basalk.punt.nl
Abonneren

Abonneer je nu voor nieuwe artikelen op deze website!

Laatste artikelen

Jesaja 5:25-30

25  Daarom ontsteekt de HEER in woede tegen zijn volk, hij heft zijn hand tegen hen op en slaat hen. De bergen beginnen te beven, de lijken liggen als vuil op straat. Maar nog is zijn woede niet bekoeld, nog is zijn hand tegen hen opgeheven. 26  Hij steekt de strijdvaan op voor verre volken, hij fluit ze bijeen van de uiteinden der aarde, en daar komen ze, in allerijl. 27  Niemand die moe is, niemand die struikelt, geen man die dommelt of slaapt. Geen gordel zakt van de heupen, niet één sandaalriem breekt. 28  De pijlen zijn gescherpt, de bogen gespannen. De paardenhoeven vonken als vuursteen, de wagenwielen draaien als een wervelwind. 29  Hun krijgsgeschreeuw klinkt als het gebrul van een leeuwin, ze grommen als een jonge leeuw die zijn prooi grijpt en meesleurt, en niemand die redding kan bieden. 30  Op die dag zal men dat grommen horen, het zal klinken als een bulderende zee. Waar men ook kijkt: vijandige duisternis, de zon is door wolken in duister gehuld. (NBV)

Als je zo van die kleine stukjes uit het boek van de profeet Jesaja leest dan zou je de indruk kunnen krijgen dat Jesaja een klassieke onheilsprofeet is. De wereld gaat naar de ondergang, rampen staan ons te wachten, mensen zie af van rijkdom en genot anders loopt het niet goed met je af. Het gevaar van kleine stukjes lezen zoals we vandaag doen is dat voorgangers en uitleggers gemakkelijk hun eigen voorkeur in de Bijbel kunnen lezen. Jesaja waarschuwde wel voor het onheil dat het volk Israël te wachten stond maar Jesaja voorspelde ook de terugkeer van de ballingen. Hij voorspelde de verwoesting van de Tempel maar voorspelde ook de opbouw van de Tempel. De dagen werden bij hem korter en donkerder maar hij is ook de profeet van het volk dat een groot licht zou zien, de profeet van het kind dat zou worden geboren en wonderbare raadsman en vredevorst genoemd zou worden. Donker en licht zijn bij Jesaja in evenwicht.

De mensen zoeken steeds het duister op om te dat doen waarvan ze ook wel weten dat het verkeerd is, de God van Israël brengt het licht, is het licht zelf. Het gedeelte van vandaag begint in de Nieuwe Bijbelvertaling met het woord "daarom" Er is dus een reden dat de Heer in woede ontsteekt tegen zijn volk, dat Hij zijn hand tegen hen opheft en hen slaat en dat de bergen beginnen te beven en de lijken als vuil op straat liggen. Die reden lezen we al in de verzen hiervoor. Daar wordt wee geroepen over hen die het kwade goed noemen en het goede kwaad, die het licht tot duisternis maken en het duister tot licht, die van zoet bitter maken en van bitter zoet, die voor een geschenk de schuldige gelijk geven en de rechtvaardige beroven van zijn recht. Dat was het onrecht dat heerste in de dagen van Jesaja. Het is heel algemeen geformuleerd, wie nu precies wat deed staat er niet bij, maar dat het niet best was is duidelijk. Vijandige volken voelen zich verleid om zich op het zwakke Israël te storten. Die algemene formuleringen kunnen we ook in onze dagen herkennen.

Dat Wajongers en WSW'ers moeten inleveren en bezuinigen wordt goed genoemd. Dat juist de jonggehandicapten en zij die door een handicap geen baan kunnen vinden het zijn die op de rand van de armoede leven en zich verder nooit zullen kunnen opwerken hoor je verder niet. Zij moeten de hypotheekrenteaftrek voor de duurste huizen veilig stellen zodat de rijksten in het land de meeste subsidie krijgen. Dat er 1 miljard bezuinigd wordt op ontwikkelingssamenwerking wordt goed genoemd, dat onze handel en industrie nieuwe afzetmarkten nodig heeft en dat de honger in de wereld nog steeds toeslaat daar hoor je niet over, de wapenindustrie moet zeer dure straaljagers kunnen bouwen. Om van het tegen elkaar opzetten van bevolkingsgroepen maar te zwijgen. Natuurlijk kan dat ook in ons land leiden tot meer geweld en toestanden die we verafschuwen. Gelukkig zijn er onder ons nog voldoende mensen die de waarschuwingen van Jesaja zich ter harte nemen en die ook weet hebben van zijn woorden over de komst van het licht. Aan die komst mogen we werken, elke dag weer, ook vandaag.

Reacties

Jesaja 5:18-24

18  Wee degenen die de straf naar zich toe halen met de touwen van onrecht, en de zonde met de dissel van een wagen; 19  die smalen: ‘Laat de HEER opschieten en zijn werk afmaken. Wij willen het nu wel eens zien. Laat de Heilige van Israël komen met zijn plan en het uitvoeren, zodat we het eindelijk weten.’ 20  Wee degenen die het kwade goed noemen en het goede kwaad, die het licht tot duisternis maken en het duister tot licht, die van zoet bitter maken en van bitter zoet. 21  Wee degenen die wijs zijn in eigen ogen, die naar eigen oordeel verstandig zijn. 22  Wee degenen die helden zijn in het drinken, die dapper zijn als er wijn wordt geschonken, 23  die voor een geschenk de schuldige gelijk geven en de rechtvaardige beroven van zijn recht. 24  Daarom, zoals kaf door vuur wordt verteerd en dor gras in vlammen opgaat, zo zal hun wortel verrotten en hun bloesem verwaaien. Zij verwierpen het onderricht van de HEER van de hemelse machten, en verachtten de woorden van de Heilige van Israël. (NBV)

Corrupte politici zijn het die  het kwaad laten voortwoekeren en het proberen te verbergen. Zij rekenen niet met de God van Israël die ook in onze dagen mensen roept om te waarschuwen, om het volk te laten opstaan tegen onrecht en het kwaad. En corrupte politici zien we meer en meer. In alle lagen van het openbaar bestuur. Zelfs als het onderzoek uitwijst dat een bestuurder een groot risico vormt omdat er omvangrijke belangenverstrengeling dreigt kiest een bestuursorgaan dit te negeren. Er wordt in onze dagen geklaagd over een afnemend vertrouwen in de politiek. Dat vertrouwen kan er alleen zijn als bestuurders geen zweem van corruptie, vriendjespolitiek en het najagen van eigen belang uitstralen.

Corrupte politici zijn de eersten die ons opvallen. Ze beslissen immers voor een deel over de manier waarop wij kunnen leven, kunnen leven, kunnen wonen, zorg kunnen ontvangen en de armen kunnen helpen. Maar het zijn niet alleen de politici waar Jesaja tegen te keer gaat. Ook de rijken, de CEO's, werkgevers, vastgoedeigenaren, bankdirecteuren, de toezichthouders op bedrijven. Overal kom je de vriendjespolitiek en de voorrang van het eigen belang tegen. De politici die graag de rijken aan de armen tot voorbeeld stellen  zorgen dat nieuwe voordelen in de belastingen als eersten aan de rijken toevallen. En die rijken verdienen dat. Die gaan drie keer per jaar naar verre luxe vakantieoorden op vakantie. Die blijven niet thuis of brengen een week of twee in een oude tent op een Nederlandse camping door.

Jesaja geeft de armen hoop. De corruptie duurt niet altijd. De exorbitante zelfverrijking zal niet eeuwig doorgaan. Er komt een dag dat onze kinderen niet meer weten waar we eigenlijk over klaagden. De wortel van de rijken zal verrotten en hun bloesem verwaaien. Alleen als je het onderricht van de God van Israël aanvaard en woorden van die God serieus neemt blijf je een gewaardeerd lid van de samenleving en zal die waardering ook worden uitgedrukt. De mensen die de richtlijnen van de God van Israël volgen doen dat niet voor zichzelf, doen dat niet om er rijk of machtig van worden. Maar ze doen dat om een samenleving te bouwen waar voor iedereen plaats is. Waar niemand wordt uitgebouwd, waar voor iedereen dezelfde kansen zijn. Waar ook voor hen die geen kansen hebben plaats en zorg is. Met die samenleving voor ogen gaan we de tijd in waarin we de komst van die samenleving verwachten. Aan het werk dus.

Reacties

Jesaja 5:8-17

8 ¶  Wee degenen die zich huis na huis toe-eigenen, die akker na akker samenvoegen, tot er voor niemand meer ruimte is en zij alleen het land bewonen. 9  Ik hoor de HEER van de hemelse machten zweren: ‘Al die huizen zullen tot puin vervallen, zelfs de grootste en mooiste worden niet meer bewoond. 10  Een uitgestrekte wijngaard levert amper wijn op, een berg zaaigoed maar één zak graan.’ 11  Wee degenen die ‘s ochtends in alle vroegte naarstig op zoek gaan naar drank, die zich tot diep in de nacht door wijn laten benevelen. 12  Bij al hun drinkgelagen klinkt muziek van lier en tamboerijn, van trommel en fluit. Maar voor de daden van de HEER hebben zij geen oog, wat hij tot stand brengt zien ze niet. 13  Daarom gaat mijn volk in ballingschap, zonder in te zien waarom. Hun edelen komen om van de honger, de massa versmacht van dorst. 14  Het dodenrijk opent zijn keel, het spert zijn muil wijd open. Daar verdwijnt de bloem der natie, verzinkt de massa, daar verstommen de druktemakers en feestvierders.15  Zij worden vernederd, ze moeten buigen, wie trots was, zal de ogen neerslaan. 16  De HEER van de hemelse machten houdt het recht hoog, de heilige God toont zich heilig in zijn gerechtigheid. 17  De schapen zullen grazen als op hun eigen grond, rondzwerven tussen de puinhopen van de rijken. (NBV)

De mensen die de akkers en de grond in eigendom hebben. Die alle huizen bezitten en van wier gunst het afhangt wie er mogen wonen die lijken het hele land wel voor zichzelf te hebben. Dat was wat Jesaja in zijn dagen zag gebeuren in zijn land, dat was wat Karl Marx zag in de negentiende eeuw en dat is wat je ook in onze dagen zou kunnen zien. Het zijn de rijken voor wie alles moet wijken. Wajongers en werknemers in de sociale werkplaatsen moeten geld inleveren om de woonlastensubsidie, de hypotheekrenteaftrek, voor de rijken te betalen. Die rijken hebben het voor het zeggen en het lijkt er op dat de anderen niet meer echt in dit land wonen. Als je zo met elkaar omgaat dan veroorzaakt dat economische rampspoed.

In onze dagen wordt de post al niet meer bezorgd. In de dagen van Jesaja levert de wijngaard amper wijn op, een berg zaaigoed maar één zak graan. En begrijpelijk ook. Die rijken persen zelf niet de wijn, ze kijken wel uit en gaan niet lopen rondstampen in de wijnkuipen. Die rijken zaaien ook het graan niet uit op het land. Met de hand zaaien is zwaar werk en je loopt er van de ochtendkoude door de middaghitte tot de avondkoelte toe. Nee die rijken lopen liever over rode lopers en laten zich tot diep in de nacht door wijn benevelen. Galaconcerten te over, desnoods bouwen ze zelf een theater, zij kunnen het immers zelf ook wel betalen, maar oog voor de zwaksten in de samenleving, voor de mensen in nood, mensen die niet zelf mee kunnen komen hebben ze niet. Maar troost je, ze gaan allemaal dood.

Allemaal naar het crematorium in de Selwerderhof zong de Groninger dichter. Het is de God van Israël die steeds weer mensen op laat staan die roepen om recht en gerechtigheid, die aanwijzen wie het kwade goed noemen, wie het gedogen dat bevolkingsgroepen aan de kant worden gezet omdat ze anders geloven, mensen die aanwijzen wie het licht tot duisternis maken, wie tolereren dat criminelen het volk vertegenwoordigen en daarmee het duister tot licht maken, wie van zoet bitter maken onder het motto dat na het zuur het zoet moeten komen maar dat een pensioen er niet inzit omdat corrupte bankdirecteuren het geld hebben laten verdwijnen. Al die zogenaamd verstandige mensen die het o zo goed voorhebben worden hier al door Jesaja aangeklaagd. Laten we zijn voorbeeld volgen.

Reacties

Jesaja 5:1-7

1 Voor mijn geliefde wil ik zingen het lied van mijn lief en zijn wijngaard. Mijn geliefde had een wijngaard, gelegen op vruchtbare grond. 2  Hij bewerkte de grond, haalde de stenen eruit en plantte een edele druivensoort. Hij bouwde er een wachttoren, hakte ook een perskuip uit. Hij verwachtte veel van zijn wijngaard, maar die bracht slechts wrange druiven voort. 3  Welnu, inwoners van Juda en Jeruzalem, spreek recht tussen mij en mijn wijngaard. 4  Wat kon ik meer aan mijn wijngaard doen, wat heb ik te weinig gedaan? Ik verwachtte zo veel van mijn wijngaard, waarom bracht hij slechts wrange druiven voort? 5  Luister, ik zal jullie vertellen wat ik met mijn wijngaard ga doen: Ik ruk de doornhaag uit en breek de muur af, zodat hij verbrand en vertrapt kan worden. 6  Ik zal hem laten verwilderen, er wordt niet meer gesnoeid, niet meer gewied, dorens en distels schieten er op. De wolken zal ik opdragen geen regen op hem te laten vallen. 7  Israël is de wijngaard van de HEER van de hemelse machten, de uitgelezen aanplant zijn de inwoners van Juda. Hij verwachtte recht, maar oogstte onrecht, hij zocht rechtsbetrachting, maar vond rechtsverkrachting. (NBV)

Het beroemde lied van de wijngaard van Jesaja. Dat luidt de periode in die wij advent noemen. De periode waarin de Kerk verwacht dat de bevrijder van Israël zal komen. Die komst vieren we met Kerst, maar die komst verwachten we eigenlijk nog steeds. Wat die komst zal betekenen voor de wereld weten we sinds de komst van Jezus van Nazareth. Omdat we sinds hem ook weten dat die wereld van recht en gerechtigheid ook werkelijk kan komen, dat wij recht kunnen betrachten en gerechtigheid kunnen verspreiden. Niet dat we dat uit onszelf kunnen. Zelfs in een land overvloeiende van melk en honing wisten de mensen dat niet vol te houden. Zo'n land is bedoeld om te delen. Zo'n land is bedoeld om de armen recht te doen, de zwaksten in de samenleving, de weduwe en de wees. In zo'n land kun je een samenleving opbouwen waar ook de vreemdelingen die met je meewerken een volwaardige plaats hebben en zelfs mee kunnen eten bij de heilige maaltijden ter ere van de God die je dat land heeft gegeven. Maar het volk Israël wist dat land geen vrucht te laten dragen.

Dat delen gebeurde niet en de armen werden verwaarloosd en de vreemdelingen gediscrimineerd. Geen enkele reden voor andere volken om het voorbeeld van Israël na de volgen en zich te wenden tot Jeruzalem om de God van Israël na te volgen en met hem een verbond aan te gaan. Ook in onze dagen lukt het niet om als mensen een voorbeeld te stellen dat navolging verdient. Daarom zijn de waarden en normen van recht en gerechtigheid, de Bijbelse waarden en normen, niet de waarden en normen van het verleden maar van de toekomst. Daar moet het heen, daar had het altijd al heen gemoeten, maar mensen die zeggen er in te geloven maar het niet doen kijken dan altijd liever naar het verleden. Het zijn prachtige verhalen maar niet haalbaar in onze wereld. Het Evangelisch Radicalisme klinkt wel mooi maar is luchtfietserij, zoiets als die engelen die door het luchtruim zwevend zingen van vrede op aarde en in mensen een welbehagen.

Daarom lezen we deze hoofdstukken uit het boek van de profeet Jesaja in de tijd van de advent. We mogen immers door Kerst weten dat het zal gebeuren, dat het kan, dat het geen luchtfietserij is of dagdromen zijn maar dat het de harde realiteit is van de toekomst van deze wereld. Willen we daar bij horen of lopen we daarvoor weg, dat is de vraag. Doen we mee met de mode van vandaag, de mode van ieder voor zich, of blijven we streven naar een samenleving van samen, die vruchtbaar is voor de hele bewoonde wereld. De waarschuwingen die Jesaja namens de God van Israël doorgeeft zijn ook waarschuwingen voor ons. Dat wij onze gepensioneerden laten lijden onder de diefstal door corrupte bankeigenaren, dat wij de wajongers en de wsw'ers laten betalen voor aan de woonlasten voor de mensen met de hoogste inkomens in ons land, dat wij de armen in Afrika in hun eigen sop gaar laten koken in plaats van te investeren in hun mogelijkheden voor zichzelf te zorgen en zich aan te sluiten bij een eerlijke wereldhandel. Wij zullen het anders moeten aanpakken. Gelukkig dat we daar elke dag weer opnieuw aan mogen werken, ook vandaag weer.

 

Reacties

Psalm 19

1 ¶  Voor de koorleider. Een psalm van David. 2 De hemel verhaalt van Gods majesteit, het uitspansel roemt het werk van zijn handen, 3 de dag zegt het voort aan de dag die komt, de nacht vertelt het door aan de volgende nacht. 4 Toch wordt er niets gezegd, geen woord gehoord, het is een spraak zonder klank. 5 Over heel de aarde gaat hun stem, tot aan het einde van de wereld hun taal. Daar heeft hij een tent opgeslagen voor de zon: 6 een jonge bruidegom die het bruidsbed verlaat, een held die vrolijk voortrent op zijn weg. 7 Aan het ene einde van de hemel komt hij op, aan het andere einde voltooit hij zijn loop, niets blijft voor zijn gloed verborgen. 8 De wet van de HEER is volmaakt: levenskracht voor de mens. De richtlijn van de HEER is betrouwbaar: wijsheid voor de eenvoudige. 9 De bevelen van de HEER zijn eenduidig: vreugde voor het hart. Het gebod van de HEER is helder: licht voor de ogen. 10 Het ontzag voor de HEER is zuiver, houdt stand, voor altijd. De voorschriften van de HEER zijn waarachtig, rechtvaardig, geheel en al. 11 Ze zijn begeerlijker dan goud, dan fijn goud in overvloed, en zoeter dan honing, dan honing vers uit de raat. 12 Uw dienaar laat zich erdoor verlichten, wie ze opvolgt wordt rijk beloond. 13 Maar wie kan al zijn fouten kennen? Spreek mij vrij van verborgen zonden. 14 Bescherm mij, uw dienaar, en laat hoogmoed niet over mij heersen, dan zal ik volmaakt zijn en bevrijd van grote zonde. 15 Laten de woorden van mijn mond u behagen, de overpeinzingen van mijn hart u bekoren, HEER, mijn rots, mijn verlosser.

Er wordt nog wel eens gezegd dat je God ook kunt leren kennen uit de natuur. Dat is een misverstand. Pas als je God kent en God hebt ontmoet in de verhalen zoals die in de Bijbel staan ga je in de natuur herkennen hoe de God van Israël in mensen een welbehagen had. De psalm die we vandaag met de kerk meezingen begint met het uitspansel, de hemel. Volgens het lied van de schepping waarmee Genesis begint werd die hemel boven de aarde gezet als bescherming tegen de wateren boven de aarde. Het uitspansel beschermt ons en dag aan dag kunnen we zien dat de God van Israël ook een beschermer wil zijn. Net als de dag en de nacht ons de gelegenheid geven te rusten van het werk en te genieten van de rust. Maar je herkent het pas als je het lied van de schepping weet mee te zingen.

Deze psalm zegt dan ook niet dat God in de hemel woont maar dat God zijn tent op aarde heeft opgeslagen. De psalmdichter kijkt zoals onbevangen mensen kijken, in de morgen gaat de zon op in de avond gaat zij onder, van de natuurwetenschappers weten we dat de aarde rond de zon draait, maar mensen die de Bijbel letterlijk zeggen te nemen vinden nog steeds dat de zon rond de aarde draait. Die zon brengt ons warmte, brengt ons vruchtbaarheid, door de zon groeien de planten, van het opgaan van de zon worden we vrolijk, vrolijk zoals een jonge bruidegom het bruidsvertrek verlaat na de bruidsnacht. Zoveel vrolijkheid krijgen we dus ook van de richtlijnen van de God van Israël. Ook die richtlijnen voor een menselijke samenleving zijn gegeven ter bescherming van de mensen. Die richtlijnen laten zich samenvatten als heb God lief boven alles en uw naaste als uzelf.

Dat is het welbehagen in de mensen die door Israël in de Woestijn werd ontdekt. Toen alles was weggevallen was er toch nog de liefde voor elkaar en daarmee de liefde voor God. Maar de psalm weet ook dat we maar al te snel denken het voor elkaar te hebben. God zal ons immers wel helpen. Maar God is niet het knechtje van de mens, het is God die de macht heeft. God als Heer noemen betekent ook dat wij onze aardse macht opgeven en willen gehoorzamen aan de oproep dienaren van mensen te worden die in mensen een welbehagen vinden. Pas als het lijden van mensen over is, als we ons daartegen gewapend en verzet hebben, er tegen in opstand zijn gekomen, dan pas breekt de vreugde aan waarover hier gezongen wordt. Dat opstaan is niet een plastic kruis door de straten sjouwen, maar de hand uitsteken naar de minsten in de samenleving en zorgen dat op hen niet bezuinigd wordt. Dat kan elke dag opnieuw als de zon opgaat, ook vandaag.

 

Reacties

Jeremia 25:15-26

15 ¶  Vervolgens zei de HEER, de God van Israël, tegen mij: ‘Neem deze beker van mij aan en laat daaruit alle volken waarheen ik je zend de wijn van mijn woede drinken. 16  Als ze die drinken worden ze dronken van angst voor het zwaard dat ik op hen afstuur.’ 17  Ik nam van de HEER de beker aan en gaf alle volken waarheen hij mij zond daaruit te drinken: 18  Jeruzalem en de steden van Juda, die in puin zouden vallen; de koningen en leiders, die afschuw en ontzetting zouden wekken, van wie de namen als een vloek zouden worden gebruikt, zoals nu al gebeurt; 19  de farao, de koning van Egypte, zijn hof, zijn raadsheren en heel zijn volk, 20  en alle vreemdelingen die er woonden; alle koningen van het land Us; alle koningen van het land van de Filistijnen: die van Askelon, Gaza, Ekron en wat er nog over was van Asdod; 21  Edom, Moab en Ammon; 22  de koningen van Tyrus, de koningen van Sidon en die van de overzeese gebieden; 23  Dedan, Tema en Buz, en alle volken met kaalgeschoren slapen; 24  de koningen van Arabië en de koningen van de andere volken die in de woestijn woonden; 25  de koningen van Zimri, de koningen van Elam en de koningen van Medië; 26  en de koningen van het noorden, de een na de ander, of ze nu dichtbij of veraf woonden. Alle koninkrijken op aarde moesten uit de beker drinken; de koning van Sesach als laatste. (NBV)

Wijn verkwikt. Er gaat zelfs de mare dat een glas rode wijn voor het slapen gaan problemen met het hart kan voorkomen. Cardiologen spreken dit overigens tegen. Maar wijn staat bij ons in een goed gerucht. Jezus van Nazareth gebruikte immers bij de door hem ingestelde herinneringsmaaltijd, ons avondmaal, ook een beker wijn. Die beker moet doen denken aan het bloed dat hij zou vergieten in de plaats van al die mensen die voortdurend uit zijn op eigen macht en daar zelfs oorlogen voor willen voeren. En over dit soort mensen gaat het hier ook in het gedeelte uit het boek van Jesaja. Als je te veel wijn drinkt dan ga je waggelen en onzin taal uitkramen. Dan kan het minste je bang maken, ook een grote borst laten opzetten. Zo veel wijn moeten al de leiders van al die volken drinken om ze tot besef te brengen dat ze bang moeten zijn voor de volgende wereldmacht.

Zonder respect voor elkaar, zonder liefde voor de naaste, zonder zorg voor de armsten en de minsten, geven we wereldmachten steeds weer de ruimte om op te komen en ons te bedreigen. Ons geld moeten we dan maar weer besteden aan militaire bescherming en niet aan de zorg voor de mensen die dat echt nodig hebben. In Assyrië, de eerste wereldmacht die Juda bedreigde, kwam het overigens ook voor dat in  een contract werd opgenomen dat bij het niet nakomen van een verbond een schaal met wijn moest worden leeggedronken. Was het wijn met gif? Later bij de Grieken waren daar wel voorbeelden van. In de Bijbel is een dergelijk voorbeeld niet te vinden. Wel wordt er gewaarschuwd tegen overmatig wijn drinken. Paulus waarschuwt er tegen maar ook in het verhaal van Noach komt dat overmatig wijngebruik voor. En met Noach had de God van Israël een verbond gesloten, de aarde zou niet meer overstroomt worden en de mensen zouden voor elkaar gaan zorgen. Van dat verbond is wat de mensen betreft nooit wat terecht gekomen.

Daar noemt Jeremia alle volken, stammen en groepen mensen die hij rondom Juda zag. Tot in Egypte toe. Allen worden ze het slachtoffer van de nieuwste wereldmacht die overal veroveringen pleegde en de leiding van volken in ballingschap naar het eigen land voerde. Iedereen zal gedacht hebben aan het machtige Babel, dat uiteindelijk ook Jeruzalem zou veroveren, verwoesten en de bevolking in ballingschap zou voeren. Maar ook Babel zal de gevolgen van haar gewelddadige machtspolitiek ondervinden. Want waar lag dat land Sesach? Geleerden hebben er land naar gezocht, tot iemand tot de ontdekking komt dat als je Babel in het Hebreeuws schrijft Sesach het omgekeerde is van Babel. Sesach is dus een versluierde manier om Babel aan te duiden. In het verhaal van Jeremia moesten alle leiders van alle volken op aarde uit de beker drinken. Een waarom zou het bij Babel ophouden als zelfs Babel uit de beker moeten drinken. Het met geweld oplossen van conflicten tussen staten, het met geweld handhaven van macht en invloed gebeurd ook in onze dagen, ook ons land doet er als vanzelfsprekend aan mee. Misschien moeten we er eens mee ophouden.

Reacties

Jeremia 25:1-14

1-2 In het vierde regeringsjaar van koning Jojakim van Juda, de zoon van Josia (dit was het eerste regeringsjaar van koning Nebukadnessar van Babylonië), richtte de HEER zich tot Jeremia over de inwoners van Juda en Jeruzalem. De profeet Jeremia sprak toen tot hen: 3  ‘Vanaf het dertiende regeringsjaar van koning Josia van Juda, de zoon van Amon, tot op de dag van vandaag, drieëntwintig jaar lang, heb ik telkens weer namens de HEER tot jullie gesproken, maar jullie hebben niet geluisterd. 4  Steeds opnieuw heeft de HEER zijn dienaren, de profeten, naar jullie gezonden, maar jullie hebben niet geluisterd; jullie wilden hen niet eens aanhoren. 5  Ze zeiden: “Geef je verdorven levenswandel op, breek met je kwalijke praktijken, dan mogen jullie in het land blijven wonen dat de HEER jullie en je voorouders gegeven heeft. Zo is het altijd geweest, zo zal het dan altijd zijn. 6  Loop niet achter andere goden aan, dien ze niet en buig je niet voor hen neer, krenk mij niet met wat je zelf gemaakt hebt, dan zal ik jullie niet met onheil treffen.” 7  Maar jullie hebben niet naar mij geluisterd-spreekt de HEER -,jullie hebben mij gekrenkt met wat jullie zelf gemaakt hebben, tot jullie eigen ondergang. 8 ¶  Daarom-dit zegt de HEER van de hemelse machten: Omdat jullie niet naar mij hebben geluisterd, 9  zal ik alle volken van het noorden met mijn dienaar, koning Nebukadnessar van Babylonië, ontbieden-spreekt de HEER. Ik stuur ze op de inwoners van dit land af en op alle omringende volken. Ik breng alle inwoners om; ze zullen afschuw en ontzetting wekken, en dit land zal voor altijd in puin liggen. 10  Ik laat de vreugdezangen verstommen, bruid en bruidegom zullen niet langer van vreugde zingen, het geluid van de handmolens zal versterven en het licht van de lampen zal doven. 11  Heel dit land valt in puin en wordt een woestenij, en ook de omringende volken zullen de koning van Babylonië dienen, zeventig jaar lang. 12  Maar als die zeventig jaar voorbij zijn, zal ik de koning van Babylonië en zijn volk voor hun misdaden laten boeten-spreekt de HEER. Ik maak het land van de Chaldeeën voor altijd tot een woestenij. 13  Ik breng over dat land het onheil dat ik het aangekondigd heb, alles wat in dit boek geschreven staat en door Jeremia tegen alle volken geprofeteerd is. 14  Dan zullen de Chaldeeën zelf door vele volken en machtige koningen worden onderworpen. Zo zal ik hun vergelden wat ze hebben misdaan.’ (NBV)

Wat was er eigenlijk in het dertiende regeringsjaar van koning Josia gebeurd dat de God van Israël zijn bemoeienis met het volk daar laat beginnen? Dat was een raar verhaal dat elders in de Bijbel staat en dat je moet kennen wil je snappen wat hier wordt bedoeld. Koning Josia had besloten om de Tempel in Jeruzalem te laten opknappen. Een mooie stad als Jeruzalem verdiende toch een mooie Tempel met Priesters in prachtige gewaden. De Tempel was vervallen geraakt en de meeste Priesters hadden zich in laten huren om in steden en dorpen in plaatselijke heiligdommen offers te brengen aan de goden die het meeste voordeel leken te bieden. Het verhaal van de God van Israël was compleet vergeten. In dat dertiende regeringsjaar kwam een Priester opgewonden bij Josia want ze hadden een bijzondere vondst gedaan. In een muur van de Tempel was een oud boek gevonden. Het was daar ingemetseld om duidelijk te maken waar die Tempel voor bedoeld was.

Achteraf nemen we aan dat er een copie van het boek Deuteronomium was gevonden. Daarin stond een toespraak van Mozes die herinneringen ophaalde aan de slavernij in Egypte en de bevrijding gevolgd door de reis door de woestijn en de richtlijnen voor een menselijke samenleving die daar aan het volk waren gegeven. In dat boek stond ook dat de Koning die richtlijnen onder handbereik moest hebben en vanuit die richtlijnen het land moest besturen. Koning Josia had besloten die richtlijnen te volgen. Alle heiligdommen buiten Jeruzalem werden verwoest. Het nalopen van andere goden werd verboden. Overal werd het boek dat in de Tempel was gevonden voorgelezen. Niemand kon meer zeggen dat men niet wist dat het volk Israël de God van Israël moest volgen. Het leek er op dat het volk blij was met deze verandering. Er was nieuw elan in het land. Men had weer een eigen identiteit die zich onderscheidde van de de buurvolken.

Maar er was een nieuwe generatie opgestaan. Josia was gestorven en Jojakim was nu Koning. Ook in Babel was een nieuwe generatie aan de macht gekomen. Het bijzondere onderscheid tussen Israël en de andere volken was weer weggevallen. Dus zal ook Babel Juda onderwerpen zoals Babel alle andere volken aan het onderwerpen was. Alle pogingen van Jeremia om het volk op andere gedachten te brengen waren vergeefs geweest. Later zal Jeremia er nog een boek van laten maken dat in de Tempel werd voorgelezen maar op last van de Koning werd verbrand. Deze generatie is gedoemd ten onder te gaan. Ook de generatie uit Babel die alleen kon veroveren. De volgende generatie, na 70 jaar, krijgt een nieuwe kans. Ook bij ons is er een generatie die niet heeft begrepen dat rascisme, eigen volk eerst en het heilig verklaren van eigen tradities tot oorlog, onderdrukking en ellende voert. Alle waarschuwingen voor een machtsbelust Rusland worden in de wind geslagen. Ze zullen het eerst moeten voelen, dan krijgt een volgende generatie weer een kans, tot die tijd moeten profeten en gelovigen de boodschap maar levend houden.

 

Reacties

Jeremia 24:1-10

1   De HEER liet mij twee manden met vijgen zien, nadat koning Nebukadnessar van Babylonië koning Jechonja van Juda, de zoon van Jojakim, samen met de leiders van Juda en de smeden en de wapenmeesters uit Jeruzalem naar Babel had weggevoerd. De manden waren voor de tempel gezet. 2  In de ene mand zaten prachtige vijgen, als van de eerste pluk, in de andere mand zaten bedorven vijgen, die niet meer te eten waren.3  De HEER zei tegen mij: ‘Wat zie je, Jeremia?’ Ik antwoordde: ‘Vijgen. De goede vijgen zijn helemaal gaaf, de slechte zijn zo bedorven dat ze niet meer te eten zijn.’ 4  Toen richtte de HEER zich tot mij: 5  ‘Dit zegt de HEER, de God van Israël: De goede vijgen staan voor de Judese ballingen die ik van hier naar Babylonië heb gestuurd. 6  Ik zal welwillend naar hen omzien en hen naar dit land terugbrengen. Ik zal hen opbouwen en niet afbreken, planten en niet uitrukken. 7  Ik geef hun het inzicht dat ik de HEER ben; als ze met heel hun hart naar mij terugkeren, zullen zij mijn volk zijn en zal ik hun God zijn. 8  Maar die bedorven vijgen die niet meer te eten zijn-ja, dit zegt de HEER: Die vijgen staan voor koning Sedekia van Juda, en voor zijn raadsheren en de mensen uit Jeruzalem die in dit land zijn overgebleven of in Egypte zijn gaan wonen. 9  Ik maak hen tot een afschrikwekkend voorbeeld voor alle koninkrijken op aarde. Ze zullen te schande staan en het mikpunt zijn van hoon en spot, hun namen zullen als een vloek worden gebruikt, overal waarheen ik hen verdrijf. 10  Ik stuur het zwaard, de honger en de pest op hen af, tot ze zijn verdwenen uit het land dat ik hun en hun voorouders gegeven heb.’ (NBV)

In een oorlog worden de armsten altijd de eerste slachtoffers. De machthebbers en de rijken blijven buiten schot. Als ze willen vluchten vinden ze redelijk gemakkelijk een land dat ze wil ontvangen. Als ze door de vijand worden gevangen dan worden ze over het algemeen eervol behandeld en krijgen ze tenminste een deel van de luxe die ze gewend zijn. Zo niet de armen. Hun dorpen worden uitgemoord en in brand gestoken. Als ze willen vluchten is er nauwelijks een land dat hen wil beschermen. Van hen wordt misbruik gemaakt en van vluchtelingen is een industrie gemaakt. Vestigingen van afdelingen van deze industrie zijn aan strenge eisen gebonden en de rijkste landen vinden eigenlijk dat meer arme landen maar voor die industrie moeten zorgen. Arme vluchtelingen staan dus bloot aan machtswellust, slavernij, onderdrukking, uitbuiting en seksueel misbruik.

In het verhaal van de God van Israël gaat dat anders, gaat dat eigenlijk precies omgekeerd. Het wordt aan Jeremia duidelijk gemaakt aan de hand van twee manden met vijgen. Dat er in de voorhof van de Tempel voor het eigenlijke Tempelgebouw manden met vijgen staan is niet zo vreemd. De eerstelingen van elke oogst moesten geofferd worden aan de God van Israël. De priesters en de levieten leefden er van en de offers werden ook gedeeld met de armen. Maar er staat een mand met verse, lekkere, vijgen en een mand met bedorven, oneetbare vijgen. Ook dat is niet zo vreemd als het op het eerste gezicht lijkt. In het bijbelboek Maleachi wordt geklaagd dat men het afval van de maaltijd als offer naar de Tempel brengt. Zeker bij een oogst kan dit gebeuren. Het maakt nog al verschil of je eerst feest om de oogst en dan gaat offeren, of eerst offert en dan gaat feesten.

De boodschap van de Bijbel is dat we alles wat we hebben gekregen hebben van de God van Israël. We hebben soms overvloed gekregen om te delen met de armsten. Nu zijn de mensen met een lager inkomen meer bereid om te delen dan de mensen met veel geld. Wie wel eens in een arme wijk en daarna in een rijke wijk heeft gecollecteerd weet dat in de arme wijk meer wordt opgehaald. Mensen die met armoede worden bedreigd weten hoe belangrijk het delen is en zij zullen ook de vruchten van hun oogst eerst naar de Tempel gebracht hebben. De rijken bekommeren zich niet om delen, als het er maar goed uitziet is het al genoeg. God doet het dus omgekeerd. De ballingen, in onze dagen de vluchtelingen, krijgen van God zorg en bescherming. De rijken moeten eindelijk de rekening betalen. Ook wij hebben met vluchtelingen te maken. En wij krijgen dus de vraag of rijke vluchtelingen hun veiligheid in een rijke omgeving kunnen kopen en arme vluchtelingen worden overgeleverd aan de industrie, of dat wij de weg van de God van Israël willen volgen. En kinderen onder ons hiervan het slachtoffer laten wonen is al helemaal uit den boze.

Reacties

Matteüs 25:31-46

31 Wanneer de Mensenzoon komt, omstraald door luister en in gezelschap van alle engelen, zal hij plaatsnemen op zijn glorierijke troon. 32  Dan zullen alle volken voor hem worden samengebracht en zal hij de mensen van elkaar scheiden zoals een herder de schapen van de bokken scheidt; 33  de schapen zal hij rechts van zich plaatsen, de bokken links. 34  Dan zal de koning tegen de groep rechts van zich zeggen: “Jullie zijn door mijn Vader gezegend, kom en neem deel aan het koninkrijk dat al sinds de grondvesting van de wereld voor jullie bestemd is. 35  Want ik had honger en jullie gaven mij te eten, ik had dorst en jullie gaven mij te drinken. Ik was een vreemdeling, en jullie namen mij op, 36  ik was naakt, en jullie kleedden mij. Ik was ziek en jullie bezochten mij, ik zat gevangen en jullie kwamen naar mij toe.” 37  Dan zullen de rechtvaardigen hem antwoorden: “Heer, wanneer hebben wij u hongerig gezien en te eten gegeven, of dorstig en u te drinken gegeven? 38  Wanneer hebben wij u als vreemdeling gezien en opgenomen, u naakt gezien en gekleed? 39  Wanneer hebben wij gezien dat u ziek was of in de gevangenis zat en zijn we naar u toe gekomen?” 40  En de koning zal hun antwoorden: “Ik verzeker jullie: alles wat jullie gedaan hebben voor een van de onaanzienlijksten van mijn broeders of zusters, dat hebben jullie voor mij gedaan.” 41  Daarop zal hij ook de groep aan zijn linkerzijde toespreken: “Jullie zijn vervloekt, verdwijn uit mijn ogen naar het eeuwige vuur dat bestemd is voor de duivel en zijn engelen. 42  Want ik had honger en jullie gaven mij niet te eten, ik had dorst en jullie gaven me niet te drinken. 43  Ik was een vreemdeling en jullie namen mij niet op, ik was naakt en jullie kleedden mij niet. Ik was ziek en zat in de gevangenis en jullie bezochten mij niet.” 44  Dan zullen ook zij antwoorden: “Heer, wanneer hebben wij u hongerig gezien of dorstig, als vreemdeling of naakt, ziek of in de gevangenis, en hebben wij niet voor u gezorgd?” 45  En hij zal hun antwoorden: “Ik verzeker jullie: alles wat jullie voor een van deze onaanzienlijken niet gedaan hebben, hebben jullie ook voor mij niet gedaan.” 46  Hun staat een eeuwige bestraffing te wachten, de rechtvaardigen daarentegen het eeuwige leven.’ (NBV)

De vertalers van de Nieuwe Bijbelvertaling hebben de beroemde zin over de minste van mijn broeders vertaald met de onaanzienlijksten. Het is even wennen maar niet minder juist. Want het gaat niet alleen over de broeders maar zeker en vooreerst ook over de zusters en het gaat niet over meer of minder maar over wie wel en niet gezien worden. In de Grote kerk van Alkmaar hangt een reproductie van een schilderij waarop de werken uit dit Bijbelverhaal staan afgebeeld. Het oorspronkelijke schilderij is uit de Kerk gestolen en hangt nu in het Rijksmuseum in Amsterdam. Het schilderij dateert uit de Middeleeuwen en het aardige ervan is dat het lijkt of die werken ook gewoon moesten worden uitgevoerd toen het schilderij werd geschilderd. En zo is het natuurlijk ook. Het verhaal gaat wel over de eindafrekening, maar het werk waarop dit verhaal doelt dient gewoon elke dag te gebeuren. Het aardige is dat je er kennelijk ook niet zo je best voor hoeft te doen. Het hoeft er niet dik op te liggen en je hoeft je er zeker niet op te beroemen.

Er wordt nog wel eens gesproken over de “Geest van God” en dit verhaal leert ons wat dat betekent. Als er honger is dan geef je eten, als er dorst is dan geef je te drinken, als er kou is geef je een tent en een warme deken, als er ziekte is dan zorg je, als er gevangenen zijn dan zoek je die op. En je weet ook dat het beter is iemand te leren vissen dan een vis te geven. Het effect van ontwikkelingssamenwerking staat al een tijd ter discussie. Vaak ten onrechte want veel van de projecten die in sedert de jaren 60 van de vorige eeuw zijn uitgevoerd hebben mensen een beter leven bezorgd. Maar soms is de kritiek ook terecht. Soms denken we dat we beter zijn dan de mensen die we willen helpen. Dat speelt niet alleen bij ontwikkelingssamenwerking, dat speelt ook gewoon in ons eigen land tussen mensen die hulp vragen en hulp geven. Mensen die hulp nodig hebben worden niet gezien als zelfstandig denkende mensen en zeker ook niet gehoord als verstandige mensen die het ook niet kunnen helpen. Zolang dat zo is mislukken projecten.

Dan mislukken projecten in de derde wereld, maar mislukken ook projecten om mensen aan het werk te helpen, om jongeren te scholen tot gediplomeerde ambachtslieden of om vrouwen te leren voor zichzelf op te komen. Als in al die projecten de mensen die zo nodig geholpen moeten worden niet gezien en gehoord worden zullen die projecten op de duur geen effect hebben. In het verhaal dat Jezus van Nazareth vandaag vertelt zijn er mensen die de nood van mensen herkennen en zijn er mensen die alleen de nood van Jezus van Nazareth willen zien. Ook wij vergeten soms dat alle mensen geschapen zijn naar Gods beeld en gelijkenis, dat alle mensen daarom onze zusters en broeders zijn, dat in ieder mens, waar ook ter wereld, welk geloof of welke kleur die mens ook heeft, Jezus van Nazareth zelf te herkennen is. Laten we dus vandaag horen en zien, en helpen waar nodig is.

 

Reacties

Matteüs 25:14-30

14 Of het zal zijn als met een man die op reis ging, zijn dienaren bij zich riep en het geld dat hij bezat aan hen in beheer gaf. 15  Aan de een gaf hij vijf talent, aan een ander twee, en aan nog een ander één, ieder naar wat hij aankon. Toen vertrok hij. Meteen 16  ging de man die vijf talent ontvangen had op weg om er handel mee te drijven, en zo verdiende hij er vijf talent bij. 17  Op dezelfde wijze verdiende de man die er twee had gekregen er twee bij. 18  Degene die één talent ontvangen had, besloot het geld van zijn heer te verstoppen: hij begroef het. 19  Na lange tijd keerde de heer van die dienaren terug en vroeg hun rekenschap.  20  Degene die vijf talent ontvangen had, kwam naar hem toe en overhandigde hem nog vijf talent erbij met de woorden: “Heer, u hebt mij vijf talent in beheer gegeven, alstublieft, ik heb er vijf talent bij verdiend.” 21  Zijn heer zei tegen hem: “Voortreffelijk, je bent een goede en betrouwbare dienaar. Omdat je betrouwbaar bent gebleken in het beheer van een klein bedrag, zal ik je over veel meer aanstellen. Wees welkom bij het feestmaal van je heer.” 22  Ook degene die twee talent ontvangen had, kwam naar hem toe en zei: “Heer, u hebt mij twee talent in beheer gegeven, alstublieft, ik heb er twee talent bij verdiend.” 23  Zijn heer zei tegen hem: “Voortreffelijk, je bent een goede en betrouwbare dienaar. Omdat je betrouwbaar was in het beheer van een klein bedrag, zal ik je over veel meer aanstellen. Wees welkom bij het feestmaal van je heer.” 24  Nu kwam ook degene die één talent ontvangen had naar hem toe, hij zei: “Heer, ik wist van u dat u streng bent, dat u maait waar u niet hebt gezaaid en oogst waar u niet hebt geplant, 25  en uit angst besloot ik uw talent te begraven; alstublieft, hier hebt u het terug.” 26  Zijn heer antwoordde hem: “Je bent een slechte, laffe dienaar. Je wist dus dat ik maai waar ik niet heb gezaaid en oogst waar ik niet heb geplant? 27  Had mijn geld dan bij de bank in bewaring gegeven, dan zou ik bij terugkomst mijn kapitaal met rente hebben terugontvangen. 28  Pak hem dat talent maar af en geef het aan degene die er tien heeft. 29  Want wie heeft zal nog meer krijgen, en wel in overvloed, maar wie niets heeft, hem zal zelfs wat hij heeft nog worden ontnomen. 30  En die nutteloze dienaar, gooi die eruit, in de uiterste duisternis, waar men jammert en knarsetandt.” (NBV)

Dit verhaal zal in kringen van bankiers vandaag de dag wel niet zo populair zijn. Want het is een verhaal over risico’s nemen en rendementen. Er wordt je een bedrag toevertrouwd en naarmate het bedrag groter is moet je meer rendement halen en dus meer risico nemen. Waar dat toe leidt hebben we kunnen merken. Vooral als aan de resultaten ook nog grote beloningen zijn verbonden en wie dit verhaal goed leest zal opmerken dat de beloningen een grote rol spelen. Geen resultaat betekent in elk geval ontslag. Ook in het Koninkrijk van God wordt je uitgedaagd risico’s te nemen en rendement te behalen. Je hoeft er zelfs geen bankier voor te zijn met gespecialiseerde opleiding en toestemming van de toezichthouder. In dit verhaal uit Mattheüs kan iedereen meedoen. Of je nu veel kunt of weinig maakt niks uit, als je maar mee doet. Je hoeft ook niet bang te zijn dat je te weinig doet. Je krijgt net zoveel talenten als je aankunt. Pas als je je door angst of onverschilligheid laat verlammen en niks meer doet dan loopt het verkeerd af.

Wat zijn dan die talenten waarmee je mag woekeren? Dat zijn dus niet bijzondere vermogens waarmee je meer zou kunnen dan een ander, want de hoeveelheid talenten is al afgestemd op wat ieder aan kunt, nee de talenten waarmee je mag woekeren is het goud van God en dat kennen we. Dat is de liefde voor de armsten en de zwaksten. Je daar mee bezig houden en de liefde voor de naaste vermeerderen dat is pas woekeren met talenten. Dat kan in het groot, maar dat kan ook in het klein, thuis desnoods, simpel een handtekening zetten voor eerlijke handel ergens op het internet. En dan niet zeuren dat die liefde te kostbaar is, dat je niet wist wat er van terecht zou komen of dat het geld dat je kon storten op giro 555 wel goed zou worden besteed. Dat is wat rechtse politici doen, de heidenen van onze dagen. Woekeren met de talenten van God is onvoorwaardelijk liefde geven.

Het rendement is de liefde die gegeven is, niet of het echt beter is gegaan. De hongerigen die gevoed gaan kunnen later best ziek zijn geworden, de naakten die gekleed zijn kunnen later best in een oorlog terecht zijn gekomen, de vrede die gesticht is kan best werkloosheid in de wapenindustrie tot gevolg hebben gehad, de bedroefden die getroost zijn vergaten misschien voor de graven op het kerkhof te zorgen, de jongeren die weer naar school gingen konden na hun schooltijd misschien niet direct werk vinden. Zo kun je wel doorgaan. De wereld is niet maakbaar, in je eigen omgeving niet en in de grote wereld ook niet. Maar alle liefde die onbaatzuchtig wordt getoond draagt bij aan een betere wereld. Wie die liefde heeft zal voortdurend meer ervan krijgen om weer weg te geven. Wie de liefde alleen voor zichzelf houdt die zal alles verliezen en nooit geliefd worden. Delen van de liefde leidt onherroepelijk tot een feestmaal, de maaltijd waar niemand meer honger heeft en alle leed zal zijn geleden. Begin dus vandaag maar te woekeren met je talent lief te hebben.

Reacties
Domeinregistratie en hosting via mijndomein.nl