basalk.punt.nl
Abonneren

Abonneer je nu voor nieuwe artikelen op deze website!

Laatste artikelen

Spreuken 30:1-9

1 Hier volgen de woorden van Agur, de zoon van Jake, dit zijn de uitspraken die hij heeft gedaan. Ik ben zo moe, mijn God, zo moe, ik kan niet meer. 2  Ik ben dommer dan ieder ander, elk menselijk inzicht ontbreekt mij. 3  Ik heb geen wijsheid opgedaan, van de Heilige weet ik niets. 4  Wie is naar de hemel geklommen en weer afgedaald? Wie heeft de wind met zijn handen gevangen? Wie heeft het water in zijn mantel gebonden? Wie heeft de grenzen van de aarde bepaald? Noem mij zijn naam, en de naam van zijn zoon, als je die kent. 5  Elk woord van God is getoetst, hij is een schild voor wie bij hem hun toevlucht zoeken. 6  Voeg niets aan zijn woorden toe, anders straft hij je en blijk je een leugenaar. 7 Twee dingen vraag ik u, gun ze me zolang ik leef: 8  Houd me ver van leugen en bedrog. Maak me niet arm, maar ook niet rijk, voed me slechts met wat ik nodig heb. 9 Want als ik rijk zou zijn, zou ik u wellicht verloochenen, zou ik kunnen zeggen: ‘Wie is de HEER?’ En als ik arm zou zijn, zou ik stelen en de naam van mijn God te schande maken. (NBV)

Je kunt er moe van worden. Er is zoveel in de wereld dat om aandacht schreeuwt, zoveel waar zorg voor nodig is. Zoveel onrecht in de wereld, zoveel geweld, zoveel leed ook door natuurrampen. En alles komt tegenwoordig op onze weg. Agur de zoon van Jake heeft daar een verstandig recept voor. Het is de God van Israël die overal over gaat. Er is geen mens die alles bevatten kan, alles regeren kan, alle mensen kan beschermen. Daarom zijn er maar twee geboden waar het echt op aan komt, heb God lief boven alles en dat doe je door je naaste lief te hebben als jezelf. Je hoeft dus niet de hele wereld op je nek te nemen, achter elke zucht om hulp aan te lopen. Doen wat je hand vindt om te doen is vaak al voldoende. Natuurlijk zijn de grote rampen, de grote oorlogen en de grote ellende in de wereld belangrijk, maar weet dat je die alleen samen met anderen de baas kan, met heel erg veel anderen vaak. En bondgenoten vind je alleen door dichtbij te beginnen en daarin anderen mee te krijgen.

Agur de zoon van Jake werkt het houden van die twee geboden op een simpele manier uit. Maak me niet arm en maak me niet rijk vraagt hij. Een arme kan gedwongen zijn om te stelen, een rijke zal geneigd zijn alles voor zichzelf te willen houden, beiden wil je niet als je de Weg van de God van Israël wil volgen. Wie overigens Agur de zoon van Jake is geweest weten we niet. Het is in elk geval niet Koning Salomo aan wie het boek Spreuken lang is toegeschreven. Het zou zelfs wel eens kunnen dat het helemaal geen volksgenoot van Salomo wordt was maar iemand uit een van de buurvolken van Israël. Iemand als de profeet Bileam die alleen goeds kon profiteren over Israël. Agur de zoon van Jake had heel goed door wat in de wijsheid van Israël belangrijk was. Dat was de bereidheid om alle wat je bezit te delen met mensen die niets bezitten maar zonder delen niet verder kunnen leven. Zo moet je dus willen zijn.

Maar waar je echt moe van kan worden zijn mensen die het altijd beter weten. Die de zuiverheid in hun binnenzak hebben en over alles en iedereen een oordeel klaar menen te kunnen hebben. Hun ouders hebben het verkeerd gedaan, hun stadgenoten doen het verkeerd, hun bestuurders en regeerders doen het verkeerd. Ze voelen zich bedreigd door alles en iedereen en gebruiken geweld om zich te verdedigen ook al worden ze niet aangevallen. Ze zijn daardoor ook een voortdurend gevaar voor de armen op de aarde die ze verscheuren, ze verslinden de verschoppelingen onder de mensen. We kennen ze ook in onze dagen. Ze roepen dat iedereen voor zichzelf verantwoordelijk is en in plaats van de zwakken te helpen verantwoordelijkheid te dragen controleren ze zo weinig dat de zwaksten onder hen verleid worden fraude te plegen. Echte liefde voor mensen zou betekenen dat ze mensen op eigen benen helpen staan zodat ze werkelijk tot hun recht komen. Gelukkig dat we daar elke dag weer opnieuw mee mogen beginnen, ook vandaag weer.

Reacties

Spreuken 29:15-27

15 De stok en berispingen zorgen voor wijsheid, een kind dat niet wordt opgevoed, maakt zijn moeder te schande. 16  Als goddelozen aan de macht zijn, neemt de misdaad toe, maar eens zullen de rechtvaardigen getuige zijn van hun val. 17 Tuchtig je zoon, en je hebt geen zorgen over hem, hij zal je vreugde geven. 18  Zonder profetie vervalt het volk tot bandeloosheid, wie de wet in acht neemt, is gelukkig.19 Je brengt een slaaf geen discipline bij met woorden, hij begrijpt ze wel, maar stoort zich er niet aan. 20 Heb je weleens iemand gezien die altijd met zijn woorden klaarstaat? Voor een dwaas is er meer hoop dan voor hem. 21 Wie zijn slaaf vanaf zijn jeugd verwent, krijgt uiteindelijk met een rebel te doen. 22 Een driftkop maakt snel ruzie, een heethoofd gaat vaak over de schreef. 23 De hoogmoed van een mens brengt hem ten val, eer is weggelegd voor wie bescheiden is. 24 Een heler doet zichzelf veel kwaad, hij weet dat hij vervloekt wordt, toch geeft hij de dief niet aan. 25 Angst voor mensen is een valstrik, wie op de HEER vertrouwt, wordt beschermd. 26 Velen zoeken de gunst van een heerser, maar alleen bij de HEER vindt een mens zijn recht. 27 Een rechtvaardige verfoeit een onrechtvaardige, een goddeloze wie de rechte weg gaat. (NBV)

In het boek Spreuken is de Koning bij uitstek de beschermer van de armen. Daarom zal Paulus veel later kunnen zeggen dat de gemeente van Jezus de Bevrijder, de Christus, een volk van Koningen en Priesters is. Als Koningen beschermen ze de armen en als Priesters dienen ze daardoor de God van Israël. Op die manier laat je mensen tot hun recht komen. Dat gaat in het groot, over een heel volk, maar ook in het klein, in de opvoeding. Een goddeloze opvoeding leidt tot criminelen en een goddeloze regering tot meer misdaad in de samenleving. Alleen de rechtvaardigen, de volgelingen van de God van Israël die hun naaste liefhebben als zichzelf en die mensen tot hun recht laten komen zullen meemaken dat de goddelozen ten val komen, dat de slechte gevolgen van hun slechte daden aan het licht komen. Een goede, strenge en rechtvaardige opvoeding is dus voor een ouder en voor een kind van belang maar dient uiteindelijk de hele samenleving, dient uiteindelijk de God van Israël.

Eén van de meest bekende Spreuken uit de Nederlandse politiek is dat een volk zonder visioen tot bandeloosheid zal vervallen. Hier wordt dat visioen vertaald met profetie en de Bijbel koppelt het direct aan de leer van Mozes. Het visioen is dan ook een samenleving waarin iedereen tot zijn of haar recht komt, waar de minsten voorop staan en de weduwe en de wees worden beschermd. Dat is een samenleving waarin de richtlijn van heb uw naaste lief als uzelf een grondwet is, waar niet wordt gedood, waar niet wordt gestolen, waar niet wordt gelogen in de rechtspraak. Als we met elkaar die richtlijnen voor een menswaardige samenleving vergeten dan leidt dat onherroepelijk tot een samenleving van het oerwoud, ieder voor zich en het recht alleen voor de sterkste, dat is dan ook de waarheidszegging die we profetie noemen, daar loopt het op uit.

Voor vrede en recht moet in onze samenleving ook nog het nodige gebeuren. Centraal daarbij staat dat je niet bang moet zijn. Dat "Vreest niet" is niet alleen voor de herders met het kerstfeest dat is is voor altijd en overal. Hier wordt die angst een valstrik genoemd. Als je mensen met een ander geloof als het jouwe maar vaak genoeg als vijanden afschildert dan wordt je er vanzelf bang van. En natuurlijk zijn er altijd mensen die willen beantwoorden aan wat er in de samenleving van hen wordt gevraagd. Als je jongeren steeds maar afschildert als nietsnutten die rondhangen dan gaan jongeren rondhangen op straten en pleinen en zich daar vervelend gedragen, als je aanhangers van de Islam afschildert als terroristen gaan ze zich afzetten tegen jouw samenleving en zich met geweld daartegen verdedigen. De Bijbel wijst een andere weg, de weg van vrede en gerechtigheid. Samen maaltijd vieren staat er in de goddelijke richtlijnen, mensen tot hun recht laten komen, benoemen wat goed is en wat slecht is en het daarover eens worden. Delen met de armen, met de minsten zorgen die ieder krijgt wat een ieder toekomt. Gelukkig dat wij daar elke dag opnieuw mee mogen beginnen, ook vandaag weer.

Reacties

Spreuken 29:1-14

1 Wie vaak terechtgewezen wordt en toch hardnekkig blijft, wordt plotseling geveld, zonder kans op redding. 2  Als rechtvaardigen heersen, is het volk verheugd, als een goddeloze aan de macht is, jammert het volk. 3 Wie wijsheid liefheeft, geeft zijn vader vreugde, wie met hoeren omgaat, verkwanselt diens vermogen. 4 Een koning die het recht handhaaft, houdt zijn land in stand, een uitzuiger richt het te gronde. 5 Wie een ander vleit, lokt hem in de val. 6 Een boosdoener verstrikt zich in zijn kwade daden, een rechtvaardige jubelt en juicht. 7 Een rechtvaardige erkent de rechten van de armen, een goddeloze is daar blind voor. 8  Protsers brengen onrust in een stad, wijzen doen woede bedaren. 9 Als een wijze en een dwaas voor het gerecht staan, laat de dwaas met zijn geraaskal en gesneer alles in het honderd lopen. 10 Moordenaars haten een mens die onberispelijk leeft, oprechten respecteren zijn leven.11 Een dwaas geeft uiting aan al zijn gevoelens, een wijze houdt ze in toom. 12 Als een heerser toegeeft aan bedrog, wordt ieder die hem dient een goddeloze. 13 Een arme en een onderdrukker hebben dit gemeen: de HEER gaf hun beiden het licht in de ogen. 14 Een koning die een eerlijk oordeel velt over verschoppelingen, zal nooit zijn troon zien wankelen. (NBV)

We lezen nog steeds in de verzameling onderwijzingen en spreuken die op last van Koning Hizkia werd verzameld. En die verzamelaars hadden goed door dat ook die Koning onderwijzingen nodig had. Hij was per slot van rekening een jongeman van pas 25 jaar toen hij koning werd en de voorbeelden van zijn vader en grootvader en van de vorsten in de omringende landen waren nu niet bepaald goede voorbeelden. Rijke jongens die naar de hoeren gaan zijn zelfs in onze dagen niet onbekend. En wie werd er ook ooit bedoeld met "Prins Bier"? Welke prinsen werden ook al weer betrapt toen ze met meer dan gevaarlijke snelheden over onze wegen reden? Het zijn de vermaningen die ook in onze dagen ons mogen leren wat het is te leven in de vreze des Heren, de wijsheid, het heb uw naaste lief als uzelf.  Dan geef je je vader vreugde, dan is er een koning die zijn land in stand houd, dan kan er worden gejuicht en gejubeld, dan worden de rechten van de armen erkend.  De vermaningen voor de koning lijken steeds verborgen te worden door de vermaningen voor zijn onderdanen.

Maar de Spreukenschrijver maakt geen onderscheid, zoals de hele Bijbel geen onderscheid maakt, tussen mensen. Iedereen kan rijk zijn, iedereen die kan delen is rijk maar iedereen die weigert te delen houd de armoede in stand. Koningen kunnen protsers zijn, maar wie kan niet met de neus omhoog en de borst vooruit door de samenleving gaan? Wat in elke samenleving nodig is zijn wijzen die weten hoe ze de woede die er in een samenleving kan heersen tot bedaring kunnen brengen. Het respecteren van een mensenleven staat daarbij voorop. Het zinloos geweld in onze samenleving, mensen die doodgestoken of doodgeslagen worden omdat ze juist de vrede willen herstellen, bepaald ons bij de waarde van het respect voor mensenlevens. Ook al zullen ruzies in onze omgeving misschien niet tot geweld leiden, elke ruzie die in vrede eindigt, die wordt bestreden en beëindigd, kan helpen het zinloos geweld in een volgende situatie te voorkomen. En juist jongeren moet soms echt geleerd worden hoe je woede bedaard en hoe je kwaadheid omzet in productief gedrag in plaats van in destructie. Bedrog door heersers is het ergste dat in dit hoofdstuk staat.

De leider van klimaatonderzoek die de verdwijning van gletsjers heeft overdreven zet meer dan zijn eigen onderzoek ter discussie. Die zet alle wetenschappelijk onderzoek te kijk als mogelijk onbetrouwbaar. We moeten op onze politici en wetenschappers kunnen vertrouwen. De maatregelen die over ons worden genomen kunnen wij lang niet altijd op hun noodzaak en uitwerking beoordelen. Kennis nemen van de democratische discussie kan helpen onze positie te bepalen of een last die ons wordt opgelegd te dragen. Geiten en schapenhouders wier veestapel wordt geruimd moeten er op aan kunnen dat de Qkoorts bij hun dieren is vastgesteld en dat hun dieren een gevaar voor volksgezondheid zijn gaan vormen. Kunnen ze daar niet op aan dan is hun last ondragelijk. Wij kunnen helpen, met de woorden van de Spreukendichter in ons achterhoofd, door de politici en wetenschappers vragen te blijven stellen, vragen over hun openheid, eerlijkheid en hun zorg voor de zwaksten en de minsten in de samenleving. Dan brengen we de samenleving van Wijsheid een klein beetje dichterbij, ook vandaag weer.

 

Reacties

Spreuken 28:17-28

17 Een mens die bloed vergoten heeft, zal het graf in vluchten; laat niemand hem daarvan weerhouden. 18 Wie onberispelijk leeft, zal worden gered, wie kromme wegen gaat, komt plotseling ten val. 19 Wie zijn grond bewerkt, heeft genoeg te eten, wie lucht najaagt, wordt gevoed met armoede.20 Een eerlijk mens wordt rijkelijk gezegend, wie snel rijk wil worden, blijft niet ongestraft. 21 Partijdig zijn is slecht, maar men is het al voor een stuk brood. 22 Een hebzuchtig mens jaagt rijkdom na, hij weet niet dat hem gebrek wacht. 23 Wie een ander terechtwijst, zal uiteindelijk waardering krijgen, meer dan iemand die een ander vleit. 24 Wie zijn vader en moeder berooft en zegt: ‘Daar steekt geen kwaad in, ‘is niet beter dan een moordenaar. 25 Wie hebzuchtig is, ontketent ruzie, wie op de HEER vertrouwt, wordt rijk. 26 Wie op zijn eigen verstand vertrouwt, is een dwaas, wie wijsheid als leidraad heeft, ontsnapt aan alle gevaar. 27 Wie aan de armen geeft, lijdt nooit gebrek, wie zijn ogen sluit, wordt door veel vervloekingen getroffen. 28 Komen goddelozen aan de macht, dan zoekt ieder mens een schuilplaats, gaan ze ten onder, dan zullen rechtvaardigen heersen. (NBV)

Soms lijken de verzen uit het boek Spreuken wel op de teksten die je wel op wandtegeltjes ziet. De postergroep Loesje heeft ook heel nauwkeurig het boek Spreuken bestudeerd, hun Spreuken zijn van onze tijd maar zouden in het boek terecht gekomen zijn als het boek Spreuken in onze tijd geschreven zou zijn. Maar het boek is al heel oud, minstens ouder dan 2000 jaar. En de wereld is niet veranderd. Werken, eerlijk zijn, oog hebben voor de armen, levert over het algemeen nog het meeste op. De dichter van de Spreuken roept eigenlijk voortdurend op om je als mens bezig te houden met dat wat de God van Israël van je gevraagd heeft. Ook het sidderen van de mens voor de Heer slaat hier op. Je eigen gang gaan voert maar tot het kwaad, je naaste liefhebben als jezelf zou altijd je uitgangspunt en doel moeten zijn.

Onderdrukken van armen is beestachtig, stom regeren is onderdrukken en als je je regering niet in dienst van jezelf stelt dan zul je lang regeren. Bloed vergieten wordt op allerlei creatieve manieren in het boek spreuken veroordeeld, ook de doodstraf zoals die in de Wetten van Mozes wordt geboden bij zeer ernstige misdrijven. Een verdediging van de doodstraf is daarom altijd in strijd met de Bijbelse uitgangspunten. Politieke Partijen die de doodstraf in hun programma hebben staan zijn dan ook onchristelijke en heidense partijen. En denk nu niet dat het terechtwijzen van mensen die oprecht menen het goede na te streven verkeerd kan zijn. Wie een ander terecht wijst zal uiteindelijk meer waardering krijgen dan iemand die de ander altijd naar de mond praat. Vlijerij en hebzucht komen steeds terug als voorbeeld van het kwade in de Spreuken.

Daarom moet je altijd goed luisteren naar wie de hoge inkomens wil aanpakken en wie ze in bescherming wil nemen. Wie de grootste staatssubsidie naar de eigenaren van de duurste woningen wil laten gaan en wie de mensen met de laagste inkomens op een fatsoenlijke manier wil laten wonen in het land. Wie een ander berooft is niet beter dan een moordenaar. Dat gaat dus ook op voor het korten op de zorg voor ouderen. Voor het korten op het arbeidsinkomen van gehandicapten.  De Spreukendichter is daar zeer duidelijk over. Het gaat wel over je vader en je moeder maar als je je samenleving zo helpt inrichten dat ouderen tekort wordt gedaan dan wordt ook jouw vader en moeder tekort gedaan. Kortom het gaat er om de armen te geven en er voor te zorgen dat niet de goddelozen aan de macht komen maar de rechtvaardigen heersen. Gelukkig dat we daar elke dag opnieuw voor mogen zorgen, ook vandaag weer.

 

Reacties

Spreuken 28:1-16

1 Een goddeloze vlucht, ook al is er niemand die hem achtervolgt, een rechtvaardige voelt zich zo veilig als een leeuw. 2 Als een land in opstand komt, werpen velen zich op als leider, slechts iemand met kennis en inzicht zorgt voor blijvende rust. 3 Wie tot armoede vervallen is en de armen onderdrukt, is als regen die de oogst wegspoelt. 4 Wie de wet niet naleeft, prijst de goddeloze, wie de wet in acht neemt, vecht tegen de wetteloze. 5 Een kwaadaardig mens begrijpt niets van het recht, wie de HEER zoekt, kan alles begrijpen. 6 Beter een arme die onberispelijk leeft dan een rijkaard die vol leugens zit. 7 Een zoon met inzicht houdt zich aan wat hem is geleerd, wie met brassers omgaat, maakt zijn vader te schande. 8 Wie zijn bezit vergroot door woekerrente, vergroot het voor wie zich bekommert om verschoppelingen. 9 Als je geen gehoor geeft aan de wet, is zelfs je gebed de HEER een gruwel. 10 Wie oprechte mensen op het slechte pad brengt, komt in zijn eigen val terecht; de oprechten vinden geluk. 11 Een rijkaard dicht zichzelf veel wijsheid toe, een arme met inzicht doorziet hem. 12 Als rechtvaardigen regeren, heeft het leven glans, als goddelozen aan de macht zijn, houdt elk mens zich schuil. 13 Wie zijn fouten verbergt, zal geen voorspoed kennen, wie ze toegeeft en vermijdt, krijgt vergeving. 14 Gelukkig is de mens die siddert voor de HEER, wie eigenzinnig is, valt ten prooi aan het kwaad. 15  Een goddeloze die een arm volk onderdrukt is als een brullende leeuw, een ziedende beer.16 Een heerser zonder inzicht onderdrukt op grote schaal, wie winstbejag haat, zal lang regeren. (NBV)

In het gedeelte dat we vandaag uit het boek Spreuken lezen worden de rechtvaardigen en de onrechtvaardigen tegenover elkaar gesteld. Er zijn mensen die zich voortdurend laten beveiligen omdat ze er van overtuigd zijn dat ze bedreigd worden. Het is natuurlijk jammer dat ze zich niet afvragen of wat ze doen wel oprecht is, of de manier waarop ze anderen behandelen niet uitlokken tot bedreigingen. Zo komt het misschien dat ze zich bedreigd voelen ook al is er niemand aan te wijzen die het op hun leven gemunt heeft. Ook de schrijver van de Spreuken wijst daarop. Er zijn ondertussen ook mensen die beveiligd moeten worden omdat er anderen zijn die er op wijzen dat er een concrete aanwijsbare bedreiging is zonder dat de mensen die het aangaat zich van enig kwaad bewust zijn.

De Bijbel gaat niet alleen over vrede en lief zijn voor elkaar. Soms zijn er machthebbers waartegen je wel in opstand moet komen. Wij hebben die opstand in vreedzame banen geleid. Elke vier jaar kan het volk afrekenen met de machthebbers. Als het tenminste zo ontevreden is dat het volk geen genoegen neemt met de schijngevechten tussen gevestigde machten die de media het volk voorschotelen. Wij noemen de opstand van het volk democratie en ook het boek Spreuken gaat er van uit dat een volk iets te kiezen heeft als het gaat om goede leiders. Het moet in elk geval iemand zijn met kennis en inzicht, wijsheid zouden we zeggen en wijsheid is eerbied voor de God van Israël die als opdracht gaf de naaste lief te hebben als zichzelf. Een leider die de armen onderdrukt en verder uitperst in tijden van crisis wordt dan ook door de schrijver van de Spreuken veroordeelt, die is als regen die de oogst wegspoelt.

De Bijbel is overigens niet tegen rijkdom. Maar er klinkt voortdurend verzet tegen de ongelijke verdeling die tot stand komt door machtsmisbruik. Natuurlijk mag je zelfs woekerrente rekenen zegt de Spreukendichter, maar niet om de rijken nog rijker te maken maar om te zorgen dat de nood van de armen wordt opgeheven, want beter een arme die onberispelijk leeft dan een rijkaard die vol leugens zit. Die leugens komen overigens toch wel uit want wie oprechte mensen op het slechte pad brengt komt in zijn eigen val terecht. Het mooiste van het gedeelte dat we vandaag lezen is wellicht dat wie zijn fouten toegeeft en vermijdt vergeving krijgt. Ofwel elke dag mogen we weer opnieuw beginnen de Weg van de God van Israël te zoeken, zorgen voor recht en gerechtigheid, voor eerlijk delen en in vrede samenleving. Dat mag ook vandaag weer.

Reacties

Genesis 7:1-24

1 Toen zei de HEER tegen Noach: ‘Ga de ark in, samen met je hele gezin, want ik heb gezien dat jij als enige van deze generatie rechtschapen bent. 2  Van alle reine dieren moet je zeven mannetjes en hun wijfjes meenemen, van de onreine dieren moet je er twee meenemen, een mannetje en zijn wijfje, 3  en van de vogels weer zeven mannetjes en wijfjes, om hun voortbestaan op aarde veilig te stellen. 4  Want over zeven dagen zal ik het veertig dagen en veertig nachten op de aarde laten regenen; dan zal ik alles wat er bestaat van de aardbodem wegvagen, alles wat ik heb gemaakt.’ 5 Noach deed alles zoals de HEER het hem had opgedragen. 6  Noach was zeshonderd jaar toen de zondvloed kwam, een watermassa die de aarde overspoelde. 7  Om aan het water te ontkomen ging Noach de ark in, samen met zijn zonen, zijn vrouw en de vrouwen van zijn zonen. 8  Van de reine en de onreine dieren, van de vogels en van alles wat op de aardbodem rondkruipt, 9  kwamen er telkens twee bij Noach in de ark, een mannetje en een wijfje, in overeenstemming met wat God hem had opgedragen. 10  Toen de zeven dagen voorbij waren, kwam het water van de vloed over de aarde. 11 In het zeshonderdste jaar van Noachs leven, op de zeventiende dag van de tweede maand, braken alle bronnen van de machtige oervloed open en werden de sluizen van de hemel opengezet. 12  Veertig dagen en veertig nachten lang zou het op de aarde stortregenen. 13 Diezelfde dag gingen Noach, zijn zonen Sem, Cham en Jafet, zijn vrouw en de drie vrouwen van zijn zonen de ark in, 14  samen met alle soorten wilde dieren, vee en kruipende dieren, en ook met alle soorten vogels en wat er verder maar vleugels heeft. 15  Van alle wezens waarin levensadem was, kwamen er telkens twee bij Noach in de ark: 16  er kwamen van alle dieren een mannetje en een wijfje, in overeenstemming met wat God hem had opgedragen. Toen sloot de HEER de deur achter hem. 17 De vloed overstroomde de aarde veertig dagen lang. Het water steeg en de ark werd opgetild, zodat hij van de aarde loskwam. 18  Het water op aarde nam steeds maar toe, hoger en hoger steeg het, en de ark dreef op het water. 19  Het water bleef voortdurend toenemen, zelfs de hoogste bergen kwamen onder te staan. 20  Tot vijftien el daarboven reikte het water, de bergen stonden helemaal onder. 21 Alles wat op aarde leefde kwam om, alles wat er rondwemelde: vogels, vee, wilde dieren, en ook alle mensen. 22  Alles wat op het land leefde en ademde vond de dood. 23  Alles wat op aarde bestond werd weggevaagd: de mensen, het vee, de kruipende dieren en de vogels, ze werden van de aarde weggevaagd. Alleen Noach bleef over, met alles wat bij hem in de ark was. 24  Honderdvijftig dagen lang was de aarde helemaal met water bedekt. (NBV)

Als je het verhaal nauwkeurig leest dan lijkt het wel of er twee verhalen door elkaar heen lopen. Een verhaal over de opdracht die Noach krijgt en een ander verhaal over de manier waarop hij de opdracht uitvoert. Eerst de opdracht. Van alle reine dieren moest Noach er zeven mannetjes en zeven vrouwtjes meenemen, van alle onreine dieren twee dieren. Nu zal Noach geen idee gehad hebben wat reine en onreine dieren waren want de richtlijn waarin dat staat kwam pas toen het volk door de woestijn trok. Maar die opdracht heeft wel een troostende boodschap. De reine dieren die mochten de Joden eten, de onreine niet. Voor elke dag was er dus een stel reine dieren om te eten, zeven dagen lang, een hele week. De God van Israël zorgt altijd voor zijn mensen. De held uit het verhaal van Babel moest allerlei spannende avonturen doorstaan om te overleven. Noach hoefde alleen maar naar zijn God te luisteren.

En dan de manier waarop hij zijn opdracht uitvoerd. Van alle levende wezens kwamen er twee in de Ark. God zorgt dus niet alleen voor de mensen maar voor alle levende wezens, ook de levende wezens zijn onze naasten. Als wij op weg willen zijn naar het beeld van God, en het boek Genesis beschrijft hoe mensen langzaamaan op weg waren naar het beeld van God dat God aan het scheppen was, dan moeten we ook zorg hebben voor de levende wezens, voor de dieren zoals God bij de Grote Vloed zorgde voor de dieren. Samen bleven ze in de Ark nadat het voldoende had geregend. Veertig is in de Bijbel nu eenmaal het getal dat aangeeft dat het voldoende is. Die Ark is in onze verbeelding uitgegroeid tot een geweldig groot houten schip. Maar het Hebreeuwse woord dat er voor gebruikt wordt staat er ook als Mozes in een biezen mandje in de Nijl wordt gelaten. Het is een voertuig waarmee God mensen kan beschermen in het water.

De Israëlieten waren bang voor water, ze zagen zichzelf als een woestijnvolk vanouds en hadden niks met de grote zee. Integendeel, in de loop van de eeuwen kun je in de Bijbel lezen dat de zee steeds meer en meer het symbool werd van de dood, een plaats waar monsters leefden die je konden verslinden en waar je ver vandaag moest blijven. Tussen het land Kanaaän en de zee woonden dan ook lang de Filistijnen die vanwege hun verbondenheid met de zee blijvend gewantrouwd werden. Zelfs de vissers in het Nieuwe Testament visten niet in de zee maar in de meren waar de Jordaan doorheen stroomde en die meren waren al eng genoeg. Zo was het zeer voorstelbaar dat een grote watervloed de wereld overspoelde en alles de dood injoeg. Maar daar hoefde het niet bij te blijven. De dood heeft niet het laatste woord, ook vandaag nog niet.

Reacties

Genesis 6:5-22

5  De HEER zag dat alle mensen op aarde slecht waren: alles wat ze uitdachten was steeds even slecht. 6 Hij kreeg er spijt van dat hij mensen had gemaakt en voelde zich diep gekwetst. 7  Ik zal de mensen die ik geschapen heb van de aarde wegvagen, dacht hij, en met de mensen ook het vee, de kruipende dieren en de vogels, want ik heb er spijt van dat ik ze heb gemaakt. 8 Alleen Noach vond bij de HEER genade. 9  Dit is de geschiedenis van Noach en zijn nakomelingen. Noach was een rechtschapen man; hij was in zijn tijd de enige die een voorbeeldig leven leidde, in nauwe verbondenheid met God. 10  Hij had drie zonen: Sem, Cham en Jafet. 11 In Noachs tijd was de aarde in Gods ogen verdorven en vol onrecht. 12  Toen God zag dat de aarde door en door slecht was, dat iedereen een verderfelijk leven leidde, 13 zei hij tegen Noach: ‘Ik heb besloten een einde te maken aan het leven van alle mensen, want door hen is de aarde vol onrecht. Ik ga hen vernietigen, en de aarde erbij. 14  Maak jij nu een ark van pijnboomhout. Maak daar verschillende ruimten in, en bestrijk hem vanbinnen en vanbuiten met pek. 15  Maak hem driehonderd el lang, vijftig el breed en dertig el hoog. 16  Je moet er een lichtopening in aanbrengen en aan de bovenkant één el openlaten; de ingang moet je in de zijkant maken. De ark moet een benedenverdieping krijgen en daarboven nog twee verdiepingen. 17  Ik laat een grote vloed over de aarde komen, een watermassa die haar zal overspoelen, om alles onder de hemel waarin levensadem is te vernietigen; alles op aarde zal omkomen. 18  Maar met jou zal ik een verbond sluiten. Jij moet de ark in gaan, samen met je zonen, je vrouw en de vrouwen van je zonen. 19  En van alle dieren moet je er twee in de ark brengen, om ervoor te zorgen dat die met jou in leven blijven. Een mannetje en een wijfje moeten het zijn. 20  Van alle soorten vogels, van alle soorten vee en van alles wat op de aardbodem rondkruipt, zullen er twee naar je toe komen; die zullen in leven blijven. 21  Leg ook een voorraad aan van alles wat eetbaar is, zodat jullie allemaal te eten hebben.’ 22 Noach deed dit; hij deed alles zoals God het hem had opgedragen. (NBV)

Vandaag beginnen we te lezen in het antwoord dat de Bijbel geeft op een beroemd verhaal uit Babel over een grote vloed die alle mensen vernietigde. In Babel ging het verhaal over een ruzie tussen de goden die besloten elkaars mensen te vernietigen en over één god die het besluit van de gezamenlijke goden dwarsboomde door stiekem een mens te redden. Die mens werd een held. Het Bijbelse verhaal gaat over een God die geen mensen bezit. Die God werd als schepper van de mensen aanbeden maar de mensen wenden zich van die God af, ze waren slecht. De Nieuwe Bijbelvertaling laat je zo hier en daar in de steek als je echt wil begrijpen wat het verhaal wil vertellen. Het Hebreeuws gaat over het hart van de mens waar slechte gedachten ontstaan en het hart van God dat daarover bedroefd werd. Dat is de tegenstelling die tot het besluit leidt dat de mensen vernietigd moeten worden.

Maar de geschiedenis houdt niet op bij dat besluit. De geschiedenis gaat verder. En die gaat verder bij het begin van de geschiedenis van de verwekkingen van Noach, zoals heel het boek Genesis gaat over de verwekkingen en de gevolgen die die verwekkingen hebben, hoe gaat het als mensen beeld van God moeten worden. Noach behoorde tot de rechtvaardigen, hij had drie zonen. En de mensen uit de dagen van Noach hadden dus kunnen weten hoe het wel moest. De aarde was verdorven en vol onrecht, van Noach staat er dat hij een rechtvaardige was, zijn leven was een voorbeeld voor de anderen. Hier dus geen willekeurige God die met andere goden een spelletje speelde maar een God die rechtvaardigheid zoekt en de onrechtvaardigen verdelgd, een thema dat we voortdurend in de Bijbel kunnen tegenkomen, een antwoord aan de Heidenen die aan willekeurig handelende goden zijn overgeleverd.

Maar de aarde is meer dan mensen alleen. Naast die mensen waren er ook dieren geschapen, de mens had die dieren namen gegeven en moesten die dieren nu slachtoffer worden van de slechtheid van de mensen? Noach moest een ark bouwen om zich, zijn familie en de dieren te redden. En dat hebben de mensen in alle eeuwen herkend. Noach kon alleen die ark bouwen als hij blindelings op zijn God kon vertrouwen. Daar kunnen we nog wat van leren. In een tijd waarin regeringen wanhopig zoeken naar maatregelen om de willekeur van hebzucht en winstzucht te beteugelen mag je als antwoord geven dat het delen, het liefhebben van de naasten, dat de God van Israël ons voorhoudt altijd de redding is geweest van de willekeur van de goden van winst en profijt. Die God heeft ook ons uit het slavenhuis van de arbeid geleid. Als we bereid zijn te delen wordt de aarde weer een land dat overvloeit van melk en honing. En daar mogen we elke dag weer aan werken, ook vandaag weer.

Reacties

Spreuken 27:12-27

12 Wie verstandig is, ziet het gevaar en hoedt zich ervoor, wie onverstandig is, gaat eraan voorbij en wordt gestraft. 13 Stond iemand borg voor een lichtzinnig mens, neem dan gerust zijn mantel, en verpand die maar aan een lichtzinnige vrouw. 14 Wie zijn buurman ‘s ochtends luid begroet, wekt de indruk dat hij hem vervloeken wil. 15  Als een dak dat altijd lekt wanneer het regent, zo is een vrouw die steeds weer ruzie zoekt. 16  Wie haar in toom probeert te houden, is als iemand die de wind wil vangen of olie denkt te grijpen. 17  Zoals men ijzer scherpt met ijzer, zo scherpt een mens zijn medemens. 18 Wie een vijgenboom met zorg omringt, zal zijn vruchten eten, wie zorg heeft voor zijn heer, wordt door hem gerespecteerd. 19 Zoals water het gezicht weerspiegelt, zo weerspiegelt het hart de mens. 20 De afgrond van het dodenrijk raakt nooit verzadigd, en ook de ogen van een mens krijgen nooit genoeg. 21 De smeltkroes toetst het zilver, de oven toetst het goud, de toets voor een mens is zijn faam. 22 Al leg je een dwaas in een vijzel en stamp je hem tussen de graankorrels fijn, zijn dwaasheid stamp je er niet uit. 23 Weet hoe het met je schapen en geiten gaat, zorg goed voor je kudde. 24  Er is niet altijd overvloed, en ook een kroon gaat niet altijd over op het volgende geslacht. 25  Als het eerste gras gemaaid is en het nieuwe opschiet en je in de bergen hebt gehooid, 26  heb je jonge rammen voor je kleding, koop je met je bokken een stuk grond, 27  en voorzien je geiten je van melk in overvloed, voor jou, je huis en je slavinnen. (NBV)

Jezus van Nazareth zou het veel later zo zeggen "Aan de vruchten herkent men de boom". Er zijn opvoeders en leraren in soorten. De een is streng, de ander soepel, de een geeft voortdurend aanwijzingen en informatie, de ander stimuleert zijn leerlingen op zelf op zoek te gaan naar antwoorden en stelt alleen vragen. Welke de beste is is niet te zeggen. Alleen de leerlingen laten zien wat een goede opvoeder of leraar is. Daarom spoort de Spreukenschrijver zijn zoon aan om wijs te zijn, om dus de Weg van de God van Israël te volgen, want dan blijkt dat ook de Spreukenschrijver een goede leraar en opvoeder is. Daarom is het goed ook bij het onderwijzen en opvoeden altijd die Weg van heb uw naaste lief als uzelf in de gaten te houden. Kinderen vroeg leren op te komen voor de zwakken, te zorgen voor hen die zorg nodig hebben, zich in te zetten voor een ander levert later veel op. Maar een goede opvoeder is niet altijd even serieus, er moet ook ontspannen kunnen worden, er moet zeker gelachen kunnen worden.

Soms moet je mensen niet vertellen wat ze verkeerd doen maar het ze laten zien, of voelen. Een vrouw die steeds weer ruzie zoekt in toom houden heeft geen enkele zin, ze is als een dak dat altijd lekt als het regent en haar in toom willen houden is als het vangen van de wind of het grijpen van olie. Een les voor mannen en een les voor vrouwen, er wordt in de lessen van het boek Spreuken geen onderscheid gemaakt. Je leert sociale vaardigheden alleen in de contacten van mens tot mens. Hoe goed je je best ook doet je weet het nooit altijd beter dan ieder ander, je maakt altijd wel een keer fouten. En net als jij weet ook een ander het niet altijd helemaal goed, maakt ook de ander van tijd tot tijd fouten. Maak je daarom niet gemakkelijk af van de zorg die van je gevraagd wordt, luister zoals de kweker naar de vijgenboom luistert en die verzorgt zoals die boom dat nodig heeft, opdat er veel vruchten komen, zo kun je ook voor een ander zorgen.

We hebben immers maar één Heer, die ons vraagt voor de minsten te zorgen. En alleen wat met je hart wordt gedaan, met liefde wordt gedaan, heeft dus waarde, begeren van aardse zaken leidt tot de dood, maar als je bekend staat als een vriendelijk en zorgzaam mens leeft dat ook na je dood voort. En maak je niet druk om een dwaas, dat is verspilde energie. In de landbouwsamenleving van Israël worden hier de boeren aangesproken. Soms moeten ze het voedsel voor hun vee bijeen sprokkelen en zelfs de bergen op gaan om daar te maaien. Maar als ze dat er voor over hebben dan krijg je er ook wat voor terug. Met andere woorden pas als je jezelf in spant om te zorgen voor hen die je zijn toevertrouwd dan krijg je er ook wat voor terug. Wij laten nog te veel mensen in honger en ellende verder creperen. Bij elke natuurramp is de zorg meer dan ooit nodig, blijft de armoede en de ellende vragen om onze aandacht. Willen wij er een hemel op aarde voor terugkrijgen dan zullen we ons dubbel moeten inspannen en ieder mee kunnen krijgen. Dat kan ook vandaag weer.

Reacties

Spreuken 27:1-11

1 Juich niet over de dag van morgen, je weet niet wat hij brengen zal. 2 Laat een ander je prijzen, doe het niet zelf, laat het over aan een vreemde, zie er zelf van af. 3 Een steen is zwaar, het zand is een last, zwaarder dan beide drukt de ergernis over een dwaas. 4  Woede is wreed, razernij is als een stortvloed, maar wie is tegen jaloezie bestand? 5 Beter dat je openlijk terechtgewezen wordt dan dat je uit liefde wordt gespaard. 6 Het verwijt van een vriend is oprecht, de kus van een vijand al te hartelijk. 7 Wie genoeg te eten heeft, veracht de zoetste honing, voor wie honger heeft, is al het bittere zoet. 8 Een man die wegvlucht van zijn huis is als een vogel die zijn nest ontvlucht.9 De geur van balsem en wierook maakt gelukkig, maar zoeter voor het hart is ware vriendschap. 10  Houd een vriend in ere, ook die van je vader, ga niet naar je broer als je problemen hebt; een vriend in de buurt is beter dan een broer ver weg. 11 Mijn zoon, wees wijs, dan geef je mij vreugde, en heb ik een weerwoord voor wie mij beschimpt. (NBV)

Vandaag een aantal raadgevingen of onderwijzingen uit het boek Spreuken waarvan er een paar ook in het Nieuwe Testament nog populair bleken te zijn. Waarom al die regels? Daar is een goede reden voor. Als je op een nieuwe manier wil gaan leven dan heb je ook nieuwe gedragsregels nodig. Niet langer vreemde goden achterna lopen, niet langer je best doen om zo vruchtbaar mogelijk te zijn, niet langer de eerste de beste willen zijn, niet langer overal haantje de voorste spelen. Dat is in een samenleving waar niet anders wordt gedaan zo vreemd dat het goed is vanuit het goede doen ook de meest voor de hand liggende raadgevingen op een rij te zetten. Elke dag heeft genoeg aan zich zelf daarom moet je niet juichen over de dag van morgen, je weet immers niet wat die dag brengen zal. En als een ander je prijst dan is dat prijzen veel meer waard en je ergeren over een dwaas maakt dat je jezelf belast met een zware last zonder dat het je helpt, het helpt zelfs de dwaas niet.  Je kunt jaloers worden op een dwaas die het leven maar gemakkelijk neemt en zich niets aantrekt van de mensen die in nood zijn.

Woedend worden op zo'n dwaas of zelfs in razernij vervallen heeft dus geen enkele zin. Doe verstandig en zorg dat mensen in je omgeving zo aardig zijn je de waarheid te zeggen zonder dat ze bang hoeven te zijn. Je bent zelf de eerste die je eigen fouten kent, maar soms doe je dingen die een ander ergert zonder dat ze fout zijn. Vaak wil je die dingen best anders doen juist om een ander niet te ergeren, je helpt daarmee een ander. Neem daarom het verwijt van een vriend altijd serieus, een echte vriend zal het verwijt niet maken uit eigenbelang maar in jouw belang of in het belang van de vriendschap. Ook al is het verwijt onterecht de vriendschap maakt het waard het serieus te nemen en er oprechte aandacht aan te schenken. De kus van de vijand kennen we maar al te goed uit het verhaal over Jezus van Nazareth toen hij door zijn leerling Judas werd gekust in de hof van Getsemane. Een vogel en een nest horen bij elkaar, onlosmakelijk. De vrijheid van de vogel wordt pas bepaald door zijn nest.

Een vogel die zijn nest ontvlucht moet wel in grote nood zijn. Zo is het ook met de mens die wegvlucht van zijn huis zegt de Spreukenschrijver. Wij vergeten dat nog wel eens. Gemakzuchtig spotten wij over economische vluchtelingen die hier gemakkelijk baantjes willen wegnemen of zelfs uit zijn op onverdiende uitkeringen. Maar dat armoede lijden is vergeten we dan. We doen er beter aan de oorzaak van vluchten te leren kennen en die oorzaak weg te nemen. En als we vervolging van vluchtelingen niet kunnen stoppen, of armoede kunnen opheffen dan doen we er goed aan een vluchteling te behandelen zoals wij behandeld zouden willen worden. Want dan pas winnen we vrienden en vriendschap is zoeter voor het hart dan de geur van balsem en wierook. Een vriend dichtbij is zelfs belangrijker dan een broer ver weg. Het zal duidelijk zijn dat de Spreukenschrijver ons aanmaant zorgvuldig met anderen om te gaan. Niet altijd even eenvoudig maar wel elke dag weer belangrijk.

 

Reacties

Spreuken 26:13-28

13 Een luiaard zegt: ‘Er is een leeuw op de weg, er sluipt een leeuw in de straten.’14 Zoals een deur in zijn scharnieren draait, zo draait een luiaard zich om in zijn bed. 15 Al heeft een luiaard zijn hand in de schaal, hij vindt het te vermoeiend om hem naar zijn mond te brengen. 16  Een luiaard vindt zichzelf veel wijzer dan zeven mensen met een afgewogen oordeel. 17  Wie zich met een woordenstrijd bemoeit die hem niet aangaat, trekt aan de oren van een hond die rustig voorbijloopt. 18  Zoals een dolleman maar in het wilde weg schiet, met brandende pijlen dood en verderf zaait, 19  zo is iemand die zijn vriend bedriegt, en zegt: ‘Het was maar voor de grap.’ 20  Als er geen hout meer is, dooft het vuur, als de lasteraar verdwijnt, eindigt de ruzie. 21  Kolen laten gloeien, hout doet vlammen, een ruziemaker laat een woordenstrijd ontbranden. 22  De woorden van een lasteraar neemt men gulzig in zich op, ze zijn een lekkernij die de buik verzadigt. 23 Zilverglazuur verbergt een aarden pot, warme woorden een kwaadaardig hart. 24  Al verbloemt iemand zijn haat met mooie woorden, hij is een en al bedrog. 25  Al spreekt hij vriendelijk, vertrouw hem niet, zijn hart is door en door vals. 26  Al verhult hij zijn haat met leugens, zijn kwaadaardigheid komt toch aan het licht. 27 Wie een kuil graaft voor een ander, valt er zelf in, wie een steen op iemand afrolt, komt er zelf onder. 28  Wie kwaadspreekt haat zijn slachtoffers, een vleier wil hun ondergang. (NBV)

Zeven mensen met een afgewogen oordeel en jezelf dan nog wijzer vinden. Dan ben je dus wel heel dom bezig als je voor elke dag van de week, zelfs voor de rustdag, een wijze tot je beschikking hebt met een afgewogen oordeel. Maar dwazen blijven dwaas. Wat gebeurt er bijvoorbeeld als je aan de oren van een hond trekt die rustig voorbij loopt. Die wordt wild en misschien zelfs wel vals. Je moet dan niet zeggen dat het een van nature valse hond is want jouw gedrag heeft het gedrag van die hond opgeroepen. Daar gaat een groot gedeelte van het Bijbelgedeelte van vandaag over. Wat zijn de gevolgen van je gedrag. In de eerste plaats voor jezelf en vervolgens ook wat zijn die gevolgen voor een ander. De Bijbel heeft het bijna altijd over de verhoudingen tussen mensen. Soms noemen we dat de verhouding tussen mensen en God, maar als het daarover gaat dan lezen we verhalen over hoe mensen om gaan met liefde.

Ook in dit hoofdstuk moet je de liefde zoeken, dan snap je veel sneller waarom sommig gedrag verkeerd afloopt en soms gedrag juist bijdraagt tot het goede. Iemand bedriegen voor de grap is dus hetzelfde als iemand echt bedriegen. Jij kan bedriegen en je vriend is voortaan een bedrogene. Zo is het ook met lasteraars. Mensen die het goede met hun naaste voorhebben worden kwaad als een ander gelasterd wordt in hun bijzijn. Dat ligt niet aan hen zegt de Spreuken schrijver maar dat ligt aan de lasteraars, als die weg is is ook de ruzie weg. We spreken zo gemakkelijk ook van de hitte van de strijd, de woordenstrijd, in het debat worden zaken scherp gezegd, zo scherp dat ze pijn doen. De Bijbel veroordeelt, waarschuwt op z'n minst tegen, een dergelijke manier van met elkaar spreken. Je kunt immers ook met warmte spreken, zo spreken over onderwerpen dat mensen er plezier aan beleven, er warm van worden. Dat wil niet zeggen dat de waarheid verborgen of verzwegen moet worden, dat wil zeggen dat je uit bent op het goede, ook het goede in de ander wil ontdekken. Als het vuur in het debat oplaait loop je de kans met ruziemakers te maken te hebben, daar kun je je aan branden. De vergelijking tussen kolen die gloeien en warmte afgeven en hout dat vlamt en waar je je aan kunt branden laat niets aan duidelijkheid te wensen over. Maar lasteraars zijn populair.

In onze dagen verbergen lasteraars zich gemakkelijk achter de vrijheid van meningsuiting. Zonder enkel bewijs verspreiden ze hun lasterlijke praatjes onder het motto dat ze op zoek zijn naar de waarheid. Let daarbij op feiten en niet op fraaie zinnen of mooi gevonden uitdrukkingen. Een pot waarin je je kan spiegelen en die er kostbaar uitziet kan door het gebruik van zilverglazuur toch niet meer blijken te zijn dan een aarden pot, even waardevol als elke andere aarden pot. De mooipraters zijn juist mooipraters omdat ze kwaad willen. Ze spelen in op onbewuste angsten, de angst voor wat het vreemde en onbekende zou kunnen brengen, de angst voor onbekende bedreigingen. De kwaadaardigheid komt dan wel aan het licht, het opzetten van de ene bevolkingsgroep tegen de andere levert alleen geweld en onrust in de samenleving op, maar hun gelijk ontlenen ze aan wat ze zelf oproepen. Laten we hopen dat het met kwaadsprekers afloopt zoals hier beschreven, de steen die ze op iemand denken af te rollen verpletterd henzelf. Let dus op, wie kwaadspreekt haat zijn slachtoffers. Ook vandaag de dag. Laten we bidden dat de ogen en de oren van hen die ze volgen op tijd worden geopend en schroom niet over de werkelijkheid te blijven spreken.

Reacties
Domeinregistratie en hosting via mijndomein.nl