basalk.punt.nl
Abonneren

Abonneer je nu voor nieuwe artikelen op deze website!

Laatste artikelen

Nehemia 7:61-72a

Als er wat te verdelen valt zijn er altijd mensen die willen meedelen ook al komen ze daar niet voor in aanmerking. Ook winnaars trekken altijd volgelingen die wel niet weten waarom de winnaar een winnaar is maar graag in de buurt van winnaars gezien willen worden. Dat was ook al in de tijd van Nehemia zo. Er waren families die mee uit Babel gekomen waren en een beroep deden op de verwarring die door de ballingschap was ontstaan. Ze konden zich niet terugvinden in de geslachtsregisters die bewaard waren gebleven. Maar wie wist nu of alle geslachtsregisters ook bewaard waren gebleven? Nehemia liet het lot maar beslissen. Dat was een oud religieus gebruik waarbij de Hogepriester van de Tempel speciaal daarvoor gemaakte dobbelstenen liet rollen. Van de uitslag hing het ja of nee af. Dat was overigens niet willekeuriger als een beslissing van IND tegenwoordig wie er wel of niet ons land binnen mag en mee mag doen met onze samenleving.

In elk geval lees je uit dit verhaal dat deelname aan het volk van Israël niet te koop was. Ze mochten gewoon niet meedoen tot een beslissing gevallen was. Dat is bij ons anders. Als je geld genoeg hebt, als je rijk bent, dan krijg je vast een verblijfsvergunning voor ons land want dan ben je een aanmerkelijk Nederlands belang. Dat is ook zo als je heel hoog bent opgeleid en een Nederlands bedrijf wil je graag hebben. De strenge regels waar we altijd van horen gelden alleen voor de armen. En dat echte vluchtelingen hun vervolging vaak niet schriftelijk kunnen bewijzen omdat dictaturen wel uitkijken martelingen en vervolgingen schriftelijk vast te leggen komt bij onze IND eigenlijk nooit op. De samenleving van Nehemia werd ondertussen stevig opgebouwd. Er werden gaven ingezameld en de eerste belasting werd betaald, in gouden drachmen en zilveren minen. Die drachme is een Griekse munteenheid en de minen is een Babylonische maat, in de Bijbel ook wel talenten genoemd en vroeger ook wel vertaald met ponden.

Met de priestergewaden kon ook de Tempeldienst opnieuw in ere worden hersteld. De tempelschat was overigens een geld voorraad voor tijden van nood. Priesters en levieten hadden immers geen land. Zij waren afhankelijk van de offerbereidheid van de gelovigen. Levieten woonden in de dorpen en steden van Israël en waren daar ook rechters. Zij bestudeerden de wetten van Mozes, de Thora. Ze probeerden bij problemen in de samenleving uit te leggen wat er volgens de Thora zou moeten gebeuren, hoe de Thora vervuld zou moeten worden. Rechtspraak is de bodem en de ruggengraat van de samenleving, maar hier ging het niet alleen om beslissing van conflicten maar ook om het aangeven van de richting die de samenleving op zou moeten gaan.. Het is bij ons altijd weer jammer als een rechter een verdachte van een misdrijf vrij moet spreken omdat het Openbaar Ministerie haar werk niet goed heeft gedaan. Dan heeft het recht haar loop niet gehad en is er aan mensen onvoldoende of helemaal geen recht gedaan maar de vraag of de verdachte wellicht de juiste richting voor ons gewezen heeft blijft ook onbeantwoord.

 

Reacties

Nehemia 7:1-60

Er staat in het derde vers een foutje in de vertaling van het Nederlands Bijbelgenootschap. Als je de grondtekst nauwkeurig leest dan begrijp je dat de poorten van de stad niet geopend moeten worden bij het opgaan van de zon, als iedereen nog in bed ligt, zoals nu eigenlijk in de vertaling staan, maar als het warm geworden is, de koude van de nacht verdreven en iedereen weer wakker en waakzaam is, Zoals uit de letterlijke tekst blijkt. Zo moet je poorten ook niet pas sluiten als de zon onder is, maar al in het begin van de avond zodat iedereen zich veilig kan terugtrekken in het eigen huis. Die veiligheidsmaatregelen waren nodig omdat er nog maar weinig inwoners waren en eigenlijk waren er ook nog maar weinig huizen herbouwd. De bouw van de Tempel en de stadsmuur met de poorten had absolute voorrang gehad. Veiligheid is een absolute voorwaarde om tot wederopbouw te komen.

De mensen in Oost Oekraïne, weten er alles van. Als wat vandaag werd opgebouwd morgen kan worden afgebroken komt er van herstel van de samenleving weinig terecht. In het verhaal van vandaag zullen veel lezers bij vers 7 langzaam afhaken. Wat moet je met al die namen en aantallen die hier staan. Het is zelfs bijna een herhaling van de lijst die ook in Ezra 4 voorkomt. Maar voor de Joden is een geslachtsregister een belangrijke zaak. Steeds grijpt zo’n lijst met namen terug op het boek Jozua waar beschreven staat onder welke families het land Israël was verdeeld en wie welk stuk land toeviel. Elke vijftig jaar was er een zogenaamd jubeljaar waar iedere familie weer opnieuw met dat stuk land zou kunnen beginnen. Dat jubeljaar was nooit echt gehouden maar profeten hadden er door de geschiedenis heen op teruggegrepen en het had de ballingen in Babel de hoop gegeven dat ooit terugkeer naar een land waar hen recht zou worden gedaan mogelijk zou worden.

Nehemia maakt zo’n nieuw begin. En dan blijken die geslachtsregisters wel degelijk van belang. Voor ons herkennen we wellicht de naam Asaf die in vers 44 wordt genoemd. In het boek van de Psalmen komt de naam al voor en kennelijk had het geslacht van Asaf een eigen zangbundel waaruit een aantal psalmen in het Boek van de Psalmen terecht zijn gekomen. Het waren de tempelzangers die de diensten van de levieten en de priesters een bijzondere rituele kleur gaven. De Bijbel spreekt niet veel over de manier waarop de diensten bij de Tempel plaatsvonden. De offers waren bestemd voor de maaltijden van de tempeldienaren. De Israëlieten moesten tenminste een aantal keer per jaar zorgen voor een maaltijd met de Levieten, de armen en de vreemdelingen. Maar de overlevering van de Tempel van Salomo kende kennelijk ook de slaven van Salomo, hun afstammelingen krijgen hier een eigen plaats in de Tempel. Zo was er een begin gemaakt met een nieuwe samenleving. Iedereen hoorde er bij en voor iedereen was er een eigen plaats. Dat maakt die uitgebreide lijst ook duidelijk. En daarmee volgt ook de vraag hoe dat eigenlijk bij ons zit.

Reacties

Nehemia 6:10-19

In de verhalen over Jezus van Nazareth kom je voortdurend de roep tegen “Vrees niet”. Dat begint al bijna voor de geboorte van Jezus en gaat door tot de beschrijving van wat wij noemen de “Hemelvaart”. Het lijkt ook het levensmotto te zijn van Nehemia. Op allerlei manieren wordt geprobeerd hem bang te maken. Goede vrienden, deftige bestuurders ja zelfs profeten en profetessen proberen hem angst aan te jagen. En uiteindelijk zijn de enigen die bang worden de omringende volken als ze zien dat ondanks alles dat handjevol zielige Judeeërs er in slagen om de muur rondom de stad van de vrede met de twaalf poorten helemaal te herstellen, er weer deuren in te hangen en wachters op de muren te zetten. Daar hoef je niet bang voor te zijn, Nehemia slaagt in zijn opzet. Ook tegenwoordig worden we bang gemaakt. We worden bang gemaakt voor het internationale terrorisme, we worden bang gemaakt voor het extremistische Moslim geloof, we worden bang gemaakt voor criminaliteit en hangjongeren.

Maar is al dat bang maken nu wel zo nodig? Tegen de angst voor hangjongeren is een boek verschenen met tientallen tips. Die tips komen vaak neer op de raad “doe eens vriendelijk”, een poging tot een eerlijke begrijpende ontmoeting doet de angst namelijk vaak van twee kanten verdwijnen. Bouwen aan een stad van vrede zou je dat kunnen noemen. Dat geld ook voor de angst voor die vreemde godsdienst met haar rare gebruiken. Ga eens kijken in een moskee, knoop eens een gesprek aan, organiseer eens een gezamenlijke maaltijd. Dan blijkt dat angst vaak helemaal niet nodig is. Dan blijkt dat je zaken als deelname aan de samenleving, leren van de taal, onderdrukking van vrouwen, afwijzing van homo’s en zo, ook best bespreekbaar kunt maken in een respectvol gesprek en een echte ontmoeting. Misschien dat bestrijding van het internationale terrorisme ook wel beter werkt als we wat meer respect tonen voor landen in oorlog.

Dat we de zelfstandigheid van Israël steunen staat buiten de discussie, maar waarom steunen we zelfstandigheid van Palestina niet? Waarom zijn de Gazastrook en de Westelijke Jordaanoever nog steeds niet samen een onafhankelijk land waarmee een even innige band kunnen opbouwen als met Israël? Ooit hebben we in de algemene vergadering van de Verenigde Naties toch gestemd voor een plan om het mandaatgebied Palestina op te delen en er twee landen te stichten? We hoeven toch niet bang te zijn voor mensen die net als wij in vrede willen leven in een eigen land met een eigen regering? Nehemia liet zich niet bang maken zo vertelt ons het verhaal uit de Bijbel. Temidden van angstzaaiers en haatzaaiers gaat hij onverdroten voort aan de bouw van de stad van vrede, Jeruzalem. Het staat in de Bijbel zodat wij zijn voorbeeld kunnen volgen. We kunnen er vandaag nog mee beginnen.

Reacties

Nehemia 6:1-9

Roddel en achterklap begeleiden de opbouw van de stad van de vrede. De manier waarop de machtigen rond Nehemia met de opkomst van de hernieuwde stad omgaan heeft wel wat van de verkiezingen voor een Amerikaanse president. Ook daar maken ze elkaar zwart en als het moet met verzonnen verhalen. Een vorige keer deed senator Kerry mee, een held uit de Vietnamese oorlog, nu minister van buitenlandse zaken. Eén van zijn heldendaden was het redden van een klein Vietnamees vissersdorp van een beschieting. Maar zogenaamde veteranen begonnen midden in de presidentscampagne spotjes op de televisie te brengen waarin werd gesteld dat Kerry had gelogen en eigenlijk zelf de oorzaak was van een bloedige beschieting. Toen de Amerikaanse zender ABC middels het horen van getuigen uit Vietnam het heldenverhaal van Kerry op TV wist te bevestigen en het verhaal van de zogenaamde veteranen tot leugen wist te bestempelen was het te laat.

Te veel Amerikanen waren gaan twijfelen aan de betrouwbaarheid van Kerry. Het zal ook de volgende keer bij verkiezingen niet veel anders gaan. De eerste leugens en vuile trucs zijn in de campagnes van Democraten en Republikeinen al opgedoken. Ook in onze parlementsverkiezingen lopen we de kans door leugens beïnvloed te worden en onze stem uit te moeten brengen op grond van onware voorstellingen, gewoon suggereren dat de ander van plan is jou een extra zware belasting op te leggen is dan voldoende. Ook in het verhaal van Nehemia worden de trucs gebruikt. Een uitnodiging voor een overleg met andere machthebbers uit de regio lijkt erg aanlokkelijk. Op goede voet te staan met de naaste buren is immers altijd een doel van een nieuwe machthebber. Maar Nehemia is eerder bang dat ze hem wat willen aandoen. Ze hadden immers al eens een legertje op de stad in herbouw afgestuurd dat alleen werd afgeschrikt doordat alle bouwers en alle bewoners hen gewapend stonden op te wachten.

Koning Artaxerxes zelf had Nehemia al officieren en soldaten meegegeven om te zorgen dat hij in Jeruzalem aan zou komen en het werk zou kunnen beginnen. Dat de vorsten uit de omringende gebieden nu ineens zouden willen samenwerken leek niet voor de hand te liggen. Dat bleek dus ook uit de leugens waarmee Nehemia bang gemaakt moest worden. Een complot om een nieuw koningshuis op de troon van David te zetten waardoor de koning in Babel buitenspel zou komen te staan. Die koning in Babel zou wraak nemen en dus moest je maar bang worden. Nehemia echter vertrouwde op het goede van zijn herbouw van de stad van de vrede. Angst en leugens dienen ons niet van ons stuk te brengen. Als we het goede doen en niet dan het goede dan is voortvarend doorzetten het enige dat we kunnen doen. En daar moeten we het ondanks angstzaaiers en haatzaaiers bij laten. Ook in onze dagen.

Reacties

Nehemia 5:14-19

Die Nehemia moet wel erg rijk geworden zijn als schenker in dienst van de Perzische Koning Artaxerxes. Toen hij immers landvoogd over Juda werd kocht hij eerst de Joodse slaven vrij die in de omgeving van Jeruzalem in slavernij werden gehouden en 12 jaar lang hield hij dagelijks een maaltijd voor een paar honderd mensen waarbij ze genoeg te eten en te drinken kregen. Het moet een feest geweest zijn voor de bevolking want Nehemia had ook de vrij zware belasting die onder zijn voorgangers moest worden betaald afgeschaft. Het is het voorbeeld van de koning, of landvoogd in dit geval, zoals de Bijbel die graag ziet. Een bestuurder ten dienste van de armsten in het volk en niet ten dienste van zichzelf. De Bijbel stelt vaak de twee soorten bestuurders tegenover elkaar. Bij Nehemia zijn het de voorgangers en de nieuwe landvoogd of gouverneur die tegenover elkaar worden gesteld.

De titel die Nehemia hier noemt is overigens redelijk onbekend. Ze was in de oudheid zo onbekend dat sommige handschriften de positie zelfs “houtskool” noemen omdat het woord dat ze moesten overschrijven daar nog het meest op leek. Uit de tekst wordt duidelijk dat Nehemia opgedragen was Jeruzalem namens de koning te herbouwen en te besturen. Ook die koning hoefde van dit armoedige stukje uithoek van het rijk kennelijk geen belastingafdracht. Zulke bestuurders wekken overigens altijd jaloezie. Wij verwachten van onze bestuurders eigenlijk een  houding vergelijkbaar met die van Nehemia. Wie de inkomens ziet van onze ministers en Kamerleden kan zeer schrikken als men zelf een laag inkomen heeft. Als je zelf een riant inkomen hebt dan is het loon van ministers en Kamerleden meestal niet echt aantrekkelijk. Ook de president van Amerika heeft naar verhouding maar een eenvoudig loon. Die president van Amerika verdient meestal na zijn presidentschap kapitalen als adviseur van het bedrijfsleven en spreker op bijeenkomsten.

Bill Clinton komt in dat verband nog wel eens naar Nederland en strijkt dan in een paar dagen een kapitaaltje op waar menig arbeider een half jaar voor moet werken. Echte idealistische bestuurders zoals Nehemia hebben we niet veel. Bij een enkele politieke partij is het nog de gewoonte om de vergoeding voor het Kamerlidmaatschap in de partijkas te storten en zich door de partij een salaris te laten uitbetalen maar ook dat salaris is niet echt laag te noemen. Hoeveel we parlementariërs betalen hangt af van de vraag wat voor volksvertegenwoordigers we willen hebben. Als we een doorsnede van de bevolking willen hebben moeten we een redelijk hoog bedrag op tafel leggen, als we alleen mensen met een wat lager inkomen willen hebben en de rijken willen weren dan moeten we een wat lager inkomen ter beschikking stellen. Eenvoudig is het vraagstuk niet, maar onze volksvertegenwoordigers zijn in elk geval geen zakkenvullers, het verhaal van Nehemia behoedt hen daarvoor.

Reacties

Nehemia 5:1-13

Het bouwen aan een samenleving van samen werken, samen leven en samen delen gaat niet vanzelf. Dat "samen delen" halen de machtigen en de beschermers van de rijken er maar al te snel van af. En als de zogenaamde vertegenwoordigers van sociaal voelende en hard werkende mensen graag mee willen delen in de macht dan gaat dat "samen delen er inderdaad vanaf. We konden het hebben over een vorige Nederlandse regering maar het verhaal dat we hier lezen gaat nog steeds over de bouwers aan de stad van de vrede Jeruzalem. Ook daar komen de armen in opstand. Bij iedereen kan het immers voorkomen dat een oogst mislukt, dat er ziekte uitbreekt, dat verkeerde keuzes worden gemaakt en dat door het een of het ander armoede toeslaat. In het oude Israël moest je dan de familieakker verkopen. Dan moest je jezelf verhuren, dat heet in de Bijbel al slavernij. Dan moet je ook je kinderen in slavernij laten gaan. Een toekomst voor jou, voor je kinderen en kleinkinderen is er dan niet meer bij.

Ooit waren er wel wetten tegen het verloren gaan van toekomst maar die was men al eeuwen vergeten. Nehemia weet zich er nog wel een te herinneren. Je mocht van je volksgenoten geen rente op leningen heffen. Een wet die ook vandaag in de Islam nog herinnert wordt. Rente heffen wordt gelijk gesteld met uitbuiting. De armste landen in de wereld kennen het probleem dat de rente op hun leningen zo groot is geworden dat de hulp die ze krijgen nog niet genoeg is om de rente op de schulden te betalen. Nehemia laat daarom de rente afschaffen en de schulden kwijtschelden. Maar het is niet genoeg, zoals het ook vandaag niet genoeg is als de armste landen de schulden kwijt gescholden zouden worden. Nehemia stelt voor om opnieuw te beginnen. Land te geven aan wie het land is kwijtgeraakt en te delen van de rijkdommen die zijn verzamelt. En daarmee geeft hij gehoor aan de belofte door God gedaan toen Jozua het land verdeelde.

Elke vijftig jaar zouden de slaven worden vrijgelaten en kon het volk weer opnieuw beginnen. De woede van Nehemia is de woede die je voelt als je echt met de armsten in de wereld samen de maaltijd deelt. In Accra, de hoofdstad van Ghana, hebben de kerken van de wereld, de Wereldraad van Kerken, dat een aantal jaren geleden gedaan. Daar werd een oproep geformuleerd aan alle gelovigen om de armoede de wereld uit te helpen. In de Protestantse Kerk van Nederland speelt die oproep nog steeds een grote rol. Leidende figuren uit die Kerk hadden in Accra de maaltijd gedeeld in het vroegere slavenverblijf met afstammeling van slaven. Dat verblijf lag in een kelder onder de kerk van de Nederlandse slavenhouders. Wij moeten dus misschien afdalen om onze onrechtvaardige tolmuren af te gaan breken. Pas dan is volgens het verhaal van Nehemia de stad van de vrede op te bouwen.

Reacties

Romeinen 8:26-39

Niks, helemaal niks, is in staat ons te scheiden van de liefde van God. Zo sterk is het voorbeeld dat we gekregen hebben in het voorbeeld van Jezus van Nazareth, de bevrijder. Het gedeelte dat we vandaag lezen heet in de taal van onze dagen : “Niemand kan ons wat maken” En dan moet je bedenken dat Paulus en de gelovigen in Rome te maken hebben met een overheid die uit pure willekeur handelt. Zo waren  Judeeërs, waaronder Judeeërs die Jezus van Nazareth als de beloofde Messias erkenden, uit Rome verbannen, zo mochten ze er weer in. Maar elders werden Christenen gedood omdat ze niet wilden offeren voor het beeld van de Keizer. Ook Paulus zelf kwam van de ene gevangenis in de andere omdat hij oproer zou veroorzaken door het vertellen over zijn geloof in Jezus van Nazareth. Dan durf je toch wel als je de stoere taal gebruikt die we vandaag te lezen krijgen. Zo’n uitspraak: “als God voor ons is wie zou dan tegen ons zijn?” Mooie troost voor vrome christenen.

Maar als je in een concentratiekamp bent beland omdat je je verzet tegen een regiem dat verstandelijk gehandicapten en psychiatrische patiënten systematisch dood en mensen vergast omdat ze Jood zijn of zigeuner of homo dan klinkt die uitspraak ineens heel anders en is het maar de vraag of wij hem vandaag de dag nog na durven zeggen. Zelfs de dood aan het kruis van Jezus van Nazareth vanwege zijn onbuigzame en onverwoestbare liefde voor de mensen, zelfs voor de mensen die hem aan dat kruis hingen en hem er toe veroordeelden, doet ons aarzelen om op God te bouwen als het gevolg zo verschrikkelijk kan zijn. Toch zijn er tal van gelovigen die ons daar in zijn voorgegaan. In de Protestantse Kerken is de theoloog Dietrich Bonhoeffer een sprekend voorbeeld. Hij schreef in brieven die uit het concentratiekamp werden gesmokkeld over zijn geloof en waarom hij het niet opgaf.

Dat geloof was het enige dat hem behoedde net zo slecht te worden als de nazi’s die hem hadden opgesloten. Dat geloof gaf hem in dat hij moest blijven proberen die nazi’s op andere gedachten te brengen en de mensen er van te overtuigen dat verstandelijk gehandicapten, psychiatrisch patiënten, Joden, zigeuners, homo’s, vrijmetselaars en al die anderen die werden opgesloten, vervolgd en vermoord, omdat ze anders waren als nazi’s vonden dat ze moesten zijn, hun broeders en zusters waren, van wie je moest willen blijven houden. We weten nu dat het goede doen en niet dan het goede, waartoe Paulus ons oproept, iets te maken heeft met het goede blijven doen ook al wordt dat door iedereen veroordeeld. Paulus geeft ons mee dat als iedereen ons veroordeelt, God zelf ons in elk geval vrij spreekt. Die troost is er als er geen andere is. Voorlopig zijn er nog heel veel gelovigen die werken aan die nieuwe aarde waar de hemel op te vinden zal zijn, wij mogen meewerken en daarvan kan inderdaad niemand ons van afhouden.

Reacties

Romeinen 8:12-25

Je gaat pas erven als er iemand dood is. Maar erfgenamen zelf kunnen nog wel eens in aanzien stijgen als blijkt dat hen een grote erfenis te wachten staat. Is God dood en zijn wij dan de erfgenamen? Dat is niet wat Paulus bedoelt. Hij bedoelt dat we gelijk zijn aan Jezus van Nazareth die God aansprak als zijn Vader. Zo mogen wij ook God aanspreken als onze Vader en zijn wij dus ook erfgenamen. Wat is onze erfenis dan? Dat is het visioen van een wereld waar geen tranen meer zullen zijn, waar de lam en de leeuw samen zullen neerliggen en een kind zal spelen in het hol van de slang. Visioenen zoals Jesaja ze ooit opschreef en die volgens Paulus de erfenis zullen zijn voor Joden en Heidenen samen. Zo maar, voor iedereen voor het grijpen? Nee dus. Wij zullen moeten delen in het lijden van Jezus van Nazareth om met hem te kunnen delen in dat visioen. Moeten we dus allemaal maar aan een kruis gaan hangen? In onze tijd is dat een onzinnige vraag. In de tijd dat Paulus deze brief aan de gemeente in Rome schreef niet helemaal een onzinnige vraag. Op een andere plaats in de brief aan de gemeente in Rome schrijft Paulus over mensen die hij had ontmoet op zijn reizen die uit Rome afkomstig waren. Zij waren uit Rome verbannen omdat er relletjes waren geweest tussen Joden en Christenen en Keizer Claudius had  Joden de toegang tot Rome ontzegd omdat, zo staat in het edict, er een opstand was geweest onder leiding van ene Chrestos.

Het afzweren van Tempels met godenbeelden en Priesters, het afzweren van leven met standsverschillen en cultuurverschillen was een groot risico. Wee degene die er een gewoonte van maakt te delen met armen, te zorgen voor zieken en stervenden, gevangenen te bezoeken, de hongerenden te voeden en de naakten te kleden. Ook de gemeente van christenen in Rome kwam bijeen in één van de huizen van de gelovigen om samen het brood te breken en de beker rond te laten gaan in herinnering aan Jezus van Nazareth en als oefening in het je naaste liefhebben als jezelf. Een dergelijke manier van leven ondermijnt de samenleving van meer en beter. Zeker als dat een slavenmaatschappij is waar een leven niet telt. Wat het is om als slaven in angst te leven weet die gemeente in Rome maar al te goed. Dagelijks zien zij dat om hen heen. Maar ze weten ook dat de slavenhouders eigenlijk in angst leven. Als die slaven in opstand komen dan kunnen ze hun leven verliezen. De weg die de christenen kozen, slaven en slavenhouders, was om broeders en zusters van elkaar te worden, samen een nieuwe gemeenschap te vormen. Dat deden ze door God hun Vader te noemen. Zo kunnen ook wij de angst voor elkaar overwinnen door te weten dat God ons aller Vader is, van hollanders en vreemdelingen, van Allochtonen en Autochtonen, van iedereen die bij ons woont. Pas als wij dat erkennen komen de visioenen van de profeten uit. Maar het kan, wij kunnen het.

Het zijn soms mooie zinnen die in de brieven van Paulus staan en waar we achteloos overheen lezen omdat er weer van die ingewikkelde filosofische redeneringen op volgen. Toch vormen dit soort zinnetjes vaak de sleutel die het begrijpen van die redeneringen mogelijk maken. Zo ook hier. Want wie heeft de schepping aan zinloosheid onderworpen? Voor veel theologen een duistere zaak, ze slaan dat stukje dan ook graag over. Maar zijn wij het niet zelf die de schepping zoals we die zien en ervaren als zinloos ervaren? Het water stroomt van hoog naar laag, er zijn vier seizoenen en tal van natuurwetten en al eeuwen is de aarde en alles wat daarop is hetzelfde. Het draait vandaag om haar as en morgen ook en de aarde draait dit jaar om de zon en volgend jaar opnieuw. Het gaat allemaal niet vooruit en niet achteruit. Je kunt op die manier ook moeilijk zeggen dat het Gods lof verkondigt want het is allemaal nietszeggend. Voor jonge mensen wil het leven op die manier ook zinloos worden. De armen hebben we altijd al bij ons gehad, we horen van oorlogen en geruchten van oorlogen en mensen streven altijd eerder naar meer en beter dan naar vrede en gerechtigheid. Zo was het, zo is het en zo lijkt het altijd te moeten blijven. Maar Paulus schetst ons een beeld van hoop. Hij heeft het over een geboorte van iets nieuws. Geloven dat al die zinloosheid in de wereld voorbij kan gaan. Geloven dat het echt mogelijk is dat alle hongerenden gevoed zullen worden, dat recht wordt gedaan aan mensen, dat alle tranen gedroogd zullen worden, dat we daarvoor nu aan het werk kunnen gaan elke dag opnieuw.

Reacties

Romeinen 8:1-11

Paulus maakt nog al eens tegenstellingen die wij zo niet kennen. Hier maken we kennis met de tegenstelling tussen wat wij willen en wat de Geest wil. Als we doen wat wij willen dan gaat het verkeerd en als we doen wat de Geest van God, of de Geest van Jezus van Nazareth ons ingeeft dan gaat het goed. Je zou toch zeggen dat gewone, eenvoudige mensen altijd het goede willen. Want wie wil er nou ruzie met de buurman, wie wil er nu stelen of de boel oplichten, of roven en moorden. Natuurlijk zijn er boeven en die moeten gevangen gezet worden en gestraft voor hun daden, maar het aantal boeven onder ons is altijd maar een kleine minderheid. De meesten van ons willen het goede, willen zelfs best helpen als het er op aan komt. Maar gaan we voor het goede ook door het vuur? Toen het Pinksterfeest werd toen kwam de Geest over de volgelingen van Jezus van Nazareth die bij elkaar zaten in Jeruzalem en toen zagen de mensen tongen als van vuur. Sinds die tijd gingen ze door het vuur voor het goede. Nu, wij meestal niet. Ze mogen schelden wat ze willen op onze allochtone buurvrouw, bij ons mag ze rustig op de koffie komen, maar ons te weer stellen tegen die grootsprekers die zo bang zijn voor een vreemd geloof en een vreemdeling doen we niet.

En we laten al die mensen die onze allochtone buurvrouw niet kennen dus rustig op die laffe angsthazen stemmen. We gaan niet door het vuur voor een samenleving waar ook de vreemdelingen aan tafel mogen plaatsnemen, zonder op te houden vreemdeling te zijn. We kennen ook de verhalen van mensen die op een donkere koude winteravond in het water vielen en waar  tientallen mensen bij stonden te kijken en te wachten tot de brandweer te laat zou komen om ze uit het water te halen. Samen door het vuur gaan voor het goede is er dan ineens niet bij. En natuurlijk willen we promotie en meer verdienen, dat er dan collega’s moeten worden ontslagen is jammer maar onvermijdelijk. En natuurlijk willen we goedkope kleding, dat die door jonge kinderen in barre omstandigheden is gemaakt weten we niet en willen we eigenlijk ook niet weten. Ook willen we goedkoop en gemakkelijk te maken voedsel, dat er geen enkele eerbied meer is voor het leven van dieren en de grondstoffen die we kregen snel worden opgemaakt kunnen wij ook niet helpen.

We zijn God niet en doen niet alles goed is ons excuus en sommigen van ons hebben vroeger nog op de catechisatie geleerd dat de mens niet bekwaam is tot enig goed en slechts geneigd tot alle kwaad. Een mooi excuus dat volledig uit haar verband gehaald prima kan dienen om onze onverschilligheid tegenover het kwade ook nog een vroom tintje te geven. We zijn inderdaad God zelf niet en daarom wijst Paulus maar weer eens op Jezus van Nazareth, dat was ook een mens, die wel deed wat God vroeg, houden van je naaste als van jezelf. Die zag de lijdende mens langs de kant van de weg en hield de liefde vol zelfs door de dood heen. Loop nu niet weg met de overtuiging dat Jezus zo goed kon zijn omdat hij God was, nee God heeft zijn zoon gezonden om ons te laten zien dat het ook voor ons is weggelegd, leven in het goede, niet dan het goede nastreven.  In zijn geest mogen wij ook leven. Alleen moeten we wat wij gewoon vinden vervangen door wat we leren van Jezus van Nazareth. Gelukkig dat we daar elk moment weer opnieuw mee mogen beginnen.

Reacties

Matteüs 13:47-58

We spotten wel eens met de betekenis van Jezus. Als iemand doet of hij de wijsheid in pacht heeft, eigenwijs blijft doordrammen, dan zeggen we dat hij denkt dat hij Jezus is maar hij is slechts de zoon van een timmerman. Zo ging het met Jezus zelf ook toen hij op rondreis door het land in zijn eigen stad kwam. Waar haalt hij de wijsheid vandaan vroegen de mensen zich af, het is toch maar de zoon van Jozef en Maria. Er is echter een spreekwoord uit die tijd dat zegt dat niemand de schriften kent zoals een timmerman. Dat waren kennelijk slimme mensen die de Thora en de Profeten, wij noemen dat nu het Oude Testament, goed hadden bestudeerd. Jezus zette zichzelf in die traditie. Daar hoorden overigens ook de zogenaamde Farizeeën bij, ook zij bestudeerden de wet en de profeten, met dit verschil dat bij Jezus de wet er voor de mensen was en bij de Farizeeën soms de schijn werd gewekt dat de mensen er voor de wet zijn.

Nu is die houding een stuk gemakkelijker en voor machthebbers ook een stuk aantrekkelijker. Machthebbers bepalen hoe de wet moet worden toegepast en dus moet dat altijd zo dat hun macht er groter door wordt. Machthebbers die rechters kunnen benoemen zijn dan ook gevaarlijk. In de ontwikkeling van de democratie, trouwens lang voor de democratie bestond zoals wij die kennen, was er al de leer van de scheiding van de machten. Wie de wetten maakten moesten anderen zijn dan die de wetten uitvoerden en beiden behoorden niet tot de rechters die het nakomen van de wetten beoordeelden. Maar in de discussie tussen Jezus van Nazareth en de Farizeeën speelde een ander conflict een rol. Wij hebben wetten waar we ons allemaal onder alle omstandigheden altijd op dezelfde manier aan moeten houden. De Thora, de richtlijnen die het volk Israël had ontvangen voor de menselijke samenleving kan ook anders gelezen worden. Die Thora zet mensen in beweging om die ideale samenleving ook voor elkaar te krijgen en het oordeel is niet over mensen, maar over de samenleving, pas als mensen een samenleving vol onrecht en onderdrukking beter gaan vinden dan volgt een oordeel over die mensen.

 Voor leerlingen van Jezus is daarom het voorgaan in de synagoge wat moeilijker, dan put je wel uit de oude geschriften maar laat je er een nieuw licht over schijnen, want voor dat koninkrijk heb je alles over. Voor dat Koninkrijk moeten mensen in beweging komen. Als een pot met goudstukken die je in een stuk grond vindt, eerst de grond kopen en dan de schat opgraven, of als de handelaar die eindelijk de langgezochte waardevolle parel vindt, alles wegdoen en zorg dat je die parel krijgt, of als de vissers die hun net vol hebben, ze zoeken echt de goede en de slechte vissen uit en nemen daar dan de tijd voor. Het gaat er dus om voortdurend bezig te zijn met de vraag of het gaat om anderen lief te hebben als jezelf of alleen om er zelf beter van te worden. En haal je mensen dan naar beneden, het is maar.... zeg maar de zoon van de timmerman, dat wordt het niks, dan wordt de wereld er niet beter van. Daar wist zelfs Jezus maar weinig wonderen te verrichten.

Reacties
Domeinregistratie en hosting via mijndomein.nl