basalk.punt.nl
Abonneren

Abonneer je nu voor nieuwe artikelen op deze website!

Laatste artikelen

Jeremia 18:13-23

13  Dit zegt de HEER: Vraag aan alle volken: Wie heeft zoiets ooit gehoord? Wat Israël heeft gedaan-afschuwelijk! 14  Verdwijnt de sneeuw ooit van de rotsen van de Libanon? Droogt koud en stromend water uit een verre bron ooit op? 15  Maar mijn volk is mij vergeten, het brandt wierook voor nietswaardige goden, die het lieten struikelen op van oudsher vertrouwde wegen, het op ongebaande paden lieten gaan. 16  Zo werd het land een woestenij, een voorwerp van blijvende afschuw. Ieder die voorbijkomt huivert, schudt vol ontzetting het hoofd. 17  Als de oostenwind zal ik het volk verstrooien, ik jaag het voor zijn vijand uit. Op de dag dat het ten onder gaat keer ik het de rug toe, wend ik mij af.’ 18 ¶  ‘Ze zeiden: “Laten we iets tegen Jeremia ondernemen. Want het onderricht van onze priesters, de raad van onze wijzen, de verkondiging van onze profeten zullen allerminst verdwijnen. Kom, we brengen hem in opspraak, we schenken aan zijn woorden niet langer gehoor.” 19  HEER, luister naar mij, hoor de plannen van mijn tegenstanders. 20  Mag goed met kwaad worden vergolden? Een kuil hebben ze voor mij gegraven-en dat terwijl ik voor u stond om voor hen te pleiten, om uw toorn van hen af te wenden. 21  Geef daarom hun kinderen prijs aan de honger, lever ze uit aan het zwaard. Beroof hun vrouwen van hun man en kinderen, laat hun mannen sterven door de pest, hun jongens vallen in de oorlog. 22  Laat gejammer uit hun huizen klinken, omdat u onverhoeds een bende op hen afstuurt. Want zij hebben een kuil gegraven om mij te vangen, zij hebben een strik op mijn pad gezet. 23  HEER, u kent hun moorddadige plannen tegen mij. Dek hun misdaden niet toe, wis hun zonden niet uit. Laat hen voor uw ogen bezwijken, reken met hen af als uw toorn losbreekt.’ (NBV)

Die arme Jeremia. Slooft hij zich uit om het volk weer bij de les te krijgen, bij de dienst in de Tempel zoals die oorspronkelijk bedoeld was, lachen ze hem uit, bespotten ze hem en uiteindelijk als hij te lastig blijkt te worden dan bedreigen ze hem. Er is in de wereld nog niks veranderd. Mensen die het goede willen voor hun medemens lopen altijd gevaar, zeker in samenlevingen waar dictators aan de macht zijn of waar de goden van macht en profijt worden aanbeden. In Wit-Rusland, China en vele andere landen zitten mensen in gevangenissen of worden vervolgd alleen omdat ze er andere meningen op na houden dan de heersende machten. Maar ook door Amerika worden mensen vastgehouden alleen omdat de zittende regering vindt dat ze gevaarlijk zijn. Ze kunnen zich daar niet tegen verdedigen, geen rechter op wie ze zich kunnen beroepen.

Er is inmiddels op de wereld een organisatie die opkomt voor mensen die door hun overheid op een oneerlijke manier worden bedreigd. Dat is Amnesty International. Die organisatie is heel hard nodig. Vluchten is voor veel van de bedreigde mensen ook geen optie. Zo'n Jeremia bijvoorbeeld die in de poort van de hoofdstad misstanden aan de kaak stelde hoeft tegenwoordig niet naar Nederland te vluchten. Daar zijn te veel mensen die vinden dat het voor die vluchtelingen ook veilig kan zijn als ze hun mond houden. In Nederland lijkt er dan wel vrijheid van meningsuiting te zijn maar als je het opneemt voor vluchtelingen of als je bepaalde politieke opvattingen afwijst dan loop je de kans met de dood te worden bedreigd.  En je mond open doen is nu juist de opdracht voor mensen als Jeremia.  Volgens sommige ambtenaren is het bijvoorbeeld in Iran veilig voor christenen als ze hun mond houden.

Die goddeloze ambtenaren  hebben niet door dat het de opdracht van die christenen is hun mond open te doen, het hoort bij hun geloof. Inmiddels heeft de staatssecretaris besloten daar toch wat voorzichtiger mee om te gaan. Voor je het weet voelen ook Christenen in Nederland zich bedreigd als ze niet willen doen wat de rijken en de machtigen willen Als Christenen niet net als Jeremia hun mond open doen tegen onrecht, tegen onderdrukking van de weduwe en de wees, dan zijn ze geen christen meer, onder wel regiem ze ook leven. Jeremia heeft zoiets van wie niet horen wil moet maar voelen. Wij zouden toch moeten weten dat het opzetten van mensen tegen elkaar leidt tot bittere ellende voor iedereen. In deze zomer staan er weer lange rijen voor het Anne Frankhuis in Amsterdam. Misschien moeten we daar met z'n allen binnenkort ook weer heen om het ons weer te herinneren.

Reacties

Jeremia 18:1-12

1 ¶  De HEER richtte zich tot Jeremia: 2  ‘Ga naar de werkplaats van een pottenbakker, daar zal ik laten horen wat ik je te zeggen heb.’ 3  Ik ging naar een werkplaats, waar een pottenbakker juist op zijn draaischijf aan het werk was. 4  Als de pot die hij maakte mislukte, begon hij opnieuw en vormde hij de klei tot een andere pot, precies zoals hij zich die had voorgesteld. 5  De HEER zei: 6  ‘Volk van Israël, ik kan met jullie hetzelfde doen als die pottenbakker-spreekt de HEER. Immers, jullie zijn in mijn handen als klei in de handen van een pottenbakker. 7  De ene keer zeg ik tegen een volk en een koninkrijk dat ik het zal uitrukken, verwoesten en ombrengen 8  maar als dat volk met zijn kwalijke praktijken breekt, dan zie ik af van het onheil waarmee ik het wilde treffen. 9  De andere keer zeg ik tegen een volk en een koninkrijk dat ik het zal opbouwen en planten 10  maar luistert dat volk daarna niet naar mij en doet het wat slecht is in mijn ogen, dan zie ik af van al het goede dat ik had beloofd te doen. 11 ¶  Daarom, zeg tegen de inwoners van Juda en Jeruzalem: Dit zegt de HEER: Uit mijn hand komt onheil over jullie en ik beraam kwade plannen. Breek met je kwalijke praktijken, beter je leven. (NBV)

God als de maker van een maakbare samenleving. Dat lijkt het beeld van de pottenbakker uit de stad van Jeremia op te roepen. Als de klei zich niet vormt zoals de pottenbakker wil dan wordt er opnieuw een bal van gemaakt en begint het draaien met de schijf opnieuw. Heel lang is deze tekst uitgelegd alsof de klei willoos is en God almachtig, maar dan heb je toch het verhaal niet helemaal goed gelezen. De klei moet willen doen wat de pottenbakker verlangt. Soms wil de klei in het geheel niet en dan is het voor de pottenbakker nog een hele worsteling er iets van te maken. Het verhaal vertelt dat het ook zo met samenlevingen gaat. Doet het volk wat is afgesproken, zich aan de richtlijnen uit de woestijn houden, dan wordt het een prachtige samenleving. Doet het volk het niet dat wordt het niks met die samenleving en dan zal er overnieuw begonnen moeten worden.

Voor wie Hebreeuws kan lezen zitten er nog wel een paar verrassingen in het verhaal van Jeremia. Die klei van de pottenbakker is dezelfde als het stof waar God ooit de mens van maakte, ook die klei moet dus willen doen wat de Opperpottenbakker wil, zich houden aan de wet van de liefde. Op het land van de pottenbakker bij Jeruzalem zou veel en veel later Judas eindigen met zijn 30 zilverlingen. Dat stof, dat niks voorstelt en waar de wind overheen speelt, is het beeld voor ons leven. Gods adem brengt het tot leven, zet het in beweging. Politici denken nog wel eens dat ze van boven af een samenleving kunnen maken. Ooit werd gedacht dat je op basis van bevrijding van onderdrukking zelfs een nieuwe mens kon laten ontwaken, maar de mens moet zelf willen, de mensen moeten samen willen.  Pas als mensen samen kiezen voor een samenleving van recht en rechtvaardigheid, voor een leven vanuit onvoorwaardelijke liefde voor de naaste gaat er iets moois groeien.

Niet dat alles ideaal wordt, mensen hebben steeds weer een nieuwe kans nodig, maar het kan. Dat beeld van die prachtige samenleving wordt ons ter keuze aangeboden, en kijk maar eens bij een pottenbakker, als de klei zich voegt ontstaan er de meest prachtige kunstvoorwerpen, nuttig in gebruik en prachtig om naar te kijken. Waarom zouden we ons dan niet naar Gods beeld laten voegen en samen kiezen voor een samenleving waarin iedereen mee kan doen en eerlijk samen delen voorop staat. Niemand kan dus zelf een ideale samenleving bouwen. Geen politicus, geen dictator, geen ondernemer. Geen macht of kracht op deze wereld. Zelfs God niet. God kan richtlijnen geven, heb je naaste lief als jezelf. Die liefde maakt een hele nieuwe wereld als iedereen die richtlijn volgt. Daar moeten we dus aan werken, dat mag vandaag weer beginnen.

Reacties

Jeremia 17:19-27

19 ¶  Dit zei de HEER tegen mij: ‘Ga in de Volkspoort staan, die de koningen van Juda plegen te gebruiken, en in de andere poorten van Jeruzalem. 20  Verkondig daar: Koningen van Juda, inwoners van Juda en Jeruzalem, jullie die door deze poorten naar binnen gaan, luister naar de woorden van de HEER. 21  Dit zegt de HEER: Wacht je er terdege voor om op sabbat goederen door de poorten van Jeruzalem naar binnen te brengen 22  en om uit jullie huizen goederen naar buiten te brengen. Verricht ook verder geen enkele bezigheid en vier de sabbat als heilige dag zoals ik jullie voorouders geboden heb. 23  Maar zij luisterden niet, schonken mij geen gehoor; zij waren halsstarrig en ongehoorzaam en lieten zich niet terechtwijzen. 24  Als jullie wel naar mij luisteren-spreekt de HEER en op sabbat geen goederen door de poorten van deze stad naar binnen brengen, de sabbat als heilige dag vieren en niet werken, 25  dan zullen Davids troonopvolgers door de poorten van deze stad naar binnen gaan, gezeten op paarden of rijdend op wagens en vergezeld van hun raadsheren en de inwoners van Juda en Jeruzalem. Dan zal deze stad altijd bewoond blijven. 26  En uit de steden van Juda, de omgeving van Jeruzalem, het stamgebied van Benjamin, het heuvelland, het bergland en de Negev zal men brandoffers, vredeoffers, graanoffers, dankoffers en wierook naar de tempel van de HEER brengen. 27  Maar als jullie geen gehoor geven aan mijn gebod om de sabbat als heilige dag te vieren, als jullie op die dag goederen door de poorten van Jeruzalem naar binnen blijven brengen, zal ik de poorten in vlammen doen opgaan, en zal vuur de burchten van Jeruzalem verteren-en niemand die het zal blussen.’ (NBV)

De jonge Leviet Jeremia moet om te beginnen maar eens in de poort van de stad gaan zitten. Voor ons is dat een rare plaats maar voor het volk Israel was het de plaats waar recht werd gesproken. Oude en wijze mensen en priesters die geen dienst hadden verzamelden zich daar. In onze dorpen hebben we vaak ook van die plekken. Op het marktplein, op de boulevard, bij een sluis daar staat vaak een bankje dat spottend de leugenbank wordt genoemd. In het oosten van het land heb je soms een karakteristiek dorpsplein dat de "Brink" genoemd word. Dat plein was in vroeger dagen de plaats waar de oudsten van het dorp of de regio bijeen kwamen om recht te spreken. Bij het volk Israel was die verzamelplek bij de poort een heel belangrijke. Daar legde je je geschillen voor en daar ging Jeremia dus zitten.

Het eerste dat hem opviel was dat de Sabbath geen andere dag was dan de andere. De stroom goederen die de stad inkwam bleef even groot. Onder de goddelijke richtlijnen uit de woestijn zou je verwachten dat op die ene dag in de week het rustig zou zijn. Dan zouden mensen en dieren rust kunnen nemen en zouden de mensen zich met andere zaken dan winst en profijt kunnen bezig houden. Niets was er meer van te merken. Jeremia roept op om terug te keren naar de goede gewoonten. Als iedereen alleen voor zichzelf leeft, alleen voor zichzelf zorgt dan kom je altijd op een dag in de problemen. Wij kennen dat ook. In de meeste steden zijn brandweerlieden vrijwilligers. Vanouds de winkeliers en de ambachtslieden, zij kunnen hun werk onderbreken om een brand te blussen. Sinds de winkeliers en ambachtslieden niet meer in de binnensteden wonen en ook op zondag moeten werken wordt het steeds moeilijker om vrijwilligers te vinden.

Als we doorgaan met de zogenaamde 24 uurs economie is er straks niemand meer om een brand te blussen. Jeremia herhaalt zijn waarschuwing meerdere malen. Hij weet dat iedereen een nieuwe kans verdient. Wij weten dat ook. Ons systeem van TBS maakt dat ook bij de ergste misdrijven mensen de kans krijgen zich radicaal en grondig te veranderen. Ze hoeven dat niet alleen en eenzaam te doen, ze krijgen er alle hulp bij. Het systeem staat eigenlijk altijd ter discussie, het kan immers altijd beter en we willen terecht risico's vermijden. Maar mensen een nieuwe kans geven blijft het uitgangspunt. Dat zal zelfs het uitgangspunt moeten zijn bij een levenslange gevangenisstraf. Het is dus ook niet te laat terug te keren naar de zondagsrust. Dat is niet religieus of alleen voor kerkgangers. Het bevrijdt iedereen van de voortdurende dwang van produceren en consumeren. We werken om te leven en we leven niet om te werken. En leven doen we alleen samen, als iedereen vrij is.

 

Reacties

Jeremia 17:9-18

9  Niets is zo onbetrouwbaar als het hart, onverbeterlijk is het, wie zal het kennen? 10  Ik, de HEER, ben het die het hart doorgrondt, die nieren toetst, die ieder naar zijn levenswandel beloont, aan ieder geeft wat hij verdient. 11  Zoals een patrijs eieren uitbroedt die ze niet heeft gelegd, zo is een mens die op oneerlijke wijze rijkdom verwerft. In de bloei van zijn leven verliest hij alles, als zijn einde komt, blijkt zijn dwaasheid.’ 12 ¶  ‘Een luisterrijke troon, hoog verheven vanaf het begin, dat is ons heiligdom. 13  HEER, bron van Israëls hoop, wie u verlaten, zullen te schande staan, wie van u weggaan, zullen in het stof worden geschreven, want ze hebben de HEER, de bron van levend water, verlaten. 14  Genees mij, HEER, dan zal ik gezond zijn, red mij, dan zal ik veilig zijn. Kon ik u niet altijd prijzen? 15  Ze zeggen tegen mij: “Wat komt er uit van de woorden van de HEER?” 16  Ik ben u, mijn herder, nooit ontvlucht, naar een onheilsdag heb ik nooit uitgezien. U weet wat over mijn lippen komt, al mijn woorden zijn u bekend. 17  Word niet mijn ondergang-niet u! U bent toch mijn toevlucht in tijden van nood? 18  Laat mijn achtervolgers te schande staan-niet mij! Laat hen ten onder gaan-niet mij! Breng onheil over hen, tref hen, tref hen dodelijk.’ (NBV)

Mensen met een defect aan het hart zullen de eerste zin van het Bijbelgedeelte van vandaag direct beamen. Een hartinfarct komt onverwacht. Chronisch hartfalen en hartritme stoornissen spelen altijd onverwacht op. Maar in de dagen van Jeremia werd er iets heel anders bedoeld als men het heeft over het hart. Wij zeggen tegenwoordig dat het gaat om waar je je zinnen op hebt gezet. Staan ze op rijkdom, hoe dan ook en met alle middelen, of staan ze op gerechtigheid, voor iedereen. Het is God die weet waar men de zinnen op heeft gezet. Als we God volgen dan weten wij dat ook best. Zij die de God van Israël volgen hebben hun zinnen gezet op recht en gerechtigheid, ze hongeren en dorsten er naar. Zij die de weg van de God van Israël niet volgen gaat het om klatergoud, om goud en zilver dat vergaat. Zelfs gestolen goed gedijt niet. Die ongelovigen maken het de jonge profeet Jeremia niet gemakkelijk. Hij heeft nog weet van die tent die het volk in de woestijn had gemaakt.

Met goud en zilver bekleed. In het centrum stond een houten kist met goud bekleed, daarop gevleugelde figuren, de cherubs, en er in de stenen tabletten met de woorden die het volk op weg hadden gezet. Jeremia kwam uit een geslacht van priesters en hij was voorbestemd om dienst te gaan doen in de tempel in Jeruzalem. De tempel was na de intocht in het beloofde land gebouwd door koning Salomo. In de tijd van Jeremia was dat al weer lang geleden. In die tempel stond ook de tafel met het brood voor de priesters, stond ook het wasbekken en de altaren die al in de woestijn waren gemaakt. Al die zaken herinnerden aan de spelregels waartoe het volk zich had verplicht. Geen andere goden aanbidden, niet vergeten dat je van slaven afstamt, mekaar niet voor gek houden in processen, niet altijd maar meer willen hebben dan een ander, niet je eigen ideeën gemakkelijk voorzien van het etiket "Gods Wil", kortom van je naaste houden als van jezelf en recht en gerechtigheid nastreven. Maar wat levert het op werd Jeremia voor de voeten gegooid, heb je er wat aan, kom je er verder mee in de wereld.

Jeremia krijgt het er benauwd van. Het gaat helemaal niet om aanzien en eer in de wereld. Het gaat helemaal niet om het afdwingen van vruchtbaarheid, profijt en winst. Juist als je niet die richtlijnen uit de woestijn volgt sta je voor gek. Dan kunnen negatieve etiketten als egoïst gemakkelijk op je geplakt worden. Dan droogt de bron van goede ideeën op, dan wordt het leven stoffig omdat het alleen nog maar gaat om het stoffelijke. Dan gaat het niet meer om samen, maar om alleen voor jezelf. Uiteindelijk sterf je dan ook alleen. Slobodan Milosovic was daarvan een schrijnend voorbeeld. Hoeveel hij ook dacht voor zijn volk te betekenen, hij stierf in een cel en van zijn volk rouwde er bijna niemand. Door zijn eigen volk boven anderen te stellen kwam hij uiteindelijk op de onderste ladder van het aanzien in de wereld. Niets en niemand kon hem daar meer van redden. De weg van Jeremia, van het volk Israel en voor ons van Jezus van Nazareth is een betere weg. Die weg voert naar een koninkrijk met een luisterrijke troon. Die troon staat in het hart gegrift en zet ons dagelijks op weg naar onze naaste.

Reacties

Jeremia 16:19–17:8

19  ‘O HEER, mijn kracht en mijn burcht, mijn toevlucht in tijden van nood. Van de einden der aarde komen alle volken naar u toe. Ze zullen zeggen: “De goden van onze voorouders blijken niets dan bedrog, ze zijn niets waard, ze bieden geen hulp.”’ 20  ‘Kan een mens soms goden maken? Wat hij maakt-goden zijn het niet! 21  Daarom zal ik hun doen voelen-ditmaal zal ik hun doen voelen mijn machtige hand, opdat ze weten dat mijn naam HEER is. 1 ¶  De zonde van de Judeeërs staat geschreven met een ijzeren stift, met een diamanten punt staat ze gegrift in hun hart en op de horens van hun altaren. 2  Ook hun kinderen houden hun altaren en Asjerapalen in ere,bij bladerrijke bomen en op hoge heuvels. 3  Jullie die de stad verlaten en de bergen zoeken, je rijkdom, schatten en offerhoogten laat ik plunderen, om de zonden die jullie overal hebben begaan. 4  Het land dat ik je schonk, zul je moeten verlaten, ik maak je de slaaf van je vijanden in een onbekend land. Want mijn toorn slaat uit als een vuur  en zal altijd blijven woeden. 5 ¶  Dit zegt de HEER: Vervloekt wie op een mens vertrouwt, wie zijn kracht ontleent aan stervelingen, wie zich afkeert van de HEER. 6  Hij is als een struik in een dorre vlakte, hij merkt de komst van de regen niet op. Hij staat in een steenwoestijn, in een verzilt en verlaten land. 7  Gezegend wie op de HEER vertrouwt, wiens toeverlaat de HEER is. 8  Hij is als een boom geplant aan water, zijn wortels reiken tot in de rivier. Hij merkt de komst van de hitte niet op, zijn bladeren blijven altijd groen. Tijden van droogte deren hem niet, steeds weer draagt hij vrucht. (NBV)

De vraag naar de waarde van de goden van het Heidendom keert telkens weer terug in de lezingen die op het leesrooster van het Nederlands Bijbelgenootschap staan. Mensen hebben behoefte aan goden. Als er geen goden zijn dan maken ze die. Of het nu artiesten of sportlieden zijn, wetenschappers, schrijvers of politici, ieder komt voor aanbidding in aanmerking. Maar ook zaken als de rede, de vrijheid, de wetenschap kunnen worden aanbeden en kritiekloos als richtinggevend voor het leven worden aanvaard. Op het moment dat hele volken acuut in nood zijn dan helpen die goden niet zo veel meer. Dan raakt het volk in verwarring en zoekt het nieuwe goden of valt terug op oude manieren van geloof die wel werkzaamheid beloven. Niet altijd helpt dat. In de dagen van Jeremia had het volk ook de mode van de vele goden gevolgd. Zozeer zelfs dat de God van Israël via Jeremia had laten weten dat die God zijn handen van het volk had afgetrokken. Die God had zijn richtlijnen te geven. Houd van je naaste zoals je van jezelf. Samen delen, alles voor elkaar overhebben, voor elkaar door het vuur gaan.

Als een heel volk dat kan in tijden van nood dan is dat volk onoverwinnelijk, als een volk daaraan weet vast te houden dan is er geen kracht en geen macht op aarde die de macht over dat volk kan veroveren. Het is een perspectief dat ook vandaag ons nog wenkt. Het perspectief dat het inderdaad mogelijk is om de honger uit Afrika te bannen, om kinderen uit de armoede in ons land te halen, om vrede te stichten in de wereld. Dat het echt mogelijk is om mensen van verschillend geloof en verschillende cultuur met elkaar samen te laten leven en samen een samenleving te laten opbouwen. Pas als we bereid zijn dat niet alleen uit te spreken, te belijden zegt de Kerk dan, maar als bereid zijn dat ook te doen, dag in dag uit, dan wordt dat waar, dan onderscheiden we ons van alle andere godsdiensten. Alleen het Christendom zegt immers dat die liefde zelfs door de dood heen is uit te houden en leven brengt. Maar we worden telkens opnieuw verleid achter mensen aan te lopen die ons een schitterende toekomst beloven. We doen het zo gemakkelijk, luisteren naar mensen die het beter weten. Opinieleiders worden ze tegenwoordig genoemd. Uren aan televisiezendtijd worden er aan hen besteed.

Wie de opinieleiders mag kiezen wordt natuurlijk zelf ook een beetje opinieleider. Misschien trouwens ook wel als je hier dit soort stukjes schrijft. Kijk dus uit, blijf gewoon de Bijbel lezen want uit die verhalen komt naar voren hoe de wereld in elkaar zit en wat we hebben te doen. Vroeger zei men wel dat God zich openbaart in zijn Woord maar dat is toch wat kort door de bocht en iets te eenvoudig. Die opinieleiders verkondigen de waan van de dag het zijn, net als wij allen, mensen met een beperkt blikveld, die vooral door de mode wordt bepaald. Het volk van Juda had daar ook last van. Vruchtbaarheid, daar ging het bij hen om. Goede oogsten en een overdadige rijkdom. Tegenwoordig trekken we gestreepte pakken aan en rijden we in SUV's of andere dure auto's. Dit gedeelte uit Jeremia waarschuwt ons voor het maken van eigen goden. Niet winst en profijt moeten ons gedrag bepalen, maar eerlijk delen en zorgen voor elkaar. De dorre struik die weggespoeld wordt in een stortbui en de boom geworteld aan stromend water moeten zelfs stedelingen onder ons nog kunnen aanspreken. Zoek daarom naar mensen met wie je kunt delen, die je kunt bevrijden van de zucht naar meer en steeds meer, of die je echt nodig hebben. Dat levert uiteindelijk veel en veel meer op.

 

Reacties

Jeremia 16:14-18

14 ¶  De dag zal komen-spreekt de HEER dat er niet meer wordt gezegd: “Zo waar de HEER leeft, die het volk van Israël uit Egypte heeft bevrijd,” 15  maar: “Zo waar de HEER leeft, die het volk van Israël uit het land van het Noorden heeft bevrijd en uit de andere landen waarheen hij het verdreven had.” Ik zal hen terugbrengen naar hun land, dat ik hun voorouders gegeven heb. 16  Ik laat vissers komen om hen te vangen-spreekt de HEER -,en daarna laat ik jagers komen om hen op elke berg en elke heuvel, zelfs in de rotskloven op te jagen. 17  Ik zie alles wat ze doen, niets is voor mij verborgen, hun wandaden ontgaan mij niet. 18  Daarom zal ik hen eerst dubbel laten boeten voor hun wandaden en zonden, omdat ze mijn land hebben vol gezet met die gruwelijke en levenloze afgodsbeelden en het zo hebben ontwijd.’

De ellende die Jesaja het volk Israël van zijn tijd voor houdt is niet zonder uitzicht. Maar dat uitzicht maakt de ellende niet minder groot. De wandaden van het volk zijn zo groot dat ze dubbel gestraft worden. Niet alleen winnen de vijanden in de oorlog die voor de deur staat ze verliezen daarna ook nog het land. Dat hadden ze immers onder bescherming gebracht van afgoden. Op de hoeken van de akkers stonden beelden van Baäl en in de grond staken de palen voor Asjeera. Die zelfgemaakte beelden zouden wel voor de nodige vruchtbaarheid zorgen, van die God van Israël viel immers niets te zien? Ze zouden het weten, het geloof in de God van Israël draait immers niet mooie beelden en grote offers maar om de zorg voor de minsten onder het volk.

Die beelden aanbidding ging heel ver. Van Jeruzalem wordt gezegd dat op elke straathoek wel een godenbeeld stond en uiteindelijk werden er ook beelden in de Tempel in Jeruzalem geplaatst. Onrein is het vonnis over het land en de stad. Onrein betekent aangetast door ziekte en bederf. Als je houten beelden maar lang genoeg laat staan dan vergaan ze tot stof. Ook zilver en goud  vergaan als je ze aan de open lucht bloot stelt. Maar wat veel erger is dat de armen en de weduwen en de wezen wordt voorgehouden dat ze maar flink voor die beelden moesten buigen, dan zou het wel overgaan. Ook in onze dagen wordt gepredikt dat het geloven in Jezus je welvaart zal brengen. Of welvaart de God is die we in ere moeten houden en in ons hart moeten sluiten.

De wandaden in de dagen van Jeremia gingen ver. Er werden zelfs kinderen geofferd in de naam van een geloof, het geloof in de god Moloch. Wij lijken het ons niet meer kunnen voorstellen dat brave godsdienstige leiders kinderen behandelen of het voorwerpen zijn waarmee je je lust kunt bevredigen. Die door God onder hun hoede zijn gesteld om er zelf beter van te worden, een plezieriger leven te kunnen leven. Mensen die er tegen protesteren staan net als Jeremia vaak alleen en mensen die het is overkomen worden ook in kerken vaak met de nek aangekeken. Het in het licht brengen brengt schade toe aan de kerk waar het zich afspeelde. Het lijkt er op dat we sinds de dagen van Jeremia weinig hebben bijgeleerd, hij raakte in gevangenschap. Wellicht dat we toch eens aan bevrijding  van de valse goden kunnen gaan werken.

Reacties

Jeremia 16:1-13

1 ¶  De HEER richtte zich tot mij: 2  ‘Je mag in dit land niet trouwen en geen kinderen krijgen, 3  want dit zegt de HEER over de kinderen die hier geboren zullen worden, over de moeders die hen zullen baren en de vaders die hen zullen verwekken: 4  Ze zullen aan dodelijke ziekten sterven. Niemand zal om hen rouwen en niemand zal hen begraven; ze zullen als mest op de akkers blijven liggen. Anderen zullen sterven door het zwaard en de honger. Hun lijken vallen ten prooi aan roofvogels en wilde dieren. 5  Dit zegt de HEER: Ga niet naar een huis waar een rouwmaaltijd gehouden wordt; rouw niet mee en toon geen medeleven, want ik ontneem dit volk mijn vriendschap, liefde en erbarmen-spreekt de HEER -, 6  zodat groot en klein in dit land zullen sterven. Ze zullen niet worden begraven en niemand zal om hen rouwen, niemand zal zijn lichaam kerven of zich kaalscheren van verdriet. 7  Niemand zal voor hen die rouwen brood breken om hen te troosten, niemand zal hun als troost een beker aanreiken, zelfs al rouwen ze om hun vader of moeder. 8  Ga ook niet naar een huis waar feest wordt gevierd om daar te eten en te drinken. 9  Want dit zegt de HEER van de hemelse machten, de God van Israël: Jullie zullen nog meemaken dat ik in dit land de vreugdezangen laat verstommen en bruid en bruidegom hun lied ontneem. 10 ¶  Als je dit alles tegen het volk zegt en ze je vragen: “Waarom dreigt de HEER ons met dit onheil, wat hebben wij misdaan, welke zonde hebben wij tegen de HEER, onze God, begaan?” 11  zeg dan tegen hen: Jullie voorouders hebben mij verlaten-spreekt de HEER en zijn achter andere goden aan gelopen; ze hebben hen gediend en zich voor hen neergebogen. Maar mij hebben ze verlaten en mijn wet hebben ze niet in acht genomen. 12  En jullie hebben het nog erger gemaakt, want ieder van jullie laat zich nu leiden door zijn koppig en boosaardig hart in plaats van naar mij te luisteren. 13  Daarom zal ik jullie wegwerpen: ik verdrijf jullie naar een land dat jullie niet kennen en ook jullie voorouders niet hebben gekend. Daar zullen jullie andere goden dienen, dag en nacht, en ik zal geen medelijden met jullie hebben. (NBV)

Keihard is dat verhaal van Jeremia. We kunnen het ons nauwelijks meer voorstellen. Alleen die keuze om niet te trouwen en in elk geval geen kinderen te krijgen dat gaat nog. In de vorige eeuw waren er veel jongeren die daarvoor kozen omdat ze er van overtuigd waren dat een kernoorlog niet ver zou zijn en ze zouden hun kinderen niet aan de gevolgen van een dergelijke oorlog willen blootstellen. Vanuit de kerken werden ze vaak gesteund omdat daar verkondigd werd dat we ons moesten neerleggen bij de macht die de leiders van Rusland en Amerika nu eenmaal over de aarde hadden. De macht van God deed niet echt ter zake. Anderen vonden in het feit dat God alle macht heeft in hemel en op aarde reden genoeg om te blijven protesteren tegen het bezit van en de dreiging met kernwapens. Ook Jeremia geloofd in die macht en maakt in zijn gedrag duidelijk dat God ook zijn handen van de mensen af kan trekken.

Trouwen en kinderen krijgen heeft dus voor Jeremia geen zin. Alles en iedereen zal dood gaan als gevolg van de gruwelijkheden die door het volk worden gepleegd. Iedereen zal dood gaan en ze zullen zelfs niet meer begraven worden omdat er geen mensen zijn die ze kunnen begraven. Je hoeft dus ook niet meer naar een rouwbijeenkomst te gaan. Het zal Jeremia zeer kwalijk genomen zijn. Bij een overlijden liep immers heel de gemeenschap uit en gedeelde smart was ook toen halve smart. Maar als iedereen dood gaat als elk huis en elke familie wordt getroffen dan is er geen rouwen meer aan, dan kun je wel aan de gang blijven, daar kun je zelf dood aan gaan omdat het te dragen leed ook te veel kan worden.

Ook bij een bruiloft aanwezig zijn en mee het nieuwe huwelijk vieren heeft geen zin. Die vreugde zal alleen het leed vergroten want er ontstaat weer een gezin waar het leed zal toeslaan. Het volk heeft God in de steek gelaten en zonder God is er nergens liefde, is er nergens bescherming tegen het kwaad. Jeremia leeft met God. Hij protesteert dan ook voortdurend tegen het uitermate verkeerde gedrag van zijn volk. Zoals tegenwoordig mensen op grond van het woord van God protesteren tegen de onmenselijke behandeling die vreemdelingen en kinderen van vreemdelingen in onze samenleving moeten ondergaan. Soms lijkt het er op dat we niet geleerd hebben van de protesten tegen kernwapens. Nog steeds zijn er kerkelijke groepen die de vraag stellen of die vreemdelingen die bescherming nodig hebben wel nette gelovige Christenen zijn. Ze vergeten de vraag te stellen of ze zelf Christenen zijn. Want je naaste kan best iemand uit een ander land, een andere cultuur of zelfs een ander geloof zijn. Misschien is het zelfs wel een Samaritaan.

Reacties

Matteüs 15:12-20

12  Daarop kwamen de leerlingen bij hem en zeiden: ‘Weet u dat de Farizeeën uw uitspraak gehoord hebben en dat ze die stuitend vinden?’ 13  Hij antwoordde: ‘Elke plant die niet door mijn hemelse Vader is geplant, zal met wortel en al worden uitgerukt. 14  Laat ze toch, die blinde blindengeleiders! Als de ene blinde de andere leidt, vallen ze samen in een kuil.’ 15  Toen stelde Petrus de vraag: ‘Wilt u ons die uitspraak uitleggen?’ 16  Jezus zei: ‘Begrijpen ook jullie het dan nog steeds niet? 17  Zien jullie dan niet in dat alles wat de mond ingaat in de maag terechtkomt en in de beerput weer verdwijnt? 18  Wat daarentegen de mond uitgaat komt uit het hart, en die dingen maken een mens onrein. 19  Want uit het hart komen boze gedachten, moord, overspel, ontucht, diefstal, valse getuigenissen en laster. 20  Dat maakt een mens onrein, niet eten met ongewassen handen.’ (NBV)

De Bijbel geeft aan het volk Israël heel nauwkeurige richtlijnen voor het eten van voedsel. Het een mag je eten het andere niet. En soms mag je twee ingrediënten ook niet samen eten, het vlees van het jong niet samen met de melk van de moeder. Het gevolg van die richtlijnen was dat het volk Israël een heel gezond volk was. In het heidendom was nog wel eens de overtuiging dat bij het eten van het vlees de kracht en de slimheid van het dier werd overgedragen aan de mens. In de ballingschap werd die overtuiging ontzenuwd. Van Daniël wordt bijvoorbeeld verteld dat hij en zijn vrienden alleen groenten aten, toch bleven ze even slim als ze al waren. Het vlees in de ballingschap werd niet klaargemaakt zoals in de richtlijnen werd beschreven.

In ons land worden die richtlijnen nog wel eens ter discussie gesteld. Ook de Islam heeft van de richtlijnen die voor het verkrijgen van vlees van Israël overgenomen. Ritueel slachten noemen we dat. Het wordt voorgesteld of het een uiterst wrede en respectloze manier van omgaan met dieren is. Niets is minder waar. Zowel in het Jodendom als in de Islam kunnen alleen goed opgeleide slachters de dieren op de voorgeschreven manier slachten. Dat komt omdat je er extra bij stil moet staan dat je een leven neemt. Gebed, manier van doden en respect voor het leven spelen daarbij een grote rol. Als je geen respect hebt getoond voor elk dier dat gedood wordt, als je geen eerbied voor het leven toont, dan is het vlees onrein. De vraag is dus niet hoe wreed ritueel slachten is, maar hoe rein het vlees uit de vlees industrie eigenlijk is.

Veel van de richtlijnen in de Bijbel zijn losgezongen van hun bedoeling. Niet de eerbied voor het leven staat dan bij de slacht  centraal maar de verheerlijking van de eigen identiteit. Dat is hetgeen Jezus van Nazareth met kracht wil bestrijden. Het eten van voedsel op zich is niet onrein. Via de mond gaat het naar de kont zegt hij eigenlijk. Elk voedsel dat je eet doorloopt dezelfde weg.  Propaganda dat wordt in het bovenstaande Bijbelstukje als het meest onrein beschreven. Dat wat uit de mond komt is verkeerd, niet wat er in gaat. Het verheerlijken van de eigen identiteit belangrijker vinden dan het voeden van de hongerigen is voor Jezus uitermate onrein. Jezus had daarom steeds discussies met de leiders van tempel over het houden van de Thora, over het liefhebben van de naaste als van jezelf. Ook bij ons speelt die discussie. Hebben wij een hekel aan Islam, misschien ook wel aan Jodendom, en bestrijden we daarom het ritueel slachten, of wordt elk dier met evenveel eerbied en respect voor ons geslacht? Een vraag die ook beantwoord moet worden.

Reacties

Matteüs 15:1-11

1 ¶  Toen kwamen er vanuit Jeruzalem Farizeeën en schriftgeleerden naar Jezus. Ze vroegen hem: 2  ‘Waarom overtreden uw leerlingen de tradities van onze voorouders? Ze wassen hun handen niet voor ze hun brood eten.’ 3  Hij gaf hun ten antwoord: ‘En waarom overtreedt u het gebod van God, alleen om uw eigen traditie in stand te houden? 4  Want God heeft gezegd: “Toon eerbied voor uw vader en moeder, ”en ook: “Wie zijn vader of moeder vervloekt, moet ter dood gebracht worden.” 5  Maar u leert: “Wie tegen zijn vader of moeder zegt: ‘Alles wat van mij is en voor u van nut had kunnen zijn, bestem ik tot offergave,‘ 6  die hoeft zijn ouders geen eerbied te tonen.” Zo ontkracht u het woord van God uit eerbied voor uw eigen traditie. 7  Huichelaars, wat is Jesaja’s profetie toch toepasselijk op u: 8  “Dit volk eert mij met de lippen, maar hun hart is ver van mij; 9  tevergeefs vereren ze mij, want ze onderwijzen hun eigen leer, voorschriften van mensen.”’ 10 ¶  Nadat hij de mensen bij zich geroepen had, zei hij tegen hen: ‘Luister en kom tot inzicht. 11  Niet wat de mond ingaat maakt een mens onrein, maar wat de mond uitkomt, dat maakt een mens onrein.’ (NBV)

Iemand heeft eens gezegd dat de regels voor de anderen zijn en de uitzonderingen voor wie de regels heeft gemaakt. Multatuli schijnt eens gezegd te hebben dat principes regels zijn om dingen waar je een hekel aan hebt na te kunnen laten. Twee voorbeelden die laten zien dat het met de regels in alle samenlevingen nogal scheef kan toegaan. Jezus kwam dat tegen toen hij er op gewezen werd dat zijn volgelingen hardnekkige wetsovertreders waren. In het verhaal dat hierboven staat mept Jezus met dezelfde regels terug. Wie vader en moeder niet eert moet ter dood worden gebracht, en dan niet schijnheilig dat wat van vader en moeder was, of voor vader en moeder bestemd, bestemmen voor het offer in de tempel. Klinkt wel vroom maar je spaart je eigen bijdrage aan de tempeldienst uit en vader en moeder verhongeren evengoed wel. Daarmee is het ook het hart van de regels blootgelegd.

De mensen zijn er niet voor de regels maar de regels zijn er voor de mensen. Zoals in deze dagen hoog bejaarden en dementen op straat komen te staan omdat de zorg te duur zou worden voor hen die een hoog inkomen hebben en dus veel belasting moeten betalen. We moeten dat voorzichtig zeggen want hard spreken over falende politici moeten we aan Jezus overlaten.  Zoals over de Farizeeën: “huichelaars”, zo scheld hij hun uit. Natuurlijk hoef je niet te zwijgen, maar vraag je steeds af of je iets oplost of dat je een probleem veroorzaakt. Als je moet wachten op een smalle gracht in een historische binnenstad omdat er iets uitgeladen moet worden, waarom dan niet even helpen met uitladen? Wel eens zien gebeuren?

Heb je naaste lief als jezelf, jezelf niet vergeten lief te hebben en van binnenvetten wordt je maar dik, maar er is niets tegen af en toe een hand uit te steken, het is vaak vruchtbaarder dan een grote mond op te zetten. Dat is ook het bezwaar tegen die hele discussie over fatsoensnormen. Daarbij lijkt het er op dat de normen zelf belangrijker zijn dan de mensen en de pijn die verkeerde normen mensen kunnen aandoen. Wie geen geld heeft om kleding te kopen kan zich moeilijk kleden naar de geldende mode. Wie nauwelijks geld heeft om eten te kopen kan moeilijk uitgaan in een duur restaurant. Aardig zijn voor elkaar alleen omdat het zo hoort neemt problemen niet weg. Proberen tot overleg te komen ook al is dat pijnlijk is een vruchtbaarder weg. Een hand uitsteken naar iemand die dat nodig heeft is pas echt fatsoenlijk.

 

Reacties

Matteüs 14:22-36

22 ¶  Meteen daarna gelastte hij de leerlingen in de boot te stappen en alvast vooruit te gaan naar de overkant, hij zou ook komen nadat hij de mensen had weggestuurd. 23  Toen hij hen weggestuurd had, ging hij de berg op om er in afzondering te bidden. De nacht viel, en hij was daar helemaal alleen. 24  De boot was intussen al vele stadiën van de vaste wal verwijderd en werd, als gevolg van de tegenwind, door de golven geteisterd. 25  Tegen het einde van de nacht kwam hij naar hen toe, lopend over het meer. 26  Toen de leerlingen hem op het meer zagen lopen, raakten ze in paniek. Ze riepen: ‘Een spook!’ en schreeuwden het uit van angst. 27  Meteen sprak Jezus hen aan: ‘Blijf kalm! Ik ben het, wees niet bang!’ 28  Petrus antwoordde: ‘Heer, als u het bent, zeg me dan dat ik over het water naar u toe moet komen.’ 29  Hij zei: ‘Kom!’ Petrus stapte uit de boot en liep over het water naar Jezus toe. 30  Maar toen hij voelde hoe sterk de wind was, werd hij bang. Hij begon te zinken en schreeuwde het uit: ‘Heer, red me!’ 31  Meteen strekte Jezus zijn hand uit, hij greep hem vast en zei: ‘Kleingelovige, waarom heb je getwijfeld?’ 32  Toen ze in de boot stapten, ging de wind liggen. 33  In de boot bogen de anderen zich voor hem neer en zeiden: ‘U bent werkelijk Gods Zoon!’ 34 ¶  Toen ze overgestoken waren, gingen ze aan land bij Gennesaret. 35  De mensen daar herkenden hem en maakten zijn komst overal in de omgeving bekend, en men bracht allen die ziek waren bij hem. 36  Die smeekten hem alleen maar de zoom van zijn kleed te mogen aanraken. En iedereen die dat deed werd genezen en was volkomen gezond. (NBV)

Wie liep over het water? Jezus? Misschien wel maar dat staat niet echt in het verhaal dat Matteüs ons vertelt. Jezus liep over het meer. Petrus liep over het water toen Jezus hem toestond uit te stappen maar hij zonk weg toen hij bang werd van de storm. En over die storm ging het verhaal. Nu is het zeer eng om tijdens een storm in een klein bootje op een meer te varen, ook al is dat meer zo ondiep dat je er in zou kunnen lopen. De valwinden die in Israël aan de orde zijn zo af en toe maken het er niet beter op. Maar moet je dan bang zijn? Jezus lijkt de regel te handteren die later op brandvoorschriften in het grootwinkelbedrijf zouden verschijnen “Paniek is erger dan brand”. Dat was naar aanleiding van een grote brand in een warenhuis in Antwerpen. Daar brak zo’n geweldige paniek uit dat er meer mensen omkwamen door ongevallen ten gevolge van de paniek dan door de brand. Bij branden in discotheken geldt dat ook nog vaak, in paniek probeert iedereen de uitgang te bereiken en daarbij worden de zwaksten onder de voet gelopen.

Paniek en angst leiden altijd tot meer slachtoffers dan misschien nodig was geweest. Bij brand in hele hoge gebouwen springen er ook mensen uit ramen van verdiepingen beneden de brand, die mensen zouden wellicht gered hebben kunnen worden. De storm bezweren betekent dus ook heel vaak de paniek bezweren. Daarmee is het probleem van een brand of een storm niet opgelost maar het geeft wel de mogelijkheid samen naar een oplossing te zoeken. Je moet je dan natuurlijk niet van je voeten laten blazen zoals Petrus overkwam. Simon de rots zoals hij werd genoemd is niet zo standvastig als zijn bijnaam doet vermoeden. Hij bezwijkt in dit verhaal onder zijn angst voor de storm, later zal hij schijnbaar bezwijken onder de angst voor autoriteiten en die laatste angst kennen we allemaal wel eens. Veel mensen accepteren zaken in hun werk uit angst hun baan te verliezen of een promotie niet te krijgen. Zelfs het lidmaatschap van een vakbond wordt soms vermeden of verzwegen uit angst voor autoriteiten. En juist die vakbond kan de angst voor het onrecht doen overwinnen. De Nederlandse vakbeweging is vrijwel altijd uit op redelijk overleg en weet in individuele gevallen tot een uitstekende hulpverlening te komen.

Lid van de vakbond zijn is gemakkelijker dan over water lopen, maar soms vraagt het dezelfde standvastigheid en het voorkomt dat je in een onverwachte storm geen bescherming hebt. Zoek vandaag maar eens naar FNV of CNV en als je lid bent steek ze eens een hart onder riem. En als je echt een misstand in de samenleving of op je werk kent dan kun je altijd nog klokkenluider worden. Het is overigens niet aan te raden in je eentje klokkenluider te worden. De storm die zeker zal gaan opsteken als je misstanden aan de kaak stelt die men liever geheim had gehouden, of zelfs in stand wil houden, is zo sterk dat bij vergelijkbare stormen menig klokkenluider het hoofd heeft moeten buigen. Hulp van een vakorganisatie kan dan van beslissende betekenis zijn, evenals advies van betrouwbare vertrouwenspersonen of de hulp van het huis van klokkenluiders. Juist in het verhaal van Jezus van Nazareth past dat je niet je mond houdt als mensen het slachtoffer worden van misstanden maar het verhaal over de storm laat zien dat je niet alleen op jezelf hoeft te vertrouwen, je mag het samen doen. En het verhaal leert ons die aan de kant staan ook om mensen die in een storm verzeild zijn geraakt, ook een maatschappelijke storm, de hand toe te steken.

 

Reacties
Domeinregistratie en hosting via mijndomein.nl