basalk.punt.nl
Abonneren

Abonneer je nu voor nieuwe artikelen op deze website!

Laatste artikelen

Lucas 11:14-26

14 ¶  Hij dreef een demon uit die niet kon spreken. Toen de demon verdreven was, begon de stomme te spreken en de mensenmenigte stond verbaasd. 15  Maar enkelen van hen zeiden: ‘Dankzij Beëlzebul, de vorst der demonen, kan hij demonen uitdrijven.’ 16  Anderen verlangden van hem een teken uit de hemel om hem op de proef te stellen. 17  Maar hij kende hun gedachten en zei tegen hen: ‘Elk koninkrijk dat innerlijk verdeeld is wordt verwoest, en huis na huis stort in. 18  Als ook Satan innerlijk verdeeld is, hoe kan zijn koninkrijk dan standhouden? Jullie zeggen toch dat ik dankzij Beëlzebul demonen uitdrijf! 19  Als ik inderdaad dankzij Beëlzebul demonen uitdrijf, door wie drijven jullie eigen mensen ze dan uit? Zij zullen dan ook jullie rechters zijn! 20  Maar als ik dankzij een kracht die van God komt demonen uitdrijf, dan is het koninkrijk van God bij jullie gekomen.  21  Wanneer een sterk, goed bewapend man zijn domein bewaakt, dan zijn zijn bezittingen veilig. 22  Maar zo gauw iemand die sterker is hem aanvalt en hem overwint, dan neemt die sterkere hem de wapenrusting waarop hij vertrouwde af en verdeelt hij de buit. 23  Wie niet met mij is, is tegen mij, en wie niet met mij samenbrengt, drijft uiteen. 24  Wanneer een onreine geest iemand verlaat, trekt hij door dorre oorden op zoek naar een rustplaats. Maar als hij die niet vindt, zegt hij: “Ik zal terugkeren naar mijn huis, dat ik verlaten heb.” 25  En wanneer hij terugkeert, merkt hij dat het schoongemaakt is en op orde gebracht. 26  Dan gaat hij weg en haalt er zeven andere demonen bij, slechter dan hijzelf, en ze nemen daar blijvend hun intrek. En zo is de mens bij wie de demon intrekt er ten slotte veel slechter aan toe dan voorheen.’ (NBV)

 We hebben het al vaker gezegd, van het goede kan alleen het goede komen, van het kwade komt het kwade. Wij geloven in het goede, in de God van Liefde en in Jezus van Nazareth die dat goede heeft volgehouden zelfs door de dood heen. In de duivel, of het kwade, of de Beëlzebub, zoals de bijgelovigen de heerser van de duivels en demonen noemden, geloven we dus niet. In sommige discussies lijkt het er op dat je niet in de God van Liefde en in Jezus van Nazareth kunt geloven als je niet in de duivel of diens trawanten gelooft. Maar zo is het natuurlijk niet. Er is één God, de God die in mensen gelooft en met de minsten onder ons meetrekt. Daar komt het goede vandaan en aan ons het goede te doen en niet dan het goede. Wie dus niet de weg wil volgen die Jezus van Nazareth heeft gewezen gaat dus de weg van het kwade, houdt het kwade in deze wereld in leven, houdt het kwade in stand.

Zelf zegt Jezus van Nazareth in dit verhaal uit het Evangelie van Lucas dat wie niet samenbrengt uiteen drijft. Die uiteen drijvers kennen we in onze dagen maar al te goed. Vreemdelingen zijn onder ons gaan wonen die een sterk geloof hebben in wat zij zien als de God van Abraham. De God die aan Abraham beloofde dat die de vader van vele volken zou worden. Volgens het verhaal van Israel werd ook de andere zoon van Abraham, Ismael uitdrukkelijk in deze belofte betrokken. En de Moslims geloven dat, via de afstamming van Ismael, ook zij hebben kennis gemaakt met de God van Abraham. In ons parlement wordt dat geloof afgedaan als een achterlijk geloof. Elke poging van weldenkende en christelijke mensen een brug te slaan tussen onze traditie en het nieuwe geloof dat onder ons is gekomen wordt aangevallen en weggehoond.

Wie wil weten wat uiteendrijven betekent, kan betekenen, hoeft niet meer de geschiedenisboeken over de jaren 30 en 40 in de vorige eeuw op te slaan en te lezen wat er, te beginnen in Duitsland, uiteindelijk in Europa gebeurde, maar die kan in de Handelingen van de Tweede Kamer tegenwoordig heel goed nalezen wat uiteendrijven betekent. Het is maar te hopen dat de gevolgen die het in de vorige eeuw heeft gehad in deze eeuw niet vergeten zullen worden. Het is in elk geval duidelijk dat die manier van uiteendrijven niet past in de Joods-Christelijke-Humanistische traditie waar onze samenleving op gebouwd zou zijn. Het is er fundamenteel mee in strijd. Daarom aan ons elke dag weer de vraag welke kant wij kiezen, de goede of de kwade kant.

 

Reacties

Lucas 11:1-13

1 ¶  Eens was Jezus aan het bidden, en toen hij zijn gebed beëindigd had, zei een van zijn leerlingen tegen hem: ‘Heer, leer ons bidden, zoals ook Johannes het zijn leerlingen geleerd heeft.’ 2  Hij zei tegen hen: ‘Wanneer jullie bidden, zeg dan: “Vader, laat uw naam geheiligd worden{-(11:2) Vader Andere handschriften lezen: ‘Onze Vader die in de hemel is’. En aan het einde van het vers: ‘Laat uw wil gedaan worden, op aarde zoals in de hemel"} en laat uw koninkrijk komen." 3  Geef ons dagelijks het brood dat wij nodig hebben. 4  Vergeef ons onze zonden, want ook wijzelf vergeven iedereen die ons iets schuldig is. En breng ons niet in beproeving.”’ 5  Daarna zei hij tegen hen: ‘Stel dat iemand van jullie een vriend heeft en midden in de nacht naar hem toe gaat en tegen hem zegt: “Wil je mij drie broden lenen, 6  want een vriend van me is na een reis bij mij gekomen en ik heb niets om hem voor te zetten.” 7  En veronderstel nu eens dat die vriend dan zegt: “Val me niet lastig! De deur is al gesloten en mijn kinderen en ik zijn al naar bed. Ik kan niet opstaan om je te geven wat je vraagt.” 8  Ik zeg jullie, als hij al niet opstaat en het hem geeft omdat ze vrienden zijn, dan zal hij wel opstaan omdat zijn vriend zo onbeschaamd blijft aandringen, en hem alles geven wat hij nodig heeft. 9  Daarom zeg ik jullie: vraag en er zal je gegeven worden, zoek en je zult vinden, klop en er zal voor je worden opengedaan. 10  Want wie vraagt ontvangt, en wie zoekt vindt, en voor wie klopt zal worden opengedaan. 11  Welke vader onder jullie zou zijn kind, als het om een vis vraagt, in plaats van een vis een slang geven? 12  Of een schorpioen, als het om een ei vraagt? 13  Als jullie dus, ook al zijn jullie slecht, je kinderen al goede gaven schenken, hoeveel te meer zal de Vader in de hemel dan niet de heilige Geest geven aan wie hem erom vragen.’ (NBV)

Vandaag vragen wij ons af hoe je moet bidden. Jezus van Nazareth gaf daarin volgens het Evangelie van Lucas les op verzoek van zijn leerlingen. Het gedeelte dat we uit de Bijbel lezen vandaag eindigt niet met het beroemde Onze Vader in de versie van het Evangelie van Lucas, het begint er mee. Het leert ons ook wat bidden eigenlijk is. Bidden is vragen, maar dan vragen naar wat je echt nodig hebt. Voor eten hebben we eigenlijk niet meer nodig dan brood. En om een beetje vrede te hebben weten we eigenlijk best dat we mensen om ons heen de fouten moeten vergeven waarvan we willen dat zij ze ons ook zouden vergeven. Natuurlijk mag je die noemen. Maar je mag ook zelf aan die mensen om je heen die vergeving vragen. Want meestal weten mensen hun eigen fouten het eerst, en de eerste zijn die om vergeving vraagt maakt dat mensen mild gestemd worden en ontvankelijker worden voor het noemen van hun eigen fouten, zeker als die vergeven worden.

Vergeving is dan ook niet zoiets als “zand erover”, maar veel meer “we beginnen opnieuw maar dan op andere manier”. Van vergeving groei je, zeiden ze vroeger wel eens, maar Paulus waarschuwde in een van zijn brieven dat je er niet maar op los moet leven zodat je veel meer vergeving krijgt voor alles wat je verkeerd doet. Het goede brengt het goede voort leren we. Natuurlijk, een vader die zijn kinderen liefheeft geeft ze geen oneetbare dingen als maaltijd. Wie dit leest en een vader, moeder of verzorger heeft en wel geslagen en vernederd wordt en dat niet durft te zeggen moet echt de kindertelefoon bellen., of er met iemand over praten. Ook die vader, moeder of verzorger kan vergeven worden voor de fouten die ze maken maar dat opnieuw beginnen kan alleen als iemand er over durft te spreken. Als iedereen snapt dat je kinderen het goede moet geven hoeveel meer kan het goede zelf dan voortbrengen.

Daarom moet je ook niet je mond houden bij het kindergehuil bij de buren, daarom moet je ook spreken over de blauwe plekken bij de buurvrouw of buurman, daarom moet je iets zeggen als de vrienden en vriendinnen van je eigen kinderen weer eens dronken zijn. Vergeven kan alleen beginnen als duidelijk is wat er vergeven moet worden, als we bereid zijn om het samen anders te gaan doen, het kwade te gaan weren en het goede toe te laten in ons leven. Dat is pas bidden en dan geldt zeker dat, als je bidt, je ook gegeven zal worden. Niet om rijkdom en aanzien valt er te bidden, niet om te zeggen hoe goed we wel niet zijn, maar om de Geest van God, want in die geest willen we werken en leven, niet voor onszelf maar voor onze naaste. Wij bidden dat het Koninkrijk van God zal komen, waar iedereen aan mee mag doen. Wij zelf hebben aan brood genoeg.

Reacties

Lucas 10:38-42

38 ¶  Toen ze verder trokken ging hij een dorp in, waar hij gastvrij werd ontvangen door een vrouw die Marta heette. 39   Haar zuster, Maria, ging aan de voeten van de Heer zitten en luisterde naar zijn woorden. 40  Maar Marta werd helemaal in beslag genomen door de zorg voor haar gasten. Ze ging naar Jezus toe en zei: ‘Heer, kan het u niet schelen dat mijn zuster mij al het werk alleen laat doen? Zeg tegen haar dat ze mij moet helpen.’ 41  De Heer zei tegen haar: ‘Marta, Marta, je bent zo bezorgd en je maakt je veel te druk. 42  Er is maar één ding noodzakelijk. Maria heeft het beste deel gekozen, en dat zal haar niet worden ontnomen.’(NBV)

Als je het Bijbelgedeelte van vandaag leest dan is het toch wel heel erg verbazend dat de rol van vrouwen in de Kerk zo lang de rol van Martha was en in sommige kerkgenootschappen de Maria’s nog steeds niet de erkenning krijgen die Jezus van Nazareth in zijn dagen aan Maria gaf. Dat zorgen van die Martha is natuurlijk niet geheel verkeerd, maar er waren ongetwijfeld ook mannen in de buurt die hadden kunnen helpen. Het belangrijkste op dat moment was het leren dat Maria deed. Horen hoe je je naaste lief kunt hebben als jezelf, weten wie je naaste is. Martha moet ook leren dat bedienen toch heel iets anders is dan dienen. Dat houden van je naaste als van jezelf ook kan betekenen dat je kiest voor jezelf ook al is dat voor de ander vervelend. Maria kiest voor zichzelf en geeft daarmee Martha de kans dat ook te doen.

Waren ze allebei aan het bedienen van al die mannen geslagen dan had zich de vraag naar de eerlijke taakverdeling nooit voorgedaan en hadden we er ook vandaag nog steeds niks van kunnen leren. Dat is nu anders. We weten dat de Maria uit dit verhaal niet anders werd behandeld dan de apostelen en de leerlingen van Jezus van Nazareth. Zonder er veel woorden aan vuil te maken maakt het Evangelie van Lucas duidelijk dat er geen onderscheid is op het moment dat je met het Evangelie van Jezus van Nazareth bezig bent. Vrouwen die theologie hebben gestudeerd, vrouwen die ouderling of diaken willen worden, vrouwen die willen preken en de eucharistie bedienen hebben daar dus net zo veel recht op als mannen. Sterker nog, als vrouwen zich aandienen dan is dat anders dan in de wereld. In de wereld verdienen vrouwen in dezelfde functie minder dan mannen.

In de wereld mogen de vrouwen de koffie schenken terwijl de mannen vergaderen, in de wereld mogen de vrouwen de toiletten schoonmaken voor de managers met topinkomens en extra bonussen, in een echte christelijke kerk wordt er geen onderscheid gemaakt tussen mannen en vrouwen. Door het verhaal van Jezus van Nazareth met Maria en Martha worden vrouwen bevrijd van hun bedienende rol die hen in de wereld maar al te vaak, en tot schade van die samenleving, wordt opgedrongen. Er is maar één ding noodzakelijk en dat is dat je jezelf leert waarderen zodat je je naaste nog meer kunt liefhebben. Dat is pas dienen en daar houdt het bedienen helemaal op om nooit meer terug te keren.

Reacties

Numeri 27:12-23

12 ¶  De HEER zei tegen Mozes: ‘Beklim het Abarimgebergte, zodat je kunt uitkijken over het land dat ik de Israëlieten geef. 13  Wanneer je het gezien hebt, zul je met je voorouders verenigd worden, net als je broer Aäron. 14  Dat is omdat jullie in de woestijn van Sin, toen de Israëlieten met verwijten kwamen over water, tegen mijn bevel zijn ingegaan en in hun bijzijn geen ontzag hebben getoond voor mijn heiligheid.’ (Dat was het water van Meribat-Kades in de woestijn van Sin.) 15 ¶  Mozes antwoordde de HEER: 16  ‘Moge de HEER, de God die aan al wat leeft de levensadem schenkt, dan iemand over het volk aanstellen 17  die het kan leiden en de troepen kan aanvoeren, zodat het volk van de HEER niet wordt als een kudde schapen zonder herder.’ 18  De HEER zei tegen Mozes: ‘Laat Jozua, de zoon van Nun, bij je komen; hij is een man die geestkracht bezit. Leg hem de hand op 19  en laat hem plaatsnemen voor de priester Eleazar en voor de hele gemeenschap. Draag in ieders aanwezigheid de leiding aan hem over 20  en laat hem delen in het aanzien dat jij geniet. Dan zal heel Israël hem voortaan gehoorzamen. 21  Wanneer er een beslissing moet worden genomen, moet hij zich tot de priester Eleazar wenden, en die raadpleegt dan ten overstaan van de HEER de orakelstenen. Zijn uitspraak bepaalt of Jozua met de andere Israëlieten een veldtocht moet ondernemen of niet.’ 22  Mozes deed wat de HEER hem had opgedragen: hij liet Jozua bij zich komen, liet hem plaatsnemen voor de priester Eleazar en voor de hele gemeenschap, 23  legde hem de handen op en droeg de leiding aan hem over. Zo had de HEER het bij monde van Mozes bevolen. (NBV)

We komen aan het einde van het verhaal over de doortocht van  het volk Israël door de woestijn. Met vallen en opstaan is het volk een volk geworden. De eerste generatie is gestorven en de tweede generatie is zich al zeer bewust van het nieuwe land dat ze straks na de verovering van Kanaän te verdelen zullen hebben. Mozes is bijna de laatste die nog de uittocht uit Egypte heeft meegemaakt. Er zullen er twee overblijven die bij een eerste verkenning al het vertrouwen hadden dat de God van Israël hen zal helpen bij het opruimen van alle obstakels die ze waren tegen gekomen. Zij alleen legden de nadruk op de overvloed aan melk en honing van het land. Zij droegen een druiventros die je met twee mannen aan een stok over de schouder moest dragen. Zij mogen binnen. Mozes niet.

In de woestijn had het volk steeds opnieuw geklaagd over de obstakels die ze tegenkwamen, water dat ze nodig hadden, brood en vlees dat ze wilden eten. Hun God had er steeds  voor gezorgd. Maar één keer was Mozes zo kwaad geworden dat hij zelf met zijn staf op de rotsen had geslagen om voor het water te zorgen. Maar Mozes was God niet. Daarom komt voor hem een eind aan de reis. Mozes moet van God het grensgebergte, de Abarim, beklimmen. Daar zal hij de werkelijkheid van het land zien dat aan het volk vanouds wat beloofd. Hij had dat land voorzien. Zijn dromen van dat land had heel het volk in beweging gebracht, had het volk van Egypte bewogen uiteindelijk dat volk het land uit te jagen de woestijn in. Maar ook een ziener moet op God vertrouwen en leren dat de wegen van God nu eenmaal ondoorgrondelijk zijn. Mozes legt zich hierbij neer. Hij heeft nog één vraag, hij vraagt God een om een opvolger die het volk zal kunnen leiden.

Die opvolger wordt Jozua, de jongste van de twee verkenners die het land mogen binnen trekken. Van Jozua zegt God al dat hij de adem van God heeft, hij doet de dingen in de Geest van de God van Israël en vertrouwen op die God is het eerste dat je in de Geest van die God kunt doen. Maar Jozua krijgt niet alle voorrechten die Mozes had. Het direct spreken met God, zoals Mozes vanaf de ontmoeting bij de brandende braambos had gedaan was er voor Jozua niet meer bij. God zou voortaan spreken via de orakelstenen van de Hoge Priester. De bewaarde de stenen in een speciaal borststuk dat deel uitmaakte van zijn priesterkleding. Als de orakelstenen in het openbaar geworpen zouden worden dan hoefde het volk niet te twijfelen aan de beslissing die God had genomen over de zaak die was voorgelegd. Mozes moest nu het volk bijeenroepen en zijn gezag op Jozua overdragen door  hem de handen op te leggen. Het is wat er gebeurd als er een dominee verbonden wordt aan de Kerk en zijn gemeente. Sinds die gebeurtenis kan niemand zich er op beroepen een rechtstreeks bevel van God gekregen te hebben. We zijn hooguit opvolgers van Jozua, maar Mozes zijn we niet.

Reacties

Numeri 27:1-11

1-2 De dochters van Selofchad, die tot een geslacht behoorden dat van Jozefs zoon Manasse afstamde-Selofchad was een zoon van Chefer, de zoon van Gilead, de zoon van Machir, de zoon van Manasse-kwamen naar de ingang van de ontmoetingstent en wendden zich tot Mozes, de priester Eleazar, de leiders en het hele volk. Deze vrouwen, Machla, Noa, Chogla, Milka en Tirsa genaamd, legden hun het volgende voor: 3  ‘Onze vader is in de woestijn gestorven. Hij behoorde niet tot de aanhangers van Korach, die tegen de HEER in opstand kwamen, maar is om zijn eigen zonden gestorven. Hij had geen zonen. 4  Moet de naam van onze vader nu uit de familie verdwijnen omdat hij geen zoon heeft nagelaten? Wijst u ons, net als de broers van onze vader, een stuk grond toe.’ 5  Mozes legde hun zaak aan de HEER voor, 6  en de HEER zei tegen Mozes: 7  ‘Selofchads dochters hebben gelijk. Je moet hun inderdaad een stuk grond in bezit geven, net als de broers van hun vader. Wat hun vader toekwam moet op hen overgaan. 8  En zeg tegen de Israëlieten: “Wanneer iemand sterft zonder een zoon na te laten, moet zijn bezit overgaan op zijn dochter. 9  Heeft hij geen dochter, dan moet zijn bezit aan zijn broers gegeven worden. 10  Heeft hij geen broers, dan moet zijn bezit aan de broers van zijn vader gegeven worden. 11  Heeft zijn vader geen broers, dan moet zijn bezit aan zijn naaste bloedverwant gegeven worden; dat is dan zijn erfgenaam. Dit is een wettelijke bepaling voor alle Israëlieten, door de HEER aan Mozes gegeven.”’ (NBV)

Alle strijdbare mannen boven de twintig waren geteld. Familie voor familie, stam voor stam. Het wordt langzaam duidelijk dat hier ook een verdeling van het beloofde land uit kan voortkomen. Hoeveel land er voor iedere familie nodig is tekent zich af. Maar er blijft ook een vraag: wat is de positie van vrouwen? De leer van Mozes had het over de bescherming van de weduwe en de wees gehad. Hoe zou het systeem dat werd gehanteerd voor de verdeling uitvallen voor de weduwe en de wees. Je zou bijna zeggen: uiteraard komt dit aan de orde. Maar dan kloppen we ons op de verkeerde manier op de borst. Het is in onze rechtspraak nog niet zo heel lang geleden dat vrouwen  echt werden uitgesloten van erfrecht, dat een vrouw nooit zelfstandig een vermogen mocht hebben, dat vrouwen altijd aan mannen waren toegewezen. Zelfs het feit dat we Koninginnen als staatshoofden hadden deed daar niet toe of af. De rechten van vrouwen moesten ook in onze samenleving door strijd en opstand worden veroverd.

Ook in de dagen van Mozes moesten vrouwen zelf aan de bel trekken als het om hun plaats in de samenleving gaat. Vijf zusters gaan samen naar Mozes en Eleazar. Bij de Tent der Ontmoeting waar die fraaie woorden over de weduwe en de wees werden bewaard spraken zij de leiding van het volk aan op hun positie. Hun vader behoorde tot de eerste generatie die uit Egypte was gevlucht. Hij had niet deelgenomen aan enige opstand maar was wel in de woestijn gestorven, zoals alle leden van zijn generatie. Maar hij heeft geen zonen, alleen broers. Ze doen een beroep op het belang van de familienaam. Die zou als eerste verdwijnen van alle families die uit Egypte waren bevrijdt. Het kon toch niet de bedoeling zijn dat aan de belofte van de God van Israël zijn volk te beschermen en tot een groot volk te maken af zou worden gedaan. Mozes moest weer naar God om te vragen hoe in deze zaak te handelen. Wat was de positie van de vrouw in de nieuwe samenleving die God had aangewezen? Waren zij volstrekt en bij uitsluiting aangewezen op mannen?

Het antwoord is duidelijk. Vrouwen hebben erfrecht net als mannen. Als er geen zonen zijn die de bescherming van hun zusters op zich kunnen nemen dan staan die zusters op zichzelf en erven het bezit van hun vader. Als er ook geen dochters zijn dan erven zijn broers. Maar heeft die vader geen broers dan erft zijn naaste bloedverwant. Als die vader dus zusters had dan erven die zusters dus het erfdeel van de familie. De weduwe en de wees worden hier dus heel duidelijk beschermt. Voor de weduwe waren de bepalingen dat er binnen de familie hertrouwt zou moeten worden. Voor de wees geld dat de toekomst verzekerd is doordat er een absoluut erfrecht is. Eerst voor de zonen en dan voor de dochters, eerst voor de neven en dan voor de nichten. Het zijn de mannen die tot het leger van Israël worden gerekend. Zij zijn belast met de bescherming van vrouwen en kinderen. Zij spreken recht in de poorten van de steden. In het verhaal is het nog lang niet zo ver. Maar voordat het beloofde land binnen wordt getrokken zijn ook de rechten van vrouwen verzekerd. Daar mag ook in onze dagen nog wel eens aan worden teruggedacht. Waarom vrouwen die hetzelfde werk doen minder verdienen dan mannen blijft niet te verdedigen en lijkt in strijd met de Bijbelse richtlijnen. 

Reacties

Psalm 138

1 ¶  Van David. Ik wil u loven met heel mijn hart, voor u zingen onder het oog van de goden, 2  mij buigen naar uw heilige tempel, uw naam loven om uw liefde en trouw: grote dingen hebt u beloofd, tot eer van uw naam. 3  Toen ik u aanriep, hebt u geantwoord, mij bemoedigd en gesterkt. 4  Laten alle koningen op aarde u loven, HEER,  zij hebben de beloften uit uw mond gehoord. 5  Laten zij de wegen van de HEER bezingen:  ‘Groot is de majesteit van de HEER. 6 ¶  De HEER is hoogverheven! Naar de nederige ziet hij om, de hoogmoedige doorziet hij van verre.’ 7  Al is mijn weg vol gevaren, u houdt mij in leven, u verdedigt mij tegen de woede van mijn vijanden, uw rechterhand brengt mij redding. 8  De HEER zal mij altijd beschermen. HEER, uw trouw duurt eeuwig, laat het werk van uw handen niet los. (NBV)

De Psalmen zijn niet allemaal geschreven door Koning David. Dat is aan sommige Psalmen ook duidelijk te merken, ook al staat David in het opschrift. Geleerden nemen aan dat het boek van de Psalmen is samengesteld uit een aantal verzamelingen liederen die in het volk Israël in gebruik waren. Ook ons nieuwe Liedboek voor zingen en bidden in huis en kerk is op die manier tot stand gekomen. De Psalm die we vandaag met de Kerk meezingen stond dus in elk geval in de bundel die David heette. Als we ons eenzijdig op de verhalen uit de Bijbel over Koning David zouden baseren bij de uitleg van deze Psalm dan komen we wellicht op een verkeerd spoor. Het eerste vers gaat over het loven van God, met heel het hart, zingend loven. Wij denken dan toch aan onze kerkzang, prachtige taal, mooie muziek waar je stil van kan worden, of vrolijk, of geroerd, of groots maar die gaat over God en jou en niemand of niets anders.

Maar de Psalm zingt niet zo maar over de lof die God toekomst. Dat zingen gebeurd onder het oog van de goden. Er staat eigenlijk niks zomaar in de Bijbel dus ook die goden onder wiens oog het lof zingen van de God van Israël plaatsvindt heeft een betekenis. We lopen in het dagelijks leven allerlei modes, idolen en gewoonten achterna. Dat is van alle tijden. Maar het is geen natuurwet. Er is een mode die niet zomaar door iedereen gevolgd wordt en dat is het buigen naar de Heilige Tempel van de God van Israël. Die Tempel kennen we niet meer maar daarin werden de richtlijnen bewaard voor een menselijke samenleving. Eén van die richtlijnen, een heel belangrijke was dat je geen andere goden mocht nalopen. Dat laat je dus horen als je de lof zingt van de God van Israël. De dichter looft met name de naam van die God. Die spreken we nooit uit maar wordt vaak vertaald als "ik ben die ik zijn zal". Nu kent het Hebreeuws geen werkwoord voor zijn in de zin van was is is. Nee het zijn is in Israël verbonden met wat er gebeurd, er zijn zoals dat nodig is ligt dichter bij de betekenis van de Naam van God.

Het is ook een God voor hen die een God het meest nodig hebben. De nederigen in bescherming tegen de hoogmoedigen. Die God laat niet varen het werk dat zijn hand begon. Als je tegenslag overkomt, als je vijanden hebt dan mag je daar op vertrouwen. Het kwaad heeft nooit het laatste woord. Het verdwijnt niet als je op deze God gaat vertrouwen, maar het wordt voor mensen draagbaar als het uitzicht is dat de God van Israël je er van zal bevrijden. Altijd, overal, eeuwig noemen we dat. De machtigen op deze aarde worden daarom opgeroepen zich aan die richtlijnen van de God van Israël te gaan houden. Ze vallen immers onder zijn heerschappij. Wie een brief schrijft voor Amnesty International ter bestrijding van onrecht en ondersteuning van de slachtoffers van onrecht die schrijft namens de God van Israël. Hoe meer schrijvers hoe groter de invloed. Dat is pas lof zingen onder de ogen van de goden. Het mag elke dag opnieuw.

Reacties

Numeri 25:19-26:11

19 Na de plaag zei de HEER tegen Mozes en Eleazar, de zoon van de priester Aäron: 2  ‘Houd onder heel Israël een telling van alle weerbare mannen van twintig jaar en ouder. Tel hen per familie.’ 3-4 Mozes en de priester Eleazar riepen alle mannen van twintig jaar en ouder bijeen, in de vlakte van Moab, aan de Jordaan, ter hoogte van Jericho, zoals de HEER Mozes had opgedragen. Dit waren de nakomelingen van de Israëlieten die weggetrokken waren uit Egypte: 5   De stam Ruben, Israëls eerstgeborene. afstammelingen van Ruben: van Chanoch stamde het geslacht van de Chanochieten af, van Pallu het geslacht van de Palluïeten, 6  van Chesron het geslacht van de Chesronieten, van Karmi het geslacht van de Karmieten. 7  Dit waren de geslachten van de Rubenieten; het aantal ingeschrevenen bedroeg 43.730. 8  Pallu had een zoon, Eliab, 9  en de zonen van Eliab waren Nemuël, Datan en Abiram. Deze Datan en Abiram, zeer aanzienlijke Israëlieten, waren het die zich met de aanhang van Korach tegen Mozes en Aäron verzet hadden en in opstand waren gekomen tegen de HEER. 10  De aarde had haar mond geopend en hen met Korach opgeslokt, terwijl zijn tweehonderdvijftig aanhangers de dood vonden door een verterend vuur. Zo waren zij een afschrikwekkend voorbeeld geworden.11  Korachs zonen waren echter niet omgekomen. (NBV)

Na de straf voor het omgaan met de Tempelprostituees van Baäl Peor rijst de vraag hoe nu verder. Bileam had het volk wel voorgehouden dat ze gezegend waren. De Koningen van Kanaän waren overtuigd van het feit dat verzet tegen Israël uiteindelijk geen zin zou hebben maar wat was er van het volk overgebleven. Het gaat hierbij om de tweede generatie. Behalve Mozes, Jozua en Kaleb was iedereen die uit Egypte was gekomen gestorven. Hun kinderen die in de woestijn waren geboren waren overgebleven. Met het leger dat met die generatie gevormd kan worden moet het land veroverd worden. Na de ontsnapping uit Egypte en het eerste deel van de reis was het volk geteld. Ze hadden de maaltijd herhaald die ze gegeten hadden bij het vertrek uit Egypte, het geroosterde lam en het ongezuurde brood. Rond de God van die bevrijding hadden ze zich geschaard. Nu komt er een nieuwe start. Het verhaal uit het boek dat wij Numeri noemen begint met een telling van het volk en nu het volk op de drempel van het beloofde land staat wordt ook de tweede generatie geteld.

De telling gaat stam voor stam en familie voor familie. Het begint bij de stam Ruben. Ruben was de oudste zoon van Jacob geweest. Hij zou daarom eigenlijk de belangrijkste moeten worden. Maar van begin af was het verhaal van Ruben een verhaal van afstand van dat belangrijkste. Hij was het die Jozef had verkocht aan de Midjanieten. Uit zijn nageslacht waren Datan en Abiram voortgekomen die de macht van Mozes en Aäron ter discussie hadden gesteld. Zij waren door de aarde verzwolgen samen met Korach. Maar ook met hun familie waardoor hun geschiedenis ook naar de toekomst was afgesloten. Ruben was daardoor kleiner geworden en dus ook nog weer minder belangrijk. Dat was niet het geval met Korach. Die was weliswaar gestorven en gestrafd omdat hij met tweehonderd vijftig medestanders de plaats van Aäron had willen innemen maar zijn zonen waren ongestrafd gebleven. Hij was dus niet met zijn familie gestrafd. Zijn geschiedenis was naar de toekomst niet afgelopen.

Die toekomst van Korach kennen we gedeeltelijk uit de Bijbel. Wie het boek van de Psalmen nauwkeurig leest komt een aantal Psalmen tegen die niet aan David worden toegeschreven maar aan anderen. Tot die anderen behoort ook Korach, of de Korachieten. Die Korachieten worden in de Bijbel ook beschreven. Zij zijn poortwachters bij het Heiligdom, zij vormen de koren die bij de Tempel de Psalmen ten gehore brengen, soms zelf als koor soms in wisselzang met het volk. Ze vormen daarmee de schakel tussen het volk en het Heiligdom. Het volk mocht immers het Heiligdom niet binnen gaan. Af en toe kwam er een Priester naar buiten om een zegen over het volk uit te spreken maar  verder was de toegang beperkt tot de voorhof waar de reinigingsbaden konden plaatsvinden in een groot koperen bekken, de koperen zee genoemd, en waar de offers werden gebracht. Die nieuwe start die het volk als nieuwe generatie kan brengen, de toekomst die ook voor de kinderen van hele foute mensen kan zijn weggelegd is ook voor ons belangrijk. Hoezeer wij ook vergeten zijn van onze naaste te houden als voor onszelf we mogen er ieder ogenblik weer opnieuw mee beginnen. Ook vandaag weer.

Reacties

Numeri 25:1-18

1 ¶  Toen de Israëlieten in Sittim verbleven, begonnen ze zich in te laten met Moabitische vrouwen. 2  Deze vrouwen nodigden hen uit voor de offerplechtigheden ter ere van hun goden, en het volk at van de offers en boog zich voor die goden neer. 3  Zo gaf Israël zich af met de Baäl van de Peor. Daarom ontstak de HEER in woede tegen Israël. 4  ‘Laat alle familiehoofden van het volk in het openbaar terechtstellen en ophangen, ten overstaan van de HEER, ‘zei hij tegen Mozes. ‘Dan zal de HEER zijn brandende toorn tegen Israël laten varen.’ 5  Hierop droeg Mozes de rechters van Israël op om allen die onder hun bevoegdheid vielen en zich hadden afgegeven met de Baäl van de Peor te doden. 6 ¶  Terwijl Mozes en heel Israël bij de ingang van de ontmoetingstent aan het weeklagen waren, bracht een van de Israëlitische mannen voor hun ogen toch nog een Midjanitische vrouw naar zijn tent. 7  Toen Pinechas, de zoon van Eleazar, de zoon van de priester Aäron, dat zag, stond hij op, greep een speer, 8  volgde de Israëliet tot in zijn slaapvertrek en doorstak hem en de vrouw, dwars door hun onderbuik. Op hetzelfde moment werden de Israëlieten van de plaag verlost. 9  Aan vierentwintigduizend mensen had de plaag het leven gekost. 10  De HEER zei tegen Mozes: 11  ‘Dankzij Pinechas, de zoon van Eleazar, de zoon van de priester Aäron, heb ik mijn woede tegen de Israëlieten laten varen. Omdat hij bij de Israëlieten voor mij is opgekomen, heb ik hen niet allemaal in mijn afgunst om het leven gebracht. 12  Maak daarom bekend dat ik een vriendschapsverbond met hem sluit: 13  ik beloof dat hij en zijn nakomelingen voor altijd het priesterschap zullen bekleden, omdat hij voor zijn God is opgekomen en verzoening voor de Israëlieten bewerkt heeft.’ 14  De Israëliet die samen met de Midjanitische vrouw gedood was, heette Zimri. Hij was een zoon van Salu, die aan het hoofd van een Simeonitische familie stond. 15  De Midjanitische vrouw die gedood was, heette Kozbi. Zij was een dochter van Sur, een Midjanitisch stamhoofd. 16 ¶  De HEER zei tegen Mozes: 17  ‘Behandel de Midjanieten als jullie vijanden en dood hen, 18  want zij hebben jullie als hun vijanden behandeld door sluwe plannen tegen jullie te smeden; dat is gebleken uit de gebeurtenissen bij de Peor en ook uit wat er is voorgevallen met Kozbi, de dochter van een Midjanitische leider, iemand van hun eigen volk, die gedood werd tijdens de plaag die op de gebeurtenissen bij de Peor volgde.’(NBV)

De vertalers van de Nieuwe Bijbelvertaling zijn over het algemeen keurige mannen geweest. Ze gebruiken geen ruwe taal om aan te geven wat er in de Hebreeuwse grondtekst staat. Als daar ongepaste taal wordt gebruikt herstellen ze dat op een keurige manier. Dat daarbij de betekenis van een verhaal en de boodschap van God verloren kunnen gaan hebben ze zich kennelijk niet bedacht. Als je je keurig gedraagt zal God zich welwillend betonen. Maar zo is het niet. In het Hebreeuws staat niet dat Israëlieten zich inlieten met Moabitische vrouwen maar dat ze hoereerden. En wat voor vrouwen dat waren staat er achter. Ze nodigden hen uit deel te nemen aan de offerfeesten ter ere van hun goden. Die feesten zijn wel bekend. Het volk Israël viel er steeds weer voor. Het waren vruchtbaarheidsfeesten. Overvloedig eten en drinken ging gepaard met ongeremde sexualiteit.  Dat was pas buigen voor hun goden. Het omgaan met Moabitische vrouwen zou daarom streng worden verboden.

Toch zou het meest succesvolle Koningschap teruggevoerd kunnen worden op een afstamming uit Moab, van een Moabitisch meisje. In het boek Ruth wordt haar Moabitische afkomst sterk benadrukt. Het sleutelwoord is echter de belijdenis van Ruth dat de God van Israël ook haar God is. De afstamming van David is vervolgens het gevolg van het naleven van de regels uit de Tora over de zorg voor weduwen en wees, ze trouwde met een lid van de familie die haar te hulp was gekomen. In het verhaal dat we vandaag lezen gaat het anders toe. Alle familiehoofden worden verantwoordelijk gesteld voor de uitspattingen en ontsporingen van het volk. Zij moeten gestraft worden. En Mozes geeft de rechters die hij op advies van zijn schoonvader had aangesteld de opdracht voor die bestraffing te zorgen. Dat was een pijnlijke zaak. Maar hielp het? Nog terwijl het volk bij de Tent van de Ontmoeting haar verdriet stond te uiten kwam er een Israëliet die een bijvrouw nam uit Midjan. Hij werd gedood terwijl hij met haar het bed deelde.

De man en de vrouw werden gedood door Picheas de zoon van Eleazar de opvolger van Aäron. Het is eigenlijk een beetje raar dat die Pincheas en zijn nakomelingen hier zo uitdrukkelijk als Priesters worden genoemd. Nu mochten Priesters geen doden aanraken, ze mochten zelfs niet aan de strijd deelnemen. In de loop van de geschiedenis zou het volk steeds twijfelen aan de rechtmatigheid van het Priesterschap van de nakomelingen van Pincheas. Ten onrechte zegt dit verhaal. Nee die Zimri, daar moeten ze op letten. De naam Zimri staat in de Bijbel vaker voor mensen die het kwade vertegenwoordigen. Ze staan op tegen David, worden bespot en plegen  verraad aan de vijanden van Israël. Wij mogen leren dat het volgen van vruchtbaarheidsgoden, de goden van winst en profijt, van macht over allen, alleen maar tot ellende leidt. Alleen liefde en trouw en dus gelijkheid tussen man en vrouw geven de mogelijkheid om van de samenleving een leefbare samenleving te maken. Dat kan ook ons elke dag weer tot zegen strekken.

Reacties

Numeri 24:14-25

14  Goed, ik ga terug naar mijn eigen land. Maar eerst zal ik u laten weten wat dit volk uw volk in de toekomst zal aandoen.’ 15 ¶  Daarop hief hij deze orakelspreuk aan: ‘Zo spreekt Bileam, de zoon van Beor, zo spreekt de man wiens oog geopend is, 16  zo spreekt hij die Gods woorden hoort, die weet wat de Allerhoogste weet en ziet wat de Ontzagwekkende toont, in vervoering, met ontsloten ogen: 17  Wat ik zie is niet in het heden, wat ik waarneem is niet nabij. Een ster komt op uit Jakob, een scepter uit Israël. Hij verbrijzelt Moab de slapen, de kinderen van Set slaat hij neer. 18  Het land van zijn vijand verovert hij, het land van Edom en Seïr. Israël wordt machtig en sterk, 19  uit Jakob staat een heerser op. Wie ontkomt uit de stad brengt hij om.’20  Toen zag Bileam Amalek en hief hij deze orakelspreuk aan: ‘Amalek, vooraanstaand onder de volken, zal ten slotte volledig te gronde gaan.’ 21  Toen zag hij de Kenieten en hief hij deze orakelspreuk aan: ‘Vast staat uw woning, Kaïn, op een rots is uw nest gebouwd. 22  Toch zult u worden weggevaagd, weldra voert Assur u weg.’23  Ook hief hij deze orakelspreuk aan: ‘Wee! Wie blijft in leven als God dit alles uitvoert? 24  Van de kust der Kittiërs komen schepen. Assur en Eber onderdrukken zij, maar ooit gaan ook zij te gronde.’25  Hierna keerde Bileam naar zijn woonplaats terug, en ook Balak ging naar huis. (NBV)

Koning Balak van Edom had de ziener Bileam gevraagd naar zijn land te komen om het volk Israël dat vanuit de woestijn doorgang door zijn land had gevraagd op weg naar Kanaän te vervloeken. Drie maal had Bileam op last van de God van Israël het woestijnvolk gezegend. En drie maal was genoegd. Balak had alle beloften op grote beloningen voor Bileam ingetrokken en hem teruggestuurd naar zijn eigen land. Bileam legt zich in het gedeelte dat we vandaag lezen daar bij neer. Maar Balak is niet zo maar van Bileam af. Hij heeft iets over zichzelf afgeroepen waar hij nog spijt van zal krijgen. Wie vraagt naar de toekomst krijgt in de Bijbel te horen waar het eigen handelen op zal uitlopen. Hier spreekt dus Bileam die nog blind was en minder zag als zijn ezel maar die nu inzicht heeft verworven. Hij beroept zich op de God van Israël. De manier waarop zet ons voor problemen door de merkwaardige vertaling die hier gekozen is voor de namen van God.

God wordt in de Hebreeuwse Bijbel met vele namen genoemd. Het enkelvoud El, het meervoud Elohiem en het vierletterwoord dat aan Mozes werd bekend gemaakt maar nooit wordt uitgesproken en vervangen wordt door HEER zijn de meeste mensen wel bekend. Maar hier worden nog een paar andere namen gebruikt die bij vertaling een politieke keuze van de vertalers laten zien. In de wereld van Balak en Bileam zijn er veel goden. Bileam begint nu met te zeggen dat de God van Israël de belangrijkste, de hoogste, van al die goden is. Naast al die goden zijn er ook nog allerlei machten en krachten, zichtbare en onzichtbare en Bileam spreekt vervolgens uit dat die God van Israël de baas is over al die machten en krachten. Die erkenning heeft hem het inzicht gegeven in het verdere verloop van de geschiedenis met dit volk van gevluchte slaven uit de woestijn.

Alle volken die niet willen delen met Israël zullen ten onder gaan. Al die Heidense volken doen hetzelfde en zullen hetzelfde lot ondergaan. Israël zal ze allemaal de baas worden. Die koning Balak mag dan denken dat hij machtig is, de koningen van al die andere volken mogen dan denken dat ze machtig zijn volgens Balak komt er uit Israël een koning die ze allemaal de baas zal zijn. Dat komt omdat het volk Israël haar God aan haar zijde heeft. Je kunt dus maar beter vrienden worden met die God in plaats van die God te verleiden vriend met jou te worden, dat zal niet lukken. Die hoogste God, de baas van al jouw goden heeft nu eenmaal Israël uitgekozen om te laten zien hoe machtig die God kan zijn als hij wordt gevolgd. En daarmee is het verhaal voor Israël en ook voor ons belangrijk geworden. Het is een waarschuwing om niet te gaan denken dat de goden van vruchtbaarheid, onze goden van winst en profijt, belangrijker zijn en meer gehoorzaamd moeten worden dan de God die eenvoudige leefregels heeft gegeven. Die leefregels van heb uw naaste lief als uzelf en heb God lief boven alles gaan alle machten en krachten te boven, ook nu nog, elke dag.

 

Reacties

Numeri 23:27–24:13

27  Daarop zei Balak: ‘Kom met mij mee, ik zal u ergens anders naartoe brengen. Misschien dat het in Gods ogen goed is als u vanaf daar voor mij een vloek over hen uitspreekt.’ 28  En hij nam hem mee naar de top van de Peor; van daar kijkt men uit over de Jesimon. 29  Bileam droeg Balak op om er zeven altaren te bouwen en zeven stieren en zeven rammen gereed te maken voor een offer. 30  Balak deed wat Bileam had gezegd. Op elk altaar offerde hij een stier en een ram. 1 ¶  Bileam begreep dat het in de ogen van de HEER goed was als hij Israël zou zegenen. Daarom ging hij niet, zoals de keren daarvoor, op zoek naar voortekens, maar keerde hij zijn gezicht naar de woestijn. 2  Toen hij zijn blik liet rondgaan en Israël daar gelegerd zag, stam bij stam, werd hij door de geest van God gegrepen 3  en hief hij deze orakelspreuk aan:  ‘Zo spreekt Bileam, de zoon van Beor, zo spreekt de man wiens oog geopend is, 4  zo spreekt hij die Gods woorden hoort  en ziet wat de Ontzagwekkende toont, in vervoering, met ontsloten ogen: 5  Hoe mooi zijn uw tenten, Jakob, hoe mooi uw woningen, Israël, 6  als palmbomen, overal verspreid,  als tuinen langs een rivier,  als aloë’s door de HEER geplant, als ceders langs het water. 7  Israëls emmers lopen over, zijn zaad krijgt water in overvloed. Zijn koning wordt groter dan Agag, zeer machtig zijn koningschap. 8  God, die hem uit Egypte leidde, is voor hem als de horens van een wilde stier.  Vijandige volken verslindt hij, hun botten verbrijzelt hij, hij valt aan en vermorzelt hen. 9  Hij gaat liggen als een leeuw, majesteitelijk vlijt hij zich neer-wie zou hem durven wekken? Gezegend wie u zegent, vervloekt wie u vervloekt!’ 10 ¶  Toen werd Balak woedend op Bileam. Hij balde zijn vuisten en zei: ‘Ik heb u laten roepen om een vloek over mijn vijanden uit te spreken, maar u hebt hen nu al drie keer gezegend. 11  Verdwijn, ga terug naar waar u vandaan komt. Ik had beloofd dat ik u rijk zou belonen, maar u loopt die beloning mis-door toedoen van de HEER.’ 12  Bileam antwoordde: ‘Ik heb al tegen uw gezanten gezegd: 13  “Ook al gaf Balak me al het zilver en goud uit zijn paleis, dan nog zou ik niets kunnen doen dat ook maar enigszins ingaat tegen het bevel van de HEER. Uit mezelf kan ik niets ondernemen; alleen wat de HEER zegt, zal ik zeggen.” (NBV)

Drie maal is scheepsrecht zeggen wij in onze taal. Maar dat je iets drie maal moet proberen voor het gewicht krijgt is kennelijk ook in de cultuur van Balak van groot belang. Nog één keer neemt hij Bileam mee om Israël te vervloeken. De plaats die nu wordt uitgekozen is niet zo maar een plaats. Peor wordt op verschillende plaatsen in de Bijbel genoemd als een belangrijke offerplaats voor Baäl, de oppergod in Kanaän. Hier komen de God van Israël en de God van Kanaän dus tegenover elkaar te staan. Zal de God van Israël, onder de indruk van de offers die hem worden gebracht en de heiligheid van de plaats zich nu scharen achter koning Balak in zijn streven de Israëlieten buiten de deur te houden? Voor de derde keer worden zeven altaren gebouwd met zeven keer brandoffers van stieren en rammen. Onder de indruk van de heiligheid van deze offerplaats geeft nu Bileam de opdracht deze offers te brengen.

Vanaf Peor kan Bileam de woestijn overzien, daar is het volk Israël gelegerd. Stam bij stam. Uit het boek Numeri weten we ook dat er een zeer secure wijze van legering was. Elke stam had haar vaste plaats om een aanval op het Heiligdom waar het verbond met God werd bewaard te bewaken. Direct om het Heiligdom waren de Levieten gelegerd die ook belast waren met de verhuizing. Was dit de ordeloze troep woestijnzwervers waarvoor dit volk gehouden werd? Een zootje slaven die uit Egypte was ontsnapt en die nu een roversbende vormde? Bileam de ziener, ziet nu voor zijn ogen de werkelijkheid van Israël, een volk dat hoge normen heeft, dat de orde ontleent aan de zorg voor elkaar zoals die ook uitkomt in de wijze van legering. Dit volk laat zich leiden door een God die te vertrouwen is. Dit volk heeft een geschiedenis met die God en is door die God in bescherming genomen.

Dat inzicht noemt de Bijbel de Geest van God. Zo over medemensen gaan denken als God het ons voor doet. Bileam hoeft zich niet af te zonderen om te luisteren naar de stem van de God van Israël. Hij ziet het voor zich zoals de leerlingen van Johannes het werk van Jezus van Nazareth te zien kregen. Lammen konden lopen en blinden konden zien. Het verhaal van Bileam begint met de ziener die niet ziet, die kan zien dat het vervloeken van het volk een absolute onmogelijkheid is. Hij moet daarvoor leren luisteren naar de God van Israël zelf. Voor hem duldt die God geen tegenspraak en kan hij dus niet iets anders zeggen dan die God hem ingeeft. Nu, aan het einde van het verhaal ziet Bileam het volk van God, daarmee het werk van God, in al zijn glorie. Daar kan zelfs al het goud en zilver van Balak niet tegenop. Dit volk zal vruchtbaar zijn, dit volk zal alles krijgen wat het nodig heeft. Balak geeft het op, Bileam blijft het volk zegenen, daarvoor is geen beloning. Bileam wist dat al vanaf het begin en had het ook gezegd. Balak blijft bij de keus voor geweld, voor uiterlijk vertoon ook. Delen is er niet bij en ook hem ontgaat net als velen in onze dagen de boodschap van God dat pas wie weet te delen wint en rijker wordt.

Reacties
Domeinregistratie en hosting via mijndomein.nl