basalk.punt.nl
Abonneren

Abonneer je nu voor nieuwe artikelen op deze website!

Laatste artikelen

Spreuken 21:22-31

22 Een wijze overwint een stad vol keurtroepen, hij verlamt de kracht waarop ze vertrouwen. 23 Wie zijn tong in toom houdt, bespaart zich in zijn leven allerlei ellende. 24 Een spotter is verwaand en onbeschoft, hij is grenzeloos hooghartig. 25 De verlangens van een luiaard leiden tot zijn dood, hij weigert zijn handen te gebruiken. 26  Velen willen almaar meer bezit, maar de rechtvaardige geeft, hij houdt niets voor zichzelf. 27 Het offer van de goddelozen is een gruwel, vooral als de bedoeling slecht is. 28 Een onbetrouwbare getuige moet de mond worden gesnoerd, maar wie vertelt wat hij weet, mag uitspreken. 29 Een goddeloze zet een trots gezicht, de oprechte gaat de weg die hij moet gaan. 30 Wijsheid, inzicht, plannen, niets houdt stand tegen de HEER. 31  Het paard wordt gereedgemaakt voor de strijd, de overwinning hangt af van de HEER.(NBV)

Ook vandaag zet het boek Spreuken de wijze en de goddeloze weer tegenover elkaar. De goddeloze is een spotter, een luiaard, een hebbert, een onbetrouwbare getuige, in allerlei gedaanten kom je de goddeloze tegen. De wijze vertrouwt op de Heer heet het en ook dat gebeurt in velerlei gedaanten. Het is zeker niet zwart wit als we het boek Spreuken lezen. Daarom lijken al die teksten onder elkaar voortdurend niets met elkaar te maken te hebben. Tot je doorkrijgt waarop je moet vertrouwen als je de Heer vertrouwt. Neem nu de wijze die een stad vol keurtroepen overwint door de kracht waarop ze vertrouwen te verlammen. Voor ons klinkt dat dwaas, maar in de geschiedenis is maar al te vaak bewezen dat geweldloosheid sterker kan zijn dan het sterkste imperium. India werd door Gandhi onafhankelijk juist doordat er een geweldloze strijd werd gevoerd. En een wijze vertrouwt op de richtlijn dat je niet mag doden.

En iedereen weet natuurlijk best dat spotten en mensen met woorden neerhalen allerlei ellende oplevert. Het is de basis van het pestgedrag dat kinderen het leven kan verwoesten zonder dat ze er wat aan kunnen doen. Een spotter is daarbij grenzeloos hooghartig. Maar tegelijk zet het boek Spreuken de spotter op één lijn met de luiaard. Die luiaard weigert zijn handen te gebruiken en gaat daaraan dood. Denk dus niet dat de mensen die hun naaste lief hebben als zichzelf de softies zijn die over zich laten lopen en alles wat ze zelf met zwoegen en zweten verdienen uitdelen aan hen die de boel de boel laten en te lui zijn om op te staan. Integendeel, het gaat juist om het inzicht dat iedereen moet zwoegen en zweten om zich in leven te houden en dat het iedereen kan overkomen dat het wel eens mis gaat, dat er ziekte is, of misoogst en dat je dan altijd samen moet delen om samen te kunnen overleven.

Het gaat dus niet om offeren, om een God gunstig te stemmen zodat je geluk lijkt te hebben. De Bijbel noemt het gunstig stemmen van een god Goddeloos. De God van Israël hoeft niet gunstig gestemd te worden, hij is goedertieren omdat hij God is, dat is juist de kern van het verbond dat is gesloten, dat inzicht is nu net de wijsheid waarover in het boek Spreuken wordt gesproken. Daar hoef je je ook niet op te beroemen het is een geweldig geschenk dat een God die zo goed is met ons een verbond wil sluiten. Een verbond dat alleen van ons vraagt dat we onze naaste onvoorwaardelijk liefhebben als onszelf. Want niets houdt daartegen stand, dat is de weg die ons gewezen is al in de woestijn en die ons gewezen werd door Jezus van Nazareth dwars door de dood heen. Elke morgen mogen we daarmee opnieuw beginnen ook vandaag weer.

Reacties

Spreuken 21:13-21

13 Wie zijn oren sluit voor het gejammer van de arme zal ooit zelf om hulp schreeuwen, en geen antwoord krijgen. 14 Een heimelijke gift doet woede bedaren, onderhands gegeven geld temt razernij. 15 De rechtvaardige geniet ervan het recht in acht te nemen, wie onrecht doet, wacht ellende. 16 Wie afdwaalt van de weg van het verstand zal belanden in het rijk van de schimmen.17  Wie te vaak feestviert, zal gebrek lijden, wie te veel van eten en drinken houdt, wordt nooit rijk. 18 Goddelozen zijn het losgeld voor rechtvaardigen, oprechten worden vrijgekocht, trouwelozen niet. 19  Je kunt beter in de woestijn wonen dan samenleven met een humeurige vrouw die ruzie zoekt. 20 Een wijze heeft een kostbare schat aan olie in huis, een dwaas verkwanselt hem. 21 Wie rechtvaardigheid en trouw nastreeft, ontvangt leven, rechtvaardigheid en eer. (NBV)

In het gedeelte dat we vandaag uit het boek Spreuken lezen worden de onnozelen gezet tegenover de rechtvaardigen, de wijzen. Dat begint al direct. Een spotter kan een kwaadaardige spotter zijn, daar hoeven we het niet over te hebben die leert toch niets, maar kan ook een onnozele of onervaren spotter zijn. Iemand dus die zich graag in de kring van volwassenen mengt maar daar nog niet veel weet van heeft. Als je die terechtwijst dan zal die dat beschouwen als een les. Als je een wijze terechtwijst dan zal die daar dankbaar voor zijn, een wijze gaat er immers van uit dat de God van Israël altijd bij hem is en dat de richtlijnen van de God van Israël een lamp voor zijn voet zijn. Een terechte terechtwijzing is dan een boodschap van de God van Israël over de te volgen weg. Die kwaadaardigen zijn de goddelozen die in het verderf gestort worden. Die luisteren niet naar de armen en als ze hulp willen hebben zullen ze die dan ook niet krijgen.

Maar hoe ga je nu met goddelozen om? Ook daar heeft het boek Spreuken een antwoord op. De goddelozen letten allereerst op geld en bezit. Als je ruzie met goddelozen wil vermijden dan moet je ze dus afkopen, stilletjes en heimelijk want anders komen ze allemaal en gaan ze het er om doen. Bij rechtvaardigen hoef je daar niet mee aan te komen, voor hen is recht recht en onrecht onrecht, wie onrecht doet kan de straf dus niet afkopen, die wacht ellende. Zelf verstandig blijven is dus het allerbeste. Je geld uitgeven aan feestvieren, of veel eten en drinken maakt dat je reserve voor slechte tijden wegsmelt en die slechte tijden zullen we allemaal wel eens meemaken. Ook hier worden de onnozelen gezet tegenover de wijzen. En bij de goddelozen steken de wijzen als glanzend af, zo mooi dat het bestaan van de goddelozen al maakt dat de wijzen vrijuit gaan.

En de wijsheid begint bij je thuis. Echtelijke ruzie en huiselijk geweld is het ergste dat je kan overkomen. Aangezien de wijsheid als een vrouw wordt getekend in het Spreukenboek zijn er kennelijk ook twee soorten wijsheid. De wijsheid die het begin is van de kennis van de God van Israël, die haar wijsheid uitroept op de hoeken van de straten en wijsheid die alleen maar let op het slechte in het leven, een humeurige wijsheid dus die altijd maar moppert over wat er niet deugt. Twee mogelijke huisvrouwen dus tussen wie je moet kiezen. Nu, we hebben al gelezen dat je beter in een hoekje op je dak kunt wonen dan in één huis met een humeurige huisvrouw, hier lezen we dat je beter in de woestijn kunt wonen dan samen met een humeurige vrouw die ruzie zoekt. De wijsheid is als een kostbare schat die je in huis hebt, een dwaas verkwanselt die schat door te letten op wat slecht is. Rechtvaardigheid, mensen tot hun recht laten komen, trouw, je houden aan de wet van heb je naaste lief als jezelf brengen je pas echt leven, laten je ook zelf tot je recht komen en brengen je eer. Maar goed dat we er elke dag opnieuw mee kunnen beginnen, ook vandaag weer.

 

Reacties

Spreuken 21:1-12

1 De gedachten van de koning zijn als waterstromen in de macht van de HEER, hij leidt ze waarheen hij maar wil. 2 Een mens kiest in zijn eigen ogen altijd de rechte weg, de HEER toetst wat hem innerlijk beweegt. 3 De HEER heeft liever dat je eerlijk en rechtvaardig handelt dan dat je een offer brengt. 4 Een hooghartige blik, een aanmatigend hart, wat een goddeloze uitstraalt is zondig. 5 De plannen van een vlijtig mens strekken hem tot voordeel, wie overijld te werk gaat, zal gebrek lijden. 6 Rijkdom verworven door bedrog is als een vluchtige adem op zoek naar de dood. 7  Het geweld van goddelozen sleurt hen naar de ondergang, ze weigeren het recht in acht te nemen. 8 Een vreemdeling volgt slinkse wegen, een eerlijk mens handelt oprecht. 9 Je kunt beter in een hoekje op het dak wonen dan in één huis met een vrouw die ruzie zoekt. 10 Een goddeloze is uit op het kwaad, hij toont geen medelijden met zijn medemens. 11 Als je een spotter terechtwijst, trekt die onervarene daar lering uit, als je een wijze berispt, vermeerdert zijn wijsheid. 12 De rechtvaardige God slaat de goddelozen gade, hij stort ze in het verderf. (NBV)

Vandaag lezen we iets over de vrije wil van de mens. Een onderwerp waar in kerkelijke kring al eeuwenlang over wordt gediscussieerd. Want als de mens een vrije wil heeft wat blijft er dan over van de almacht van God? Het is hier niet de plaats om de discussie tot een eind te brengen. De Bijbel doet in het algemeen of de mens wel degelijk een vrije wil heeft. De God van Israël is met de mens een verbond aangegaan en wil door het verbond met zijn volk met alle volken en dus met alle mensen een verbond aangaan. Dat verbond draait om het liefhebben van de God van Israël boven alles en dat doe je door je naaste lief te hebben als jezelf. Daar moeten we ons dus mee bezig houden. Nu wordt in de Bijbel de Koning als de meest vrije mens beschouwd, die staat overal boven. De gedachten van een Koning gaan alle kanten op, net als het water van een beek die van de bergen neer tuimelt.

In de loop van de eeuwen zijn we er achter gekomen dat de gedachten van iedereen vrij zijn, dat gedachten, opvattingen en geloof, nu eenmaal niet van buiten zijn te sturen of te beheersen. En omdat die gedachten, opvattingen en het geloof van mensen niet te sturen zijn is het een fundamentele vrijheid dat mensen die gedachten, opvattingen en dat geloof ook mogen uiten, vrijheid van meningsuiting noemen we dat en die vrijheid wordt mede tot uiting gebracht in de vrijheid van geloof. Dat uiten is niet onbelangrijk. Want met het uiten van gedachten en opvattingen, met het uiten van je geloof, breng je dat ook ter discussie. En wat de mens beweegt stelt de Bijbel voortdurend ter discussie, het toetst het namelijk aan de inhoud van het verbond met God, heb je in alles wat je vindt en gelooft heb, je je naaste wel lief als jezelf?

Waarom breng je een offer? Wat straal je uit naar je medemens? Hoe maak je je plannen in je leven? Hoe ga je met je partner om en hoe laat je aan je omgeving zien hoe een partnerschap er uit moet zien? Hoe ga je met het recht van anderen om en hoe laat je mensen tot hun recht komen? Het zal duidelijk zijn dat de Bijbel verwacht dat je daarbij voortdurend dat verbond te hulp zal roepen. Je handelen afstemt op de Geest van God heet dat dan, altijd handelen in de geest van God, alsof de God van Israël, bevrijder van slaven, steun van de armen, het zelf zou hebben kunnen doen. Het kwaad komt van de goddelozen, het kwaad komt als de mens het verbond verbreekt en niet meer handelt in de Geest van God. God sticht dus niet het kwaad maar is er de maat voor, met God is het goed, zonder God is het kwaad zegt het boek van de Spreuken vandaag. Gelukkig dat we het elke dag opnieuw met die God van Israël mogen wagen, ook vandaag weer.

Reacties

Jesaja 56:1-8

1 Dit zegt de HEER: Handel rechtvaardig, handhaaf het recht; de redding die ik breng is nabij, en weldra openbaar ik mijn gerechtigheid. 2  Gelukkig de mens die zo handelt, het mensenkind dat hieraan vasthoudt; hij neemt de sabbat in acht en ontwijdt hem niet, hij weerhoudt zijn hand van het kwaad. 3 ¶  De vreemdeling die zich met de HEER heeft verbonden, laat hij niet zeggen: ‘De HEER zondert mij zeker af van zijn volk.’ En laat de eunuch niet zeggen: ‘Ik ben maar een dorre boom.’4  Want dit zegt de HEER: De eunuch die mijn sabbat in acht neemt, die keuzes maakt naar mijn wil, die vasthoudt aan mijn verbond, 5  hem geef ik iets beters dan zonen en dochters: een gedenkteken en een naam in mijn tempel en binnen de muren van mijn stad. Ik geef hem een eeuwige naam, een naam die onvergankelijk is. 6  En de vreemdeling die zich met de HEER heeft verbonden om hem te dienen en zijn naam lief te hebben, om dienaar van de HEER te zijn- ieder die de sabbat in acht neemt en niet ontwijdt, ieder die vasthoudt aan mijn verbond-, 7  hem breng ik naar mijn heilige berg, hem schenk ik vreugde in mijn huis van gebed; zijn offers zijn welkom op mijn altaar. Mijn tempel zal heten ‘Huis van gebed voor alle volken’. 8  Zo spreekt God, de HEER, die bijeenbrengt wie uit Israël verdreven waren: Ik breng er nog meer bijeen dan al bijeengebracht zijn. (NBV)

Als je je laat steunen door partijen die de vreemdelingen onder ons apart willen zetten en anders willen behandelen dan wijzelf worden behandeld dan ben je geen Christen. Want Christenen volgen de uitleg van de richtlijnen voor de menselijke samenleving, van heb Uw naaste lief als Uzelf, zoals die ook in de Hebreeuwse Bijbel wordt gegeven. In het gedeelte van het boek van Jesaja dat we vandaag lezen wordt dat weer eens zeer duidelijk. Hier gaat het juist om de opbouw van de samenleving. Een nieuwe samenleving want na zeer lange tijd is er een nieuwe start mogelijk voor het volk Israël. De Ballingen keren terug en hebben de opdracht om de Tempel in Jeruzalem weer in ere te herstellen en de stad opnieuw op te bouwen. Hoe richt je dan een dergelijke samenleving in. Op recht en gerechtigheid. In Christelijke termen: op Christus, zo zal Paulus het veel later verwoorden.

Maar Jezus van Nazareth zelf zal zeggen dat je een dergelijke samenleving moet funderen op het doen van de wil van de God van Israël, het handhaven van zijn richtingwijzers. En als je recht en gerechtigheid als grondslag voor je samenleving neemt dan wordt ook vanzelf duidelijk hoe dat werkt. Dan is er de zondagsvrijheid voor iedereen. Dan zorg je ook voor elkaar dat je geen kwaad bedrijft. Dan hoort de vreemdeling daar dus onlosmakelijk bij, afzondering is er niet bij. Ook gehandicapten die geen kinderen kunnen krijgen, eunuchen kennen we bijna niet meer, horen gewoon bij het volk en mogen niet apart gezet worden. Het lijkt er op dat hier gesproken wordt over hen die geloven in de God van Israël maar dat staat er niet. Het gaat om de vreemdeling die de God van Israël wil dienen, de vreemdeling die net zo goed zijn naaste lief wil hebben als zichzelf. In de Islam vindt je die wil zeer prominent terug, net als in het Boeddhisme. Het zijn pilaren van die godsdiensten. Samen noemen we dat de Wet van de Compassie, doe een ander niet wat jij niet wilt dat jou wordt aangedaan.

Positief geformuleerd betekent het dat je voor een ander over hebt wat je zou willen dat men voor jou over zou hebben. In de Tempel van de God van Israël, daar waar die richtlijnen bewaard worden en die tot het Allerheiligste horen dat het volk ooit zal bezitten is voor iedereen die de richtlijnen volgen een plek. De God van Israël sluit niemand uit, wie zijn wij dan om de uitsluiting door anderen te gedogen? Het bidden is om het dagelijks brood en de offers die gebracht worden zijn om te delen met de armsten, de minsten. Dat is het Woord van de God van Israël, die God bevrijdde de slaven uit Egypte die God bracht de ballingen thuis uit Babel. Telkens als we denken over de inrichting van de samenleving mogen we daarbij aansluiten, dat opnieuw laten gebeuren. Voor ons weten we dat we er elke dag opnieuw weer mee mogen beginnen. Ook vandaag weer.

 

Reacties

Jesaja 55:1-13

1 Hierheen! Hier is water, voor ieder die dorst heeft. Kom, ook al heb je geen geld. Koop hier je voedsel en eet. Kom, koop voedsel zonder geld, koop wijn en melk zonder betaling. 2  Waarom geld betalen voor iets dat geen brood is, je loon besteden aan wat niet verzadigen kan? Luister aandachtig naar mij, en je zult ruimschoots te eten hebben en genieten van een overvloedig maal. 3  Leen mij je oor en kom bij mij, luister, en je zult leven. Ik sluit met jullie een eeuwigdurend verbond, als bevestiging van mijn liefde voor David. 4  Hem heb ik aangesteld als vorst en heerser over de naties, als getuige voor de volken. 5  Ook jij zult een volk ontbieden dat je nog niet kende, en een volk dat jou nog niet kende zal zich haasten om bij je te zijn, omwille van de HEER, je God, de Heilige van Israël, die je deze luister heeft verleend. 6 Zoek de HEER nu hij zich laat vinden, roep hem terwijl hij nabij is. 7  Laat de goddeloze zijn slechte weg verlaten, laat de onrechtvaardige zijn snode plannen herzien. Laat hij terugkeren naar de HEER, die zich over hem zal ontfermen; laat hij terugkeren naar onze God, die hem ruimhartig zal vergeven. 8  Mijn plannen zijn niet jullie plannen, en jullie wegen zijn niet mijn wegen-spreekt de HEER. 9  Want zo hoog als de hemel is boven de aarde, zo ver gaan mijn wegen jullie wegen te boven, en mijn plannen jullie plannen. 10  Zoals regen of sneeuw neerdaalt uit de hemel en daarheen niet terugkeert zonder eerst de aarde te doordrenken, haar te bevruchten en te laten gedijen, zodat er zaad is om te zaaien en brood om te eten- 11  zo geldt dit ook voor het woord dat voortkomt uit mijn mond: het keert niet vruchteloos naar mij terug, niet zonder eerst te doen wat ik wil en te volbrengen wat ik gebied. 12  Vol vreugde zullen jullie uittrekken en in vrede zul je huiswaarts keren. Bergen en heuvels zullen je juichend begroeten, en alle bomen zullen in de handen klappen. 13  Doornstruiken maken plaats voor cipressen, distels voor mirtestruiken. Zo zal de HEER zich roem verwerven, het is een eeuwig en onvergankelijk teken. (NBV)

Als een marktkoopman spreekt de profeet de juist teruggekeerde ballingen toe. Als ze naar de Tempel zijn gegaan zijn ze op het goede adres. Door de woestijn hebben ze de reis gemaakt van het ballingsoord naar Jeruzalem waar ze de Tempel weer op moeten bouwen en de stad opnieuw van muren moeten voorzien. En in de Tempel, zelfs in de ruïne die is overgebleven, gelden de richtlijnen die het volk ooit bij de verlossing uit de slavernij in de Woestijn heeft ontvangen voor de inrichting van een menselijke samenleving. Daar houdt men een maaltijd met de familie, de dienaren van de Tempel, de armen en de vreemdelingen die voor je werken. Daar is dus water en brood te krijgen voor niks, daar is een feest gaande van samen delen. Natuurlijk kan er ook in religieuze zaken worden gehandeld. Natuurlijk zal een plotselinge stijging van de vraag de prijs kunnen laten stijgen. We kennen dat bij evenementen en een zomerse toestroom van extra gasten, dan gaan de prijzen van voedsel en drank omhoog.

Ook de terugkeer van ballingen zal het in zich gehad hebben de voedselprijzen te laten stijgen. Maar juist die rare bijzondere godsdienst rond de Tempel in Jeruzalem maakt dat daar niet het maken van winst voorop staat maar het zorgen voor elkaar. Al dat maken van winst en profijt dat voedt niet. Het begin van het gedeelte dat we vandaag lezen wordt nog wel eens geestelijk opgevat, alsof het niet om water en brood zou gaan maar om mooie woorden en fraaie preken. Maar bij een nieuw begin van een samenleving is samen delen de eerste voorwaarde. Daar is dat nieuwe eeuwig durende verbond voor nodig. Die samenleving wordt geregeerd zoals David regeerde, in vrede en met gerechtigheid. Zo moet de hele wereld geregeerd worden. Daar komen zelfs vreemde volken op af. Zo mag je iedereen oproepen mee te gaan doen met de samenleving van de God van Israël. De goddeloze en de onrechtvaardige moeten er toe gebracht worden af te zien van hun goddeloosheid en hun snode plannen.

Doen die vreemde volken, die Heidenen, mee? Dan zijn ze welkom. De Weg van de God van Israël is niet de gewone weg. De gewone weg in onze wereld is een weg van geweld en van winst en profijt. Maar wie jonge mensen die protesteren tegen het oude een nieuwe samenleving ziet opbouwen midden op een plein vaak, omringd door geweld hoort van het voedsel dat om niet met elkaar wordt gedeeld, hoort van moeders die medicijnen gaan brengen aan mannen, dochters en zonen op het plein die gewond raken door het geweld. Dat Woord van de profeet is dus niet een geestelijk gebeuren, dat gebeurt concreet in de geschiedenis, in ons leven. Daarom mag je er op vertrouwen met heel je leven. Het zijn geen loze woorden, het gaat niet om de winst van een ander, het gaat om jouw eten en drinken, en dat van de armsten en de minsten onder ons. Als we bereid zijn daar mee te delen zoals gewone mensen over de hele wereld met elkaar delen ook in de donkerste uren van hun bevrijding, dan breekt ook voor ons een andere wereld aan. Dan hoeven we niet meer bang te zijn voor mensen die anders geloven en anders praten, dan pas leven wij bevrijd van angst. Het mooiste is dat we er elke dag weer opnieuw aan mogen werken, ook vandaag.

 

Reacties

Psalm 142

1 Een kunstig lied van David, een gebed toen hij in de spelonk was. 2 Luid roep ik tot de HEER, luid smeek ik de HEER om hulp, 3 bij hem stort ik mijn hart uit, bij hem klaag ik mijn nood. 4 Ik ben ten einde raad, u kent de weg die ik moet volgen, u weet dat op mijn pad een strik verborgen ligt. 5 Ik kijk ter zijde en zie niemand die om mij geeft, nergens een toevlucht voor mij, niemand die hecht aan mijn leven. 6 Ik roep tot u, HEER: ‘U bent mijn schuilplaats, al wat ik heb in het land van de levenden.’ 7 Hoor mijn noodkreet, ik ben uitgeput en moe, verlos mij van mijn vervolgers, zij zijn sterker dan ik. 8 Leid mij uit de beklemming, dat ik uw naam mag loven in de kring van de rechtvaardigen: u hebt naar mij omgezien. (NBV)

Vandaag zingen we met de kerk een kunstig lied mee. Het is dus niet zomaar een liedje dat je op hoek van de straat zingt, maar een echt gedicht van een echte dichter. Wie die dichter is weten we niet. Het boek van de Psalmen is onderverdeeld in vijf gedeelten, voor elk van de boeken van de Tora één deel. De psalmen zijn gekozen uit een aantal verzamelingen. Die verzamelingen waren vooral in gebruik bij de priesterkoren die in de voorhof van de Tempel met hun muziek de gelovigen in de juiste stemming moesten brengen. Er was ook een bundel die een grotere verspreiding had. Die bundel heette David. Veel mensen geloofden dat de psalmen uit die bundel ook echt door David waren gemaakt. Maar als je de Hebreeuwse teksten goed bestudeerd moet je een andere conclusie trekken. Het zijn liederen die vooral ook de verhalen over David kunnen begeleiden. Dat is vandaag ook het geval. Het is een gebed dat aan David wordt toegedacht toen hij in de spelonk was.

En er zijn een paar verhalen van David die op de vlucht voor zijn vijanden een toevlucht moest zoeken in een grot, een rotsspelonk. Eén van die verhalen is extra spannend. Koning Saul was op jacht naar David met zijn hele leger. David en zijn handvol metgezellen hadden zich verstopt in een grot. Buiten in de vallei stond het leger van Saul die zelf het bevel voerde. De manschappen kregen het bevel ook de grotten te onderzoeken. David trok zich met zijn manschappen zo ver als mogelijk achter in de grot terug. Toen de soldaten kwamen hielden ze hun adem in. Maar ze werden niet ontdekt. Het meest spannende kwam pas later. Toen de avond viel kwam Saul zelf naar de grot en legde zich bij de ingang te  slapen. Midden in de nacht sneed David een stuk van Sauls mantel af en confronteerde de volgende morgen de Koning met zijn vredelievendheid. Voor even staakte Saul de achtervolging. Het is dan ook niet zo vreemd dat een lied dat voor een gevangene is geschreven vastgebonden wordt aan dit verhaal.

In het verhaal over David en Saul werd verteld dat God het leven van Saul in de handen van David had gelegd. In plaats van Saul te doden volgde David het gebod van God dat zegt: Gij zult niet doden. Pas als God geen andere uitweg bood dan vijanden te doden ging David daartoe over. Daarom werd David een koning naar Gods hart. Iemand die onschuldig in een kerker zit, of als oorlogsbuit door een vijand wordt vastgehouden zou willen dat hij net zo beschermd wordt als David werd toen hij op de vlucht was voor Saul. Deze Psalm geeft als antwoord op het klagen van de gevangene dat God die gevangene inderdaad beschermt. Men kan die gevangene niet meer doen dan dood maken en wat betekent de dood als je geloofd dat de God van Israël jou het leven geeft. Zolang je niet gestorven bent is het niet de vijand die je het leven geeft maar God. Die troost mogen we allemaal ervaren en allemaal mogen we die troost beantwoorden door ons te verzetten tegen het doden van elk mens op aarde. Voor gelovigen is het dezer dagen dan ook een raadsel waarom de voedselbanken steeds drukker worden en bij defensie de duurste gevechtsvliegtuigen worden gekocht. Leven en dood bevinden zich om de hoek.

Reacties

Spreuken 20:22-30

22 Zeg niet: ‘Ik zal dat kwaad vergelden, ‘wacht op de HEER, hij zal je helpen. 23 Twee gewichten om te wegen, het is de HEER een gruwel, een valse weegschaal is een slechte zaak. 24 De weg van een mens wordt bepaald door de HEER, wie weet zelf welke richting hij gaat? 25 Wie God ondoordacht een belofte doet en zich pas later afvraagt of hij haar kan houden, zet een valstrik voor zichzelf. 26 Een wijze koning zift de goddelozen uit, hij laat het rad over hen heen gaan. 27 Het licht van de HEER beschijnt de geest van de mens, het dringt door tot in zijn diepste gedachten. 28 Liefde en trouw beschermen de koning, liefde schraagt zijn troon. 29 De pracht van jonge mensen is hun kracht, de sier van oude mensen is hun grijze haar. 30 Bloedige striemen doen het kwaad verdwijnen, slagen zuiveren het innerlijk. (NBV)

In de "Succes" agenda stonden vroeger onder aan de bladzijden wijze spreuken, meestal citaten uit een groot citatenboek. Daar stond ook eens "ervaring is de optelsom van iemands fouten" en daar gaat het vandaag ook over in het gedeelte dat we lezen uit het Spreukenboek. Een aantal Spreuken had overigens ook de Succesagenda gehaald. Maar het gedeelte van vandaag begint met de verzekering dat je bezit meer waarde krijgt naarmate je er meer moeite voor hebt hoeven doen. Grote prijzen gewonnen in loterijen willen nog wel eens tot ongeluk leiden. Je bent het geld niet gewend en de loterijorganisaties hebben zelfs mensen in dienst om je te begeleiden, maar geluk is met geld ook niet te koop, het valt je toe en het blijft toevallig in plaats van iets van jezelf. Veel winnaars blijven dan ook doen wat ze deden, gewoon hun eigen werk want daar hadden ze moeite voor moeten doen.

De Weg van de Bijbel is dus je brood verdienen door er moeite voor te doen, door er voor te zweten staat al in het boek Genesis. Dan wordt ook het delen er van een stuk plezieriger, je deelt niet wat je is toegevallen maar je deelt iets van jezelf, van God aan jou heeft gegeven. Zo valt het kwade dan ook met het goede te bestrijden en pas op, bij al je werk, bij al je zwoegen is bedrogen worden dan ook wel heel erg kwaad. Mensen laten zich immers gewoonlijk leiden door het goede, goed doen voor zichzelf, eerlijk blijven want dan ben je ook tegen jezelf eerlijk en daarmee laat je je leiden door de Weg van de God van Israël. We weten weinig van de toekomst maar als je nu maar zelf het goede doet dan zul je vanzelf ook het goede wel ontmoeten of het kwade kunnen weerstaan.

In nood ben je dan geneigd de hulp van God pas in te roepen, als ik hier uit kom dan beloof ik... en vul het zelf maar in. Het boek Spreuken waarschuwt er tegen, als je beloften te groot zijn dan wordt je een gevangene van je beloften. Beter is ook in nood te blijven zoeken naar het goede, blijven delen met de minsten, zij zullen je dan ook tot steun zijn zegt het boek Spreuken. Je bent dan net als de Koning die voortdurend er op let wie van zijn onderdanen bezig is te zorgen voor een betere samenleving, voor de minsten in het land, voor recht en gerechtigheid en uitbant die onderdanen die alleen op eigen gewin uit zijn. Het is in dit licht dat je je eigen handelingen ook mag zetten, het licht van de God van Israël. Dan kun je net als die koning zeggen dat jouw leven gebouwd is op liefde. En laat je niet gevangen zetten in je jeugd, jonge mensen zijn sterk, oude mensen zijn grijs en dat is ook mooi. Ervaring is dus de tegenslag die je in je leven hebt gekregen maar je wordt er mooier en zuiverder van. Daar mogen we elke dag weer mee verder, ook vandaag weer.

 

Reacties

Spreuken 20:10-21

10 Twee gewichten om te wegen, twee maten om te meten, beide zijn de HEER een gruwel. 11 ¶  Reeds een kind laat zich kennen door zijn daden, door wat het doet, zie je of het eerlijk en oprecht is. 12 Een oor dat hoort, een oog dat ziet, de HEER heeft beide gemaakt. 13 Slaap niet al te graag, dan word je niet arm, sta vroeg op, dan heb je genoeg te eten. 14 ‘Niets waard! Niets waard!’ zegt de koper, maar als hij weggaat, wrijft hij zich in de handen. 15 Goud en edelstenen zijn er genoeg, maar wijze woorden zijn een zeldzaamheid. 16 Stond iemand borg voor een lichtzinnig mens, neem dan gerust zijn mantel, en verpand die maar aan een ander die lichtzinnig is.  17  Gestolen voedsel smaakt aanvankelijk goed, maar later lijkt je mond gevuld met kiezels. 18 Een plan komt tot stand door overleg, bereid een oorlog dus goed voor. 19 Bij een roddelaar is een geheim niet veilig, laat je niet in met een loslippig mens. 20 Als je je vader en moeder vervloekt, wordt je levenslicht gedoofd in de diepste duisternis. 21 Rijkdom die in korte tijd verworven is, brengt geen zegen voor later.(NBV)

Aan een kind kun je al door de daden zien of het eerlijk en oprecht is zegt de Spreukendichter. Wij, die door de Romantiek zo gemakkelijk vertederd raken door het onschuldige kindergezicht, moeten dat misschien nog wel eens wat sterker leren. We moeten leren letten op het gedrag van onze kinderen en daar niet vergoelijkend over doen. Je hoort ouders nog wel eens zeggen: " het zijn nog maar kinderen" Nee, ook verkeerd gedrag van kinderen is verkeerd gedrag. Ook kinderen kunnen ogen en oren hebben die ze van God meegekregen hebben. Het gaat er om dat ook onze kinderen opgroeien tot nuttige leden van de samenleving die niet alleen voor zichzelf kunnen zorgen maar ook met anderen weten te delen. Volwassenen, die ook geleerd hebben bestand te zijn tegen de vuige trucjes waarmee in de wereld op de markten wordt geopereerd.

Het Spreukengedeelte dat we vandaag lezen laat zich ook lezen als een verzameling wijze lessen voor opgroeiende jeugd. Ouderen weten het wel, vaak door schade en schande wijs geworden, goud, zilver en diamanten worden je gemakkelijk beloofd, maar wijze woorden zijn met een lantaarntje te zoeken. Borg staan voor een ander moet je ook niet al te gemakkelijk doen. De overvloed en het gemak waarmee onze banken in de afgelopen decennia leningen hebben verstrekt aan ieder die maar wilde lenen heeft uiteindelijk bijna onze hele economie te gronde gericht. In het klein waarschuwt de Spreukendichter er al tegen in zijn waarschuwing tegen de borg voor een lichtzinnig mens. We moeten ook in onze eigen omgeving die waarschuwingen soms laten horen en zorgen dat mensen beschermd worden tegen verleidelijk maar onverantwoord gedrag. En met stelen los je al helemaal niks op.

Je moet volgens de Bijbel altijd blijven beseffen wie je voorouders zijn. Ook de vader en moeder die in het Spreukenboek worden genoemd zijn de slaven die uit Egypte werden bevrijdt. Als je die vervloekt dan vervloek je alle armen en zwakken in je samenleving, dan vervloek je iedereen die in een probleem is gekomen. Dan ben je dus op geen enkele manier in staat om mensen in nood te helpen, om een hand uit te steken naar je naaste. Je merkt een dergelijke houding allereerst bij mensen die het zelf wat beter hebben, die willen bijvoorbeeld ontwikkelingssamenwerking afschaffen. Beter is plannen te maken hoe je kunt voorkomen zelf arm te worden en toch genoeg over te houden om een ander te helpen. Over die plannen hoef je niet op te scheppen of ze rond te bazuinen, mensen die dat te gemakkelijk rondvertellen kun je maar beter mijden. Gelukkig mogen wel elke dag opnieuw beginnen, ook vandaag weer.

Reacties

Spreuken 20:1-9

1 Van wijn word je een spotter, van drank een braller, wie zich bedrinkt, verliest zijn verstand. 2 Als het brullen van een leeuw, zo zijn de dreigementen van een koning, wie ze in de wind slaat, brengt zijn leven in gevaar. 3 Het strekt een mens tot eer om ruzie te vermijden, een dwaas stort zich in een woordenstrijd. 4 Een luiaard ploegt niet in de herfst, en vraagt zich in de zomer af waarom hij niet kan oogsten. 5 Wat omgaat in een mensenhart is als diep verborgen water, iemand met inzicht brengt het naar boven. 6 Velen roemen hun eigen trouw, maar wie vindt een mens die werkelijk betrouwbaar is? 7 Wie rechtvaardig is bewandelt de juiste weg, zijn kinderen zullen gelukkig zijn. 8 Als het recht de troon van een koning schraagt, verjaagt hij met zijn blik elke boosdoener. 9 Wie zou kunnen zeggen: ‘Ik heb mijn hart gezuiverd, ik ben vrij van zonden’? (NBV)

Volgens de geleerden die de Bijbel grondig hebben bestudeerd en daar ook les in geven zou in het gedeelte dat we vandaag lezen maar weinig samenhang te vinden zijn. Maar dat is toch merkwaardig, want als je de stellingen van vandaag  achter elkaar leest en je begint met de braller dan zeg je steeds ja, ja zo zit het ook in elkaar. Het gaat hier om het vertonen van slecht, onverstandig of dwaas gedrag. Dat gedrag is meestal het eerst schadelijk voor jezelf, maar vaak ook voor anderen en dan wordt het nog erger. Maar moeten we nu alles met de mantel der liefde bedekken en als een zwijgende wijze in een hoekje gaan zitten? Zo is het niet. Het is echter zaak voor het goede ook resultaat te bereiken. Het in gevaar brengen van je eigen leven is soms nodig in het verzet tegen een onrechtvaardige koning, in onze dagen tegen een wrede dictatuur.

Maar je moet wel beseffen je dan je eigen leven en vaak dat van anderen in gevaar brengt. Onnodig levens in gevaar brengen moet je zeker vermijden. Het gaat er dus om je verzet behoedzaam te organiseren. Daarom is het ook wijs ruzie te vermijden en zeker niet in een woordenstrijd verstrikt te raken. Daarom horen die verzen toch bij elkaar. Net als het vers over het ploegen door de luiaard dat er op volgt. Want als je stil blijft zitten omdat het maatschappelijk klimaat zo guur is, omdat die Koning zo brult, dan volgt er nooit een zomer van vrijheid en rechtvaardigheid. Beter is dus goed nadenken over je strategie, niet te snel handelen en zeker niet te snel spreken.

En gedachten zijn vrij want daar kan niemand bij, alleen mensen die net als jij verandering willen op een vreedzame geweldloze manier raden waar je mee bezig bent. Maar pas op, waarschuwt de Spreukendichter, weinig mensen zijn maar echt betrouwbaar. Toch is het spreken over recht en gerechtigheid en daar een samenleving op bouwen vruchtbaar. Dat zal altijd het uitgangspunt moeten zijn want daar hebben de komende generaties nog het meest aan, een samenleving die daarop is gebaseerd kan ook niet snel aan het wankelen worden gebracht ook al worden er fouten gemaakt. Gelukkig mogen wij in onze samenleving in vrijheid werken aan de bouw van die Goddelijke samenleving, elke dag opnieuw, ook vandaag weer.

 

Reacties

Spreuken 19:13-29

13 Een dwaze zoon is voor zijn vader een ramp, het geruzie van een vrouw is als een dak dat altijd lekt. 14 Je huis en rijkdom erf je van je voorouders, maar een vrouw met inzicht krijg je van de HEER. 15 Als je lui bent, verslaap je je tijd, als je laks bent, zul je honger lijden. 16 Wie de geboden naleeft, behoudt zijn leven, wie de weg van de HEER veracht, zal sterven. 17 Wie barmhartig is voor een arme leent aan de HEER, die zal hem zijn weldaad vergoeden. 18 Tuchtig je zoon, dan is er hoop, zorg ervoor dat hij niet sterft. 19 Wie doldriftig is, zal moeten boeten, als je hem zijn woede toestaat, neemt die enkel toe. 20 Luister naar raad, laat je onderwijzen, uiteindelijk maakt het je wijs. 21 Een mens maakt allerlei plannen, wat wordt uitgevoerd, is het plan van de HEER. 22 Een mens heeft het verlangen goed te doen, je kunt beter arm dan onbetrouwbaar zijn. 23 Ontzag voor de HEER beschermt je leven, je kunt rustig gaan slapen, er overkomt je niets. 24 Een luiaard laat zijn hand in de schaal rusten, hij brengt hem zelfs niet naar zijn mond. 25 Sla je een spotter, dan wordt die onervarene verstandig, kastijd je een verstandig mens, dan groeien zijn kennis en inzicht. 26 Wie zijn vader mishandelt en zijn moeder wegjaagt, is een slechte zoon die zich misdraagt. 27 Mijn zoon, luister maar niet langer naar mijn onderricht als je mijn wijze woorden in de wind wilt slaan. 28 Een onbetrouwbare getuige spot met het recht, een goddeloze zwelgt in onrecht. 29  Voor spotters staat de straf al vast, voor de rug van dwazen ligt de stok al klaar. (NBV)

Er moet gewerkt worden. Tenminste volgens het Spreukenboek. Gaan geloven in de God van Israël is pas het begin. Begin van alle wijsheid en die wijsheid is, zoals we al eerder lazen, dat je je naaste lief moet hebben als jezelf. Voor luiheid is daarbij geen plaats, je verslaapt je tijd en als je laks bent, onverschillig dus ook, dan zul je honger lijden. Nee het gaat om het naleven van de richtlijnen, het gaan van de weg van de Heer staat er zo deftig in de Bijbel. Maar dat deftige is gewoon een manier van vertalen, dat gebeurde nu eenmaal door deftige gestudeerde heren en dames. Want de arme is de vertegenwoordiger van God in ons leven. Als we barmhartigheid laten zien, onze hand uitsteken naar de outcast, dan lenen we aan God. En van een God mogen we verwachten dat die met rente terugbetaald.

Nu niet direct denken dat je rijker zult worden van het helpen van de armen, of dat je gezonder zult worden of langer zult leven, dat je gee n tegenslag meer in het leven zult tegenkomen. Integendeel. Ook in onze dagen wordt de voortdurende onbaatzuchtige aandacht en zorg voor de minsten in de samenleving belachelijk gemaakt, in sommige landen bestraft zelfs. Wat we krijgen, met rente, is een betere wereld, in plaats van de ongelukkige arme die je tegenkwam krijg je een gelukkig mens die weer verder kan in het leven, aan wie recht is gedaan en die een plaats in de samenleving heeft ingenomen. Verwacht dus zelfs geen dankbaarheid. Zorg dat je je eigen kinderen ook in die geest opvoedt.

In de vorige vertaling stond hier dat je je zoon moet kastijden wanneer er nog hoop is. Tuchtigen klinkt wat milder, al betekent het hetzelfde. In de Naardense Bijbel die dicht bij de grondtekst probeert de Bijbel in het Nederlands te vertalen wordt gesproken over "vermanen". Het gaat er in alle vertalingen en dus in de Bijbel om, dat je je kinderen niet moet laten doodvallen zolang er nog hoop is dat ze gaan meewerken aan die nieuwe aarde. Aan woedende medemensen, ook aan woedende kinderen, heb je dus niks, zelf kwaad worden en je kind slaan is daarom uit den boze. Maar zwijg niet over fouten omdat je geen conflict wil. Als er fouten gemaakt worden heb je een conflict en herstellen is dan geboden. Zo grijpt dat boek Spreuken ondanks zijn schijnbare oppervlakkige spreekwoorden diep in in ons leven van alle dag. Gelukkig dat we elke dag weer opnieuw mogen beginnen, ook vandaag weer.

Reacties
Domeinregistratie en hosting via mijndomein.nl