basalk.punt.nl
Abonneren

Abonneer je nu voor nieuwe artikelen op deze website!

Laatste artikelen

Handelingen 2:14-28

14 ¶  Daarop trad Petrus naar voren, samen met de elf andere apostelen, verhief zijn stem en sprak de menigte toe: ‘U, Joden en inwoners van Jeruzalem, luister naar mijn woorden en neem ze ter harte. 15  Deze mensen zijn niet dronken, zoals u denkt; het is immers pas het derde uur na zonsopgang. 16  Wat hier nu gebeurt, is aangekondigd door de profeet Joël: 17  “Aan het einde der tijden, zegt God,  zal ik over alle mensen mijn geest uitgieten. Dan zullen jullie zonen en dochters profeteren, jongeren zullen visioenen zien en oude mensen droomgezichten. 18  Ja, over al mijn dienaren en dienaressen zal ik in die tijd mijn geest uitgieten, zodat ze zullen profeteren. 19  Ik zal wonderen doen verschijnen aan de hemel boven en tekenen geven op de aarde beneden, bloed en vuur en rook. 20  De zon zal veranderd worden in duisternis en de maan in bloed voordat de grote, stralende dag van de Heer komt. 21  Dan zal ieder die de naam van de Heer aanroept worden gered.” 22  Israëlieten, luister naar wat ik u zeg: Jezus uit Nazaret is door God tot u gezonden, hetgeen gebleken is uit de grote daden en de wonderen en tekenen die God, zoals u bekend is, door zijn toedoen onder u heeft verricht. 23  Deze Jezus, die overeenkomstig Gods bedoeling en voorkennis is uitgeleverd, hebt u door heidenen laten kruisigen en doden. 24  God heeft hem echter tot leven gewekt en de last van de dood van hem afgenomen, want de dood kon zijn macht over hem niet behouden. 25  David zegt immers over hem: “Steeds houd ik de Heer voor ogen, hij is aan mijn zijde, ik wankel niet. 26  Daarom verheugt zich mijn hart en jubelt mijn tong van blijdschap. Ja, mijn lichaam zal behouden blijven, 27  want u zult mij niet overleveren aan het dodenrijk en het lichaam van uw trouwe dienaar zal niet tot ontbinding overgaan. 28  U hebt mij de weg naar het leven getoond, Uw nabijheid zal mij vervullen met vreugde.” (NBV)

Natuurlijk, jongeren weten altijd hoe de wereld er beter uit zou kunnen zien. Dat was al in de tijd van de profeet Joël zo en dat was in de tijd van Petrus niet anders. Ook nu is dat nog steeds zo. Oude mensen weten dat het dromen zijn, maar er zijn altijd mensen die die droomgezichten als mogelijkheden blijven zien en er aan blijven werken. De beroemste preek van dominee Martin Luther King heet in het Engels “I have a dream”, ik heb een droom. Hij had zo’n droomgezicht dat blanke en zwarte kinderen hand in hand zouden wandelen. Die droom is uitgekomen al zal er aan de gelijkheid nog veel moeten gebeuren. In de gevangenissen in Amerika zitten drie keer zo veel zwarte mensen als blanke mensen en zwarte mensen zijn van nature net zo crimineel als blanke mensen.

Maar de geest van God maakt dat je dit soort droomgezichten blijft zien. Dat jongeren dit soort visioenen blijven koesteren. Wie het verhaal kent van de onmetelijke en onvoorwaardelijke liefde voor mensen, een liefde die wonderen kan veroorzaken, die muren kan afbreken en mensen bij elkaar kan brengen, die gaat vanzelf die dromen dromen en vergezichten zien. Dat was waarvoor Petrus en de 11 andere apostelen opstonden en hun huis uitkwamen. Ze leken nu zelf brandende braambossen. De tijd dat alles gewoon maar door ging alsof er geen God en geen goddelijke richtlijnen waren was voorbij. Het einde van de tijden van de wereld was gekomen. Binnen de nieuwe beweging van Jezus van Nazareth waren slaven vrij, schulden kwijtgescholden en was de armoede opgeheven, precies zoals God het had voorgeschreven en de profeten het hadden voorspeld.

Het kon toen, het kan nu ook nog, je moet het gewoon gaan doen. Het is een kwestie van er enthousiast, begeesterd, aan beginnen. In Noord Holland werd vorige week het Luilak feest gevierd. Op de dag voor Pinksteren gingen jongeren  heel vroeg de huizen langs om met veel lawaai iedereen wakker te maken. Pinksteren is daar het feest van vroeg opstaan, opstaan om een nieuw leven te beginnen. Het leven in de geest van Jezus uit Nazareth. Het leven van delen met elkaar en recht en rechtvaardigheid. Het feest van gastvrijheid voor vreemdelingen, het feest waar voor iedereen genoeg te eten is en honger verdwenen. Pinksteren is het feest dat ons leert dat we er elke dag weer opnieuw mee kunnen beginnen. Dat we elke dag mogen opstaan om mensen lief te hebben, om te mogen geloven dat het kan, een wereld waarin mensen van elkaar houden en zo God eren. Elke dag, ook vandaag.

Reacties

Psalm 68:25-36

25 Een schouwspel is uw stoet, o God, de stoet van mijn God, mijn koning, naar zijn heiligdom: 26 voorop zangers, daarachter snarenspelers, omstuwd door meisjes met tamboerijnen. 27 Prijs God wanneer u samenkomt, prijs de HEER, u die aan Israëls bron bent ontsprongen. 28 Daar is Benjamin, de jongste, hij opent de rij, daar zijn de vorsten van Juda, uitbundig bijeen, de vorsten van Zebulon, de vorsten van Naftali. 29 Ontplooi uw macht, o God, de macht die u, God, ons altijd toonde, 30 vanuit uw tempel die boven Jeruzalem oprijst. Laten koningen u schatting brengen. 31 Vaar uit tegen het gedierte in het riet, die troep stieren, die kalveren van volken. Vertrap wie zilver begeren, verstrooi de volken die belust zijn op strijd. 32 Laten de gezanten uit Egypte zich aandienen, de Nubiërs met geschenken zich haasten naar God. 33 Koninkrijken der aarde, zing voor God, zing een lied voor de Heer, sela, 34 voor hem die rijdt door de hoogste, eeuwige hemel. Hoor, zijn stem is een machtige stem. 35 Erken Gods macht: zijn majesteit heerst over Israël, zijn macht reikt tot boven de wolken. 36 Ontzagwekkend bent u, God, in uw heiligdom. De God van Israël, hij geeft macht en nieuwe kracht aan zijn volk. Geprezen zij God! (NBV)

Het laatste deel van de psalm over de intocht van het volk Israel in het beloofde land. Het ging bijna mis doordat iemand stiekum toch wat zilver als buit nam, ondanks het bevel om dat niet te doen. Het ging immers om het delen van een land overvloeiende van melk en honing. wie niet wilde delen moest wel worden aangepakt, maar ook het volk Israel moest willen delen. Het had zelfs strenge wetten om de vreemdelingen bij de samenleving te betrekken. Je moet dus als volk die de richtlijnen voor de menselijke samenleving wil toepassen ook een voorbeeld willen zijn. Dat geldt niet alleen voor het volk Israel maar ook voor de volgelingen van Jezus van Nazareth. Uit het verhaal van Israel maar ook uit het verhaal van de volgelingen van Jezus van Nazareth zijn vele voorbeelden te geven waar opgeroepen wordt om dat voorbeeld te zijn.

De macht van de Liefde, Gods macht hier genoemd, heerst over Israel, die macht is sterker dan wat ook op aarde of in de hemel. zelfs de wolken die de oogst kunnen verwoesten brengen je niet tot honger als je allemaaal onvoorwaardelijk bereid bent om met elkaar te delen. Dat is de les die het volk Israel in de woestijn had geleerd. Daar kun je niet overleven als je niet onvoorwaardelijk bereid bent om te delen. De volgelingen van Jezus van Nazareth hadden het geleerd onder de wrede Romeinse bezetting. Je werd pas weer mens, je kon pas weer liefhebben als je bereid was te delen met de armsten in de samenleving, als je bereid was om met gelijkgestemden alles te delen en voor elkaar zorg te dragen. Die macht is onbreekbaar, onoverwinbaar, dat heeft het volk van Israel, dat hebben de volgelingen van Jezus van Nazareth ervaren.

Het volk Israel keerde terug uit ballingschap door het vasthouden aan dat gebod van de Liefde. De volgelingen van Jezus van Nazareth zagen hun beweging groeien door ook na de dood van Jezus te blijven geloven in zijn leven en door te gaan met zijn verhaal als met het verhaal van een levende. Die kracht werkt op de aarde tot de dag van vandaag. Die kracht doet elke dag mensen opstaan tegen onrecht, discriminatie, honger, geweld en de vernedering van mensen omdat alle mensen je broeders en zusters zijn. Die macht maakt dat we elke dag opnieuw mee mogen doen in die beweging, ja zelfs ontelbare malen op een dag ons weer opnieuw mogen aansluiten bij die beweging. Zo sterk is die beweging dat niemand en niets, zelfs de dood niet, dat kan tegenhouden. Hij geeft kracht aan zijn volk, hij geeft die kracht aan elk van ons.

Reacties

Psalm 68:12-24

12 De HEER sprak een bevel uit, een menigte vrouwen zei het voort: 13 ‘Koningen vluchten, hun legers vluchten, thuis verdelen de vrouwen de buit 14 en jullie slapen bij de schaapskooi!’ De vleugels van de duif waren met zilver bedekt, haar slagpennen met geelgroen goud: 15 de Ontzagwekkende dreef koningen uiteen, sneeuw viel neer op de Salmon. 16 Machtige berg, berg van Basan, veeltoppige berg, berg van Basan, 17 waarom afgunstig, veeltoppig gebergte, op de berg die God als zetel koos? De HEER woont daar voor eeuwig. 18 Met machtige wagens, tweemaal tienduizend, met duizenden en duizenden, trok de Heer van de Sinai naar het heiligdom. 19 U voerde gevangenen mee, eiste gaven van opstandige mensen, en steeg op naar uw woning, HEER, onze God. 20 Geprezen zij de Heer, dag aan dag, deze God draagt ons en redt ons, sela 21 onze God is een reddende God. Bij God, de HEER, is bevrijding uit de dood. 22 God verplettert de hoofden van zijn vijanden, de harige kruinen van wie met schuld zijn beladen. 23 De Heer zegt: ‘Ik haal jullie vijanden uit Basan, ik haal ze uit de diepten van de zee: 24 jullie voeten zullen waden in hun bloed, met hun tong zullen jullie honden ervan likken.’ (NBV)

Toen het volk Israel uit Egypte vertrok waren het slaven, gevangenen, en heel lang in de geschiedenis van Israel bleef het besef levend dat ze bevrijde slaven waren. Door het dienen van die God die Mozes hen had getoond waren ze bevrijd geworden, hadden ze de woestijn kunnen trotseren en waren ze in het beloofde land gekomen. Dit deel van de Psalm bezingt op poëtische wijze de intocht in het beloofde land. Daar kwam de Heilige Tent uiteindelijk tot rust na alle omzwervingen. Zeker David moet dat zo gevoeld hebben want hij deed verschillende pogingen de Tent naar Jeruzalem te brengen voordat hij er in slaagde. En dan nog mocht hij er geen Tempel voor bouwen want een Tempel zou te snel hetzelfde zijn als de omringende volken voor hun goden hadden. De Godsdienst van Israel is een heel ander soort godsdienst, zeker geen religie zoals volken een religie hebben.

Op de berg Sinaï had het gedonderd en gebliksemd, vuur was er van de berg af gekomen toen ze richtlijnen voor een menselijke samenleving hadden gekregen. Daarin werd verteld over die ene God die geen andere goden duldde en over hoe je je naaste lief moest hebben als jezelf. Elk jaar als de eerste vruchten van de oogst binnengehaald waren trokken ze op naar het Heiligdom in Jeruzalem om met een grote maaltijd het ontvangen van die richtlijnen te vieren en zich te herinneren hoe die richtlijnen ook al weer in de praktijk gebracht moeten worden. Later waren de Grieken dat feest Pinksteren gaan noemen omdat het vijftig dagen na Pasen was. Die Grieken wisten niet dat het zeven maal zeven dagen had geduurd tussen de bevrijding uit Egypte en het ontvangen van de richtlijnen voor die nieuwe samenleving in dat beloofde land. Dat Pinksterfeest was dus een dankfeest, voor de oogst maar vooral voor de richtlijnen die zeiden dat die oogst gedeeld moest worden.

Veel eeuwen later zouden de volgelingen van Jezus van Nazareth op dat Pinksterfeest beweren dat het enige wat van die richtlijnen overbleef het delen van alles met elkaar was. Ook toen vlamde en stormde het zo leek het tenminste. Als het het delen was dan zouden de duizenden en duizenden inderdaad naar het Heiligdom van God komen. Inmiddels zijn er miljoenen bij die beweging van Jezus van Nazareth aangesloten, verenigd in talrijke kerken en kerkelijke gemeenten. Het delen met elkaar, het zorgen voor de armsten in de samenleving, de armsten in de wereld, blijft echter ook na Pinksteren nog steeds een zaak waarvoor gestreden en geleden moet worden. Waar ook de volgelingen van Jezus van Nazareth elke dag opnieuw mee moeten beginnen en opnieuw toe moeten oproepen. vandaag met het zingen van deze Psalm.

Reacties

Psalm 68:1-11

1 ¶  Voor de koorleider. Van David, een psalm, een lied. 2 God staat op, zijn vijanden stuiven uiteen, zijn haters vluchten als hij verschijnt. 3 U verdrijft ze zoals wind de rook verdrijft. Zoals was smelt bij het vuur, zo vergaan de zondaars als God verschijnt. 4 Maar de rechtvaardigen verblijden zich, zij juichen als God verschijnt, uitgelaten van vreugde. 5 Zing voor God, bezing zijn naam, maak ruim baan voor hem die door de vlakten rijdt, HEER is zijn naam, jubel als hij verschijnt: 6 vader van wezen, beschermer van weduwen, God in zijn heilig verblijf. 7 God geeft eenzamen een thuis en gevangenen vrijheid en voorspoed. Maar opstandigen zullen wonen op dorre grond. 8 God, toen u optrok aan het hoofd van uw volk, toen u voortschreed door de woestijn, sela, 9 beefde de aarde, en water stortte uit de hemel toen God verscheen, de heerser van de Sinai, toen God verscheen, de God van Israël. 10 U liet een milde regen neerdalen, God, en schonk uw uitgeput land nieuwe kracht. 11 Uw kleine kudde ging er wonen, in uw goedheid, God, gaf u het aan de zwakken. (NBV)

Drie dagen lang zullen we zingen van Psalm 68. Een zangstuk, een musiceerstuk staat er zelfs oorspronkelijk, van David. En David was voor Israel het symbool van de ideale koning. De koning die het land Israel haar plaats onder de volken had gegeven. Na David had niemand meer durven ontkennen dat er ooit een koninkrijk Israel was geweest. Maar David was ook de Koning die de godsdienst van Israel centraal had gesteld. Hij had de Heilige Tent haar plaats in de hoofdstad gegeven. Hij had van de staat Israel een rechtstaat gemaakt waar recht en gerechtigheid hadden geheerst. Een zoon van David zou het rijk definitief bevrijden van onderdrukking en recht doen aan de armsten in het land.

Op de eerste Pinksterdag hebben we gelezen hoe de volgelingen van Jezus van Nazareth geloofden dat die Jezus de beloofde zoon van die Koning David was. En in het eerste deel van de psalm die we vandaag beginnen te zingen komen ze allemaal voorbij, de weduwen en de wezen, de eenzamen. De rechtvaardigen verblijden zich bij zoveel rechtvaardigheid. Heel uitdrukkelijk worden in deze psalm ook de gevangenen genoemd. En in onze dagen denken we dan direct aan Amnesty International. De particuliere organisatie die opkomt tegen het gevangen zetten van mensen om wat ze denken. We hebben voor geweld, voor diefstal en bedrog, nog niet veel andere oplossingen gevonden dan het opsluiten van mensen. Dat opsluiten moet wel menselijk gebeuren, en wie opgesloten wordt moet volgens onafhankelijke rechtsprocedures op basis van feitelijk bewijs worden veroordeeld.

Maar het opsluiten van mensen om wat ze denken, wat ze zeggen, wat ze vinden, en waarvan ze anderen van willen overtuigen vinden we onder alle omstandigheden verwerpelijk. Juist ons eigen geloof in de rechtvaardigheid roept altijd weer tegenstand op. Ook in deze psalm worden de opstandigen genoemd. De machtigen en de rijken die weigeren te delen bestrijden de roep om gerechtigheid. Daarom is het werk van Amnesty International, los van de vraag voor welke overtuiging mensen opgekomen zijn, altijd een werk dat spoort met de roep van de Bijbel om op te komen voor gevangenen. Mensen moeten tot geloof komen door het horen van het verhaal en niet door geweld. Juist door het geweld van het kruis, en geweld als antwoord daarop, af te wijzen en de liefde als antwoord op het kruis centraal te stellen is het christendom als beweging ontstaan. Surf vandaag dus eens al zingend met deze psalm naar de site van Amnesty International.

Reacties

Handelingen 2:1-13

1 ¶  Toen de dag van het Pinksterfeest aanbrak waren ze allen bij elkaar. 2  Plotseling klonk er uit de hemel een geluid als van een hevige windvlaag, dat het huis waar ze zich bevonden geheel vulde. 3  Er verschenen aan hen een soort vlammen, die zich als vuurtongen verspreidden en zich op ieder van hen neerzetten, 4  en allen werden vervuld van de heilige Geest en begonnen op luide toon te spreken in vreemde talen, zoals hun door de Geest werd ingegeven. 5 ¶  In Jeruzalem woonden destijds vrome Joden, die afkomstig waren uit ieder volk op aarde. 6  Toen het geluid weerklonk, dromden ze samen en ze raakten geheel in verwarring omdat ieder de apostelen en de andere leerlingen in zijn eigen taal hoorde spreken. 7  Ze waren buiten zichzelf van verbazing en zeiden: ‘Het zijn toch allemaal Galileeërs die daar spreken? 8  Hoe kan het dan dat wij hen allemaal in onze eigen moedertaal horen? 9  Parten, Meden en Elamieten, inwoners van Mesopotamië, Judea en Kappadocië, mensen uit Pontus en Asia, 10  Frygië en Pamfylië, Egypte en de omgeving van Cyrene in Libië, en ook Joden uit Rome die zich hier gevestigd hebben, 11  Joden en proselieten, mensen uit Kreta en Arabië-wij allen horen hen in onze eigen taal spreken over Gods grote daden.’ 12  Verbijsterd en geheel van hun stuk gebracht vroegen ze aan elkaar: ‘Wat heeft dit toch te betekenen?’ 13  Maar sommigen zeiden spottend: ‘Ze zullen wel dronken zijn.’ (NBV)

Vandaag lezen we het verhaal over het Pinksterfeest dat zo’n bijzondere betekenis kreeg door het optreden van die volgelingen van Jezus van Nazareth. Vandaag wordt dat in veel kerken gevierd, het is de verjaardag van de kerk. Dat Pinksterfeest was al een bestaand feest. Vijftig dagen na Pasen werden de eerste vruchten van de oogst naar de Tempel gebracht om er samen een maaltijd van de te houden. Die vijftig dagen zijn niet zomaar. Zeven maal zeven dagen zijn voorbijgegaan en zeven was het heilige getal. Na zeven maal zeven dagen is het dus wel een heel erg heilige dag. Het doet denken aan dat jaar na zeven maal zeven jaren waarop alle Israelieten het stukje land terug zouden krijgen dat ze bij de verdeling door Jozua hadden gekregen. De slaven zouden dan worden vrijgelaten en de schulden worden kwijtgescholden.

Iedereen kon met een schone lei weer opnieuw beginnen. Al die beloften waren eigenlijk nooit uitgekomen, een mooie wet maar voor een ordelijke samenleving toch iets te ingewikkeld. En dan komt er die Petrus die verteld dat die wet juist op die Pinksterdag uitgevoerd zal worden. Nog wel door het optreden van Jezus van Nazareth die vlak voor de laatste Paasviering als een slaaf was gekruisigd. Het was zelfs nog erger. Joden uit de hele bewoonde wereld waren naar Jeruzalem gekomen om dat Pinksterfeest mee te vieren. En toen die 120 volgelingen van Jezus van Nazareth hen uitnodigden mee te doen snapten ze allemaal waar het om te doen was, de richtlijnen voor de menselijke samenleving die zouden uitlopen op wat vroeger genoemd was “het aangename jaar van de Heer”. Dat was helemaal niet zo ingewikkeld, dat moet je gewoon samen gaan doen.

Schulden kwijt schelden voor arme landen bijvoorbeeld.  De rijkste landen in de wereld doen dat bijna elke G8 vergadering wel weer een beetje. Rechtvaardige handelsverhoudingen worden op die vergaderingen tegengehouden maar als wij alleen Max Havelaar en Fair Trade producten gebruiken kunnen ze er op de duur niet meer om heen. Anders Globalisten noemen ze mensen die voortdurend bedacht zijn op het lot van de armsten in de wereld. Mensen van de Weg gingen ze die volgelingen van Jezus van Nazareth noemen. De Weg van de liefde. Het is ongeloofelijk. Op die eerste Pinksterdag werden die volgelingen van Jezus uitgemaakt voor dronkaards, nu worden de Anders Globalisten uitgemaakt voor raddraaiers. Hoe het ook zij, willen we de armen bevrijden van schuld, honger en ellende, hen recht doen dan zullen we de wereld op z’n kop moeten zetten. Wat onder is moet dan boven komen.

 

Reacties

Handelingen 1:15-26

15 ¶  In die dagen stond Petrus op te midden van de leerlingen-er was een groep van ongeveer honderdtwintig mensen bijeen-en zei: 16  ‘Broeders en zusters, het schriftwoord waarin de heilige Geest bij monde van David heeft gesproken over Judas, de gids van hen die Jezus gevangen hebben genomen, moest in vervulling gaan. 17  Judas was een van ons en had deel aan onze dienende taak. 18  Van de beloning voor zijn schanddaad kocht hij een stuk grond, maar bij een val werd zijn buik opengereten, zodat zijn ingewanden naar buiten kwamen. 19  Alle inwoners van Jeruzalem hebben van deze gebeurtenis gehoord, en daarom noemen ze dat stuk grond in hun eigen taal Akeldama, wat ‘bloedgrond’ betekent. 20  In het boek van de Psalmen staat namelijk geschreven: “Laat zijn woonplaats een woestenij worden en laat niemand daar meer verblijven.” En ook: “Laat een ander zijn taak overnemen.” 21  Daarom moet een van de mannen die steeds bij ons waren toen de Heer Jezus onder ons verkeerde, 22  vanaf de doop door Johannes tot de dag waarop hij in de hemel werd opgenomen, samen met ons getuigen van zijn opstanding.’ 23  Ze stelden twee kandidaten voor: Josef Barsabbas, die de bijnaam Justus had, en Mattias. 24  Daarna baden ze als volgt: ‘U, Heer, doorgrondt ieders gedachten. Wijs van deze beide mannen degene aan die u gekozen hebt 25  om als apostel zijn dienende taak te verrichten en de plaats in te nemen van Judas, die zijn ondergang tegemoet is gegaan.’ 26  Ze lieten hen loten en het lot viel op Mattias. Hij werd aan de elf apostelen toegevoegd. (NBV)

Gisteren hebben we al gelezen dat de 11 apostelen samen met de vrouwen, de moeder van Jezus van Nazareth en diens broers, bij elkaar waren in Jeruzalem. Dat was bij elkaar een gezelschap van 120 personen lezen we vandaag. Dat is niet niks zo na de dood van Jezus van Nazareth en de vondst van een leeg graf en verhalen over zijn verschijning. Er waren echter oorspronkelijk 12 apostelen. Judas had Jezus verraden, had de bloedakker van Jesaja willen kopen maar was daarbij omgekomen. In een ander bijbelgedeelte staat dat hij heen ging en zich verhing maar Petrus vertelt ons hier dat hij ten val was gekomen. Er waren niet voor niets 12 apostelen gekozen. Er waren immers ook 12 stammen van Israel geweest, voor elke stam van Israel een zendeling. Er moest dus een nieuwe komen.

Dat ging pas echt democratisch, je zoekt er twee goede uit en loot dan tussen die twee. Er wordt nog wel eens gedaan of die 12 het bestuur van de nieuwe beweging vormden, de baas zouden zijn. Maar dat staat er niet. Ze waren dienaren van de gemeenschap. Zij immers hadden met Jezus van Nazareth opgetrokken en zij hadden gehoord wat hij verteld had. Dat verhaal, die boodschap van bevrijding moesten ze doorgeven. Doorgeven door te vertellen over wat ze gehoord en beleefd hadden en doorgeven door het met de anderen te leven. In een gemeenschap waar de een zich niet beter zou achten dan de ander. Dat is niet eenvoudig. Je ziet het aan elke regering, elk bestuur. De laatste jaren het meest duidelijk aan besturen van banken. Zij vinden zich zo veel beter dan de gemeenschap, het bedrijf, dat ze dienen dat ze buitengewone extra beloningen eisen, of zichzelf toerekenen. In de bankwereld zal dat hun ondergang worden. Bankiers die niet meer dienend naar medewerkenden en klanten kunnen optreden worden uitgespuugd. Maar dienaren van onze samenleving worden niet altijd gewaardeerd om wat ze doen.

Neem politiemensen die al jaren geen loonsverhoging kregen. Neem de thuiszorgenden die ontslagen worden omdat ze wegens bezuinigingen ook wel in een andere positie hetzelfde werk kunnen doen tegen een lagere beloning. Dat managers van zorginstellingen en ziekenhuizen ontslagen worden als ze veel meer verdienen dan een gemiddeld kamerlid hoor je eigenlijk nooit. Over de beloning van apostelen in veel te doen geweest in onze geschiedenis. Predikanten en kerkelijk werkers krijgen een salaris volgens CAO, los van de bijdragen van de gemeenten. Een apostel als Paulus vond zulke beloningen niet onterecht maar was er trots op zelf in zijn onderhoud te kunnen voorzien. Wij zullen bestuurders, leiders dus moeten beoordelen op hun dienstbaarheid, hun beloning kan niet anders geregeld zijn dan die van de medewerkenden van de gemeenschap. Zo zetten wij tekens van dat komende Koninkrijk. Dienend voor de zwaksten in de wereld, voor de armsten, de hongerigen en de naakten, de ontrechten en de slachtoffers van geweld. Voor zover ze die nog niet hebben gehoord of gesproken zullen we hen stem moeten geven. Als apostelen moeten we blijven vertellen over de bevrijding die er gekomen is en proberen voor te leven hoe het nieuwe Koninkrijk van Jezus van Nazareth er uit zou kunnen zien.

 

Reacties

Handelingen 1:1-14

1 ¶  In mijn eerste boek, Theofilus, heb ik de daden en het onderricht van Jezus beschreven, 2  vanaf het begin tot aan de dag waarop hij in de hemel werd opgenomen, nadat hij de apostelen die hij door de heilige Geest had uitgekozen, had gezegd wat hun opdracht was. 3  Na zijn lijden en dood heeft hij hun herhaaldelijk bewezen dat hij leefde; gedurende veertig dagen is hij in hun midden verschenen en sprak hij met hen over het koninkrijk van God. 4  Toen hij eens bij hen was, droeg hij hun op: ‘Ga niet weg uit Jeruzalem, maar blijf daar wachten tot de belofte van de Vader, waarover jullie van mij hebben gehoord, in vervulling zal gaan. 5  Johannes doopte met water, maar binnenkort worden jullie gedoopt met de heilige Geest.’ 6 ¶  Zij die bijeengekomen waren, vroegen hem: ‘Heer, gaat u dan binnen afzienbare tijd het koningschap over Israël herstellen?’ 7  Hij antwoordde: ‘Het is niet jullie zaak om te weten wat de Vader in zijn macht heeft vastgesteld over de tijd en het ogenblik waarop deze gebeurtenissen zullen plaatsvinden. 8  Maar wanneer de heilige Geest over jullie komt, zullen jullie kracht ontvangen en van mij getuigen in Jeruzalem, in heel Judea en Samaria, tot aan de uiteinden van de aarde.’ 9  Toen hij dit gezegd had, werd hij voor hun ogen omhooggeheven en opgenomen in een wolk, zodat ze hem niet meer zagen. 10  Terwijl hij zo van hen wegging en zij nog steeds naar de hemel staarden, stonden er opeens twee mannen in witte gewaden bij hen. 11  Ze zeiden: ‘Galileeërs, wat staan jullie naar de hemel te kijken? Jezus, die uit jullie midden in de hemel is opgenomen, zal op dezelfde wijze terugkomen als jullie hem naar de hemel hebben zien gaan.’ 12 ¶  Daarop keerden de apostelen van de Olijfberg terug naar Jeruzalem. Deze berg ligt vlak bij de stad, op een sabbatsreis afstand. 13  Toen ze in de stad waren aangekomen, gingen ze naar het bovenvertrek waar ze verblijf hielden: Petrus en Johannes, Jakobus en Andreas, Filippus en Tomas, Bartolomeüs en Matteüs, Jakobus, de zoon van Alfeüs, en Simon de IJveraar en Judas, de zoon van Jakobus. 14  Vurig en eensgezind wijdden ze zich aan het gebed, samen met de vrouwen en met Maria, de moeder van Jezus, en met zijn broers. (NBV)

Vandaag gaan we in de aanloop naar het verhaal van Pinksteren opnieuw beginnen in het boek van de Handelingen van de Apostelen. Net als het Evangelie van Lucas is ook dit boek opgedragen aan Theofilus, Latijns voor de zoon van God, maar zo zou een Romein heel goed hebben kunnen heten. Dit boek vertelt hoe de boodschap van Jezus van Nazareth verspreid werd tot aan de einden der aarde. Het begint in Jeruzalem en het zal eindigen in Rome, in het hart van het Rijk. Het begint dan ook met de vraag of het Koningschap van David in Israel hersteld zal worden. Het eindigt er mee dat iedereen in de hele wereld de boodschap van Jezus kon horen. Wij weten dat uiteindelijk heel dat machtige Rijk van Rome ten onder zou gaan en dat een van de laatste keizers geen andere uitweg meer zou zien dan zich ook bij die beweging van de mensen van Jezus van Nazareth aan te sluiten. Zo ver zijn we nog niet. Eerst neemt Jezus afscheid van zijn leerlingen.

Ze zullen ontdekken waar ze de kracht vandaan kunnen halen om dat verhaal uit te dragen over heel de wereld. Daarvoor moeten ze in elk geval niet naar de hemel blijven staren. De hemel moet op aarde komen en daarvoor zullen zij, en wij dus ook, de aarde gereed moeten maken. In Jeruzalem komen ze dus bij elkaar in een zaal waar ze volgens het verhaal van Lucas ook het laatste Paasmaal met Jezus hadden gehouden. De 11 apostelen worden met name genoemd maar in één adem worden ook de vrouwen genoemd en Maria de moeder van Jezus en zijn broers. Jezus van Nazareth wordt vaak afgeschilderd als enig kind maar dat was hij zeker niet. Hij had broers en zusters en zijn broer Jacobus zou uiteindelijk het hoofd van de gemeente in Jeruzalem worden. Het was een heel gezelschap dat bij elkaar was, biddend en de psalmen zingend. Eensgezind staat er nog uitdrukkelijk bij want alleen als je echt samen probeert een gemeenschap te vormen dan kan zo’n klein gezelschap de hele wereld van de boodschap van Liefde en vrede doordringen.

En dat je dat samen moet blijven doen is duidelijk. Die Christelijke beweging lijkt uiteindelijk te versplinteren. In onze dagen zijn er vele kerkgenootschappen en religieuze groeperingen die proberen mensen bij de beweging van de Weg te betrekken. De beweging van die apostelen en andere volgelingen van Jezus van Nazareth, die daar samen in Jeruzalem bij elkaar gekomen waren, zouden de mensen van de Weg genoemd worden. Bij de kruisiging was er een keuze geweest. De Weg van vrede en het vermijden van een opstand en een oorlog zoals Jezus van Nazareth gegaan was. Hij had zijn leger van 120 man de zwaarden weer in de schede laten steken, en de weg van Bar Abbas die al een opstand geleid had tegen de Romeinen waar veel bloed had gevloeid. Die keuze tussen opstand en de lange weg van gemeenschappen zou blijven tot in het jaar 70. Toen liep de weg van opstand en geweld uit op de verwoesting van de Tempel en het verspreiden van het volk over het Romeinse Rijk. Christelijk wordt de beweging pas genoemd na de bekering van Saulus van Tarsus tot Paulus. Die versplintering was er al vanaf het begin, ieder zou de boodschap in de eigen taal verstaan, maar die eigen taal hoefde je niet op te geven. Waar je toe geroepen wordt is het scheppen en vormgeven van een samenleving, een wereld, gebaseerd op de Liefde, en die roep klinkt ook vandaag nog.

 

Reacties

Hooglied 8:5-14

5 ¶  Wie is zij, die daar komt uit de woestijn, leunend op de arm van haar lief? Onder de appelboom wekte ik jou. Daar kreeg je moeder weeën, weeën van jou, daar baarde ze jou. 6  Draag mij als een zegel op je hart, als een zegel op je arm. Sterk als de dood is de liefde, beklemmend als het dodenrijk de hartstocht. De liefde is een vlammend vuur, een laaiende vlam. 7  Zeeën kunnen haar niet doven, rivieren spoelen haar niet weg. Zou een man met al zijn rijkdom liefde willen kopen, dan werd hij smadelijk veracht. 8 ¶  Wij hebben een zusje, borsten heeft ze nog niet. Wat doen we met ons zusje als de mensen over haar gaan spreken? 9  Was zij een muur, dan bouwden wij er zilveren kantelen op. Was zij een deur, dan sloten wij die met een balk van cederhout. 10  Ik ben een muur, mijn borsten zijn als torens. Zo ben ik in zijn ogen als een stad die vrede biedt. 11  Salomo bezat een wijngaard in Baäl-Hamon. Hij stelde er bewakers aan, duizend zilverstukken gaf men voor de oogst. 12  Mijn eigen wijngaard blijft van mij. De duizend zilverstukken zijn voor jou, Salomo, en tweehonderd voor de bewakers. 13 ¶  Jij die in je hof verblijft, mijn vrienden zijn gespitst op je stem. Laat míj die horen! 14  Ga nu van mij weg, mijn lief! Spring als een gazelle, als het jong van een hert over de bergen vol balsemkruid. (NBV)

De bron van de eerwraak staat ook gewoon in de Bijbel en wel onder meer in het stuk uit het Hooglied dat we hier lezen. Hier komen de broers van de bruid aan het woord. Die zijn dus bezorgd over het antwoord op de vraag wat de mensen er wel van zullen zeggen. Want wat ze over hun zusje zeggen zouden ze daarmee zeggen over de hele familie en dus ook over die broers. Is dat zusje welopgevoed, weet ze zich te gedragen, heeft ze de juiste man uitgezocht, gedraagt ze zich naar en bij de man zoals het hoort? Allemaal vragen die gaan over normen en waarden, over het resultaat van opvoeding en dus over het gedrag van de hele familie. Zo lijkt het tenminste want hun zusje heeft hen duidelijk gemaakt dat ze wel een muur rond haar kunnen bouwen, en dat is natuurlijk best lief van die broers, maar de liefde is als een laaiende vlam staat er. Andere vertalingen zeggen hier zelfs: een vlam van de Heer.  Als het om de liefde gaat is allebei waar. Die vlam verteert alle barrières. Daar hoor je niet tussen te komen.

En daarmee besluit het Hoge Lied van de Liefde. Het Bijbelboek dat gaat over de Liefde tussen twee mensen. Meestal is dat een hij of een zij maar lezers die van mensen houden van hetzelfde geslacht hebben al lang door dat je het Hooglied in de Bijbel dan net zo gemakkelijk samen kan lezen. De laatste verzen in het Hooglied benadrukken nog maar eens dat een geliefde nooit je bezit wordt. Ook al betaald een wijze koning een hoge prijs voor je liefde en stelt deze knappe en sterke bewakers aan om er voor te zorgen dat er geen ander de geliefde kan stelen, de geliefde zelf blijft bepalen wie er toegelaten wordt tot de wijngaard. Ook in een huwelijk zal die regel altijd moeten geleden. Twee huwelijkspartners zijn gelijk, vrij om zelf te beslissen en ze moeten voor hetgeen gemeenschappelijk is onderling tot overeenstemming zien te komen. Inmiddels is deze Bijbelse zienswijze ook in onze wetgeving opgenomen. Het burgerlijk huwelijk is daarmee van beduidend belang geworden. Bezit in het huwelijk verkregen wordt ook echt van de echtelieden samen, samen zullen ze over het bezit moeten beslissen.

Hun kinderen zullen het erven maar de langstlevende zal er van mogen genieten voor de rest van het leven, de weduwe zal niet onverzorgd worden achtergelaten. Vrij zal ook de keuze voor het huwelijk moeten zijn, geen dwang mag aan wie dan ook worden opgelegd om een huwelijk aan te gaan. Daarom moet een huwelijk ook altijd in het openbaar worden gesloten en openbaar worden afgekondigd. Dat laatste heeft in onze communicatiesamenleving een wat kleiner belang gekregen maar alle geruchten over uithuwelijken en gedwongen huwelijken moeten ons misschien doen beseffen dat een wat uitbundiger aankondiging kan helpen in het bestrijden van deze uitwassen. Veel mensen kiezen er daarnaast voor om in een kerk, te midden van de gemeente, vergezeld van familie vrienden en kennissen een zegen te vragen over het huwelijk. Ze willen dat uit zo'n relatie iets goeds voor anderen kan voortkomen. Want dat is de eigenlijke betekenis van de huwelijksinzegening. Het Hooglied leert ons dat twee gelieven de vorm en inhoud van hun relatie helemaal zelf moeten uitmaken, geen koning, geen wet, geen familie, geen cultuur en geen gewoonte mag daar tussen komen.

 

Reacties

Hooglied 7:7–8:4

7 Wat ben je mooi, wat ben je bekoorlijk, liefde en verrukking, dat ben jij. 8 Als een palm is je gestalte, je borsten zijn als druiventrossen. 9 Ik dacht: Laat ik die palm beklimmen, ik wil zijn bladeren grijpen. Laten jouw borsten als trossen van de wijnstok zijn, je adem als de geur van appels, 10 je tong als zoete wijn waarin mijn kussen baden, mijn lippen en tanden gedompeld zijn. 11 Ik ben van mijn lief, en hij verlangt naar mij. 12 Kom, mijn lief, laten we het veld in gaan, en tussen de hennabloemen slapen. 13 Laten we de wijngaard in gaan, morgenvroeg, en kijken of de wijnstok al is uitgebot, zijn bloesems al ontloken zijn, de granaatappel al bloeit. Daar zal ik jou beminnen. 14 De liefdesappels geuren al. Boven onze poorten hangt een keur van vruchten, vers geplukte, goed gedroogde. Mijn lief, ik heb ze bewaard voor jou. 1 ¶  Was jij maar mijn broertje, dronk jij nog maar aan mijn moeders borst. Als ik je dan vond, daar buiten, dan kuste ik jou, en niemand zou me verachten. 2  Dan nam ik je mee en bracht je in mijn moeders huis. Dat heb ik van haar geleerd. Ik gaf je kruidige wijn te drinken, van het sap van mijn granaatappel. 3  Mijn hoofd rust op zijn linkerarm, met zijn rechterarm omhelst hij mij. 4  Meisjes van Jeruzalem, ik bezweer je: wek de liefde niet, laat haar niet ontwaken voordat zij het wil.  (NBV)

Het gedeelte dat we vandaag uit het Hooglied lezen is een echt duet. De twee gelieven zingen het elkaar toe, ze bezingen elkaar. Zo kun je pas van elkaar houden. Het is zingen voor een bijzondere dag. Tussen Hemelvaart, het afscheid van Jezus van Nazareth, en Pinksteren, de komst van de Trooster, is het Wezenzondag. Uit het Hooglied, maar ook van zo'n trouwdag, leren we dat als je van een ander weet te houden en er weet van hebt dat een ander van je houdt, je nooit je als wees achtergelaten hoeft te voelen. En als je alleen bent, ga er dan op uit, er zijn altijd mensen die van je willen houden, mensen die het Hooglied hebben gelezen en mee willen doen in verhaal van Israel en van Jezus van Nazareth, mensen die van hun naaste houden als van zichzelf.

Het meeste wat je doet en wat je vindt in het leven, heb je toch van je ouders of opvoeders geleerd, vooral toen je nog jong was. En daarvan nog het meeste van je moeder, je pleegmoeder, stiefmoeder of de vrouw die je opvoedde. Ook hoe je lief moet hebben. Ook hoe je je partner lief moet hebben en welke risico's daar in het begin aan zitten. Als je dus als moeder, ouder of opvoeder niet voldoende gepraat hebt met de kinderen die aan je zijn toevertrouwd over elkaar liefhebben, omdat je dat nu eenmaal niet doet, of omdat je jezelf wijsmaakt dat ze er nog niet aan toe zouden zijn, breng je enorme risico's over de kinderen. Hormonen zijn nu eenmaal een natuurlijk verschijnsel. Als je niet weet wat er met je lichaam gebeurt als je in de armen van je geliefde bent, lees maar in het Hooglied hoe buitenaards dat kan worden, dan kun je zo intens genieten dat je doorgaat tot het einde bitter dreigt te worden.

Tegenwoordig roepen sommige zogenaamde Christenen dat ze tegen abortus zijn, ondanks de goede wetgeving die we op dat gebied hebben, wetgeving waardoor het aantal abortussen in Nederland is gedaald tot een wereldwijd minimum. Natuurlijk wil je het geen vrouw en geen meisje aandoen dat ze een abortus moet ondergaan. Sinds de invoering van de goede wetgeving is het aantal abortussen gelukkig dan ook zeer afgenomen. Maar de laatste jaren neemt het aantal langzaamaan weer toe, vooral onder meisjes en vrouwen die nooit moeders en opvoeders gehad hebben die vrij en open over het liefhebben van je partner wisten te praten. In sommige landen sterven jaarlijks nog vele vrouwen aan abortussen, zoals hier vroeger, nog niet zo erg veel vroeger trouwens, ook nog voorkwam. En Hooglied maakt ons ook duidelijk dat bij elke ongewenste zwangerschap een man betrokken is. In de discussies over abortus gaat het nooit over mannen, terwijl die toch eigenlijk als eerste op hun verantwoordelijkheid moeten worden aangesproken. De roep om de liefde niet voor haar tijd te wekken geldt zeker ook voor mannen. Ook zij zingen mee in het Hooglied.

 

 

Reacties

Hooglied 7:1-6

1  Draai rond, meisje uit Sulem, draai rond, draai rond, we willen naar je kijken. Kijk! Zie je dat meisje uit Sulem, zoals ze danst tussen twee reien? 2 Wat zijn je voeten mooi in je sandalen, koningskind! Je heupen draaien sierlijk rond, de schepping van een kunstenaar. 3 Je navel is een ronde kom, die gevuld is met kruidige wijn. Je buik is een bergje tarwe, dat door lelies wordt omzoomd. 4 Je borsten zijn als kalfjes, als de tweeling van een gazelle. 5 Je hals is als een toren van ivoor, je ogen als de vijvers van Chesbon, bij de poort van Bat-Rabbim. Je neus is als een toren van de Libanon, die uitkijkt over Damascus. 6 Je hoofd rijst op als de Karmel, omkruld door purperen lokken, waarin een koning ligt verstrikt. (NBV)  

 

Als je werkelijk gelooft dat een God de hemel en de aarde heeft geschapen dan is er toch iets misgegaan. Die aarde werkt toch niet helemaal zoals het zou moeten anders zouden er in Nepal toch niet ruim 3500 mensen zijn omgekomen bij een aardbeving. De Bijbel heeft daar wel een antwoord op. We hebben al eens uit het boek Job gelezen en daar begrepen dat we natuurrampen moeten nemen zoals ze komen. Die horen er kennelijk bij. Hoe dat zit is voor ons onbegrijpelijk en hoort voor ons ook onaanvaardbaar te zijn. Job ging een geding aan tussen hem en zijn God. Uiteindelijk is het enige dat ons overblijft bij deze rampen te zien hoeveel goede mensen er nog onder ons zijn. Wie wil de hand uitsteken en helpen het leven van de overlevenden weer op orde te brengen.

De mensen zijn het waard. Lees maar in dit hoofdstuk van het Hooglied hoeveel mensen waard kunnen zijn, hoe mooi ze zijn, hoe lyrisch je ze kunt bezingen. Hoeveel je liefde waard kan zijn. Die liefde is nu weer tot uitdrukking te brengen. Giro 555 had al 19 miljoen euro opgebracht maar is opnieuw opengesteld nadat er opnieuw een zware aardbeving plaatsvond. Sommige mensen zullen denken dat ze wel aan de gang kunnen blijven met het uitschrijven van giro-tjes voor dit soort rampen, anderen zullen het hardop zeggen en als je niet uitkijkt gaat het rondzingen. In Pakistan en Haïi wordt nog hard gewerkt om de gevolgen van eerdere aardbevingen weg te werken. En Nepal zal de laatste ramp niet zijn. Wellicht dat zelfs daar de ramp nog groter wordt als ook de overstromingen komen die worden verwacht.

Dan zijn er nog een paar rampen die we zelf veroorzaken. In Afrika dreigen weer een aantal hongersnoden. De klimaatveranderingen slaan daar hard toe, de handelsbarrières die we hebben opgeworpen verhinderen de opbouw van reserves door de armen. Dag in dag uit kunnen we bezig blijven de helpende hand te steken in ons bankboekje. oefenen heet dat in Bijbelse termen, godsdienstoefening wel te verstaan want onze godsdienst bestaat nu eenmaal uit je naaste liefhebben als je zelf en alles delen wat je hebt. Je geliefde, ook in Nepal, is immers een koningskind, een kind van God. En de hele wereld is bevolkt met koningskinderen, de kinderen van God, onze zusters en broeders. Daarom kon Jezus van Nazareth tegen een rijk man zeggen dat heel het bezit verkocht moest worden om Jezus te volgen. Liefde is niet alleen genieten in de zon van de winter en blootsvoets rondhuppelen in het warme gras maar is ook het sprokkelen van het laatste hout om in de koude winter het vuur brandend te houden. Uiteindelijk staat er dat als wij willen overleven we het leven moeten gunnen aan hen die nu geen deel van leven hebben, uit liefde.

Reacties
Domeinregistratie en hosting via mijndomein.nl