basalk.punt.nl
Spreuken 25:15-28

Het lijkt er vaak op of de teksten uit het boek Spreuken een losse opsomming van spreekwoorden zijn. Net als "Het grote spreekwoordenboek der Nederlandse Taal", een boek overigens waarin veel teksten uit het boek Spreuken zijn terug te vinden. Maar zo onsamenhangend als het op het eerste gezicht lijkt zijn de teksten niet. We zijn gisteren in dit hoofdstuk begonnen en lazen toen dat het over de rechtspraak gaat. En als je honing eet dan spreek je zoete zaken is een oud gegeven. Je moet in een rechtzaak dus niet al te zoetsappig staan te praten dan krijg je pijn in je buik, ofwel het zal zich tegen je keren. Slijmen noemen we dat tegenwoordig en een slijmerd neemt de mensen niet voor zich in maar tegen zich in. Zoiets geldt ook voor vrienden die je in je zaak nodig kan hebben. Als je ze over de vloer loopt, te veel op bezoek komt, dan krijgen ze een hekel aan je. Zoek je karaktergetuigen dan keert die vriendschap zich tegen je.

Nu, dat van die onbetrouwbare mensen spreekt vanzelf, maar je vrolijk maken over droevige of ernstige zaken doet de rechter rillingen over zijn rug lopen. Geroddel, of een woedende vrouw als tegenstander, zijn ook niet bevorderlijk voor de winst in je rechtzaak. Voor een rechter maken die het niet gemakkelijker om een rechtvaardig vonnis te vellen. Maar een getuige die buiten de zaak staat en voor jou een gunstig getuigenis aflegt is vaak meer dan welkom. Je moet in een rechtzaak ook niet aarzelen om een slecht mens het vuur aan de schenen te leggen, anders draag je bij aan de verspreiding van het vergif dat het slechte mens verspreidt. En als je dan eens mooi praat zoek dan niet je eigen eer. En in elke rechtzaak geldt dat je in elk geval je zelfbeheersing moet bewaren. De onderwijzingen uit dit gedeelte van het boek Spreuken zijn nog altijd van toepassing te brengen op de gang van zaken in een rechtzaak. Aanvankelijk zijn ze bestemd voor de koning, dan voor alle rechters in zijn dienst, maar dan ook voor aanklagers, eisers en gedaagden. Ze geven weer hoe mensen met elkaar om zouden moeten gaan als ze elkaar recht willen doen. Nauwkeurig onderzoek, eerlijk overleg, luisteren naar elkaar en redeneren op basis van zuivere argumenten zijn zaken die in het menselijk verkeer altijd moeten voorkomen. En misschien het besef dat die zaken wel voor de hand liggen maar al te vaak niet gebeuren.

We leven immers in een tijd waarin veel mensen vinden dat ze altijd gelijk hebben. Zij hebben gelijk als een dokter of een ambulancebroeder een zieke of gewonde onderzoekt. Doet die hulpverlener het in hun ogen niet goed dan kunnen ze op luide toon en onder verwensingen en bedreigingen hun gelijk eisen. Ook als de politie het intermenselijk verkeer in goede banen probeert te leiden en mensen aanspreekt op het overtreden van regels, daar zelfs bekeuringen voor wil uitschrijven dan staan mensen op hun eigen gelijk en verdwijnt soms elke vorm van zelfbeheersing. De overheid doet dan een beroep op ons als publiek om te helpen. Het gaat er dan niet om jezelf in gevaar te brengen maar de onderwijzingen uit dit gedeelte van het boek Spreuken in praktijk te brengen. Rustig na gaan wat er aan de hand is, alle partijen aan het woord laten en zorgen dat ieder tot zijn of haar recht komt. Dan komt er echt een betere samenleving, die kan dus vandaag nog beginnen.
 


 

Lees meer...
Spreuken 25:1-14
 
De boeken van de Bijbel zijn zeker niet in een keer geschreven en elk van die boeken is vaak ook niet door een persoon geschreven. In de Islam gelooft men dat de hele Koran is gedicteerd door een engel aan de profeet Mohammed, maar in het Jodendom en het Christendom is van begin af aangenomen dat niet de schrijvers van de boeken van de Bijbel voorop moeten staan maar de inhoud. Die inhoud is de boodschap van de God van Israël waarover elke Bijbelschrijver heeft geschreven. Sommige boeken van de Bijbel bestaan dan ook uit verschillende hoofdstukken die naar alle waarschijnlijkheid van verschillende schrijvers zijn en waarover later nog weer redacteuren hun werk hebben gedaan. Het boek Spreuken is daar een voorbeeld van. Het bestaat uit een aantal verzamelingen en vandaag beginnen we in een nieuw deel van de verzameling.
 
Een leuk opschrift trouwens. De verzameling Spreuken werd toegeschreven aan koning Salomo die als wijze koning bekend stond. Wijsheid aan Salomo toegeschreven maakt het nog meer wijs en betrouwbaar. Maar de verzameling waar we vandaag in beginnen te lezen was er voor de opmerkzame lezer toch tegen aangeplakt. Daarom moest er een aparte verklaring komen over de herkomst van deze verzameling. Die werd gevonden in de eveneens wijze koning Hizkia. Zijn dienaren hebben na het herstel van de godsdienst voor de God van Israël, zoals in het tweede boek Koningen te lezen is, opnieuw een aantal spreuken van Salomo overgeschreven. Waarmee ook deze Spreuken dus waardevol geworden zijn. En waardevol zijn ze. De koning is hier tegelijk rechter en een rechter onderzoekt voordat hij een oordeel velt. Alle bijkomstigheden en afleidingen moeten terzijde en dan pas kan een oordeel gevormd worden zoals een edelsmid een prachtige vaas vormt.
 
Jezus van Nazareth zou later waarschuwen om bij een maaltijd gelijk aan het hoofd van de tafel te gaan zitten. Je kunt je beter van een mindere plaats laten uitnodigen naar voren te komen. De basis van die wijsheid lezen we hier in het boek Spreuken. Ook hier gaat het er eigenlijk om het rechte te doen. Voor de Koning gerechtigheid, voor de onderdanen bescheidenheid. Ook over het voeren van een rechtsgeding mag je wel even nadenken. Je kunt zelf tot schande gemaakt worden, de rechter zal over jou maar zeggen dat je een onbetrouwbaar persoon bent die de waarheid als een rekbaar begrip beschouwt, een Engelse rechter sprak een dergelijk vonnis kort geleden uit. Als je een boodschap over te brengen hebt moet je je realiseren dat een betrouwbare bode, radio, tv of krant een geschenk is, een godsgeschenk maar een geschenk zonder waarde is als wind en wolken zonder regen, er is geen vruchtbaarheid in te bekennen. De wijsheid als ontzag voor de God van heb uw naaste lief als uzelf staat ook hier weer voorop. Gelukkig dat we daar elke dag ons handelen op mogen baseren. Ook vandaag weer.
Lees meer...   (1 reactie)
Spreuken 24:23-34
 
De spreuken die we vandaag lezen lijken weer eens als los zand aan elkaar te hangen. Zelfs onze discussie over de woningmarkt lijkt ter sprake te komen. Maar er zou een opschrift boven dit Bijbelgedeelte kunnen staan dat ze allemaal onder één noemer stelt. Dat opschrift zou kunnen zijn: "Doe wat recht is". Uit de Bijbelverhalen kennen we wel de uitdrukking dat mensen en vooral Koningen niet doen "wat recht is in de ogen des Heren". En dat wordt daar dan veroordeeld en er worden verhalen verteld over hoe slecht het kan aflopen met mensen en vooral Koningen die niet doen wat recht is in de ogen des Heren. Maar in het gedeelte van vandaag gaat het niet over die anderen, niet over hen die ons ten voorbeeld worden gesteld, maar over onszelf. Wij zelf moeten doen wat recht is. Daartoe worden we opgeroepen door de mensen die het leven volgens de richtlijnen van de God van Israël voorop hebben gesteld, de wijzen.
 
Soms lijkt het of er open deuren worden ingetrapt, natuurlijk zijn partijdige oordelen verkeerd, zeker in een rechtzaak. Maar we beseffen vaak niet dat fouten in het rechtsysteem gevolgen kunnen hebben voor mensen tot in alle uithoeken van de wereld. Misdrijven komen overal voor en als je te gemakkelijk veroordeeld of vrijgesproken kan worden dan verziekt het rechtsklimaat in de hele wereld, verdachten kunnen jouw rechtspraak dan overal als voorbeeld ter hun verdediging aanvoeren. Nee, schuldig is schuldig en dat zou het voorbeeld moeten zijn voor iedereen die rechtdspreekt.Uit een eerlijk antwoord op de schuldvraag spreekt liefde voor de mensen, zoals uit een kus op je lippen de liefde spreekt. Zo past ook die oproep om eerst je werk op het land te doen en dan pas een huis te bouwen in dit rijtje. Iedereen moet werken voor brood en huisvesting, daar moet je dus eerst voor zorgen. Ons systeem van tophypotheken die ook nog aflossingsvrij zijn wordt veroordeeld. Zorg eerst maar voor de basis in je bestaan, een inkomen, je akker.
 
Het boek Spreuken kent ook humor. Je snapt natuurlijk dat de dwaas het slecht zal vergaan als die zich als luiaard gedraagd, ook hier gaat er om het rechte te doen. Onkruid en distels, een muur van puin wijzen nu niet direct op een overvloedige oogst voor de wijngaard. Een mentaliteit van nog even slapen, rusten en blijven liggen helpt ook al niet om op tijd de oogst binnen te halen en te zorgen dat alles voor een goede oogst in orde is. Die struikrover zie je dus al van verre aankomen, die bandiet heb je zelfs vrolijk begroet voor die je kon neerslaan. Er is wat dat betreft geen verrassing voor mensen die door luiheid en dwaasheid zelf in de problemen komen. Maar in plaats van ze te veroordelen worden ze gebruikt om er van te leren zegt de Spreuken. Daarom moet je ook geen valse getuigenis uitspreken, wat slecht is moet als slecht benoemd worden en wat goed is als goed. Het gaat er om het rechte te doen. Zorgen voor jezelf en te delen met de naaste die het delen zo nodig heeft. Gelukkig mogen we daar elke dag opnieuw mee beginnen, ook vandaag weer.
 
Lees meer...
Spreuken 24:13-22
 
Het boek Spreuken kent bij uitstek een aantal treffende uitspraken die je bij blijven. Een groot aantal er van zijn dan ook als spreekwoorden in onze taal terechtgekomen en zo vaak gebruikt dat ze versleten zijn en niemand meer de echte betekenis er van kent. Dat is ook zo met de uitspraken over zoete honing. De Planteneters onder ons zullen direct de uitspraak beamen maar het gaat er hier niet om dat de Bijbel het vegetarisme of het veganisme bevorderen wil maar het boek Spreuken wil graag wijzen op het paradijselijke van het land dat overvloeit van melk en honing. Die honing is dan de wijsheid van de inwoners van dat land, een wijsheid die begint met het volgen van de richtlijnen van de God van Israël. Richtlijnen die zich laten samenvatten in het heb uw naaste lief als uzelf. Met die wijsheid krijg je toekomst, met die wijsheid heb je hoop op een goed leven voor iedereen.
 
Het volgen van die richtlijn betekent dat je rechtvaardig wordt. Je laat iedereen tot zijn of haar recht komen. Je verkracht het recht niet om je eigen principes, opvattingen of belangen te rechtvaardigen. Verkrachting is een groot onrecht en tegen dat onrecht komt de Bijbel op. Het spreukenboek wemelt dan ook van de waarschuwingen aan de goddelozen. Die zullen de woningen van de rechtvaardigen wel even verwoesten, maar rechtvaardigen veren weer op, zij hebben immers de hoop die de wijsheid geeft, aan de goddeloosheid zal eens een einde komen. Goddelozen hebben die hoop niet, voor hen is en blijft de wereld een slagveld en wie verliest blijft een verliezer. Zo ligt het niet voor de rechtvaardige, als je mensen tot hun recht laat komen kunnen ze met opgeheven hoofd weer verder. De wereld is voor hen geen slagveld maar een plaats van liefde en gerechtigheid, een land dat overvloeit van melk en honing.
 
Daarom verheugen we ons ook niet over de val van een vijand, het is en blijft een mens, een broeder of zuster van ons allen en als het met broeders en zusters niet goed afloopt is dat altijd te betreuren. Er is een Joods verhaal dat vertelt dat God in de hemel het gejubel van engelen onderbrak toen het leger van de Farao verdronk in de Schelfzee. Het leger had beter moeten weten en hun dood was te betreuren. Kwaadaardige mensen en goddelozen zijn dan ook niet te benijden. Ze moeten dag en nacht bewaakt worden tegen het kwaad dat ze zelf oproepen. Een toekomst hebben ze niet want uiteindelijk zal iedereen zich van hen afwenden. Daarom klinkt de oproep om ontzag te hebben voor de God van Israël, feitelijk de enige koning die erkenning verdient, want de God van Israël blijft rechtvaardig en trouw aan zijn liefde. De oproep de naaste lief te hebben en mensen tot hun recht te laten komen komt van die God. Wij mogen dankbaar zijn iedere morgen weer aan die roep gevolg te kunnen geven, ook vandaag weer.
 
 
Lees meer...
Spreuken 24:1-12
 
Je zou bijna zeggen dat het eerste vers uit het gedeelte van het boek Spreuken dat we vandaag lezen bestemd is voor onze politici, je moet niet jaloers worden op slechte mensen en met hen gaan samenspannen. Politieke Partijen waar je echt afstand van wil nemen, waarvan je het optreden en de voornaamste voorstellen echt slecht vindt die moet je dus mijden, daar moet je je zelfs niet door laten gedogen. Je wordt er op één hoop mee gegooid. Je moet er dus ook niet op stemmen omdat je boos bent op de gevestigde andere partijen hoewel je het eigenlijk met die kwade partij niet helemaal eens bent, je maakt het kwade tot een fatsoenlijk gebeuren en helpt dus het kwade tot stand te brengen. Die partijen hebben kwaad in de zin en spreken onheilspellende woorden. Het staat er gewoon zo dat je kunt zeggen dat wie de schoen past deze schoen dan ook maar moet aantrekken.
 
De wijsheid waar het boek Spreuken over spreekt is iets anders dan wij er doorgaans onder verstaan. Bij ons is wijheid goed doordacht en weloverwogen beslissingen nemen, liefst op basis van rationele argumenten en vooraf onderzochte en vastgestelde feiten. Dat soort wijsheid wordt door de Bijbel niet verworpen, integendeel. Ook in het gedeelte dat we vandaag lezen worden kennis en beleid bij het nemen van beslissingen van harte aanbevolen. Maar toch blijft het daar niet bij. Bij het lezen van het boek Spreuken moet je steeds het begin van het boek in gedachten nemen. Het begin van alle wijsheid is de vreze des Heren stond er in de Statenvertaling. Dat betekent dat de manier waarop de God van Israël naar de mensen kijkt en wil dat mensen met elkaar omgaan het eerste uitgangspunt moet zijn bij je beslissingen.
 
Als je dat niet doet dan ben je een dwaas. Waar gaat het dan om? Dat je van alle mensen houdt. Dat je je beslissingen afstemt op wat er gebeurd met de minsten. Het gaat er dan ook niet om je daden mooi te verwoorden, of keurig in te kleden, of vroom Christelijk te noemen of de naam van de God van Israël er bij aan te roepen. Het gaat er om wat er met anderen gebeurd. In dit gedeelte worden de ter dood veroordeelden als getuigen aangeroepen. Die moeten bevrijd worden. Ook hun leven heeft waarde, ook zij zijn onze broeders en zusters ook al moeten wij en moet onze wereld tegen hen in bescherming genomen worden, ze zijn en blijven kinderen van God. En zeg niet dat je het niet wist. Uit je daden spreekt wat je in je hart met je meedraagt. Gelukkig dat we elke dag opnieuw voor het leven mogen kiezen, ons mogen inzetten voor de minsten in de samenleving, ook vandaag weer.
 
Lees meer...
Marcus 8:27-38

Christendom is soms net Haarlemmer Olie. In vroeger dagen geloofden mensen dat Haarlemmer Olie je kon genezen van alle soorten kwalen. Was je ziek dan had je maar een paar eetlepels Haarlemmer Olie te nemen en je werd er beter van. Dat werkte natuurlijk niet echt maar als je er in gelooft kan het helpen. Veel huis tuin en keuken kwaaltjes verdwijnen vanzelf na een paar dagen en als je dan die paar dagen Haarlemmer Olie hebt geslikt dan schrijf je de genezing gemakkelijk toe aan dat medicijn. Zo is het ook als je tijdens zo'n lichte ongesteldheid hebt gebeden om genezing. Ja het helpt, je geneest. Maar ook dat gebed heeft net zomin geholpen als de Haarlemmer Olie. Toch hoor je sommige voorgangers en evangelisten nog wel eens verkondigen dat je geneest van je ziekten, dat je problemen worden opgelost, dat zelfs je schulden verdwijnen als je maar gaat geloven in Jezus van Nazareth als je Messias, je bevrijder van alle aardse ellende. Want Messias, in het Grieks Christos, betekent toch "bevrijder" en de dicipelen hadden het toch bij het rechte eind toen ze Jezus van Nazareth aanwezen als hun Messias?

Natuurlijk, maar dat wilde toen niet zeggen dat alle ellende voorbij was en dat wil het nog steeds niet zeggen. Jezus van Nazareth zelf zou de eerste zijn die de dood onder ogen moest zien omdat hij zijn liefde voor mensen door de dood heen wilde volhouden. Maar ook daarmee zou het lijden voor zijn leerlingen niet de wereld uit zijn. Integendeel, ook zij moesten bereid zijn hun kruis op zich te nemen. Zo moeten ook wij bereid zijn het lijden van onszelf te dragen en het lijden van de wereld onder ogen te zien. Het Christen zijn voorkomt niet dat je kinderen kunnen omkomen bij brand of ongeval of sterven door ziekte. Het Christen zijn betekent niet dat je gevrijwaard bent voor sexueel, zinloos of huiselijk geweld. Christen zijn voorkomt niet dat je ziek wordt en arbeidsongeschikt, of gehandicapt raakt. Christen zijn betekent wel dat je een open oog hebt voor anderen die dat overkomt en die jouw hulp en steun nodig hebben. Christen zijn betekent dat je een open oor hebt voor die mensen die om hulp roepen.

Christen zijn betekent dus niet dat je minder met lijden te maken hebt maar het betekent dat je ook nog te maken wil hebben met het lijden van anderen. Want alleen als we bereid zijn te maken willen hebben met het lijden van de minsten in de wereld dan kunnen we een weg vinden om alle lijden de wereld uit te helpen. Daarvoor moeten we bereid zijn om het lijden desnoods door de dood heen te dragen. Die weg is een onvoorwaardelijke liefde voor mensen, onvoorwaardelijk afzien van geweld maar blijven kijken en luisteren naar de zwaksten. Niet om er zelf iets voor terug te krijgen, want liefde zoekt zichzelf niet heeft Paulus ons geleerd maar om onze samenleving er rijker door te maken. Het meest merkwaardige is dat die last niet een zware last is, als we werkelijk willen werken aan een wereld zonder lijden dan zal die last licht blijken te zijn. We kunnen dat kruis vandaag nog op ons nemen zoals elke dag opnieuw.
 


Lees meer...
Marcus 8:14-26
 
Soms zie je door de bomen het bos niet meer. We willen zo graag alles onder controle hebben dat we de meest voor de hand liggende oplossingen niet meer zien. En we zijn altijd maar bang tekort te komen. Jezus van Nazareth werd er bijna wanhopig van. Hij had hele menigten er toe gebracht het weinige dat ze hadden met elkaar te delen. En steeds bleek dat van dat weinige zelfs nog een heleboel kon overblijven. En dan nog denken de leerlingen in de boot dat ze aan één brood niet genoeg zullen hebben. Dat idee van ieder voor zich krijg je als je allemaal regeltjes gaat opstellen en de naleving daarvan probeert af te dwingen. Het is de manier waarop de religieuze en bestuurlijke heersers van het land het leven benaderen. Hun zuurdesem betekent dat iedereen zelf verantwoordelijk is voor levensonderhoud en belasting betalen. Samen delen en voor elkaar instaan komt bij dergelijke autoriteiten niet op.
 
We kennen ze vandaag de dag ook nog. Steeds maar zeuren over een staatsschuld, alsof die niet van ons allemaal is, en over lasten die te zwaar worden, alsof die niet alleen maar als zwaar worden ervaren door de rijken. Delen en samen de schouders er onder zetten komt bij dat type bestuurders niet op. Jezus van Nazareth waarschuwt er tegen. En ook als je de mensen om je heen dan gaat zien moet je uitkijken. De blinde die weer kon zien zag de mensen alsof het bewegende bomen waren. En mensen als bomen kennen we uit de Psalmen. Het zijn de rechtvaardigen die de Wet van Heb-Uw-Naaste-Lief-Als-Uzelf dag in dag uit in praktijk brengen. Het zijn mensen als bomen die gepland zijn aan levend water. Daar gaat kracht van uit, daar groeien de mooiste vruchten aan. Maar alle mensen als rechtvaardig zien is ook weer niet goed. Er zijn immers mensen die willen delen en mensen die juist niet willen delen. Dat onderscheid moeten we zien te maken.
 
Dat delen begint bij onszelf, dat wat we hebben weten te delen met hen die niets hebben in het vertrouwen dat er voor ons allemaal genoeg is. Maar het moet daar niet bij blijven steken. Het moet als zuurdesem de samenleving op smaak brengen. Alles in onze samenleving moet gericht zijn op samen werken, samen leven en samen delen. Als dat samen delen ontbreekt ontstaat een dode samenleving. Dan werken we wel zo veel mogelijk allemaal, dan leven we ook wel allemaal tegelijk, dan lijkt het wel op samen leven maar zonder delen is er geen leven, dan gaan mensen dood aan ons werken, aan ons leven. Daarvoor zullen we niet alleen onze eigen ogen moeten openen maar daarvoor zullen we ook de ogen van anderen moeten willen openen. Opdat we een samenleving krijgen waar blinden zien, doven horen en lammen weer in beweging komen. Aan die samenleving mogen we elke dag opnieuw  en dus ook vandaag beginnen. 
 
Lees meer...
Marcus 8:1-13
 
Er staan verschillende verhalen in het Nieuwe Testament over Jezus van Nazareth die met maar een paar broden een hele menigte te eten gaf. Hoeveel broden er nu precies waren verschilt per verhaal. Soms zijn het twee broden en vijf vissen, soms vijf broden en twee vissen en hier zijn het zeven broden en nog een paar kleine vissen. Dat het er zeven waren is niet zo vreemd. Er zijn zeven dagen in een week en er was dus brood genoeg om elke dag te eten te hebben. Maar wij mensen hebben niet genoeg aan ons dagelijks brood. We zijn tenminste bang om niet genoeg te hebben aan ons dagelijks brood. We willen altijd meer en nog meer. Zelfs als bij het brood ook nog wat gezonde vis komt, dan nog denken we niet genoeg te hebben. In het gebed dat Jezus van Nazareth aan zijn leerlingen heeft geleerd, dat dagelijks overal in de wereld door zijn volgelingen wordt gebeden, wordt ook om niet meer gevraagd dat om het dagelijks brood. Als je meer wil kom je al snel op het terrein van de zonden terecht.
 
En dagelijks brood is voor iedereen genoeg, voor iedereen op de hele wereld, als we maar bereid zijn om te delen is het er ook voor iedereen. En als het wonder is geschied dat je met een hand vol broden en een paar vissen een hele menigte  te eten kan geven dan nog vragen mensen om wonderen uit de hemel. Jezus van Nazareth moest er van zuchten. Ook vandaag lijken de wonderen uit de hemel soms belangrijker dan gewoon het delen van het dagelijks brood, desnoods met een stukje vis. Grote massale bijeenkomsten met veel muziek en opzwepende sprekers en boeiende debatten zijn belangrijker en aansprekender dan de Wereld Handels Conferenties waar de spelregels over eerlijk delen tussen de volken worden afgesproken. Net als onze financiële en economische crisis veel belangrijker en erger lijkt dan de voedselcrisis waar elke dag duizenden aan sterven bij gebrek aan dagelijks brood. En juist dat eerlijk delen en zorgen dat iedereen te eten heeft kan de meeste indruk maken.
 
Het is overgebleven in de verhalen over de Profeten en het staat al bij Marcus twee keer en ook bij de andere evangelisten wordt er over verteld. We hoeven niet zo bang te zijn dat we ons dagelijks brood niet krijgen, we krijgen er zelfs nog een stukje vis bij. Marcus vertelt het niet voor niets twee keer, een keer voor het volk Israël en als hij geleerd heeft dat de Heidenen nog de kruimels van de tafel mee eten volgt er ook nog een les in delen voor de Heidenen. We hoeven het ook niet te pikken dat onze broeders en zusters in de armste landen in de wereld sterven van de honger. Als we in staat worden gesteld eerlijk te delen is er ook voor hen een dagelijks brood, zelfs met een stukje vis er bij. In het gebed van Jezus van Nazareth bidden we om "ons" heden ons dagelijks brood te geven. We bidden dus niet aleen voor onszelf maar juist ook voor onze broeders en zusters. Daarom mogen we ook vandaag weer beginnen met delen.
 
Lees meer...
2 Koningen 20:12-21
 
Wie nu denkt dat de Bijbel vol staat met wonderverhalen heeft het mis. Er staan ook een heleboel hele aardse nuchtere verhalen in. Verhalen over gewone kwetsbare mensen die niet altijd even slim handelen. Verhalen over Koningen die goede bedoelingen hebben maar te goed van vertrouwen zijn. Verhalen die ons vertellen dat we niet altijd tegen sterke persoonlijkheden moeten opkijken maar beseffen dat we eigenlijk nooit echt veel van elkaar verschillen. De bazen en de knechten worden allemaal geboren en gaan ook allemaal dood. De zon gaat op over de kwaden en de goeden en de regen valt op het land van hebberts net zo goed als op het land van mensen die bereid zijn hun oogst te delen. We doen er goed aan om dat nog eens extra in gedachten te houden als we in een tijd leven waarin mannetjesmakerij een wedstrijd is geworden en de regering van het land gaat afhangen van de vraag welk team het best het mannetje kan maken dat het volk voorgeschoteld wil krijgen. Wat die mannetjes kunnen of willen of zelfs doen doet dan vaak veel minder ter zake.
 
Koning Hizkia was weliswaar doodziek, hij had ook nog vijftien jaar te leven en hij had zich ontdaan van de vazalstatus die zijn vader had gekregen onder Koning Sanherib van Assyrië. Het was dus een gewiekst koninkje die je maar beter aan je kant kon hebben. Daarom stuurde de koning van Babylonië gezanten met brieven en een geschenk naar hem toe. Babylonië was een wereldmacht in opkomst die uiteindelijk ook Assyrië zou verslaan en het volk van Juda, de onderdanen van Hizkia, zou in ballingschap naar Babel worden gevoerd. Maar nu nog was Koning Hizkia nog koning van een onafhankelijk in vrede levend volk dat de God van Israël diende in de Tempel in de hoofdstad Jeruzalem. Een positie om trots op te zijn. Maar ook weer niet al te trots. Koning Hizkia beging de stommiteit om alle schatten van het rijk aan de gezanten te laten zien, er was niets dat ze niet hadden gezien legt hij uit aan de profeet Jesaja.
 
Dan zijn er Bijbelgeleerden die denken dat Hizkia gestraft werd door God voor zijn stommiteit. Maar dat is natuurlijk niet het geval. Natuurlijk, de gezanten zullen bij hun terugkeer hebben verteld van de aantrekkelijke buit die daar in Jeruzalem lag te wachten op een veroveraar. Maar Hizkia beseft terecht dat het zijn tijd wel zou duren. Hij sterft er niet eerder door en ook de vrede die tijdens zijn regering was uitgebroken zou er niet door verstoord worden. Zijn volk zou te lijden krijgen mede van zijn stommiteit. Maar verderop kunnen we lezen dat de ballingschap ook wordt toegeschreven aan het verlaten van de dienst van de God van Israël en het gaan aanbidden van andere goden en dat was onder Hizkia zeker niet het geval. Nee we moeten er van leren dat alle regeerders en machthebbers van tijd tot tijd fouten maken. Die hoeven we hen niet altijd kwalijk nemen, wie maakt er nu geen fouten, maar we moeten blijven opletten wat het effect is van hun voorstellen. Salarisverhoging die betaald wordt uit het zorgbudget van je grootmoeder is redelijk stom, zeker als je dan ook verplicht wordt om zelf het huishouden van je grootmoeder te gaan doen. Het is voorgesteld in deze dagen. Zo zijn de effecten van foute voorstellen belangrijker dan wie ze doen. Wij kunnen elke dag de keuze maken voor de zwaksten en de minsten. Daar wilde die God van Israël naast staan, daar mogen wij ook naast staan, ook vandaag weer.
 
Lees meer...
2 Koningen 20:1-11
 
Het komt ook vandaag de dag nog wel voor dat dokters onomwonden tegen patiënten zeggen waar het op staat. "U gaat hier dood aan". Dat klinkt hard maar het is wel eerlijk. Het is natuurlijk ook hard, niemand wil dat een ander mens doodgaat. Dokters hebben ooit hun beroep gekozen omdat ze graag andere mensen beter wilden leren maken in plaats van dood te laten gaan. Voor dokters is het daarom nog moeilijker om gewoon te zeggen waarop het staat. Heel lang hebben ze het ook gewoon vaak maar gezwegen. Dan werd de pijn van de patienten wel erger en dan verhoogden ze de pijnstillers, wetende dat je aan teveel pijnstillers ook dood gaat. Maar dan hoefde je het er niet over te hebben en als het dan toch bleek dat de patiënt het overleefde dan scheelde dat ook wel weer. Tegenwoordig weten dokters veel meer. Ook dat het goed is om het onomwonden uit te spreken, dan kun je het vervolgens tenminste samen hebben over de weg er heen en die weg kan dan nog vest lang zijn.
 
Jesaja is geen dokter maar een profeet. Hij moet namens God de waarheid zeggen. En als Hizkia dodelijk ziek is geworden zegt Jesaja dat ook: maak je testament op want je zult niet meer beter worden. Ook al heeft Hizkia de dienst aan de God van Israël hersteld, ook al heeft hij de dienst aan de koning van Assyrië opgezegd en de aanval van die koning weten te weerstaan, hij wordt toch ongeneeslijk ziek. Een bittere boodschap en een bittere vaststelling. Je kunt immers niet zeggen dat Hizkia zich niet tot God bekeerd had. Tegenwoordig zijn er zogenaamde voorgangers die beweren dat als je je bekeerd hebt je dan ook beter kan worden. De Bijbel spreekt dat tegen, ook in het verhaal van koning Hizkia. Van genezing is geen sprake. Als je de ziekte laat behandelen dan rek je wellicht het leven nog een tijd, maar je zult er dood aan gaan. Dat is de boodschap die Jesaja geeft.
 
Bij Hizkia is het een plak gedroogde vijgen die de ontsteking, waar kennelijk sprake van is, zo afremt dat het nog een aantal jaren duurt voordat je sterft. Vijftien jaren in dat geval, en als Hizkia vraagt of dat echt waar is dan is het antwoord dat je de klok er op gelijk kan zetten, die zet zich dan ook gelijk. God laat ook Hizkia niet in de steek. Veel dokters weten dat ook, ze blijven soms tegen beter weten in zoeken naar het medicijn dat hun patient kan helpen, zo niet genezen. Veel van de medicijnen die we kennen zijn door bijna wanhopige dokters gevonden. Zelfs medicijnen tegen zeldzame ziekten zijn soms niet gevonden door onderzoekslaboratoria van medicijnfabrieken maar door dokters en apothekers die het vertikten hun zorg voor patienten op te geven. Wie wil stoppen met zulke medicijnen omdat ze te duur zijn handelt daarom in strijd met het verhaal van de Bijbel, dan moeten we maar wegen zoeken, net zo onophoudelijk en onverzettelijk, om ze betaalbaar te maken. Het is in alle gevallen de liefde voor de zwaksten die uitkomst biedt en waar liefde is is God heeft Paulus ons geleerd. Met die liefde kunnen we het elke dag opnieuw weer wagen, ook vandaag weer.
 
Lees meer...
Abonneren

Abonneer je nu voor nieuwe artikelen in deze categorie!

Domeinregistratie en hosting via mijndomein.nl