basalk.punt.nl
Abonneren

Abonneer je nu voor nieuwe artikelen op deze website!

Laatste artikelen

Klaagliederen 2:13-22

13  Waarmee zal ik je vergelijken, Jeruzalem, welk voorbeeld kan ik je tonen? Waaraan zal ik je gelijkstellen, vrouwe Sion? Hoe kan ik je troosten? Wijd als de zee gapen je wonden-wie kan je genezen? 14  Je profeten hebben je bedrogen met valse visioenen- hadden ze maar je wandaden onthuld om je lot nog te keren! Ze hebben je valse orakels verkondigd om je te misleiden. 15  Allen die voorbijgaan wringen de handen als ze jou zien; ze sissen van afschuw, schudden meewarig het hoofd over Jeruzalem: ‘Is dit nu die stad, volmaakt van schoonheid, vreugde voor de wereld?’ 16  Al je vijanden sperren hun mond naar je open; ze fluiten, grijnzen en spotten: ‘We hebben haar verwoest! Ja, dit is de dag waarop we hoopten, hiernaar hebben wij uitgezien!’17  De HEER heeft gedaan wat hij bepaald had, hij bracht ten uitvoer wat hij lang geleden had besloten: vernietiging zonder mededogen. Hij liet je vijand triomferen, je tegenstanders gaf hij de macht. 18  Het hart van het volk schreeuwt tot de Heer. O, muur van Sion,  laat je tranen stromen als een rivier, dag en nacht, aan één stuk door; gun je ogen geen rust. 19  Weeklaag in de nacht, jammer tot aan de ochtend, stort je hart uit als water, ten overstaan van de Heer. Hef je handen naar hem op, voor het leven van je kinderen, die op elke straathoek van honger versmachten. 20  HEER, zie mij, merk toch op wie u dit aandoet. Moeten vrouwen de kinderen eten die ze zelf hebben gebaard? Moeten priester en profeet worden gedood in het heiligdom van de Heer? 21  Op straat liggen de lijken van mannen, jong en oud, mijn meisjes en mijn jongemannen zijn gevallen door het zwaard; u doodt hen op de dag van uw toorn, meedogenloos slacht u hen af. 22  U riep mijn ergste vijanden bijeen, als was het een feestdag. Op de dag van de toorn van de HEER kan niemand ontkomen, niemand overleeft; de kinderen die ik baarde en grootbracht, worden door mijn vijand gedood. (NBV)

Er is niets dat zich vergelijken laat met het lot, met de rampspoed, die Jeruzalem is overkomen. In de vertaling dreigt het poëtische karakter van deze klaagliederen te verdwijnen. Van A tot Z is er ellende, ook dit tweede hoofdstuk is opgebouwd uit verzen die beginnen met de letters van het Hebreeuwse Alfabet, 22 letters. De profeten van Juda hebben het volk bedrogen met valse visioenen. Niet meer de waarheid was leidend geweest, maar dat wat men graag wilde horen. Zoals bij ons niemand wilde luisteren naar de economen die waarschuwden tegen tophypotheken en hypotheken zonder aflossing en niemand wilde luisteren naar hulpverleners die waarschuwden tegen al die gemakkelijk verstrekte leningen voor consumptiegoederen zo wilde niemand iets horen van de foute godsdiensten die in Jeruzalem in de mode gekomen waren. De ellende toen en de crisis bij ons  is door onszelf over onszelf afgeroepen. En de financiële markten nu schudden meewarig het hoofd en hebben er geen vertrouwen in dat we ons gedrag echt weten te veranderen en hen die ons de verkeerde leningen en hypotheken aansmeren voorgoed tot zwijgen weten te brengen.

Net als in de samenleving die in dit Klaaglied bezongen wordt lijkt ook bij ons elk spoor van de barmhartigheid van de God van Israël verdwenen en hebben de hebberts en de graaiers het voor het zeggen. Bij ons zijn het de gepensioneerden die moeten inleveren, de werknemers die meer pensioenpremie moeten betalen, de mensen met ziekte en handicap die meer voor hun zorg moeten betalen. Bij ons zijn het de valse leugenprofeten die ons proberen wijs te maken dat het geld gaat naar de samenwerking in Europa, naar de banken in zuidelijke landen waar het spaargeld van de armen wordt bewaard en die ons een betaalbare vakantie in de zon mogelijk maken. Het geld gaat nog steeds naar de bestuurders van banken en grote bedrijven, naar de leiders van grote ziekenhuizen en medicijnfabrieken, naar de graaiers en hebberts die niet aangepakt zijn door hen die zich politici durven noemen, vertegenwoordigers van het volk.

In het gedeelte dat we vandaag lezen wordt opgeroepen om in de duisternis die ons treft te weeklagen ten overstaan van de Heer. Geen overbodige oproep. Nu niet denken dat we op onze knieën moeten vragen of de ellende over mag zijn, want dat helpt niet. Weeklagen ten overstaan van de Heer betekent dat je toegeeft waar de fouten hebben gezeten, dat je opnieuw begint maar er voor zorgt dat de fouten niet opnieuw gemaakt kunnen worden. Maar vooral betekent het dat de Weg van de God van Israël opnieuw gevolgd gaat worden. Niet meer de goden van winst en profijt volgen, van winst en profijt moeten we het niet meer hebben. Niet meer iedereen slaaf van de arbeid maken, een 24 uurs economie gedurende 7 dagen van de week maakt de wereld er niet gelukkiger op. Maar de minsten voorop zetten. Zorgen dat we vrijwilligerswerk kunnen doen, zorgen dat er gezorgd wordt voor zieken en gehandicapten. Iedereen daar weer voor laten betalen naar het inkomen dat men mag verdienen. Zorgen voor de armen, zorgen dat ze een nieuwe start kunnen maken en er voor zorgen dat banken, leningen en hypotheken niet tot nieuwe armen kunnen leiden. Terugdenken aan de dag van de toorn van de Heer, de dag dat we tot ontdekking kwamen helemaal op de verkeerde weg te zijn, moet ons voortaan behoeden opnieuw de verkeerde weg op te gaan. Gelukkig dat we elke dag opnieuw mogen beginnen met de Weg van de God van Israël, ook vandaag weer.

 

Reacties

Klaagliederen 2:1-12

1 Ach, hoe hult de Heer in zijn toorn Sion in donkere wolken. Hij heeft vanuit de hemel Israëls luister ter aarde geworpen, hij zag op de dag van zijn toorn niet naar zijn voetenbank om. 2  De Heer heeft Jakobs weidegrond meedogenloos verwoest, hij heeft in zijn woede de vestingen van Juda vernietigd, hij heeft het koninkrijk vernederd en zijn leiders onteerd. 3  Hij heeft in brandende toorn Israëls macht gebroken, hij trok zijn rechterhand terug, niet langer weerhield hij de vijand. Hij is tegen Jakob ontbrand als een laaiend, allesvernietigend vuur. 4  Hij spande als een vijand zijn boog, met vaste rechterhand, als een tegenstander doodde hij hun kostbaarste bezit. Als vuur goot hij zijn gramschap uit over de tent van Sion. 5  De Heer was een vijand voor hen: hij verwoestte Israël. Hij heeft de paleizen verwoest, de vestingen vernietigd. Hij heeft in heel Juda de jammerklachten vermeerderd. 6  De HEER heeft de omheining geslecht als bij een tuin, en de ontmoetingstent zelf heeft hij vernietigd; hij heeft in Sion sabbat en feestdag in onbruik doen raken, in zijn hevige toorn heeft hij koning en priester verstoten. 7  De Heer heeft zijn altaar versmaad, zijn heiligdom verworpen, de muren van Sions paleizen prijsgegeven aan haar vijanden; hun stemmen galmen door het huis van de HEER, als op een feestdag. 8  De HEER wilde de muur rondom Sion vernietigen: hij spande het meetlint, trok zijn verwoestende hand niet terug, hij bracht rouw over wallen en muren, die tezamen bezweken. 9  Haar poorten zijn ter aarde gezonken, de grendels stukgeslagen en vernield. Nu haar koning en leiders onder vreemde volken leven, is het onderricht van haar priesters verdwenen; haar profeten ontvangen niet langer visioenen van de HEER. 10  De oudsten van Sion zitten zwijgend op de grond, met stof op hun hoofd, gehuld in een rouwkleed. De meisjes van Jeruzalem buigen het hoofd ter aarde. 11  Mijn ogen zijn door tranen verteerd, mijn ingewanden staan in brand, mijn maag keert zich om-vanwege de wonden van mijn volk, omdat kind en zuigeling versmachten op de pleinen van de stad. 12  Ze blijven hun moeders vragen: ‘Is er geen brood en wijn?’, versmachtend op de pleinen van de stad, als gewonden op het slagveld; in de armen van hun moeders stroomt het leven uit hen weg. (NBV)

 Als de liefde je in de steek laat wordt het leven wel heel erg koud en leeg. Ieder mens heeft liefde nodig. Als je alleen maar omringt wordt door geweld en vernietiging wordt het leven ondraaglijk. Dan klinkt het geschrei op naar de hemel. De mensen in Syrië, in Mali en in andere delen van Afrika kunnen het tweede lied uit de Klaagliederen zonder stotteren meezingen. Het is hun situatie. De enkeling die die ellende weet te ontsnappen klopt op onze deur maar op Schiphol staan de soldaten klaar om ze op te sluiten en zitten de ambtenaren met papieren en stempels om hun smeken om hulp en onderdak af te wijzen en ze terug te sturen. We hebben wel verdragen om politieke vluchtelingen en vervolgden op te vangen maar slachtoffers van oorlog en anarchie zijn hier niet welkom, die hoeven niet opgevangen te worden.

Het Europese volkslied begint met de wens dat alle mensen broeders zullen worden. Afgezien van het feit dat er broeders en zusters bedoeld zullen zijn heeft onze regering en hebben de soldaten op Schiphol het volkslied nog niet echt leren zingen. Wie stuurt zijn broeders en zusters terug naar straten die bezaaid zijn met lijken, wie stelt de kinderen bloot aan marteling en verkrachting? Wie durft hier vluchtelingen die ons land hebben weten te bereiken jaren en jaren in angst en onzekerheid te houden? Wanneer geven onze diplomaten in de Verenigde Naties stem aan de tallozen die niet meer gehoord worden? Waarom verwijten wij God het lijden van de mensen en keren wij onszelf er vanaf, net zoals wij ons van God afkeren omdat aan het lijden geen eind lijkt te komen?

Dan zijn er mensen die denken dat we met vreemdelingen niet kunnen samenleven. Ze laten zich leiden door een neurotische angst, een angst die niet op eigen ervaringen is gestoeld. Ze zetten de tienduizenden weg die in hun buurt, dorp en stad op een nieuwe manier een samenleving weten op te bouwen. Een samenleving waar ook vreemdelingen tot het samen gaan behoren. Maar wie van de angsthazen opent het hart voor het verhaal van God?  Heel veel mensen die aan die opbouw doen, als vrijwilligers in asielzoekerscentra bijvoorbeeld komen uit kerken als de PKN. Daar verenigen mensen zich die de stem van de ontrechten gehoord hebben, die een wereld willen waar voor iedereen plaats is. Daar wordt nog geweten dat ieder van ons elke dag opnieuw kan beginnen aan de bouw van het Koninkrijk waar alle tranen gedroogd zullen zijn. Elke dag als we de stem horen van de kinderen die vragen naar brood en wijn mogen we er opnieuw aan beginnen, ook vandaag dus.

Reacties

Klaagliederen 1:12-22

12 Jullie die hier voorbijgaan, raakt het jullie niet? Merk toch op en zie: is er leed als het leed dat mij wordt aangedaan, dat de HEER op de dag van zijn toorn over mij heeft uitgestort? 13  Hij liet uit de hoogte vuur neerdalen, dat in mijn gebeente brandt.  Hij spande een valstrik voor mij, hij deed mij terugdeinzen.  Hij verwoestte mijn leven en maakte me ziek, dag na dag. 14  Hij heeft mijn overtredingen gebundeld en ze vastgemaakt als een juk; ze drukken zwaar op mijn nek, mijn kracht is gebroken. De Heer heeft mij uitgeleverd aan hen bij wie ik weerloos ben. 15  De Heer heeft de machthebbers in mijn midden verworpen, hij heeft het tijdstip bepaald om mijn jongemannen te breken. De Heer heeft vrouwe Juda in de wijnpers vertrapt. 16  Hierom ween ik, hierom baden mijn ogen in tranen. Oneindig ver weg is mijn trooster, die mij levenskracht geeft. Mijn kinderen zijn verbrijzeld, want groot was de overmacht van de vijand. 17  Sion strekt haar handen uit, maar er is niemand die haar troost. De HEER heeft de vijanden rondom tegen Jakob opgeroepen; zij bejegenen Jeruzalem alsof ze onrein is. 18  De HEER staat in zijn recht: ik trotseerde zijn bevel. Luister toch, volken, en zie hoe ik lijd: mijn meisjes en mijn jongemannen zijn gevangen weggevoerd. 19  Ik riep om mijn minnaars, maar zij lieten mij in de steek. Mijn priesters en oudsten zijn in de stad omgekomen, zoekend naar voedsel om in leven te blijven. 20  HEER, zie mijn ellende: mijn ingewanden staan in brand, mijn hart wordt verscheurd, omdat ik zo opstandig ben geweest. Buiten berooft het zwaard mij van mijn kinderen, binnen heerst de dood. 21  Hoor toch hoe ik zucht, er is niemand die mij troost. Al mijn vijanden hoorden van mijn rampspoed en juichten uw daden toe: de dag die u had bepaald, brak aan. Laat hen nu delen in mijn lot! 22  Neem hun verdorvenheid in ogenschouw, en doe met hen wat u met mij gedaan hebt vanwege al mijn overtredingen. Talrijk zijn mijn verzuchtingen, en mijn hart is ziek. (NBV)

Het is toch jammer dat de samenstellers van het leesrooster van het Nederlands Bijbelgenootschap het eerste klaaglied uit het boek Klaagliederen in twee delen hebben geknipt. Maar we volgen het leesrooster hier elke dag dus ook nu gaan we er geen veranderingen in brengen. Dit tweede gedeelte heeft volgens de geleerden ook een wat andere toon dan het eerste gedeelte. Was het eerste gedeelte van meer algemene aard, het gedeelte dat we vandaag lezen heeft schijnbaar een heel direct persoonlijke klank. Hier klinkt het "ik" die schuldig is aan de straf die de Heer heeft uitgedeeld, het zijn de zonen en dochters van die "ik" die zijn weggevoerd en het zijn de machthebbers van het volk van de "ik" die zijn verworpen. God heeft zelfs een valstrik voor hem gespannen zo lijkt het te klinken. Maar vergeet nooit als je de Bijbel leest dat je een vertaling leest van een verhaal in een oude taal geschreven in een totaal andere cultuur als de onze. Het "ik" is hier niet de schrijver van het lied maar het "ik" slaat op het volk dat het lied zingt, het volk Juda is de "ik".

Vrouwe Juda is vertrapt in de wijnpers staat er ook. Het volk moet boeten voor de ellende die het heeft veroorzaakt. Als je nauwkeurig leest die hoor je de bewustwording dat het volk de ellende over zichzelf heeft afgeroepen. Er was immers niets meer over van de dienst aan de God van Israël. Omdat we maar kleine stukjes tegelijk lezen uit de Bijbel, meer kan ook bijna niet en zeker niet elke dag, lezen we gemakkelijk over de oorzaken heen. Maar als we de tijd nemen om ook het eerste gedeelte van het boek van de profeet Jesaja te lezen en het boek van de profeet Jeremia en de hoofdstukken uit de boeken van de Koningen en de Kronieken die gaan over het eind van Juda en Israël en het begin van de ballingschap dan zouden we weten dat er afgodsbeelden in de Tempel in Jeruzalem waren geplaatst. Dat de akkerbouw werd omringt door palen die in moeder aarde waren geslagen om vruchtbaarheid te bewerken, dat in de stad een vuur brandde voor de god Moloch waarin kinderen werden geofferd. Dat de vrede moest worden gewaarborgd door een verdrag met Egypte, het slavenhuis van de dood.

Het gedeelte van het lied dat we vandaag lezen roept de God van Israël dan ook aan om toch maar te hulp te komen. Om te laten zien aan de volken dat het dienen van die God het beste is dat je kunt doen. Daarom moet het volgens de dichter die buurvolken, die nu staan te juichen over de ondergang van Juda, ook slecht vergaan, het vergaat de aanbidders van hun goden immers ook slecht. Wij hebben inmiddels geleerd onze vijanden zo niet te behandelen. Het dienen van de God van Israël doe je immers door je naaste lief te hebben als jezelf, door te zorgen voor de minsten, door mensen recht te doen die rechteloos zijn gemaakt. Jezus van Nazareth trok dit door toen hij opriep om zelfs je vijanden lief te hebben. Een klein beetje kun je ook hier daarvan al lezen. De God van Israël wordt opgeroepen zijn naam ook te vestigen bij die andere volken. En de naam van de God van Israël wordt gevestigd als hij met een volk meetrekt, een volk waar de weduwe en de wees worden beschermd, waar vreemdelingen worden opgenomen, waar recht wordt gedaan aan de armen en de slaven worden bevrijdt. Wij kunnen ook zo'n volk vormen, we kunnen er elke dag opnieuw mee beginnen, ook vandaag weer.

Reacties

Klaagliederen 1:1-11

1 Ach, hoe eenzaam zit zij neer, de eens zo levendige stad. Een weduwe is ze geworden, zij die groot was onder de volken, de vorstin van de gewesten is tot slavernij vervallen. 2  Heel de nacht weent zij, haar wangen zijn nat van tranen. Er is niemand die haar troost, niemand van haar vele minnaars; geen vriend bleef haar trouw, allen zijn haar vijandig gezind. 3  Juda is verbannen na een tijd van nood en zware onderdrukking; zij zit neer te midden van de volken, maar vindt geen rust: haar vervolgers belagen haar, drijven haar in het nauw. 4  De wegen naar Sion treuren, er zijn geen feestgangers meer. Haar poorten liggen verlaten, haar priesters zuchten, haar meisjes zijn bedroefd. En zijzelf: bitter is haar lot. 5  Haar vijanden zijn heer en meester, zo zeker van zichzelf. De HEER heeft haar dit aangedaan om haar vele overtredingen. Haar kinderen zijn gevangen weggevoerd, voor de vijand uit. 6  Sion heeft al haar glans verloren. Haar leiders zijn als herten die geen weidegrond meer vinden. Ze zijn gevlucht, van al hun kracht beroofd, voor hun vervolgers uit. 7  Jeruzalem denkt ten tijde van haar nood en haar zwervend bestaan aan alle kostbaarheden die zij vanouds bezat. Toen haar volk in handen van de vijand viel, schoot niemand haar te hulp; de vijanden die haar zagen, lachten om haar ondergang. 8  Haar zware zonden maakten Jeruzalem tot een voorwerp van spot; wie haar eerden, verachten haar, nu ze haar naaktheid zien. En zij, zij kreunt en zucht en wendt zich af. 9  Haar onreinheid kleeft aan de zoom van haar kleed. Dit einde had ze niet voorzien. Ontstellend diep is zij gezonken, er is niemand die haar troost. - HEER, zie toch mijn nood, zie hoe de vijand zich verheft. 10  De vijand heeft zijn hand naar haar kostbaarheden uitgestrekt. Zij moet aanzien hoe het heiligdom betreden wordt door vreemde volken, aan wie u de toegang tot de gemeenschap had ontzegd. 11  Alle inwoners zuchten en steunen, op zoek naar wat brood, ze ruilen hun kostbaarheden voor voedsel, om weer levenskracht te krijgen. -HEER, zie mij, merk toch op hoezeer ik word veracht. (NBV)

Vandaag beginnen we te lezen in het boek de Klaagliederen, één van de vijf feestrollen uit de Joodse traditie. Feesten zijn bij het Joodse volk en in de Christelijke kerk iets anders dan in de wereld. Natuurlijk zijn er feesten met vreugde maar er zijn ook feesten met rouw. De Christelijke kerk kent haar Goede Vrijdag, als de kruisdood van Jezus van Nazareth wordt herdacht en het boek Klaagliederen wordt in de Joodse godsdienst gelezen op de negende dag van de maand av, de jaarlijkse rouw en vastendag waarop de verwoesting van de Tempel wordt herdacht. Het boek is geschreven tegen de achtergrond van de verwoesting van Jeruzalem in 586. Het bestaat uit 5 liederen van elk 22 strofen, voor elk van de letters van het Hebreeuwse alfabet één strofe. De oude Statenvertaling gaf die letters bij elke strofe ook keurig aan, in latere vertalingen is dat weggevallen. Het boek begint dus met de letter a en met het woord dat in onze vertaling Ach heet. Het oorspronkelijke Hebreeuwse boek heet dan ook Ach.

Vroeger dacht men dat de Klaagliederen van Jeremia waren maar moderne geleerden schrijven ze eerder toe aan tempelzangers die niet uit Jeruzalem verbannen waren. Die verbondenheid met Jeremia is zo vreemd nog niet. Die profeet beschreef de zware zonden die volgens het gedeelte van vandaag Jeruzalem tot een voorwerp van spot gemaakt hadden. Volgens Jeremia had men afgodsbeelden in de Tempel geplaatst, stond op elke hoek van de straat een beeld van Baäl en had men in de velden palen geslagen voor Asjera de vrouw van Baäl, moeder aarde, zodat de aarde vruchten zou geven. Als toppunt van schande stookte men een vuur waarin men kinderen offerde aan de god Moloch. Israël had helemaal de godsdienst van de omringende volken overgenomen. Want ja, die godsdienst van Israël was oud en het werd tijd voor iets nieuws. Bovendien was aan die godsdienst zo weinig te beleven. Nergens waren beelden en het belangrijkste was het delen met de armen en het zorgen voor de zwakken. Een beetje versiering in het leven mag dan toch wel en je kunt ook godsdienstig zijn als je een mooi beeld in het centrum van je godsdienst zet.

Een einde als dit, de verwoesting van Jeruzalem en de ballingschap had men niet verwacht. Vreemde soldaten die zo maar de Heilige vertrekken van de Tempel binnenliepen. De bevolking van Jeruzalem die haar kostbaarheden moest ruilen voor voedsel. Daar mogen wij dus ook wel voor oppassen nu we de Ontwikkelingssamenwerking ter discussie stellen en miljarden willen bezuinigen. De armsten in de wereld, de hongerigen, de naakten, de ontrechten, staan niet meer in het centrum van onze regeringsbeleid. Wij moeten het doen met stoken tussen bevolkingsgroepen en met het ontzeggen van het recht aan mensen een gezin te vormen zoals Izaäk en Jakob eens deden, die haalden hun bruiden uit een ver land waar hun voorvaderen hadden gewoond. Of het ook met ons zo slecht zal aflopen is natuurlijk maar de vraag, maar dat we ons mogen schamen voor de hongerdoden die dankzij ons beleid vallen in de wereld is duidelijk. Dat de armen, de vervolgden de slachtoffers van oorlog en geweld bij ons aan de deur kloppen is ook niet meer te ontkennen. Dat we er wat aan kunnen doen door ons extra in te zetten voor de armen in de wereld is ook duidelijk en dat kunnen we elke dag opnieuw doen, ook vandaag weer.

 

Reacties

Psalm 14

1 Voor de koorleider. Van David. Dwazen denken: Er is geen God. Verdorven zijn ze, en gruwelijk hun daden, geen van hen deugt. 2  De HEER kijkt vanuit de hemel naar de mensen om te zien of er één verstandig is, één die God zoekt. 3  Allen zijn afgedwaald, allen ontaard, geen van hen deugt, niet één. 4 Hebben ze dan geen inzicht, die kwaadstichters? Ze verslinden mijn volk of het brood is en roepen de HEER niet aan. 5  Nog even, en hen overvalt een hevige angst, want God is met de rechtvaardigen. 6  Lach maar om het vertrouwen van de zwakke-hij vindt zijn toevlucht bij de HEER. 7  Ach, laat uit Sion redding komen voor Israël. Als de HEER het lot van zijn volk ten goede keert, zal Jakob juichen, Israël zich verheugen. (NBV)

Dwazen denken het dus. Het zijn toch tegenwoordig verstandige mensen die van de daken schreeuwen dat er geen God is. Professoren, opinieleiders van de TV, columnisten in kranten, politici, het zijn niet de minsten onder ons die roepen dat er geen God is en dwaas zullen ze toch maar zelden genoemd worden. Dwaas is eerder een premier Balkenende die op de EO jongerendag de Nieuwe Bijbelvertaling in een jeugduitgave staat aan te prijzen. Dan kunnen ook jongeren kennis maken met de Bijbel riep hij nog lachend uit. Wie heeft er nu gelijk. Volgens de dichter van Psalm 14 is God met de rechtvaardigen, en aangezien de premier een beleid verdedigde dat uiterst onrechtvaardig was, dat werknemers op de nullijn houdt en de top van het bedrijfsleven een loonsverhoging van 10 procent toestaat zal het waar zijn dat de God van die premier niet bestaat. En dat beleid is sinds die tijd niet echt veranderd.

 Toch zoekt de zwakke bescherming bij God, hoe zit dat dan? De Bijbel maakt duidelijk dat God niet in de Bijbel te vinden is. Voor mensen die niet bekend zijn met het Christendom, en laten we het daar maar even bij laten, klinkt dit toch vreemd. Zo'n Balkenende stond die jongeren toch te suggereren dat ze in de Bijbel God zouden ontmoeten. Maar Balkenende heeft de Bijbel wel in zijn hand en hij heeft er ongetwijfeld heel vaak op vrome toon uit horen voorlezen maar hij heeft nooit geluisterd naar wat de Bijbel over een mogelijke ontmoeting met God te vertellen heeft. In een van de laatste regels van de psalm van vandaag wordt gevraagd de redding te laten komen uit Sion. Sion is de plek waar de richtlijnen voor de menselijke samenleving gestalte kregen. Het gaat dus om die richtlijn van recht en rechtvaardigheid, van onbaatzuchtige liefde, van heb je naaste lief als je zelf, van eerlijk delen.

Als die richtlijn weer de  regel wordt waarop de samenleving zich baseert, dan wordt het volk bevrijdt. Dan komen de armen weer tot hun recht. En de geschiedenis leert dat er altijd een moment komt waarop de armen opstaan en het recht op eerlijk delen opeisen. Tegenwoordig hebben Rutte, die is daar niet bang voor, hij gelooft niet in de macht van de zwakken. Hij geeft ons geld liever  aan aandeelhouders in het buitenland dan aan onze leraren, agenten en buschauffeurs. Maar de professoren, opinieleiders van de TV, de columnisten in de kranten en de politici die het opnemen voor de verdrukten hebben gelijk, die God van Balkenende bestaat niet. Maar de God van de armen bestaat wel. Zijn kinderen kunnen vandaag nog beginnen met de bevrijding door hun naaste lief te hebben als zichzelf. Ook Rutte zal er dan op den duur wel achter komen.

 

Reacties

Efeziërs 1:15-23

15 Daarom, en ook omdat ik gehoord heb over uw geloof in Jezus, de Heer, en over uw liefde voor alle heiligen, 16  dank ik God onophoudelijk voor u en noem ik u in mijn gebeden. 17  Moge de God van onze Heer Jezus Christus, de vader van alle luister, u een geest van inzicht schenken in wat geopenbaard is, opdat u hem zult kennen. 18  Moge uw hart verlicht worden, zodat u zult zien waarop u hopen mag nu hij u geroepen heeft, hoe rijk de luister is die de heiligen zullen ontvangen, 19  en hoe overweldigend groot de krachtige werking van Gods macht is voor ons die geloven. 20  Die macht was ook werkzaam in Christus toen God hem opwekte uit de dood en hem in de hemelsferen een plaats gaf aan zijn rechterhand, 21  hoog boven alle hemelse vorsten en heersers, alle machten en krachten en elke naam die genoemd wordt, niet alleen in deze wereld maar ook in de toekomstige. 22  Hij heeft alles aan zijn voeten gelegd en hem als hoofd over alles aangesteld, voor de kerk, 23  die zijn lichaam is, de volheid van hem die alles in allen vervult. (NBV)

Paulus geeft hier wat weer waar hij in zijn binnenste binnenkamer voor bidt als hij denkt aan de mensen in Efeze die geloven, nou ja, als hij denkt aan alle mensen die geloven. Want het is in de waan van alle dag niet gemakkelijk om vol te blijven houden dat onophoudelijke en onvoorwaardelijke liefde eigenlijk het antwoord is op alle problemen waar we mee worstelen. De problemen zelf kunnen we meestal niet oplossen. Het lukt ons nog steeds niet om alle mensen op aarde voldoende te eten te geven, hoewel er eten genoeg is voor iedereen op aarde, bijvoorbeeld. Maar er voortdurend op hameren, niet ophouden met te ijveren voor rechtvaardigheid zal op een goede dag gaan helpen. Hulp aan de voedselbanken, de Fair Trade winkels en verzet tegen onrechtvaardige handelsstructuren om maar eens wat te noemen. Dat zien is wat Paulus voor ons wenst, en daarmee wordt zijn gebed voor de gelovigen een soort algemeen wensenlijstje waar hijzelf niet buiten staat.

Hij benadrukt overigens dat dat hoort tot het terrein van zijn persoonlijke gebeden. Paulus was niet zo'n prediker van tegenwoordig, je vindt ze in elke kerk en stroming, die een viering beginnen met een gebed dat lijkt op hun preek, dat rond de lezingen uit de Bijbel nog even als gebed voortzetten om dan na de preek die preek nog eens uitgebreid te herhalen in de voorbeden en de dankzegging. Zo moet het dus niet en zo is het dus niet bedoeld in de Bijbel. Als we God wat willen voorleggen dan meten we onze wensenlijstjes eigenlijk af aan wat we kunnen en waarmee we andere mensen lief kunnen hebben. Inzicht verschaffen, mensen iets laten zien, dat is wat Paulus kan en waar hij om vraagt. Daar is immers zijn brief aan de mensen in Efeze voor bedoeld. Dat is dus ook waar wij om kunnen vragen, eten voor iedereen.

Wij kunnen direct naar de Fair Trade winkel, om te helpen bij de acties voor een eerlijker betaling van goederen uit de arme landen, we kunnen onze politieke partijen in de gaten houden en aanspreken als het gaat om een eerlijker verdeling van rijkdom over de wereld. In de Protestantse Kerk Nederland is daarvoor ook de beweging Kerk-in-actie waar iedereen van binnen en buiten de kerk mee kan doen om handen en voeten te geven aan het Koninkrijk waar Jezus van Nazareth mee begon en Paulus de hele wereld, zoals hij die kende, voor rondreisde. We kunnen de acties van Amnesty International steunen, elke dag een brief schrijven voor een gevangene als je even tijd hebt. Dat is bidden met handen en voeten, handen om te geven en voeten om te brengen, elke dag opnieuw. En elke dag beginnen met het maken van een wensenlijstje in de stilte van je eigen binnenkamer is dan een goed begin.

Reacties

Efeziërs 1:7-14

7  In hem zijn wij door zijn bloed verlost en zijn onze zonden vergeven, dankzij de rijke genade 8  die God ons in overvloed heeft geschonken. Hij heeft ons in al zijn wijsheid en inzicht 9-10 dit mysterie onthuld: zijn voornemen om met Christus de voltooiing van de tijd te verwezenlijken en zijn besluit om alles in de hemel en op aarde onder één hoofd bijeen te brengen, onder Christus. 11  In hem heeft God, die alles naar zijn wil en besluit tot stand brengt, ons de bestemming toebedeeld 12  om vanaf het begin onze hoop te vestigen op Christus, tot eer van Gods grootheid. 13  In hem hebt ook u de boodschap van de waarheid gehoord, het evangelie van uw redding, in hem bent u, door uw geloof, gemerkt met het stempel van de heilige Geest die ons beloofd is 14  als voorschot op onze erfenis, opdat allen die hij zich heeft verworven verlost zullen worden, tot eer van Gods grootheid. (NBV)

We zingen nog maar even met Paulus mee over de zegeningen die we door God en van God hebben gekregen. Al is er zoveel met dit lied gebeurt dat wij het niet meer als lied herkennen en waarschijnlijk ook de grootste moeite hebben dit nog als belangrijk voor ons dagelijks leven te herkennen. Maar ja, als het over de eindtijd gaat dan storten de geleerden zich over de tekst heen en beginnen te puzzelen tot gewone mensen er niks meer van begrijpen. Terwijl de boodschap zo eenvoudig is. De liefde maakt alles goed, God is liefde en dus ook van God is alles goed. Als alle volken zich richten naar de Liefde voor alle mensen dan is de aarde vervuld van God en is het einde van de tijden aangebroken. Nou dat kan dus nog wel even duren. Daar hoef je dus niet voor te puzzelen. Dan staat er ook nog het een en ander dat de indruk kan geven dat Paulus het heeft over de verhouding tussen God en Jezus van Nazareth. De Christus, of gezalfde, in dit verhaal.

Gezalfd als een koning werd hij, door een huilende prostituee namelijk een die bang was dat ze hem zouden doden. Die zalving, die daad van respect en liefde liet Jezus zich ooit welgevallen. Die daad gaf op dat moment die vrouw zoveel zelfrespect terug dat dat onbetaalbaar werd. In die liefde werd Jezus de Gezalfde, de koning van de mensen, daar kan namelijk geen machthebber meer tegenop. Maar de verheven taal van Paulus waarin hij herinnert aan dit verhaal is ingepikt door geleerden die er de kerkelijke dogma's van hebben gemaakt. Over die dogma's is vervolgens eeuwenlang gediscussieerd en oorlog gevoerd en als gevolg zijn er nu honderden kerken en kerkgenootschappen over de wereld verspreid die soms op zoek zijn naar samenwerking en eenheid en soms elkaar nog net zo hard verketteren als in de middeleeuwen.

Het is dan ook zelfs voor kerkelijke machthebbers gevaarlijk te geloven dat de Liefde van de mensen voor de mensen en het geloof dat echt iedereen daarin mee mag doen voldoende is om een wereldwijde gemeenschap in stand te houden. Zelfs nu in ons land drie kerkgenootschappen aarzelend samen zijn gegaan dan nog leggen sommigen meer nadruk op de onderlinge verschillen dan op de vreugde die het geeft met heel verschillende mensen en op heel verschillende manieren samen God te mogen eren en danken. Machthebbers zijn daarbij zelfs ongewenst. Toch zien we dat elke dag. Elke dag staat er weer iemand op die aandacht vraagt voor mensen in nood. Iemand die op vakantie was op de Balkan zag ineens tal van weduwen die in grote problemen ware gekomen. Door zijn liefde voor mensen is er buiten alles en iedereen om geluk gekomen voor een heleboel vrouwen op de Balkan, alleen in de kerken in Nederland werd dat herkend en ICCO en Kerk-in-actie sprongen bij. Nu maakt het deel uit van de beweging die door Jezus van Nazareth is gestart en onuitroeibaar is geworden

 

Reacties

Efeziërs 1:1-6

1 Van Paulus, door Gods wil apostel van Christus Jezus. Aan de heiligen in Efeze, aan de gelovigen die één zijn in Christus Jezus. 2  Genade zij u en vrede van God, onze Vader, en van Jezus Christus, de Heer. 3 Gezegend zij de God en Vader van onze Heer Jezus Christus, die ons in de hemelsferen, in Christus, met talrijke geestelijke zegeningen heeft gezegend. 4  In Christus immers heeft God, voordat de wereld gegrondvest werd, ons vol liefde uitgekozen om voor hem heilig en zuiver te zijn, 5  en hij heeft ons naar zijn wil en verlangen voorbestemd om in Jezus Christus zijn kinderen te worden, 6  tot eer van de grootheid van Gods genade, ons geschonken in zijn geliefde Zoon. (NBV)

Het lijken wel nieuwjaarswensen van het begin van een nieuw jaar. Veel heil en zegen wordt er dan in menig christelijk gezin aan elkaar gewenst en Paulus wenst alle mensen in Efeze genade en vrede. Nou snappen we dat vrede nog wel maar heil en zegen en genade zijn begrippen die uit ons taalgebruik zijn verdwenen. De verheven taal van Paulus brengt ons ook al niet veel verder moet worden gevreesd. De brief zoals wij die kennen heet gericht aan de mensen in Efeze maar is een rondzendbrief aan alle christelijke gemeenten die hij kende op dat moment.  Als we de eerste zes verzen van deze brief echt willen begrijpen dan moeten we even terug naar wat we tot nu toe in de Bijbel hebben gelezen.

Dat is in de eerste plaats dat God Liefde is. Dat Jezus van Nazareth een beweging is gestart van onvoorwaardelijke liefde en dat we elke dag, ja elk moment daar opnieuw mee kunnen beginnen en ons aan kunnen sluiten bij die beweging. Bang voor de machten en krachten van de wereld, die de rijken beschermen en de armen arm willen houden, hoeven we niet meer te zijn, zeker niet nadat Jezus heeft laten zien dat zijn verhaal dwars door de dood heengaat. Een nieuw jaar, of een nieuwe dag is dus bij uitstek het moment om opnieuw aan te sluiten bij dat verhaal. En dan komt de zegen, dat betekent dat alles als goed kan worden gebruikt, dan komt het heil, dat betekent dat alles heel en zonder gebreken is, dan komt de genade, dat betekent dat altijd opnieuw kan worden begonnen en altijd alles weer nieuw gemaakt wordt, dan is het dus echt vrede.

We weten dan echt bij wie we horen zegt Paulus, die al die gelovigen, al die mensen die meedoen in die beweging als familie beschouwt, allemaal kinderen van God, allemaal broers en zusters. Het mooie is dat je dus geen onderscheid meer hoeft te maken tussen arm en rijk, blank en bruin of zwart, man of vrouw, homo of hetero, jong of oud, iedereen wordt gelijk aangesproken en iedereen mag meedoen in het voor de ander zorgen. En niet alleen één op één maar  zo zou de samenleving moeten worden ingericht. Bang voor mensen die iets anders geloven hoef je in dit verhaal ook niet te zijn. De Liefde houdt immers desnoods door de dood heen stand. Mooier kan een nieuw jaar, of mooier kan een nieuwe dag, toch niet beginnen. Daarom veel heil en zegen toegewenst, vol van genade en vrede.  

Reacties

Romeinen 15:1-13

1 Wij, de sterken, moeten de zwakken in hun kwetsbaarheid helpen en niet ons eigen belang dienen. 2  Laat ieder van ons zich richten op het belang van de ander, op wat goed en opbouwend voor hem is. 3  Ook Christus zocht niet zijn eigen belang; integendeel, er staat geschreven: ‘De smaad van wie u smaadt, is op mij neergekomen.’ 4  Alles wat vroeger is geschreven, is geschreven om ons te onderwijzen, opdat wij door te volharden en door troost te putten uit de Schriften zouden blijven hopen. 5  Moge God, die ons doet volharden en ons troost geeft, u de eensgezindheid geven die Christus Jezus van ons vraagt. 6  Dan zult u eendrachtig en eenstemmig lof brengen aan de God en Vader van onze Heer Jezus Christus. 7  Aanvaard elkaar daarom ter ere van God, zoals Christus u heeft aanvaard. 8  Ik bedoel dit: Christus is een dienaar van de Joden geworden om hun te tonen dat God trouw is en om de beloften aan de aartsvaders te vervullen, 9  maar hij is ook gekomen om de heidenen in staat te stellen God te loven om zijn barmhartigheid, zoals geschreven staat: ‘Daarom zal ik u prijzen onder de heidenen, psalmzingen ter ere van uw naam.’ 10  En verder staat er: ‘Verheug u, heidenen, samen met zijn volk.’ 11  En er staat ook: ‘Loof de Heer, alle heidenen; prijs hem, alle volken.’ 12  En verder zegt Jesaja: ‘Isaï zal een telg voortbrengen: hij die komt om over de heidenen te heersen; op hem zullen zij hun hoop vestigen.’13 Moge God, die ons hoop geeft, u in het geloof geheel en al vervullen met vreugde en vrede, zodat uw hoop overvloedig zal zijn door de kracht van de heilige Geest. (NBV)

Vandaag een Bijbelgedeelte in ingewikkelde zinnen vervat en uitlopend op een aantal citaten uit de Hebreeuwse Bijbel. Maar een Bijbelgedeelte niet zonder betekenis en daarom de moeite waard om door de woordenbrij heen te bijten om je eigen te maken wat er eigenlijk staat. We moeten dan toch even terug in de tekst en de geschiedenis. Herinner je het verhaal over de Joden en Joodse Christenen die door de Keizer uit Rome waren verdreven. Paulus schreef aan de gemeente in Rome toen ze net weer terug mochten keren. De bevolking keek ze met de nek aan en in de Christelijke gemeenten waren ze niet meer de eersten maar een minderheid die nieuw kwam kijken. Die Joodse Christenen zijn dus de zwakken en de Heidenen met hun sterke positie worden opgeroepen hen te helpen. En dan gebruikt Paulus een argument dat toch wel slim gevonden is.

Al die Heidense Christenen, niet Joods dus, worden opgeroepen te doen als Jezus van Nazareth, de Messias, Christus in het Grieks. Die was immers gekomen als Jood en had zijn boodschap gebracht aan het Joodse volk. Nu, samen met de Joodse Christenen kun je op zoek gaan naar wat er in de Joodse Bijbel staat en wat je daar nodig hebt zegt Paulus. Dat geldt ook voor ons. Ook wij hebben het Oude Testament, de Hebreeuwse Bijbel nodig om te snappen wat eigenlijk de boodschap van Jezus van Nazareth voor ons geweest is. En in dat samen zoeken naar antwoorden kan ook de bron van eenheid tussen Christenen gevonden worden. Een eenheid die we nog steeds missen. Al zijn hervormden, gereformeerden en lutheranen samen in één kerk verenigd, er zijn er in de Raad van Kerken in Nederland nog een aantal die niet meegegaan zijn en buiten de Raad van Kerken zijn er nog tal van sekten en groepen die zich ook kerk noemen maar met de Kerken in Nederland nauwelijks of geen contact hebben, zij streven de eenheid waar Paulus het over heeft in elk geval niet na.

Paulus citeert een hele rij van teksten uit het Oude Testament waar de gemeente in Rome wat aan zou kunnen hebben. Hij begint met een citaat uit Psalm 18 waarin staat dat juist de Joden onder de Heidenen God moeten belijden zodat ook de Heidenen mee gaan doen. Dat stond ook al in de leer van Mozes, Paulus haalt hier een vers aan uit Deuteronomium 32. Dat de Heidenen de God van Israël moeten prijzen haalt hij uit Psalm 117. En de wortel van Jesse waarover Jesaja sprak, Jesse is Isaï de vader van David, was in de vroege Christelijke gemeente Jezus van Nazareth zelf, geboren uit de familie van David. Dat prijzen van God is in het Oude Testament opkomen voor de armen en zwakken, recht verschaffen aan de rechtelozen en dat stond eigenlijk ook al aan het begin van het gedeelte van vandaag. Dat is iets waarin wij de God van Israël ook vandaag kunnen prijzen, hongerigen te eten geven, gevangenen bezoeken, naakten kleden, de armen recht doen. Elke dag opnieuw.

Reacties

Romeinen 14:13-23

13  Laten we elkaar daarom niet langer veroordelen, maar neem u voor, uw broeder en zuster geen aanstoot te geven en hun niet te ergeren. 14  Omdat ik één ben met de Heer Jezus weet ik, en ben ik ervan overtuigd, dat niets op zichzelf onrein is, maar dat iets onrein is voor wie het als onrein beschouwt. 15  Als u dus uw broeder of zuster kwetst door wat u eet, handelt u niet langer overeenkomstig de liefde. Laat hen voor wie Christus gestorven is niet verloren gaan door het voedsel dat u eet. 16  Breng het goede dat God u schenkt geen schade toe, 17  want het koninkrijk van God is geen zaak van eten en drinken, maar van gerechtigheid, vrede en vreugde door de heilige Geest. 18  Wie Christus zo dient, doet wat God wil en wordt door de mensen gerespecteerd. 19  Laten we daarom streven naar wat de vrede bevordert en naar wat opbouwend is voor elkaar. 20  Breek het werk van God niet af omwille van wat u eet. Weliswaar is alle voedsel rein, maar het is verkeerd om iets te eten dat iemand aanstoot geeft. 21  Vlees, wijn of iets anders waaraan uw broeder of zuster aanstoot neemt, kunt u beter laten staan. 22  Uw overtuiging is een aangelegenheid tussen u en God. Gelukkig is wie zich niet schuldig voelt over zijn overtuiging, 23  maar wie twijfelt of hij alles mag eten, is op het moment dat hij alles eet al veroordeeld. Want het komt niet voort uit geloof, en alles wat niet uit geloof voortkomt is zondig. (NBV)

Paulus had in zijn dagen te maken met conflicten waar wij geen weet meer van hebben. Wij kennen in onze Christelijke westerse cultuur geen spijswetten. Natuurlijk hebben we weet van de Joodse spijswetten en het kosjer eten en natuurlijk kennen we ook het Islamitische Hallal, maar zelf hebben we zoiets over het algemeen niet. De Heidenen die zich tot het Christendom hadden bekeerd in de dagen van Paulus kenden dat wel. Zij kenden het vlees dat gegeten werd als offer aan bepaalde Heidense goden, met dat eten bracht je een offer. De boodschap van Paulus was: "hou daar nou eens mee op". Die spijswetten van Israël maakten je ooit bewust van het voedsel dat je at en zorgden er voor dat je zorgvuldig met het voedsel omging, maar die tijd is geweest. Dat offervlees was in Heidense riten van betekenis maar nu je die riten achter je hebt gelaten is dat offervlees ook geen offervlees meer. Maar voor veel mensen uit de dagen van Paulus was die boodschap toch wat kort door de bocht.

Joden die Christenen waren geworden wilden toch aan hun kosjere eten vasthouden. Heidenen die Christen waren geworden wilden dat Heidense offervlees niet meer eten. En als ze dan voedsel zagen dat niet kosjer was of dat traditioneel offervlees was dan ergerden ze zich. Dat eten getuigde niet van respect voor de God van Israël, dat eten bleef je vasthouden in de wereld van afgoderij waar je van was bevrijdt. In het gedeelte dat we vandaag lezen zegt Paulus dat we met elkaar best rekening mogen houden met dergelijke gevoeligheden. Het gaat er immers niet om wat je aan regels aan een ander oplegt, of dat je jouw regels beter vindt dan de regels van een ander, jij bent toch ook niet beter of slechter dan die die ander, maar het gaat er om dat je samen een nieuwe samenleving opbouwt. In onze dagen wordt er nog wel eens een discussie gevoerd over Hallal, volgens de Islamitische regels bereid voedsel. Daar zouden Christenen dus niet van mee moeten hoeven eten.

Paulus vindt dat onzin. Voor Christenen zoals Paulus bestaat er geen Hallal of niet Hallal voedsel. Alles wat eetbaar is is geoorloofd. En dus als er mensen zijn die waarde hechten aan Hallal dan eten we daar en met hen Hallal, of Kosjer, of Surinaams, of Indonesisch. Of het nu religieus bepaald of cultureel bepaald is, het gaat er om mensen tot hun recht te laten komen. Daar werken we aan mee. En de drank? De wijn? Er zijn mensen die verslaafd waren en absoluut geen alcohol mogen drinken. Ook daar mogen we rekening mee houden. Zijn die in ons gezelschap, dan drinken ook wij geen alcohol, dan organiseren we ons eigen feest ook zonder alcohol zodat ook zij met ons feest kunnen vieren. Ook de overheid mag daar wel wat meer rekening mee houden. Mensen bestraffen omdat ze alcohol op hebben terwijl ze rijden en zelf aan het eind van de dag recepties organiseren met alcohol gaat niet altijd samen. Dat is wat Paulus bedoeld hier, denk eerst om de ander, dan pas om jezelf. Dat mogen we gelukkig elke dag opnieuw doen, ook vandaag weer.

Reacties
Domeinregistratie en hosting via mijndomein.nl