basalk.punt.nl
Abonneren

Abonneer je nu voor nieuwe artikelen op deze website!

Laatste artikelen

Jesaja 51:1-8

Wie zingt er nu over een oord van vreugde en gejuich als je meest geliefde stad veranderd is in een ruïne. Als er niets over is dan puinhopen. En dan niet zo maar een stad, een stad als alle andere waar jij toevallig van houdt, maar de stad van de berg Sion, waar de Tempel is gebouwd, waar de Wet van de Woestijn werd bewaard. En de herinnering daaraan maakt dat je je toch, door alle verwoesting en ellende heen, toch vrolijk kan voelen. Want niet de vijand die de verwoesting veroorzaakte is de baas, niet die vijand is de Heer van de wereld, niet hij is jouw Heer, maar de Heer waar de Wet van uitging is de baas. En die Wet was immers de Liefde, en die Heer was immers de Liefde. En uiteindelijk overwint de Liefde. Daar is je hele leven op ingesteld. Daar richt je je daden op, daar vertrouw je op, dag in dag uit. Die overtuiging, die houding maakt dat je niet bang hoeft te zijn voor de hoon van mensen, dat je je niet hoeft te storen aan hun spot. Want is het verzet tegen het haatzaaien tegen de Islam en haar aanhangers niet ingegeven door de Liefde voor mensen en het verlangen naar een samenleving waaraan iedereen mee kan doen, zonder angst, zonder zich ingeperkt te hoeven voelen, zonder dat iemand cultuur of eigen overtuiging hoeft op te geven?

De profeet zelf leeft in ballingschap. Daar heeft zich een school van profeten gevormd die de herinnering bewaren aan de profeet Jesaja. Die de geschriften van die profeet met zich mee hebben genomen en die daarin lezen dat er een oproep was om gerechtigheid na te jagen, om te zorgen dat mensen tot hun recht zouden komen. Dat zou kunnen als je je toevertrouwt aan de God van Israël. Dat was een ander soort God als in Babel werd aanbeden. Dat was een God die mensen uit een rots kon houwen, uit een diepe groeve kon delven. Mensen stonden met hun voeten in de klei, ja ze waren zelf uit klei gemaakt, niet om dienstknecht van die God te worden maar om bondgenoot van die God te worden. Zo was immers het verhaal van Abraham. Die kwam uit dat land waar zij in ballingschap waren, uit Ur der Chaldeeën, het land van de waarzeggers en de sterrenwichelaars. Die was uit dat land vandaan getrokken. Niks sterren met toekomst, niks tovertrucs die de toekomst voorspelden maar gaan op het compas van een God die je riep. En herinner je je hoe rijk en welvarend die Abraham wel niet geworden was, hij had al een klein volk gehad, en nu was er een groot volk, groot genoeg om veroverd te worden en in ballingschap afgevoerd.

Uiteindelijk was dat Jeruzalem waar ze vandaan kwamen niet een stad die ze zelf hadden verzonnen. Dat was een stad die de God van Abraham hen had gegeven. Dat was een stad van betekenis geworden door de Tempel voor de God van Israël. In die Tempel stonden geen beelden van die God, daar werd die God niet in leven gehouden zoals in de Tempels van het land van ballingschap maar daar werd de Wet van die God bewaard. Als het volk zich dus weer rond die Wet zou scharen dan zou dat Jeruzalem haar betekenis weer krijgen, dan zou Jeruzalem een paradijs, een hof van Eden worden want dan zouden alle mensen daar tot hun recht komen. De volgelingen van Jesaja zijn nooit vreemd van prachtige visioenen, ze zien het al voor zich, de wildernis wordt als een tuin van de Heer, een oord van vreugde en gejuich waar muziek en lofzang klinken. Die ballingen zitten nu nog neer bij de rivieren van Babylon, hun muziekinstrumenten hebben ze in de wilgen gehangen en ze huilden, zo vertelt ons psalm 137, maar de school van den profeet Jesaja droomt er van dat eens alle volken zich zullen laten gezeggen door de Wet van de God van Israël, door "het heb God lief boven alles en doe dat door je naaste lief te hebben als jezelf". Het is geen luchtfietserij, geen dromen zonder betekenis, er is een volk dat ontstaan is uit het volgen van die Wet, dat volk keerde terug uit ballingschap en herbouwde die Tempel, uit dat volk kwam Jezus van Nazareth voort die de dood overwon voor alle mensen op de hele wereld. Elke dag mogen we met zijn gerechtigheid verder, aan zijn Koninkrijk werken, ook vandaag weer.

 

Reacties

Jesaja 50:4-11

In deze week na het Paasfeest slaan we vandaag in het dagelijks leesrooster het boek van de Profeet Jesaja open. Christenen die later dat boek gingen lezen herkenden in het hoofdstuk van vandaag ineens de martelingen die Jezus van Nazareth moest ondergaan rond Goede Vrijdag. Het boek van Jesaja gaat echter over de ballingschap. Aan het boek van Jesaja hebben meerdere mensen meegeschreven maar het beeld van een knecht van God, een dienaar van de Liefde, die, dwars tegen alle ellende, vasthoudt aan de kracht van Liefde die zal overwinnen, komt meerdere malen in het boek voor. Dit is dan de derde keer dat er over gezongen wordt, want in de oorspronkelijke tekst heeft het alles van een lied, een blues zeg maar, een slavenlied dat de vrijheid bezingt, hoop geeft en uitzicht op een leven zonder ellende. Dat dit lied achteraf doet denken aan Jezus die vele eeuwen later zou optreden is niet zo heel vreemd.

Het lied gaat over recht en gerechtigheid die vervangen worden door martelingen en vernederingen maar uiteindelijk wint het recht. Ook Jezus van Nazareth zou berecht worden en vernederd en voor de Christenen kwam ook in dat proces leugen en vernedering in plaats van het recht en de gerechtigheid zoals die in de Bijbel worden beschreven. Ook vandaag kan dat gebeuren. Komende week herdenken we allen die omgekomen zijn in oorlogen, door onrecht en geweld door staten gepleegd en hoe ons onze vrijheid is geschonken om dat voor anderen onmogelijk te maken. Maar ons rechtssysteem is ook niet  altijd feilloos. Hoeveel politiemensen, officieren van justitie en rechters ook naar een zaak kijken, het kan zijn dat in de naam van het recht onrecht geschied. Daarom kan voor elke zaak herziening gevraagd worden als er nieuwe feiten zijn, daarom is er een commissie die een zaak nog eens opnieuw kan bekijken als er twijfel is aan de goede gang van zaken.

Maar daarmee wordt nog niet altijd recht gedaan aan al die mensen die lijden in de wereld. Sudan kan nog altijd ongestraft elke medewerking aan het Internationale Strafhof weigeren en Amerikaanse politiemensen kunnen illegaal in ons land opereren. En wie veroorzaakt nu welke onrust in de Ukraïne? Welke  massamoorden worden er in Afrika nu wel en welke worden er daar nu niet bestraft? Welk onrecht zien we door de vingers vanwege onze handelsbelangen? Wat doet de wereld met de ontelbare doodstraffen die in China worden uitgedeeld? Hoe lang wordt de onderdrukking van het volk van Noord Korea nog getolereerd? Natuurlijk kunnen we er op vertrouwen dat er uiteindelijk altijd recht wordt gedaan, maar omdat we er zo op mogen vertrouwen kunnen we er ook altijd om blijven roepen, tegen alle lawaai en goedgepraat in. Ook misdadigers uit de Tweede Wereldoorlog worden nu, na ruim 60 jaar, nog steeds berecht en veroordeeld. Dat moet hoop geven en een voorbeeld zijn.

Reacties

Psalm 139

Er was een tijd dat kinderen van zogenaamde Christelijke ouders op hun slaapkamer een plaatje kregen van een groot oog. Dat was een plaatje van het oog van God werd er dan bij verteld. God die alles ziet, die alles weet, die zelfs wat je denkt meemaakt en weegt. Want dat kwam er natuurlijk achteraan. God oordeelt ook over dat alles en wee jij als er wat verkeerd is, hoe klein ook, dan ben je eeuwig veroordeeld. Dat beeld werd in de Kerken nog versterkt. In sommige kerken doet men dat helaas nog. Als daar Psalm 139 gezongen werd dat hoorde men zingen van "Niets is, O Oppermajesteit, bedekt voor Uw alwetendheid". Die alwetendheid staat niet in deze psalm maar de mensen die deze berijming in 1773 maakten vonden dat over God alleen gesproken kon worden als over een Hogere, het Hogere zeiden ze dan ook graag. Zij zelf waren vrije mensen, vrijzinnigen werden ze genoemd, waar alleen God hoog verheven boven stond. Die uitleg van Psalm 139 heeft uiteindelijk veel mensen de kerken uitgedreven en mensen die opnieuw die oude vertaling horen zingen en daarbij over het oordeel horen spreken kijken wel uit opnieuw een kerk binnen te komen. We hebben in de kerken sinds 1973 een nieuwe berijming die zingt van "Heer die mij ziet zoals ik ben" Dat klinkt toch al heel anders.

Die nieuwe berijming geeft ook beter weer wat eigenlijk in de hele Bijbel gezegd wordt. God trekt met je mee. In Psalm 119 wordt God bezongen als een lamp voor de voet. In deze Psalm 139 voel je God bijna bezongen als je beste vriend of vriendin. Iemand die je beter kent dan jij jezelf kent. Wie lang getrouwd is zal in dat beeld de huwelijkspartner herkennen, zonder wat te zeggen weet je wat de ander nodig heeft en weet die ander wat jij nodig hebt. Het huwelijk is daarom ook veelgebruikt beeld in de Bijbel voor de verhouding tussen God en de mensen. Liefde speelt daabij de hoofdrol. En al die dingen die hier in die Psalm bezongen worden over wat God allemaal wel niet van je weet, waar God op let, waar God mee vertrouwd is, bezingen eigenlijk alleen maar dat God een betrouwbare partner is. Een partner, een bondgenoot die nooit onafgemaakt laat liggen waarmee diens hand ooit is begonnen. En als die God jou heeft vastgepakt en jij die God bent gaan vertrouwen dan wordt je als het ware een twee eenheid. Dan ga je samen door het leven en door de dood heen. De Psalm is in de laatste decenia dan ook een populaire psalm geworden bij huwelijksvieringen, bij begrafenissen en als mensen hun kinderen laten dopen. Daar waar in het leven merktekens moeten worden gezet mag bezongen worden dat de God van Israël er de weg heeft heengeleid en er zelf ook mee naar toe en vandaan gaat.

Uit het tweede deel van de Psalm blijkt dat het kennen van elkaar niet een eenzijdige zaak is. Het is niet God hoog verheven die alles weet en de mens als zandkorreltje ergens diep beneden op aarde. Die mens kent die God ook, die mens is ook bezig die God te doorgronden, die mens snapt heel goed dat die God van Israël vijanden heeft en die mens schaart zich achter die God en krijgt dezelfde vijanden. God weet dat de haat waarover de mens spreekt geen haat uit kwaadheid is of uit de lust om kwaad te doen, daarom nog maals de vraag aan God om zijn hart te doorgronden. Die haat voor de vijanden van de God van Israël is uit liefde voor die God. Die vijanden houden de dood en de ellende van de zwakken in stand, zij voeren oorlog, zij buiten uit, zij vernederen de armen en nemen hen het laatste af dat ze nog hebben. Zij respecteren de ouderen niet maar verplaatsen hen waarheen ze willen uit winstbejag en omdat de last van de zorg voor de ouderen hen te groot wordt. Zij beperken de keus van artsen en ziekenhuizen voor de zieken en gehandicapten omdat de last van hun ziekte hen anders te zwaar wordt. De Psalmdichter wil een andere weg gaan, de Weg van de God van Israël. Die Weg verzint de dichter niet zelf maar hij vraagt aan die God om te waarschuwen als er een verkeerde weg wordt gegaan en altijd de juiste Weg te wijzen. Wij mogen ook zo met die God omgaan, elke dag opnieuw, ook vandaag.

Reacties

Matteüs 28:16-20

Twijfelen is niet erg. In de tijd van Jezus van Nazareth, na zijn kruisiging, toen hij opnieuw verscheen aan zijn leerlingen, op de berg waar hij hen onderwezen had nota bene, waren er zelfs onder hen nog die twijfelden. Maar de opdracht blijft hetzelfde voor alle leerlingen van Jezus van Nazareth. Maak alle volken tot mijn leerlingen door hen te dopen en hen te leren dat ze zich moeten houden aan alles wat ik jullie opgedragen heb. In de doopformule die Jezus hier hanteerd en die op gezag van het verhaal van Matteüs in alle christelijke gemeenschappen wordt gehanteerd, is het hele verhaal van Jezus van Nazareth samengevat. Er is één vader voor allen, God, want er staat geschreven dat wij allemaal kinderen van God genoemd kunnen worden. Jezus van Nazareth werd Zoon van God genoemd en door hem kunnen we de Vader zien, daarom kon hij zeggen dat hem alle macht gegeven is in de hemel en op aarde. De heilige Geest valt op allen die zijn Weg willen gaan, die mee willen doen in zijn verhaal.

En daar komt het moeilijkste te geloven. Elke gelovige is gegeven alle macht in hemel en op aarde. Daar moet je maar op durven vertrouwen. Dat kan als je voor ogen houdt dat Jezus met ons is al de dagen tot aan de voltooing van de wereld. Vroeger stond hier "voleinding", alsof het er om gaat dat het duurt tot het afgelopen zal zijn met de aarde, maar voltooing is een betere vertaling. In het Grieks staat een woord dat omschreven kan worden met "tot het klaar is". De aarde moet dus nog afgemaakt worden, die is nog niet klaar. In het lied van de Schepping zag God naar de aarde en zag dat het goed was. Als wij naar de aarde kijken zien we dat het op de aarde in het geheel niet goed is. Aan ons dus om dat scheppingswerk voort te zetten en te zorgen dat het op de aarde goed wordt. Dat de hemel op aarde kan wonen en dat, zoals het in het boek Openbaring staat, God zijn tenten op deze aarde kan spannen. Dat is natuurlijk een prachtig werk om aan mee te doen. En wanneer is het goed op de aarde? Jezus heeft het ons op de berg geleerd.

Ondanks alle verschillen in de vier Evangelieverhalen wijst ook Matteüs hier op de Bergrede die we hebben kunnen lezen. Daar ging het om de vredestichters, om het voeden van de hongerigen, het kleden van de naakten, het lessen van de dorst van de dorstigen, het bezoeken van de gevangenen, het genezen van de zieken, het troosten van de bedroefden, het recht doen aan de ontrechten. Daar ging het om een mantel afgeven aan iemand die er geen heeft als je er twee hebt, daar ging het om je rechterwang toe te keren als iemand je op de linkerwang slaag, om twee mijl te gaan als iemand je dwingt een mijl te gaan. Voor elk van die zaken zijn ook in onze tijd talrijke voorbeelden aan te wijzen waarmee je aan de slag kunt. Dichtbij in elke stad en in elk dorp zijn de armen die tegenwoordig zelfs voedselbanken nodig hebben, verder weg zijn talrijke mensen die dood gaan van honger, die monddood gemaakt worden, gemarteld en geslagen. Vanuit elk huis in ons land, vanuit elk huis in de wereld, kan een hand naar hen worden uitgestoken. Tot God ziet dat het goed is en de aarde voltooid zal zijn.

Reacties

Matteüs 28:1-15

Het had niet geholpen. Het graf was verzegeld, bewakers stonden er voor, maar het hielp niets. De aarde beefde en een geheimzinnige figuur in sneeuwwit kleed schoof de steen voor het graf vandaan en liet ze zien dat het graf leeg was. Het verhaal van Jezus van Nazareth is niet uitgelopen op het graf, zoals onze menselijke verhalen altijd uitlopen op de dood. In het land van de Heidenen, in Galilea gaat het verhaal verder had hij beloofd. Nu is er nooit iemand uit de dood opgestaan en als je hoort dat een verzegeld graf leeg is dan hebben ze vast het lijk gestolen. Het is het woord van die vrouwen tegen het woord van de autoriteiten. De soldaten hebben het verhaal verteld van de diefstal van het lijk. De vrouwen vertelden het verhaal van hun ontmoeting met Jezus van Nazareth op die eerste dag van de week na Pesach, na het bevrijdingsfeest. Op die eerste dag toen de steen voor het graf werd weggerold en ze het lege graf hadden gezien.

Sinds die dagen geloven mensen dat het Koninkrijk van God, zoals dat door Jezus van Nazareth was gebracht altijd en overal kan beginnen. De opstand van een volk tegen onderdrukking en tirannie hoeft niet uit te lopen op de dood, ondanks alle doden. De oorlog tegen slavernij kan omgezet worden in een vruchtbare vrede, ondanks de zwakte van de Verenigde Naties. Moslims en Christenen kunnen ook in Nederland vreedzaam met elkaar samenleven, wat Geert Wilders er ook over aan het liegen is. Doordat de slavendood aan het kruis eindigde in een leeg graf kan elk verzet tegen de dood door de liefde uiteindelijk op een overwinning uitlopen. Dat Koninkrijk waar alle tranen zijn gewist, waar iedereen mag meedoen, waar we allemaal genoeg te eten zullen hebben, waar we alles met elkaar kunnen delen, komt!

Het is met Pasen begonnen daar bij dat lege graf in Jeruzalem. Als je tenminste bereid bent die vrouwen te geloven die er bij waren. Die in het verhaal van Matteüs dagen en nachten tegenover het graf gezeten hadden en daarna zelf Jezus van Nazareth waren tegengekomen. Of je moet die soldaten willen geloven. Die misschien ook een nieuwe samenleving willen opbouwen maar dat doen door mensen te doden. Die zich gedwongen zien gewapend een land te veroveren om mensen te bevrijden. Die in oorlogen meevechten waar kinderen gedood en vrouwen verkracht worden. Het was Jezus van Nazareth die liet zien dat een gewapende opstand uit zou lopen op de dood, dat zou die opstand een aantal jaren later ook doen. Het waren de vrouwen die lieten zien dat volhouden en Zijn verhaal niet in de steek laten uiteindelijk de overwinning zal brengen. Daarom branden er in kerken Paaskaarsen. Daarom blijven die rare Christenen roepen om gerechtigheid en kijken naar de minsten in de wereld. Daarom worden we vandaag opgeroepen om mee te doen aan de bevrijding van de armen volgens de Weg van Jezus van Nazareth.

 

Reacties

Matteüs 27:57-66  

Zo zou er een einde gekomen zijn aan het leven van Jezus van Nazareth. Een rijke volgeling met invloed zorgde voor een keurig graf, uitgehouwen in een rots met een grote steen er voor. Een dergelijk graf waren we ook al tegengekomen in het verhaal over Lazarus. Maar er zijn volgelingen die hier het einde niet van zien. Twee vrouwen, die leggen zich er niet bij neer. Hardnekkig, tegen alle redelijkheid in, gaan ze tegenover het graf zitten. Die vrouwen zijn opnieuw een bedreiging voor de autoriteiten. Die Jezus zou immers opstaan uit de dood? En op de dag voor de Sabbath gaan de Joodse autoriteiten opnieuw naar de Romeinse bezetter en vragen om soldaten die het graf kunnen bewaken. Er staat in het verhaal van Matteüs zoals het vertaald is in de Nieuwe Bijbelvertaling dat ze "de volgende dag" gaan, de dag van de voorbereiding op de Sabbath. Dat zou betekenen dat Jezus van Nazareth niet op Goede Vrijdag is gekruisigd maar op Witte Donderdag. De vier verhalen over de dood en de opstanding van Jezus van Nazareth verschillen nogal van elkaar.

In elk geval lag Jezus van Nazareth op Stille Zaterdag, de dag van de Sabbath in het graf en werd het op de eerste dag van de week, onze Zondag, Pasen. In het verhaal van Matteüs is de dag van de voorbeiding niet alleen een dag van voorbereiding op de Sabbath, de dag waarop het hele huis moest worden schoongemaakt en alle ongerechtigheid moest worden verbrand, de dag waarop je nog boodschappen kon doen en eten kon klaarmaken voor de Sabbath, maar het is ook een dag van voorbereiding op Pasen. Als het graf leeg gevonden zou worden zou men niet kunnen zeggen dat het lijk van Jezus van Nazareth was gestolen door zijn volgelingen. De steen lag er voor, het graf was verzegeld en er stonden bewakers voor. Daar zouden die hardnekkige vrouwen niet tegenop kunnen. Beide vrouwen zijn overigens naar Mirjam, de zuster van Mozes, genoemd. Die Mirjam was een profetes, een waarheidszegster, ze had gezongen na de doortocht door de Rode Zee, toen het dodenland Egypte definitief achter zich gelaten werd door het volk Israel.

Een dubbele Mirjam houdt nu de wacht bij het graf van Jezus van Nazareth. Wie toch verzonnen heeft dat vrouwen geen ambt kunnen vervullen in een kerk moet toch nooit een blik in de Bijbel geworpen hebben. Alle leerlingen van Jezus zijn er vandoor gegaan. Alleen die Jozef had nog de moed zijn graf ter beschikking te stellen, daarna verdwijnt ook hij uit het verhaal. Maar de vrouwen die hem door het hele land gevolgd waren geven het niet op. Matteüs had hen speciaal genoemd als getuigen onder het kruis. Zij hadden gezien hoe Jezus stierf, hoe de soldaten volgens voorschrift gecontroleerd hadden of hij wel dood was, zij waren bij hem gebleven.  Zij blijven zelfs bij zijn graf zitten, dag en nacht. Magdala betekent trouwens toren en was de naam van een dorp aan het meer van Genesareth in Galilea. Vanuit die toren werd het graf in de gaten gehouden. De vrouwen zaten tegenover het graf beschrijft Matteüs, vrouwen geven ons nieuw leven, dat staat tegenover de dood. Heeft Matteüs ons meer willen vertellen? Is dit graf dan ook niet het einde van het verhaal?

Reacties

Psalm 22

Waarom laat een God eigenlijk al dat leed op de wereld toe? Een vraag die zeker op deze vrijdag, Goede Vrijdag genoemd, op zijn plaats is. Zelfs vanaf het kruis lijkt Jezus van Nazareth die vraag te gaan zingen. "Mijn God, Mijn God, waartoe hebt Gij mij verlaten?" Daar begint deze Psalm mee. Nu zijn de geleerden het er over eens dat de vraag eigenlijk verkeerd vertaald is, het is niet "Waarom..." maar "Waartoe.." Dat lijden is dus niet zinloos. Het lijden van mensen is nooit zinloos, niet alleen het lijden van Jezus van Nazareth was niet zinloos maar al in oude Bijbelse Tijden drong zich het besef op dat het lijden van geen enkel mens zinloos hoeft te zijn. Het lijden van mensen, het lijden van elk mens is altijd ongewenst, het hoort niet, het moet niet, het doet niet alleen de lijdende pijn maar allen die van die lijdende houden. Lijden van mensen, trouwens tegenwoordig ook van dieren, past niet in een wereld die we "goed" noemen. Toch lijden mensen, toch worden we steeds weer geconfronteerd met eigen lijden, met lijden van hen die ons het meest naast staan en lijden van mensen die we niet kennen maar waarvan het lijden toch op z'n minst het bestrijden waard is. We willen niet leven in een wereld waar welk mens dan ook onder wat en wie dan ook te lijden heeft. Daarom roepen we de God ter verantwoording die onze aarde geschapen heeft, die alle macht gegeven is, van wie alles is, de aarde en al wat daar op is.

Dat we die God in het lijden en over het lijden aanroepen is niet zo vreemd. Die God zou immers met de mensen meetrekken. Een gedachte die zo indrukwekkend was dat de Naam van die God, een naam die de aanwezigheid van die God tot uitdrukking bracht, niet werd uitgesproken. We kunnen wel zeggen dat God met ons zal zijn maar we kunnen het die God niet afdwingen. En honderd jaar na het begin van de eerste wereldoorlog zal ons duidelijk moeten zijn dat "God met ons" niet in de overwinning is en ook niet met de hoeveelheid geld die we hebben en waar dat "God met ons" op de rand staat. De God van Israël is met slachtoffers van oorlog en geweld, de God van Israël is met mensen zonder geld, de armen, de minsten in deze wereld. Jezus van Nazareth is aan het kruis ook niet van God verlaten, juist aan het kruis gaat de aanwezigheid van God in vervulling, Jezus valt op dat moment juist met God samen. Door die kruisdood op zich te nemen, door zelfs in het bitterste uur van zijn lijden te blijven weigeren een opstand uit te lokken, redt Jezus de levens van ontelbaren. Dat wil niet zeggen dat wij dat lijden nu maar voor lief moeten nemen, maar zoals hij zijn leven gaf om lijden van anderen te voorkomen zullen wij ons leven in dienst moeten stellen van het bestrijden, het opheffen, het voorkomen van lijden. De bevrijdende God van Israël, tegen wie alle machten en krachten op deze wereld het moeten afleggen, wordt dan zichtbaar in het leven dat mensen zonder lijden mogen leven.

Want de Psalm die we vandaag aarzelend meezingen roept nog een vraag op. Hoe kan iemand die smeekt hem te redden van de leeuwen, wiens kracht zwak is geworden als een potscherf, die kennelijk de ene ellende na de andere overkomt, roepen dat hij iedereen oproept de God van Israël te loven, hoe kan die roepen dat de zwakke niet wordt veracht door die God, niet verafschuwt wordt door die God wie wordt vernederd, dat die God het hulpgeroep van de zwakken, van hen die moeten lijden wel hoort? Aan het eind van de Psalm barst de dichter uit in een lofzang op die wereld, op die samenleving zonder het lijden. Daar staan de minsten centraal, daar wordt gezorgd, daar wordt gedeeld. En het sluit met de regel dat de God van Israël niet een God is van mooie liedjes en grote massa's mensen die zich laten amuseren door fraai vormgegeven verhalen over lijden, maar dat de God van Israël een God is van daden. Daden van bevrijding, daden van heling, daden van zorg voor elkaar. In de samenleving van de God van Israël lopen die massa's rond het detentiecentrum op Schiphol zodat de muren daar instorten en geen kinderen meer opgesloten worden en geen mensen die geen misdrijf hebben bedreven. In de samenleving van de God van Israël wordt er voor gezorgd dat niemand op de aarde meer hoeft dood te gaan van honger of van dorst, God heeft ons genoeg eten gegeven om iedereen in leven te houden. In de samenleving van de God van Israël staat bij alles wat wij met elkaar doen de veiligheid en de zorg voor elkaar voorop. Die wereld, die aarde is er nog steeds niet. De Psalm roept ons daarom ook op om aan de slag te gaan, het werk aan die wereld zonder aarzelen aan te vatten. En als we dat doen wordt elke dag een Goede Vrijdag, net als vandaag.

Reacties

Matteüs 27:45-56

Vandaag lezen we het stervensverhaal van Jezus van Nazareth zoals het ons wordt verteld door Matteüs. Eerst dooft het licht, het wordt duister. Genesis 1 komt weer tot leven. De aarde nu was woest en ledig en de Geest van God zweefde over de wateren. Er heerste duisternis en het eerste woord van de God van Israël was "er zij licht" Dat licht was verdwenen, de chaos was teruggekeerd. Wij mensen laten voortdurend de chaos op aarde terugkeren. In geweld, in onderdrukking, in onrecht, in het opzetten van de ene mens tegen de andere, in het lijden dat genegeerd wordt. Het licht van de God van Israël moet weer terugkeren om ons te laten zien waar het leven is. In het verhaal van Matteüs roept Jezus dan ook uit dat God hem verlaten heeft. Hij lijkt te gaan zingen terwijl hij aan het kruis hangt, hij zingt Psalm 22 en hij zingt niet in het keurige Hebreeuws van de Hebreeuwse Bijbel maar hij zingt in de taal van de straat, het Aramees, want juist op de straat verdwijnt het licht van God en wordt het lijden van mensen zichtbaar, daar leven de bedelaars, daar lopen de armen, daar ligt het stof dat je van je voeten moet schudden. De mensen zijn niet gewend om te luisteren naar hun keurige Psalmen in de taal van de straat, zij denken dat Jezus roept om de profeet Elia die  de bevrijder van Israël zou aankondigen, Johannes de Doper was reeds lang vergeten. Matteüs vertelt met Psalm 22 nog een verhaal, dat van Izaak, in de Tempeldiensten wordt Psalm 22 verbonden met het verhaal over het offer van Abraham, Izaak laat zich offeren door zijn vader, maar net als bij de uittocht uit Egypte wordt deze eerstgeborene gered door een lam. Jezus is hier zelf het Lam die het volk redt van een slachtpartij door de bezetters.

Nog een Psalm komt tot leven in dit stervensverhaal. Psalm 69, daar staat in de Griekse vertaling "voor mijn dorst gaven ze mij een bittere drank te drinken" Er komt iemand aan met een spons gedrenkt in zure wijn aan een stok om de stervende  lippen van de gekruisigde te bevochtigen, het lijden wordt iets dragelijker maar zal wel langer duren. Maar de poging het lijden te verzachten lokt een nieuwe bespotting uit, wellicht dat die Elia waar zo om geroepen leek te worden hem komt redden. Elia was een van de belangrijkste profeten voor het volk. Hij had weliswaar geen eigen boek achter gelaten maar de verhalen over de verdrijving van afgoderij, zijn strijd met koning Achab en koningin Izebel en de vele wonderen die Elia had gedaan waren zeer populair. Dat is tot in onze dagen zo, tijdens de Pesachmaaltijd waar het verhaal over de Uittocht wordt verteld staat een lege stoel voor de profeet Elia. Pas als hij aan onze tafel zit kunnen we er zeker van zijn dat alle afgoderij is verdreven. Psalm 69 wordt gezongen rond het verhaal over het Gouden Kalf, de eerste afgod die het volk zich schiep toen ze in de Woestijn waren. Ons doet dat denken aan het plastic kruis dat verlicht met led lampjes door de straten wordt gedragen om de kruisdood van de onschuldige Jezus van Nazareth weer populair te maken, het populisme van Pilatus naar onze dagen vertaald. De Bijbel wijst op ons verlangen naar materiële voorspoed, niet de lijdenden in de wereld staan centraal maar de winst die we maken, de voorspoed die we hebben, de populariteit die we genieten. Hoe meer mensen achter dat plastic kruis aan lopen hoe meer succes het lijden heeft. Jezus ging het om het leven van mensen, hoe minder mensen hoeven te lijden en hoe meer mensen in vrede kunnen leven hoe meer succes zijn lijden heeft, het is voor ons allemaal dus.

Nog eenmaal schreeuwde Jezus, een schreeuw naar omhoog, en toen stierf hij. Dat sterven bleef niet onopgemerkt. De voorhang in de Tempel scheurde, waardoor het Heilige der Heiligen open ligt voor alle gelovigen. Hier was ooit de Wet neergezet die het volk in de Woestijn had gekregen. Nu lag die Wet open voor de hele wereld, heb God lief boven alles en uw naaste als uzelf. De aarde beefde, de rotsen scheurden open. Het openscheuren van de rotsen doet denken aan Mozes die de rotsen brak zodat het water er uit kon stromen en de dorstigen gelaafd werden. Ook de profeet Zacharia had gesproken over het splijten van de Olijfberg als de Heer verschijnt. Ezechiël had gezien dat als de rotsen zouden scheuren de doden zouden opstaan. Zij zouden volgens de profeten getuigenis afleggen tegen de inwoners van Jeruzalem, Matteüs vertelt ons dat het ook gebeurde. Nu was de dood overwonnen, nu keerde het licht terug, Mattheüs roffelt het ene  teken na het andere er uit. Het sterven van de onschuldige die de dood op zich had genomen om het volk het leven te schenken gaf het volk ook het leven, de Koning der Joden werd de Koning van heel de wereld. De centurio en de soldaten waren de eersten die zich er van bewust waren. En de vele vrouwen die op de eerste Paasdag de eerste verkondigers van de opstanding waren waren nu de laatsten die bij het kruis waakten. Voor ons hoeft door dit sterven van Jezus de angst voor de dood ons niet langer te weerhouden recht en gerechtigheid te doen. Ook onze dood zal de zorg voor de minsten niet doen ophouden, hoe meer wij volgelingen weten te worden van Jezus van Nazareth hoe meer de aarde een oord zal worden waar het goed wonen is voor alle mensen, waar geen honger meer zal zijn en geen dorst, waar niemand sterft voordat men oud is, een aarde die zo goed is dat God zelf er zal willen wonen. Daar moet nog veel werk voor verzet worden, wij mogen er elke  dag weer mee beginnen, door dat kruis op Golgotha.

Reacties

Matteüs 27:27-44

De enige reden die Pilatus had om Jezus ter dood te veroordelen was de zogenaamde pretentie van Jezus de Koning  der Joden te zijn. De hoogste Heer van de Joden was de Keizer en dat de Keizer van Rome alle macht gegeven was moest nu duidelijk worden. Jezus wordt het voorwerp van spot. In het gedeelte van vandaag horen we Jezus niet meer spreken. Hij wordt gemarteld en geslagen. De hele cohort, het hele persoonlijke legertje van Pilatus, komt hem bespotten. Zij staan voor alle volken die de macht van de sterkste volgen en de zwaksten en minsten in de samenleving bespotten en nog verder kunnen vernederen. Maar ook in dit gedeelte laat Matteüs de beelden uit de Hebreeuwse Bijbel doorklinken. De beelden uit het boek van de profeet Jesaja over de lijdende knecht van de God van Israël, een lijdende knecht die al het lijden van de wereld op zich nam. Het verhaal van Matteüs laat zich dan ook lezen als een schilderij. De lijst wordt gevormd door de kruisiging. Er is sprake van bespotting en van marteling, maar de twee zijn duidelijk onderschijden. Jezus wordt eerst uitgekleed en dan weer aangekleed. Ze trokken zijn eigen kleren uit, en een soldatenkleed aan. Een kroon van doorntakken en een rietstengel als scepter volmaken de bespotting. Maar Jezus zegt geen woord, een teken van volharding en de soldatenmantel gaat weer uit, het geknakte riet wordt niet gebroken schreef Jesaja, nu wordt dit zichtbaar in Jezus van Nazareth.

De geselingen en de verwondingen van de doornenkroon blijven niet zonder gevolgen. Jezus raakte te zeer verzwakt om zelf de dwarsbalk van het kruis te dragen. Het lijkt er op dat hij ook niet te snel moet sterven. Simon uit Cyrene mag het kruis dragen. Maar als Jezus zelf een versterkende en licht verdovende drank krijgt aangeboden dan weigert hij die. Hij neemt het lijden ten volle op zich. De bespotting gaat ondertussen door, er wordt gedobbeld om zijn kleed. Een bijzonder kleed, geweven uit één stuk staat er. Als dat zo is dan is het het kleed van de hogepriester want die moet een dergelijk kleed, geweven uit één draad, dragen. Boven zijn hoofd hangt het opschrift "Koning der Joden" Soldaten en Romeinen liegen hier de waarheid. Dit is een koning die zijn volk in leven houdt, geen ander wordt vanwege de beweging van Jezus van Nazareth gestraft, gemarteld, geslagen, vervolgd of gedood. Ook al had het hele volk achter hem aangelopen. Het volk, de priesters en de Schriftgeleerden, komen hem nu bespotten, zij mengen zich onder de soldaten die al met de bespotting bezig waren. Maar ook hier klinkt de erkenning van Jezus van Nazareth sterker door dan de afwijzing: "Anderen heeft hij gered..." Een belijdenis die gemakkelijk over het hoofd wordt gezien. Als wij in de lijdenden in de wereld ook Jezus van Nazareth zien klinkt ook in onze dagen de verwijtende en spottende vraag waarom Jezus of zijn God die lijdenden niet redt. En ook vandaag lijkt het of wij, net als de priesters en de soldaten, buiten dat lijden van mensen staan, er geen deel aan hebben, en ook vandaag moeten wij beseffen dat we er niet buiten staan maar er deel van uitmaken.

Naast Jezus werden twee misdadigers gekruisigd. Wat hun misdaden geweest zijn weten we niet. Ze illustreren in het verhaal de uiterste vernedering die Jezus moest ondergaan. Als onschuldige gestraft worden als een misdadiger, erger kan het niet. Wij hebben in onze dagen de verhalen van mensen die jaren in de gevangenis zaten voor misdaden die ze niet hadden begaan. Ze krijgen een schadevergoeding van de overheid die tot in hoogste instantie bleef vasthouden aan dwalingen, maar de schade die ze hebben opgelopen heelt nooit. Jezus van Nazareth had volgens de omstanders bij het kruis op God gebouwd. Hij had mensen weer een plaats in de samenleving gegeven. Hij had geweigerd zijn volgelingen hun zwaarden te laten trekken. Hij had zich voor zijn beweging geen enkele keer op zijn leerlingen en volgelingen beroepen. Eigenlijk had hij zich helemaal niet verdedigd tegen alles wat tegen hem was ingebracht. Voor ons die niet lijden stelt Jezus ons de vraag waarom wij geen hand uitsteken om het lijden van mensen ongedaan te maken en te voorkomen. Voor mensen die te lijden hebben onder de wreedheid van anderen, onder onderdrukking door overheden, onder de weigering van mensen zich in een ander te verplaatsen, is het verhaal van de kruisiging van Jezus van Nazareth een troost. Het kan altijd erger. Het kruis van Jezus was dan ook niet van plastic, verlicht met led lampjes, gedragen door een menigte. Hij zong geen popliedjes en ook zijn bespotters zongen die niet. We kunnen op die manier spotten met het lijden van onze Heer en er een amusementsspektakel van maken maar we zijn geroepen het lijden van mensen in deze wereld mee te voelen en er iets aan te doen. Wij zijn geroepen om te kiezen voor het leven, zeker van hen die met de dood worden bedreigd, elke dag weer, ook vandaag.

Reacties

Matteüs 27:15-26

Wij kennen dat niet meer, maar in heel veel landen is het nog gebruikelijk, als er een nationale feestdag is dan worden er gevangenen vrijgelaten, dan verleent de machthebber genade, gratie. Die machthebber bouwt zich daarmee een goede naam op. Als het feest is dan klinkt zijn naam als weldoener. In een tijd dat er elk moment opnieuw een opstand tegen de Romeinse bezetter kon oplaaien kon ook de Romeinse prefect Pilatus een dergelijke goede naam wel gebruiken. Tegen die Jezus van Nazareth had hij geen bewijzen van misdaden tegen het Romeinse recht kunnen ontdekken. Hij kreeg de gevangene terug van de Koning van Galilea, Herodes, nog een afstammeling van Esau, een Edomiet. Een afstammeling die onder bescherming van de Romeinen toch de baas was geworden over Jacob. Je kunt nagaan hoe de kinderen van Jacob over deze Herodes dachten. Als nu de meest populaire gevangene vrijgelaten wordt? Dat zou de populariteit van Pilatus verhogen en de kans op een opstand doen afnemen. Dus krijgt het volk de keus tussen Jezus Vaderszoon en Jezus Bevrijder. Let op,  de Jezus die wij kennen als Jezus van Nazareth had zich ook "zoon van de vader" genoemd, Jezus Barabbas, en dat betekent "zoon van de vader" stond bekend als een verzetsstrijder, een bevrijder van de Romeinse bezetter dus. De een werkte met geweld, de ander werkte zonder geweld of verzet. Wie zou ons volk kiezen als bevrijder van een bezetter? Hoe lang is ons de bevrijding van de Duitsers door Amerikaanse soldaten nagedragen als we weer eens kritiek hadden op het militaire optreden van de Verenigde Staten? Het volk koos dus voor Jezus Barabbas.

En de Romeinen? Die kozen ook voor Jezus Barabbas. Niet uit onwetendheid maar uit populisme, wat het volk wil horen krijgt het te horen. Er is een verhaal in de oud joodse literatuur dat vertelt dat de vrouw van Potifar, bron van de ondergang van Jozef, protesteert als Jozef gegeseld wordt en in de gevangenis wordt gestopt. Nu wordt verteld dat de vrouw van Pilatus protesteert als Jezus van Nazareth de volksgunst lijkt te verliezen. Hij zou toch een rechtvaardige zijn. "Dat rechtvaardige" is een Joodse uitdrukking die wil zeggen dat iemand het gebod van de God van Israël te zorgen voor de minsten, voor de zwaksten, voor de weduwe en de wees naleeft. Van deze vrouw zegt de buiten Bijbelse overlevering dat ze uiteindelijk ook Christen is geworden. Misschien bedoelt men wel te zeggen dat ze Christen werd toen ze haar stem verhief tegen haar man en in de bres sprong voor een onschuldig man die dreigde omgebracht te worden. Nogmaals vraagt Pilatus wie er moet worden vrijgelaten, nogmaals kiest het volk voor de opstand tegen de Romeinen. Maar wat moet dan het vonnis zijn over Jezus van Nazareth, die ze de bevrijder hadden genoemd? Die moet als opstandeling, als slaaf gedood worden, gedood met de kruisdood. Het proces over leven en dood is een komedie geworden over rechtspraak. De opstandeling die de dood verdiende krijgt de vrijheid, de onschuldige die de vrede zocht wordt ter dood gebracht.

Pilatus probeert afstand te nemen van deze gang van zaken. Een onmiddellijke opstand zal hij af weten te wenden. Maar de beschuldiging een onschuldige te hebben laten doden kan ook later nog een opstand uitlokken. Het moet duidelijk zijn dat hij de wil van het volk heeft gevolgd. Er is een oud ritueel dat hier gebruikt wordt. In de Wetten van Mozes krijgen de plaatselijke autoriteiten de opdracht hun handen boven een offerdier te wassen, als er een lijk gevonden is in het veld waarvan de doodsoorzaak niet duidelijk is en uit te spreken dat zij en hun gemeenschap niet verantwoordelijk zijn voor deze dode. Pilatus doet bijna hetzelfde, alleen brengt hij geen offer. Het volk lijkt de verantwoordelijkheid op zich te nemen voor het doodvonnis. Het zijn in elk geval de Hogepriesters en hun aanhang die zich hier laten horen. Wij moeten er in de eerste plaats van leren dat de hardste schreeuwers in een volk lang niet altijd het hele volk vertegenwoordigen. We moeten er zeker van leren dat een volksgericht nooit op haar plaats is, ook al zijn de misdrijven die je bestraft wil hebben nog zo ernstig. Afzien van een zorgvuldige en humane rechtspraak betekent altijd dat we de kans lopen een onschuldige als Jezus van Nazareth te veroordelen voor het voorkomen van een bloedbad, want dat is wat hier gebeurd. En dat gebeurt in onze dagen misschien maar al te vaak. We zullen er waakzaam tegen moeten zijn en blijven.

Reacties
Domeinregistratie en hosting via mijndomein.nl