basalk.punt.nl

1 Petrus 4:1-11

1 ¶  Nu dan, omdat Christus tijdens zijn leven op aarde heeft geleden, moet u zich net als hij wapenen met de gedachte dat wie in zijn aardse leven geleden heeft, met de zonde heeft afgerekend. 2  Zo iemand laat zich gedurende de rest van zijn leven niet meer leiden door menselijke verlangens maar door Gods wil. 3  U hebt al genoeg tijd verspild aan allerlei zaken waarin de ongelovigen plezier hebben: losbandigheid, wellust, dronkenschap, bras- en slemppartijen en verwerpelijke afgodendienst. 4 ¶  Zij vinden het vreemd dat u niet langer meedoet aan hun liederlijke uitspattingen en ze spreken daarom kwaad over u. 5  Maar ze zullen zich daarvoor moeten verantwoorden tegenover hem die zich gereedhoudt om recht te spreken over levenden en doden. 6  Ook aan de doden is het evangelie verkondigd, opdat ook zij, al zijn ze naar hun leven op aarde door de mensen veroordeeld, bij God in de geest kunnen leven. 7 ¶  Het einde van alles is nabij. Kom daarom tot bezinning en wees helder van geest, zodat u kunt bidden. 8  Heb elkaar vóór alles innig lief, want liefde bedekt tal van zonden. 9  Wees gastvrij voor elkaar, zonder te klagen. 10  Laat ieder van u de gave die hij van God gekregen heeft, gebruiken om de anderen daarmee te helpen, zoals het goede beheerders van Gods veelsoortige gaven betaamt. 11  Voert u het woord, laat dan Gods woorden doorklinken in wat u zegt. Helpt u anderen, doe dat dan vanuit de kracht die God u geeft. Want zo doet u alles tot eer van God, dankzij Jezus Christus, aan wie alle eer en macht toekomt, voor eeuwig. Amen. (NBV)

Je ziet de dominee op zondag toch echt niet op het Kerkhof de preek houden. Zo’n dominee zou door de kerkenraad snel naar een psychiater worden verwezen. Een beroep op 1 Petrus 4 vers 6 zal die dominee niet helpen. De schrijver van deze brief moet dus iets anders bedoelen dan dat er ook op het kerkhof moet worden gepreekt op zondag. Het moderne begrip van comazuipen maakt ons misschien duidelijk waar het hier om gaat. De Statenvertaling en de Naardense Bijbel hebben het tenminste ook over wijnzuiperijen waar de Nieuwe Bijbelvertaling het heeft over bras- en slemppartijen. Wie zich daaraan overgeeft is zichzelf niet. En als je er zelfs van in coma raakt dan lijk je dood. Ja als je stomdronken bent dan ben je eigenlijk al dood. Gelovigen weten best van drinken en feestvieren. Maar gelovigen hebben zoveel ontzag voor mensen dat ze zonder alcohol ook heel goed kunnen en zich er voor hoeden om hun eigen persoonlijkheid te verliezen. Voortdurend zijn ze immers gericht op het welzijn van anderen. Anderen zijn nooit voorwerpen waarmee je je eigen lust kunt bevredigen. En meedoen met feesten omdat het zo hoort, omdat je er een idool mee eert, een moderne afgod mee aanbidt is er al helemaal niet bij.

Christenen worden daarom nogal eens uitgemaakt voor saaie pieten. Dat hebben ze ook wel een beetje aan zichzelf te danken. Ze doen vaak net of ze niet mee mogen doen. Maar Paulus had al geschreven dat alles geoorloofd is. Het gaat er dan ook niet om dat ze niet mogen, maar dat ze niet willen. Zo gaan we immers niet met elkaar en met anderen om. Daar is niks saais aan, want samen genieten is ook voor christenen het hoogste goed. Wijn behoort zelfs bij de maaltijd die het hoogste is wat de christelijke gemeenschap kan bereiken, de maaltijd waarbij je alles deelt, tot jezelf toe. De wijn staat dan voor het levensvocht, voor het bloed dat bij alle levenden door de aderen stroomt. Van dat leven blijf je af zegt de Bijbel. Wijn kan je dus aansterken, bemoedigen, verwarmen, weer leven geven, maar wijn zal je nooit mogen bedwelmen, van het bewuste leven mogen beroven. Daarom kan de schrijver van de Petrusbrief zeggen dat ook aan doden de boodschap van bevrijding is verkondigd. Het succes van de verspreiding van het geloof in Jezus van Nazareth heeft in de eerste eeuwen van onze jaartelling de mensen doen geloven dat het einde van de wereld nabij was. Als iedereen zou geloven dan zou het einde immers echt komen? Dat laatste blijft waar maar we zijn inmiddels tot de ontdekking gekomen dat het einde van de wereld nog ver weg is want het zal nog wel even duren voordat iedereen echt gaat geloven.

Voor ieder van ons als mens blijft het toch zaak om te doen alsof het einde nabij is. We leven immers maar kort en hebben dus relatief weinig tijd om mensen te winnen voor het Koninkrijk van God. Daarom blijft het verhaal van de Bijbel belangrijk ook al moeten we de vermaningen voor het einde der tijden niet al te letterlijk nemen voor onze tijd. Zo’n oproep om gastvrij voor elkaar te zijn bijvoorbeeld mag ons best weer eens aan het denken zetten. Elk zomer zwermen veel Nederlanders uit over de wereld en elke herfst komen ze terug met verhalen over de enorme gastvrijheid die er in andere landen heerst. Zelfs binnen ons land zijn er verhalen over de grote verschillen in gastvrijheid tussen de verschillende provincies. Nu zal het gericht zijn op de verdienste uit toerisme wel mee een bron zijn van gastvrijheid maar toch is de een gemakkelijker in het ontvangen van vreemdelingen dan de ander. En juist in het ontvangen van vreemdelingen kan de gelovige zich onderscheiden van de ongelovige. Het ontvangen van de rijke vreemdeling uit een aan ons verwante cultuur is niet moeilijk, zeker niet als die vreemdeling een taal spreekt die we tenminste nog een klein beetje kunnen verstaan. Maar de arme vreemdeling, uit een ander continent, met niet alleen een onverstaanbare taal maar ook een onbegrijpelijk geloof en een totaal onbekende cultuur en leefwijze. Die gastvrij weten te ontvangen, die recht weten te doen in je eigen samenleving, dat is pas getuigen van de macht van God. Dat getuigen wordt elke dag van ons gevraagd, ook vandaag weer.

 

Reacties

1 Petrus 3:13-22

13  Overigens, wie zou u kwaad doen als u zich volledig inzet voor het goede?14  Maar zelfs als u zou lijden omwille van de gerechtigheid, dan bent u toch gelukkig te prijzen. Wees daarom niet bang voor de mensen en laat u door niets in verwarring brengen; 15  erken Christus als Heer en eer hem met heel uw hart. Vraagt iemand u waarop de hoop die in u leeft gebaseerd is, wees dan steeds bereid om u te verantwoorden. 16 ¶  Doe dat dan vooral zachtmoedig en met respect, houd uw geweten zuiver; dan zullen de mensen die zich honend over uw goede, christelijke levenswandel uitlaten, zich schamen over hun laster. 17  Het is beter te lijden, indien God dat wil, omdat men goed doet dan omdat men kwaad doet. 18 ¶  Ook Christus immers heeft, terwijl hij zelf rechtvaardig was, geleden voor de zonden van onrechtvaardigen, voor eens en altijd, om u zo bij God te brengen. Naar het lichaam werd hij gedood maar naar de geest tot leven gewekt. 19  Hij is naar de geesten gegaan die gevangen zaten, om dit alles te verkondigen 20  aan hen die ten tijde van Noach weigerden te gehoorzamen, toen God geduldig wachtte en de ark gebouwd werd. In de ark werden slechts enkele mensen, acht in totaal, van de watervloed gered, 21 ¶  en dat water is een voorafbeelding van het water van de doop, waardoor u nu wordt gered. De doop wast niet het vuil van uw lichaam, het is een vraag aan God om een zuiver geweten. Hierom kunt u vragen dankzij de opstanding van Jezus Christus, 22  die de hemel is binnengegaan en nu aan Gods rechterhand zit, terwijl de engelen, machten en krachten aan hem onderworpen zijn. (NBV)

De oorlog en het lijden in de wereld, die de wereld maken tot een plaats van verwarring, brengen ook ons vaak in verwarring. Als we het goede willen doen en niet dan het goede, wat is dan het goede en hoe weten we dat. Ons eigen lot maakt ons niet uit, zelfs al zouden we zelf moeten lijden dan weten we dat we de gerechtigheid nastreven. Maar de oorlog is er niet verder door weg en het lijden van de mensen wordt er niet minder door. In de Nieuwe Bijbelvertaling staat dan de opwekking niet bang te zijn voor de mensen. Een vertaling in hedendaags Nederlands die we snappen. Maar de Naardense Bijbel geeft wat beter weer wat er bedoeld wordt : “Vreest niet wat zij te vrezen geven”. Dat oorlog niet minder wordt en dat lijden niet ophoudt is iets wat men ons voortdurend voorhoud. Bijna iedereen in Nederland gelooft inmiddels dat het nooit vrede op aarde zal worden. En dat betekent eigenlijk dat men het geloof heeft opgegeven. Want als Christus, de Bevrijder, de Heer van de wereld is, dan komt er onherroepelijk een tijd dat het vrede is en dat alle tranen gedroogd zullen zijn. Dat is het Evangelie van de bevrijding van de armen dat we mogen verkondigen en waarin alle mensen van de wereld mogen gaan geloven.

Want oorlog en het geweld dat daar mee gepaard gaat en lijden voor mensen dat het veroorzaakt, zijn geen natuurwetten. Dat lijden van mensen is het direct gevolg van mensen die oorlog voeren. Daarom roept de Bijbel op onophoudelijk te ijveren voor de vrede. De hoop op een betere wereld die daardoor in ons leeft kunnen we verantwoorden. Ook rationeel, als je nadenkt over de wereld, dan is vrede en het uitbannen van lijden de enige optie die er is in het leven, niemand wil immers dat anderen blijven lijden. Als je dat wil dan vinden we je toch al heel snel ziek en gestoord. Christenen worden nog al eens bespot om hun zachtmoedigheid, om hun onophoudelijk roepen om vrede en vasthouden aan rechtvaardigheid voor de armsten. Maar wie nadenkt over de wereld, het leven en de mensen zal moeten toegeven dat er een betere wereld is als we alle mensen respecteren en tot hun recht laten komen. Daarom is het goede te doen en niet dan het goede dat wat ons te doen staat, of we geloven of niet.

Daarbij hebben we natuurlijk het voorbeeld van Jezus van Nazareth. Die zichzelf opofferde om een bloedige opstand van zijn volk te voorkomen. Pas veertig jaar later liet men zich toch verleiden tot die opstand en werd zelfs de Tempel in Jeruzalem verwoest. Dat de schrijver van deze brief de lezers oproept tot zachtmoedigheid en vasthouden aan dat voorbeeld is dus niet verwonderlijk. Maar dat geldt ook voor ons. De gewoonte onder de volken is om kwaad met kwaad te vergelden. Maar wapens en soldaten sturen daar waar voedsel en gerechtigheid worden gevraagd roept voortdurend nieuw geweld op. We weten dat er geen vloed meer zal komen die alle mensen zal wegvagen zoals in de dagen van Noach. Voor ons maakt het dus niet meer uit hoe lang het duurt voordat iedereen in de wereld het voorbeeld van Jezus van Nazareth volgt, zolang we er zelf maar mee bezig zijn en anderen mee nemen om er ook mee aan de slag te gaan.

 

Reacties

Psalm 114

1 ¶  Toen Israël wegtrok uit Egypte, het volk van Jakob dat vreemdtalige land verliet, 2  werd Juda zijn heiligdom, Israël zijn koninkrijk. 3  De zee zag en vluchtte, de Jordaan trok zich terug, 4  de bergen schrokken op als rammen, als lammeren sprongen de heuvels op. 5  Waarvoor, zee, neem je de vlucht, Jordaan, trek jij je terug? 6  Waarvoor, bergen, schrikken jullie op als rammen, springen jullie, heuvels, als lammeren op? 7  ‘Voor het aanschijn van de Heer, beef, aarde! voor het aanschijn van de God van Jakob. 8  Hij verandert de rots in een bron, hard gesteente in een stroom van water.’ (NBV)

Vandaag zingen we thuis mee met psalm 114. Een korte psalm. Zo kort dat toen in het begin van onze jaartelling mensen het Oude Testament gingen vertalen in het Grieks en in het Latijn ze per ongeluk de psalmen 114 en 115 bij elkaar telden. Pas later toen opnieuw uit de grondtekst werd vertaald ontdekte men dat er twee psalmen zijn. Deze psalm kan ook kort zijn want het treft het hart van de hele Bijbel. Waarin hebben we de God van  Israël nu echt leren kennen? Het antwoord is dat we die God leerden kennen omdat Israel uit Egypte trok. Dat deed ze niet vanzelf maar het was die God die het volk uit Egypte, uit het slavenhuis heeft geleid. Een ontzagwekkend gebeuren volgens deze psalm. De bergen, de rivieren en de zee verschrikken ervan zo ontzagwekkend.

In liederen klinken die zaken altijd wat groter maar hier wordt de echte "bigger bang" bezongen. Uiteindelijk zou midden in het gebied van Juda, in Jeruzalem, het heiligdom met de Wet van de Woestijn, de richtlijnen voor de menselijke samenleving, gevestigd worden. De korte psalm klatert er over als een bergbeek. Helder als glas, verkoelend in dit hete weer is de boodschap, uit harde rots ontspringt een bron. Jezus zal het later over levend water hebben. Wij kunnen met de psalmist onder de indruk raken van het bevrijdend werk dat aan Israel is geschiedt. Een heel volk uit de slavernij bevrijden is niet zomaar iets. Er zijn nog veel volken in de wereld die in slavernij gehouden worden.

Vandaag denken we daarbij in het bijzonder aan de Congo. Wie diamanten draagt, of wie een draagbare telefoon heeft is direct verbonden met de Congo. Daar delven de armen diamanten en de grondstoffen die van het grootste belang zijn voor onze draagbare telefoons. Slechts een handjevol Congolezen heeft daar een goed inkomen aan. De mensen die het werk verzetten niet, die worden door bewapende soldaten aan het werk gehouden.  Voor echte ontwikkeling zijn de inwoners van ons en de rest van de wereld afhankelijk. Zolang de Europese landen weigeren de hoge invoerrechten op industriële producten op te heffen kunnen de arme landen zelf niet meer verdienen aan hun grondstoffen dan een schijntje. Maar dat ook hun bevrijding uit onze slavernij komt staat vast. De zee zal op de loop gaan en de bergen zullen springen als lammeren. Dat staat vast.

Reacties

Spreuken 14:19-35

19 ¶  Slechte mensen moeten buigen voor goede, goddelozen kloppen op de poorten van rechtvaardigen. 20 ¶  Een arm mens wordt zelfs door zijn vriend gehaat, wie rijk is heeft veel vrienden. 21 ¶  Wie zijn medemens veracht, is een zondaar, gelukkig hij die zich bekommert om de armen. 22 ¶  Wie kwaad smeden, komen zij niet op een dwaalweg? Wie goed doen, oogsten zij geen liefde en trouw? 23 ¶  Elke inspanning levert iets op, loze praatjes leiden enkel tot gebrek. 24 ¶  Wijzen worden met rijkdom gekroond, dwaasheid is de tooi van dwazen. 25 ¶  Een betrouwbare getuige redt levens, een valse getuige liegt en bedriegt. 26 ¶  Ontzag voor de HEER geeft een krachtig vertrouwen, het biedt je kinderen een schuilplaats. 27  Ontzag voor de HEER is de bron van het leven, het hoedt je voor de strikken van de dood. 28 ¶  De luister van een koning is een talrijk volk, bij gebrek aan onderdanen gaat een machthebber ten onder. 29 ¶  Wie geduldig is geeft blijk van groot inzicht, wie onbesuisd is stapelt dwaasheid op dwaasheid. 30 ¶  Een tevreden geest geeft een goede gezondheid, jaloezie knaagt aan je botten. 31 Wie een verschoppeling onderdrukt, beledigt zijn schepper, wie zich over een arme ontfermt, eert hem. 32 Een goddeloze gaat door zijn slechtheid ten onder, een rechtvaardige vindt als hij sterft een schuilplaats. 33 In de geest van een verstandig mens is wijsheid, zelfs onder dwazen wordt zij herkend. 34 Rechtvaardigheid verheft een volk, zonde maakt het te schande. 35 Een verstandige dienaar geniet de gunst van de koning, diens woede treft de dienaar die zijn taak verwaarloost.(NBV)

Vandaag weer een schijnbaar losse verzameling stellingen van de Spreukendichter. Maar ook in dit gedeelte rijst het beeld op van een wedstrijd tussen de Wijze, de gelovige in de God van Israël, en de dwaze, de goddeloze. De Wijze wint de wedstrijd. De nuchterheid waarmee sommige stellingen worden geformuleerd heeft de bedoeling je aan het denken zetten. Als jaloezie knaagt aan je botten hoe zit het dan met je eigen jaloezie? Ben je jaloers op iemand die een partner heeft die er mooier uitziet dan je eigen partner, of ben je jaloers op iemand die een partner heeft omdat jij geen partner hebt, of omgekeerd, op iemand die geen partner heeft en jij wel vastzit aan iemand voor wie je ook verantwoordelijkheid draagt? Zo stelt elke stelling een aantal vragen aan iedere gelovige en blijft de hoofdvraag waar je voor gaat, voor de liefde voor de naaste of voor de liefde voor jezelf.

Maar hoe zit het dan met de rijkdom waarmee de wijzen gekroond worden. Die rijkdom laat zich toch niet echt uitdrukken in goud en juwelen. Die rijkdom laat zich ook niet uitdrukken in een talrijk nageslacht, de Heer bekommert zich immers ook om de onvruchtbaren en rijke vrouwen als Sara en Hanna kregen uiteindelijk maar één kind waarmee ze de hemel te rijk waren. Die rijkdom laat zich ook niet uitdrukken in gezondheid. De man die door dik en dun de God van Israël trouw bleef vond zichzelf terug terwijl hij met een potscherf zijn zweren zat te krabben op een mesthoop. Wat is dan de rijkdom van de Wijzen anders dan de Wijsheid zelf. En het begin van die wijsheid is het ontzag voor de God van Israël, dat is zelfs de bron van het leven zegt de Spreukendichter de schrijver van Deuteronomium na, we hebben de keus tussen leven en dood, kies dan het leven.

Zoals bijna overal in de Bijbel komt ook de Wijsheid uit op de manier waarop je met je naasten omgaat. Wie een verschoppeling onderdrukt beledigt zijn schepper en de schepper van de mens is de God van Israël. Wie zich over een arme ontfermt eert iemand. Wie? Daar kunnen geleerden nog wel eens over strijden. Wordt de arme geëerd door je over die arme te ontfermen? Of eer je de schepper van de mens die arme geworden is? Ook de arme is een waardevol schepsel van de God die ook jou geschapen heeft. In de arme is een broeder, een zuster te ontdekken. En Jezus van Nazareth zou dit gedeelte vertalen in de uitspraak dat wat we de minsten gedaan hebben we aan Jezus van Nazareth gedaan hebben. Terecht dat geleerden zeggen dat wat we aan de minsten gedaan hebben we aan God zelf gedaan hebben. Daarmee hebben we God geëerd, hebben we laten zien dat we God liefhebben met heel ons hart, met heel ons verstand. Elke dag mogen we dat opnieuw doen en bij al onze daden mogen we ons afvragen hoe we daarmee onze naaste helpen, ook vandaag mag dat weer.

Reacties

Spreuken 14.1-18

1 Vrouwe Wijsheid bouwt haar huis, Dwaasheid breekt het hare eigenhandig af. 2 Wie de juiste weg volgt, toont ontzag voor de HEER, wie verkeerde wegen gaat, minacht hem. 3 De woorden van een dwaas zijn een stok voor zijn hoogmoed, wat een wijze zegt, biedt veiligheid. 4 Als er geen runderen zijn, kan de voederbak leeg blijven, de kracht van ossen biedt een rijke oogst. 5 Een betrouwbare getuige spreekt de waarheid, een valse getuige strooit alleen maar leugens rond. 6 Een spotter zoekt naar wijsheid-tevergeefs, wie verstandig is, vindt zonder moeite kennis. 7 Blijf uit de buurt van een dwaas, er komt geen verstandig woord over zijn lippen. 8 Door zijn wijsheid weet de wijze welke weg hij moet gaan, dwazen bedriegen zichzelf met hun dwaasheid. 9 Wat dwazen verenigt, is hun wangedrag, oprechten waarderen elkaar. 10 Alleen je eigen hart kent je diepste verdriet, in je vreugde kan een ander niet delen. 11  Het huis van goddelozen wordt verwoest, voorspoed is er voor de woning van oprechten. 12 Een mens denkt de juiste weg te gaan, terwijl die eindigt bij de dood. 13 Zelfs al lacht het hart, het lijdt pijn, vreugde eindigt altijd in verdriet. 14 Wie afdwaalt krijgt zijn verdiende loon, een goed mens wacht een betere beloning. 15 Wie onnozel is, hecht aan ieder woord geloof, wie verstandig is, let op elke stap. 16 Een wijze is voorzichtig, hij gaat het kwaad uit de weg, een dwaas is roekeloos, en waant zich nog veilig ook. 17 Wie onbesuisd is, handelt dwaas, wie berekenend is, maakt zich gehaat. 18 Dwaasheid wacht wie onbezonnen leeft, een verstandig iemand wordt gekroond met kennis.(NBV)

We kennen allemaal wel het verhaal over de drie eenheid, Vader, Zoon en Heilige Geest. Maar de Kerk heeft lang verzwegen dat daar nog een vierde bij hoort. Een vierde die zelfs een paar eigen Bijbelboeken heeft, Spreuken en Prediker. En nu we weer in Spreuken lezen moeten we het over haar maar eens hebben. Ja over haar, want de vierde persoon van de drie eenheid is een vrouw, Vrouwe Wijsheid. We hadden dat al kunnen weten toen we in de Vader een God hadden herkent die als een moeder zorgt voor haar kinderen en toen we de Zoon hadden ontmoet die als een moeder klaar zat aan de oever van het meer met geroosterde vis voor de volgelingen die na een nacht lang vissen eigenlijk nog niets gevangen hadden. Ook in de vertaling van het gedeelte dat we vandaag lezen heeft het vrouwelijke van wijsheid de neiging te verdwijnen.

Net als de Zoon kun je ook de Wijsheid van God navolgen en verwerven. Niet dat we daarin volmaakt kunnen worden, gelukkig niet, maar het begin van de Wijsheid is het ontzag voor de God van Israël, is dus ook het volgen van zijn, of haar, geboden, heb uw naaste lief als uzelf als de manier waarop het gebod God lief te hebben boven alles moet worden uitgevoerd. In de Heidense wereld waar Israël leefde waren vrouwelijke goden niet onbekend. Uit Sumer zijn verhalen gevonden over Nisaba, de godin van het graan en de wijsheid. Die godin bouwde huizen en steden. Daarbij moeten we niet denken aan stenen huizen en stenen steden maar aan kleine en grotere samenlevingen. We lezen ook hier in spreuken over de Wijsheid die bouwt en de dwaasheid die afbreekt. In Israël was de overtuiging gegroeid dat er maar één God kon zijn die alle machten en krachten in de wereld regeerde. Die God is de God van Israël en die God heeft dan ook de eigenschappen die de Wijsheid met zich mee brengt, bouwen en niet breken.

Wij kennen in onze dagen de Dwaasheid ten top die tot gewoon doen het tegen elkaar opzetten van bevolkingsgroepen rekent. Iedereen snapt dat gemeenschappen alleen gebouwd kunnen worden op basis van liefde en respect. Waar die verdwijnen ontstaan spanningen die uitlopen op geweld en in grotere verbanden op oorlog. Het tegen elkaar opzetten van bevolkingsgroepen is dus altijd Dwaasheid in welke vorm dat ook moge gebeuren. En de Wijsheid bouwt gemeenschappen op lezen we vandaag. Uitgangspunt voor gezinnen en samenlevingen moet dan ook de liefde voor elkaar zijn en het respect dat mensen verdienen die het goede willen doen. Met het goede het kwade bestrijden heeft Paulus ons voorgehouden en daarmee zou zelfs het hele Romeinse Keizerrijk veranderd kunnen worden. We geloven er nog steeds in dat de hele bewoonde wereld een wereld van recht en vrede zal kunnen worden onder de leiding van de God van Israël, daar waar zijn, of haar, Wijsheid erkenning krijgt. Voor die Wijsheid mogen we elke dag opnieuw op pad, door onze naasten lief te hebben als onszelf. Ook vandaag weer.

Reacties

Johannes 10:11-21

11  Ik ben de goede herder. Een goede herder geeft zijn leven voor de schapen. 12  Een huurling, iemand die geen herder is, en die niet de eigenaar van de schapen is, laat de schapen in de steek en slaat op de vlucht zodra hij een wolf ziet aankomen. De wolf valt de kudde aan en jaagt de schapen uiteen; 13  de man is een huurling en de schapen kunnen hem niets schelen. 14  Ik ben de goede herder. Ik ken mijn schapen en mijn schapen kennen mij, 15  zoals de Vader mij kent en ik de Vader ken. Ik geef mijn leven voor de schapen. 16  Maar ik heb ook nog andere schapen, die niet uit deze schaapskooi komen. Ook die moet ik hoeden, ook zij zullen naar mijn stem luisteren: dan zal er één kudde zijn, met één herder. 17  De Vader heeft mij lief omdat ik mijn leven geef, om het ook weer terug te nemen. 18  Niemand neemt mijn leven, ik geef het zelf. Ik ben vrij om het te geven en om het weer terug te nemen-dat is de opdracht die ik van mijn Vader heb gekregen.’ 19 ¶  Opnieuw ontstond er verdeeldheid onder de Joden om wat hij zei. 20  Veel mensen zeiden: ‘Hij is bezeten, hij is gek. Waarom luisteren jullie nog naar hem?’ 21  Maar anderen zeiden: ‘Dit zijn niet de woorden van iemand die bezeten is, en een demon kan de ogen van blinden niet openen.’ (NBV)

De meesten van ons hebben geleerd dat een herder boven ons staat. De beste herder was Jezus van Nazareth en voor protestanten zijn er dan nog de dominees die als pastors ook herders willen zijn. Pastor is immers het latijn voor herder. In de Rooms Katholieke Kerk heb je dan ook nog de Paus, de Bisschoppen en de Pastoors die allemaal pretenderen herders te zijn van hun kudde, het gelovige volk. Maar dat je als gelovige zelf de opdracht hebt herder te zijn hoor je toch maar weinig. Toch is het in de navolging van Jezus van Nazareth goed om te beseffen dat als hij zich als herder zag wij ons ook als herder moeten gaan zien. Niet om mensen voor te schrijven wat ze wel en niet moeten doen. Een herder volgt de schapen en stuurt ze niet, schapen laten zich nu eenmaal niet sturen. Een herder beschermt ook de schapen, tegen vijanden, tegen ziekten en tegen uitputting. Zo moeten wij ook zijn voor onze naasten. En dan niet alleen de naasten die we kennen en verstaan maar ook de naasten die niet uit onze schaapskooi komen, de vreemdelingen onder ons.

Op de een of andere manier blijft de Bijbel er op hameren dat je de liefde nooit exclusief voor de mensen moet houden die je toch al kent en vertrouwt. Beschermen betekent dan ook je leven op het spel durven zetten. Zorgen betekent ook niet ophouden voordat je contact hebt met iedereen die op je pad komt. Zorgen dat mensen bij elkaar blijven, dat ze een eenheid kunnen gaan vormen, één kudde, met één herder. De synode van de Protestantse Kerk noemde de verdeeldheid onder de kerken een schande maar de verdeeldheid tussen de volken in deze wereld is eigenlijk nog een grotere schande. Dat wij weigeren in mensen met een andere taal, een andere cultuur, een ander geloof en een ander uiterlijk broeders en zusters te herkennen leidt ons voortdurend tot geweld en doodslag.

In de Bijbel wordt het beeld van de herder ook gekoppeld aan de grazige weiden waar de herder heen zou leiden. Het gedeelte dat we vandaag lezen sluit aan op het gedeelte waarin vertelt wordt dat Jezus van Nazareth een blinde weer laat zien. Mensen die vertellen dat er een weg is die voert naar een samenleving zonder geweld, zonder armoede, zonder haat en zonder angst, worden nog wel eens voor gek verklaard. Het zijn naïeve theedrinkers die geen idee hebben van de harde werkelijkheid. Maar als ze er eens in slagen passend onderwijs voor kinderen te realiseren, een persoonlijk zorgbudget voor gehandicapten in stand te houden en de sociale werkvoorziening voor arbeidsongeschikten overeind te houden dan breekt het besef door dat misschien het voorop zetten van de zwaksten in de samenleving zo gek nog niet is. Dat liefde de samenleving verder brengt en sterker maakt dan angst en haat tegen alles wat vreemd is. Zo wordt Jezus van Nazareth in deze verhalen onze herder die ons voert naar een samenleving van vrede en welvaart voor allen. Het enige dat we hoeven te doen is hem te volgen, ook de komende week en van onze naaste houden als van onszelf. Dat mag elke dag weer opnieuw.

Reacties

Johannes 10:1-10

1 ¶  ‘Waarachtig, ik verzeker u: wie de schaapskooi niet binnengaat door de deur maar ergens anders naar binnen klimt, is een dief of een rover. 2  Wie door de deur naar binnen gaat, is de herder van de schapen. 3  Voor hem doet de bewaker open. De schapen luisteren naar zijn stem, hij roept zijn eigen schapen bij hun naam en leidt ze naar buiten. 4  Wanneer hij al zijn schapen naar buiten gebracht heeft, loopt hij voor ze uit en de schapen volgen hem omdat ze zijn stem kennen. 5  Iemand anders volgen ze niet, ze lopen juist van hem weg omdat ze de stem van een vreemde niet kennen.’ 6  Jezus vertelde hun deze gelijkenis, maar ze begrepen niet wat hij bedoelde. 7  Hij ging verder: ‘Waarachtig, ik verzeker u: ik ben de deur voor de schapen. 8  Wie vóór mij kwamen waren allemaal dieven en rovers, maar de schapen hebben niet naar hen geluisterd. 9  Ik ben de deur: wanneer iemand door mij binnenkomt zal hij gered worden; hij zal in en uit lopen, en hij zal weidegrond vinden. 10  Een dief komt alleen om te roven, te slachten en te vernietigen, maar ik ben gekomen om hun het leven te geven in al zijn volheid. (NBV)

We zijn zo ver met onze liefde voor de natuur en de zorg voor de dieren dat  er in ons land  een stichting in het leven is geroepen die gaat bevorderen dat koeien weer in de wei lopen. Want koeien in de wei beschouwen we als het meest natuurlijke dat er is. In de Stichting doen ook kaasfabrieken mee en een supermarkt. Kaas gemaakt van melk gegeven door koeien die in de wei gelopen hebben is nu eenmaal lekkerder dan kaas van melk gegeven door koeien die op stal hebben gestaan. Zowel voor de koeien in onze weiden als voor de schapen uit het verhaal van Jezus van Nazareth zijn daarom goeie boeren nodig. Boeren met aandacht voor de beesten, ja zoveel aandacht dat zelfs één schaap dat van de kudde afdwaalt achterna gegaan wordt om het terug te vinden. Jezus van Nazareth noemt zich hier zelf de deur, wij zeggen misschien eerder dat hij de sleutel tot het verhaal is.

Dit weekeinde keren we thuis even terug naar het Evangelie van Johannes om daarin nog eens na te lezen wat de betekenis ook al weer was van Jezus van Nazareth. Doel is kennelijk een vruchtbaar leven te leiden. Een dief immers leidt geen vruchtbaar leven maar teert op hetgeen anderen hebben voortgebracht. Koeien en schapen hebben een eigen groene weide nodig om vruchtbaar te zijn. Zo hebben wij mensen een goede houding naar elkaar nodig om vruchtbaar te zijn. Zelf werken, zelf leren om te werken, zelf zorgen zijn slogans die vruchtbaarheid veronderstellen. Je moet wat weten voort te brengen. Soms moeten we met harde hand leren dat het ontbreken van echte zorg voor elkaar tot groot onheil kan leiden. Dan is er weer een eenzaam mens die in zijn hoofd de wereld naar zijn hand zet en dat gaat vertalen in bloedig geweld.

De manier waarop Jezus van Nazareth onophoudelijk en onvoorwaardelijk zijn liefde toonde hebben wij over het algemeen nog niet geëvenaard. Wij laten iemand die raar doet maar langs de kant staan, wij lopen er het liefst met een boog omheen. Kamergenoten van de dader van een schietpartij op een Amerikaanse universiteit  hadden hem in twee jaar nog nooit horen praten. Wie accepteert nu zoiets van iemand met wie je zo nauw samen moet leven. Als Jezus van Nazareth de sleutel is tot ons bestaan, als we kiezen voor hem als herder, of in ons geval als boer die ons weidt, dan moeten we ons elke dag afvragen om wie wij heen gelopen zijn. Wie zagen we niet staan omdat die ons te ingewikkeld was, omdat samen leven met die persoon wel heel erg moeilijk is. Het ging Jezus om de minste van zijn broeders, wij zijn geroepen om het voor hem te doen. Een hand uitsteken, en niet accepteren dat die geweigerd wordt is dan het minste dat we kunnen doen, en het vruchtbaarste.

Reacties

Johannes 9:24-41

24  Toen riepen ze de man die blind geweest was weer bij zich. ‘Geef Gód de eer, ‘zeiden ze, ‘die man is een zondaar, dat weten we toch.’ 25  ‘Of hij een zondaar is weet ik niet, ‘zei hij, ‘maar één ding weet ik wel: ik was blind en nu kan ik zien.’ 26  Ze drongen aan: ‘Wat heeft hij met je gedaan? Hoe heeft hij je ogen geopend?’ 27  ‘Dat heb ik u toch al verteld, ‘zei hij, ‘maar u luistert niet! Wat wilt u nog meer horen? Wilt u soms leerling van hem worden?’ 28  Nu vielen ze tegen hem uit: ‘Je bent zelf een leerling van hem! Wij zijn leerlingen van Mozes. 29  Van Mozes weten we dat God met hem gesproken heeft, maar van deze man weten we niet waar hij vandaan komt.’ 30  De man antwoordde: ‘Wat vreemd dat u niet begrijpt waar hij vandaan komt, terwijl hij mijn ogen geopend heeft. 31  We weten dat God niet naar zondaars luistert, maar wel naar iemand die vroom is en zijn wil doet. 32  Dat de ogen van iemand die blind geboren is geopend worden-dat is nog nooit vertoond! 33  Als die man niet van God kwam, zou hij dit toch niet hebben kunnen doen?’ 34  Toen riepen ze: ‘Jij, sinds je geboorte een en al zonde, wil jij ons de les lezen?’ En ze joegen hem weg. 35 ¶  Jezus hoorde dat en zocht hem op. Hij vroeg: ‘Gelooft u in de Mensenzoon?’ 36  ‘Als ik wist wie het was, heer, zou ik in hem geloven, ‘zei hij. 37  ‘U kijkt naar hem en u spreekt met hem, ‘zei Jezus. 38  Toen zei de man: ‘Ik geloof, Heer, ‘en hij boog zich voor Jezus neer. 39 ¶  Jezus zei: ‘Ik ben in de wereld gekomen om het oordeel te vellen. Dan zullen zij die niet zien, zien en zij die zien, zullen blind worden.’ 40  Een paar Farizeeën die bij hem stonden en dat hoorden, zeiden: ‘Wij zijn toch zeker niet blind!’ 41  ‘Was u maar blind, ‘zei Jezus, ‘dan zou u zonder zonde zijn. Maar u beweert dat u kunt zien, en dus blijft uw zonde.’ (NBV)

Als je eenmaal de baas bent is het pijnlijk mensen te ontmoeten die het schijnbaar, of blijkbaar, beter weten dan jij. In het verhaal dat we dezer dagen lezen uit het Evangelie van Johannes horen we dat ook weer terug. De mensen die de baas waren in de synagogen konden het niet hebben dat er een Jezus van Nazareth was die het zondige karakter van een blinde bedelaar ging ontkennen en de man weer in staat stelde een plaats in de gemeenschap in te nemen. Als armen, zieken en zwakken immers niet zondig zijn, niet zelf schuld hebben aan hun ellendige situatie, dan moet je wat aan hun situatie doen. Als ze er zelf schuld aan hebben kun je ze rustig in hun ellendige situatie laten zitten, ze hebben er immers om gevraagd.

Jezus van Nazareth laat in dit verhaal zien dat als je als mens, als Mensenzoon, een hand uitsteekt en iemand weer een eigen plaats geeft je niet meer over schuld en boete hoeft te praten maar de liefde, God dus, alle eer kunt geven. Pas door onvoorwaardelijke liefde kunnen mensen mee gaan doen en worden mensen bevrijd van de ellende. Bazen moeten dan dienaren worden, dat is soms moeilijk. Zelfs voor hulpverleners is dat moeilijk. We zijn allemaal geneigd oordelen te vellen over mensen. Als de een wat overkomt en de ander niet dan moet er toch een oorzaak zijn die ligt in degene die iets overkomt. Maar de eerste zonde die in de Bijbel beschreven staat is het gelijk willen zijn aan God, kennis hebben van wat goed en wat kwaad is, een oordeel kunnen vellen zoals God dat kan doen.

Mensen kunnen dat niet, een oordeel over een ander vellen, in elk geval niet zonder door de ogen van God te kunnen kijken en sinds de opstanding uit de doden geloven we dat Jezus van Nazareth dat wel kon. Daarom kon hij tegen de Farizeeën zeggen dat ze zonder zonden zouden zijn als ze blind waren, want dan konden de grote daden van God in hen zichtbaar worden. Nu zien we alleen de daden van mensen, die ons altijd weer brengen tot een oordeel over anderen want we zijn natuurlijk geen haar beter dan die Farizeeën. Gelukkig kunnen we in navolging van Jezus van Nazareth ook laten zien waar de God van Israël toe in staat is. Er zijn niet voor niets duizenden vrijwilligers ook vanuit de kerken die de armen en zwakken, ook de kinderen, in onze samenleving een hand toesteken. Misschien moeten er wat meer mensen bereid zijn daar ook stem aan te geven. We zijn toch net als de Mensenzoon, mensenkinderen, en het gaat de God van Israël  om: mensenkinderen.

 

Reacties

Johannes 9:13-23

13 Toen namen ze de man die blind geweest was mee naar de Farizeeën. 14  De dag dat Jezus modder gemaakt had en zijn ogen geopend had, was namelijk een sabbat. 15  Ook de Farizeeën vroegen hoe het kwam dat hij kon zien. En weer vertelde hij: ‘Hij heeft wat modder op mijn ogen gedaan, ik heb me gewassen en nu kan ik zien.’ 16  Sommige Farizeeën meenden: ‘Zo iemand komt niet van God, want hij houdt zich niet aan de sabbat, ‘maar anderen zeiden: ‘Hoe zou een zondig mens zulke wondertekenen kunnen doen?’ Er ontstond verdeeldheid. 17  Daarop vroegen ze aan de blinde: ‘Wat denk jij van die man? Het zijn immers jouw ogen die hij genezen heeft.’ ‘Hij is een profeet, ‘was zijn antwoord. 18  Maar de Joden wilden niet geloven dat hij blind geweest was en nu kon zien. Ze riepen zijn ouders 19  en vroegen hun: ‘Is dat uw zoon die blind geboren zou zijn? Hoe kan hij dan nu zien?’ 20  ‘Dit is onze zoon, ‘zeiden zijn ouders, ‘en hij is blind geboren, dat weten we zeker. 21  Maar hoe hij nu kan zien, dat weten we niet, en wie zijn ogen geopend heeft, weten we ook niet. Vraag het hem zelf maar. Hij is oud genoeg om voor zichzelf te spreken.’ 22  Dat zeiden de ouders omdat ze bang waren voor de Joden, omdat die toen al besloten hadden dat ze iedereen die Jezus als de messias zou erkennen uit de synagoge zouden zetten. 23  Daarom zeiden de ouders dus dat hij oud genoeg was en dat ze het hem zelf moesten vragen. (NBV)

Volgens de wetten van Mozes moesten de priesters vast stellen of iemand echt genezen was en weer als volwaardig lid van de gemeenschap in de samenleving kon worden opgenomen. Nu is het evangelie van Johannes geschreven na de verwoesting van de Tempel in Jeruzalem en waren de Priesters dus niet zomaar meer bereikbaar. De plaats van Tempel was echter langzamerhand overgenomen door de Synagogen, daar kwam men bijeen om de leer van Mozes, de Tora, te bestuderen en er de richtlijnen uit te halen voor het leven van alle dag. Ook Jezus was vaak naar de Synagogen geweest om uit de Joodse Bijbel te lezen en te onderwijzen. De beweging van de Farizeeën hield zich daar bij uitstek mee bezig en zij hadden ook de Synagogen gesticht. Het is dan ook niet verwonderlijk dat Jezus vaak in discussie was met de Farizeeën. Juist in die discussies ontdekte men de waarheid en een uitgangspunt van de Farizeeën was dat elke doordachte interpretatie van de Schrift als juist moest worden aangenomen.

Toen echter in de loop van de eerste eeuw de volgelingen van Jezus van Nazareth steeds meer Heidenen in hun beweging opnamen kregen ze te maken met een groeiende weerstand van de Farizeeën. Die immers waren er op uit om het oorspronkelijke geloof zuiver te houden en elke vermenging met het heidendom zou uiteindelijk tot het verdwijnen van dat geloof leiden. De reactie zoals die in dit verhaal is geschilderd is daarom zeer legitiem, maar de discussie leidt af van het oorspronkelijke uitgangspunt. Dat was dat de grote daden van God, dat wat voortgebracht wordt door onuitputtelijke liefde, groot gemaakt en verheerlijkt zouden worden. In het verhaal over de grote daden van God en de onuitputtelijke liefde gaat het  om de mensen die weer een toekomst gaan zien, die weer als zelfstandige mensen mee mogen gaan doen aan onze samenleving en niet als bedelaars langs de kant hoeven blijven te zitten.

Twee argumenten worden in de discussie betrokken. Allereerst dat de genezing op de Sabbat had plaatsgevonden. Op die dag mocht je immers niet werken. Maar is het genezen van een medemens werk? Jezus van Nazareth werd er toch niet voor betaald? Voor ons is de zondag gekomen in plaats van de Sabbat, wij vieren op de zondag dat we geen slaaf zijn van de arbeid, van de economie. Daarom willen we dat winkels gesloten blijven, daarom willen we geen zevendaagse arbeidsweek, we leven niet om te werken, maar werken om te leven en op zondag willen we de ruimte om echt te kunnen leven, dat is samen te kunnen zijn met anderen. Het tweede argument dat wordt aangevoerd is de zonde die de oorzaak is van ziekte en handicap. Daarmee zetten gezonden zich graag in een bevoorrechte positie. Maar het antwoord van Jezus is dat in de zieke, in de gehandicapte de grote daden Gods duidelijk kunnen worden. In de liefde die we voor zieken en gehandicapten kunnen opbrengen kunnen ook wij de grote daden van God duidelijk maken. Dit verhaal maakt ons duidelijk dat we daartoe geroepen worden, elke dag opnieuw, ook vandaag weer.

 

Reacties

Johannes 9:1-12

1 In het voorbijgaan zag Jezus iemand die al vanaf zijn geboorte blind was. 2  Zijn leerlingen vroegen: ‘Rabbi, hoe komt het dat hij blind was toen hij geboren werd? Heeft hij zelf gezondigd of zijn ouders?’ 3  ‘Hij niet en zijn ouders ook niet, ‘was het antwoord van Jezus, ‘maar Gods werk moet door hem zichtbaar worden. 4  Zolang het dag is, moeten we het werk doen van hem die mij gezonden heeft; straks komt de nacht en dan kan niemand iets doen. 5  Zolang ik in de wereld ben, ben ik het licht voor de wereld.’ 6  Na deze woorden spuwde hij op de grond. Met het speeksel maakte hij wat modder, hij streek die op de ogen van de blinde 7  en zei tegen hem: ‘Ga naar het badhuis van Siloam en was u daar.’ (Siloam is in onze taal ‘gezondene’.) De man ging weg, waste zich, en toen hij terugkwam kon hij zien. 8 ¶  Zijn buren en de mensen die hem kenden als bedelaar zeiden: ‘Is dat niet de man die altijd zat te bedelen?’ 9  De een zei: ‘Ja, die is het, ‘en de ander: ‘Nee, maar hij lijkt er wel op.’ De man zelf zei: ‘Ik ben het echt.’ 10  Toen vroegen ze: ‘Hoe zijn je ogen opengegaan?’ 11  Hij zei: ‘Iemand die Jezus heet, maakte wat modder, streek die op mijn ogen en zei: “Ga naar Siloam om u te wassen.” Ik ging erheen, en toen ik me gewassen had kon ik zien.’ 12  Ze vroegen: ‘Waar is die man?’ ‘Dat weet ik niet, ‘zei hij. (NBV)

Vandaag lezen we een verhaal over moederlijke zorg. Want dat is het toch. Het beeld van de moeder die een wond of zere plek van een kind kust en daarmee de pijn geneest kennen we allemaal. Het helpt echt. Of dan het verhaal van de blinde man en het bronnen bad er bij past is natuurlijk maar de vraag. Jezus helpt de man als antwoord op de vraag of de man blind is door de fouten van zijn ouders of door zijn eigen fouten. Een dergelijke discussie kennen wij natuurlijk ook wel. Zijn ze in Afrika arm door de gouden bedden van hun dictators of werken ze gewoon niet hard genoeg. Het antwoord van Jezus is dat de werken van God, het resultaat van de Liefde in de man duidelijk moet worden. Wellicht dat het antwoord van ons op die discussie over de armoede in Afrika zou moeten zijn dat aan de armoede in Afrika tenminste duidelijk kan worden hoeveel goede mensen er in het rijke westen wonen.

Want de inzet om de armoede en de honger in verschillende landen te bestrijden wordt toch bepaald door het mede leven dat hier wordt betoond. De blinde bedelaar uit het verhaal van Johannes had misschien niet eens een echte andere keuze dan blinde bedelaar te zijn. Pas toen hij was gewassen zag hij weer in welke wereld hij leefde en werd hij opgenomen in een gemeenschap die hem al die jaren langs de kant van de weg had laten zitten. De persoonlijke inzet van Jezus en zijn eigen handelen hadden hem genezen. Afrika kan het ook niet zonder. Pas als wij bereid zijn onze handelsvoorwaarden te veranderen en Afrika de kans te geven hun eigen producten op een eerlijke manier op de wereldmarkt te brengen zal de armoede in Afrika verminderen.

Wie voor een moeder een echt Christelijk cadeau  wil gaan kopen gaat ongetwijfeld naar de Wereldwinkel of de Fair Trade winkel. Die ziet daar tal van producten die een aanzet zijn voor een eerlijke handel en opheffing van de armoede. Fair Trade winkels en Wereldwinkels zijn hier vaak nog afhankelijk van vrijwilligers om de prijzen in overeenstemming te houden met wat wij gewend zijn. Die prijzen zouden bij de grenzen niet zo oneerlijk moeten worden beïnvloed. Maar net als moeders die een kusje hebben om pijnlijke wonden te genezen en Jezus van Nazareth die modder maakte om een blinde te genezen, hebben wij onze stem en invloed om de handelsverhoudingen te veranderen. We moesten misschien vandaag onze politieke partijen  toch eens vragen om die eerlijkheid op te brengen.

Reacties
Domeinregistratie en hosting via mijndomein.nl