basalk.punt.nl

Matteüs 9:18-26

18 ¶  Hij was nog niet uitgesproken of er kwam een leider van de synagoge naar hen toe die voor Jezus neerviel en zei: ‘Mijn dochter is zojuist gestorven. Kom alstublieft en leg haar de hand op, dan zal ze weer leven.’ 19  Jezus stond op en volgde hem met zijn leerlingen.20  Plotseling naderde hen van achteren een vrouw die al twaalf jaar aan bloedverlies leed. Ze raakte de zoom van zijn bovenkleed aan, 21  want ze dacht: Als ik alleen zijn bovenkleed maar kan aanraken, zal ik al genezen worden. 22  Jezus draaide zich om, en bij het zien van de vrouw zei hij: ‘Wees gerust, uw geloof heeft u gered.’ En vanaf dat moment was de vrouw genezen. 23  Toen Jezus bij het huis van de leider van de synagoge aankwam en er de fluitspelers en de luid weeklagende menigte zag, 24  zei hij: ‘Ga naar huis, het meisje is immers niet gestorven, ze slaapt.’ Men lachte smalend. 25  Nadat iedereen was weggestuurd, ging hij naar binnen. Hij pakte het meisje bij de hand, en ze stond op. 26  Het verhaal hierover verspreidde zich in de hele omgeving.

Je moet maar durven. Iedereen denkt dat het meisje dood is. De begrafenisonderneming is al bezig met de eerste fase van het begrafenisproces, het huilen en de openbare rouw. Zo ging dat in de tijd van Jezus van Nazareth. Alleen de vader van het meisje deed niet mee. Die was de leider van de synagoge, zeg maar de kerk van het dorp, daar waar elke dag uit de Wet werd voorgelezen en een keer in de week de Wet ook kon worden uitgelegd. Hij geloofde dat Jezus van Nazareth haar weer tot leven kon brengen. Als je onvoorwaardelijk van mensen houdt dan kun je veel en daar ging de hele stoet. Jezus, de 12 apostelen en al die leerlingen die steeds achter hem aan gingen. Het was een gedrang van jewelste. Geen wonder dat er zelfs mensen waren die hem niet lastig wilden vallen. Vrouwen hebben vanouds die neiging. Niet klagen, niet zeuren, flink zijn en doorgaan, ook al ben je dood en doodziek. Zo'n vrouw kwam Jezus tegen, als je die man alleen maar aanraakt ben je al beter dacht ze, hij gaat met de belangrijke mensen mee. Maar Jezus van Nazareth zag ook haar en haar geloof dat ze beter kon worden.

Zien wij de gewone mensen langs de kant van de weg ook?  Zo vaak gebeurd het dat we zieke mensen niet echt zien zitten. De bezuinigingen op de zorg zullen mensen treffen in het mogelijk maken deel te nemen aan de samenleving. Huiswerkbegeleiding voor kinderen die niet in staat zijn op school stil te blijven zitten en het thuis zelf te doen. Vervoer en hulp voor thuiswonende ouderen. Nee mensen achter de geraniums laten zitten, op bed laten liggen of ziek en getekend langs de weg laten gaan is waar we naar terug gaan.  We lezen in dit Bijbelgedeelte over twee zieken, een meisje dat het leven liet en een vrouw die aan bloedverlies leed. Voor ons zijn dat verschillende zaken. Maar als je weet dat het leven van een mens huist in het bloed dan gaat het twee keer over hetzelfde, bij de een is het leven geweken en bij de ander vloeit het leven langzaam weg. Wij lijken het leven voor veel mensen vaak onnodig zwaar te maken, werk en sociale contacten zijn immers voor ons leven wat het bloed was voor mensen in de dagen van Jezus van Nazareth. Voor Jezus was het een kwestie van opstaan, wie contact zoekt met de levende gaat zelf leven. Wie opstaat tegen de dood zal leven. Jezus greep het meisje bij de hand, ze slaapt riep hij, en ze stond op.

Maar zijn wij bereid de gehandicapten, de Wajongers, de zieken van vandaag de hand te reiken en ze te laten opstaan tegen een bezuinigende overheid? Laten we wakker blijven vandaag. En er is nog een aspect in het verhaal. Het begint in de synagoge, bolwerk van mannelijke godsdienstigheid. Eén van de regels was dat je een vrouw die haar maandelijkse bloeding had niet mocht aanraken. Maar je weet het niet dus raak je een vrouw niet aan, vrouwen worden dan de onaanraakbaren en een vrouw die dat niet pikt geeft al haar geld uit om er maar onderuit te kunnen komen, tot Jezus haar duidelijk maakt dat die aanraking zonder verdere seksuele bedoeling niet tot onreinheid leidt maar tot sociaal contact. Een meisje van 12 jaar, die leeftijd wordt uitdrukkelijk genoemd, staat op het punt die maandelijkse bloedingen te krijgen. Je zal dan een vader hebben die het  toppunt van godsdienstigheid is. Niet eten is dan een mogelijkheid om dat onaanraakbare te ontlopen. Maar daar ga je aan dood. Jezus doorbreekt dat nog een keer door haar een hand te geven, en eten. Aan ons om na te denken wie wij tot onaanraakbaren maken en of dat wel terecht is.

Reacties

Psalm 41

1 Voor de koorleider. Een psalm van David. 2 Gelukkig wie zorgt voor de armen;  in kwade dagen zal de HEER hem uitkomst geven,  3 de HEER zal hem beschermen en in leven houden, men prijst hem gelukkig in het hele land. ‘Lever hem niet uit aan zijn vijanden!’ 4 Op zijn ziekbed zal de HEER hem tot steun zijn. ‘Hoe lang hij ook ziek ligt, u keert zijn lot ten goede.’ 5 Ik zeg: ‘HEER, wees mij genadig, genees mij, ik heb tegen u gezondigd.’ 6 Mijn vijanden verwensen mij, ze zeggen: ‘Wanneer sterft hij en verdwijnt zijn naam?’ 7 Wie mij bezoekt, heeft mooie woorden, maar zijn hart is vol kwade gedachten; staat hij buiten, hij spreekt ze uit. 8 Wie mij haten hopen het ergste voor mij en fluisteren aan mijn bed tegen elkaar: 9 ‘Een dodelijke kwaal heeft hem geveld, wie zo ziek ligt, staat nooit meer op.’ 10 Zelfs mijn beste vriend, op wie ik vertrouwde, die at van mijn brood, heeft zich tegen mij gekeerd. 11 Toon mij, HEER, uw genade en laat mij opstaan, dan zal ik hun geven wat ze verdienen. 12 Hieraan zal ik weten dat u mij liefhebt: als mijn vijand niet langer juicht, 13 als u mij bijstaat, omdat ik onschuldig ben, en mij voorgoed laat wonen in uw nabijheid. 14 Geprezen zij de HEER, de God van Israël, van eeuwigheid tot eeuwigheid. Amen, amen. (NBV)

De opschriften boven deze dagelijkse overwegingen zijn altijd ontleend aan het Bijbelgedeelte dat we eerst lezen. En vandaag was dat gemakkelijk. De regel die het meest aanspreekt is de eerste regel. Na het opschrift boven het lied dat we vandaag zingen dan. Want iedereen die voor de armen zorgt wordt gelukkig geprezen. Nu is de zorg in ons land iets heel praktisch, twee handen en twee voeten en die in dienst stellen van degene die het met eigen handen en voeten niet meer redt. Maar de Hebreeuwse term die hier met "zorgt" is vertaald heeft een wijdere betekenis. Daar klinkt ook in mee dat je een open oog kunt hebben voor de positie van armen, dat je hen recht wil doen, dat je je samenleving, of je eigen leven, zo inricht dat armen tot hun recht komen en worden geholpen. Dan wordt je gelukkig geprezen, dan ben je als het ware een bovenste beste. In onze dagen van directe behoeftebevrediging zouden we kunnen denken dat als je nu maar voor de armen zorgt er jou niks meer zal kunnen overkomen, je doet immers wat in de Bijbel staat.

Je hoort dat ook wel eens van namaak evangelisten: "Geef je hart aan Jezus en niks kan je meer overkomen" klinkt het dan. Maar zo zit het leven niet in elkaar. De psalm spreekt al over de gevolgen voor de degene die voor de armen zorgt als die ziek wordt. Voor zijn vijanden hoeft die niet bang te zijn, die vijanden zijn er dus wel. En op zijn ziekbed zal de Heer tot steun zijn. Mooi is dat, het ziekbed is er dus wel degelijk en direct beter worden is er ook niet bij want hoe lang hij ook ziek ligt, uiteindelijk keert God het lot van de zieke ten goede. Nee wie zorgt voor de armen heeft daarmee geen verzekering tegen ziekte en onheil afgesloten. Maar wie zorgt voor de armen heeft weet van de rijkdom die hij overhoudt als ziekte en onheil hem treffen. Liefde voor anderen, liefde voor de zwaksten is zo'n onuitputtelijke bron van rijkdom dat ziekte en onheil daarbij vaak in het niet vallen. Daarom kan de dichter om vergeving vragen want de ziekte van eigenwaan en eigendunk plaagt hem en houdt hem af van het zorgen voor de armen.

De psalmist is gevoelig voor het blijven van zijn naam, zijn vijanden hebben medelijden met hem want die goede naam zal verdwenen zijn als hij is heengegaan. Ze noemen de ziekte een straf van God en dat terwijl de dichter juist gericht was op het eren van God, op het navolgen van zijn gebod tot het houden van de naaste als van zichzelf. Uit die dodende situatie wil de dichter opstaan, niet tot eigen roem en eer maar tot eer van de God van Israël die mensenogen opent voor de armen die onrecht worden aangedaan. Wij vergeten vaak hoe het zit. Hoe eenvoudige arbeiders een deel van hun karig loon bij elkaar legden om een ziekenkas te beginnen zodat collega's die geen dokter konden betalen toch de behandeling zouden krijgen die ze verdienden. Die zorg voor zieken bleek voor de hele samenleving succesvol, zo'n succes dat we nu klagen dat de last van de ziekenkas, het ziekenfonds, de ziektekostenverzekering ons te zwaar wordt. Pas daarmee op, let op wat het effect is voor de zwaksten, voor de armen, voor de zieken. Dan weten we het succes er weer van te waarderen, met dank aan de God van Israël die ons de ogen opent en gelukkig prijst wie voor de arme zorgt, ook vandaag.

Reacties

Matteüs 9:9-17

9 ¶  Toen Jezus van daar verderging, zag hij bij het tolhuis een man zitten die Matteüs heette, en hij zei tegen hem: ‘Volg mij.’ Hij stond op en volgde hem. 10  Toen hij thuis aanlag voor de maaltijd, kwam er ook een groot aantal tollenaars en zondaars, die samen met hem en zijn leerlingen aan de maaltijd deelnamen. 11  De Farizeeën zagen dit en zeiden tegen zijn leerlingen: ‘Waarom eet uw meester met tollenaars en zondaars?’ 12  Hij hoorde dit en gaf als antwoord: ‘Gezonde mensen hebben geen dokter nodig, maar zieken wel. 13  Overdenk eens goed wat dit wil zeggen: “Barmhartigheid wil ik, geen offers.” Ik ben niet gekomen om rechtvaardigen te roepen, maar zondaars.’ 14 ¶  Daarop kwamen de leerlingen van Johannes bij hem en vroegen: ‘Waarom vasten wij en de Farizeeën wel regelmatig, en uw leerlingen niet?’ 15  Jezus antwoordde: ‘Bruiloftsgasten kunnen toch niet treuren zolang de bruidegom bij hen is? Maar er komt een dag dat de bruidegom bij hen wordt weggehaald, dan zullen ze vasten. 16  Niemand verstelt een oude mantel met een lap die nog niet gekrompen is. Want dan trekt de nieuwe lap de mantel kapot en wordt de scheur nog groter. 17  Evenmin giet men jonge wijn in oude leren zakken. Anders scheuren de zakken, dan wordt de wijn verspild en gaan de zakken verloren. Maar gaat de nieuwe wijn in nieuwe zakken, dan blijven beide behouden.’ (NBV)

Het verhaal over het optreden van Jezus van Nazareth begint niet bij Kerstmis. Daar beginnen een paar van de boeken van het Nieuwe Testament wel mee maar als je het hele verhaal doorleest dan zie je dat het optreden van Jezus van Nazareth begint met zijn neef Johannes. Die ging staan op de grens van de woestijn en het beloofde land en riep de mensen op opnieuw te beginnen met de Wet die ze in de woestijn hadden gekregen, die Wet van je naaste liefhebben als jezelf. Als teken daarvan werd je onder gedompeld in het water van de Jordaan zodat je het stof van je oude leven kon afspoelen en als het ware opnieuw werd geboren, als nieuw mens kon je op weg gaan die Wet waar te maken. Johannes had gezegd dat Jezus van Nazareth de volgende halte in het verhaal zou zijn. Die zou pas laten zien wat het betekent onvoorwaardelijk te leven volgens de Wet uit de woestijn.

Dat Jezus van Nazareth niet opzij ging voor een beetje gekkigheid hebben we de al eerder gelezen, dat zieken die opnieuw wilden beginnen de kans kregen beter te worden hebben we ook gezien. Maar de hele samenleving vernieuwen is nog wat anders nietwaar.  Als dan de volgelingen van Johannes vragen waarom er wel veel gegeten maar weinig gevast wordt wijst Jezus op de vreugde der Wet. Ook wij kennen tijden waarop we ons moeten oefenen in het niet zo belangrijk vinden van geld en goederen, net zo goed als we feest mogen vieren als de onrechtvaardige importheffingen op producten uit arme landen worden afgeschaft. Als er dus vandaag extra gedronken moet worden, neem eens wat Max Havelaar koffie.

Probeer de zaken opnieuw aan te pakken, want we weten al dat het op de oude manier niet werkt, zoals oude zakken zullen scheuren als je er nieuwe wijn in doet. Het wordt Calvinisten, overtuigde protestanten, nog wel eens verweten dat ze niet kunnen genieten, dat ze geen feest kunnen vieren. Als ze dat wel doen wordt ze overigens snel verweten dat ze geen echte protestanten zijn. Beide is onterecht. Gelovigen zorgen dat ze bij bewustzijn blijven, onmatig eten en drinken is er niet bij, maar genieten van eten en drinken wel degelijk. Gelovigen amuseren zich niet ten koste van anderen, anderen gebruiken als lustobject is er bijvoorbeeld absoluut niet bij. Gelovigen genieten nog het meest als het iemand in nood weer goed gaat, als iemand die aan de grond zat weer opstaat en verder kan in het leven, als iemand die het niet meer zag zitten weer een weg ziet in het leven. Dat is genieten zoals Jezus van Nazareth dat deed. En dan mag je best een feest bijwonen, alles is geoorloofd al is niet alles nuttig.

 

Reacties

Matteüs 9:1-8

1 ¶  Hij stapte weer in de boot en stak over, terug naar zijn eigen stad. 2  Daar probeerden een paar mensen een verlamde bij hem te brengen die op een draagbed lag. Bij het zien van hun geloof zei Jezus tegen de verlamde: ‘Wees gerust, uw zonden worden u vergeven.’ 3  Daarop zeiden enkele schriftgeleerden bij zichzelf: Wat een godslasterlijke taal! 4  Jezus doorzag hun gedachten en zei: ‘Waarom hebt u zulke boosaardige gedachten? 5  Wat is gemakkelijker, te zeggen: “Uw zonden worden u vergeven” of: “Sta op en loop”? 6  Ik zal u laten zien dat de Mensenzoon volmacht heeft om op aarde zonden te vergeven.’ Toen zei hij tegen de verlamde: ‘Sta op, pak uw bed en ga naar huis.’ 7  En hij stond op en ging naar huis. 8  Bij het zien hiervan werden de mensen met ontzag vervuld en ze loofden God, om de macht die hij aan mensen heeft verleend. (NBV)

In het algemeen spreekt men over de wonderen die Jezus heeft gedaan, maar als je het op je in laat werken is het vaak veel wonderbaarlijker dat we er zelf zo weinig van bakken. Stel je nou voor dat vrienden een zieke bij je brengen. een zieke die gelooft dat de ziekte komt door wat de ouders fout gedaan hebben, en wat de zieke zelf zoal fout heeft gedaan. Wij weten wel dat ziekte volstrekt niet komt door wat je fout gedaan hebt, ja sommige ziekten loop je op omdat je ondanks waarschuwingen iets stoms hebt gedaan, maar dat hoeven anderen je niet na te dragen. Dat gebeurde wel bij de zieke die bij Jezus werd gebracht. Jezus begon gewoon met iets aardigs te zeggen, je zonden zijn je vergeven. Natuurlijk God straft niet met ziekten en kwalen en wat je fout hebt gedaan weet je zelf als eerste en pas op het einde der tijden komt ook de eindafrekening. Maar daar werd zo over gemopperd dat het bijna een rel werd.

We kennen het wel, hoe kunnen we nou aardig zijn voor iemand die dat niet verdient, hoe kunnen we opkomen voor een asielzoeker of een ex-gedetineerde bijvoorbeeld. Maar aardig zijn is goedkoop, het is gemakkelijk en het verdient ook gemakkelijk, mensen doen eerder aardig terug tegen iemand die vriendelijk voor ze is dan tegen iemand die voortdurend kritiek uit. Moeilijker is het mensen ook echt voor zichzelf in beweging te brengen. Jezus doet het met de zieke, sta op klinkt het, neem je bed op en ga naar huis. Het wordt ook voor ons tijd om in beweging te komen. Jezus was teruggegaan naar zijn eigen stad. Nu kennen we die Jezus als Jezus van Nazareth, daar was hij opgegroeid en daar woonden zijn ouders, Jozef en Maria. Maar toen Johannes de Doper gevangen was genomen was hij ondergedoken in Kafernaüm, dat betekent “huis van troost”. En troost wordt daar gegeven.

Zieken, vooral chronisch zieken, hebben het ook in onze samenleving niet gemakkelijk. Ze zitten vast aan een eigen risico en ondanks toezeggingen in de Kamer krijgen ze eigenlijk niks terug. En chronisch zieken kunnen hun ziektekosten niet beïnvloeden, ze zijn er soms voor hun leven van afhankelijk. Vrienden zijn dus heel erg belangrijk om een plaats in de samenleving te kunnen behouden. Voor veel zieken geld overigens dat er veel vrienden zijn en dat zij zich niet beschroomd hoeven te voelen een beroep te doen op die vrienden, de meeste vrienden doen het graag en worden zelfs boos als ze niet om hulp worden gevraagd als die hulp nodig is. Omdat juist zieken zich snel te veel voelen en het gevoel hebben dat ze de samenleving tot last zijn dienen gezonden extra gevoelig te zijn voor het verlenen van hulp aan zieken. De vrienden in dit verhaal zijn het goede voorbeeld voor ons. En als mensen soms iets niet goed hebben gedaan is het niet aan ons om daarover te oordelen, dat mogen we nu net aan God overlaten, en God vergeeft.

Reacties

Matteüs 8:23-34

23 ¶  Hij stapte in de boot en zijn leerlingen volgden hem. 24  Plotseling begon het meer enorm te kolken, zodat de boot bijna door de golven werd verzwolgen. Maar Jezus sliep. 25  Ze maakten hem wakker en riepen: ‘Heer, red ons toch, we vergaan!’ 26  Hij zei tegen hen: ‘Waarom hebben jullie zo weinig moed, kleingelovigen?’ Toen stond hij op en sprak de wind en het water bestraffend toe, en het meer kwam geheel tot rust. 27  De mensen zeiden vol verbazing: ‘Wat is dit toch voor iemand, dat zelfs de wind en het water hem gehoorzamen?’ 28 ¶  Toen hij aan de overkant in het gebied van de Gadarenen kwam, liepen hem vanuit de grafspelonken twee bezetenen tegemoet. Ze waren zo gevaarlijk dat niemand daar langs durfde te gaan. 29  Ze begonnen te schreeuwen en te roepen: ‘Wat hebben wij met jou te maken, Zoon van God? Ben je hier gekomen om ons pijn te doen nog voordat de tijd daarvoor is aangebroken?’ 30  Een eind verderop liep een grote kudde varkens te grazen. 31  De demonen smeekten hem: ‘Als je ons uitdrijft, stuur ons dan naar die kudde varkens.’ 32  Hij antwoordde hun: ‘Vooruit!’ Ze verlieten de twee mannen en trokken in de varkens. Toen stormde de hele kudde van de steile helling af het meer in, en de dieren kwamen om in de golven. 33  De varkenshoeders sloegen op de vlucht, en toen ze in de stad kwamen vertelden ze het overal rond, ook wat er met de bezetenen was gebeurd. 34  Nu trok de hele stad uit, Jezus tegemoet. Toen ze hem gevonden hadden, verzochten ze hem dringend hun gebied te verlaten. (NBV)

Storm op zee is vanouds een uitermate beangstigend gebeuren. In de Joodse cultuur gold de zee als een sterk symbool voor de dood. Zelfs op een meer kan het gevaarlijk zijn. Het is dan ook geen wonder dat de volgelingen van Jezus buitengewoon bang werden toen ze naar de overkant van het meer voeren en er storm op stak. Maar angst is een slechte raadgever. Vroeger stond er op de brandinstructies die in het warenhuis Vroom en Dreesman hingen: “Paniek is erger dan brand”. Warenhuizen hadden daar ervaring mee, als er brand uitbreekt komen er vaak meer mensen om omdat ze onder de voet worden gelopen of anderszins door de uitgebroken paniek geen uitweg meer zien dan dat er daadwerkelijk door brand of rook omkomen. Jezus maant zijn volgelingen dan ook tot kalmte, en stilt de storm. Het onder ogen zien van de werkelijke situatie, de mogelijkheden onderzoeken is altijd vruchtbaarder dan je laten leiden door angst en teneer te laten slaan door de onmogelijkheden . Is daarom dit verhaal een verhaal van persoonlijke groei? Dat zou gemakkelijk zijn, als jij bang bent en het ongeluk grijpt je ben jij alleen verantwoordelijk.

Maar zo zit het niet. Tot de volgelingen van Jezus behoren een aantal ervaren vissers. Zij waren gewend om onder alle omstandigheden het meer te bevaren. Ze weten dan ook wat te doen tijdens de storm. Maar de angst en paniek kunnen totale verlamming tot gevolg hebben. Jezus roept hen tot de werkelijkheid door ze uit te schelden voor kleingelovigen. Wij kunnen elkaar tot de werkelijkheid terug roepen. En twee weten meer dan een. Het vinden van oplossingen is een zaak van samen en niet van alleen, het is een zaak van mogelijkheden verkennen en niet van angst en paniek. Dat wil niet zeggen dat het altijd even gemakkelijk is, dat oplossingen voor de hand liggen, dat het altijd goed af zal lopen, maar er wordt meer mee gered dan bij het ieder voor zich. Maar wat heeft die bootreis nu te maken met varkens? Je hebt van die mensen die zich voortdurend aangevallen voelen. Ze zijn zelf ooit zo erg beschadigd dat ze zich niet meer voor kunnen stellen dat er iemand om hen geeft. Ruzie maken en uitdagen is het enige wat ze nog kunnen. Elke vriendelijke opmerking zullen ze omdraaien tot het een belediging is. Twee van die mensen woonden in het 10 stedenland, een verbond van 10 steden aan de overkant van de Jordaan onder leiding van Damascus. Een onrustig en betwist gebied, tot op de dag van vandaag.

Toen Jezus het meer was overgestoken en geland was ontmoetten ze die mensen. Matteüs schrijft tenminste dat er twee waren, maar Matteüs schrijft bijna overal in zijn boek dat er twee zijn als het belangrijk is. De twee begonnen gelijk te schreeuwen en te dreigen, zich ook te verdedigen, “kom jij ons pijn doen voor het daarvoor tijd is?” zo riepen ze. Jezus was niet beledigd, hij verdedigde zich niet, hij luisterde slechts, want toen uiteindelijk de mannen vroegen of hun gekkigheid in een kudde varkens mocht komen hoefde Jezus slechts “Vooruit” te roepen en de kudde varkens zette zich in beweging en stortte zich van een rots, de gekte was over. Varkens zijn immers net zo onrein als die gekkigheid. Je kunt je de schrik van de varkenshoeders wel voorstellen toen hun kudde zich ineens in beweging zette en niet meer te stoppen was. Je zou willen dat in datzelfde gebied vandaag de dag mensen zouden willen luisteren op de manier waarop Jezus naar mensen luisterde. Niet de gekkigheid voorop zetten. Niet zich bij voorbaat aangevallen voelen, beledigingen beledigingen laten en op zoek gaan naar het goede, het menselijke in de mensen. Er zijn Joden en Palestijnen die dat zouden willen, maar ergens staat ook geschreven dat pas als alle mensen op deze manier met elkaar om zouden willen gaan het daar ook zal lukken. Aan ons dus om er een begin mee te maken.

Reacties

Matteüs 8:14-22

14 ¶  Toen Jezus het huis van Petrus was binnengegaan, zag hij diens schoonmoeder met koorts in bed liggen. 15  Hij raakte haar hand aan en de koorts verdween. Ze stond op en begon voor hem te zorgen. 16  Bij het vallen van de avond brachten ze vele bezetenen bij hem. Met een enkel bevel dreef hij de geesten uit, en allen die ziek waren genas hij, 17  opdat in vervulling ging wat gezegd is door de profeet Jesaja: ‘Hij was het die onze ziekten wegnam en onze kwalen op zich heeft genomen.’ 18 ¶  Toen Jezus de mensenmassa om zich heen zag, gaf hij bevel naar de overkant te varen. 19  Maar een schriftgeleerde kwam op hem af en zei: ‘Meester, ik zal u volgen waarheen u ook gaat.’ 20  Jezus zei tegen hem: ‘De vossen hebben holen en de vogels hebben nesten, maar de Mensenzoon kan zijn hoofd nergens te ruste leggen.’ 21  Een ander, een van zijn leerlingen, zei: ‘Heer, sta me toe eerst terug te gaan om mijn vader te begraven.’ 22  Maar Jezus zei tegen hem: ‘Volg mij en laat de doden hun doden begraven.’ (NBV)

Dat zou mooi zijn, iemand die je ziekten wegneemt als bij toverslag. Wij hebben natuurlijk onze huisartsen die vrijwel dag en nacht bezig zijn om te zorgen dat de kosten voor de gezondheidszorg niet uit de hand lopen door er voor te zorgen dat mensen niet naar het ziekenhuis hoeven. Het is dan ook voor iemand die ruim 20 jaar zijn huisarts niet had gezien en die dacht aan een ernstige verkoudheid te lijden en toen maar eens in wanhoop de dokter liet komen, die een ernstig hartfalen constateerde, heel raar om in het ziekenhuis een minister op de TV te horen zeggen dat de mensen ten onrechte naar de huisarts gaan. Kennelijk heb je voor gezondheidszorg iemand nodig die goed weet wat ziek zijn is. Als je de wet van het volk van Israel volgt, dat je je naaste lief moet hebben als jezelf, dan komt het moment dat je de ziekten van de mensen weg kan nemen.

Jesaja, een profeet uit een oudere geschiedenis, en een profeet is iemand die voortdurend de wet van het volk probeerde toe te passen in de actuele situatie waarin mensen bezig waren, had al eens gezegd dat degene die op de meest perfecte manier de wet kon toepassen de ziekten zou wegnemen. De Israëlieten rond Jezus herkenden dat in Jezus. Sommige meer alternatieve genezers pretenderen dat ook. Instralen en ook zogenaamde gebedsgenezing trekken dan duizenden mensen. Maar klopt dat met het volgen van de wet? Volgens dit verhaal uit Mattheüs in het geheel niet. Jezus wijst dat spontane volgen af, hij heeft geen plaats om te slapen, en alledaagse dingen als doden begraven zijn veel minder belangrijk dan voor de zieken en zwakken zorgen. Mensen die zich er op voor laten staan dat ze verbinding met het hogere hebben zou je dan ook kunnen afmeten aan de hoeveelheid show waar het mee gepaard gaan. In hoofdstuk 7 van dit Evangelie van Matteüs had Jezus die mensen al afgewezen.

En aan het eind van dit verhaal gaat hij er dan ook per schip vandoor in de hoop dat de mensen hem niet achterna zouden komen. Wij moeten dan ook maar zuinig zijn op onze huisartsen en hopen dat de minister ze niet in de boot neemt en ze onze ziekten niet meer kunnen wegnemen. Voor ons is genezen niet iets dat bij toverslag hoeft te gebeuren. Wij hebben onze dokters die misschien niet iedereen beter kunnen maken maar doen we ze aan kunde gegeven is. Wij kunnen onze zieken en gehandicapten een volwaardige plaats in de samenleving geven en zonder te mopperen belasting te betalen om een goede gezondheidszorg voor iedereen beschikbaar te maken. Want ook al heb je meer dan 20 jaar geen dokter gezien, op een kwade dag weigert een deel van je lichaam verdere dienst en mag je blij zijn dat er een hulpmotor beschikbaar is om je hart op gang te houden. Als je ten onrechte naar je huisarts gaat zegt die huisarts het wel en anders vertrouw op Jezus van Nazareth die zei dat je het goede moet doen en niet dan het goede, ook voor jezelf.

Reacties

Matteüs 8:2-13

2  Er kwam iemand naar hem toe die aan huidvraat leed. Hij wierp zich voor hem neer en zei: ‘Heer, als u wilt, kunt u mij rein maken.’ 3  Jezus strekte zijn hand uit, raakte hem aan en zei: ‘Ik wil het, word rein.’ En meteen was hij gereinigd van zijn huidvraat. 4  Jezus zei tegen hem: ‘Denk erom dat u er met niemand over praat, maar ga u aan de priester laten zien en breng als getuigenis voor de mensen het offer dat Mozes heeft voorgeschreven.’ 5 ¶  Toen hij Kafarnaüm binnenging, kwam er een centurio naar hem toe die hem om hulp smeekte. 6  ‘Heer, ‘zei hij, ‘mijn slaaf ligt thuis verlamd op bed en lijdt hevige pijn.’ 7  Jezus antwoordde hem: ‘Ik zal meegaan en hem genezen.’ 8  Daarop zei de centurio: ‘Heer, ik ben het niet waard dat u onder mijn dak komt, u hoeft alleen maar te spreken en mijn slaaf zal genezen. 9  Ook ik ben iemand die onder andermans gezag staat en zelf weer soldaten onder zich heeft, en als ik tegen een soldaat zeg: “Ga!” dan gaat hij, en tegen een andere: “Kom!” dan komt hij, en als ik tegen mijn dienaar zeg: “Doe dit!” dan doet hij het.’ 10  Toen Jezus dit hoorde, verbaasde hij zich en hij zei tegen degenen die hem volgden: ‘Ik verzeker jullie: bij niemand in Israël heb ik zo’n groot geloof gevonden. 11  Ik zeg jullie dat velen uit het oosten en uit het westen zullen komen en met Abraham, Isaak en Jakob zullen aanliggen in het koninkrijk van de hemel, 12  maar de erfgenamen van het koninkrijk zullen worden verbannen naar de uiterste duisternis; daar zullen zij jammeren en knarsetanden.’ 13  Tegen de centurio zei Jezus: ‘Ga naar huis. Zoals u het geloofd hebt, zo zal het gebeuren.’ Op hetzelfde moment genas zijn slaaf. (NBV)

Wie al eens in het boek Leviticus heeft gelezen zal begrijpen dat Jezus van Nazareth eigenlijk als Priester optreed. Er staan daar heel nauwkeurige voorschriften voor de reiniging van huidvraat, de vele huidaandoeningen die er zijn, waaronder melaatsheid. Huidvraat is eng en we hebben de neiging dat wat eng is buiten te sluiten. Wat eng is moet wegwezen, terug naar de Antillen, of naar Marokko of zo. Als je ernstig en langdurig ziek bent dan moet je naar de bijstand, in elk geval niet meer naar je baas. Jezus van Nazareth pakt dat anders aan. Hij volgt de geboden uit de wetten van Mozes en stuurt de patiënt naar de tempel, om zich door de priester te laten keuren en te reinigen en het offer te brengen als betaling daarvoor. Over genezen en over wonderen van Jezus mag hij absoluut niet praten. Door deze opdrachten komt de patiënt weer onder de mensen, te beginnen in het hart van de samenleving. Niks eng, weer gewoon meedoen, dat is de kern van de Richtlijnen voor de menselijke samenleving die na koning David in de Tempel werden bewaard.

Die richtlijnen vormen de grondslag van een volk waar mensen van mensen houden en waar medemensen dus nooit eng kunnen zijn. Tegenwoordig kunnen lepralijders met medicijnen worden genezen. Maar in arme landen worden die enge lepralijders nog steeds buiten de samenleving geplaatst. Daarom is het goed dat we de Leprastichting hebben, die niet alleen zorgt voor medicijnen maar ook voor opleidingen en werk, zodat de lepralijders weer opgenomen kunnen worden in de samenleving. Als U wat kunt geven aan de Leprastichting moet U het niet laten. Soms moeten we namelijk onszelf reinigen van de weerzin tegen enge mensen. Vreemdelingen kunnen eng zijn, vooral als zij onderdeel uitmaken van een bezettingsmacht. Nou was Jezus van Nazareth niet direct bang van iets dat eng is. Hij had immers net nog iemand met huidvraat aangeraakt. En die centurio, de hoofdman over 100, officier in het Romeinse leger kan nooit zo eng zijn als het klinkt. Hij komt op voor een slaaf en dat is zeer uitzonderlijk. Hij gaat er op uit voor zijn slaaf en verwacht dat niet van een ander. De onreinheid van de huidvraat kan ook op een huis rusten weten we uit het boek Leviticus en aangezien de Priesters een huis van een ongelovige niet mochten inspecteren moest iedereen er volgens de Farizeeën van uitgaan dat het huis van een ongelovige onrein is.

Alles over één kam scheren noemen we dat. Maar is deze centurio een ongelovige? Volgens Jezus van Nazareth kennelijk niet.  Direct zegt deze namelijk dat hij mee zal gaan naar het huis van deze Romeinse bezetter.  En daar ging het Jezus om in dit verhaal, duidelijk maken wanneer je een gelovige bent. De grote zorg die deze officier in het Romeinse leger voor zijn slaaf heeft, het risico dat hij neemt door gezien te willen worden met een volksmenner als Jezus, maakt dat hij zijn naaste dus kennelijk net zo lief heeft als zichzelf. Het gaat hem daarbij ook niet om zichzelf, hij is het niet waard dat Jezus om hem de wet overtreed, het gaat om zijn slaaf. En daar valt Jezus bijna om van verbazing. Al die deftige leiders van het volk, geleerden uit de Tempel, die zo nauwkeurig met elkaar vaststellen met wie je wel en met wie je niet om hoort te gaan, halen het niet in gehoorzaamheid aan de grondslag van het volk bij deze Heiden, de buitenstaander, deze bezetter. Die Heiden hoort dus ook bij het Koninkrijk van God, waar die grondslag de boventoon voert, de deftige leiders plaatsen zich daar buiten. De keus is duidelijk, de gelovigen zijn zij die kiezen voor de lijdenden, de zwakken, niet voor de letters van welke wet dan ook. Vandaag voor vreemdelingen die gevangen zijn zonder dat zij wegens een misdrijf veroordeeld zijn en morgen voor de hongerenden in de wereld.

 

Reacties

Johannes 3:14-21

14  De Mensenzoon moet hoog verheven worden, zoals Mozes in de woestijn de slang omhoog geheven heeft, 15  opdat iedereen die gelooft, in hem eeuwig leven heeft. 16  Want God had de wereld zo lief dat hij zijn enige Zoon heeft gegeven, opdat iedereen die in hem gelooft niet verloren gaat, maar eeuwig leven heeft. 17  God heeft zijn Zoon niet naar de wereld gestuurd om een oordeel over haar te vellen, maar om de wereld door hem te redden. 18  Over wie in hem gelooft wordt geen oordeel uitgesproken, maar wie niet in hem gelooft is al veroordeeld, omdat hij niet wilde geloven in de naam van Gods enige Zoon. 19  Dit is het oordeel: het licht kwam in de wereld en de mensen hielden meer van de duisternis dan van het licht, want hun daden waren slecht. 20  Wie kwaad doet, haat het licht; hij schuwt het licht omdat anders zijn daden bekend worden. 21  Maar wie oprecht handelt zoekt het licht op, zodat zichtbaar wordt dat God werkzaam is in alles wat hij doet.’ (NBV)

De meest misbruikte tekst uit de Bijbel is wel die zin uit dit hoofdstuk dat God de wereld zo lief heeft gehad dat hij zijn enige zoon heeft gegeven opdat wie gelooft niet verloren gaat maar eeuwig leeft. Als je deze tekst uit de context van het verhaal haalt lijkt het of het gaat tussen de individuele gelovige en God, maar dat staat er niet. Het verhaal begint met een verwijzing naar een verhaal uit de woestijnreis van het volk Israel. Ze waren in een leger slangen terecht gekomen en moesten daar doorheen. Mozes maakte toen een koperen staaf met hoog daarbovenop een slang. Ieder die het oog op de slang gericht hield liep zo rechtop dat het volk door het leger slangen heen kwam, zo werd het volk gered. Zo gaat het, zegt Johannes, ook met de volgelingen van Jezus, als je het oog op Jezus gericht houdt dan wordt het volk behouden.

En we kennen de afloop, zonder acht te slaan op de gevolgen voor zichzelf, de liefde blijven doen, dwars door de dood heen als het nodig is. Daarbij gaat het alleen om het goede, niet om steeds maar te letten op wat verkeerd is, maar slechts op dat wat goed is. Dan steek je wel je nek uit, dan kom je wel in het volle licht te staan, dat valt zeker op. Zeker ook als je doet wat Paulus later aan de Romeinen schrijft, dat ze de overheid, de keizer dus, voortdurend het goede moeten voorhouden. De meeste mensen houden daar niet zo van, zo op te vallen. We hebben het goede immers niet in de binnenzak. Of iets goed of slecht is hangt vaak af van de omstandigheden. Het kan de ene keer goed zijn en de andere keer slecht. Wat we doen houden we daarom maar liever onder de oppervlakte. Toch vraagt de Bijbel je om op te vallen, om te wijzen op de mensen die ten onder dreigen te gaan. Op de slachtoffers van geweld in Syrië. Op de armen in Afrika, ondanks alle mooie woorden zijn er nog steeds geen eerlijke handelsovereenkomsten. Op de moslims en vreemdelingen in ons midden, we worden immers nog steeds opgeroepen stelling tegen hen te nemen in plaats van hen op te nemen in ons midden zoals de Bijbel ons gebiedt.

Pas op met deze teksten. Ruk ze niet uit hun verband. Het gaat er hier niet om dat een overheid, welke dan ook, alles mag zien van haar individuele burgers. Fouilleren als ze zin hebben, camera's op alle plaatsen, alle telefoon en internetverkeer uitluisteren en lezen. De Big Brother uit het boek, die iedereen bekijkt, is niet God maar ook maar een mensje, zoals onze overheid ook maar uit mensjes bestaat. Het gaat er in deze Bijbelteksten over dat burgers die het goede doen zich daarvoor niet schamen maar dat goede laten zien. De vrijwilligers in de voedselbanken moeten laten zien dat de verdeling van inkomen in onze samenleving nog zo onrechtvaardig is dat gezinnen afhankelijk zijn van voedselbanken. Briefschrijvers van Amnesty laten zien hoeveel gewetensgevangenen onze wereld nog kent. De kampeerders van Occupy lieten zien hoeveel macht speculanten en beurshandelaren nog hebben over ons dagelijks leven. Zij laten het kwade zien opdat de grote daden van God zichtbaar worden. Zonder die God hadden we immers geen weet van recht en rechtvaardigheid, van eerlijk delen en zorg voor onze naaste als voor onszelf. Want die liefde mogen we elke dag opnieuw verspreiden, ook vandaag weer.

Reacties

Johannes 2:23–3:13

23 ¶  Toen Jezus op Pesach in Jeruzalem was, kwamen veel mensen tot geloof in zijn naam, omdat ze de wondertekenen zagen die hij deed. 24  Maar Jezus had geen vertrouwen in hen, omdat hij hen allemaal kende, 25  en niemand hoefde hem iets over de mens te vertellen, want hij wist zelf wat er in een mens omgaat. 1 ¶  Zo was er een Farizeeër, een van de Joodse leiders, met de naam Nikodemus. 2  Hij kwam in de nacht naar Jezus toe. ‘Rabbi, ‘zei hij, ‘wij weten dat u een leraar bent die van God gekomen is, want alleen met Gods hulp kan iemand de wondertekenen doen die u verricht.’ 3  Jezus zei: ‘Waarachtig, ik verzeker u: alleen wie opnieuw wordt geboren, kan het koninkrijk van God zien.’ 4  ‘Hoe kan iemand geboren worden als hij al oud is?’ vroeg Nikodemus. ‘Hij kan toch niet voor de tweede keer de moederschoot ingaan en weer geboren worden?’ 5  Jezus antwoordde: ‘Waarachtig, ik verzeker u: niemand kan het koninkrijk van God binnengaan, tenzij hij geboren wordt uit water en geest. 6  Wat geboren is uit een mens is menselijk, en wat geboren is uit de Geest is geestelijk. 7  Wees niet verbaasd dat ik zei dat jullie allemaal opnieuw geboren moeten worden. 8  De wind waait waarheen hij wil; je hoort zijn geluid, maar je weet niet waar hij vandaan komt en waar hij heen gaat. Zo is het ook met iedereen die uit de Geest geboren is.’ 9  ‘Maar hoe kan dat?’ vroeg Nikodemus. 10  ‘Begrijpt u dit niet, ‘zei Jezus, ‘terwijl u een leraar van Israël bent? 11  Waarachtig, ik verzeker u: wij spreken over wat we weten en we getuigen van wat we gezien hebben, maar jullie accepteren ons getuigenis niet. 12  Wanneer jullie me niet geloven als ik over aardse dingen spreek, hoe zouden jullie me dan geloven als ik over hemelse dingen spreek? 13  Er is toch nooit iemand opgestegen naar de hemel behalve degene die uit de hemel is neergedaald: de Mensenzoon? (NBV)

Vandaag is het feest, het is de zondag van de drie-eenheid. De kerken hebben het vandaag over de drieeenheid van God, dat is dan Vader, Zoon en Heilige Geest en vertellen daarbij het verhaal dat we vandaag ook thuis lezen namelijk dat over de wedergeboorte. Wedergeboren Christenen zijn tegenwoordig de grootste opscheppers, ze weten dag en uur van hun wedergeboorte. En ze verwerpen ongeveer alles wat ze niet kennen of waar ze niet van houden onder het motto dat het niet van God mag. Hoog tijd dus om eens te lezen wat er echt in de Bijbel vertelt wordt. Dat Evangelie van Johannes wijkt nog al af van de andere drie. Dat komt omdat Johannes zich tot een ander soort publiek richt. Het publiek van Dan Brown en het Evangelie van Judas. Toen het Christendom populair werd, maar ook vervolgd, waren er heel veel mensen die het verhaal van Jezus probeerden te vergeestelijken. Het had dan niet meer te maken met de manier waarop de samenleving was ingericht maar het was iets persoonlijks waar je heerlijk over kon filosoferen maar dat verder geen gevolgen had,

Op zoek naar de geheime kennis heette dat, de Gnosis. Het is een manier van geloven, of bijgeloven, die ook tegenwoordig nog populair is en net zo hard bestreden dient te worden. Uiteindelijk leidt deze manier van geloven namelijk weg van de bedoeling van Jezus van Nazareth. We zien dit aan het verhaal van vandaag. We weten al dat Jezus het druk had, met wonderen en genezingen. "Nou" zo begint Johannes, "al die mensen die op wonderen afkomen zijn maar dubieuze gelovigen", weg is het succes van de gebedsgenezers. Vervolgens vertelt hij over een gesprek dat een godsdienstig leider van die tijd eens rustig met Jezus wilde hebben. Dat kon alleen in de stilte van de nacht als die wonderzoekers waren gaan slapen. Die Nicodemus wil wel eens weten hoe het met die wonderen zit. En Jezus verwerpt de eigen wonderen en vertelt dat je van boven geboren moet worden. Dat "opnieuw" is in het Grieks namelijk ook "van boven", en dat betekent dat we ook mogen zeggen dat we als nieuw geboren moeten worden.

Als je na een warme dag werken gaat zwemmen dan voel je je als nieuw geboren, het stof en zweet van alle dag wordt afgespoeld en je bent een nieuw mens. Nu was die Nicodemus ook goed thuis in de leer van Mozes, die we kennen uit de eerste vijf boeken van de Bijbel. Die leer was voor veel mensen verworden tot een dorre verzameling wetsregels en Jezus voegt er daarom de Geest van God bij. De Geest waarin die leer van Mozes ontstaan was, de geest van liefde die is nodig voor een nieuw soort koninkrijk. Mensen die hun oude gewoonten afspoelen, en met een nieuwe geest van liefde in het leven staan, dat is wedergeboorte, dat doe je samen. Dan weet je niet wat je overkomt, het is niks geestelijks meer, maar ineens gaan mensen opbloeien, is er aandacht voor de armen, voor de verworpenen der aarde. Dan gaat het weer over zeer aardse zaken zoals Jezus op het eind van het verhaal benadrukt. En het mooie is dat het elk moment weer opnieuw kan en mag beginnen. Ook vandaag weer.

 

Reacties

Romeinen 11:25-36

25  Er is, broeders en zusters, een goddelijk geheim dat ik u niet wil onthouden, omdat ik wil voorkomen dat u op uw eigen inzicht afgaat. Slechts een deel van Israël werd onbuigzaam, en dat alleen tot het moment dat alle heidenen zijn toegetreden. 26  Dan zal heel Israël worden gered, zoals ook geschreven staat: ‘De redder zal uit Sion komen, en wentelt dan de schuld af van Jakobs nageslacht. 27  Dit is mijn verbond met hen, wanneer ik hun zonden wegneem.’ 28  Ze zijn Gods vijanden geworden opdat het evangelie aan u kon worden verkondigd, maar God blijft hen liefhebben omdat hij de aartsvaders heeft uitgekozen. 29  De genade die God schenkt neemt hij nooit terug, wanneer hij iemand roept maakt hij dat niet ongedaan. 30  Zoals u God eens ongehoorzaam was, maar door hun ongehoorzaamheid Gods barmhartigheid hebt ondervonden, 31  zo zijn zij nu ongehoorzaam om door de barmhartigheid die u ondervonden hebt, ook zelf barmhartigheid te ondervinden. 32  Want God heeft ieder mens uitgeleverd aan de ongehoorzaamheid, opdat hij voor ieder mens barmhartig kan zijn. 33 ¶  Hoe onuitputtelijk zijn Gods rijkdom, wijsheid en kennis, hoe ondoorgrondelijk zijn oordelen en hoe onbegrijpelijk zijn wegen. 34  ‘Wie kent de gedachten van de Heer, wie was ooit zijn raadsman?  35  Wie heeft hem iets gegeven dat door hem moest worden terugbetaald?’ 36  Alles is uit hem ontstaan, alles is door hem geschapen, alles heeft in hem zijn doel. Hem komt de eer toe tot in eeuwigheid. Amen. (NBV)

En dan te bedenken dat er in de geschiedenis van het Christendom mensen waren die het Oude Testament maar wilden afschaffen omdat het volk Israel afgedaan zou hebben. Niets is minder waar. Paulus schrijft hier dat er zich binnen zijn volk een scheiding heeft voltrokken zodat aan alle Heidenen het Evangelie verkondigd zal worden. En als alle Heidenen, wij dus, zullen geloven en het heb Uw naaste lief als Uzelf in de praktijk zullen brengen dan zal ook het volk waar Paulus uit voortkomt zich bekeerd blijken te hebben. Wat belangrijker is, is  hier nog eens te lezen dat wat God begonnen is hij ook zal afmaken. Zorgen om al die jonge mensen die de kerk verlaten hoeven we dus niet te hebben. We moeten ons zorgen maken over de taal die we in de kerken spreken, over de vormen die we hanteren. Soms klinkt de muziek wel erg hedendaags en op jongeren afgestemd maar de taal waarin gesproken wordt is de taal van negentiende-eeuwse opwekkingsbewegingen en zeker niet de eenentwintigste-eeuwse taal van de liefde.

Geen wonder dat ondanks de mooie muziek en ondanks de goede sfeer mensen na verloop van tijd ook daar afhaken. Ondertussen zijn de gemeenschappen van gelovigen wel uit de samenleving, uit het publieke domein,  verdwenen. Slechts af en toe en dan nog mondjesmaat vind je christenen terug. Gelukkig meestal bij de armsten en de zwaksten in de samenleving. Bij de voedselbanken en wereldwinkels, in de asielzoekerscentra, in het geven van vrijwillige taallessen aan vreemdelingen, bij telefonische hulpdiensten, in bezoekgroepen voor gevangenen, in ziekenhuizen en verpleegtehuizen sjouwend met de patiënten en bewoners. Binnen in de kerken hoor je daar vaak weinig over, zelf komen die christenen al helemaal niet aan het woord en dat is jammer. Zij hebben verhalen over hoe God werkt in deze tijd. Zij hebben verhalen over hoe het licht van God schijnt in de ogen van mensen die zij de hand hebben mogen toesteken. Die verhalen houden het verhaal over de God van Abraham, Izaäk en Jacob levend.

Wie zoekt naar het verhaal over het bestaan van God moet daar zijn oor te luisteren leggen. Dat bestaan gaat alle verstand te boven, dat bestaan beantwoord aan geen van de criteria die daar in wetenschap en filosofie voor ontwikkeld zijn, dat bestaan is alleen te vinden in de onbaatzuchtige liefde die mensen ondanks zichzelf hebben voor hun naaste. Die mensen die daarin geloven en daaraan vasthouden zijn van dag tot dag dankbaar dat ze dat mogen doen en ervaren, iets anders krijgen ze er voor terug. Ze weten dat ze de Liefde van God er niet mee verdienen. Soms zijn de mensen die ze helpen zelfs kwaad op ze, soms wordt er misbruik van hun goedheid gemaakt. Maar ze hebben de verhalen over hun God, ze hebben die nodig om het vol te houden, om door te zetten. Die verhalen zijn begonnen in de Bijbel en aan die verhalen mogen we ze leren herkennen, en ze worden verteld tot op de dag van vandaag. Een kwestie van luisteren, ook vandaag weer.

Reacties
Domeinregistratie en hosting via mijndomein.nl