basalk.punt.nl
Als je melk slaat, komt er boter

Spreuken 30:15-33

15 Er zijn twee soorten bloedzuigers: de eerste zegt ‘Geef!’, de andere ‘Geef!’ Drie dingen worden nooit verzadigd, vier dingen zeggen nooit ‘Het is genoeg’:16  het dodenrijk, een onvruchtbare schoot, een uitgedroogd stuk land en het vuur, dat ook nooit zegt ‘Het is genoeg.’17  Wie spottend neerkijkt op zijn vader en zijn moeder ongehoorzaam is, hem zullen de raven bij de beek de ogen uitpikken, de gieren zullen zijn ogen opschrokken. 18 Drie dingen zijn te wonderlijk voor mij, vier dingen kan ik niet bevatten: 19  de vlucht van een arend hoog aan de hemel, het glijden van een slang over de rots, de vaart van een schip op volle zee, de weg van een man naar een meisje. 20  Ziehier de houding van een overspelige vrouw: ze doet alsof ze eet en haar mond afveegt, en ze zegt: ‘Ik heb niets verkeerds gedaan.’ 21  Van drie dingen beeft de aarde, tegen vier dingen is ze niet bestand: 22  een slaaf die koning wordt, een zot die genoeg te eten heeft, 23  een onuitstaanbare vrouw die een man vindt, een slavin die haar meesteres verdringt. 24 Vier dieren zijn de kleinste op aarde, maar ze zijn buitengewoon wijs: 25  de mieren-sterk zijn ze niet, maar al in de zomer leggen ze een voorraad aan; 26  de klipdassen-machtig zijn ze niet, maar ze maken holen in de rotsen; 27  de sprinkhanen-een koning hebben ze niet, maar ze rukken in slagorde op; 28  de hagedissen-je kunt ze met je handen vangen, maar ze dringen door tot in het paleis van de koning.29 Drie hebben een voorname tred, vier schrijden statig voort: 30  de leeuw-hij is de koning der dieren en deinst voor niets terug; 31  de trotse haan, de bok, en een koning aan het hoofd van zijn leger. 32  Als je zo dwaas bent jezelf op de borst te slaan, denk dan eerst na en houd je hand voor je mond. 33  Want als je melk slaat, komt er boter, als je iemand op zijn neus slaat, vloeit er bloed, als je iemand slaat die woedend is, komt er strijd. (NBV)

De eerste zin uit het gedeelte dat we vandaag uit het boek Spreuken lezen werd vroeger wel vertaald als "De bloedzuiger heeft twee dochters, geef en geef". En dan volgen er raadseltjes rond getallen. Nu is het niet de bedoeling daar lang op te puzzelen dus de meest eenvoudige uitleg is de beste. Drie is het getal van God en God is niet te begrijpen, ondoorgrondelijk zegt de Bijbel. Vier is het getal van de aarde, de vier windstreken, tot aan de einden der aarde zegt de Bijbel. En bij God is altijd plaats. Maar de afgoden van deze wereld weten nooit van genoeg, het moet altijd meer, altijd groeien, ze weten niet van de grenzen aan de groei, van hergebruik, van zuinig omgaan. Altijd moet er gezocht naar wegen om meer te produceren om van het uitgedroogde land ook het laatste te kunnen oogsten. We willen meer, steeds meer. Afwisseling in relaties, avonturen in verre landen, altijd weer de nieuwste elektronica, het mooiste design. We letten nauwelijks meer op verhoudingen tussen mensen. We kiezen regeerders die afhankelijk zijn van de kooplieden op de financiële markten.

We kopen producten die gemaakt worden onder de meest erbarmelijke omstandigheden, we dragen kleding die gemaakt is door kinderen die aan hun weefgetouwen zijn geketend. En onder het motto van de vrije markt laten we toe dat die producten vrijelijk in onze winkels en op onze markten verkocht mogen worden. We lezen een lied over dieren. Hoe slim, nuttig, leerzaam en mooi dieren wel niet kunnen zijn. Of de namen van de dieren nu helemaal juist zijn vertaald is soms de vraag. In andere vertalingen dan de Nieuwe Bijbelvertaling kom je soms andere namen tegen, het lijkt dan of het om andere dieren gaat. Maar daar gaat het ook niet om. In de Nieuwe Bijbelvertaling is geprobeerd zo goed mogelijk te vertalen en daar waar er onduidelijkheden zijn het dier te zoeken dat in onze dagen het dichtst bij de eigenschappen komt die wij direct herkennen. De trotste haan en de bok zien we gelijk voortstappen, de bok misschien zelfs wel voor de bokkenwagen. Maar de haan is ook wel met windhond vertaald, of paard of sprinkhaan. Belangrijk is het niet, het gaat uiteindelijk om die koning die trots voor de troepen uit schrijdt.

Wat waar is dit hele leerdicht nu voor bedoeld? Wat kunnen we er van leren?  De laatste verzen van het gedeelte dat we vandaag lezen leren ons dat het inderdaad om ons gaat. Het heeft geen enkele zin om je meer en beter te wanen dan een ander mens. Net als de dieren hebben ook mensen verschillende eigenschappen. De een kan goed schoonmaken en de ander kan goed vergaderen over ingewikkelde onderwerpen. De een is technisch begaafd en heeft gouden handen, de ander heeft de gave van het woord en kan ingewikkelde onderwerpen op een eenvoudige manier onder woorden brengen. De verschillende eigenschappen komen maar zelden samen voor bij één mens. Jezelf op de borst slaan voor je eigen eigenschappen is dan ook dwaas. Van opscheppen komen zaken die je niet wilt. Als je melk wil drinken moet je niet eerst boter karnen, als je vrede wil moet je niet de oorlog aangaan. Niemand is beter dan een ander, daarom is het zaak voor de minsten te zorgen, want misschien ben je morgen zelf de minste op aarde. Gelukkig mogen we elke dag opnieuw onze naaste liefhebben als onszelf, ook vandaag weer.

Reacties

Commentaar
Jouw naam/bijnaam
Website url
E-mail
Je Punt profiel
Hou mij op de hoogte
Ik wil op de hoogte gehouden worden
Dit is een verplicht veld
Domeinregistratie en hosting via mijndomein.nl