basalk.punt.nl
Abonneren

Abonneer je nu voor nieuwe artikelen op deze website!

Laatste artikelen

Matteüs 24:29-44

29  Meteen na de verschrikkingen van die dagen zal de zon verduisterd worden en de maan geen licht meer geven, de sterren zullen uit de hemel vallen en de hemelse machten zullen wankelen. 30  Dan zal aan de hemel het teken zichtbaar worden dat de komst van de Mensenzoon aankondigt, en alle stammen op aarde zullen zich van ontzetting op de borst slaan als ze de Mensenzoon zien komen op de wolken van de hemel, bekleed met macht en grote luister. 31  Dan zal hij zijn engelen uitzenden, en onder luid bazuingeschal zullen zij zijn uitverkorenen uit de vier windstreken bijeenbrengen, van het ene uiteinde van de hemelkoepel tot het andere. 32 ¶  Leer van de vijgenboom deze les: zo gauw zijn takken uitlopen en in blad schieten, weet je dat de zomer in aantocht is.  33  Zo moeten jullie ook weten, wanneer je dat alles ziet, dat het einde nabij is. 34  Ik verzeker jullie: deze generatie zal zeker nog niet verdwenen zijn wanneer al die dingen gebeuren. 35  Hemel en aarde zullen verdwijnen, maar mijn woorden zullen nooit verdwijnen. 36  Niemand weet wanneer die dag en dat moment zullen aanbreken, ook de hemelse engelen en de Zoon niet, alleen de Vader weet het. 37  Zoals het was in de dagen van Noach, zo zal het zijn wanneer de Mensenzoon komt. 38  Want zoals men in de dagen voor de vloed alleen maar bezig was met eten en drinken, met trouwen en uithuwelijken, tot aan de dag waarop Noach de ark binnenging, 39  en zoals men niet wist dat de vloed zou komen, totdat die kwam en iedereen wegnam, zo zal het ook zijn wanneer de Mensenzoon komt. 40  Dan zullen er twee op het land aan het werk zijn, van wie de een zal worden meegenomen en de ander achtergelaten. 41  Van twee vrouwen die samen aan de molen draaien, zal de ene worden meegenomen en de andere achtergelaten. 42  Wees dus waakzaam, want jullie weten niet op welke dag jullie Heer komt.43  Besef wel: als de heer des huizes had geweten in welk deel van de nacht de dief zou komen, dan zou hij wakker gebleven zijn en niet in zijn huis hebben laten inbreken. 44  Daarom moeten ook jullie klaarstaan, want de Mensenzoon komt op een tijdstip waarop je het niet verwacht. (NBV)

Kleine grapjes staan ook in de Bijbel. Als het lente is lopen de takken van de bomen uit, komen er weer bladeren en verschijnt de bloesem. Als dus de takken gaan uitlopen, de bladeren verschijnen en de bloesem uitbot dan wordt het lente. Als het regent worden we nat. Door de hele geschiedenis heen zijn mensen bezig geweest om uit te rekenen wanneer het einde der tijden gekomen zal zijn. Steeds als het wat slechter met de mensen gaat komen er meer mensen die zeggen te weten wanneer het afgelopen zal zijn. Ook bij zogenaamd bijzondere jaartallen gaan mensen op bergtoppen zitten of met een hele groep in een afgesloten huis in de overtuiging dat het einde der tijden is gekomen. Vandaag kunnen we zeggen dat ze ongelijk hebben maar de vaste overtuiging van de bewering brengt je nog wel eens aan het twijfelen. Leer dus van de vijgenboom, het wordt na de Lente ook altijd Zomer en vervolgens Herfst en Winter en zo voorts. En dat hoeft niet want er staat ook dat dag en uur niet geweten worden.

Waar het om gaat is de vraag of we  klaar zijn voor het einde van de geschiedenis en de nieuwe hemel en aarde die ons zijn beloofd. Dat na de donkere winter de lente zal komen is iets dat vast staat. Het antwoord op de vraag of we er klaar zijn voor de eeuwige lente is helder. Er is nog veel vrede te winnen, er is nog veel armoede uit te bannen, er moeten nog veel mensen mee mogen doen. Niet iedereen is in de zomer in de gelegenheid voldoende te verzamelen voor de winter. In onze samenleving is dat ook niet meer letterlijk te nemen en is de overheid er voor om dat wat verzameld wordt eerlijk her te verdelen. En natuurlijk doet de overheid dat nooit echt goed. De rijken hebben hun eigen partijen om er voor te zorgen dat ook bij de verdeling door de overheid de rijken rijker worden en de armen arm blijven. Voor mensen die de winter echt niet meer door kunnen komen hebben we voedselbanken en de hulp aan mensen in arme landen die niet meer te eten hebben moet via particuliere organisaties komen. Die oefening in eerlijk delen hebben we dus meer dan nodig. Die oefening is voor Christenen een godsdienstoefening, je naaste liefhebben als jezelf was immers hetzelfde als God liefhebben boven alles.

Zoals je oefent voor de schooluitvoering, een sportwedstrijd, de speech op een bruiloft of jubileumfeest kunnen we ook oefenen voor de nieuwe wereld van God. Jezus van Nazareth zegt zelfs ergens dat we alvast maar moeten leven alsof die nieuwe wereld er al is. We moeten waakzaam zijn staat er. Jezus van Nazareth vergelijkt de tijd waarin we leven met de tijd van Noach, nog voor de zondvloed. Ook toen sloeg niemand acht op de naderende ramp die bijna al het leven op aarde zou uitwissen. Zijn we nu anders aan het leven dan in de tijd van Noach? Misschien wel, misschien niet. Oordelen over wat anderen doen is niet eenvoudig. Natuurlijk als je je overgeeft aan het najagen van winst en genot dan is het gemakkelijk, dat is niet wat de Bijbel van mensen vraagt, dat was wat de mensen in de dagen van Noach deden staat hier. Maar in onze dagen zijn veel mensen met de samenleving bezig. Ze proberen de samenleving zo in te richten dat vrede heerst en welvaart. En dat kan zijn wat de Bijbel van ons vraagt. Dat hoeft niet zo te zijn, want is er vrede voor alle mensen? Is geweld over de hele aarde uitgebannen en spannen we ons daarvoor in? Dat de een er mee bezig is en de ander niet is duidelijk, maar het is niet aan ons te oordelen wie mee mag naar die nieuwe aarde en wie niet. Het is aan ons om alvast iets van die nieuwe aarde zichtbaar te maken, in de zorg voor de armen, in de aandacht voor mensen die in ons land gevangen zitten zonder veroordeeld te zijn wegens een misdrijf. We kunnen onze dagen er meer dan mee vullen, ook vandaag weer.

 

Reacties

Psalm 128

1 ¶  Een pelgrimslied. Gelukkig ieder die ontzag heeft voor de HEER en de weg gaat die hij wijst: 2  je zult eten wat je werk opbrengt, geluk en voorspoed vallen je toe, 3  je vrouw als een vruchtbare wijnstok in het midden van je huis, je kinderen als jonge olijfbomen in een kring om je tafel. 4  Ja, zo wordt gezegend de man die ontzag heeft voor de HEER. 5  Ontvang de zegen van de HEER uit Sion, verheug je in de voorspoed van Jeruzalem, alle dagen van je leven, 6  en verheug je in de kinderen van je kinderen. Vrede over Israël! (NBV)

Vandaag zingen we met de kerk een pelgrimslied mee. Een psalm die gezongen werd als mensen op pad gingen naar de Heilige Tent, later naar de Tempel, om daar de maaltijd te houden met de dienaren van de Heilige Tent, de armen, de vreemdelingen en met hun familie, zoals dat in het boek Deuteronomium was voorgeschreven. Je mag blij zijn met alles wat je toevalt en zeker als je mag eten van wat je werk opbrengt. Chronisch zieken en gehandicapten kunnen dat vaak niet meezingen, zeker niet als ze van jongs af aan arbeidsbeperkt zijn. Ook al zouden ze nog wat werk kunnen doen, werkgevers kijken wel uit om wrakken aan te nemen. Alle pleidooien van organisaties van gehandicapten om werkgevers te verplichten een zeker percentage van hun personeel uit gehandicapten te laten bestaan zijn eigenlijk altijd aan dovemans oren gericht. De uitkeringen worden daarom maar verlaagd.

De verplichting die in de wet is opgenomen is te gemakkelijk te ontduiken en een regering heeft zich over de handhaving van die regels nooit druk gemaakt. Die maakt liever goede sier met al het geld dat ze bespaard hebben door intensief in de uitkeringen te snijden. Want niet alleen zijn de arbeidsongeschiktheidsuitkeringen fors omlaag geschroefd, daarnaast zijn er ook flinke zorgpremies ingevoerd en werd het  eigen risico in de zorg jaar na jaar verhoogd, zieken zijn te duur voor de rijken. Door dat eigen risico moet iedereen die medicijnen gebruikt of onder controle van een dokter staat elk jaar een fors bedrag extra voor de gezondheidszorg betalen. De psalm gaat uit van het goede, gaat uit van de mensen die willen delen met een ander, die zorg hebben voor hun naaste, of zoals de psalm het zegt: die ontzag hebben voor de Heer.

Het is maar een kleine psalm die we vandaag zingen, maar die psalm is dan ook bedoeld voor kleine mensen. Mensen die bereid zijn de goddelijke richtlijnen uit de woestijn te volgen en daar te delen wat ze met hun eigen handen hadden verdient. Laten we meezingen. Want ook in onze dagen van zogenaamde financiële crisis, voor de jong gehandicapten, kan een volk pas echt overleven als het bereid is dat ontzag voor de Heer op te brengen. Wijsheid wordt dat op andere plaatsen in Bijbel genoemd. En dat ontzag voor de Heer blijkt altijd weer uit de zorg voor de armen, uit de bereidheid te zorgen voor zieken en gehandicapten, voor de weduwe en de wees, de mensen die langs de kant staan en hulp nodig hebben. In onze dagen overigens voor de minsten in de hele bewoonde wereld, tot aan de einden der aarde. Elke dag mogen we opnieuw beginnen op die manier deze psalm mee te zingen, door onze naaste lief te hebben als onszelf, ook vandaag weer.

Reacties

2 Tessalonicenzen 3:1-18

1 ¶  Voor het overige, broeders en zusters, bid voor ons. Bid dat het woord van de Heer zich elders even snel verspreidt en evenzeer geprezen wordt als bij u. 2  Bid ook dat wij worden behoed voor slechte en kwaadaardige mensen, want niet iedereen is betrouwbaar. 3  Maar de Heer is trouw, hij zal u kracht geven en u tegen het kwaad beschermen. 4  De Heer geeft ons de overtuiging dat u doet wat wij u opdragen en dat zult blijven doen. 5  Moge de Heer uw wil en verlangen richten op de liefde voor God en de standvastige trouw aan Christus. 6 ¶  Broeders en zusters, op gezag van onze Heer Jezus Christus dragen wij u op u niet in te laten met broeders of zusters die hun werk verwaarlozen en niet leven volgens de traditie die wij hebben doorgegeven. 7  U weet zelf wat het betekent ons na te volgen. Toen we bij u waren, hebben we ons dagelijks werk niet verwaarloosd 8  en op niemands kosten geleefd. Integendeel, we hebben ons ingezet en ingespannen, dag en nacht hebben we gewerkt om niemand van u tot last te zijn. 9  Niet dat we geen aanspraak konden maken op uw ondersteuning, maar we wilden onszelf tot voorbeeld stellen, zodat u ons zou navolgen. 10  Toen we bij u waren, hebben we herhaaldelijk gezegd dat wie niet wil werken, niet zal eten. 11  We horen dat sommigen van u hun werk verwaarlozen, dat ze zich niet nuttig maken maar zich slechts onledig houden met nutteloze bezigheden. 12  In naam van de Heer Jezus Christus dragen wij dergelijke mensen nadrukkelijk op rustig hun werk te doen en hun eigen brood te verdienen. 13  Broeders en zusters, doe het goede, zonder op te geven, 14  en wees op uw hoede voor wie geen gehoor geven aan wat wij in deze brief schrijven. Ga niet met hen om, dan zullen ze zich schamen. 15  Behandel hen echter niet als vijanden, maar wijs hen als uw broeders en zusters terecht. 16 ¶  Moge de Heer van de vrede zelf u altijd en op elke wijze vrede geven. De Heer zij met u allen.17  Ik, Paulus, groet u in mijn eigen handschrift. Dat is in elke brief het waarmerk dat ik hem zelf geschreven heb. 18  De genade van onze Heer Jezus Christus zij met u allen. (NBV)

Vandaag sluiten we de lezing van deze tweede brief aan de gemeente van Thessaloníki af. Ook hierin een tekst die tot misverstanden heeft geleid. "Wie niet werkt zal ook niet eten" schrijft Paulus. Die tekst wordt sindsdien liefdeloos toegepast op iedereen die niet werkt. Elke ondersteuning door de Kerk of door de Staat wordt gegeven alsof het gegeven wordt aan criminelen. Tot aan de tandenborstel in de badkamer toe worden mensen gecontroleerd die aanspraak moeten maken op hulp en ondersteuning omdat ze uit arbeid te weinig of zelfs niets verdienen. Heeft Paulus hier nu die hulp eigenlijk verboden of ten minste afgeraden? Niets is minder waar. Voortdurend roept Paulus op om zorg te dragen voor de minsten in de samenleving, voor de zieken, voor de gehandicapten, voor de slaven, voor de weduwen en de wees. Het kan niet zo zijn dat delen met de minsten betekent hen te laten werken en als ze dat niet kunnen ze te laten creperen. Een eigen plaats geven in de samenleving betekent inderdaad soms werk te geven. Daarvoor moet met werkgevers gesproken worden en dat gebeurt door de vertegenwoordigers van de overheid maar zelden als het gaat om individuen. Natuurlijk met werkgevers en werknemers organisaties wordt uitgebreid, uren en dagenlang, vergaderd door de bestuurders van onze samenleving. Maar individuele werkgevers en werklozen en gehandicapten merken daar in de praktijk meestal maar weinig van.

Paulus vraagt de gemeente in Thessaloníki voor hem en zijn gezelschap te bidden. En hij wil behoed worden voor slechte en kwaadaardige mensen. Moet je de missie van Paulus dan aan hem overlaten? Kun je zelf niet iets doen om hem te beschermen? Bidden is hier kennelijk niet zozeer het melden bij een ander die er dan wel voor zal zorgen, maar zelf nadenken over wat je samen kunt doen voor die Paulus. Zelf vroeg Paulus maar zelden om geld voor hem en zijn vrienden. Hij was riemensnijder, in zijn dagen een eerbiedwaardig handwerk. Hij kon zijn geld zelf wel verdienen en dat deed hij dan ook. We mogen aannemen dat ook de mensen die met hem meereisden zelf de kost verdienden. Het waren mensen van de Weg en die stonden er om bekend alles wat ze hadden te delen, niet alleen met elkaar maar ook met de armen die ze tegenkwamen. Daar kon ook de gemeente van Thessaloníki wat in bijdragen.

Ook in de Protestantse Kerk wordt gecollecteerd, maar ook die collectes zijn niet bestemd voor het inkomen van de voorganger maar voor het onderhoud van de Kerk en voor de diaconie. De collectes in een Protestantse Kerkdienst hebben overigens vaak meer weg van een symbool, als we toch bij elkaar zijn dan laten we zien dat we delen, het eigenlijke geld wordt opgebracht uit acties als Kerkbalans  en Kerk in Actie. Steunen kunnen we de komst van het Koninkrijk dus nog steeds. Unicef, Kerk in Actie, Wereldwinkel, Fair Trade, Oxfam Novib, zijn maar enkele mogelijkheden van heel vele waarmee je de armen bevrijding kunt aanzeggen, vandaag en vooral in deze dagen van delen met elkaar.  Waar Paulus het over heeft is het profiteren van gemeenschappen van de mensen van de weg door zogenaamde voorgangers. Die dichten zich zoveel werk toe dat ze vinden dat ze daar royaal voor betaald moeten worden. Tegenover dat soort voorgangers stelt Paulus zichzelf tot voorbeeld. Laten wij ons zijn voorbeeld ter harte nemen.

Reacties

2 Tessalonicenzen 2:1-17

1 ¶  Broeders en zusters, over de komst van onze Heer Jezus Christus en het tijdstip waarop we met hem worden verenigd, zeggen we u: 2  verlies niet meteen uw verstand en raak niet in paniek wanneer een profetie, een uitspraak of een brief die door ons zou zijn geschreven, het voorstelt alsof de dag van de Heer op het punt staat aan te breken. 3 ¶  Laat u door niemand misleiden, op geen enkele manier. De dag van de Heer breekt niet aan voordat velen zich van het geloof hebben afgekeerd en de wetteloze mens verschenen is, hij die verloren zal gaan. 4  Hij zal alles wat goddelijk en heilig is bestrijden en zich erboven verheffen, om in Gods tempel plaats te nemen op de troon en zich voor te doen als God zelf. 5  Herinnert u zich niet dat ik u dit herhaalde malen heb gezegd toen ik bij u was? 6  Dan weet u ook wat hem nog tegenhoudt en dat hij pas zal verschijnen op de voor hem vastgestelde tijd. 7  Hoewel in het verborgene de wetteloosheid nu al werkzaam is, moet eerst degene die hem tegenhoudt verdwijnen. 8  Pas dan verschijnt hij-en dan zal de Heer Jezus hem doden met de adem van zijn mond en vernietigen door de aanblik van zijn komst. 9  De komst van de wetteloze mens is het werk van Satan en gaat gepaard met groot machtsvertoon en valse tekenen en wonderen, 10  en allen die verloren zullen gaan, zal hij met zijn kwaadaardigheid verleiden. Want ze hebben de liefde voor de waarheid, die hen had kunnen redden, niet aanvaard. 11  Daarom treft God hen met verblinding, zodat ze dwalen en de leugen geloven. 12  Zo zal iedereen die de waarheid niet gelooft maar behagen schept in onrecht, worden veroordeeld. 13 ¶  Maar voor u, broeders en zusters, geliefden van de Heer, moeten wij God altijd danken. Hij heeft u als eersten uitgekozen om te worden gered door de Geest die heilig maakt en door het geloof in de waarheid. 14  Hij heeft u daartoe geroepen door het evangelie dat wij u verkondigd hebben en waardoor u zult delen in de luister van onze Heer Jezus Christus. 15  Wees standvastig, broeders en zusters, en blijf bij de traditie waarin u door ons onderwezen bent, in woord of geschrift. 16 ¶  Mogen onze Heer Jezus Christus en God, onze Vader, die ons zijn liefde heeft getoond en ons door zijn genade blijvende steun en goede hoop gegeven heeft, 17  u aanmoedigen en sterken in al het goede dat u doet en zegt. (NBV)

Tot op dag van vandaag zijn er predikers, evangelisten en voorgangers die hun gemeenten en de gelovigen bedriegen door te doen alsof ze weten wanneer het einde van de geschiedenis daar is. Alles heeft een begin en een einde dus ook de geschiedenis. Alleen God heeft geen begin en geen einde, daarom kunnen we over God zelf ook niets verder zeggen dan dat wat God van ons wil. Het einde van de geschiedenis ligt in het duister verborgen, het komt als een dief in de nacht had Jezus van Nazareth gezegd. Maar het komt en zoals in onze geschiedenis het kwaad steeds weer door mensen onder ons wordt gebracht vertrouwen gelovigen er op dat in het eind van de geschiedenis alle kwaad zal zijn verdwenen en alle tranen zijn gewist. Paulus had zijn volgelingen opgeroepen te leven alsof het einde van de geschiedenis elke dag zou kunnen plaatsvinden.

Dat wordt vermoeiend als het een paar jaar duurt, of , zoals wij nu weten, een aantal eeuwen. We kennen verhalen van mensen die op een berg gingen zitten of in een woestijn. Als dan het einde van de geschiedenis maar uitblijft kunnen mensen zo wanhopig worden dat ze een eind aan hun leven maken en aan het leven van hun partners, kinderen en vrienden. Wie wijst op de spoedige komst van het Koninkrijk van God kan daar dus mede schuldig aan zijn. We hoeven ons niet neer te leggen bij de schijnbare wetmatigheid van onrecht en geweld in deze wereld. Dat onrecht en het geweld zijn niet het laatste woord in de geschiedenis. Het laatste woord is aan God, is aan liefde, is aan Recht en Gerechtigheid.  De gemeente aan wie Paulus schrijft behoort tot de eersten die de Weg van Jezus van Nazareth zijn gaan volgen.

In onze cultuur hebben we dat verhaal over die weg al meer dan duizend jaar mogen horen maar omdat we telkens opnieuw geroepen worden die weg te gaan en ons af te keren van de weg die in de wereld wordt gevolgd mogen ook wij ons rekenen tot de eerstelingen, je moet er fris tegenaan kunnen kijken. Er wordt gesproken over het Evangelie dat ons geroepen heeft en de liefde die we gezien hebben. Dat Evangelie, letterlijk betekent dat "blijde boodschap", was, volgens het Evangelie van Lucas, de verkondiging van de bevrijding van de armen. Niet een bevrijding door geweld maar een bevrijding door de Liefde. In die traditie mogen wij ook gaan staan. Telkens weer worden we geroepen op te staan en onze stem te verheffen tegen de zelfzucht die de rijken, middengroepen genoemd, beschermt en voor de armen overal ter wereld op wie bezuinigd wordt. Onze naasten, onze broeders en zusters, wonen tot aan de einden der aarde, die kunnen we niet in de steek laten, ook vandaag niet.

Reacties

2 Thessalonicenzen 1:1-12

1 ¶  Van Paulus, Silvanus en Timoteüs. Aan de gemeente in Thessaloníki, die toebehoort aan God, onze Vader, en de Heer Jezus Christus. 2  Genade zij u en vrede van God, onze Vader, en de Heer Jezus Christus. 3  Broeders en zusters, wij moeten God altijd voor u danken. Het past ons dit te doen, omdat uw geloof sterk groeit en uw liefde voor elkaar groter wordt. 4  Wij spreken dan ook in de gemeenten van God vol trots over uw standvastigheid en trouw onder de vervolgingen en onderdrukking die u moet doorstaan. 5 ¶  Ze zijn het bewijs dat God rechtvaardig oordeelt door u zijn koninkrijk, waarvoor u nu lijdt, waardig te achten. 6  God is inderdaad rechtvaardig: hij zal uw onderdrukkers straffen met onderdrukking 7-8 en u, die nu onderdrukt wordt, samen met ons van alle last bevrijden wanneer Jezus, de Heer, vanuit de hemel verschijnt. Dan komt hij in een vlammend vuur en omringd door engelen, door wie hij zijn macht manifesteert; dan straft hij hen die God niet erkennen en het evangelie van onze Heer Jezus niet gehoorzamen. 9  Ze zullen voor eeuwig worden verstoten, ver van de Heer en van zijn kracht en majesteit. 10  Op die dag komt hij om te worden geprezen door al de zijnen, om te worden geëerd door allen die tot geloof gekomen zijn-ook door u, want u hebt ons getuigenis aangenomen. 11  Daarom bidden wij altijd dat onze God u deze roeping in ere doet houden, dat hij u door zijn kracht de vaste wil geeft het goede te doen en u door uw geloof al het mogelijke tot stand laat brengen. 12  Dan zal door de genade van onze God en van de Heer Jezus Christus de naam van onze Heer Jezus door u geprezen worden, en u door hem. (NBV)

Vandaag beginnen we met het lezen van de tweede brief van Paulus aan de gemeente in Thessaloníki, de Griekse stad in, de tegenwoordig Griekse, provincie Macedonië. Samen met de eerste brief van Paulus aan de gemeente in Thessaloníki vormt deze brief een van de oudste geschriften uit het Nieuwe Testament. Er zijn geleerden die aannemen dat de brief werd geschreven zo'n 20 jaar na de dood van Jezus van Nazareth aan het kruis in Jeruzalem. De brief neemt enkele misverstanden weg die waren ontstaan na de eerste brief die de gemeente in Thessaloníki had gekregen. Er zijn dan ook geleerden die er aan twijfelen of Paulus deze brief wel zo snel na de eerste heeft geschreven maar misschien pas aan het eind van zijn leven zich genoodzaakt zag nogmaals deze Griekse gemeente een brief te sturen.

Er zijn ook geleerden die denken dat Paulus misschien helemaal deze brief niet heeft geschreven maar dat het later nodig werd om als aanvulling op hetgeen in de eerste brief stond deze brief te schrijven. De kwestie die voor onrust in Thessaloníki had gezorgd, en niet alleen daar, was de wederkomst van Christus. Paulus had in de eerste brief gesuggereerd dat de gemeente die wederkomst eigenlijk elke dag moest verwachten. Dat had men vrij letterlijk genomen. Wij weten inmiddels na 2000 jaar dat je daar toch ietwat anders tegen aan moet kijken. In deze eerste verzen legt de schrijver nog eens uit waarom het terecht is de gemeente zo te prijzen als in de eerste brief werd gedaan. Ze hadden al die loftuitingen kennelijk van zich geworpen, bescheiden als ze waren. Ze hadden het overigens niet gemakkelijk. De gemeente werd zwaar vervolgd om wat ze deden voor de slaven en de armen.

In dit hoofdstuk komt het Evangelie van Jezus van Nazareth weer terug en we weten uit het Evangelie van Lucas dat dit de boodschap is dat de armen bevrijd zullen worden. Wie daar niet aan gehoorzaamt zal zelf onderdrukt worden staat hier, en we kunnen ons voorstellen dat de machthebbers in Thessaloníki daar niet blij mee waren en een dergelijke groep mensen probeerden te onderdrukken. Dat verhaal dat je, door met elkaar te delen, door elkaar lief te hebben, door elkaar als gelijken te behandelen, en door datzelfde te doen voor iedereen in je omgeving, elke aardse overheid uiteindelijk kan weerstaan en verslaan, trekt natuurlijk toch mensen die arm zijn, ziek zijn, in slavernij worden gehouden en zich onderdrukt voelen. Zij worden niet met geweld bevrijdt maar met liefde. Daar is een overheid niet tegen bestand. Dat blijkt ook in onze dagen, vreedzame demonstraties die ergens voor zijn, vallen nauwelijks te verbieden. Dat moet ook ons hoop geven op de bevrijding van de armen en de afbraak van de onrechtvaardige tolmuren.

Reacties

Matteüs 24:15-28

15  Wanneer jullie dus de “verwoestende gruwel” waarover gesproken is door de profeet Daniël, zien staan op de heilige plaats (lezer, begrijp dit goed), 16  dan moet iedereen in Judea de bergen in vluchten; 17  wie op het dak van zijn huis is moet niet naar beneden gaan om nog spullen te halen, 18  en wie op het land is moet niet terugkeren om zijn mantel te halen. 19  Wat zal het rampzalig zijn voor de vrouwen die in die tijd zwanger zijn of een kind aan de borst hebben! 20  Bid dat jullie niet in de winter zullen moeten vluchten en ook niet op sabbat. 21  Want het zal een tijd zijn van enorme verschrikkingen, zoals er sinds het ontstaan van de wereld tot nu nooit geweest zijn en er ook niet meer zullen komen. 22  En als die tijd niet verkort zou worden, dan zou geen enkel mens worden gered; maar omwille van de uitverkorenen zal die tijd worden verkort. 23  Als iemand dan tegen jullie zegt: “Kijk, dit is de messias, ”of: “Daar is hij, ”geloof dat dan niet. 24  Want er zullen valse messiassen en valse profeten komen, die indrukwekkende tekenen en wonderen zullen verrichten om ook Gods uitverkorenen zo mogelijk te misleiden. 25  Let op, ik heb jullie dit van tevoren gezegd. 26  Wanneer ze dus tegen jullie zeggen: “Kom mee, hij is in de woestijn, ”ga er dan niet heen, of als ze zeggen: “Kijk, hij is daarbinnen, ”geloof dat dan niet. 27  Want zoals een bliksemschicht vanuit het oosten weerlicht tot in het westen, zo zal ook de Mensenzoon komen. 28  Waar een lijk is, daar zullen de gieren zich verzamelen.

Jomanda is ooit voor de rechter gedaagd. Door haar optreden als medium en de pretentie boodschappen te krijgen zou ze medeschuldig zijn aan de dood van Sylvia Millecam. Het zelfbenoemde medium uit Deventer woont nu in Canada maar was in Tiel een tijd geleden een en al show, roepend over instralen en het midden te zijn tussen hemel en aarde. Vooral het midden zijn tussen mensen in nood en de bevrijding van de ellende. Jezus van Nazareth waarschuwt tegen dit soort valse messiassen. Ook al lijkt het dat ze grote werken kunnen doen geloof ze dan niet drukt Jezus zijn leerlingen op het hart. Zelf drukte hij de mensen op het hart te zwijgen als ze genezen waren. Natuurlijk gebeuren er dingen die we niet verklaren kunnen, maar zeker niet in grote daarvoor opgezette shows en met behulp van toverwater, zoals ook in Lourdes.

Het zijn uiteindelijk zaken die afleiden van de komst van het Koninkrijk. Daar gaat het om rechtvaardigheid en vrede. Om eerlijk delen met armen. Niet om sommige mensen wel te genezen en anderen niet. Daar mag iedereen meedoen. Jezus is hard tegen dit soort valse messiassen. Waar een lijk is zullen de gieren komen luidt het bij hem. En inderdaad de souvenirwinkel en de collecteschaal zijn nooit ver weg bij dit soort valse messiassen. Het Hallelujageroep is er niet van de lucht en pas op, iemand die in een rolstoel zit kan best onder trance soms een paar meter lopen, iemand met krukken kan ze weggooien en naar zijn plaats lopen. Dat hoeft niets met genezing te maken te hebben. Er was ooit ook iemand die de volgende ochtend aan de andere kant van een weg werd gevonden waar zo’n genezer werkzaam was geweest. Toen het gezang en geroep was verstomd was de trance verdwenen en daarmee de genezing.

De oorlog en de ellende zullen ons blijven omringen tot plotseling iedereen het inziet dat er maar één weg is die ons allemaal gelukkig kan maken. Voor het zover is zal het nog lang duren maar dat die tijd komt staat vast. En die komt ook als we er aan willen werken, als we er echt deel aan willen hebben. Tot die tijd komt zijn er vluchtelingen, zijn er slachtoffers, zijn er armen die op drift raken. Tot die tijd lopen we ook het gevaar zelf mensen uit te roepen tot messias, tot bevrijder van onrecht en geweld. In Amerika liep men het gevaar Barack Obama tot messias te maken. Hijzelf deed het niet. Maar er zijn mensen die van hem een ideale wereld hadden verwacht, hij beloofde immers de wereld te veranderen. Deze president zou een eind maken aan alle oorlogen, zou de honger in Afrika oplossen, zou het klimaatprobleem kunnen oplossen. Niets is minder waar. Ook Barack Obama kan alleen wat als iedereen op de hele wereld mee doet, als alle volken zich naar Jeruzalem wenden om de Wet van eerlijk delen uit te gaan voeren. Iedereen die zegt het zelf te kunnen is een valse messias.

Reacties

Matteüs 24:1-14

1 ¶  Nadat Jezus de tempel had verlaten, wendden zijn leerlingen zich onderweg tot hem en vestigden zijn aandacht op de tempelgebouwen. 2  Hij zei tegen hen: ‘Hebben jullie dat alles goed gezien? Ik verzeker jullie: geen enkele steen zal op de andere blijven, alles zal worden afgebroken!’ 3  Op de Olijfberg ging hij zitten met zijn leerlingen om zich heen, en nu ze onder elkaar waren vroegen ze: ‘Vertel ons, wanneer zal dat allemaal gebeuren en aan welk teken kunnen we uw komst en de voltooiing van deze wereld herkennen?’ 4 ¶  Jezus antwoordde hun: ‘Pas op dat niemand jullie misleidt. 5  Want er zullen velen komen die mijn naam gebruiken en zeggen: “Ik ben de messias, ”en ze zullen veel mensen misleiden. 6  Jullie zullen berichten horen over oorlogen en oorlogsdreiging. Laat dat je dan niet verontrusten, die dingen moeten namelijk gebeuren, al is daarmee het einde nog niet gekomen. 7  Het ene volk zal tegen het andere ten strijde trekken en het ene koninkrijk tegen het andere, en overal zullen er hongersnoden uitbreken en zal de aarde beven: 8  dat alles is het begin van de weeën. 9  Dan zal men jullie onderdrukken en doden, en jullie zullen door alle volken worden gehaat omwille van mijn naam. 10  Velen zullen dan ten val komen, ze zullen elkaar verraden en elkaar haten. 11  Er zullen talrijke valse profeten komen die velen zullen misleiden. 12  En doordat de wetteloosheid toeneemt, zal bij velen de liefde bekoelen. 13  Maar wie standhoudt tot het einde, zal worden gered. 14  Pas als het goede nieuws over het koninkrijk in de hele wereld wordt verkondigd als getuigenis voor alle volken, zal het einde komen. (NBV)

Velen hebben geloofd dat Jezus het had over de verwoesting van de Tempel in Jeruzalem in het jaar 70. Maar als je het stuk goed leest is dat niet het geval. Het gaat over de kwade tijden die je kunnen overkomen en het volhouden van het geloof dat op een dag de wereld goed zal zijn. Oorlogen zullen er zijn en berichten over oorlogen. Natuurlijk in de loop van de tijd gaan alle gebouwen ten onder, geen steen blijft voor eeuwig op de andere maar oorlogen en onrecht lijken te blijven. Dat is na al die tijd nog steeds zo. Telkens als je denkt dat er een oorlog is beëindigd omdat de vechtende partijen vrede hebben gesloten dan breekt er elders weer een oorlog uit. Er zijn geen landen die vreedzame samenwerking als voorwaarde voor samenwerking stellen. Ook onze krijgsmacht neemt met enige  regelmaat deel aan oorlogen en de vraag om meer geld voor defensie is eigenlijk een vraag om meer geld om oorlog te voeren.

Er is een prachtig lied van Johnny Cash over dit bijbelhoofdstuk dat de Sowjet Unie en haar macht aanwijst als bewijs voor de ophanden zijnde ondergang van de wereld. De Sowjet Unie is er niet meer en de wereld is nog steeds niet veranderd. We kunnen dan ook in de eerste plaats beter naar onszelf kijken. Jezus roept op stand te houden voor zijn verhaal van rechtvaardigheid en vrede, zijn verhaal van liefde voor de hele wereld. Dat is geen lief gedoe, dat gaat vaak tegen de heersende opvattingen in. Dat veroordeelt voedselbanken als schandvlek voor een rechtvaardige samenleving en werkt er hard aan mee omdat er te veel mensen zijn die de voedselbanken maar al te hard nodig hebben. Dat strijdt tegen armoede en helpt de armen. Tot het uiterste, tot aan de einden der aarde als het nodig is. Dat stelt de voedselcrisis in de wereld boven de crisis in de financiële wereld. Dat blijft kijken naar een eerlijke verdeling van kennis, rijkdom en macht.

Natuurlijk kan een president van de Verenigde Staten daarbij helpen, net als een Paus in Rome. De bevrijding van de armen moet in de hele wereld verkondigd worden en wie de binnensteden van Amerikaanse steden bekijkt weet dat daar vaak die boodschap nog lang niet is doorgedrongen. Want het verkondigen van die boodschap als getuigenis voor alle volken betekent niet dat je op de hoek van een straat gaat staan en roept dat Jezus redt, of dat je dat in grote letters op je dak moet zetten, of in kleurige blaadjes die je van huis tot huis verspreidt, maar het betekent dat je op weg gaat om gemeenschappen van mensen te vormen die delen met elkaar, die niet rusten voor aan de armsten onder hen recht wordt gedaan. Daarvoor stuurde Jezus van Nazareth zijn leerlingen er op uit, daarvoor worden wij er op uit gestuurd. Vandaag dus net zo goed als gisteren en morgen.

Reacties

Psalm 88

1 ¶  Een lied, een psalm van de Korachieten. Voor de koorleider. Op de wijs van De rietpijp. Een beurtzang, een kunstig lied van de Ezrachiet Heman. 2 HEER, God, mijn redder, overdag schreeuw ik het uit, ‘s nachts zit ik stil voor u neer. 3 Laat mijn gebed u bereiken, luister naar mijn klagen, 4 ik word door rampen bezocht, mijn leven nadert het dodenrijk. 5 Ik hoor bij wie afgedaald zijn in het graf, ik ben als een man aan het eind van zijn krachten, 6 een naamloze dode, ik ben als een gesneuvelde in een massagraf, aan wie u niet langer denkt, losgerukt uit uw hand. 7 U hebt mij onder in de kuil gelegd, in het duister van de diepte, 8 uw toorn drukt zwaar op mij, uw golven slaan over mij heen. sela 9 Bekenden hebt u van mij vervreemd, afgrijzen roep ik bij hen op, ik ben ingesloten en zie geen uitweg meer. 10 Mijn ogen zijn dof van ellende, ik roep u aan, HEER, elke dag, en strek mijn handen naar u uit. 11 Doet u aan doden wonderen, staan schimmen op om u te loven? sela 12 Komt uw liefde in het graf ter sprake of uw trouw in de afgrond? 13 Weet men in de duisternis van uw wonderen of van uw weldaden in het land der vergetelheid? 14 Daarom roep ik u om hulp, HEER, elke morgen nader ik u met mijn gebed. 15 Waarom, HEER, verstoot u mij en verbergt u voor mij uw gelaat? 16 Ik ben verzwakt, van jongs af in doodsgevaar, verbijsterd moet ik uw woede verduren. 17 De gloed van uw toorn overweldigt mij, uw verschrikkingen maken mij sprakeloos, 18 als water omringen ze mij, dag aan dag, van alle kanten sluiten ze mij in. 19 Mijn beste vrienden hebt u van mij vervreemd, mijn enige metgezel is de duisternis. (NBV)

Vandaag zingen we een wel heel droevige Psalm mee. Een klaagpsalm. Van Heman de Ezrachiet staat er. En de enige Heman die we uit de Bijbel kennen is de zoon van Zerach. Dat was één van de twee zonen uit het overspel van Juda met zijn schoondochter Tamar. Die kwam dus ook al uit zo'n droevige familie. Het lied stond oorspronkelijk in de bundel van de Korachieten, het koor dat de Tempelzang verzorgde en was op de wijze van het lied de Rietpijp zelfs een beurtzang. Zang en tegenzang. Nu staat er bij de klaagpsalmen altijd nog iets van een troost, een vers soms, maar altijd iets waaruit moet blijken dat de God van Israël een redder is, de klager te hulp komt, geneest, of verlost van zijn vijanden. Daar is in deze psalm niks van terug te vinden. Om er iets vrolijks van te maken moet je bijna een hele psalm verder lezen, pas halverwege psalm 89 kom je de zin tegen die gelukkig prijst het volk dat de jubel kent. Die Heman kent van jubel en vrolijkheid helemaal niks.

Misschien aan het begin. Want Heman spreekt de God van Israël aan als zijn redder. Zo ziet hij die God, al lijkt het er op dat die God hem niet ziet. Wie de rest van de psalm op zich in laat werken en verder niet doorleest in de Bijbel loopt kans op een ernstige depressie. Want de psalmist voelt zich van God en alle mensen verlaten. Totale doodsheid is zijn lot. En dat is tegelijk het belang van deze psalm. Want als de Bijbel spreekt over de dood dan is dat meestal helemaal niet de toestand die optreed na het sterven. In de Bijbel wordt vaker over de dood gesproken als een toestand voor het sterven, een situatie waarin iemand verkeerd en waar het sterven een onontkoombaar gevolg van zou kunnen zijn, maar waarin het sterven zelf nog niet aan de orde is. De totale afwezigheid van liefde, warmte en het vermogen om dat te voelen en te delen met wie dan ook, zelfs met God is een beschrijving van doodsheid. De dichter spreekt dan ook uit te horen bij wie in het graf liggen, als gestorven zijn dus.

De dichter wijst God er op dat doden niets zeggen, dat schimmen op de begraafplaats zwijgen en alleen afschrikken. Wie God loven moeten van God warmte en liefde hebben ervaren. Deze psalmdichter ervaart helemaal niets alleen de verschrikkingen van God die hem als water omringen. Water is in Israël zelf een symbool voor de dood. Wij houden niet van dit soort teksten. Zo erg kan het toch niet zijn? Wie ernstig depressief is herkent zich in deze psalm. Al die mensen die hem of haar omringen geven geen liefde, geven geen warmte, versterken eerder het gevoel van God en alle mensen verlaten te zijn, versterken het gevoel al dood te zijn en anderen slechts tot last. Juist omdat zogenaamd gezonde mensen, wij allemaal eigenlijk, zo'n verschrikkelijke hekel hebben aan teksten als deze weigeren we te luisteren naar mensen die ons zulke boodschappen over zichzelf willen brengen. Maar juist mensen die zich van God en alle mensen verlaten voelen hebben zulke teksten nodig, ergens is er begrip ook voor hen. En als zelfs de klassieke psalmberijming dit lied kan zingen, zie het liedboek, en de eenzaamheid kan laten staan moet het ons toch ook kunnen lukken.

Reacties

Jesaja 49:14-26

14  Sion zegt: ‘De HEER heeft mij verlaten, mijn Heer is mij vergeten.’ 15  Maar kan een vrouw haar zuigeling vergeten of harteloos zijn tegen het kind dat zij droeg? Zelfs al zou zij het vergeten, ik vergeet jou nooit. 16  Ik heb je in mijn handpalm gegrift, je muren staan mij steeds voor ogen. 17  Je kinderen haasten zich terug naar huis, de vijand die je verwoestte en vernielde, trekt weg. 18 ¶  Open je ogen, kijk om je heen: ze stromen in drommen naar je toe. Zo waar ik leef-spreekt de HEER -, je zult je met hen tooien, hen dragen zoals een bruid haar sieraden. 19  Je puinhopen, je verwoeste en vernielde land-weldra zal het te klein zijn voor al je bewoners, en je aartsvijand zal in de verte verdwijnen. 20  Je dacht dat je je kinderen verloren had, maar eens zul je hen horen zeggen: ‘Het is ons hier te benauwd. Geef ons meer ruimte om te wonen.’21  Je zegt bij jezelf: Wie zou mij die kinderen schenken? Ik heb toch geen kinderen? Ik ben onvruchtbaar, verbannen en verstoten. En wie zou hen grootbrengen? Ik ben alleen over-waar komen zij dan vandaan? 22  Maar dit zegt God, de HEER: Ik zal mijn hand opheffen naar vreemde volken, ik steek mijn vaandel voor hen op. Ze nemen je zonen op hun arm en dragen je dochters op hun schouders. 23  Koningen zullen je verzorgen, vorstinnen zullen je zogen. Ze zullen voor je knielen, zich diep vooroverbuigen, en het stof van je voeten likken. Dan zul je erkennen dat ik de HEER ben, die niet beschaamt wie op hem hopen. 24  ‘Alsof een strijder zich zijn buit laat afnemen! Kunnen gevangenen soms ontkomen aan een tiran?’ 25  Toch zegt de HEER: Gevangenen worden de strijder ontnomen, de tiran zal zijn buit verliezen. Wie een geding voert tegen jou zal ik in een geding bestrijden, en ikzelf zal je kinderen redden. 26  Ik laat je onderdrukkers hun eigen vlees eten, hun eigen bloed is de wijn die hen dronken maakt. Dan zal iedereen erkennen dat ik, de HEER, je redder ben, je beschermer, de Machtige van Jakob. (NBV)

Het is in het gedeelte dat we vandaag lezen of de profeet zich alvast naar Jeruzalem heeft begeven. Daar op de berg Sion zou de Tempel herbouwd moeten worden. Maar Jeruzalem is maar een armzalige puinhoop. De muren zijn verwoest, de Tempel is gesloopt en er woont nog maar een handjevol mensen die eigenlijk ook geen andere plaats hadden om heen te gaan. De eens zo trotse koningsstad stelt helemaal niks meer voor. Een vlek in de uithoek van het Perzische Rijk is het geworden. En vanuit de rijke hoofdstad Babel, met haar geweldige bouwwerken en haar prachtig versierde Tempels, moeten de ballingen naar dat armzalige hoopje puin dat eens Jeruzalem was. De profeet stelt hier God voor als een moeder die nooit haar kind zal vergeten. Hoe oud het kind ook wordt het blijft voor de moeder altijd het kind waarvoor gezorgd moet worden. Juist door de komst van de ballingen zal de stad weer gaan bloeien.

Mensen die weer leven brengen, die de muren kunnen herbouwen en kunnen zorgen voor een nieuwe Tempel waar de dienst aan de God van Israël weer kan worden uitgedragen. En als de ballingen eenmaal gekomen zijn, als de muren zijn hersteld, de Tempel weer functioneert, de huizen zijn herbouwd, dan is er weer de stralende stad die nieuwe mensen aan zal trekken, dan zal de stad te klein zijn om al die mensen die er op af komen te herbergen. En zou het volk van Israël te klein geworden zijn om dat waar te maken? Alle volken zullen zich ooit naar Jeruzalem keren om de God van Israël te eren, al die volken zullen voor die stad zorgen. In later dagen hebben Christenen zich deze woorden toegeëigend en gedaan of Jeruzalem aan hen was beloofd. Niets is minder waar. Jeruzalem is van Israël, het huidige Jeruzalem van Israël en de Palestijnen. Het is aan Christenen om te zorgen dat de volken waar ze toe behoren gaan leven volgens de Wet die in Jeruzalem werd bewaard en die vanuit Jeruzalem over de hele wereld is uitgeroepen.

De richtlijn die zegt dat je je naast lief moet hebben als jezelf. Pas als die richtlijn overal wordt gevolgd, als nergens op de wereld meer oorlog is of honger, onderdrukking en geweld. Pas als alle mensen recht gedaan wordt, dan zal dat Jeruzalem tot haar volle glorie komen. Iedereen zal immers weten dat Jeruzalem eens de stad was waar de droom van vrede en gerechtigheid voor de hele wereld levend werd gehouden en nieuw leven werd ingeblazen door de ballingen die terugkeerden uit Babel. Het is een visioen van de Profeet dat mensen in beweging heeft gezet om terug te keren en die opbouw ter hand te nemen. Aan ons om in beweging te komen en mensen in beweging te zetten om dat visioen van vrede en gerechtigheid voor de hele wereld waar te maken. Jezus gaf zijn leerlingen de opdracht iedereen tot aan de einden der aarde er bij te betrekken. Dat is nu onze opdracht. Ook vandaag, ook in ons land, in onze wereld.

Reacties

Jesaja 49:1-13

1 ¶  Eilanden, hoor mij aan, verre volken, luister aandachtig. Al in de schoot van mijn moeder heeft de HEER mij geroepen, nog voor ze mij baarde noemde hij mijn naam. 2  Mijn tong maakte hij scherp als een zwaard, hij hield me verborgen in de schaduw van zijn hand; hij maakte me tot een puntige pijl, hij stak me weg in zijn pijlkoker. 3  Hij heeft me gezegd: ‘Mijn dienaar ben jij. In jou, Israël, toon ik mijn luister.’ 4  Maar ik zei: ‘Tevergeefs heb ik me afgemat, ik heb al mijn krachten verbruikt, het was voor niets, het heeft geen zin gehad. Maar de HEER zal me recht doen, mijn God zal me belonen.’ 5  Toen sprak de HEER, die mij al in de moederschoot gevormd heeft tot zijn dienaar om Jakob naar hem terug te brengen, om Israël rond hem te verzamelen-dat ik aanzien zou genieten bij de HEER en dat mijn God mijn sterkte zou zijn. 6  Hij zei: ‘Dat je mijn dienaar bent om de stammen van Jakob op te richten en de overlevenden van Israël terug te brengen, dat is nog maar het begin. Ik zal je maken tot een licht voor alle volken, opdat de redding die ik brengen zal tot aan de einden der aarde reikt.’ 7 ¶  Dit zegt de HEER, de bevrijder, de Heilige van Israël, tegen hem die smadelijk veracht wordt, die door vreemde volken wordt verafschuwd, die dienaar is van vreemde heersers: Koningen zullen dit zien en opstaan, vorsten buigen diep voorover, omwille van de HEER, die betrouwbaar is, de Heilige van Israël, die jou heeft uitgekozen. 8  Dit zegt de HEER: In het uur van mijn genade geef ik je antwoord, op de dag van de redding zal ik je helpen. Ik zal je behoeden, ik neem je in dienst voor mijn verbond met de mensen, om het land weer op te richten, om het verlaten erfgoed in eigendom terug te geven, 9  om tegen gevangenen te zeggen: ‘Ga in vrijheid!’ en tegen wie in het duister verblijft: ‘Kom te voorschijn!’ Langs wegen zullen zij weiden, op iedere kale heuvel vinden ze weidegrond. 10  Ze zullen dorst noch honger lijden, de zinderende hitte zal hen niet kwellen en de zon zal hen niet steken, want hij die zich over hen ontfermt, zal hen leiden en hen naar waterbronnen voeren. 11  Ik effen al mijn bergen tot een weg, ik zal mijn paden plaveien. 12  Kijk! Zij daar komen van ver, en kijk, zij uit het noorden, en uit het westen, en zij uit het land van Syene. 13 ¶  Juich, hemel! Jubel, aarde! Bergen, breek uit in gejuich! De HEER heeft zijn volk getroost, hij heeft zich over de armen ontfermd. (NBV)

Hier beginnen we in het tweede deel van het boek van de Tweede Jesaja. Maar nu gaat het niet meer over het opheffen van de ballingschap en de rol van Cyrus en zo, maar over de terugkeer naar Jeruzalem en de hervestiging van de Tempel op de berg Sion. De Profeet begint zijn lied met het bezingen dat hij van zijn geboorte af aan een werktuig mocht zijn in de hand van God. Dat hij zijn taalvaardigheid heeft gekregen om dienaar van God te zijn. Dienaar mag hij zijn in het verzamelen van Israël en het terugbrengen van het volk naar het land Israël. Dat zal bewondering afdwingen en eerbied voor de God van Israël die dat allemaal mogelijk heeft gemaakt. Als God de profeet hier al vanaf zijn geboorte voor heeft bestemd en de profeet ook heeft uitgerust met de capaciteiten die daar voor nodig waren dan rijst de vraag of die profeet het ook gemakkelijk heeft gehad met die taak? Dat zou het voor ons immers ook eenvoudig maken om er achter te komen welke taak God voor ons heeft weggelegd. Maar nauwkeurige lezing van het gedeelte van vandaag leert ons dat de profeet het helemaal niet gemakkelijk heeft gehad. Tevergeefs heeft hij zich afgemat, al zijn krachten zijn verbruikt, het heeft allemaal geen zin gehad.

We moeten aannemen dat de profeet zich consequent heeft gehouden aan de Wet van God zoals die op Sion werd bewaard. Sommige geleerden menen dan ook dat met de ik die hier spreekt niet de profeet wordt bedoeld maar Jeruzalem sprekend wordt ingevoerd. Maar het is de profeet die als dienaar wordt geroepen en dienaren kunnen nog zo hard werken het lukt niet altijd, het lukt zeker niet op eigen kracht. Ook de ballingen zullen moeten kunnen volhouden als ze terugkeren. Elders in de Bijbel lezen we daar ook een verhaal over en dan blijkt dat ze de muren van Jeruzalem moesten opbouwen met in ene hand de stenen en het cement en in de andere hand het zwaard. En geef toe, wij kennen dat toch ook die vermoeidheid? Hoe vaak is er niet geroepen om vrede, is er geschreeuwd om gerechtigheid. Hoe veel acties zijn er al wel niet geweest om hongerige kindertjes te voeden, om weer nieuwe weeshuizen te bouwen, om medicijnen voor zieken te kunnen kopen. Het lijkt er niet altijd op dat het beter wordt op aarde. Maar de Apartheid in Zuid-Afrika is verdwenen en we kunnen de mensen daar nu helpen om een welvarende samenleving op te bouwen.

De armen worden nooit en nimmer vergeten zegt de Profeet in het gedeelte van vandaag. Sion klaagt wel dat zij is vergeten maar de plaats waar het Heb-Uw-Naaste-Lief-Als-Uzelf zou moeten worden bewaard zal worden herbouwd en daarmee zal ook die richtlijn weer onverkort tot leven komen. Het is bar wennen voor de ballingen in Babel. Die koning Cyrus had wel mooi praten met zijn bevel om terug te keren en de Tempel te herbouwen maar zo'n onderneming roept allereerst een hoop vragen op. Hoe zit het met de vreemde volken die handenwrijvend langs de weg stonden om de ballingen voorbij te zien komen op weg naar Babel? De Tempel in Jeruzalem is verwoest en de Ark met de stenen platen zijn verdwenen. Hoe moet dat met de Godsdienst? Maar niet alleen uit Babel zal het volk terugkeren. Er wordt ook gesproken over Syene, dat ligt in het zuiden van Egypte, waar nu Aswan is. Daar was vanouds een garnizoen van Joodse soldaten en ook die komen terug zegt de profeet. De successen van de armen moeten ook ons inspireren om ons dag in dag uit in te zetten voor die betere wereld, voor dat Koninkrijk van God. Dat koninkrijk is onafwendbaar, dat komt er echt, daar mogen we ook vandaag aan werken.

Reacties
Domeinregistratie en hosting via mijndomein.nl