijsverhaal. Zo op het eerste gezicht zou je dat niet zeggen. Het gedeelte dat we uit het Evangelie van Lucas lezen gaat toch over een genezing en twee kleine gelijkenissen. Daartussen staat dan nog een soort discussie en een ruzie. Maar toch is het verhaal opgeschreven als een paradijsverhaal. Dat begint al met de opmerking dat Jezus van Nazareth zat te onderwijzen in de Synagoge. Wij kennen toch de meeste verhalen over zijn leren als hij in de buitenlucht staat. De bergrede is een voorbeeld, er is ook een veldrede. Hij stond een keer in een schip met alle toehoorders op de wal. En hij gaat dan ook wel naar de synagoge maar onderwijzen in de synagoge is toch iets bijzonders. Toch was het het ideaal van de Farizeeën, iedereen moest meedoen en op de Sabbath ging het om de Wet van God van Israël. Iedereen moest daarin studeren en daarover mee kunnen praten.

Dat ideaal wordt ook door de eerste Christenen gedeeld. Die Sabbatsdag is een dag waarop we weer wandelen met God, een paradijsdag dus. Voor Christenen de eerste dag van de week, toen na de opstanding er weer met Christus gewandeld kon worden. In het verhaal over het Paradijs uit Genesis ging het mis toen de mensen gelijk wilden worden aan God. Veel Joden geloofden dat God toen besloot de mensen tot dieren te maken, maar dat Adam had gebeden dat niet te laten gebeuren. Die gebogen vrouw leek al een beetje op een viervoeter. Ze was net zo lang gebogen geweest als het volk Israël onderdrukt was zoals het in het boek Rechters werd beschreven. Het volk werd van die onderdrukking verlost door de rechters Ehud en Jefta.  En daar komt dan de discussie. Jefta had als prijs zijn dochter moeten doden. Wat dat wat God wil? Niemand wilde daar aan en dus is de genezing het enige dat ons rest en mag daarover een feest gevierd worden.

Op die manier zal dus ook dat Paradijs op aarde weer terugkomen. Dat is de betekenis van de gelijkenissen die verteld worden. Het gaat er helemaal niet om dat we van die grote daden plegen. Gewoon beginnen een hand uit te steken, ook al lijkt dat klein denk dan aan dat mosterdzaadje. Dat is een heel klein zaadje. Als je het in je hand neemt moet je nog uitkijken ook want voor je weet is het weggeblazen. Maar het groeit uit tot een grote struik. In de dagen van Jezus groeiden er mosterdbomen van wel drie meter hoog. Wij kennen ze niet meer zo groot maar er zijn verhalen van reizigers naar Galilea die zich over die grote mosterdbomen verbaasden. Maar die kleine daden van ons, elke dag opnieuw een hand uitsteken naar de minsten, vrijwilligers werk doen in asielzoekerscentra of plaatsen voor noodopvang, winkelier zijn in de Fair Trade winkel, voedsel sorteren in de voedselbank en noem maar op, maakt dat de wereld beter? Jezus vergelijkt het met zuurdesem, gist, zonder krijg je echt geen eetbaar brood, maar met, zelfs met een heel klein beetje krijg je het brood dat je elke dag nodig hebt. Daar hebben we ook voor gebeden in het Onze Vader. Dus elke dag opnieuw mogen we die liefde om ons heen verspreiden, ook vandaag mag dat weer.

 

Reacties
Domeinregistratie en hosting via mijndomein.nl