basalk.punt.nl
Abonneren

Abonneer je nu voor nieuwe artikelen op deze website!

Laatste artikelen

Rechters 12:8-15

 8 Na Jefta was Ibsan uit Bet-Lechem rechter over Israël. 9  Hij had dertig zonen. Zijn dertig dochters huwelijkte hij buiten zijn eigen familie uit, en ook voor zijn zonen koos hij dertig bruiden van buiten de familie. Zeven jaar leidde hij Israël. 10  Toen stierf hij en werd begraven in Bet-Lechem. 11  Na hem was Elon uit de stam Zebulon rechter over Israël. Tien jaar leidde hij het land. 12  Toen stierf hij en werd begraven in Ajjalon in Zebulon. 13  Na hem was Abdon, de zoon van Hillel, uit Piraton rechter over Israël. 14  Hij had veertig zonen en dertig kleinzonen, die allemaal een ezelshengst als rijdier hadden. Acht jaar leidde hij Israël. 15  Toen stierf hij en werd begraven in Piraton in Efraïm, in het bergland dat ooit aan de Amalekieten had toebehoord. (NBV)

Waarschijnlijk heeft U nog nooit van  Ibsan, Elan en Abdon gehoord. En als U er wel van gehoord heeft bent U of theoloog of een heel trouwe bijbellezer die al heel lang nauwgezet de Bijbel bestudeerd heeft. Drie rechters van Israel van wie eigenlijk alleen bekend is hoeveel kinderen ze hadden. Van de laatste wordt dan vol trots verteld dat hij begraven werd in het Bergland dat eens tot de vijand had behoord. De drie markeren in de geschiedenis van Israel kennelijk ook een culturele overgang. Toen het volk pas het beloofde land was binnengetrokken was het land verdeeld volgens de familielijnen van de verschillende stammen. Je vindt dat terug in het boek Jozua. Deze drie Rechters verlaten de beslotenheid van hun familie en laten hun kinderen buiten de familie trouwen. Daarmee wordt het bezit versnipperd, of gedeeld zoals U wilt.

 In onze tijd wordt vandaag de naamdag gevierd van iemand die ook uit een tijd kwam waarin het delen van bezit opnieuw present moest worden gesteld. Het is immers de naamdag van Frans van Assisi uit de dertiende eeuw. Hij hechtte zo aan alle leven dat zijn liefde voor de dieren heel erg bekend werd. Vandaag is het voor veel mensen dus ook dierendag. Maar dat hij ook naar de Kalief ging om vrede te bepleiten in de oorlogen tussen Arabieren en Europeanen wordt vandaag de dag minder snel verteld. Toch was er ook in de Arabische wereld een groot respect voor Frans en zijn volgelingen. We zouden daar vandaag de dag nog wel eens wat van kunnen leren. Wij houden het op 4 oktober liever op de dieren.  Die liefde voor dieren gaat misschien nog, maar om nou een jongen na de volgen die op het marktplein zijn kostbare representatieve kleding uittrok en in een ruwharen kleed en blootsvoets verder door het leven ging.

Waarna hij overigens in de bergen een vervallen kerkje ging opknappen. Een jongen die zijn volgelingen opriep alleen nog een houten nap te bezitten. Als iemand de nap wilde vullen hadden ze te eten, maar zelf hielden ze zich bezig met de zorg voor de armen en de zieken.  Zo radicaal delen we vandaag de dag zeker de rijkdom niet. Zoals we al uit de Bijbel kunnen leren vernieuwd de Weg van de God van Israël zich steeds weer. Telkens worden nieuwe kansen geboden vrede en vriendschap te sluiten met mensen die niet bij je eigen volk horen. Telkens weer kiezen mensen eerder voor afstand en soms zelfs voor oorlog. Maar ook blijkt iedere keer weer dat als je werkelijk samen doet, als je samen oog hebt voor de minsten, dat het dan beter gaat met het volk. Dat is tot op de dag van vandaag een les die we mogen leren. Het leven van Frans uit Assisi inspireert nog heel veel mensen over de hele wereld. Zij wensen iedereen en elkaar vrede en alle goeds. En dat mogen we elkaar elke dag toe wensen.

Reacties

Rechters 12:1-7

1 De Efraïmieten brachten een leger op de been en staken de Jordaan over naar Safon. ‘Waarom bent u tegen de Ammonieten opgetrokken zonder ons erbij te betrekken?’ wilden ze van Jefta weten. ‘We zullen u met huis en al verbranden!’ 2  Jefta antwoordde hun: ‘Toen mijn volk en ik in oorlog waren met de Ammonieten heb ik u opgeroepen, maar u bent me niet te hulp gekomen. 3  Dus toen ik merkte dat er van uw kant geen hulp te verwachten was, ben ik met gevaar voor eigen leven zelf tegen de Ammonieten ten strijde getrokken, en de HEER heeft ze aan mij uitgeleverd. Waarom valt u mij nu dan aan?’ 4  Daarop riep hij alle mannen van Gilead op, bond de strijd aan met de Efraïmieten en versloeg hen. De Efraïmieten hadden namelijk gezegd: ‘Jullie zijn niets anders dan een stel gevluchte Efraïmieten. Gilead hoort bij Manasse, en dus evengoed bij Efraïm!’ 5  Daarna bezetten de Gileadieten de oversteekplaatsen van de Jordaan om de Efraïmieten de terugtocht te beletten. Wanneer een Efraïmiet die wilde vluchten vroeg of hij de rivier mocht oversteken, vroegen ze hem: ‘Kom jij uit Efraïm?’ Dat ontkende hij natuurlijk, 6  maar dan vroegen ze: ‘Zeg eens: “sjibbolet.”’ Als hij dan ‘sibbolet’ zei, en het woord dus niet goed uitsprak, grepen ze hem en doodden ze hem ter plekke. Op die dag sneuvelden al met al tweeënveertigduizend Efraïmieten. 7  Zes jaar was de Gileadiet Jefta rechter over Israël. Toen stierf hij en werd begraven in zijn woonplaats in Gilead. (NBV)

Toen de Duitsers ons land binnen vielen gingen er snel geruchten dat ze zich verkleed hadden als Nederlandse soldaten of Nederlandse burgers. Achteraf bleken die geruchten ook op waarheid te berusten. Het wachtwoord in die dagen werd Scheveningen want de uitspraak van de Sch is iets typisch voor het Nederlands. Iets dergelijks speelde zich ook af in de dagen van Jefta, of Jiftach zoals het ook wel vertaald wordt. Nadat Jefta gewonnen had voelden de mensen van Efraïm zich gepasseerd en begonnen een oorlog. Toen Jefta ze had opgeroepen voor een oorlog waren ze niet thuis geweest, maar ja. Nadat het volk Israel uit de woestijn gekomen was, was er in de 300 jaar die er sindsdien verstreken was ook een soort vervreemding opgetreden. Die vervreemding was te horen aan de oever van de Jordaan, de grensrivier tussen beloofde land en woestijn. Het woord stroom, sjibbolet, werd door de mensen van Efraïm uitgesproken zonder de sj klank, dus als Siebolt en daarmee hebben ze zichzelf blootgegeven.

Vervreemding tussen volken, ook als ze vlak bij elkaar wonen, maakt dat de taal gaat verschillen. Soms kan dat zelfs binnen één land, de taal van de straat wordt dan zo anders dan de taal van de huiskamer en de TV dat men elkaar niet echt meer kan verstaan en dat kan gevaarlijke situaties opleveren. De verschillen in Israel tussen Efraïm en de rest werden gebruikt net als in Nederland later bij de Duitsers werd gedaan die de Sch niet uit konden spreken. Niet dat dat in Nederland hielp overigens, we werden evengoed wel bezet. Ook in onze geschiedenis kennen we de partijen die zich hardnekkig buiten de oorlog wilden houden. In de Tweede Wereldoorlog waren dat de brave burgers die langzaam meegezogen werden in de onmenselijke maatregelen van de Duitse bezetters.  Die brave burgers die niet mee gaan in de strijd tegen geweld en onderdrukking maar zich aanpassen aan de heersende machten weigeren over het algemeen ook te delen met de armen.

Nu de werken van Lou de Jong op internet staan en daardoor voor iedereen weer te lezen is kunnen we ons weer eens realiseren hoe actueel een boek als Rechters ook voor onze dagen kan zijn. In onze tijd wordt op de vierde oktober de naamdag gevierd van iemand die ook uit een tijd kwam waarin het delen van bezit opnieuw present moest worden gesteld. Het is de naamdag van Frans van Assisi, die leefde in de dertiende eeuw. Hij hechtte zo aan alle leven dat zijn liefde voor de dieren heel erg bekend werd. Daarom is het voor veel mensen op vier oktober dus ook dierendag. Maar dat hij ook naar de Kalief ging om vrede te bepleiten in de oorlogen tussen Arabieren en Europeanen, tussen Moslims en Christenen, wordt vandaag de dag minder snel verteld. Toch was er ook in de Arabische wereld een groot respect voor Frans en zijn volgelingen. We zouden daar vandaag de dag nog wel eens wat van kunnen leren.

Reacties

Marcus 10:17-31

17 Toen hij zijn weg vervolgde, kwam er iemand naar hem toe die voor hem op zijn knieën viel en vroeg: ‘Goede meester, wat moet ik doen om deel te krijgen aan het eeuwige leven?’ 18  Jezus antwoordde: ‘Waarom noemt u mij goed? Niemand is goed, behalve God. 19  U kent de geboden: pleeg geen moord, pleeg geen overspel, steel niet, leg geen vals getuigenis af, bedrieg niemand, toon eerbied voor uw vader en uw moeder.’ 20  Toen zei de man: ‘Meester, sinds mijn jeugd heb ik me daaraan gehouden.’ 21  Jezus keek hem liefdevol aan en zei tegen hem: ‘Eén ding ontbreekt u: ga naar huis, verkoop alles wat u hebt en geef het geld aan de armen, dan zult u een schat in de hemel bezitten; kom dan terug en volg mij.’ 22  Maar de man werd somber toen hij dit hoorde en ging terneergeslagen weg; hij had namelijk veel bezittingen. 23  Jezus keek de kring rond en zei tegen zijn leerlingen: ‘Wat is het moeilijk voor rijken om het koninkrijk van God binnen te gaan.’ 24  De leerlingen schrokken van zijn woorden. Maar Jezus zei nog eens uitdrukkelijk: ‘Kinderen, wat is het moeilijk om het koninkrijk van God binnen te gaan: 25  het is gemakkelijker voor een kameel om door het oog van een naald te gaan dan voor een rijke om het koninkrijk van God binnen te gaan.’ 26  Nu waren ze nog meer ontzet, en ze zeiden tegen elkaar: ‘Wie kan er dan nog gered worden?’ 27  Jezus keek hen aan en zei: ‘Bij mensen is dat onmogelijk, maar niet bij God, want bij God is alles mogelijk.’ 28  Petrus nam het woord en zei: ‘Maar wij hebben alles achtergelaten om u te volgen!’ 29  Jezus zei: ‘Ik verzeker jullie: iedereen die broers of zusters, moeder, vader of kinderen, huis of akkers heeft achtergelaten omwille van mij en het evangelie, 30  zal het honderdvoudige ontvangen: in deze tijd broers en zusters, moeders en kinderen, huizen en akkers, al zal dat gepaard gaan met vervolging, en in de tijd die komt het eeuwige leven. 31  Vele eersten zullen de laatsten zijn en vele laatsten de eersten.’ (NBV)

Als Jezus van Nazareth God was hoe kon hij dan zeggen dat hij niet goed is? Dat hij geen "goede meester" genoemd wil worden? Wij kunnen het ons bijna niet voorstellen dat we eretitels en vleiende benamingen zullen afwijzen. Maar in dat Koninkrijk van God is niemand meer dan een ander, alleen God gaat alles en iedereen te boven. De mens Jezus van Nazareth schaart zich daar ook onder en dat maakt hem goddelijk, dat te kunnen volhouden, een menigte mensen achter je aan, het halve volk aan je lippen, lammen laten lopen en blinden laten zien, boze geesten uitdrijven bij de vleet, en dan nog zeggen dat je niet meer bent dan een ander. De meesten van ons zouden dat niet kunnen en als we het kunnen hebben we daarvoor voorbeelden als Jezus van Nazareth nodig. En wat we moeten doen om bij die beweging te horen? Heel eenvoudig, geen moord plegen, niet je eigen partner of een ander als voorwerp voor je eigen genot beschouwen, niet een rechter bedriegen zodat er onrecht ontstaat, niet je afkomst vergeten of ontkennen.

Fatsoenlijke mensen hebben dat eigenlijk altijd al wel gedaan en weldenkende mensen halen het niet in hun hoofd om iets anders te doen. Zijn ze er dan, hebben ze het toegangsbewijs voor het Koninkrijk in handen? In het verhaal dat we vandaag lezen ontbreekt er nog één ding: Afstand doen van alle rijkdom. Dat is niet eenvoudig. Zomaar alles wat je bij elkaar gespaard en verdiend hebt wegdoen om Jezus van Nazareth te volgen. Mogen er dan geen rijken zijn? Worden rijken veroordeeld? Nee, maar volgens Jezus van Nazareth mogen er geen armen zijn. Zo lang er nog mensen zijn die honger lijden, zo lang er nog slachtoffers van aardbevingen zijn die geen huizen hebben, zolang er nog mensen dood gaan aan ziekten waarvoor wij medicijnen hebben, zolang er nog leed en ellende is zullen we ons met voorbijzien van onszelf moeten inzetten. En vele laatsten zullen de eersten zijn. In het verhaal van vandaag lopen we eigenlijk aan tegen het gebruik van losse teksten. Over het algemeen rukken die het verhaal van de Bijbel uit hun verband en verbergen ze de werkelijke boodschap van de Bijbel.

Er zijn dan ook een boel kerkelijke leiders die met hartstocht het gebruik van losse teksten bevorderen. Ze schrijven daarmee hun eigen Bijbel en hebben daardoor een maximale invloed op hun volgelingen. We kennen de bekende teksten uit het verhaal van vandaag natuurlijk. Het is moeilijker voor een rijke het koninkrijk van God binnen te komen dan een kameel gaat door het oog van de naald.  Maar had U wel bedacht dat die teksten bij één verhaal horen? En dat die laatste tekst een troost is voor de discipelen omdat ze nogal schrokken van het harde oordeel over de rijken? Het is moeilijk om onze gewoonlijke kijk op de wereld zo radicaal te veranderen als Jezus van Nazareth wil. Voor de armen, de zwakken, de mensen die het niet goed hebben gered in het leven, betekent het Koninkrijk van God alles. Daar zijn alle tranen gewist, daar heeft niemand meer honger, daar is de toekomst van alle kinderen verzekerd, daar mag iedereen mee doen. Wat voor de rijken bereikbaar was is nu ook voor de armen bereikbaar. Daarvoor is het nodig dat mensen huis en haard verlaten, hun gehechtheid aan eigen bezit en kapitaal opgeven en de Weg van Jezus van Nazareth volgen. Op die Weg kun je vandaag nog de reis beginnen.

 

Reacties

Marcus 10:1-16

1 Hij vertrok uit Kafarnaüm naar Judea en het gebied aan de overkant van de Jordaan, en de mensen verzamelden zich weer in groten getale om hem heen; hij onderwees hen zoals hij gewoon was te doen. 2  Er kwamen ook Farizeeën op hem af. Ze vroegen hem of een man zijn vrouw mag verstoten. Zo wilden ze hem op de proef stellen. 3  Hij vroeg hun: ‘Hoe luidt het voorschrift van Mozes?’ 4  Ze zeiden: ‘Mozes heeft de man toegestaan een scheidingsbrief te schrijven en haar te verstoten.’ 5  Jezus zei tegen hen: ‘Hij heeft dat voor u opgeschreven omdat u zo harteloos en koppig bent. 6  Maar al bij het begin van de schepping heeft God de mens mannelijk en vrouwelijk gemaakt; 7  daarom zal een man zijn vader en moeder verlaten en zich hechten aan zijn vrouw, 8  en die twee zullen één worden, ze zijn dan niet langer twee, maar één. 9  Wat God heeft verbonden, mag een mens niet scheiden.’ 10  In huis stelden de leerlingen hem hier weer vragen over. 11  Hij zei tegen hen: ‘Wie zijn vrouw verstoot en met een ander trouwt, pleegt overspel; 12  en als zij haar man verstoot en met een ander trouwt, pleegt zij overspel.’ 13 De mensen probeerden kinderen bij hem te brengen om ze door hem te laten aanraken, maar de leerlingen berispten hen. 14  Toen Jezus dat zag, wond hij zich erover op en zei tegen hen: ‘Laat de kinderen bij me komen, houd ze niet tegen, want het koninkrijk van God behoort toe aan wie is zoals zij. 15  Ik verzeker jullie: wie niet als een kind openstaat voor het koninkrijk van God, zal er zeker niet binnengaan.’ 16  Hij nam de kinderen in zijn armen en zegende hen door hun de handen op te leggen. (NBV)

Mag je nu wel of niet scheiden? Dat mag best maar daar geeft dit Bijbelstuk eigenlijk geen antwoord op. Jezus van Nazareth begint zijn antwoord op de strikvraag van de Farizeeën bij de leer van Mozes. Een man mag volgens de leer van Mozes een vrouw een scheidingsbrief meegeven. Niet omdat het een voorrecht voor een man is, maar omdat die man nu eenmaal een mens is die fouten kan maken en zaken stuk kan laten lopen. God heeft de mens geschapen naar zijn beeld, vrouwelijk en mannelijk schiep God de mens. Pas als twee mensen intens van elkaar houden en één vlees worden en dat weten vol te houden, zoals God nooit verlaat het werk dat zijn hand begon, wordt dat beeld zijn duidelijk voor de mensen. In het boek Hooglied in de Bijbel wordt die Goddelijke liefde tussen twee mensen op prachtige wijze bezongen. We hebben overigens ontdekt dat mannelijk en vrouwelijk schiep hij hen ook op kan gaan voor twee mannen of twee vrouwen.

 Heel uitdrukkelijk zegt Jezus van Nazareth dat je van buiten af nooit mag stoken in de liefde tussen twee mensen. Ouders die het niet eens zijn met de partnerkeuze van hun kinderen, een kerk die waarschuwt voor anders gelovigen als partners, een staat die eisen stelt aan de partnerkeuze van haar inwoners, ze houden zich niet aan het gebod van Jezus van Nazareth om mensen in vrijheid hun levenslange relatie van liefde aan te laten gaan. En al die scheidingen dan? Mensen hertrouwen toch vaak na een scheiding? De richtlijn van Mozes om een scheidingsbrief te geven was al een verbetering ten opzichte van de gewoonte een echtgenote die niet meer te beviel te verkopen of te vermoorden. Jezus van Nazareth waarschuwt er tegen om je partner te beschouwen als een bron voor je persoonlijke genot en als je er niet meer van geniet dan zoek je maar een ander. Let op dat die regel in dit verhaal zowel geldt voor mannen als voor vrouwen. Paulus heeft later eens geschreven dat de liefde zichzelf niet zoekt, het gaat ook in een huwelijksrelatie om de ander en niet om jezelf.

 Natuurlijk kun je dan uit elkaar groeien. Soms is het goed om elk een andere weg te gaan, dat kan zelfs uit liefde besloten worden. De spanningen die er zijn, verschillende verwachtingen, verschillende karakters of culturen kunnen zich oplossen in een scheiding zodat er voor kinderen weer vrede en rust aanbreekt. Als kinderen zien dat gescheiden ouders elkaar weten te respecteren en voor de kinderen ook samen in de bres weten te springen dan leren ze misschien wel beter wat er met de goddelijke liefde wordt bedoeld dan van ouders die omwille van het fatsoen bij elkaar blijven maar elkaar niets meer te bieden hebben. We zijn met de regels uit de Bijbel op weg naar een ideale samenleving, een samenleving waarin alle tranen gewist zijn en waarin iedereen mag meedoen. We zijn nog niet in die hemel op aarde aangekomen. Zolang moeten we rekenen met zaken die mislopen, ook tussen mensen die van elkaar houden. Niemand van buiten mag een dergelijke breuk veroorzaken of bevorderen dat is in elk geval duidelijk. Ook van binnenuit kan een dergelijke breuk nooit lichtvaardig tot stand komen. Maar als die eenmaal vastgesteld is dan zullen we die moeten respecteren. Dan pas ook kan een nieuwe poging gewaagd worden de relatie op te bouwen tussen twee mensen die God bij de schepping heeft bedoeld. En zo worden ook de woorden van Jezus van Nazareth wegwijzers op de weg naar het mensenland van God, wegwijzers die we ook vandaag nog nodig hebben.

 

Reacties

Psalm 35:11-28

11 Valse getuigen staan tegen mij op en vragen mij naar wat ik niet weet. 12  Ze vergelden goed met kwaad, ik voel mij van ieder verlaten. 13  Waren zij ziek, ik trok een boetekleed aan, en bleef mijn gebed onverhoord, ik pijnigde mij door te vasten. 14  Ik liep rond als waren zij vrienden, broers, ik ging in het zwart gehuld en liep gebogen als iemand die rouwt om zijn moeder. 15  Maar toen ik dreigde te vallen, verheugden zij zich, ze liepen te hoop en sloegen me onverwachts neer, ze hadden me willen verscheuren, 16  die bende godvergeten spotters met een grijns op hun gezicht. 17 Heer, hoe lang nog blijft u toezien? Behoed mij voor hun moordlust, red mijn kostbaar leven van die leeuwen. 18  Dan zal ik u prijzen in de gemeenschap, u loven waar heel uw volk bijeen is. 19  Gun mijn vijanden, die valsaards, geen leedvermaak, mijn redeloze haters geen blik van triomf, 20  want het woord vrede kennen zij niet, en tegen de weerlozen in het land smeden zij bedrieglijke plannen. 21  Ze roepen spottend, hun mond wijd open: ‘Zie hém daar!’ 22  U hebt het gezien, HEER, zwijg dan niet, mijn Heer, houd u niet ver van mij. 23  Verhef u, ontwaak, mijn God en mijn Heer, verdedig mij, vecht voor mijn zaak. 24  Doe mij recht, HEER, mijn God, u bent rechtvaardig, sta niet toe dat ze zich om mij vermaken, 25  laat hen niet kunnen denken: ‘Dit is wat we wilden.’ Laat hen niet kunnen zeggen: ‘We hebben hem verslonden.’ 26  Dat beschaamd staan en vernederd wie zich verheugen op mijn ondergang. Dat met schaamte en schande bedekt worden wie zich boven mij verheffen. 27  Dat van vreugde juichen wie willen dat mij recht wordt gedaan. Laat hen gedurig mogen zeggen: ‘Groot is de HEER, vrede wil hij voor zijn dienaar.’ 28  Van uw gerechtigheid zal mijn tong spreken, van uw roem wil ik zingen, dag aan dag. (NBV)

Het is uiteindelijk de God van Israël die de armen bevrijdt van hun onderdrukkers zingt de psalmdichter. Dat is niet een knip met de vingers, dat is niet met een bliksem uit donkere wolken of met een grote aardbeving die ineens alle uitbuiters in de grond doet zakken. Verhalen in de Bijbel lijken dat nog wel eens te vertellen maar zelfs degenen die ze door vertelden lachten er bij en vertelden dat het in de werkelijkheid zo niet zal gaan. Het zal gaan door de wetten en regels nauwkeurig te volgen. Niet omdat het nu eenmaal moet, niet omdat dode letters en verstofte regels beter zijn als het gevoel van levende mensen. Maar omdat we van elkaar houden.

We houden zelfs van een moordenaar die zijn straf heeft ondergaan, wat hij ook gedaan heeft. We willen een samenleving zonder moordenaars, een samenleving waar iedereen een aandeel in heeft, waar we met elkaar op zoek zijn naar de beste weg. Dan moeten we ook bereid zijn om moordenaars weer terug te brengen op die weg. Dan zullen de armen werkelijk bevrijdt xijn van hun uitbuiters. Daarbij moeten we oppassen voor fake nieuws zegt de psalm. Ook een veroordeelde moordenaar beschuldigen een misdadiger te blijven na het uitzitten van zijn straf is fake nieuws. Zolang hij geen nieuwe misdaad pleegt is hij een burger net als alle anderen.

De  Psalm vraagt om gerechtigheid. Niet dat van wij zijn beter omdat we niemand hebben vermoord, maar dat van wij zijn blij dat mensen weer een nieuwe kans krijgen. Een nieuwe kans om de weg van de God van Israël te gaan. Een nieuwe kans om elkaar lief te hebben en een positieve bijdrage te leveren aan de samenleving. Het is immers de God van Israël die ons de weg wijst naar liefde, vrede en gerechtigheid. Telkens als wij ons laten regeren door angst, door woede, door afschuw dan wijken we van de weg af. Wie slecht doet moet gestraft worden. Maar wie de straf heeft ondergaan moet de kans krijgen op een nieuwe, goede, manier met de samenleving om te gaan. Elke dag opnieuw mogen we aan die samenleving werken, ook vandaag weer.

 

Reacties

Psalm 35:1-10

1 Van David. Bestrijd, HEER, wie mij bestrijden, vecht tegen wie mij bevechten, 2  wapen u, grijp het schild, sta op om mij te helpen! 3  Zwaai met uw speer en strijdbijl en werp ze naar mijn achtervolgers. Zeg tegen mij: ‘Ik ben het die je redt.’ 4  Dat beschaamd en vernederd worden wie mij naar het leven staan, dat eerloos terugdeinzen wie mij kwaad willen doen. 5  Laten zij verwaaien als kaf in de wind wanneer de engel van de HEER hen opjaagt, 6  laat hun weg donker en glad zijn wanneer de engel van de HEER hen vervolgt. 7  Zonder reden hebben ze een net gespannen, zonder reden een kuil voor mij gegraven. 8  Laat hen ten onder gaan voor zij het weten, verstrikt raken in hun eigen netten en zelf de ondergang tegemoet gaan. 9  Dan zal ik juichen om de HEER,  mij verheugen over de redding die hij brengt. 10  Uit de grond van mijn hart zal ik zeggen: ‘HEER, wie is aan u gelijk? U bevrijdt de zwakken van hun onderdrukkers, de zwakken en de armen van hun uitbuiters.’ (NBV)

De vraag die hier boven staat is gericht aan de God van Israël. Het lied dat we vandaag met de kerk meezingen begint er mee. En wat is dat voor slap gedoe, kun je zelf niet meer vechten? De Psalm wordt aan David toegeschreven, komt in elk geval uit een bundel liederen die bij de Tempel werden gezongen en de titel David droeg. En die koning David was een geduchte vechtersbaas, terwijl de koning van zijn dagen de vijanden per duizenden versloeg deed David dat per tienduizenden. Toch vraagt die David aan zijn God om zijn vijanden te bestrijden. Dat is niet zo vreemd als het lijkt. Volgens het verhaal dat in de Bijbel over David wordt verteld heeft hij weet van het verbond dat de God van Israël met zijn volk heeft gesloten.

Bij dat verbond horen de richtlijnen voor de menselijke samenleving en de hoofdlijnen daarvan stonden op stenen platen. Wat daar stond klinkt tot op vandaag door in onze wereld. "Gij zult niet doden" is een overbekende richtlijn en hoe kun je je vijanden bestrijden als je niet doden mag. David heeft in zijn leven ondervonden dat je soms vaker je vijanden moet doden dan je lief is. Zelfs al zou je niet geloven in de God van Israël dan dood je toch niet iedereen die je voor de voeten loopt. Iedereen die het niet met jou eens is. Iedereen waardoor jij je bedreigd voelt. Er zijn mensen die dat recht in eigen hand nemen. Zo voelde iemand zich bedreigd door Pim Fortuijn en schoot hem dood. Dat is in onze samenleving gelukkig een zwaar misdrijf.

Wij hebben wetten en regels om opvattingen te bestrijden en het tot gelding brengen van volgens ons foute opvattingen te voorkomen. Dat systeem werkt niet altijd feilloos, het is immers ook maar een menselijk bouwsel, maar het is wel het enige dat we hebben en dat we dus moeten koesteren. Daarom is die moordenaar ook onderworpen aan de regels van het strafrecht en volgens die regels door een rechter veroordeeld tot de straf die hij gekregen heeft. Daarom moet die straf ook uitgevoerd worden volgens de regels die er voor staan, juist omdat die moord zo verkeerd was. Afwijken van die regels omdat je het niet met de moordenaar eens bent brengt je op hetzelfde verkeerde spoor als die moordenaar heeft bewandeld.

 

Reacties

Rechters 11:28-40

28  Maar de koning van de Ammonieten trok zich niets aan van de boodschap die Jefta hem had laten overbrengen. 29  Toen werd Jefta gegrepen door de geest van de HEER. Hij trok door heel Gilead en Manasse, ging daarna weer terug naar Mispa in Gilead en trok van daar op tegen de Ammonieten. 30  Hij beloofde de HEER: ‘Als u de Ammonieten aan mij uitlevert, 31  dan zal het eerste dat me bij mijn behouden thuiskomst tegemoet komt voor u zijn; dat zal ik als brandoffer aan u opdragen.’ 32  Toen trok hij op tegen de Ammonieten en bond de strijd met hen aan, en de HEER leverde ze aan hem uit. 33  Jefta sloeg hen terug van Aroër tot Minnit en Abel-Keramim en nam daarbij niet minder dan twintig steden in. Zo bracht hij een zware nederlaag toe aan de Ammonieten, die het hoofd moesten buigen voor de Israëlieten. 34  Toen Jefta terugkwam in zijn woonplaats Mispa, werd hij met reidansen en trommelspel verwelkomd. Zijn dochter ging voorop. Zij was zijn enige kind, andere zonen of dochters had hij niet. 35  Meteen toen hij haar zag scheurde hij zijn kleren en riep uit: ‘Ach mijn kind, dat jij me deze slag moet toebrengen, dat juist jij het bent die me in het ongeluk stort! Ik heb de HEER een gelofte gedaan en daar kan ik niet op terugkomen.’ 36  ‘U hebt de HEER een gelofte gedaan, vader, ‘antwoordde ze. ‘Nu hij u gewroken heeft op uw vijanden, de Ammonieten, moet u met mij doen zoals u hebt beloofd. 37  Maar dit wil ik nog vragen: gun me voordat u uw gelofte ten uitvoer brengt nog twee maanden tijd, zodat ik met mijn vriendinnen de bergen in kan trekken om erover te treuren dat ik nooit iemands vrouw zal zijn.’ 38  ‘Goed, ‘zei Jefta, en hij liet haar voor twee maanden de bergen in gaan om met haar vriendinnen om haar maagdelijkheid te treuren. 39  Toen die twee maanden voorbij waren keerde ze naar haar vader terug, en hij bracht zijn gelofte ten uitvoer. Nooit had ze met een man geslapen. Sindsdien is het in Israël de gewoonte 40  dat de jonge meisjes elk jaar vier dagen lang rouwklagen om Jefta’s dochter. (NBV)

Veel mensen vinden dit maar een raar verhaal. Die Rechter Jefta die zijn eigen dochter ter dood brengt alleen omdat hij dat nu eenmaal aan God heeft beloofd. Hoewel, hij heeft het niet letterlijk beloofd, het eerste dat hem tegemoet zou komen zou hij offeren. Amerikanen hebben voor zo iemand een zeer lelijk scheldwoord “Son of a bitch”, de Bijbel had dit scheldwoord voor Jefta al gebruikt, “zoon van een hoer” betekent zijn naam. Nou was het wel zo dat al het eerstgeborene geofferd zou moeten worden, de eerstgeboren schapen en ezels en zo. Alleen niet de eerstgeboren zoon, en over dochters wordt daar al helemaal niet gesproken. De geleerden zijn het er daarom ook niet over eens of Jefta nu echt zijn dochter heeft geofferd of dat het alleen bij wijze van spreken is geweest. Gewoonten en tradities moeten nu eenmaal ook worden verklaard nietwaar.

Bij ons komt Sinterklaas uit Spanje, omdat het Italiaanse Bari ooit onder Spaanse heerschappij viel. Een voorbeeld van een overlevering die in de loop van de geschiedenis tot verkeerde opvattingen is gaan leiden. De meisjes in het oude Israel hadden kennelijk elk jaar een rouwperiode voordat hun meisjestijd voorbij was. Een rouwperiode die toch ergens vandaan moest komen en verklaard moest worden. En al te lichtzinnige beloften moeten we ook niet doen, leren we uit dit verhaal. En de Bijbel al te letterlijk nemen ook niet. In het boek Rechters zijn een aantal zeer oude volksverhalen verwerkt maar of de letterlijke betekenis daarvan overeind is gebleven moet je je maar afvragen. De boodschap is in elk geval niet verloren gegaan. Dat we bij wetten goed moeten opletten wat er werkelijk staat is ook duidelijk.

Bij ons leven we in een klimaat waar wetten gemakkelijk alleen voor de armen geldig worden verklaard. Een minister president die dan voor het gemak ontkent dat er armen zijn en een zogenaamde Christelijke partij als partner heeft die daar op geen enkele manier tegen in het geweer komt. De voorzichtigheid die het verhaal van Jefta bij ons oproept blijkt nergens uit het regeringsbeleid. Alleen de rijken worden met voorzichtigheid behandeld. Dat je ook de armen, de onschuldigen met omzichtigheid moet behandelen en voordat je handelt als Jefta eerst drie keer moet nadenken voor wie je handelen gevolgen zou kunnen hebben ontbreekt in het huidige politieke klimaat. Er zijn nog altijd idealisten lid van het CDA, zij bedenken nog steeds niet wat voor gevolgen hun keuze heeft voor de zwaksten in onze samenleving, zij handelen als Jefta. Misschien moeten we dit verhaal wat harder vertellen om hen tot andere gedachten te brengen. Als de leden nu ook de partij verlaten veranderd er misschien wat ten goede in ons land.

Reacties

Rechters 11:12-27

12 Jefta stuurde gezanten naar de koning van de Ammonieten met de vraag: ‘Wat bezielt u om mij op mijn eigen grondgebied aan te vallen?’ 13  De koning van Ammon antwoordde de afgezanten van Jefta: ‘Dat weet u heel goed! Israël heeft, toen het uit Egypte wegtrok, land van mij in bezit genomen: het hele gebied vanaf de Arnon tot aan de Jabbok en de Jordaan. Ik raad u aan mij dat nu zonder slag of stoot terug te geven.’ 14  Toen stuurde Jefta opnieuw gezanten naar de koning van de Ammonieten. 15  Ditmaal moesten ze de volgende boodschap overbrengen: ‘Dit zegt Jefta: “Israël heeft nooit land van de Moabieten of de Ammonieten afgenomen! 16  Zo is het gegaan: Toen de Israëlieten weggingen uit Egypte, trokken ze door de woestijn naar de Rietzee en kwamen daarna bij Kades. 17  Israël stuurde gezanten naar de koning van Edom met het verzoek of ze door zijn land mochten trekken, maar hij gaf daaraan geen gehoor. Aan de koning van Moab werd hetzelfde verzoek voorgelegd, maar ook hij willigde het niet in. Dus moest Israël in Kades blijven. 18  Ten slotte kozen ze hun weg door de woestijn, om het gebied van Edom en Moab heen. Ze bleven ten oosten van Moab en sloegen hun tenten op aan de overkant van de Arnon. Ze zijn dus nooit op het grondgebied van Moab geweest, want ze zijn de grensrivier de Arnon niet overgestoken. 19  Vervolgens stuurde Israël gezanten naar Chesbon, naar koning Sichon van de Amorieten, met het verzoek of ze over zijn grondgebied naar hun eigen land mochten trekken. 20  Sichon vertrouwde Israël echter niet binnen zijn grenzen. Hij verzamelde zijn troepen, sloeg zijn kamp op in Jahas en deed een aanval op Israël. 21  Maar de HEER, de God van Israël, leverde Sichon met zijn hele leger aan Israël uit, zodat ze werden verslagen. Israël nam het hele gebied in bezit dat aan de Amorieten had toebehoord. 22  Ze namen al het land van de Amorieten in bezit: het hele gebied van de Arnon tot aan de Jabbok en van de woestijn tot aan de Jordaan. 23  Welnu, de HEER, de God van Israël, heeft de Amorieten voor zijn eigen volk verdreven. En ú meent aanspraak te kunnen maken op hun bezit? 24  Nee! Wat u dankzij uw god Kemos in bezit hebt gekregen kunt u uw eigendom noemen, maar het bezit van degenen die de HEER, onze God, voor ons verdreven heeft, is ons eigendom! 25  Bent u soms meer dan koning Balak van Moab, de zoon van Sippor? Heeft hij ons ooit ons grondgebied betwist en ons daarom aangevallen? 26  De Israëlieten wonen nu al driehonderd jaar in Chesbon en Aroër en de omliggende dorpen en in de steden langs de Arnon. Waarom hebben de Ammonieten dan niet eerder geprobeerd dat gebied te bevrijden? 27  Ik heb u niets misdaan, maar u doet mij onrecht door mij aan te vallen. Laat de HEER, de hoogste rechter, vandaag rechtspreken tussen de Israëlieten en de Ammonieten.”’ (NBV)

Er zijn in de geschiedenis altijd wel argumenten te vinden om elkaar te bestrijden. Hoever moet je terug gaan om argumenten te vinden om je zogenaamde gelijk te halen? In het verhaal van Jefta ging de koning van de vijand meer dan 300 jaar terug om aan te tonen dat hij terecht aanviel. De Islamistische fundamentalisten gaan graag terug tot de kruistochten om aan te tonen hoe verderfelijk onze samenleving wel niet is. Nou is het zo dat wij niet zoveel meer weten van de kruistochten en daarom onze geschiedkundige kennis moeten opfrissen, maar de kruistochten kunnen toch nimmer een reden zijn voor het opblazen van treinen, vliegtuigen en het sturen van autobommen. In de discussie die Jefta met de koning van de Ammorieten voert speelt de doortocht van het volk een grote rol. Een groep mensen die door de woestijn trekt op weg naar het land van hun oorsprong wil graag door een land trekken maar mag dat niet. Eigent dat volk het recht op doortocht zichzelf toe? Volgens Jefta niet, ze trekken er steeds om heen.

Alleen als ondanks de omtrekkende beweging een koning toch besluit tot een aanval komt het tot een gevecht dat door Israel gewonnen wordt. We mogen dus leren van de geschiedenis, maar om nu ons gelijk te ontlenen aan de geschiedenis is wat anders. Haarlemmers zullen Spanjaarden echt niet aankijken op wat Spanjaarden met Haarlemmers hebben gedaan in de 80 jarige oorlog. Leidenaren zullen elk jaar echter wel het ontzet van Leiden op 3 oktober 1574 vieren en evenzo hebben Alkmaarders voor 8 oktober een groot feest voor het ontzet van 1573 op touw gezet. Bij deze feesten speelt een rol dat er altijd burgers nodig zijn om de vrijheid van geweten te bevechten. Ook in onze dagen zijn er weer autoriteiten die de vrijheid van meningsuiting van de burgers willen inperken. Die burgers zouden opstand en verzet eens kunnen verheerlijken. Alsof ons land er zonder opstand en verzet geweest zou zijn. Alsof sinds de zestiende eeuw mensen geïnspireerd door richters als Jefta niet voortdurend hebben opgeroepen tot opstand tegen onrecht en dwingelandij.

Vrouwen en mannen zijn in ons land op de brandstapel gezet omdat ze er andere meningen op na hielden. Willem de Zwijger, de Vader der Vaderlands, schreef een verontschuldiging voor zijn ontrouw aan de Koning van Spanje waarin hij de vrijheid van geloof en geweten voorop zette. Kennis van deze geschiedenis kan je dus behoeden voor het roepen dat bepaalde geloofsuitingen niet meer mogen en dat een verbod zelfs tot onze historische traditie zou behoren. Maar gebeurtenissen uit de geschiedenis betekenen niet dat we nu nog Katholieken vervolgen of wraak nemen op Protestanten. Wel behoort het tot de traditie te blijven roepen tegen onrecht en gewetensdwang, waar op de wereld  onze broeders en zusters er onder te lijden hebben. We roepen daarvoor dus nog maar even mee.

Reacties

Rechters 11:1-11

1 Nu was er in die tijd een zekere Jefta, een krijgshaftig man, afkomstig uit Gilead. Hij was door zijn vader Gilead verwekt bij een hoer, 2  maar Gilead had ook zonen bij zijn eigen vrouw. Toen die volwassen waren, hadden ze Jefta weggejaagd met de woorden: ‘Jij krijgt geen erfdeel uit het bezit van onze vader, want je bent de zoon van een andere vrouw.’ 3  Jefta had voor zijn broers de wijk moeten nemen en zich gevestigd in Tob. Daar sloot zich een stel avonturiers bij hem aan, die met hem erop uittrokken. 4 Enige tijd nadat de Ammonieten hun kamp hadden opgeslagen in Gilead, bonden ze de strijd aan met Israël. 5  Toen de oorlog eenmaal was uitgebroken, gingen de oudsten van Gilead naar Tob om Jefta terug te halen. 6  ‘Kom terug, ‘zeiden ze tegen hem, ‘en wees onze aanvoerder in de strijd tegen de Ammonieten.’ 7  Maar Jefta zei: ‘Uit minachting hebt u mij uit het huis van mijn vader verdreven. En nu u in het nauw zit, komt u bij mij?’8  ‘U hebt gelijk, ‘antwoordden de oudsten van Gilead. ‘Maar nu willen we ons met u verzoenen. Als u met ons meegaat en de strijd aanbindt met de Ammonieten, komt u aan het hoofd te staan van heel Gilead.’ 9  Jefta antwoordde: ‘Als u me terughaalt om de strijd aan te binden met de Ammonieten en als de HEER ze in mijn macht geeft, mag ik dus uw leider zijn?’ 10  ‘Daar kunt u op rekenen, ‘zwoeren ze. ‘Het zal gebeuren zoals u zegt, de HEER is onze getuige.’ 11  Jefta ging met de oudsten mee naar Gilead, waar hij door het volk tot aanvoerder en leider werd aangesteld. En in Mispa herhaalde hij ten overstaan van de HEER nog eens alles wat hij had gezegd. (NBV)

Kinderen uit zogenaamde probleemgezinnen kunnen soms nog goed terecht komen. De meesten van hen komen goed terecht. We veroordelen zo graag en bestempelen mensen. Het ene na het andere rapport over probleemjongeren verschijnt en miljoenen worden er gestoken in hulpverleners en wetenschappers die onderzoek willen plegen. Geld om in de jongeren zelf steken is er dan maar weinig. Er wordt soms zoveel bezuinigd dat zelfs de jeugdgevangenissen gevaarlijke plekken worden. Neem nu die Jefta, zoon van een keurige vader. Maar ja, vader was weliswaar getrouwd en had de nodige kinderen, maar de vader van Jefta had ook iets met een hoer. Een relatie waar Jefta uit geboren werd. Die dingen gebeuren nu eenmaal, ook in onze dagen. In plaats van dat Jefta niet kwalijk te nemen, hij had dat overspel immers niet gepleegd, joegen de keurige burgers hem de stad uit. Gestigmatiseerd heet dat, voorzien van het stempel "deugt niet".

Op hoeveel jongeren wordt dat etiket al vanaf zeer jonge leeftijd gestempeld? "Allochtoon", of "woonwagenkind" of "die komt uit een asociale buurt". Wees dan niet verbaasd als kinderen aan het negatieve etiket gaan beantwoorden. Ze doen wat de samenleving van ze verwacht. Als iedereen denkt dat je problemen gaat geven dan ga je die geven ook. Jefta werd roverhoofdman zegt het verhaal. Een nuttig beroep als de oorlog uitbreekt overigens. En als er weer oorlog dreigt dan zoeken ze hem daarom ook op. Maar zoveel oorlogen willen wij niet voeren dus zitten we met de ontspoorde jongeren in onze maag. Er waren wel projecten om ouders te helpen bij het opvoeden van zeer jonge kinderen die dreigden het etiket "deugt niet" opgeplakt te krijgen. Die projecten waren zeer succesvol, ze werden dus wegbezuinigd.

De universiteiten van Leiden en Utrecht hadden de projecten bedacht, ondersteunt en geëvalueerd, maar vergeefs. We zouden immers eens zonder problemen in onze samenleving komen te zitten, waar moeten politici dan goede sier mee maken en wat moeten probleemonderzoekers dan nog onderzoeken. Het enige dat we kunnen doen met de Jefta's van onze tijd is ze terug te halen in onze samenleving. Echt proberen ze een eigen plaats te geven. Als ze zo goed kunnen handelen in gestolen goed of drugs, kunnen ze wellicht ook wel goed in onze winkels staan te verkopen, en als ze goed zijn in rondhangen op straat zijn het wellicht goede stadswachten die op onze spullen passen. In verschillende gemeenten is dat overigens inmiddels al gebleken. Verder is er vanuit verschillende kerken het initiatief genomen om ex-gedetineerden op te vangen in Exodus huizen en ze onder begeleiding weer een echte plek in de samenleving te geven.

 

Reacties

Rechters 10:6-18

6 Weer deden de Israëlieten wat slecht is in de ogen van de HEER: weer begonnen ze de Baäls en Astartes te vereren, en ook de goden van Aram, Sidon en Moab en de goden van de Ammonieten en de Filistijnen. Ze keerden de HEER de rug toe en dienden hem niet meer. 7  De HEER ontstak in woede en leverde hen uit aan de Filistijnen en de Ammonieten. 8  Nog datzelfde jaar begonnen zij Israël te knechten en te knevelen: achttien jaar lang onderdrukten ze de Israëlieten die aan de overkant van de Jordaan woonden, in Gilead, het gebied dat ooit aan de Amorieten had toebehoord. 9  Uiteindelijk staken de Ammonieten zelfs de Jordaan over om de strijd aan te binden met Juda, Benjamin en Efraïm. De Israëlieten kregen het zo zwaar te verduren 10 dat ze de HEER te hulp riepen en zeiden: ‘We hebben tegen u, onze God, gezondigd door u de rug toe te keren en de Baäls te dienen.’ 11  De HEER antwoordde: ‘Ik heb jullie vaak genoeg gered: van de Egyptenaren en de Amorieten, en van de Ammonieten en de Filistijnen. 12  Ook toen jullie onderdrukt werden door de Sidoniërs, de Amalekieten en de Maonieten hebben jullie mij te hulp geroepen en heb ik jullie uit hun greep bevrijd.  13  Maar telkens keren jullie mij weer de rug toe om andere goden te dienen. Daarom bevrijd ik jullie niet meer. 14  Roep die goden maar te hulp aan wie jullie de voorkeur hebben gegeven. Laten zij jullie nu maar uitkomst brengen!’ 15  Toen zeiden de Israëlieten tot de HEER: ‘Wij hebben gezondigd. Doe met ons wat u goeddunkt, alleen, bevrijd ons nog deze ene keer.’ 16  En ze deden de vreemde goden weg en dienden de HEER. Toen kon de HEER niet langer aanzien hoe moeilijk Israël het had. 17  De Ammonieten brachten een leger op de been en sloegen hun kamp op in Gilead. De Israëlieten verzamelden zich en sloegen hun kamp op in Mispa. 18  De leiders van Gilead zeiden tegen elkaar: ‘Degene die als eerste de strijd durft aan te binden met de Ammonieten, komt aan het hoofd te staan van heel Gilead.’ (NBV)

Degene die als eerste de strijd durft aan te gaan krijgt de heerschappij over heel Gilead zo besluit het stuk dat we vandaag uit de Nieuwe Bijbelvertaling lezen. Het was weer eens zo ver, ze waren vreemde goden achterna gelopen. De bekende vruchtbaarheidsgoden en de goden van de omringende volken. Het moest weer overlopen van succes en klatergoud. Waar hebben we dat meer gehoord. Volgens het verhaal werd God zelfs moe van het steeds weer moeten bevrijden. Goden en koningen moeten toch niet nodig zijn om ons te beschermen? Als we met z'n allen zorgen dat we met z'n allen gelukkig zijn, en dus eerlijk delen in plaats van op succes te letten moet het toch ook kunnen? In ons verhaal belooft het volk het nog een keer te proberen. De leider moet dan iemand worden die het nut als leider ook bewijst. Iemand die als eerste de vijand durft aan te pakken.

We zouden zulke leiders ook wel willen hebben nietwaar, mensen die de problemen ook oplossen. Die zorgen voor eerlijk delen in plaats van de rijken bevoordelen. Maar we krijgen leiders die show voorop zetten. Politici spreken elkaar in het parlement aan of ze straatjongens zijn. Vroeger hoorde je nog wel eens over parlementair taalgebruik, je moet er niet aan denken dat je elkaar de hele dag met het tegenwoordige parlementaire taalgebruik aanspreekt. Politici zetten de inhoud en programma's op de tweede plaats en mooie praatjes en demagogie op de eerste plaats. We moeten de vreemde goden van winst en profijt kennelijk nalopen.

Het klinkt zo mooi nietwaar, televisiedemocratie met spannende debatten in plaats van detectiveseries. Ondersteund door de oprispingen van enkelen in de sociale  media. In America is dit soort persoonsdemocratie verworden tot een rituele scheldpartij en een wedstrijd moddergooien. Verreweg de meeste Amerikanen bemoeien zich er niet meer mee en gaan niet stemmen. Met alle gevolgen van dien. Een louche ondernemer die ook televisieartiest was is president geworden. De armen kunnen kreperen. De oorlogen die worden gevoerd zijn er niet om recht en gerechtigheid te brengen. En in de wereld wordt meer en meer haat en afgunst gezaaid. We zoeken dus leiders die de strijd aan durven gaan om mensen te bevrijden van onderdrukking en armoede, van leugens en  egoïsme.

Reacties
Domeinregistratie en hosting via mijndomein.nl